Herman Gorter
Het imperialisme, de wereldoorlog en de sociaaldemocratie
Hoofdstuk 10


X. De toekomst

Wij hebben de oorzaken gezien waardoor de Internationale te gronde ging. Wij hebben haar karakter waardoor zij te gronde moest gaan toen het imperialisme kwam in het licht gesteld, wij hebben de verandering die over haar komen moet, wil zij haar doel bereiken, aangewezen. Er blijft ons nu nog over een blik in de toekomst te slaan om te trachten de ontwikkeling te zien die zij zal ondergaan, en de weg aan te wijzen die zij zal moeten nemen.

Hoe zal de toekomst zijn van de Internationale?

Zal zij het imperialisme bestrijden, nationaal en internationaal? Zal zij tot zelf-actie, in massa, kunnen komen? Zal het proletariaat door deze oorlog komen op een hogere trap van geest, karakter, wil, begrip, idealisme, moed?

Dit alles hangt, zoals de gehele wording van het proletariaat, van de ontwikkeling van het kapitalisme af.

Het hangt nu in de eerste plaats dus af van de vragen: Zal het imperialisme blijven? Zal er oorlog blijven? Is de beperking van de bewapening, de ontwapening, de vrede mogelijk? Beantwoorden wij dus eerst deze vragen.

Twee bewegingen, die in één versmelten, zijn te zien in het kapitalisme. De ene is zijn uitbreiding over de wereld, in steeds grotere productievormen. Deze beweging is al zeer ver gevorderd en neemt steeds sterker toe, ook in snelheid. De andere is de uitbreiding van het nationale kapitaal, de vermenging van de nationale kapitalen tot internationaal kapitaal.

De tendens van beide samen is: Het kapitalisme wordt wereldkapitalisme. Het kapitaal van de naties smelt zich samen en de hele aarde wordt onderworpen aan het internationaal wereldkapitaal. [56] Het hele ontwikkelingsproces van het imperialisme is het ontwikkelingsproces van het kapitalisme tot verbreiding over de wereld en tot internationalisatie van kapitaal. Het imperialisme, de oorlog, zijn slechts een fase in die ontwikkeling, een middel om het kapitaal meer internationaal, meer wereldkapitaal te maken.

Beschouwen wij dus, daar het ontwikkelingsproces van het imperialisme een internationaal, een wereldproces is, het ontwikkelingsproees van het kapitaal over de gehele aarde. Eerst dat van uitbreiding, daarna dat van internationalisatie van het kapitaal.

De industrie is de hoofdbron geworden van de meerwaarde. Zij overtreft nu ver de landbouw die maar langzaam en weinig meerwaarde levert.

In de grote verst ontwikkelde landen, Engeland, Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten, wordt elk jaar door de industrie een hoeveelheid meerwaarde voortgebracht of ontvangen, ontzaggelijk veel groter onder de bestaande kapitalistische verhoudingen, dan voor de belegging in het eigen land nodig is. Zij dringen naar buiten, moeten worden belegd in vreemde landen, uitgevoerd naar andere gewesten, waar een kolossale winst, veel groter dan in het moederland, lokt. Zij verbreiden zich over de aarde.

Ontzaggelijk ongelijk zijn evenwel onder elkaar de landen, de toestand en de hoogte van de kapitalistische productie van de landen die kapitaal uitvoeren. Ze zijn in de grootst mogelijke verscheidenheid van productieverhoudingen. Engeland heeft een massa koloniën, is zelfs bijna geheel industrieland, heeft haast geen landbouw meer, moet dus alles hebben van export van industriewaren, belegging in buitenland, import van landbouwwaren.

Duitsland heeft weinig koloniën, zijn industrie groeit aldoor machtiger, zijn landbouw vermindert relatief, het zoekt dus meer koloniën om kapitaal en industrieproducten te exporteren om grondstoffen te importeren.

Frankrijk heeft nog zeer veel landbouw, minder industrie dan Duitsland en Engeland, maar schatten van bankkapitaal. Het moet dus koloniën, sferen van invloed etc. hebben om o.a. kapitaal te exporteren.

De Verenigde Staten van Amerika worden meer en meer industrieland. Hun kapitaal stijgt enorm. Zij moeten expansie zoeken en deden dit al.

In al die landen zwelt het kapitaal elk jaar enorm, en steeds sneller, door de kolossale productiekrachten. Maar in elk land op verschillende wijze, onder andere verhoudingen. Dit in de voornaamste kapitalistische landen.

Maar daarnaast de andere, in welk een verscheidenheid!

Rusland nog bijna geheel agrarisch, maar met zulk een ontzaglijke rijkdom in de bodem, met zulk een machtige binnenlandse markt, dat alles doet een alles overtreffende kapitalistische groei verwachten.

En de kleinere landen, gedeeltelijk al door industrie tot hoge kapitaalbloei gekomen, gedeeltelijk snel op weg daarheen: Italië, Zwitserland, Nederland, België, Zweden, Noorwegen.

Uit al die landen zwellen of beginnen te zwellen kapitaalstromen die over de wereld gaan en beleggingen zoeken.

Maar alle op verschillende wijze, onder verschillende verhoudingen van landbouw en industrie, op verschillenden trappen, met verschillende intensiteit, snelheid, grootte, in dit alles niet met elkaar in evenwicht.

En nu al de landen waarheen het kapitaal wordt geëxporteerd door de machtige kapitalistische industriële staten.

Het zijn, algemeen, de agrarische landen die nog niet beschikken over genoegzaam kapitaal voor de eigen industrie, die uit hun landbouw nog niet genoeg kapitaal daartoe hebben gewonnen, die dus vreemd kapitaal nodig hebben om zich kapitalistisch en industrieel te grondvesten, spoorwegen en kanalen, havens, dokken en fabrieken te bouwen, mijnen te ontginnen, die voedingstoffen of grondstoffen voor de industrie kunnen exporteren. Hun verschil is nog veel groter dan van de industriële kapitaal exporterende landen.

Zij nemen alle trappen van ontwikkeling in.

Vanaf de landen die reeds in de overgang zijn van in hoofdzaak agrarisch tot in hoofdzaak industrie, en die beginnen kapitaal te exporteren, zoals het oosten van de Verenigde Staten, tot die hoofdzakelijk nog voeding en grondstoffen exporteren als Canada, Australië, Zuid-Amerika, tot die waar naast kleine intensieve landbouw, cultuur voor export bestaat waardoor of de inheemse grootgrondbezitters of de kapitalisten van kapitaalkrachtige naties als Engeland, Nederland, Frankrijk, de bevolking uitzuigen en verhinderen dat er kapitaal in de handen van de inboorlingen komt, zoals China en Engels-, Frans- en Nederlands Indië, - tot de streken waar alleen primitieve landbouw de bewoners voedt, maar waar grondstoffen moeten worden verzameld voor de Europese kapitalisten, zoals Centraal-Afrika.

Al deze landen waarheen het kapitaal heenstroomt of begint te stromen, ook weer in heel verschillende productieverhoudingen, op geheel verschillende trap van ontwikkeling, verschillend van rijkdom, ontvankelijkheid voor kapitaal, politieke verhoudingen, aard en karakter van de bevolking.

Evenals de kapitaal exporterende landen, helemaal niet met elkaar, evenmin als met deze zelf, in evenwicht zijn, maar alle verschillend van kracht, van kapitalistisch - actieve of passieve - kracht. En onder hen nog vele die in het geheel geen eigen kracht hebben, maar die weerloos openstaan voor de plundering door het kapitaal.

Maar in al die landen, in de kapitaal exporterende zowel als in de kapitaal importerende, of zelf in het geheel geen kapitalistische kracht bezittende, is het proces van internationaal samenwerken van het kapitaal maar in zijn begin. Een klein deel van de ondernemingen in die streken wordt ontgonnen met internationaal samenwerkend kapitaal, het grootste deel van het kapitaal in eigen landen, de kolonies, de sferen van invloed, is eensoortig nationaal werkend kapitaal.

