V.I. Lenin

Over stakingen



Geschreven: 1899
Bron: Internationale Socialisten
Transcriptie: Pepijn Brandon
HTML: Adrien Verlee voor het Marxists Internet Archive, december 2005


Lenin schreef zijn artikel ‘Over stakingen’ aan het eind van 1899. Het artikel werd voor het eerst gepubliceerd in 1924 in het tijdschrift Proletarskaya Revolyutsiya, No. 8-9.

In de afgelopen jaren komen stakingen van arbeiders in Rusland extreem vaak voor. Er is geen enkele industriële goubernia meer waar niet verschillende stakingen zijn voorgekomen. En in de grote steden houden de stakingen nooit op. Het is daarom begrijpelijk dat klassenbewuste arbeiders en socialisten zich steeds vaker moeten bezighouden met de vraag naar het belang van stakingen, met de methodes om ze uit te voeren en met de taken van de socialisten die eraan deelnemen.

We willen proberen een aantal van onze ideeën over deze kwesties te schetsen. In ons eerste artikel zullen we het belang van stakingen voor de arbeidersbeweging in het algemeen behandelen, in het tweede behandelen we de anti-stakingswetten in Rusland; en in het derde de manier waarop stakingen in Rusland gevoerd werden en worden, en de houding die klassenbewuste arbeiders ertegenover aan zouden moeten nemen.

I

In de eerste plaats moeten we een verklaring vinden voor het uitbreken van en de uitbreiding van stakingen. Iedereen die zich stakingen voor de geest haalt op basis van eigen herinneringen, verslagen van anderen of uit de kranten, zal onmiddellijk zien dat stakingen overal uitbreken en zich verspreiden waar grote fabrieken ontstaan en hun aantal toeneemt. Het zou nauwelijks mogelijk zijn om onder de grotere fabrieken waar honderden (soms zelfs duizenden) arbeiders werken, er één te vinden waar geen stakingen hebben plaatsgevonden. Toen er nog maar een paar grote fabrieken in Rusland waren, waren er weinig stakingen; maar sinds het aantal grote fabrieken snel is vermenigvuldigd in zowel de oude industriële districten als in de nieuwe steden en dorpen, komen stakingen vaker voor.

Waarom leidt grootschalige fabrieksmatige productie altijd tot stakingen? Dat komt omdat het kapitalisme noodzakelijkerwijs leidt tot strijd van de arbeiders tegen de ondernemers, en als de productie grootschalig is, de strijd noodzakelijkerwijs de vorm van stakingen aanneemt.

Laat ons dit uitleggen.

Kapitalisme is de naam die gegeven is aan dat sociale systeem waarin het land, de fabrieken, grondstoffen, enz. in het bezit zijn van een klein aantal landeigenaren en kapitalisten, terwijl de massa van mensen geen eigendom bezit, of heel weinig eigendom, en is gedwongen zichzelf te verhuren als arbeider. De landeigenaren en fabrieksbezitters huren arbeiders in en laten hen waren produceren van deze of gene soort, die ze verkopen op de markt. De fabrieksbezitters betalen arbeiders bovendien slechts een loon dat hen voorziet in een bestaansminimum voor hen en hun families, terwijl alles wat de arbeider bovenop deze hoeveelheid produceert in de zakken van de fabrieksbezitter verdwijnt, als zijn winst. Onder een kapitalistische economie zijn de meeste mensen dus de ingehuurde arbeidskrachten voor anderen, ze werken niet voor zichzelf maar voor werkgevers, in ruil voor loon. Het is begrijpelijk dat de werkgevers altijd proberen de lonen te verlagen; hoe minder ze aan de arbeiders geven, hoe groter hun winst is. De arbeiders proberen het hoogst mogelijke loon te krijgen om hun gezinnen te voorzien van voldoende goed voedsel, in goede huizen te kunnen wonen en om zich te kleden zoals andere mensen dat doen, en niet als zwervers.

