V.I. Lenin


De taken van het proletariaat in de huidige revolutie


Geschreven: 4 en 5 (17 en 18) april 1917
Eerste publicatie: 7 april 1917 in de Pravda nr. 26
Bron: Lenin, keuze uit zijn werken (deel 2), uitgeverij Progres
Vertaling: A.J. Gerritsen en J.B. de Klerk. De tekst is omgezet naar de nieuwe spelling.
Transcriptie: Maarten Vanheuverswyn, voor het Marxists Internet Archive.
HTML: Maarten Vanheuverswyn, augustus 2004.

Dit artikel bevat de beruchte Aprilstellingen van Lenin, die door hem op 4 (17) april 1917 werden voorgelezen op twee bijeenkomsten van de conferentie voor geheel Rusland van de sovjets van arbeiders- en soldatenafgevaardigden.



Daar ik pas in de nacht van 3 april in Petrograd was aangekomen, kon ik in de vergadering van 4 april mijn referaat over de taken van het revolutionaire proletariaat natuurlijk alleen uit mijn eigen naam houden en onder het voorbehoud van mijn onvoldoende voorbereiding.

Het enige wat ik doen kon om mijzelf en eerlijke opponenten het werk te vergemakkelijken, was het uitwerken van schriftelijk geformuleerde stellingen. Ik heb ze voorgelezen en de tekst aan kameraad Tsereteli overhandigd. Ik heb ze zeer langzaam en twee keer voorgelezen, eerst op een vergadering van bolsjewieken, daarna op een vergadering van bolsjewieken en mensjewieken.

Ik publiceer deze slechts van uiterst korte verklarende aantekeningen voorziene persoonlijke stellingen, die in mijn referaat veel uitvoeriger werden ontwikkeld.

 

Stellingen

 

1. In onze houding tegenover de oorlog, die van de zijde van Rusland ook onder de nieuwe regering van Lvov en co, als gevolg van het kapitalistische karakter van deze regering, onvoorwaardelijk een imperialistische roofoorlog blijft, zijn ook de geringste concessies aan de ‘revolutionaire vaderlandsverdediging’ ontoelaatbaar.

Het klassenbewuste proletariaat kan aan een revolutionaire oorlog, die werkelijk de revolutionaire vaderlandsverdediging zou rechtvaardigen, alleen onder de volgende voorwaarden zijn toestemming geven:

a) dat de macht overgaat in handen van het proletariaat en van de zich daarbij aansluitende armste lagen van de boeren;
b) dat metterdaad en niet alleen met de mond wordt afgezien van alle annexaties;
c) dat volledig en metterdaad gebroken wordt met alle belangen van het kapitaal.

Met het oog op de omstandigheid dat brede lagen van de massa, die de revolutionaire vaderlandsverdediging aanhangen, het ongetwijfeld eerlijk menen en de oorlog alleen maar aanvaarden als een noodzakelijkheid en niet als middel tot veroveringen, met het oog op de omstandigheid dat ze door de bourgeoisie zijn bedrogen, moet men hun bijzonder grondig, volhardend en geduldig hun vergissing uiteenzetten, moet men hun het onverbrekelijke verband tussen kapitaal en imperialistische oorlog uiteenzetten, moet men bewijzen dat het zonder het omverwerpen van het kapitaal niet mogelijk is door middel van een waarlijk democratische vrede en niet door een vrede van geweld een einde te maken aan de oorlog.

Een zo ruim mogelijke propagering van deze opvatting moet onder het leger aan het front georganiseerd worden.

Verbroedering.

 

2. Het eigenaardige van de tegenwoordige situatie in Rusland ligt in de overgang van de eerste etappe van de revolutie, die als gevolg van het onvoldoende ontwikkelde klassenbewustzijn en van de onvoldoende georganiseerdheid van het proletariaat de bourgeoisie aan de macht heeft gebracht, naar de tweede etappe van de revolutie, die de macht in handen moet geven van het proletariaat en van de armste lagen van de boeren. Deze overgang is gekenmerkt enerzijds door een maximum aan legaliteit (Rusland is op het moment het meest vrije land van alle oorlogvoerende landen ter wereld), anderzijds door de afwezigheid van geweld tegenover de massa’s, en ten slotte doordat de massa’s blindelings vertrouwen stellen in de regering van de kapitalisten, de ergste vijanden van de vrede en van het socialisme.

Deze eigenaardigheid eist van ons de bekwaamheid ons aan te passen aan de bijzondere voorwaarden van het partijwerk onder de ontzaglijk brede, pas tot politiek leven ontwaakte massa’s van het proletariaat.