Wel wordt er in jonge agrarische landen veel vreemd kapitaal ingevoerd, maar dit wordt als in Noord-Amerika snel door het nationale overtroffen. Wel zijn er internationale trusts van nationale maatschappijen gevormd, maar daarin zijn de nationale kapitalen tegenover elkaar nog vaak als vijanden, als concurrenten, die alle voor zich het grootste deel opeisen. Zoals in de grote scheepvaarttrust tussen Europa en Amerika. Wel zijn er ook reusachtige trusts gevormd van nationale kapitalen tot een internationaal geheel, maar dit strijdt dan weer met reusachtige combinaties van andere landen. Zoals de Nederlands-Engelse combinatie, de Dordrechtse Koninklijke-Shell groep, die met haar petroleum-monopolies een verwoede strijd voert tegen de Standard Oil Company van Amerika. Wel wordt er in de kapitaal behoevende landen veel internationaal kapitaal geïmporteerd, maar een zeer groot deel daarvan blijft nationaal, tegen andere nationale kapitalen strijdend kapitaal.

Maar deze internationale kapitalen zijn tegenover de nationale kapitalen nog zulk een minderheid dat zij er tegen verdwijnen. In die ontzaglijke verwarring van landen, elk op eigen trap van ontwikkeling, waartussen geen evenwichtstoestand heerst, maar die elk hun eigen verhoudingen en voorwaarden hebben, beslaat de internationalisatie dus nog weinig.

En waardoor wordt nu het kapitaal in al die landen gestuwd? In Engeland, Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten, in Italië, Nederland, Zwitserland, Spanje, Noorwegen, Zweden, Denemarken, in Rusland en Japan, in Canada, Argentinië, Zuid-Afrika, Australië, in Engels en Nederlands-Indië, Algiers, Marokko, Egypte, in Congo, Brits en Duits-Afrika, in Hongkong en Sjanghai, in Kiaotsjou en andere delen van China? Door de natie, de natie die daar leeft of de macht heeft, door de natie als eenheid, als gehee1, als macht.

In al de kapitaalkrachtige landen van Europa en Amerika welt en stroomt het kapitaal op, door de loonarbeiders gemaakt, en vloeit weg, gestuwd door de kracht van de natie. In al de nog niet kapitaalkrachtige, niet volkomen, slechts gedeeltelijk industriële landen, als sommige delen van Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Australië, Japan. Wordt het bewaard en vermeerderd om het land, de natie, industrieel en kapitaalkrachtig te maken.

Uit al de kapitaalzwakke, door vreemd kapitaal uitgebuite landen van Azië en Afrika stroomt het daar gevormde nieuwe kapitaal weg, om de naties die hier heersen, maar ginds ver over zee liggen, te verrijken. Uit Perzië, India en Centraal Azië, uit Marokko en Algiers, Egypte en Soedan, Congo en geheel Centraal Afrika.

Maar alle landen, behalve dan misschien die van de laatste soort, die al te zwak zijn, proberen kapitaalkrachtig te worden of krachtiger en de grotere macht te verkrijgen. Engeland, Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Rusland, streven naar de allergrootste kapitaalsmacht. Italië, België, Zweden, Denemarken, Holland, Zwitserland, Japan naar grote macht.

En de half of geheel agrarische landen streven er naar zich tot onafhankelijke kapitalistische staten te maken, met eigen industrie: Canada, Argentinië, Australië, Zuid-Afrika.

En er zijn bovendien landen die hun nationaliteit nog moeten grondvesten op kapitaalvaste basis en die daarnaar streven. De landen van Oostenrijk-Hongarije, de Balkan, Turkije, China.

En de onderworpen koloniën beginnen te streven naar eigen onafhankelijk-kapitalistische macht: Engels en Nederlands-Indië, Egypte.

Maar overal is de natie, de nationaliteit, de stuwende kracht en tevens de grondslag waarop en waardoor het kapitalisme zich ontwikkelen kan. En overal is de internationaliteit van het kapitaal nog gering. En het zijn juist de kapitaalkrachtige landen als Engeland, Duitsland, Frankrijk, die het minst internationaal kapitaal hebben, het meest nationaal-kapitalistisch, of kapitaal-nationalistisch zijn.

En het zijn juist de kapitaalkrachtig wordende landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië, sommige staten van Zuid-Amerika, Japan, die beproeven het internationaal kapitaal te overmeesteren en nationaal-kapitalistisch te worden. [57]

En juist in kapitaalzwakke staten als China, Turkije, Perzië, is het internationaal kapitaal nationaal in die zin, dat het zich niet vermengt, maar onderling strijdt. (Zoals in Perzië het Engelse en Russische, in China dat van alle machtige staten etc.) Overal dus een streven naar nationaal zijn van het kapitaal. [58]

En al die naties hebben hun eigen belangen die met elkaar strijden. De kapitaalkrachtige industriële naties willen allen de meeste export van kapitaal. Zij willen alle grondstoffen en voedingstoffen producerende landen in hun macht. Daarmee botsen zij op elkaar. Want zij willen allen dezelfde landen, de rijkste landen.

De kapitaal-importerende naties willen zich vrij maken van de kapitaal-exporterende, en zelf kapitaal-exporteerend worden. Daarmee botsen zij op deze. En zij zoeken zelf al landen voor grondstoffen en voedingsmiddelen, zoals de Verenigde Staten en Japan. En daarmee botsen zij op elkaar.

En de nog niet gegrondveste nationaliteiten: China en Turkije, de Balkanstaten, willen vrije naties worden, met eigen nationaal kapitaal, onafhankelijk van de kapitaalkrachtige naties. Daarom komen zij in strijd met deze. En de onderworpen kolonies willen vrij en zelf kapitaalkrachtig worden. Daarmee komt hun belang met dat van hun uitbuiters in strijd.

Alle naties willen de machtigste, of zelf machtig, of zelfstandig worden door kapitaal, door kapitaalsproductie, door onderwerping van arbeiders, door kapitaalbezit. En de belangen van alle naties komen daardoor met elkaar in strijd.

Dit is het schouwspel van de aarde: kapitaalkrachtige naties, kapitaalzwakke naties, afhankelijke, overheerste, nog niet gegrondveste kapitalistische naties. Maar alle streven naar kapitaalovermacht en macht. Daarnaast nog de machtelozen, zoals de negers, die zelf nog niets kunnen en dus slechts buit en voorwerp zijn.

En aldoor groeit de expansie. Sneller en sneller. Door de aldoor sneller groeiende, jagende productiekrachten. De belangen worden groter, machtiger, heftiger. En de botsingen dus talrijker en sterker.

Maar hoe ontwikkelt zich het kapitalisme tot nu toe?

Hoe, op welke wijze, verbreidt het zich over de aarde, en door welke middelen wordt het nationaal machtig? Het antwoord is, zoals wij vroeger al zeiden, door strijd. Door bloedvergieten en moord.

Het kapitalisme dat de wetenschap, de techniek, het maatschappelijk bewustzijn, de betere arbeidsmethoden, grote rijkdom, het socialisme tenslotte, over de aarde brengt, deed dat altijd, en doet dat ook nu, alleen met doodslag en oorlog. Het richt zich om zijn doel te bereiken, zijn historische taak te volvoeren, om het kapitalisme te verbreiden over de aarde, en het internationaal te maken, tegen zichzelf in zijn delen en verbonden, tegen zwakke volkeren, tegen het proletariaat. Het vermoordt en verdrukt en maakt tot slaaf, de zwakke volken, het voert oorlog onder zich, onder zijn eigen leden, individuen en naties. Het ruimt voortdurend zijn zwakke leden door vernietiging en strijd en moord op. Het gebruikt het proletariaat als middel om te moorden en als materiaal om gedood te worden. Het richt zich in zijn imperialistische strijd tegen het wereld proletariaat. In één bloedbad van de eigen leden ouderling, van zwakken, van zwakke volkeren, en van proletariërs, groeit het op. Door een zee van bloed - deze oorlog bewijst het weer - waadt het naar zijn doel.

