Rosa Luxemburg
De crisis der sociaaldemocratie


Hoofdstuk I

Het toneel heeft zich volkomen veranderd. De mars in zes weken naar Parijs is tot een werelddrama uitgegroeid, de massaslachting is tot vermoeiend dagelijks werk geworden zonder de oplossing voor- of achteruit te brengen. De burgerlijke staatsmanskunst zit in de klem, in de eigen klem gevangen de geesten, die men opriep, kan men niet meer verbannen, voorbij is de roes. Voorbij het patriottische lawaai in de straten, de jacht op automobielen met goud, de elkaar opjagende valse telegrammen, de met cholera vergiftigde bronnen, de op elke spoorbrug van Berlijn bommen werpende Russische studenten, de boven Neurenberg vliegende Fransen, de straatrelletjes van het op de spionnenjacht zijnde publiek, de golvende mensenmassa in de lunchrooms, waar oorverdovende muziek en patriottische gezangen de boventoon voerden gehele bevolkingen van de steden, in gepeupel veranderd, bereid om aan te brengen, vrouwen te mishandelen, hoera te roepen en zich zelf door wilde geruchten tot een delirium op te zwepen, de atmosfeer van de rituele moord, de lucht van Kisjenew, waarin de politieman op de hoek van de straat de enige vertegenwoordiger van de menselijke waardigheid was.

De regie is afgelopen. De Duitse geleerden, deze “wankele spoken” zijn al lang weg gefloten. De treinen met reservisten worden niet meer met gejubel begeleid door de meehollende jonge meisjes, zij groeten het volk niet meer uit de vensters van de wagons met vrolijk gelach: zij gaan stil voorbij met haar doos in de hand, door de straten, waarin het publiek met zorgelijk gelaat zijn dagelijks werk doet. In de nuchtere atmosfeer van de grauwe dag weerklinkt een ander koor: het hese geschrei van de gieren en hyena’s van het slagveld. Tienduizend banen voor tenten, gegarandeerd overeenkomstig de voorschriften! Honderdduizend kilo spek, cacaopoeder, koffie-ersatz, tegen directe betaling dadelijk te leveren! Granaten, draaibanken, patroontassen, huwelijksbemiddeling voor weduwen van gevallenen, lederwaren, bemiddeling voor leveranties aan het leger alleen maar ernstig gemeende aanbiedingen!

Het in augustus, in september vertransporteerde en patriottisch opgewarmd kanonnenvoer verrot in België, in de Vogezen, in de Masoeren, op kerkhoven, waar de jacht op de winst machtig tot bloei komt. Het gaat er om, gauw de oogst in de schuren te brengen. Over de oceaan strekken zich duizend begerige handen uit om mee te graaien. De zaken bloeien op de puinhopen. Steden worden tot ruïnes, dorpen tot kerkhoven, landerijen tot woestenijen, bevolkingen tot hopen bedelaars, kerken tot paardenstallen, volkenrecht, staatsverdragen, bondgenootschappen, de heiligste woorden, de hoogste autoriteiten aan flarden gescheurd ieder soeverein bij godsgenade geeft zijn neef aan de andere kant prijs aan de algemene verachting als onbenul en woordbreker, iedere diplomaat zijn collega van de andere partij als uitgekookte schurk en iedere regering de andere als ramp voor het eigen volk en hongeroproeren in Venetië, in Lissabon, in Moskou, in Singapore en pest in Rusland, en ellende en vertwijfeling overal.

Geschonden, onteerd, wadend in bloed, druipend van vuil zo staat de burgerlijke maatschappij voor ons, zo is zij! Niet als zij keurig en zedelijk cultuur, filosofie en ethiek, orde, vrede en rechtstaat presenteert maar als verscheurend beest, als heksensabbat van de anarchie, als pestadem voor cultuur en mensheid zo vertoont zij zich in haar ware, naakte gedaante. Midden in deze heksensabbat voltrok zich een wereldhistorisch drama: de capitulatie van de internationale sociaaldemocratie. Zich daarover om de tuin te leiden, haar te camoufleren zou het domste, het noodlottigste zijn, dat aan het proletariaat zou kunnen overkomen.

