Marcel Liebman

Los Angeles in vuur en vlam


Geschreven: augustus 1965
Bron: La Gauche nr. 30, augustus 1965
Vertaling: Valeer Vantyghem
Deze versie: L’incendie de Los Angeles
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive

Laatste bewerking: 09 augustus 2009


Verwant:
Amerikaanse paradoxen
De moord op Malcolm X

In 1963 publiceerde de zwarte schrijver James Baldwin een boek dat door de gewelddadige toon toen ophef heeft gemaakt. Temeer, Baldwin had lange tijd de reputatie genoten van een gematigd man. Zijn werk heette Next time, the fire. Duizenden branden en in enkele dagen tijd te Los Angeles, meer dan 300 huizen verwoest, illustreren en bevestigen deze voorspelling. Vandaag, het vuur. Wat houdt dit, wat we nu al de zwarte opstand noemen, in petto voor morgen?

De sociologie van een oproer

Verleden jaar kreeg Amerika reeds een opstoot te verwerken, die onder andere New York en Philadelphia dooreen schudde. En dan laten we nog de talrijke steden in het Zuiden buiten beschouwing. Dan volgde er een korte en bedrieglijke winstilte. De laatste tijd gingen lichtgelovige zielen denken dat, nu er aan de negers in het Zuiden politieke rechten waren toegekend, in het bijzonder stemrecht, men in enige mate de schijnharmonie kon bezegelen. Dit zou leiden tot een zomer die heel wat kalmer moest verlopen dan die van 1964. Echter, nu is er Los Angeles geweest. De verrassing van Los Angeles.

Het is waar, het was er zeer warm, vochtig en niet erg gezond. Enkele dagen lang was de temperatuur tot 37° opgelopen. Aldus meende men het oproer in de eerste plaats te moeten verklaren als het gevolg van de warmte. Dat was echter een maat voor niets, want de meteorologie moest het veld ruimen voor de sociologie. Welnu, zie hier, zeer beknopt, wat deze sociologie ons leert over de omstandigheden waarin de zwarte bevolking leefde en waarin ze nog altijd leeft, en dan vooral te Los Angeles in het algemeen en in Watts, waar de opstand uitbrak, in het bijzonder. De grote stad, aan de kust van de Stille Oceaan, telt bijna 525.000 zwarte inwoners, tegen nauwelijks 50.000 in 1945, waarvan er 90 tot 100.000 in de krotten van Watts opeengepakt zitten. Deze concentratie in het zwarte getto – een veel voorkomend verschijnsel in de Amerikaanse steden – is niet te wijten aan welke neiging dan ook bij de gekleurde bevolking om op zichzelf terug te plooien en ieder contact met de buitenwereld uit de weg te gaan. Het is het gevolg van het racisme dat de negers treft, en van de doelbewuste wil om deze negers in hun reservaten op te sluiten. Het bewijs, het Los Angeles die het levert. Enkele jaren terug heeft Californië een wet gestemd die het verbod oplegde om de verkoop van een huis te weigeren omwille van het ras van de koper. Doch in november 1964 heeft men in deze staat een referendum georganiseerd en deze wettelijke beschikking werd opgeheven.

Wat stelt men nu vast in het getto van Watts, waar de bevolkingsdichtheid vier maal hoger ligt dan het algemene gemiddelde van Los Angeles? Twee derde van de volwassen bevolking (precies 34 %) is er werkloos, 12 % analfabeet, terwijl twee derde het lager onderwijs niet heeft uitgemaakt. Een derde van de kinderen komt uit een ‘gebroken gezin’ of zijn natuurlijke kinderen. Zestig procent (60 %) van de inwoners leeft van de liefdadigheid. Daaraan dient toegevoegd dat dit alles plaatsvindt in één van de meest welvarende, zoniet de meest welvarende, stad van het rijkste land ter wereld. Van deze rijkdom vangen zelfs de negers, en we beklemtonen het, ze vangen de kruimels, waardoor het gemiddelde inkomen van een zwarte familie in Los Angeles 25 % hoger ligt, dan het algemene gemiddelde bij de Amerikaanse zwarte bevolking.

Zo deze cijfers verhelderend zijn dan gaat er niets boven deze veelzeggende woorden: ‘Ik ken’ heeft een zwarte beenhouwer van Watts geopperd ‘een jong meisje van 16 jaar dat is opgegroeid dankzij de ondersteuning. Nu heeft ze drie onwettige kinderen en allen groeien ze op met ondersteuning. Dit is het wat er achter de relletjes schuil gaat.’

