August Bebel
De vrouw en het socialisme
Hoofdstuk 4


Internationaliteit

Het menswaardige bestaan is niet louter het bestaan van een enkel bevoorrecht volk, dat hoe voortreffelijk het zijn moge, afzonderlijk deze toestand noch invoeren, noch in stand houden vermag, omdat dit eerst het voortbrengsel van de samenwerking van internationale krachten en betrekkingen kan zijn. Ofschoon nog overal het nationaliteits gevoel de hoofden beheerst, en als middel tot bestendiging van bestaande politieke en maatschappelijke heerschappij benut wordt, omdat deze alleen binnen beperkte nationale grenzen mogelijk is, zitten wij toch reeds midden in de internationaliteit.

Handels- en scheepvaartverdragen, wereldpostverdragen, internationale tentoonstellingen, congressen voor volkenrecht en internationale graadmeting, andere internationale wetenschappelijke congressen en verbindingen, niet het laatst te noemen die van de arbeiders, internationale ontdekkingsexpedities, onze handel en verkeer, dit alles en nog veel meer bewijst het internationale karakter dat de betrekkingen van de verschillende cultuurvolken, trots hun nationale zelfstandigheid, hebben verkregen. Reeds spraken wij in tegenstelling van de nationaal-econonie van een wereldeconomie en geven aan dit laatste een grote betekenis, omdat van haar toestand wezenlijk het bestaan en de ontwikkeling van de naties afhangt.

Een zeer groot deel van de binnenlandse productie wordt geruild tegen de productie van vreemde landen. Zonder dat zouden wij niet meer kunnen bestaan. En gelijk de ene nijverheidstak nauw samenhangt met de andere, en kwijnt wanneer een andere kwijnt, zo vermindert de nationale voortbrenging van een land zeer aanzienlijk, wanneer die van een ander land ook in kwijnende toestand verkeert. De betrekkingen van de enkele landen worden, trots alle voorbijgaande storingen, als oorlogen en nationale twisten, steeds vriendschappelijker, omdat de materiële belangen, de sterkste van alle, alles beheersen. Iedere nieuwe verkeersweg, iedere verbetering van een verkeersmiddel, iedere uitvinding of verbetering in de productie, waardoor de waren goedkoper worden, versterkt deze intieme betrekkingen. De gemakkelijkheid, waarmee persoonlijke geschillen tussen twee ver van elkaar verwijderde landen kunnen bijgelegd worden, is een nieuwe, voorname factor in de rij van de verbindingen. De landverhuizing en de kolonisatie is een andere machtige hefboom. Het ene volk leert van het andere, de ene zoekt de andere in de wedstrijd voor te komen. Naast de ruil van materiële productie van allerlei aard, heeft men de ruil van de geestelijke productie. Het leren van vreemde talen wordt voor miljoenen een noodzakelijkheid. Niets echter draagt naast materiële voordelen meer bij tot het laten varen antipathieën, als het zich eigen maken van de taal en de geestesvoortbrengselen van een vreemd volk.

Het gevolg van deze internationale betrekkingen is, dat steeds meer en meer de verschillende landen in hun sociale toestanden overeenkomen. Bij de verst ontwikkelde en daardoor toongevende mogendheden is deze overeenstemming al zo groot dat, wie de sociale inrichtingen van een of ander volk geleerd heeft, die van alle andere volken in hoofdzaak dan ook kent. Ongeveer zoals in de natuur bij dieren van hetzelfde geslacht het geraamte in zijn bouw hetzelfde is, wat niet uitsluit, dat bij ieder ras afwijkingen in de grootte en de sterkte valt waar te nemen.

Een ander gevolg is, dat waar gelijksoortige sociale oorzaken voorhanden zijn, ook de gevolgen daaruit dezelfde zullen zijn. Ophoping van ontzaglijke rijkdommen, en in tegenstelling daarmee grenzenloze armoede, loonslavernij, onderworpenheid van de massa aan de machines, overheersing van de massa door de minderheid, met alle daaruit ontstane gevolgen.