 

3. Generlei steun aan de Voorlopige Regering, het aan het licht brengen van heel de leugenachtigheid van al haar beloften, vooral ten aanzien van het afstand doen van annexaties. Ontmaskering van de Voorlopige Regering in plaats van de ontoelaatbare, tot illusies aanleiding gevende ‘eis’ dat deze regering, de regering van de kapitalisten, moet ophouden imperialistisch te zijn.

 

4. De erkenning van het feit dat onze partij in de meeste sovjets van arbeidersafgevaardigden in de minderheid is, voorlopig zelfs in een zwakke minderheid tegenover het blok van alle kleinburgerlijke opportunistische elementen, die onder de invloed zijn geraakt van de bourgeoisie en deze invloed op het proletariaat overbrengen — vanaf de volkssocialisten en sociaal-revolutionairen tot aan het Organisatiecomite (Tsjcheïdze, Tsereteli enz.), Steklov etc. etc.

Aan de massa’s moet uiteengezet worden dat de raden van arbeidersafgevaardigden de enig mogelijke vorm van een revolutionaire regering zijn en dat het, zolang deze regering zich door de bourgeoisie laat beïnvloeden, slechts onze taak kan zijn geduldig, stelselmatig, standvastig, in het bijzonder aangepast aan de praktische behoeften van de massa’s, de fouten van hun tactiek uiteen te zetten.

Zolang wij in de minderheid zijn is het ons werk de fouten te bekritiseren en duidelijk te maken, waarbij wij tegelijkertijd de noodzakelijkheid propageren dat de gehele staatsmacht overgaat in handen van de raden van arbeidersafgevaardigden, opdat de massa’s zich door de ervaring van hun fouten ontdoen.

 

5. Geen parlementaire republiek — van de raden van arbeidersafgevaardigden daarheen terugkeren zou een stap achteruit betekenen —, maar een republiek van de raden van arbeiders-, landarbeiders- en boerenafgevaardigden in het gehele land, van onderen tot boven.

Afschaffing van de politie, van het leger, het ambtenarenkorps. [1] De beloning van alle ambtenaren, die allen verkiesbaar en te allen tijde afzetbaar moeten zijn, mag niet uitgaan boven het gemiddelde loon van een goede arbeider.

 

6. In het agrarische program moet het zwaartepunt verlegd worden naar de raden van landarbeidersafgevaardigden.

Confiscatie van alle landerijen van grootgrondbezitters.

Nationalisatie van de gehele grond in het land; de beschikkingsmacht over de grond ligt in handen van de plaatselijke raden van landarbeiders- en boerenafgevaardigden. Vorming van speciale raad van afgevaardigden van de arme boeren. Het vormen van modelbedrijven uit alle grote landgoederen (ter grootte van ongeveer 100 tot 300 desjatinen, al naar gelang de plaatselijke en overige verhoudingen en ter beoordeling van de plaatselijke instellingen) onder het toezicht van de landarbeidersafgevaardigden en voor rekening van de gemeenschap.

 

7. Het onmiddellijk samensmelten van alle banken in het land tot een nationale bank en het instellen van controle daarop door de raad van arbeidersafgevaardigden.

 

8. Geen ‘invoering’ van het socialisme als onze onmiddellijke taak, maar op het ogenblik slechts de overgang naar het toezicht op de maatschappelijke productie en de verdeling van de voortbrengselen door de raad van arbeidersafgevaardigden.

 

9. Taken van de partij:

a) het onmiddellijk bijeenroepen van het congres;
b) wijziging van het partijprogram, in hoofdzaak op de volgende punten:

1) imperialisme en imperialistische oorlog;
2) onze houding tegenover de staat en onze eis inzake een ‘Communestaat’. [2]
3) verbetering van het oude minimumprogram;

c) verandering van de naam van de partij. [3]

 

10. Vernieuwing van de Internationale.

Initiatief tot stichting van een revolutionaire Internationale, van een Internationale tegen de sociaal-chauvinisten en tegen het ‘centrum’. [4]

Opdat de lezer begrijpt waarom ik genoodzaakt was het ‘geval’ van eerlijke opponenten apart, als een zeldzame uitzondering te onderstrepen, verzoek ik hem tegenover bovenstaande stellingen de tegenwerping van de heer Goldenberg te plaatsen: Lenin ‘heeft de vlag van de burgeroorlog midden in de revolutionaire democratie geplant’ (geciteerd in het blad ‘Jedinstwo’ van meneer Plechanov, nr. 5).

Een parel, nietwaar?

Ik schrijf, lees voor, zet breedvoerig uiteen: ‘Met het oog op de omstandigheid dat brede lagen van de massa, die de revolutionaire vaderlandsverdediging aanhangen, het ongetwijfeld eerlijk menen (...), dat ze door de bourgeoisie zijn bedrogen, moet men hun bijzonder grondig, volhardend en geduldig hun vergissing uiteenzetten (...)’