Nooit is de strijd, de oorlog meer het middel tot ontwikkeling van het kapitalisme geweest dan nu, onder het imperialisme. Dat zal nu niet anders worden! Er zal nu geen andere weg, geen ander middel tot ontwikkeling van het kapitalisme gevonden worden dan dit, dat eeuwen lang het enige grote middel is geweest.

Nu de opeenstapeling van het kapitaal in alle landen enorm is geworden en enorm groeit, meer dan ooit, nu dus de belangen bij expansie enorm zijn gestegen, duizendmaal groter zijn gewonden, nu de internationaliteit van het kapitaal, zijn internationale vermenging, wel in gang is, maar nog in het begin is, nu de naties, de nationale regeringen, de gewapende naties, de voornaamste steun, de stuwkracht zijn, die de kapitalisten hebben of trachten te krijgen, of waarop zij hopen, over de hele aarde om hun kapitaal te grondvesten, te vermeerderen of alleenheersend te maken over de hele aarde, nu de belangen aan alle kanten van alle volken op elkaar botsen rondom de gehele aarde, van Japan tot Nederland, van Rusland tot Zuid-Afrika, zal dit niet anders worden! De ontwikkeling zal nu evenzeer als vroeger met oorlog gaan. In één woord, nu de strijd tussen de belangen groter is geworden, en de expansie noodzakelijker, zal de strijd niet ophouden.

Integendeel, daar de ontwikkeling, de opeenstapeling van het kapitaal door de aldoor betere techniek en de aldoor grootere massa proletariërs, steeds sneller gaat, zal de strijd heftiger, de bewapening groter, de oorlog zwaarder en omvattender worden.

Dit is dus ons resultaat:

Het kapitalisme groeit en breidt zich uit over de wereld door de kracht van de naties. De internationalisatie van het kapitaal is nog gering. De internationale kapitalen zijn tegenover de nationale kapitalen nog een kleine minderheid. De nationale kapitalen, het kapitaal door de naties gevormd en bestuurd, zijn het overheersende, het de doorslaggevend kapitaal. En al die naties en nationale kapitalen hebben verschillende belangen.

En het enige middel tot oplossing van die strijd van belangen is de bewapening, de oorlog.

De bourgeoisie, een groot deel van de sociaaldemocraten, de reformisten en de radicalen, propageren de wereldvrede, de ontwapening, de beperking van bewapening.

Zij allen, die de vrede en de ontwapening prediken, zullen moeten aantonen - om te bewijzen dat zij mogelijk is - dat de belangen van de naties, van de nationale kapitalen overeenstemmend zijn.

En zij zullen moeten aantonen dat het kapitaal niet meer grotendeels nationaal, maar internationaal is.

Als zij dit niet kunnen aantonen dan is het ook zeker dat de ontwapening, de vrede, onmogelijk is.

Zij kunnen dit niet. Nergens is hun dit ook maar enigszins gelukt. Deze weerlegging is eigenlijk afdoende. Hiermee is voldoende gezegd. Want de tegenstrijdige kapitaalsbelangen van de naties voeren tot oorlog. Maar omdat dit boekje niet alleen moet dienen voor het duidelijk aantonen, aan de arbeiders, van de grote lijnen van de ontwikkeling van het imperialisme en de strijd van het proletariaat, maar ook voor de kleine oorlog, het debat enz. van de arbeiders, onderling strijdende en tegen de bourgeoisie, laten wij hier nog enige kleinere argumenten tegen de vredesbeweging en ontwapening volgen.

Zij die de vrede, de ontwapening of beperking van bewapening willen en propageren moeten aantonen dat zij mogelijk is. Zij moeten niet met holle frasen, met hoop of verwachting, of vage vergelijking met de trusts, maar precies, met voorbeelden en feiten, aantonen welk middel tot ontwikkeling zij hebben, onder het kapitalisme, anders dan strijd, en welk principe, anders dan macht. Zij moeten aantonen hoe in de duizendvoudige verscheidenheid van volken, die alle in andere verhoudingen zijn, alle van verschillende krachten, alle begerend naar macht, waarvan de belangen duizendvoudig op elkaar botsen, die niet in evenwicht zijn in zichzelf, noch met elkaar, hoe daar het evenwicht te brengen zonder strijd.

Zij moeten aantonen, precies, met de voorbeelden, met enkel voorbeelden uit de praktijk van politiek en economie, hoe zij zich die regeling denken, hoe de verdeling. Welk stuk zal Engeland, welk Duitsland krijgen, welk Rusland, welk Amerika, welk Frankrijk, welk Japan? Tot exploitatie, tot uitbuiting, tot macht of invloed. Volgens welk principe zal verdeeld worden en ontnomen? Wie zal de verdeler, de scheidsrechter zijn? Hoe zal het vertrouwen tussen die machten, en al de andere, komen zodat zij zich niet sterker wapenen?

Dit kunnen zij niet. Zodra gespecificeerd moet worden falen zij. Nog nooit is er een weg aangegeven tot ontwapening, ontwikkeling zonder strijd, verdeling naar ieders zin, harmonie en evenwicht.

Er was tot nu toe geen beginsel volgens welk de verdeling van de waarde, de ontwikkeling van het kapitalisme nu, onder het kapitalisme zoals het nu is, mogelijk was, dan de macht. Er was onder het kapitalisme, zoals het nu is, tot nu toe geen ander middel tot expansie, uitbreiding over de aarde, internationalisatie, dan het geweld.

Men zegt: het Recht. Maar waarom heeft Duitsland meer recht op Mesopotamië dan Engeland? Waarom heeft een van beiden het? Recht is macht. Het geweld, de macht, beslist. De voorstanders van beperking van bewapening moeten aantonen, welk ander recht.

Men zegt: men moet China enz. in sferen van invloed verdelen voor Frankrijk, Rusland, Duitsland, Engeland etc., elk een stuk. Maar behalve dat die verdeling slechts door strijd tot stand komt, ook hier beslist slechts de macht, zullen daardoor de wrijvingsvlakken tussen de mogendheden slechts groter worden, de sferen van invloed zullen zich niet gelijkelijk ontwikkelen, en deze zelf zullen tot oorzaak en voorwerp van nieuwe oorlogen worden.

Men zegt: de vrije handel. Maar hoe ontstaat de handel in de primitieve landen, in Centraal Afrika? Door geweld, door moord en oorlog. Alleen door moord dwingt men de zwakke bevolking tot levering van rubber en dergelijke. Wie zal die moord plegen, die wapens dragen? Duitsland of Engeland? Het geweld alleen kan beslissen.

Maar de handel is niet meer het voornaamste doel! Het voornaamste doel is kapitaalsexport, om nieuw kapitaal te maken. Het is de aanleg van spoorwegen, havens, fabrieken. En hoe brengt men die, hoe brengt men kapitaal in China, Perzië, Marokko, Tripolis, Centraal Azië. Mongolië, Korea? Hoe zorgt men voor de voorwaarden van kapitalistische productie, de heerschappij van het kapitaal, de proletarisering van de inboorlingen? Met geweld. Met onteigening. De Chinezen, Perzen, Marokkanen etc. willen echter niet onteigend, geen proletariërs, worden. Men onteigent hen toch, men slaat hun onwil met geweld neer. En wie moet dat doen, wie zal daar de onteigenaar zijn? Het geweld beslist, de oorlog. De bourgeois en socialisten, die voor de vrede zijn, moeten aantonen hoe de handel en export van kapitaal zullen plaats hebben zonder geweld.

Men zegt: het verkeer. Het verkeer is de band der volkeren, en dit is toch internationaal. De spoorwegen en stoomvaartlijnen verbinden alle naties. Maar de spoorwegen en stoomvaartlijnen zijn voor het overgrote deel in handen van nationale kapitalen en zij zijn elkaars concurrenten, d.i. vijanden. Maar bovendien, het grootkapitaal zoekt en wil de bronnen zelf van de meerwaarde, de oorspronkelijke, d.w.z. de grondstoffen, en de loonarbeiders en de productie van waren. Daarom gaat de oorlog. Het verkeer is slechts een secundaire bron. En de grootkapitalisten weten dat zij het verkeer wel zullen veroveren als zij de bodem, de grondstoffen en de inboorlingen als arbeiders hebben.

