Tony Cliff

De wortels van Israëls geweld



Geschreven: 1982
Bron: From Zionism to Genocide, Socialist Worker, nummer 790, 3 juli 1982. Herdrukt onder de huidige titel in Socialist Worker, nummer 1743, 14 april 2001.
Vertaling: Maina van der Zwan / www.internationalesocialisten.org
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, augustus 2006


Terugkijkend op mijn eigen ervaringen in Palestina zie ik hoe de gruwelen van vandaag gegroeid zijn vanuit kleine beginnetjes. Het zionisme, de Joodse afscheidingsbeweging en het geloof in een Joods thuisland hebben zich ontwikkeld tot staatsgeweld.

Mijn ouders waren zionistische pioniers die in 1902 Rusland verlieten. Ik ben als zionist opgegroeid, maar toen had zionisme niet het lelijke gezicht dat we vandaag de dag zien. Er was echter wel een fundamentele kloof tussen de zionisten en de Arabieren. Diezelfde kloof scheidde de zionisten van gewone mensen in hun landen van herkomst.

Als je naar het negentiende-eeuwse Rusland kijkt wordt duidelijk hoe dit kwam. In 1891 werd tsaar Alexander II vermoord. Het jaar daarop organiseerde extreem-rechts in Rusland een pogrom tegen de Joden. ‘Dood een Jood en red Rusland’, zeiden ze. Socialisten reageerden door op te roepen voor een verenigde strijd tegen het tsarisme en rechts. Maar er was ook een tweede reactie: het zionisme. Dit bepleitte dat ‘Joden op niemand behalve zichzelf konden rekenen’, en de eersten vertrokken naar Palestina. Elke daaropvolgende pogrom riep deze twee reacties op.

Bij aankomst in Palestina bleven de zionisten hun afzondering benadrukken. Ze namen Arabisch land over. Vaak verdreven ze de boeren die op dit land leefden. En ze discrimineerden systematisch tegen de duizenden werkloze Arabieren. Hoewel minstens 80 procent van de bevolking Arabisch was, zat er geen Arabier bij mij op school. Mijn ouders waren extreme zionisten. Mijn vader vertelde me dat ‘de enige manier om naar een Arabier te kijken door het vizier van een geweer is’. Ik heb nooit met een Arabier in één huis gewoond.

De zionisten organiseerden hun eigen vakbond, de Histadrut, die twee politieke fondsen opzette. De ene was voor ‘bescherming van Hebreeuwse Arbeid’ en de andere voor ‘bescherming van Hebreeuwse Producten’. Deze fondsen werden gebruikt om het Arabieren onmogelijk te maken om in Joodse bedrijven te werken en om Arabische producten op Joodse markten te krijgen. De Histadrut deed niets tegen bedrijven van zionisten.

In 1944 woonden we in de buurt van de markt van Tel Aviv. Op een ochtend zag mijn vrouw een jonge man langs alle marktvrouwen gaan. Sommigen liet hij met rust, maar bij anderen goot hij kerosine over de groenten en brak hij de eieren. Mijn vrouw, die net vanuit Zuid-Afrika naar Palestina was gekomen, kon het niet bevatten. ‘Wat gebeurt hier?’ vroeg ze. Het was simpel. De man controleerde of er Hebreeuwse of Arabische producten werden verkocht. De Arabische werden vernietigd.

Vijandigheid

Toentertijd vond dit gedrag op kleine schaal plaats en sommige zionisten spraken nog als linkse mensen. Zionistische uitgeverijen gaven bijvoorbeeld nog werken van Lenin en Trotski uit. Maar de vijandigheid tegenover de Arabieren bleef centraal. Het merendeel van het land dat de Joden bezaten behoorde tot het Joodse Nationale Fonds. De reglementen sloten Arabische pachters uit. Dit betekende dat in hele gebieden de Arabische bevolking van hun land werd verdreven.

Toen ik in 1946 Palestina verliet had Tel Aviv, een stad van 300 duizend inwoners, geen enkele Arabische bewoner. Stel je voor dat je in Nottingham aankomt, in grootte vergelijkbaar met Tel Aviv, en er geen Engelsen wonen.

Er was duidelijke vijandigheid tussen de zionisten en de Arabieren. De zionisten - een minderheid die de meerderheid niet vertrouwde - hadden hulp nodig en keken daarvoor altijd naar de imperialistische machten die Palestina controleerden. Zionistische leiders vertelden de Duitse heersers herhaaldelijk dat een succesvol zionistisch project in Palestina in hun belang zou werken.

Toen Groot-Brittannië in 1917 Palestina bezette schreven de zionistische leiders aan de minister van Buitenlandse Zaken Balfour dat een sterke zionistische aanwezigheid in Palestina de belangen van Groot-Brittannië zou behartigen. En toen het tijdens de Tweede Wereldoorlog duidelijk werd dat Amerika de belangrijkste imperialistische macht was, bij uitstek in het Midden-Oosten, verlegden de zionistische leiders hun aandacht naar Washington.