Daarom is er een constante strijd gaande tussen bazen en arbeiders over lonen. De baas heeft het recht om elke arbeider die hij geschikt acht in te huren, en zoekt daarom de goedkoopste. De arbeider heeft het recht zichzelf te verhuren aan een baas naar keuze, dus zoekt hij de duurste, degene die hem het meest zal betalen. Of de arbeider nu werkt op het platteland of in een stad, of hij zichzelf nu uithuurt aan een landeigenaar, een rijke boer, een koppelbaas of een fabrieksbezitter, hij onderhandelt altijd met de baas en vecht met hem over lonen.

Maar is het mogelijk voor een arbeider om in zijn eentje strijd te voeren? Het aantal werkende mensen groeit: boeren worden geruïneerd en vluchten van het platteland naar de stad of de fabriek. De landeigenaren en fabrieksbezitters introduceren machines die de arbeiders van hun banen beroven. In de steden komen steeds grotere aantallen werklozen en in de dorpen zijn er meer en meer bedelaars; de hongerigen zorgen ervoor dat de lonen steeds lager worden. Het wordt onmogelijk voor de arbeider om in zijn eentje tegen de baas te vechten. Als de arbeider behoorlijke lonen eist of probeert een loonverlaging af te wijzen, zegt de baas hem te vertrekken, en dat er genoeg hongerige mensen aan de poort staan die graag zouden werken voor lage lonen.

Als de levensstandaard van de bevolking zover verlaagd wordt dat er altijd een groot aantal werklozen is in de steden en de dorpen, als de fabriekseigenaren grote fortuinen verzamelen en de kleine bezitters weggedrukt worden door de miljonairs, raakt de individuele arbeider volledig machteloos tegenover de kapitalist. Het wordt dan mogelijk voor de kapitalist om de arbeider volledig te verpletteren, om hem de dood in te drijven door slavenarbeid en inderdaad niet alleen hem, maar zijn vrouw en kinderen met hem. Als we bijvoorbeeld de beroepen nemen waarin arbeiders nog niet in staat zijn geweest om bescherming bij de wet af te dwingen en waarin ze geen verzet kunnen bieden aan de kapitalisten, dan zien we een uitzonderlijk lange arbeidsdag, soms wel 17-19 uur; we zien kinderen van vijf of zes jaar zichzelf tijdens het werk overbelasten, we zien een generatie van permanent hongerige arbeiders die langzaam doodgaan aan het voedselgebrek.

Een voorbeeld zijn de arbeiders die voor de kapitalisten thuiswerk doen; daarnaast kan elke arbeider zich een hele serie andere voorbeelden voor de geest halen! Zelfs onder slavernij of horigheid was er nooit zulke erge onderdrukking van werkende mensen als onder het kapitalisme, wanneer arbeiders geen verzet kunnen leveren of niet de bescherming door de wet kunnen winnen die de willekeur van hun werkgevers aan banden legt.

En dus beginnen de arbeiders, om te voorkomen dat ze verlaagd worden tot zulke extremen, een wanhopige strijd. Omdat ze zien dat ieder van hen, individueel, compleet machteloos is en dat de onderdrukking door het kapitaal hen dreigt te verpletteren, beginnen de arbeiders gezamenlijk in opstand te komen tegen hun bazen. Stakingen van arbeiders beginnen. In eerste instantie realiseren de arbeiders zich vaak niet wat ze proberen te bereiken, omdat ze het bewustzijn van het waarom van hun actie missen; ze slaan simpelweg de machines stuk en verwoesten de fabrieken. Ze willen alleen hun woede aan de fabrieksbezitters laten zien; ze oefenen hun gezamenlijke kracht uit om uit een ondragelijke situatie te komen, zonder al te begrijpen waarom hun positie zo hopeloos is en waarnaar ze zouden moeten streven.