Maar de heren van de bourgeoisie die zich sociaaldemocraten noemen, die echter noch tot de brede lagen, noch tot de massa van aanhangers van de vaderlandsverdediging behoren, geven met een stalen gezicht mijn opvattingen aldus weer: “(...) de vlag (!) van de burgeroorlog’ (noch in de stellingen, noch in mijn referaat komt ook maar een woord over burgeroorlog voor!) ‘midden in (!!) de revolutionaire democratie geplant’ (!). Wat betekent dit? Waardoor onderscheidt zich dit van een ophitsing tot een pogrom van de ‘Roeskaja Wolja’? Ik schrijf, lees voor, zet breedvoerig uiteen: ‘De raden van arbeidersafgevaardigden zijn de enig mogelijke vorm van een revolutionaire regering, en daarom kan het slechts onze taak zijn geduldig, stelselmatig, standvastig, in het bijzonder aangepast aan de praktische behoeften van de massa’s, de fouten van hun tactiek uiteen te zetten.

Een bepaald slag opponenten legt mijn opvattingen evenwel uit als een oproep tot ‘burgeroorlog midden in de revolutionaire democratie’!!

Ik heb de Voorlopige Regering aangevallen, omdat zij niet alleen geen spoedige, maar in het geheel geen datum heeft vastgesteld voor het bijeenroepen van de Constituerende Vergadering en omdat zij tracht zich er met louter beloften van af te maken. Ik heb geprobeerd te bewijzen dat zonder de raden van arbeiders- en soldatenafgevaardigden het bijeenroepen van de Constituerende Vergadering niet gewaarborgd en het succes ervan niet mogelijk is.

En men schuift mij de opvatting in de schoenen dat ik tegen het spoedig bijeenroepen van de Constituerende Vergadering ben!!!

Ik zou geneigd zijn dit ‘koortsfantasieën’ te noemen, als tientallen jaren van politieke strijd mij niet hadden geleerd de eerlijkheid van opponenten als een zeldzame uitzondering te beschouwen. Meneer Plechanov heeft in zijn blad mijn redevoering een ‘koortsfantasie’ genoemd. Uitstekend, meneer Plechanov. Maar wat bent u plomp, onhandig en traag van begrip in uw polemiek! Als ik in mijn redevoering twee volle uren lang koortsfantasieën verkondigde, waarom hebben honderden toehoorders deze ‘koortsfantasie’ dan geduld? Verder. Waarom heeft uw blad een hele kolom gewijd aan het weergeven van een ‘koortsfantasie’? Dat valt toch niet te rijmen met elkaar, dat valt bij u in het geheel niet met elkaar te rijmen.

Het is natuurlijk veel gemakkelijker te schreeuwen, te schelden, te jammeren dan te trachten uiteen te zetten, te verklaren, zich te herinneren hoe Marx en Engels in de jaren 1871, 1872 en 1875 hebben geoordeeld over de ervaringen van de Commune van Parijs en over de vraag welke staat het proletariaat nodig heeft. Meneer Plechanov, de gewezen marxist, wordt kennelijk niet graag aan het marxisme herinnerd.

Ik citeerde de woorden van Rosa Luxemburg, die op 4 augustus 1914 de Duitse sociaaldemocratie een ‘stinkend lijk’ had genoemd. Maar de heren Plechanov, Goldenberg en co voelen zich ‘gekrenkt’... ter wille van wie? — ter wille van de Duitse chauvinisten die chauvinisten werden genoemd!

Die arme Russische sociaal-chauvinisten, socialisten met de mond, chauvinisten met de daad, ze zijn helemaal de kluts kwijt.


Voetnoten [van Lenin]

[1] D.w.z. het vervangen van het staande leger door de algemene bewapening van het volk.

[2] D.w.z. een staat naar het voorbeeld van de Commune van Parijs.

[3] In plaats van ‘sociaaldemocratie’, waarvan de officiële leiders in de hele wereld het socialisme hebben verraden door over te lopen naar de bourgeoisie (de ‘vaderlandsverdedigers’ en de weifelende ‘kautskyanen’), moeten wij ons Communistische Partij noemen.

[4] ‘Centrum’ noemt men in de internationale sociaaldemocratie de richting die weifelt tussen de chauvinisten (‘vaderlandsverdedigers’) en de Internationalisten, te weten Kautsky en co in Duitsland, Longuet en co in Frankrijk, Tsjcheïdze en co in Rusland, Turati en co in Italië, MacDonald en co in Engeland enz.