Maar is de vraag naar eenheid niet belachelijk als de belangen en de verschillen in kracht nog zo groot zijn? Als Engeland denkt dat het alles kan krijgen, waarom zou het zich verbinden met Duitsland? Als Engeland wint, waarom zou het met Duitsland delen? Als Duitsland wint, waarom zou het niet blijven vertrouwen om met een oorlog meer te krijgen? Als Rusland en de Verenigde Staten de haast oneindige bronnen voelen, die zij in zich hebben, en die zij nog moeten ontwikkelen, waarom zouden zij zich vóór die tijd met anderen verbinden en hun buit, die veel groter kan worden, kleiner maken? Zolang Duitsland denkt dat zijn militarisme alles verpletteren kan, waarom zou het zijn macht met de andere grootste staten delen?

Zolang er zulke reuzenstukken als China, Voor-Azië, Nederlands-Indië, delen van Midden-Azië en Afrika te verdelen zijn, zolang er nog zulke zwakken te verpletteren, te overheersen zijn, zal men op eigen kracht vertrouwen en de oorlog en het eigen imperium maken tot cultuurideaal.

Men zegt: men moet statenbonden vormen. Een Statenbond van Europa. Maar de belangen van Duitsland, Rusland en Engeland verzetten zich daartegen. Men zal misschien Statenbonden vormen, van Duitsland met Midden-Europa, Duitsland met Rusland, (dit dreigt zeer zeker in de toekomst, en misschien terstond na deze oorlog), Duitsland met Frankrijk, Duitsland met Engeland, maar het zal zijn om des te sterker oorlog te kunnen voeren en de zwakkeren des te sterker uit te buiten.

Men zegt: de kosten zijn te groot aan geld en aan levens. [59] Wij wezen er al op dat de miljarden uitgegeven voor imperialisme en oorlog, om Mesopotamie, Congo, China, Nederlands-Indië meester te worden, vergoed worden door miljarden rente. Men zal jaren moeten wachten, het proletariaat ontzaglijk laten lijden, maar dan komt de rente, honderdvoudig.

En nieuwe oorlogen, nieuwe bewapening kan, daar de productiekracht inmiddels stijgt, wéér hogere beloning brengen. Men zal de doden vergeten, al de ellende en alle kosten. En met alle kracht het nieuwe, frisse, bloeiende doel najagen met alle middelen.

Hoe weinig kennen zij toch de psyche, de ziel van het kapitalisme, die menen dat het nu veranderen kan, nu het imperialisme pas begint.

Wij wezen er al op dat de algemene geestesrichting van het kapitalisme geen enkele kosten, geen enkel middel schuwt, niet schuwen kan, om de uitbuiting van het kapitalisme over de aarde te bereiken!

Het wezen van het kapitalisme is meerwaardeschepping, in aldoor grotere mate. Meerwaarde die, aldoor sneller, nieuwe grotere meerwaarde maakt. Dus: uitbreiding, expansie. Dat is het wezen van onze maatschappij. Aan die tendens moet alles gehoorzamen wat kapitalistisch is.

Het kapitaal bestaat alleen door privaatbezit van productiemiddelen. Dat brengt, omdat slechts enkelen ze bezitten, noodzakelijk strijd. Strijd tussen de enkelen en de verbonden die zij maken, de naties. Wie aan het wezen van het kapitaal gehoorzaamt, moet dus ook aan dit middel gehoorzamen, het gebruiken.

Het is zeker waar dat grote kringen en rijen van de bourgeoisie, na deze vreselijke oorlog een afschuw zullen hebben van het imperialisme, en in ernst zullen hopen op en trachten naar vrede. Maar de vraag is of zullen zij dat kunnen maken? De vraag is niet wat zij voelen, maar wat zij kunnen doen.

De leiding van economie en politiek van het kapitaal hebben de grote magnaten van bank en industrie. Zij vrezen de oorlog niet, maar gebruiken hem voor hun doel de uitbuiting van de wereld, het maken van de bewoners tot proletariërs. De oorlog brengt hun die uitbuiting, hij is hun beste, hun sterkste middel, en faalt tenslotte nooit. Hij brengt hun de aarde en de arbeiders onder hun macht. En daarom, omdat zij de macht zijn die slaagt in het doel van het kapitalisme, omdat zij de macht zijn die het kapitaal waarlijk vruchtdragend maakt, voorgoed, algemeen, overal, omdat zij de dragers en de uitvoerders zijn van de expansiekracht, daarom kunnen alle andere kapitalisten en klassen die van dit wezen van het kapitaal, de meerwaarde, leven, niet anders doen dan hen volgen en gehoorzamen.

Deze onzichtbare, aan de massa onbekende machten, de magnaten van grootbank, van industriesyndicaten, regeren de wereld niet eens zozeer door hun politieke en economische macht. Zij regeren de wereld veeleer doordat zij volkomen geheel en al het wezen van het kapitaal vertegenwoordigen.

In hun reusachtige kapitaalmassa, geconcentreerd en georganiseerd, ligt de expansiekracht van het kapitaal opgesloten. Zij zelf gehoorzamen aan de uitzettingskracht, zij zelf gehoorzamen aan het wezen van hun kapitaal. En hun gehoorzamen weer alle mensen die van de meerwaarde leven.

Wel kunnen de kleine kapitalisten en de middenstand voelen dat zij tegen hun wil het grootkapitaal gehoorzamen, maar dit veranderen kunnen zij niet.

Alleen het proletariaat dat een ander doel heeft, niet de uitbuiting, maar het socialisme, kan zich tegen het imperialisme verzetten.

Reeds ziet men klaar en helder hoe het na de oorlog zal gaan.

In een ontzaglijke bewapening zullen alle naties zich hullen. De ganse aarde zal star zijn van wapenen. Een ontzaglijke huichelarij van vrede zal die bewapening vergezellen. De voorstellen tot bewapening, groter dan ooit, zullen de parlementen van alle volkeren bereiken. En alle leden van de burgerlijke partijen, vredesvrienden of niet, zullen toestemmen in de bewapening. En als de oorlog dan weer nadert staan de legers oneindig groter en machtiger dan nu tegenover elkaar, en de nog bloediger strijd om de beheersing van de aarde begint opnieuw.

Het kan niet anders. Deze oorlog bewijst weer hoe alle individuen van de kapitalistische klassen, en die hun gehoorzamen, door het instinct van zelfbehoud gedreven en door de sociale instincten die het behoud van de maatschappij willen waarin men leeft, met welke men een is, geen enkele kost, noch van bezit, noch van bloed, vrezen om het kapitalisme, het enige waardoor zij bestaan, uit te breiden door strijd. Zelfs al zouden de kapitalisten ontwapening, vrede, beperking van bewapening willen, zij zouden niet kunnen. Het kapitalisme heeft zijn eigen wetten door zijn aard. En de hoofdwetten zijn: uitbreiding en strijd.

Nogmaals. De bourgeois, de reformisten en de radicale socialisten moeten aantonen: of dat het kapitaal grotendeels internationaal, niet meer nationaal is, of dat de belangen van de naties overeenstemmend zijn.

En zij moeten ook aantonen dat nu, in deze verhoudingen die er nu nog zijn tussen individuen en naties, de wil van de kapitalisten, de leden van de kapitalistische maatschappij, vrij is om op andere wijze dan het kapitalisme nu nog voorschrijft, het kapitalisme te ontwikkelen. Zij moeten aantonen dat niet het kapitalisme de kapitalisten, maar omgekeerd de kapitalisten het kapitalisme beheersen.

Maar dit alles kunnen zij niet. Maar dit is ook niet hun doel. Hun doel is: afhouden van het proletariaat van de strijd.