In alle landen nam de woede van de arbeiders in eerste instantie de vorm aan van geïsoleerde opstanden - de politie en fabriekseigenaren in Rusland noemen ze ‘muiterijen’. In alle landen gingen deze geïsoleerde opstanden over in min of meer vreedzame stakingen aan de ene kant, en de alzijdige strijd van de arbeidersklasse voor haar emancipatie aan de andere.

Welk belang hebben stakingen (of werkonderbrekingen) voor de strijd van de arbeidersklasse? Om op deze vraag antwoord te geven, moeten we eerst een vollediger beeld hebben van stakingen. De lonen van een arbeider worden, zoals we hebben gezien, altijd bepaald door een overeenkomst tussen de baas en de arbeider. Omdat onder deze omstandigheden de individuele arbeider volledig machteloos is, is het logisch dat arbeiders gezamenlijk moeten vechten voor hun eisen, ze zijn gedwongen om stakingen te organiseren om de bazen ofwel ervan te weerhouden om de lonen te verlagen, of om hogere lonen af te dwingen. Het is een feit dat er in elk land met een kapitalistisch systeem stakingen van arbeiders zijn. Overal, in alle Europese landen en in Amerika, voelen de arbeiders zich machteloos als ze niet verenigd zijn; ze kunnen alleen gezamenlijk verzet bieden aan de bazen, ofwel door te staken, ofwel door met een staking te dreigen.

Hoe meer het kapitalisme zich ontwikkelt, hoe sneller er grote fabrieken worden geopend, en hoe meer de kleine kapitalisten worden verdrongen door de grote kapitalisten, des te urgenter wordt de noodzaak voor gezamenlijk verzet van arbeiders, omdat de werkloosheid toeneemt, de concurrentie verscherpt tussen de kapitalisten die proberen hun waren tegen de goedkoopste prijs te produceren (waarvoor ze hun arbeiders zo min mogelijk moeten betalen), en de fluctuaties van de industrie sterker geaccentueerd worden en de crises acuter. Als de industrie bloeit, maken de fabrieksbezitters grote winsten maar peinzen ze er niet over ze met de arbeiders te delen; maar als er een crisis uitbreekt, proberen de fabriekseigenaren de verliezen af te schuiven op de arbeiders. De onvermijdelijkheid van stakingen in de kapitalistische maatschappij wordt zo zeer door iedereen in Europa erkent, dat de wet in deze landen het organiseren van stakingen niet verbiedt. Alleen in Rusland blijven de barbaarse wetten tegen stakingen nog altijd van kracht (we zullen bij een andere gelegenheid spreken over deze wetten en hun toepassing).

Stakingen, die ontstaan uit de aard van de kapitalistische maatschappij zelf, zijn echter het begin van de strijd van de arbeidersklasse tegen dat maatschappelijke stelsel. Als de rijke kapitalisten weerstand geboden wordt door individuele bezitloze arbeiders, betekent dit dat de arbeiders volledig tot slaaf gemaakt worden. Maar als deze bezitloze arbeiders zich verenigen, verandert de situatie. De kapitalisten kunnen niets met hun rijkdom als ze geen arbeiders kunnen vinden die bereid zijn om hun arbeidskracht toe te wenden op de werktuigen en grondstoffen van de kapitalisten en nieuwe rijkdom te produceren. Zolang de arbeiders op individuele basis met de kapitalist moeten onderhandelen, blijven ze praktisch slaven, die continu moeten werken voor het gewin van een ander om een korst brood te krijgen, die voor altijd volgzame en zwijgende ingehuurde dienaren moeten blijven. Maar als de arbeiders hun eisen gezamenlijk naar voren brengen en weigeren zich te onderwerpen aan de geldzakken, houden ze op slaven te zijn en worden ze mensen, beginnen ze te eisen dat hun arbeid niet alleen zou moeten dienen voor de verrijking van een handvol nietsnutten, maar ook degenen die werken in staat zou moeten stellen om als mensen te leven. De slaven beginnen de eis naar voren te brengen dat ze meesters worden, dat ze niet werken en leven zoals de landeigenaren en kapitalisten dat willen, maar zoals de werkende mensen dat zelf willen. Stakingen boezemen de kapitalisten daarom altijd angst in, omdat ze hun suprematie beginnen te ondermijnen. ‘Heel het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil’, zegt een Duits arbeidersliedje over de arbeidersklasse. En dit is de realiteit: de fabrieken, het land van de landeigenaren, de machines, de spoorwegen, enz., enz., zijn allemaal als raderen in een gigantische machine - de machine die verschillende producten ontgint, ze verder ontwikkelt en op hun bestemming aflevert. Deze hele machine komt in beweging door de arbeider die de grond bebouwt, erts ontgint, waren fabriceert in de fabrieken, huizen bouwt, winkels draaiend houdt en spoorwegen bedient. Als de arbeiders weigeren te werken, dreigt de hele machine tot stilstand te komen. Elke staking herinnert de kapitalisten eraan dat het de arbeiders zijn en niet zij die de werkelijke meesters zijn - de arbeiders die steeds luider hun eigen rechten opeisen. Elke staking herinnert de arbeiders eraan dat hun positie niet hopeloos is, dat ze niet alleen zijn.

