Tony Cliff

De test des tijds


Geschreven: 1998
Bron: Socialist Review 221, juli 1998
Vertaling: Maarten Hermans
HTML: Maarten Hermans, voor het Marxists Internet Archive, november 2005
Deze versie: Verder taalkundig aangepast door Maarten Vanheuverswyn, februari 2006


Autopsie

Bijna tien jaar geleden is de Berlijnse Muur gevallen. Kort daarna volgden de stalinistische regimes in Oost-Europa en Rusland.

In 1947, 51 jaar geleden, kwam ik tot de conclusie dat het stalinistische regime staatskapitalistisch was. Ik schreef een aantal boeken om de theorie verder uit te werken. Maar men kan natuurlijk niet zeker zijn van zijn eigen ideeën, tenzij de loop der gebeurtenissen ze bevestigen. De val van de stalinistische regimes maakte het mogelijk om de theorie te bevestigen of te weerleggen.

Het ineenstorten van de stalinistische regimes maakt een postmortem-onderzoek mogelijk. Indien Rusland een socialistisch land was, of het stalinistisch regime een arbeidersstaat — hoewel een verbasterde of misvormde — zou de val van het stalinisme betekend hebben dat er een contra-revolutie had plaatgevonden. Onder zulke omstandigheden zouden de arbeiders een arbeidersstaat hebben verdedigd net zoals arbeiders altijd hun vakbond — hoe rechts en bureaucratisch ze ook mag zijn — verdedigen tegen diegene die de vakbond in het geheel pogen te elimineren. Arbeiders beseffen vanuit hun eigen, dagdagelijkse ervaring dat hoe zwak hij ook mag zijn, de vakbond een verdedigingsorganisatie is van arbeiders tegen de bazen. Arbeiders verdienen hogere lonen in een gesyndicaliseerde arbeidsplaats en genieten betere werkomstandigheden dan in arbeidsplaatsen waar er geen vakbonden zijn.

Verdedigden de arbeiders in Rusland en Oost-Europa het regime in 1989-91? Natuurlijk niet. De arbeiders in deze landen waren volkomen passief. Er was op dat moment minder geweld dan tijdens de mijnwerkersstaking van 1984-85 in Groot-Brittannië. Het enige land waar het regime verdedigd — en geweldadig verdedigd — werd, was Roemenië. Wel niet door arbeiders, maar door de Securitate, de geheime politie.

Indien er een contra-revolutie had plaatsgevonden, zouden de mensen aan de top van de samenleving verwijderd zijn geweest. Maar karakteristiek voor de val van de stalinistische regimes was net dat hetzelfde personeel — de nomenklatura, die de economie, de samenleving en de politiek onder het stalinisme regelden — aan de top bleven. Voor de mensen aan de top betekenden de jaren 1989-91 geen stap achteruit of vooruit, maar simpelweg een stap zijwaards.

Het is daarom duidelijk dat er geen kwalitatieve verandering plaats had tussen de stalinistische regimes en datgene wat vandaag de dag bestaat in Rusland en Oost-Europa. Vandaag ontkent niemand dat het regime kapitalistische is; daaruit volgt dat het ervoor reeds kapitalistisch was.

De geboorte van het staatskapitalisme in Rusland

De Oktoberrevolutie van 1917 bracht de arbeidersklasse aan de macht in Rusland. De internationale impact van de revolutie was immens. Arbeidersrevoluties vonden plaats in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije, terwijl in Frankrijk, Italië en elders communistische massapartijen opgang maakten. Lenin en Trotski waren absoluut overtuigd dat het lot van de Russische Revolutie afhing van de overwinning van de revolutie in Duitsland. Zonder deze — zo stelden ze opnieuw en opnieuw — waren ze gedoemd.

Tragisch genoeg eindigde de Duitse revolutie van 1918-23 in een nederlaag. Het ontbreken van een revolutionaire partij met ervaren partijkaders — in staat leiding te geven aan de meest vergevorderde arbeiders — doemde de revolutie tot mislukken. Sindsdien hebben we, opnieuw en opnieuw, proletarische revoluties meegemaakt die — door het gebrek aan een revolutionaire partij — niet eindigden in een overwinning: Spanje en Frankrijk in 1936; Italië en Frankrijk in 1944-45; Hongarije in 1956; Frankrijk in 1968; Portugal in 1974-75; Iran in 1979 en Polen in 1980-81.

De nederlaag van de Duitse revolutie in 1923 had enorme gevolgen in Rusland. Het leidde tot een verschuiving naar pessimisme en een draai naar rechts. Stalin voerde openlijk campagne tegen Trotski in 1923. Het speelde in zijn voordeel dat Lenin op zijn doodsbed lag en uit circulatie was gedurende ongeveer een jaar voor zijn dood. Trotski's verklaring dat de opkomst van het stalinisme een product was van de isolatie van de Russische Revolutie, was absoluut correct. Daaruit volgend is zijn beschrijving van het stalinistisch regime als een vervormde arbeidersstaat treffend.