De reformisten en de radicalen zijn, terwijl de wereldoorlog nog woedt, bezig met de bourgeoisie, om een middel te zoeken om het proletariaat opnieuw na de oorlog te ontzenuwen, te ontkrachten en te bedriegen.

De radicalen, de reformisten, en de bourgeoisie hebben al een middel gevonden om de arbeiders opnieuw af te brengen van de revolutie, om hen te doen geloven in de bourgeoisie en niet in de eigen kracht.

Dat middel is de ontwapening. Dat middel is het Statenverbond van Europa. Dat middel is de wereldvrede.

Zij allen gaan prediken, niet de strijd tegen de oorlog, tegen het imperialisme, tegen de bourgeoisie, maar de strijd - met de bourgeoisie - voor de vrede.

Het spreekt vanzelf dat de bourgeoisie zich, evenals vroeger, de schijn zal geven de vrede, nu vooral na deze vreselijke oorlog, lief te hebben, de vrede te willen. Terwijl zij zich intussen tot het uiterste bewapent. Daarmee wil zij het proletariaat doen inslapen.

En terwijl de bourgeoisie zich die schijn geeft, en met woorden meer dan ooit vroeger de vrede prijst en daarmee praalt, zullen de reformisten de gelegenheid hebben om wederom met die bourgeoisie te gaan, met haar te konkelen bij verkiezingen, compromissen met haar te sluiten, zetels te veroveren, macht - voor zich - te krijgen. Dat kunnen zij doen, want de bourgeoisie wil immers de vrede!

Daarvoor dient de reformist de vrede, de ontwapening.

En de radicalen zullen de gelegenheid vinden om, daar de bourgeoisie toch zelf belang heeft bij ontwapening en deze wil, het proletariaat daarmee van revolutionaire actie af te houden. Want zij vrezen die actie.

Daarvoor dient de ontwapening de radicalen.

Reeds ziet men overal de tekenen daarvan. Reeds maken reformisten en radicalen in alle landen zich daartoe gereed. [60] Reeds leest men het in couranten en tijdschriften van de radicalen. Reeds heeft Kautsky de leuze van ontwapening, van ophouden met imperialisme en met de wedstrijd in bewapening aangeheven. [61] Het zal de leuze zijn waarop allen weer bijeenkomen. Het zal van Kautsky tot de laatste reformist de leuze worden voor de toekomst. Het zal ook de leuze worden van wederaansluiting bij de bourgeoisie.

Allen die het proletariaat tegenhielden en bedrogen, allen die stemden voor de oorlog, allen die het socialisme schonden, zullen zich verzoenen onder die leuze en elkaar hun zonden vergeven. Het zal de leuze worden van de herenigde Internationale. En onder die leuze zal de Internationale, zullen alle nationale partijen, weer worden ontkracht.

Bovendien is de bourgeoisie, terwijl zij zich tot het uiterst wapent, toch ook voor de wereldvrede, omdat het kapitaal dan de zwakke volkeren in de koloniën oneindig sterker zou kunnen uitbuiten. Kon het kapitaal de koloniën, de sferen van invloed, staten als China onder zich verdelen zonder oorlog, dan had het niets uit te geven voor legers en vloten, maar kon alles aanwenden tot uitbuiting en uitzuiging van die landen. Dan eerst zou het kapitaal reusachtig groeien.

Het doel, het niet te bereiken doel, van de vredesbeweging is dus, achter haar mooie frasen: de kneveling van het proletariaat, de onderwerping en uitbuiting van de zwakkere volkeren. Voor zover zij niet huichelarij of zelfbedrog is, is zij dus reactionair. Terwijl zij de strijd, het enige middel nu nog tot ontwikkeling wil doen ophouden, is zij reactionair.

Maar zowel als huichelarij en zelfbedrog als middel tot grotere kneveling en uitbuiting, is zij de keerzijde van het imperialisme. Vredesbeweging en imperialisme behoren bij elkaar. Zij zijn twee zijden van hetzelfde ding.

Evenals de sociale wetgeving de liefde voor de arbeiders de keerzijde is van de steeds heftiger uitbuiting, de steeds intenser arbeid, de fellere klassenstrijd, zo is de vrede, de ontwapeningsbeweging de keerzijde van het imperialisme. Alleen is zij nog onvruchtbaarder.

Evenals de sociale wetgeving moet dienen tot tempering van de nationale klassenstrijd, zo is de vredesbeweging het middel tegen de internationalen. De vredesbeweging is wat de godsdienst is in de wereld, de kerk in de maatschappij, het hart tegenover het verstand, de geest tegenover het lichaam, het goede tegenover het kwade. Zij is, met de oorlog, het dubbelzinnige, het tweeslachtige van de maatschappij die op uitbuiting berust en waarin het kwade overwint.

De vredesbeweging is de poging van de bourgeoisie en allen die met haar denken, om het kapitalisme in staat te stellen, ook door het imperialisme, ook door de oorlog, zich uit te leven tot volkomen macht, tot gehele uitbreiding over de wereld. Zij is de poging om het proletariaat af te houden van zijn taak, van zijn poging om onder het imperialisme, onder de oorlog - voordat het kapitaal zijn taak, de uitbreiding over de wereld geheel vervult heeft - het kapitaal op te heffen en het socialisme te stichten.

De vredesbeweging is de poging om door voorspiegeling van de mogelijkheid van de kapitalistische vrede, de socialistische onmogelijk te maken.

De vredesbeweging is de poging van de bourgeoisie, de reformisten en de radicalen om, nu het proletariaat staat voor de keuze van imperialisme of socialisme, het proletariaat te sturen naar het eerste. De vredesbeweging is de poging van het imperialisme van de bourgeoisie tegen het socialisme van het proletariaat.

Dwaas, dom en blind van het proletariaat, dat nu al zijn tactiek zou inrichten op deze toekomstdroom, op vrede onder het kapitalisme. Misleiders zij die, bourgeois of socialist, bewust of onbewust, het proletariaat daarmee willen doen inslapen. Het zou weer zichzelf verdoemen tot passiviteit. Het zou weer, evenals nu, gewurgd worden door het imperialisme en de oorlog, vermorzeld door de ontwikkeling. Het zou weer niets dan nederlagen en nadeel lijden. Het zou opnieuw ondergaan.

Het proletariaat luistere slechts, niet naar de theorie alleen, maar naar de werkelijkheid. Het lette slechts op de leidende kracht, het grootkapitaal. Reeds siddert de grond van nieuwe oorlogen na deze. Reeds vallen de nieuwe breuken. Reeds dreunen door de donder van de kanonnen nieuwe geschillen. Wanneer Engeland, Frankrijk en Rusland overwonnen zullen hebben, dan eigenen zij zich Arabië en Mesopotamië, Syrië en Armenië, misschien de Bosporus, toe, en waarschijnlijk de Duitse koloniën. Dit zal Duitsland nooit blijvend dulden. Het zal zich opnieuw wapenen en nieuwe verbonden zoeken.

Als Duitsland wint, neemt het Franse en Belgische koloniën en verzekert zich van oppermacht in Turkije, Klein-Azië, Mesopotamië en Arabië en daarmee de doorgang over land naar India. Dat kan Engeland niet dulden. Het zal zich opnieuw bewapenen, zo ook Frankrijk, zo ook Rusland.

Wint geen van allen, dan wapenen allen zich des te beter. Onmiddellijk na deze oorlog komt een bewapening, zoals nog nimmer, over de wereld. Het imperialisme blijft, en de bewapening, en de oorlog blijft. In de schoot van deze oorlog, wij zeiden het al in de aanvang van dit geschrift, ligt nieuwe oorlog, nieuw imperialisme, nieuwe grotere bewapening.

De grote staten en de kleinere, kortom alle kapitalistische staten, en die het worden, en zelfs vele die het worden willen, blijven als roofdieren liggen gereed om hun prooi, hun buit, de zwakke volkeren en elkaar te bespringen, en het proletariaat van hun naties, en het internationale proletariaat te vermoorden.