De democraat (d.w.z. de revolutionaire kleinburger) zo zegt Marx, “komt even onberispelijk uit de smadelijkste nederlaag naar voren, als hij onschuldig die nederlaag is ingegaan”. Met de nieuw verkregen overtuiging, dat hij moet overwinnen, niet omdat hijzelf en zijn partij het oude standpunt prijsgeven, maar omgekeerd, tot de verhoudingen zich in zijn geest ontwikkelen. Het moderne proletariaat komt anders uit zijn historische beproevingen te voorschijn. Reusachtig als zijn taken zijn ook zijn fouten. Geen vastgelegd en voor altijd geldig schema, geen onfeilbare leider toont het proletariaat de Wég, die het móet gaan. De historische ervaring is zijn enige leermeesteres, zijn doornenweg der zelfbevrijding is niet alleen met onnoemelijk lijden, maar ook met talloze fouten geplaveid. Het doel van zijn reis, zijn bevrijding, hangt er vanaf of het proletariaat verstaat uit eigen fouten te leren.

Zelfkritiek, niets ontziende, wrede, tot de kern der dingen doordringende zelfkritiek is levenslust en levenslicht van de proletarische beweging. De val van het socialistische proletariaat in de tegenwoordige wereldoorlog is zonder voorbeeld, is een ongeluk voor de mensheid. Het socialisme zou alleen dan verloren zijn, wanneer het internationale proletariaat de diepte van die val niet zou willen peilen, daaruit niet zou willen leren. Wat nu op het spel staat is het gehele laatste vijfenveertigjarige hoofdstuk in de ontwikkeling der moderne arbeidersbeweging. Wat wij beleven is de kritiek, de streep en het saldo onder de posten van onze arbeid van bijna een halve eeuw. Het graf van de Commune van Parijs had de eerste fase van de Europese arbeidersbeweging en de eerste Internationale afgesloten.

Sedertdien begon een nieuwe fase. In plaats van de spontane revoluties, opstanden, barricadegevechten, waarna het proletariaat telkens weer in zijn passieve toestand terug viel, begon de stelselmatige strijd van elke dag. Het gebruik van het burgerlijke parlementarisme, de massaorganisatie, de samenvoeging van de economische en de politieke strijd en van het socialistisch ideaal met de hardnekkige verdediging der dagelijkse belangen. Voor de eerste keer belichtte de geleidster van een streng wetenschappelijke wereld de zaak van het proletariaat en zijn bevrijding. In plaats van de sekten, de scholen, de utopieën, de proefnemingen in elk land op eigen gelegenheid, ontstond een zelfde internationale theoretische grondslag, die landen als regels in een zelfde boekdeel aan elkaar verbond.

Het marxistische bewustzijn gaf aan de arbeidersklasse der gehele wereld een kompas in handen, om wegwijs te worden in de draaikolk der dagelijkse gebeurtenissen, om de strijdtactiek van elk uur naar het onveranderlijke einddoel te richten. De draagster, de kampvechtster en de behoedster van deze nieuwe methode was de Duitse sociaaldemocratie. De oorlog van 1870 en de Commune van Parijs hadden het zwaartepunt der Europese arbeidersbeweging naar Duitsland verplaatst. Zoals Frankrijk de klassieke plaats was van de eerste fase van de proletarische klassenstrijd, zoals Parijs het kloppende en bloedende hart van de Europese arbeidersklasse in die tijd geweest was, zo werd de Duitse arbeidersbevolking de voorhoede van de tweede fase. Zij heeft door talloze offers van onvermoeide kleine arbeid de sterkste en voorbeeldigste organisatie opgebouwd, de grootste pers geschapen, de doeltreffendste middelen voor scholing en voorlichting in het leven geroepen, de geweldigste kiezersmassa om zich geschaard, de talrijkste parlementaire mandaten bevochten.