Gedurende de jaren van invasie en burgeroorlog die volgden op de Russische Revolutie, werd het Sovjetregime aangevallen door de krijgsmachten van Duitsland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Frankrijk, Italië, Japan, Roemenië, Finland, Letland, Litouwen en Turkije. Deze legers — samen met de Witrussische legers — slaagden er niet in het Rode Leger te verslaan. Evenmin slaagde de revolutionaire regering van Rusland erin de kapitalistische regeringen van de wereld te verslaan. Zo dwong uiteindelijk de druk van het wereldkapitalisme het stalinistische regime om meer en meer te gelijken op dat van het wereldkapitalisme. De bewegingswetten van de economie en van het Russische leger waren identiek aan die van het wereldkapitalisme.

Wanneer Stalin in 1928 verklaarde dat binnen de 15 of 20 jaar Rusland de geavanceerde industriële landen zou hebben bijgebeend, betekende dit dat Rusland in de tijdspanne van één generatie zou bereiken wat Groot-Brittannië meer dan 100 jaar Industriële Revolutie had gekost. In Groot-Britannië waren er drie eeuwen van Enclosures nodig om de boerenstand kwijt te raken en de ontwikkeling van het kapitalisme te vergemakkelijken. In Rusland werden de boeren onteigend in drie jaar door zogenaamde “collectivisaties”.

Toen Stalin zijn industieel-militaire machine opbouwde, diende hij te vertrekken van een aanzienelijk zwakkere basis dan de landen waartegen hij het moest opnemen, maar met evenveel ambitie. Indien Nazi-Duitsland tanken en vliegtuigen had, kon de militaire machine die Stalin bouwde geen weerspiegeling zijn van de ware productieve krachten van Rusland (tenslottte hadden de boeren in 1928 geen tractors maar houten ploegen) maar diende het die van Duitsland te weerspiegelen.

De industrialisatie van Rusland was zeer sterk gericht op het uitbouwen van zware industrie, als de basis voor de wapenindustrie. Een onderzoek dat ik gedaan heb, en wat ik razend interessant vond, was de productie van de verschillende vijfjarenplannen te vergelijken. Ik vond de doelstellingen van de eerste, tweede, derde, vierde en vijfde vijfjarenplannen en vergeleek hen (in Rusland onder Stalin zou niemand dit durven).

Op het vlak van zware industie, was het doel voor het eerste vijfjarenplan 10,4 miljoen ton; voor het tweede 17 miljoen, het derde 28 miljoen, het vierde — als gevolg van de oorlog — 25,4 miljoen en voor het vijfde 44,2 miljoen ton. Het was duidelijk dat deze grafiek sterk aan het stijgen was. Hetzelfde gold voor electriciteit, steenkool en ruw ijzer. Op vlak van gebruiksgoederen was het beeld totaal anders. Bijvoorbeeld voor katoengoederen was het doel van het eerste vijfjarenplan 4,7 miljoen meter; voor het tweede 5,1, voor het derde 4,9, voor het vierde 4,7. Dus het doel steeg gedurende 20 jaar totaal niet. Voor wollen goederen zag het er zelfs nog slechter uit. Het eerste vijfjarenplan stelde tot doel de productie op te voeren tot 270 miljoen meter; het tweede tot 227; het derde tot 177; het vierde tot 159. Over een periode van 20 jaar verminderden de doelstellingen de productie met bijna 40 procent.

Rusland was zeer succesvol in Spoetniks produceren, maar niet in schoenen maken.

Het kapitalisme wordt gedomineerd door de nood aan kapitaalsaccumulatie. Ford moet voortdurend investeren, anders wordt het overtroffen door General Motors. De competitie tussen kapitalistische ondernemingen dwingt ieder van hen om meer en meer te investeren, om meer en meer kapitaal te accumuleren. De competitie tussen de kapitalisten dwingt eveneens elk van hen om de uitbuiting van de arbeiders op te drijven. De tirannie van het kapitaal over de arbeiders en de competitie tussen kapitaal zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Hetzelfde geldt voor de stalinistische tirannie ten opzichte van de arbeiders en boeren van Rusland. De ruwe uitbuiting, inclusief de goelag, was het bijproduct van de competitie tussen het Russisch kapitalisme en de andere kapitalistische machten, vooral dan Nazi-Duitsland.

Argumenten tegen de theorie van staatkapitalisme

Drie hoofdargumenten worden opgebracht om de theorie van staatskapitalisme te ontkrachten. Ten eerste wordt er geargumenteerd dat kapitalisme synoniem staat met privé-bezit. In Rusland waren de productiemiddelen eigendom van de staat, dus kon het niet kapitalistisch zijn.