En als dit alles dan beslist is, waarover nu de oorlog gaat, dan dreigen weer nieuwe oorlogen. Want nog is dan het vraagstuk op de Balkan niet voorgoed beslist. De nationaliteiten van Oostenrijk staan evenmin nog op vaste basis. Rusland heeft geen uitgang aan de Atlantische Oceaan, Duitsland is nog niet machtig genoeg. Engeland nog te machtig. Het is voldoende om enkele namen te noemen om nieuwe oorzaken tot oorlog en zekerheid van bewapening voor de geest te roepen. Duitsland en Nederland en België, Rusland en Scandinavië, Oostenrijk-Hongarije en de Balkan, Italië en de Balkan en Griekenland, Turkije, Abyssinië, Egypte, Perzië, Centraal-Azië, China, Mongolië, Engels, Nederlands, Frans-Indië, Centraal en Zuid-Afrika, Mexico en Midden-Amerika, Zuid-Amerika misschien - en tenslotte, maar niet het minst, de wordende reusachtige kapitalistische rijken, de Verenigde Staten, Rusland en China.

Alles blijft nog in spanning, niet in evenwicht. En het kapitaal groeit, de noodzakelijkheid tot expansie, maar tevens tot onafhankelijkheid groeit. Overal.

En alle belangen botsen op elkaar. Nog voor lang, nog voor vele, vele jaren. Overal in alle delen van de wereld.

Het lijdt geen twijfel. Het imperialisme heeft zijn intrede gedaan. De kapitaalsexpansie van de machtigen stoot op het onafhankelijkheidsbewustzijn en de zelfstandigheidswil van de zwakkeren en nog machtelozen. Zij stoot in al haar delen op zichzelf. Een ontzaglijke wereldbotsing van kapitalistische krachten op elkaar, van de machtigen op de zwakken. Van verbonden van allen op elkaar, is begonnen. Een reeks van oorlogen dreigt, reusachtige bewapeningen zijn zeker, over de hele wereld. Het proletariaat zal verdrukt en vermoord worden door bewapening en oorlog op een wijze, in afmetingen, zoals nog nooit. Het imperialisme blijft. De oorlog blijft.

En weer rijst daarom de vraag: Wat zal het proletariaat doen? Het proletariaat dat alleen de drager van de vrede is. Dat alleen gelijke belangen heeft. Dat alleen de vrede onder het imperialisme kan brengen, doordat het het kapitalisme en daarmee het imperialisme opheft.

Het proletariaat dat in West-Europa, in Engeland en Duitsland vóóral, de keuze kan stellen: imperialisme of socialisme.

Zal het proletariaat weigeren om langer het imperialisme te dienen? Zal het weigeren om voor de winst van kapitaalmagnaten, en alle kapitalisten, telkens weer gewurgd, vermoord te worden? Wat zal het proletariaat doen? Wat zullen de arbeiders doen?

Zullen zij zover komen, zo sterk worden, zo hoog stijgen dat zij onder het imperialisme, het socialisme en de vrede brengen? Zullen zij daarvoor de kracht hebben? Terwijl het kapitaal nog niet internationaal is, zullen zij internationaal kunnen worden? Zullen zij het sneller kunnen worden dan het kapitaal? [62]

Het is mogelijk, want het kapitaal, hoewel niet internationaal vermengd tot één geheel, staat toch als één geheel tegenover de belangen van het internationale proletariaat het bedreigt hen in alle landen gelijkelijk, internationaal dus, door zijn imperialisme en oorlog, met lange jaren van ellende, onderdrukking, achteruitgang, dood en ondergang.

Het kapitaal moet zich uitbreiden, en kan dat alleen door het vermoorden van miljoenen proletariërs. Het proletariaat kan dat niet dulden. Hier is dus de botsing voorhanden die de grondslag van de revolutie kan zijn. Het imperialisme kan de keten worden die het kapitaal om zijn productiekrachten slaat, en die het eerst moet worden gebroken.

De verwoesting van zijn eigen levende en dode productiekrachten door de oorlog kan de crisis worden waaruit het socialisme te voorschijn komt. Het proletariaat kan dus internationaal revolutionair gaan handelen. Een gelegenheid tot revolutionaire actie van het gehele internationale proletariaat doet zich voor zoals nog nimmer, nu vorsten en kapitalisten de arbeiders bij miljoenen hebben geslacht, nu de komende economische nood, de zware politieke onderdrukking, de geweldige bewapening en de komende nieuwe wereldoorlog, de nieuwe slachting in alle landen, in alle werelddelen bedreigen.

Het proletariaat kan dus internationaal worden door strijd. Maar daarvoor is een ontzaglijke grote mate van geestkracht en kracht van hart en idealisme nodig. En van organisatie.

Maar is die organisatie niet al voor een groot deel aanwezig? Het komt er slechts op aan ze met een andere, de internationale geest te vervullen, met andere nieuwe zielskracht, en kracht van hart.

Het proletariaat staat door deze eerste imperialistische wereldoorlog, en door het gehele imperialisme, en door de reeks van bewapeningen en oorlogen die volgen, op een tweesprong. [63]

Twee wegen openen zich. De ene weg is die van reformisten en radicalen. Het is deze om met het imperialisme van de bourgeoisie te gaan. Dus in de praktijk te zijn voor de oorlog en in de mond voor de vrede. Om te zijn voor de natie in de daad en haar macht, en in schijn voor de vrede. In de daad nationaal, chauvinist en imperialist, in schijn internationaal. Dus te handelen zoals het nu bij deze oorlog gehandeld heeft. Het proletariaat kan en zal misschien die weg volgen.

Als het proletariaat die weg volgt, dan ontstaat in de politiek en in de economie van het proletariaat een reusachtige stilstand en achteruitgang. Oneindig veel groter dan dat waarin het proletariaat voor deze oorlog al was. Want dan krijgt men deze toestand. Elke staat, door en door chauvinistisch en imperialistisch - hetzij aanvallend of verdedigend - wapent zich voortdurend sterker. De democratie gaat onder in het militarisme.

Daar al het beschikbare geld wordt uitgegeven voor het imperialisme komen er geen sociale hervormingen. Daarom worden er aldoor beloften gegeven door bourgeoisie, reformisten en radicalen. Het proletariaat gelooft die, volgt bourgeoisie en deze leiders, wordt geheel ontzenuwd en gedemoraliseerd. Daar echter de oorzaken en gevolgen, de begeleidende verschijnselen van het imperialisme, de grote trusts, de sterke ondernemersbonden en de grootbank tegelijk met het imperialisme toenemen in kracht, wordt ook de economische strijd van het proletariaat veel moeilijker dan hij al was. De invoerrechten en indirecte belastingen stijgen, de duurte neemt toe, de crisissen worden zwaarder, en ondanks tijden van bloei van de industrie, de koopkracht van het loon zinkt. Het proletariaat ontvangt dus geen verbeteringen, noch politiek, noch economisch. Daar het echter toegeeft aan het imperialisme, wordt de politieke strijd ijdel en verdwijnt. Het proletariaat verliest, daar het ziet dat de sociaaldemocratie het imperialisme, het centrum van de kracht van het kapitaal niet aanvalt, alle zelfvertrouwen. Het wordt een massa die de slaaf is van de heersenden. Waaruit alle geestkracht, alle idealisme, verdwenen is. Een massa die alleen als slaaf materieel voordeel zoekt, en een gewillig werktuig is van het imperialisme. Een lage nationale massa in de dienst van de natie, zonder socialisme, zonder internationalisme, zonder internationale politieke strijd, die nu alleen de geest van een socialistisch proletariaat kan zijn. Het proletariaat hult zich met de bourgeoisie in een wolk van vredeshuichelarij terwijl zij beide weten dat zij voor de oorlog gereed staan, maar spreken van internationalisme en vrede. Dan komen telkens oorlogsbedreigingen, en misschien langzamer, misschien snel opeen, oorlogen over de wereld of gedeelten daarvan. Door dat alles wordt het proletariaat ook geestelijk, moreel, zeer zwak.