Kijk wat een geweldig effect stakingen hebben op zowel de stakers zelf als op de arbeiders in aangrenzende of nabijgelegen fabrieken of op fabrieken in dezelfde industrietak. In normale, vreedzame tijden doet de arbeider zijn werk zonder klagen, spreekt hij de baas niet tegen en discussieert hij niet over zijn toestand. Tijdens stakingen stelt hij zijn eisen met luide stem, herinnert hij de bazen aan al hun wandaden, eist hij zijn rechten op, denkt hij niet alleen aan zichzelf en zijn eigen lonen, denkt hij aan al zijn collega’s die hun gereedschap samen met hem hebben neergegooid en die opstaan voor de zaak van de arbeiders, zonder bang te zijn voor ontberingen. Elke staking betekent veel ontbering voor werkende mensen, verschrikkelijke ontberingen die alleen vergeleken kunnen worden met de rampen van een oorlog - hongerige gezinnen, loonverlies, vaak arrestaties, verbanning uit de stad waar ze hun huizen en hun werk hebben. Ondanks al dit lijden, verachten de arbeiders degenen die hun medearbeiders in de steek laten en het met de bazen op een akkoordje gooien. Ondanks al dit lijden, dat het gevolg is van stakingen, winnen de arbeiders van naburige fabrieken nieuwe moed als ze zien hoe hun kameraden zichzelf in de strijd hebben gestort.

‘Mensen die zoveel verdragen om één enkele bourgeois te buigen, zullen in staat zijn om de macht van de hele bourgeoisie te breken,’ zei Engels, een van de grote leraren van het socialisme, toen hij sprak over de stakingen van de Engelse arbeiders. Het is vaak al genoeg dat één fabriek in staking gaat, om onmiddellijk in een groot aantal fabrieken stakingen op gang te brengen. Wat een fantastische morele invloed hebben stakingen, hoe beïnvloeden ze arbeiders die zien dat hun kameraden niet langer slaven zijn en, al is het maar voor korte tijd, mensen zijn geworden die op gelijke voet staan met de rijken! Iedere staking brengt gedachtes over het socialisme krachtig in het bewustzijn van de arbeider, gedachtes over de strijd van de hele arbeidersklasse voor de emancipatie uit de onderdrukking door het kapitaal. Het is vaak gebeurd dat arbeiders in een bepaalde fabriek of in een bepaalde industrietak of in een bepaalde stad voor een grote staking nauwelijks iets wisten en zelden nadachten over het socialisme; maar na de staking raken studiegroepen en verenigingen veel wijdverbreider onder hen en worden meer en meer arbeiders socialisten.