‘Waarom is alles dan in Los Angeles begonnen?’, vraagt een waarnemer zich af. En ziehier zijn antwoord: het is ‘een vreemde stad met Hollywood als naaste buitenwijk. Een stad die de ogen uitsteekt door de meest onbeschaamde luxe. Aangetast door het koudvuur van de donkerste ellende van de negers en van zeker aantal blanken’. Nu hebben we Robert Delmarcelle geciteerd, hoofdredacteur van La Libre Belgique.

De zwarte revolutie en Vietnam

Dit is het dan wat de sociologie van het oproer betreft. Maar hoe kunnen we er achter komen welke het gemoed was van deze opstandelingen, van deze mensen die de ellende, het onrecht, het hoogmoedig misprijzen en de hitte (vergeten we vooral de hitte niet) deze avond van 11 augustus 1965, tegen het leger en de politie heeft opgezet? Het is niet gemakkelijk om hen te ondervragen, maar men zou vertrouwen kunnen stellen in de politie, want die beschikt voor het ogenblik over duizend subjecten om te interviewen. Zolang die echter de resultaten van haar onderzoek niet aan de sociologie heeft overgemaakt zullen we ons tevreden moeten stellen met deze enkele gegevens die door journalisten werden bijeengebracht, uit de mond zelfs van de opstandelingen, soms nog kinderen.
- ‘Dit is de revolutie van de negers, wij willen dat de wereld het weet’.
- ‘ Wij zullen deze blanken de schrik voor de negers bijbrengen, want ze hebben niet eens schrik van God’.
- ‘Wij hebben liever de stad in brand te steken dan te gaan vechten in Vietnam. Wij vechten liever hier voor de negers’.
- ‘Waarschijnlijk zouden mensen in Hollywood ook in opstand komen wanneer ze het grootste deel van hun leven zouden moeten slijten met de gummiknuppel van de smeris voor hun neus of zo ze uit hun wagen zouden moeten stappen met de handen op het hoofd om te worden ondervraagd ...’

Andere negers hebben het over de ‘grote avond’. Voorname en belangrijke denkers zullen hen dan uitleggen dat ze wat laattijdig zijn en dat er van een ‘grote avond’ helemaal geen sprake is. Dat dit de geest is van 1848, van het ‘archéo-marxisme’. Wie zou zo onbeschaamd zijn deze grote denkers tegen te spreken? De negers van Los Angeles.

De smerissen

Er is iets wat vandaag niemand meer in vraag durft te stellen: het is, naast de druk van een diep en grondig onrecht dat op de Amerikaanse negers weegt, de verpletterende verantwoordelijkheid van de blanke politie. Tijdens het oproer van Los Angeles waren het de ‘cops’, de smerissen die vooral door de negers in opstand werden geviseerd. Het is trouwens de tussenkomst van één van hen die het vuur aan de lont heeft gestoken.

Laten we even luisteren naar enkele getuigenissen over deze tragische dagen:

Een zwarte persoonlijkheid: ‘Wat me verwondert is het feit dat dit niet eerder is losgebarsten. De aanblik van de politie doet de negers koken’.

Een sociaal assistent: ‘De politie gedraagt zich hier als een bezettingsleger’.

De zwarte artiest Dick Gregory: ‘Het uniform van de agenten van Los Angeles heeft op de negers hetzelfde effect als eertijds het Britse uniform op de gekoloniseerde’.

En nog, en vooral, dit zwarte kind dat naar politieagenten schreeuwt: ‘Kom hier en we schieten jullie dood. Nu zijn wij hier de baas’.

Tot op heden heeft geen enkele journalist en geen enkele socioloog de blanke agenten ondervraagd die de wet stellen in het zwarte getto van Los Angeles en in de andere getto’s van de Verenigde Staten. Maar het portret geschetst door de Amerikaanse pers zelf (de New York Times van 16 augustus) van William Parker, de chef van de politie van Los Angeles (de derde stad van de USA) spreekt boekdelen over de mentaliteit van de ‘beschermers van de orde’. Wie is in feite die William Parker?