Evenals in de nieuwe geschiedenis, in de aanvang van de negentiende eeuw in Engeland, hoewel op een hogere trap, ontstaat een redeloos, gedemoraliseerd proletariaat dat nu eens werk heeft, dan een aalmoes krijgt, dan plotseling in vernietigende oorlogen wordt gestort.

In plaats van een trots, krachtig, strijdend proletariaat, ontstaat een nieuw, slaafs, laag gedrukt onder de trusts, de grootbank, de almachtige regeringen, het imperialisme, zonder geest, zonder wil, zonder hart.

De klassenstrijd is ijdel. Soms komt een beloning voor de vrijwillige slavernij. Lege woorden en praal zijn alles. Het gehele proletariaat is ontkracht. En die toestand breidt zich uit over Europa.

Maar het proletariaat kan ook de andere weg kiezen. Het kan het imperialisme gaan bestrijden. Het kan het nationalisme van bourgeoisie en van zichzelf gaan bestrijden. Het kan internationaal worden met de daad.

Het kan nationaal het imperialistische nationalisme van de bourgeoisie en de arbeiders bestrijden. Het kan in de eerste plaats zijn nationale politiek in overeenstemming brengen met de nieuwe krachten van het kapitalisme, het imperialisme. Het kan daartoe het revisionisme vernietigen. Het kan internationaal de oorlog en het wereldimperialisme bestrijden.

Het kan daartoe een nieuwe Internationale stichten.

Als het proletariaat die weg volgt dan komt het in een voortdurend hogere opgang. Zo groot en sterk als het nog nimmer bereikte, en waarbij vergeleken alles wat het tot nu toe deed klein wordt. Want terwijl het imperialisme en kapitalisme zich steeds verder, door steeds sterker bewapening en strijd uitbreidt over de aarde, stijgt het proletariaat door zijn strijd er tegen altijd hoger. Door nooit toe te geven aan imperialisme, door zich voortdurend, tot het uiterste tegen imperialisme en oorlog te verzetten, behaalt het binnen de naties de politieke hervormingen die nog te behalen zijn.

Daar het proletariaat ziet dat de sociaaldemocratie het sterkste bolwerk, de hoogste kracht van het kapitaal, het imperialisme aanvalt en dit niet vreest, krijgt het vertrouwen. Het krijgt daardoor vertrouwen om ook de andere bolwerken van het kapitaal, de trusts, de syndicaten, de ondernemersbonden aan te vallen en de macht van de vakbonden stijgt daardoor. Ook zij behalen de hervormingen die nog te bereiken zijn.

Daar echter het imperialisme, de imperialistische regeringen, de trusts en de ondernemersbonden één zijn, één geheel van organisatie, van wil, doel en macht, zo wordt de strijd tegen hen allen één. En wat het proletariaat zolang nastreeft: de volkomen eenheid van politieke en vakactie wordt daardoor nu, vanzelf, door het imperialisme en door de onverschrokken strijd daartegen, bereikt.

Door zijn voortdurend, met alle krachten, tot het uiterste gevoerde strijd tegen het imperialisme, sleept het het gehele proletariaat, ook de ongeorganiseerden, mee. Langzamerhand wordt het een macht die de bourgeoisie vreest, en waardoor zij vreest voor oorlog.

En daar de strijd internationaal wordt gevoerd, wordt langzamerhand de Internationale volkomen internationaal, volkomen internationaal georganiseerd, en één. En doordat het karakter van de massa en individuen, van arbeiders, dus door de massa-actie, en de internationale actie, alle kleinheid verliest, stijgt het door het alles overtreffende doel der arbeidersklasse tot een hoogte waarbij de kracht van de grootste revolutionaire perioden van de bezittende klassen verbleekt.

En daar het kapitalisme onmogelijk kan toelaten dat zijn expansie, zijn imperialisme, wordt ingeperkt door het proletariaat, wordt deze strijd van het internationale proletariaat vanzelf de strijd om de socialistische maatschappij.

De strijd der Internationale is dan de strijd voor het socialisme.

En wie zou ons dan kunnen weerstaan?

In één voortdurende opgang daartoe, komt het proletariaat als het de tweede weg volgt, als het de nieuwe Internationale tot die strijd tegen het imperialisme schept.

Deze oorlog, wij herhalen het, is het vuur, kan het vuur worden, waaruit de Internationale gelouterd te voorschijn komt. Die nieuwe Internationale moet gevormd worden.

Die nieuwe Internationale moet ontstaan. De marxisten zullen alles doen om te maken, dat zij ontstaat. Die nieuwe Internationale is mogelijk. Zij is noodzakelijk, omdat zij volgt uit de ontwikkeling van het kapitalisme en imperialisme, zoals wij ze voor ons zien. [64]

Langzamerhand onderscheiden wij duidelijker en duidelijker twee fasen in het moderne kapitalisme. De eerste was die van de vrije concurrentie. De nationale staten worden gevormd. De kapitalisten buiten de arbeiders van hun natie uit. Koloniën dienen slechts voor de handel.

In overeenstemming met die toestand verenigen de arbeiders zich nationaal. In partij en vakvereniging. De internationale koloniale kwesties raken hen niet. Dit is de fase, die achter ons ligt.

De tweede fase is die van het monopolie. De concurrentie verdwijnt. De grootbank wordt de centrale leider van industrie, handel, landbouw. Zij wordt meer en meer, hoewel nog in het begin en langzaam, internationaal. Het kapitaal verbreidt zich over de aarde. De kartels, trusts en syndicaten vormen zich.

In verband hiermee verscherpt zich de klassenstrijd. De patroonsbonden worden overmachtig. De sociale wetgeving komt tot stilstand. In deze fase moeten de arbeidersverenigingen grote industriële verbonden vormen en neemt de politieke strijd van de arbeidersklasse groter, scherpere, vormen aan. De massa-actie begint tegen de Patroonsbonden, de syndicaten, de regeringen. Deze actie is voorlopig alleen nog nationaal. Gericht tegen de nationale uitbuiting, de stilstand van wetgeving, de verzwaring van de nationale omstandigheden.

Maar nu komt het imperialisme op, het streven van alle machtige naties om hun gebied uit te breiden. Het imperialisme dat, schijnbaar met nationale tendens, schijnbaar een strijd voerend tegen het proletariaat van zijn natie, inderdaad doordat alle staten imperialistisch zijn, alle elkaar bekampen en alle strijden om de wereldmacht, als een geheel strijd voert tegen het gehele proletariaat.

En als antwoord daarop, op die eerste gezamenlijke actie van het wereldkapitaal tegen het wereldproletariaat, moet nu de eerste internationale actie van het proletariaat beginnen.

In de vroegere jaren: tegenover het naar vakken en naties verdeelde patronaat, de nationale vakvereniging.

In de vroegere fase tegenover de nationale ondernemersbonden, het nationale vakverbond.

In de vroegere fase tegenover de nationale regering, de nationale partij.

Nu, in deze fase, naast deze organisaties: Tegenover de internationale trust, het internationale bankkapitaal, het wereldvakverbond.

Tegenover het imperialisme, de politiek van alle staten, de nieuwe internationale partij.

Tegenover beide, nationaal en internationaal, de actie van de massa.

Dat is de fase waarin wij leven.

De weerspiegeling van deze gedachte, de omzetting in de materie hiervan, de daad hiervan, dat moet de nieuwe Internationale zijn. Die uit de oude, uit deze oorlog, moet geboren worden.

Alle arbeiders die voelen dat tegenover al de nieuwe verschijnselen van onze tijd, naast de revolutionaire vakstrijd en de revolutionaire parlementaire strijd, deze waarlijk nieuwe Internationale en de actie van de massa nodig is, moeten deelnemen aan haar schepping en toetreden tot de richting van de arbeidersbeweging die haar zo maken wil. De revolutionaire massa-actie van het wereldproletariaat tegen het wereldkapitaal, zij moet het program, de geest, de wil en de daad zijn van de nieuwe Internationale.