Een staking leert de arbeiders te begrijpen waarin de kracht van de ondernemers en waarin de kracht van de arbeiders bestaat; ze leert hen niet alleen rekening te houden met hun eigen baas en niet alleen met hun onmiddellijke collega’s, maar met alle bazen, de hele kapitalistenklasse en de hele arbeidersklasse. Als de fabriekseigenaar die miljoenen heeft vergaard door het werk van verschillende generaties arbeiders weigert om een bescheiden stijging van de lonen toe te staan, of zelfs probeert om de lonen terug te dringen naar een nog lager niveau, en als hij wanneer de arbeiders verzet bieden duizenden hongerige families op straat gooit, wordt het duidelijk voor de arbeiders dat de kapitalistenklasse als geheel de vijand is van de hele arbeidersklasse en dat de arbeiders slechts op zichzelf en hun verenigde actie kunnen bouwen. Het gebeurt vaak dat een fabrieksbezitter zijn best doet om de arbeiders te misleiden, om zich voor te doen als weldoener, en zijn uitbuiting van de arbeiders te verbergen met wat zoethoudertjes of leugenachtige beloftes. Een staking verwoest deze misleiding altijd in één klap door de arbeiders te laten zien dat hun ‘weldoener’ een wolf in schaapskleren is.

Bovendien opent een staking de ogen van de arbeiders niet alleen voor de aard van de kapitalisten, maar ook van de regering en de wetten. Zoals de fabrieksbezitters zich proberen voor te doen als weldoeners van de arbeiders, proberen de regeringsambtenaren en hun lakeien de arbeiders ervan te overtuigen dat de tsaar en de tsaristische regering net zo open staan voor de fabrieksbezitters als voor de arbeiders, zoals de rechtvaardigheid dat van hen verlangt. De arbeider kent de wetten niet, hij heeft geen contact met regeringsambtenaren, vooral niet met die in hogere posities, en als gevolg daarvan gelooft hij dit alles vaak. Dan komt er een staking. De openbare aanklager, de fabrieksinspecteur, de politie en vaak ook soldaten verschijnen bij de fabriek. De arbeiders komen erachter dat ze de wet hebben overtreden: de bazen mogen volgens de wet bijeen komen en openlijk de manieren bediscussiëren waarop ze de lonen van de arbeiders omlaag zullen brengen, maar de arbeiders worden tot crimineel verklaard als ze tot een gezamenlijke overeenkomst komen! Arbeiders worden uit hun huizen verjaagd; de politie sluit winkels waar de arbeiders voedsel en krediet zouden kunnen krijgen, er wordt een poging gedaan om de soldaten tegen de arbeiders op te zetten, zelfs als de arbeiders zich rustig en vreedzaam gedragen. Soldaten worden zelfs gedwongen het vuur te openen op de arbeiders, en als ze ongewapende arbeiders vermoorden door een vluchtende menigte in de rug te schieten, stuurt de tsaar zelf een blijk van zijn dank aan de troepen (de tsaar bedankte op deze manier de troepen die stakende arbeiders hadden gedood in Jaroslavl in 1895).

Het wordt duidelijk voor elke arbeider dat de tsaristische regering zijn ergste vijand is, omdat ze de kapitalisten verdedigt en de arbeiders aan handen en voeten bindt. De arbeiders beginnen te begrijpen dat wetten gemaakt worden in het belang van de rijken alleen; dat regeringsambtenaren deze belangen beschermen; dat de werkende mensen hun mond gesnoerd wordt en dat het hen niet is toegestaan hun behoeften kenbaar te maken; dat de arbeidersklasse voor zichzelf het recht om te staken moet veroveren, het recht om arbeiderskranten te publiceren, het recht om deel te nemen aan een nationale vergadering die nieuwe wetten aanneemt en toezicht houdt op de naleving ervan. De regering zelf weet maar al te goed dat stakingen de ogen van de arbeiders openen, en om die reden is ze zo bang voor stakingen en doet ze er alles aan hen zo snel mogelijk te stoppen. Een Duitse minister van Binnenlandse Zaken, die niet zonder reden bekend stond voor zijn vasthoudende vervolging van socialisten en klassenbewuste arbeiders, verklaarde voor de volksvertegenwoordiging: ‘Achter elke staking schuilt de hydra [het monster] van revolutie.'[1] Elke staking versterkt en ontwikkelt bij de arbeiders het begrip dat de regering hun vijand is en dat de arbeidersklasse zich moet voorbereiden voor de strijd tegen de regering voor de rechten van het volk.