Lange tijd al aanzien de ‘liberale’ midden van Los Angels hem als een ultra conservatief. Hoewel openbaar ambtenaar, wat hem tot een zekere reserve had moeten aansporen, had hij zich laten opmerken door zijn scherpe kritiek op het Hoge Gerechtshof, toen deze haar tegen de apartheid gerichte wetten had uitgevaardigd. Hij had toen over de antiracistische rechter Warren de verklaring afgelegd dat diens ‘wettelijk idealisme een sociaal gevaar vormt’. In 1962 hadden duizend zwarte dominees hem openlijk aangevallen en zijn agressief racisme aangeklaagd. Zo wilden ze zijn overplaatsing bekomen. Ze kregen geen voldoening. Maar het is niet eens nodig om naar deze aanklacht te luisteren om William Parker te leren kennen. William Parker heeft zichzelf de laatste dagen genoeg laten kennen. Toen het oproer uitbrak heeft hij afdoende verklaard dat ‘de oorzaak van het voorval was, dat de mensen elk respect voor de wet hebben verloren’. Later, toen hij het terrein van deze schitterende algemeenheden had verlaten bevestigde hij aan zijn agenten de opdracht te hebben gegeven ‘een agressieve houding aan te nemen tegenover de rebellen’. En dezelfde Parker, op de persconferentie van 12 augustus, beweerde dat ‘het oproer was begonnen toen iemand een steen had gegooid, en dan, als de apen in een dierentuin, volgden de andere’. Als apen in een dierentuin ... Zo sprak de chef van de politie van Los Angeles. Los Angeles waar er 525.000 negers leven.

We zullen niet tot in het detail verslag uitbrengen over gebeurtenissen waaraan de grote pers voldoende weerklank geeft gegeven. Laten we enkel de balans opmaken, tot op vandaag. Een balans die ongetwijfeld onvolledig is: 33 doden waarvan, moeten we het zeggen, het grootste deel negers. Een manifestant had naar een agent geschreeuwd: ‘Nu heeft jullie uur geslagen om te creperen. Wij zijn het zat om voor jullie te creperen!’ Een gevoel voor rechtvaardigheid kan hem gelijk geven, de statistieken geven hem ontegensprekelijk ongelijk. Te Los Angeles zijn het de zwarten die blijven creperen. De blanke slachtoffers waren het per ongeluk. Dus drie en dertig doden. Achthonderd en twaalf gewonden en 3.124 negers aangehouden. Zoals een correspondent van Le Monde het schrijft waren enkele onder het ‘een ietsje toevallig’. Een agent erkende zelf aan een journalist dat ‘elkeen die durfde repliek te geven werd aangehouden’.

Dit is de balans van Los Angeles. Maar te Chicago, waar ook vanaf 12 augustus de negers betoogden en in opstand kwamen, waren er 169 gewonden en 123 arrestaties. De feiten die zich afspeelden, evenals te Springfield en in Massachussets werden in de schaduw gesteld door die van Los Angeles. Nochtans had men sinds meer dan tien jaar in de grote stad van de Middelwest geen zulke uitbarsting van woede onder de gekleurde bevolking meer gekend.

De zwarte personaliteiten die aan het hoofd van de geweldloze beweging staan, verbergen hun ontsteltenis niet. Sommigen van hen, zoals Roy Wilkins, de algemene secretaris van het NACCP, de sterkste en de meest gematigde van deze bewegingen, heeft niet geaarzeld te zeggen dat het oproer in Los Angels ‘met de nodige kracht moest worden neergeslagen’. Een dergelijke houding is niet van aard om aan alle Wilkinsen in de Verenigde Staten de invloed terug te geven die ze aan het verliezen zijn. Een andere zwarte leider, ook voorstander van geweldloosheid, was aan de grond genageld en heeft moeten vaststellen dat het soort acties dat hij voorstond ter plaatse trappelt: ‘De gebeurtenissen te Los Angeles kondigen er andere aan, van hetzelfde soort, maar op veel grotere schaal’.

*
* *

Twintigduizend agenten en militairen, waaronder een pantserdivisie hebben – voor hoe lang nog? – de opstandige negers van Watts bedwongen. Men heeft de indruk willen wekken dat het om ‘oproerkraaiers’ ging, om ‘plunderaars’, door haat verblind. Maar waarom hebben deze plunderaars, volgens eenstemmige getuigenissen, de winkels van andere negers onaangeroerd gelaten? En waarom hebben ze aanvaard dat een ongewapende blanke, zonder dat hij het minste gevaar liep, in volle opstand tussen hen vrij kon rondlopen? Omdat het een priester was die bij hen bekend stond als een antiracist, zowel in woorden als in daden.

Mannen, vrouwen, adolescenten van Watts, sinds altijd geketende slaven, waarvan er enkele ontketend waren, zijn vandaag neergeslagen. Maar morgen zullen ze zich weer oprichten. Plunderaars? Welaan. Opstandelingen? Neen, revolutionairen.

De geciteerde verklaringen en cijfers komen uit de dagbladen Le Monde, de Times, de Guardian, de New York Herald Tribune, de New York Times.


Zoek knop