Ook als de zionistische leiders niet te koop waren, waren ze op zijn minst altijd te huur. De logica van afscheiding van de niet-Joodse bevolking, of het nu in Rusland, Polen of Palestina was, leidde tot afhankelijkheid van het imperialisme.

De opkomst van het nazisme was belangrijk. Het Duitse bedrijfsleven steunde Hitler niet uit angst voor de Joden, maar uit angst voor de Duitse arbeidersklasse. Zowel de Joden als de Duitse arbeiders waren slachtoffers van Hitler. De allesbepalende taak voor revolutionaire socialisten had het organiseren van de klassenstrijd tegen de nazi’s moeten zijn. De zionisten waren hier tegen. ‘De Joden zijn Hitler’s slachtoffers’ zeiden ze, en daarmee impliceerden ze dat alle Duitsers vijanden van de Joden waren.

Toen de Duitse arbeiders zonder massale strijd tegen Hitler in 1933 werden verslagen, versterkte dit het zionisme enorm. Als de Joden de Duitsers niet konden vertrouwen was het logisch voor ze om een sterke zionistische staat als het enige antwoord te zien.

Hoge prijs

In Palestina namen ondertussen de geweldsdaden toe. De Israëlische staat, uitgeroepen in 1948, werd gevestigd door een terreurcampagne die honderdduizenden Palestijnen uit hun huizen heeft gedreven. De staat werd geboren met de ‘beperkte’ afslachting van 240 burgers in het dorp Deir Yassin. Mannen, vrouwen en kinderen werden afgemaakt, sommigen zijn levend de dorpsput ingegooid. Ik kende de plaats goed, hij lag een paar mijl van mijn huis.

De Arabieren zijn niet de enigen die sindsdien een prijs betalen. Israëls continue zoektocht naar bondgenoten heeft haar meer en meer tot wapenleverancier van de meest reactionaire regimes gemaakt. Moshe Dayan, de Israëlische minister van defensie, heeft in 1966 twee maanden in Zuid-Vietnam doorgebracht om de Amerikaanse marionettenregering van advies te voorzien. Israël heeft wapens geleverd aan Chili, Ian Smith’s Rhodesië en aan alle landen waartegen de Amerikaanse president Carter een wapenembargo heeft ingesteld wegens mensenrechtenschendingen. Israëls veiligheidspolitie adviseerde de Sjah van Iran, en zijn wetenschappers ontwikkelden samen met Zuid-Afrika nucleaire wapens.

Sommige mensen beargumenteren dat onderdrukking automatisch leidt tot een progressieve reactie. De Joden werden verschrikkelijk onderdrukt, maar dit leverde geen garantie dat ze progressief of revolutionair werden. Onderdrukking gecombineerd met machteloosheid leidt tot reactie. Het hart van de zionistische theorie was de afscheiding van alle progressieve krachten, van de revolutionaire krachten in Rusland tot de anti-imperialistische krachten in het Midden-Oosten. De rest van het verhaal volgde op een natuurlijke manier hieruit.

Nu werkt Israël samen met de Falangisten in Lebanon, een openlijke fascistische organisatie. Het verrast me niet. Ik herinner me de jaren dertig, toen de organisatie van Israëls huidige premier Begin, de Irgun, de Hitlergroet bracht en bruine hemden droeg.

In 1935 had ik nooit geloofd dat zionisten burgers zouden vermoorden. Ze discrimineerden toen tegen Arabieren, niet meer. Maar in de harde wereld van vandaag kan elke kleine scheur uitmonden in een diepe kloof. De scheur van Joodse afscheiding leidt tot de verschrikkingen die we in Libanon zien. Deze gruweldaden zijn de logica van het zionisme. Sterker nog, ik denk dat we in de toekomst nog veel ergere misdaden van de zionisten zullen zien.

De Arabische arbeidersklasse is de enige macht in het Midden-Oosten die het zionisme kan stoppen en het imperialisme kan breken. De bestaande staten kunnen dit niet. De koning van Saoedi-Arabië heeft een nauwe samenwerking met de Amerikanen uit oliebelangen.

Het regime van Assad in Syrië is corrupt, instabiel en afhankelijk van Saoedi-Arabische subsidies, terwijl het Egyptische regime rust op miljoenen verarmde arbeiders en boeren. Miljoenen arbeiders leven in krottenwijken en miljoenen boeren lijden aan vreselijke ziektes omdat er gebrek is aan de meest basale sanitaire voorzieningen en vers water.

Deze regimes kunnen niets bestrijden - laat staan zionisme en imperialisme. De Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) is afhankelijk van Saudi-Arabisch geld en Syrië voor fysieke overleving. Alle moed van de PLO-strijders kan op zijn best tot een impasse leiden. Arabische arbeiders vormen de sleutel. De Egyptische arbeidersklasse heeft minstens de omvang van de Russische ten tijde van 1917. Deze arbeiders hebben de macht om het Midden-Oosten te veranderen.