Stakingen leren arbeiders daarom om zich te verenigen; ze laten hen zien dat ze alleen tegen de kapitalisten kunnen vechten als ze verenigd zijn; stakingen leren arbeiders om na te denken over de strijd van de hele arbeidersklasse tegen de hele klasse van fabriekseigenaren en tegen de willekeur van de politieregering. Dat is de reden waarom de socialisten stakingen ‘een school voor oorlog’ noemen, een school waarin de arbeiders leren om oorlog te voeren tegen hun vijanden voor de bevrijding van het hele volk, van iedereen die werkt, van het juk van de regeringsambtenaren en het juk van het kapitaal.

Een ‘school voor oorlog’ is echter niet de oorlog zelf. Als stakingen wijdverbreid raken onder de arbeiders, beginnen sommige arbeiders (sommige socialisten incluis) te geloven dat de arbeidersklasse zich kan beperken tot stakingen, stakingskassen of stakingsverenigingen alleen; dat door stakingen alleen de arbeidersklasse een aanzienlijke verbetering in haar omstandigheden kan bereiken, of zelfs haar eigen emancipatie. Als ze zien hoeveel macht er is in een verenigde arbeidersklasse, en zelfs al in kleine stakingen, denken sommigen dat de arbeidersklasse alleen maar een algemene staking in het hele land hoeven te organiseren, om alles los te krijgen van de kapitalisten en de regering wat de arbeiders willen. Dit idee werd ook naar voren gebracht door arbeiders in andere landen toen de arbeidersbeweging nog in de kinderschoenen stond en de arbeiders nog erg onervaren waren. Het is een misvatting. Stakingen zijn een van de manieren waarop de arbeiderklasse de strijd voert voor haar emancipatie, maar ze zijn niet de enige manier; en als de arbeiders geen aandacht hebben voor andere manieren om de strijd te voeren, zullen ze hun eigen groei en het succes van de arbeidersklasse vertragen.

Het is waar dat er fondsen nodig zijn om de arbeiders in leven te houden tijdens stakingen, om stakingen succesvol te maken. Zulke arbeidersfondsen (meestal fondsen van arbeiders in afzonderlijke takken van industrie, afzonderlijke beroepen of werkplaatsen) worden in elk land bijgehouden; maar hier in Rusland is dit bijzonder moeilijk, omdat de politie ze in de gaten houden, het geld grijpen en de arbeiders arresteren. Natuurlijk zijn de arbeiders in staat zich te verstoppen voor de politie; natuurlijk is de organisatie van dit soort fondsen van waarde, en we willen de arbeiders niet ervan weerhouden ze op te zetten. Maar het moet niet verwacht worden dat arbeidersfondsen, als ze bij de wet verboden zijn, grote groepen deelnemers zullen aantrekken. En zo lang het ledental van zulke organisaties klein is, zullen de arbeidersfondsen niet van groot nut blijken te zijn.

