Otto Bauer

Kapitalisme en socialisme na de wereldoorlog

Goede en verkeerde rationalisatie



Geschreven: 1931
Bron: Em. Querido, Amsterdam, 1932
Vertaling: E. Brouwer
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee voor het Marxists Internet Archive, maart 2008


Zie ook:
De Oostenrijkse crisis en het communisme, van Trotski

Inhoudsopgave


Voorrede

De technische rationalisatie

De energieproductie
De grondstofproductie
De fabricage

Rationalisatie en intensivering van de arbeid

Van Taylor tot de moderne arbeidswetenschap
Biotechnische rationalisatie
Intensivering van de arbeid

Rationalisatie van de bedrijfseconomie

Dragers der rationalisatie
Normalisatie en typenfabricatie
Wetenschappelijke bedrijfsleiding

Rationalisatie en maatschappelijke orde

Het wezen der rationalisatie
Verkeerde rationalisatie
Grenzen der rationalisatie
Rationalisatie en socialisme

De toekomst van de Russische sociaaldemocratie


Voorrede

Het is een vereiste voor het internationale socialisme zich te oriënteren in de nieuwe, uit de wereldoorlog voortgekomen wereld. Het was mijn plan de nieuwe feiten, de nieuwe ontwikkelingstendensen van het naoorlogse kapitalisme in een boek uiteen te zetten. Het dagelijkse politieke werk dwingt mij evenwel zo dikwijls mijn theoretische studie te onderbreken, dat ik eraan begon te wanhopen het gehele werk in afzienbare tijd te kunnen voltooien.

En daarom besloot ik het werk te verdelen in enige afzonderlijke delen.

De studie van de nieuwe wereld moet beginnen met de beschrijving van de nieuwe productiekrachten en verhoudingen — met een schets van die ontwikkelingsgang, die men tegenwoordig pleegt samen te vatten onder de leuze: rationalisatie. De uiteenzetting daarvan is de taak voor dit eerste deel.

De beschrijving van de economische maatschappelijke ontwikkeling op de grondslag van de nieuwe productietechniek, het nieuwe arbeidsproces, de nieuwe methoden van de bedrijfsleiding zal de taak van de volgende delen zijn.

Een van die delen zal de invloed verklaren van het nieuwe arbeidsproces op de deugdelijkheid van de arbeid, op arbeidsloon, arbeidstijd en werkloosheid, op de structuur en de cultuur der arbeidersklasse.

In verband daarmee zullen het mechanisme van de industriële kringloop, de oorzaken van de economische crises, de veranderingen in de conjunctuurverschijnselen uiteengezet kunnen worden.

Weer een ander deel zal de invloed van de nieuwe technisch-economische ontwikkeling op de concentratie en organisatie van het kapitaal, op het organiseren van de landbouw, op de maatschappelijke machtsverhoudingen binnen het “georganiseerde kapitalisme” moeten verklaren.

Laat men in dit eerste deel niet tevergeefs zoeken naar wat de volgende delen pas zullen geven!

Wenen, 2 februari 1931.
Otto Bauer