Alle leiders, alle arbeiders, die in de nationale partijen van de wereld, voelen, begrijpen, weten, dat de Internationale dit moet doen, moeten zich samen verenigen, samen een organisatie vormen om èn in hun nationale partij, èn in de internationale partij propaganda te maken voor deze gedachte en deze daad te organiseren.

Het program van deze organisatie moet zijn:

Zolang het imperialisme en de wereldoorlog het proletariaat bedreigt, zolang de vreedzame ontwikkeling van de arbeidersstrijd niet verzekerd is,

- ten eerste geen compromissen of verbonden te vormen met enige burgerlijke partij;

- geen enkele verantwoordelijke taak op zich te nemen door het proletariaat;

- het imperialisme te maken tot de as, de spil van de nationale en internationale politiek;

- alle kredieten voor militarisme en imperialisme te weigeren, ook in geval van oorlog;

- het imperialisme en al de nevenverschijnselen van het imperialisme, als verzwaring van de vakstrijd, stilstand van arbeidswetgeving, onthouding of beroving van politieke rechten te bekampen, naast de gewone middelen van vak- en parlementairen strijd, door de nationale massa-actie;

- het imperialisme en de oorlog te bekampen door de massa-actie van het internationale proletariaat.

Daartoe roepen wij bij dezen het internationale proletariaat op. [65].

Voetnoten

[56] De oorlog wordt immers ook gevoerd tot internationalisatie van het kapitaal, zo bv. door Duitsland om het Franse kapitalisme te dwingen zich te verbinden met het Duitse.

[57] Rusland gebruikt het vreemde Franse kapitaal voor een groot deel voor zijn militarisme en imperialisme, d. i. om zich als kapitalistische natie te grondvesten.

[58] Hier ligt de hoofdoorzaak van het nationalisme en chauvinisme onder het imperialisme. Hierdoor krijgen onder het imperialisme nationalisme en chauvinisme hun geweldige kracht.

[59] Sommigen zullen ook zeggen dat de oorlog onmogelijk is geworden door de ontzaglijke legers en de geweldige bewapening zelf. Dat men elkaar niet meer overwinnen kan, dat er geen uitslag meer komt. Maar de techniek en de wetenschap zullen nieuwe wapens, nieuwe strategieën vinden. Omdat de uitbreiding van het kapitaal ze eist.

[60] Voor het zelfde doel als de ontwapening, nl. voor het in slaap brengen van het proletariaat en het samengaan met een deel van de bourgeoisie dienen de andere nieuwe eisen van radicalen en reformisten: de internationale arbitrage en de afschaffing van geheime diplomatie.

[61] Men leze de volgende plaatsen: Op p. 7 van Die Neue Zeit (2 oktober 1914). De sociaaldemocratie zal streven naar duurzame vrede “door het uit de weg ruimen van verhoudingen die de oorlog veroorzaakten, d.w.z. van de imperialistische verhoudingen en van de wedstrijd in bewapening.” Hier wordt dus duidelijk weer, evenals vóór de oorlog, aan het proletariaat voorgespiegeld dat de ontwapening nu mogelijk is, en de sociaaldemocratie daartoe in staat is. Ja, zij is zelfs in staat de imperialistische verhoudingen weg te ruimen!

En op p. 250 van Die Neue Zeit (27 november 1915) wordt als het blijvende doel van de Internationale, nadat nog eens uitdrukkelijk in het artikel gezegd is dat de sociaaldemocraten deel moeten nemen aan een oorlog wanneer de inval dreigt, genoemd: “Strijd voor de vrede, klassenstrijd in de vrede.” Strijd tegen de oorlog van de toekomst wordt niet meer genoemd, en evenmin gezinspeeld op de revolutie na de oorlog. Vergelijk hiermee wat de vroegere Kautsky, de Kautsky van 1908, schreef in De Weg naar de macht over de oorlog, het imperialisme en bewapening: “Het met zoveel moeite bereikte politieke evenwicht van staten gaat door onverwachte veranderingen, waarop zij geen invloed hebben, aan het wankelen. Problemen waarvan de vreedzame oplossing onmogelijk scheen, en die men daarom op de lange baan schoof, zoals de verhouding tot de Balkanstaten, staan plotseling op en eisen hun oplossing. Onrust, wantrouwen, onzekerheid overal. De door de wedstrijd in bewapening al verhoogde nervositeit wordt op de spits gedreven. De wereldoorlog komt nu dreigend nabij.

De ondervinding van het laatste tiental jaren bewijst echter dat oorlog revolutie betekent, die grote politieke machtsverschuivingen tengevolge heeft. In het jaar 1891 dacht Engels nog dat het een groot ongeluk voor ons zou zijn wanneer er een oorlog kwam die de revolutie veroorzaakte en ons aan het roer bracht, omdat dit ontijdig zou geschieden. Een tijdlang kon het proletariaat door gebruiken van de gegeven staatkundige bodem nog met meer zekerheid vooruit komen, dan door het risico van een door oorlog veroorzaakte revolutie. Sinds die tijd is de situatie zeer veranderd. Het proletariaat is tegenwoordig zoveel sterker dat het een oorlog met meer gerustheid tegemoet kan gaan...”

“In deze algemene onzekerheid is echter de eerste taak van het proletariaat duidelijk aangegeven. Wij hebben haar reeds genoemd. Het kan niet meer vooruitgaan zonder verandering van de grondslagen van de staat waarop het zijn strijd voert. Om met de meest mogelijke energie aan te sturen op de democratie in het rijk, maar ook in enkele staten, voornamelijk in Pruisen en Saksen, is de eerste taak van het proletariaat in Duitsland, zijn eerste internationale taak de strijd tegen wereldpolitiek en militarisme.

Even duidelijk als deze, zijn ook de middelen waarover wij kunnen beschikken.

Bij de tot nu al gebruikte is nog de massa-staking gekomen...”

“Hoe onverzoenlijker, consequenter, vaster de sociaaldemocratie blijft, des te eerder zal zij haar tegenstanders overmeesteren...”

Kautsky heeft toen het imperialisme nog ver was, toen het zich nog ver als schaduw, als schema, vertoonde, het begrepen, gezien, en gezegd hoe men het aanvallen moest. Toen het echter in vlees en bloed, levend naderde, is hij, en zijn met hem de radicalen, op de vlucht gegaan. Dat het imperialisme en de imperialistische oorlog het proletariaat van de wereld verenigt, had hij trouwens niet begrepen. Kautsky - en hij is hierin zeker de woordvoerder van bijna geheel de sociaaldemocratie tot nu toe - meent dat de belangen van het proletariaat van de verschillende naties in geval van oorlog verschillend zijn. Hij schrijft op p. 246 van Die Neue Zeit (november 1914): “In het partijtrekken volgens nationale gezichtspunten ligt zonder twijfel een groot gevaar voor de Internationale. Wel is het partijtrekken in de oorlog tot afweer van een vijandelijke inval zeer wel verenigbaar met onze beginselen. De beslissing naar deze maatstaf staat zeker theoretisch niet zo hoog als die volgens de maatstaf van de belangen van het proletariaat van de wereld. Maar ten eerste faalt deze maatstaf in deze oorlog bijna geheel...”

Hier ziet men het verschil tussen Kautsky en mij duidelijk. Ik meen dat het imperialisme de belangen van het wereldproletariaat gelijk maakt, en dat deze eerste imperialistische wereldoorlog dit bewijst.

[62] De Russische revolutie van 1917 heeft de wereldrevolutie begonnen, en daarmee op al deze vragen het antwoord gegeven. (Noot van 1920).

[63] Marx heeft niet vermoed dat het proletariaat voor de keus: imperialisme of socialisme zou komen. En evenals de expansiekracht van het kapitaal, zo heeft hij de kracht, de stoffelijke en de geestelijke, die het proletariaat nodig heeft om te winnen onderschat. Dit kon in zijn tijd niet anders.

[64] Deze nieuwe Internationale is in 1918 te Moskou gesticht. (Noot van 1920).

[65] Dit program is intussen overtroffen door de Russische en de wereld-revolutie naar het Communisme. Men zie daarover de volgende brochure in deze serie. (Noot van 1920).