Verder, zelfs in die landen waar de bonden van de arbeiders openlijk bestaan en grote fondsen tot hun beschikking hebben, kan de arbeidersklasse zich nog steeds niet beperken tot stakingen als middel voor de strijd. Er is alleen maar een schok nodig in de ontwikkeling van de industrie (een crisis, zoals degene die op dit moment in Rusland nadert) en de fabrieksbezitters zullen zelfs expres stakingen veroorzaken, omdat het in hun voordeel is om het werk voor een tijdje stil te leggen en de fondsen van de arbeiders uit te putten. De arbeiders kunnen zich daarom onder geen omstandigheden beperken tot stakingsacties en stakingsverenigingen. Daarnaast kunnen stakingen alleen succesvol zijn waar arbeiders voldoende klassenbewust zijn, waar ze in staat zijn het geschikte moment te kiezen om te staken, waar ze weten hoe hun eisen naar voren te brengen, en waar ze banden hebben met socialisten en in staat zijn via hen pamfletten en brochures te maken. Er zijn nog altijd heel weinig van dat soort arbeiders in Rusland, en elke poging moet ondernomen worden om hun aantal te vergroten om de zaak van de arbeidersklasse bekend te maken onder de massa van arbeiders en hun het socialisme en de arbeidersstrijd te laten leren kennen. Dit is een taak die socialisten en klassenbewuste arbeiders samen moeten ondernemen door voor dit doel een socialistische arbeiderspartij te organiseren.

Ten derde tonen stakingen, zoals we gezien hebben, de arbeiders dat de regering hun vijand is en dat er een strijd tegen de regering geleverd moet worden. Eigenlijk zijn het stakingen die de arbeidersklasse in alle landen langzamerhand hebben geleerd om te vechten tegen de regeringen voor arbeidersrechten en de rechten van het volk als geheel. Zoals we hebben gezegd kan alleen een socialistische arbeiderspartij deze strijd voortzetten door onder de arbeiders een werkelijk begrip te verspreiden voor de regering en de zaak van de arbeidersklasse.

Bij een andere gelegenheid zullen we er uitgebreid op ingaan hoe stakingen in Rusland gevoerd worden en hoe klassenbewuste arbeiders ertegenover zouden moeten staan. Hier moeten we erop wijzen dat stakingen, zoals we hierboven zeiden, een ‘school voor oorlog’ zijn en niet de oorlog zelf, dat stakingen slechts één manier van strijd zijn, slechts één aspect van de arbeidersbeweging. Van individuele stakingen kunnen en moeten de arbeiders overgaan, zoals ze dat inderdaad in alle landen doen, tot een strijd van de hele arbeidersklasse voor de bevrijding van iedereen die werkt. Als alle klassenbewuste arbeiders socialisten worden, dat is wanneer ze streven naar deze emancipatie, wanneer ze zich verenigen door het hele land om het socialisme onder de arbeiders te verspreiden, om de arbeiders alle middelen voor de strijd tegen hun vijanden te leren, als ze een socialistische arbeiderspartij opbouwen die strijdt voor de emancipatie van het volk als geheel van staatsonderdrukking en van de emancipatie van werkende mensen van het juk van het kapitaal - alleen dan zal de arbeidersklasse een integraal onderdeel worden van de grote beweging van de arbeiders van alle landen die alle arbeiders samenbrengt en de rode vlag opheft waarop geschreven staat: ‘Arbeiders aller landen, verenigt u!

We zullen elders in meer detail de crises in de industrie en hun betekenis voor de arbeiders behandelen. Hier zullen we slechts opmerken dat in de afgelopen jaren in Rusland de zaken voor de industrie goed zijn geweest, dat de industrie ‘welvarend’ was, maar dat er nu (eind 1899) al duidelijke tekenen zijn dat deze ‘welvaart’ zal eindigen in een crisis: de moeilijkheden in het afzetten van goederen, faillissementen van fabriekseigenaren, de ondergang van kleine bezitters en verschrikkelijke rampen voor de arbeiders (werkloosheid, verlaagde lonen, enz.)

- Lenin.

Voetnoten

[1] Lenin citeert een uitspraak van de Pruisische minister van Binnenlandse Zaken Von Puttkammer.