Ten tweede is kapitalisme niet verenigbaar met planning. De Russische economie was een planeconomie. Ten derde had het stalinistische Rusland enkel een politieke revolutie nodig om de overheidsstructuur te veranderen, terwijl het onder kapitalisme nodig is om niet enkel een politieke revolutie door te voeren, maar eveneens een sociale revolutie.

Ik zal elk argument achtereenvolgens behandelen.

In 1847 schreef Proudhon, een warrige Franse socialist, in zijn boek De Filosofie van de Armoede dat kapitalisme gelijkstaat met privé-bezit. Marx, in een vlammende kritiek getiteld De Armoede van de Filosofie, schreef: “Privé-bezit is een juridische abstractie.” Indien privé-bezit gelijkstaat met kapitalisme, dan kenden we kapitalisme onder slavernij; onder feodalisme hadden we kapitalisme omdat er privé-bezit was. De vorm van bezit is slechts een vorm, het zegt niets over de inhoud. Men kan privé-bezit hebben met slavernij, met horigheid en met loonarbeid. Indien iemand zegt, “Ik heb een fles vol van iets” dan kan je er niet uit opmaken wat dat iets is. Het kan wijn zijn, het kan water zijn, het kan rommel zijn. Omdat de container en de inhoud niet hetzelfde is, betekent dat dat dezelfde inhoud in verschillende containers gestoken kan worden. Men kan het water in een fles, of een glas, of een kopje doen. Als privé-bezit slavernij kan bevatten, horigheid en loonarbeid, dan kan slavernij vanzelfsprekend samen bestaan met privé-bezit en staatsbezit. In de Middeleeuwen waren de dominante relaties die tussen de horigen in de dorpen en de feodale heer van het landgoed. Maar er was eveneens een andere vorm van horigheid — horigen die werkten op de eigendom van de Kerk. Het feit dat de Kerk niet in het bezit was van individueën maakte de last op de schouders van de horigen niet lichter.

Hoe zit het dan met het tweede argument, dat het stalinistische Rusland een planeconomie kende, terwijl er geen plan bestaat onder kapitalisme? Dit is niet correct. Wat karakteristiek is aan het kapitalisme, is dat er een plan bestaat in de individuele eenheid, maar geen planning tussen eenheden. In de Ford-fabriek is er een plan. Het zal geen anderhalve motor per auto produceren, noch twee wielen per auto. Er is een centraal bestuur betreffende de productie van het aantal motoren, wielen, enzoverder. Er is een plan, maar er heerst anarchie tussen Ford en General Motors. In stalinistisch Rusland was er een plan voor de Russische economie, maar er was geen planning tussen de Russische economie en bijvoorbeeld de Duitse economie.

Het derde argument betreffende de differentiatie tussen een politieke en sociale revolutie gaat onderuit in een situatie waar de rijkdom bij de staat ligt. In Frankrijk in 1830 was er een politieke revolutie. De monarchie werd omver geworpen en een constitutionele monarchie werd gevestigd. Dit veranderde niets aan de sociale samenstelling omdat de bezitters van rijkdom de kapitalisten waren, niet de staat. Echter, daar waar de rijkdom bij de staat ligt, betekent het ontnemen van de politieke macht van de heersers, het ontnemen van hun economische macht. Er is geen scheiding tussen een politieke en een sociale revolutie.

Het belang van de theorie van staatskapitalisme

Gedurende meer dan 60 jaar kende het stalinisme overweldigende steun binnen de internationale arbeidersbeweging. Het verdrong revolutionair socialisme, het trotskisme, naar de marge. Nu, met de val van het stalinistisch regime in Rusland, liggen de kaarten anders. In februari 1990 werd aan Eric Hobsbawm, de guru van de Britse Communistische Partij gevraagd: “In de Sovietunie lijkt het alsof de arbeiders de arbeidersstaat zijn aan het omverwerpen”. Hobsbawm antwoordde: “Het was overduidelijk geen arbeidersstaat, niemand in de Sovietunie geloofde ooit dat het een arbeidersstaat was en de arbeiders wisten dat het geen arbeidersstaat was.” Waarom vertelde Hobsbawm ons dit niet 50 of zelfs 20 jaar geleden?

Nina Temple, secretaris-generaal van de Britise Communistische Partij, stelde rond dezelfde tijd: “Ik denk dat de SWP het aan het rechte eind had, de trotskisten waren correct dat het geen socialisme was in Oost-Europa. En ik denk dat we dat lang geleden hadden moeten zeggen”.

Wanneer men Nina Temple’s verklaring leest, kan men zich enkel afvragen wat er gebeurd zou zijn indien de paus verklaard zou hebben dat God niet bestaat? Hoe zou de katholieke Kerk overleven? De ontreddering onder de stalinistische partijen doorheen de wereld is overdonderend. Diegenen onder ons die stelden dat Rusland staatskapitalistisch was lang voor de ineenstorting van het stalinistisch regime hebben een bruggenhoofd gevestigd naar de toekomst en hebben de authentieke marxistische traditie, het socialisme van onderuit, bewaard.