Inderdaad zien wij dat dezelfde klassenverschillen, die overal Duitsland beroeren, geheel Europa en de Verenigde Staten in beweging brengen. Van Rusland tot Portugal, van de Balkan, Hongarije en Italië naar Engeland en Ierland, overal dezelfde geest van ontevredenheid, dezelfde verschijnselen van sociale gisting, algemene onvoldaanheid en omkering. Uiterlijk verschillend in optreden naar het karakter van de bevolking, en haar politieke toestand, zijn zij in het wezen van de zaak overal hetzelfde. Diepe sociale verschillen. Ieder jaar dat deze toestand langer duurt, versterkt haar, doet ze dieper en dieper ingrijpen in het maatschappelijke lichaam, tot ten laatste een of ander feit, wellicht van geringe betekenis de ontknoping bevordert, en deze zich als een bliksemstraal over de ganse cultuurwereld verbreidt, overal de geesten tot vóór- of tegenpartij nemen en in het strijdperk roept.

De strijd van de nieuwe wereld tegen de oude is ontbrand. Op het toneel komen massa’s, er wordt met zoveel geestkracht gestreden, als de wereld in geen tweede strijd gezien heeft, noch ooit meer zien zal. Want het is de laatste sociale strijd. De 19e eeuw zal moeilijk ten einde lopen, zonder dat deze kamp beslist is.

Zo zal de nieuwe maatschappij zich aldus op internationale grondslag bouwen. De volken zullen zich verbroederen, elkaar de hand reiken en er naar streven de nieuwe toestand langzamerhand onder alle volken van de aarde te brengen [141]. De cultuurvolken zullen bij de vreemde volken niet komen als vijanden, die hen willen uitbuiten, onderdrukken, niet als zendelingen van een ander geloof, dat zij hen willen opdringen, maar als vrienden, die hen tot cultuurmensen willen ontwikkelen.

Zijn de cultuurvolken tot een grote federatie verenigd, dan is ook de tijd aangebroken waarin voor immer ‘de oorlogs stormen zwijgen’. De eeuwige vrede is geen droom, gelijk de machthebbers van de wereld geloven, en anderen willen wijsmaken. De tijd is dan gekomen, dat de volken hun ware belangen hebben leren begrijpen. En deze worden niet bereikt door kamp en strijd, door landen te gronde richtende woelingen, maar juist door het tegendeel.

Dan zullen de laatste wapens, gelijk zo vele uit vroegere tijd, in antiquiteitenverzamelingen bewaard worden, om toekomstige geslachten te tonen hoe reeds vergane geslachten duizenden jaren lang elkaar als wilde dieren verscheurden, tot eindelijk het menselijke in hen op het dierlijke de overwinning behaalde.

Komende geslachten zullen dan zonder moeite dingen verwezenlijken, waarover de uitstekendste koppen van het verleden lang gedacht en proeven tot oplossing genomen hadden, zonder het doel te kunnen bereiken [142]. Elke cultuurvooruitgang zal de volgende voortbrengen, de mensheid steeds nieuwe roepingen opleggen, en haar tot steeds hogere cultuurontwikkeling voeren.

_______________
[141] “Het nationale belang en het belang van de mensheid staan nu vijandig tegenover elkaar. Eerst op een hogere trap van beschaving zullen beide belangen samen vallen en één worden”. v. Thünen, Der isolirte Staat.
[142] Zo had Condorcet, een van de Franse Encyclopedisten van de vorige eeuw, onder andere het idee van een algemene wereldtaal; hij stelde ook de volle gelijkstelling van de vrouw. Verder zeide in een toespraak de gewezen president Grant: “Daar handel, onderwijs en de snelle wisseling van gedachten en waren door telegrafen en stoom alles veranderd hebben, zo geloof ik dat God de wereld bestemde om één volk te worden, een taal te spreken, tot een toestand van volkomenheid te geraken, waarin legers en vloten niet meer nodig zijn”. Dat bij een volbloed Yankee de lieve heer God deze rol moet spelen, moet geen verwondering baren. De huichelarij is nergens groter dan in de Verenigde Staten. Hoe minder de staat invloed heeft op de massa’s, hoe meer de godsdienst deze taak moet verrichten. Daarom is de bourgeoisie overal dáár het vroomst, waar de staat het lamlendigst is. Naast de Verenigde Staten, in Engeland, België en Zwitserland.