De Duitse sociaaldemocratie gold als de zuiverste belichaming van het marxistische socialisme. Zij had en maakte aanspraak op een speciale plaats als de leermeesteres en leidster van de Tweede Internationale. Friedrich Engels schreef in het jaar 1895 in zijn beroemd voorwoord van Klassenkampfe in Frankreich van Marx:

Wat ook in andere landen kan gebeuren, de Duitse sociaaldemocratie heeft een bijzondere plaats en daarmede tenminste voor de naaste tijd een bijzondere taak. De twee miljoen kiezers, die zij naar de stembus zendt, benevens de jonge mannen en vrouwen, die als niet-kiezers achter hen staan, vormen de talrijkste en meest compacte massa, de beslissende machtsformatie van het internationale proletarische leger.

De Duitse sociaaldemocratie was, zoals de Weense Arbeiterzeitung, op 5 augustus 1914 schreef, “het juweel van organisatie van het klassenbewuste proletariaat.”

In haar voetstappen traden steeds ijveriger de Franse, de Italiaanse en de Belgische sociaaldemocratie, de arbeidersbeweging van Nederland, Scandinavië, Zwitserland, de Verenigde Staten. De Slavische landen echter, de Russen en de sociaaldemocraten van de Balkan zagen naar haar op met onbegrensde, bijna kritiekloze bewondering. In de Tweede Internationale speelde de Duitse machtsformatie de doorslaggevende rol. Op de congressen, in de bijeenkomsten van het Internationale Socialistische Bureau wachtte alles op de Duitse mening, ja, juist in de vragen van de strijd tegen het militarisme en de oorlog, trad de Duitse sociaaldemocratie steeds beslissend op. “Voor ons, Duitsers, is dit onaannemelijk,” was in de regel voldoende om de oriëntatie der Internationale te bepalen. Met blind vertrouwen gaf zij zich aan de leiding der bewonderde, machtige Duitse sociaaldemocratie over: zij was de trots van elke socialist en de schrik van de heersende klassen in alle landen. En wat beleefden wij in Duitsland, toen de grote historische beproeving kwam?

De diepste val, de geweldigste ineenstorting. Nergens is de organisatie van het proletariaat zo volkomen ingeschakeld in de dienst van het imperialisme, nergens wordt de staat van beleg zo zonder tegenstand verdragen, nergens de pers zo gekneveld, de openbare mening zo verstikt, de economische en politieke klassenstrijd der arbeidersklasse zo prijsgegeven als in Duitsland. Maar de Duitse sociaaldemocratie was niet alleen de sterkste voorhoede, zij was het denkende brein van de Internationale. Daarom moet het proces van zelfbezinning, de analyse bij haar en ten opzichte van haar geval beginnen. Zij heeft de plicht vooraan te gaan met de redding van het Internationale socialisme, dat wil zeggen met nietsontziende zelfkritiek. Geen andere partij, geen andere klasse der burgerlijke maatschappij kan de eigen fouten, de eigen zwakheden in de klare spiegel der kritiek van de gehele wereld tonen, want de spiegel weerkaatst tegelijk de voor haar staande historische grens en het achter haar staande historische noodlot. De arbeidersklasse kan steeds onbeschroomd de waarheid, ook de bitterste zelfbeschadiging in het gelaat zien, want haar zwakte is slechts een afdwaling en de strenge wet van de geschiedenis geeft haar de kracht terug, waarborgt haar uiteindelijke overwinning. De nietsontziende zelfkritiek is niet alleen het recht van bestaan, zij is ook de hoogste plicht van de arbeidersklasse. Bij ons aan boord voeren wij de grootste schatten der mensheid mee, met wier bewaking het proletariaat belast was.

En terwijl de burgerlijke maatschappij geschonden en onteerd door de bloedige orgie haar noodlot verder tegemoet snelt, moet en zal het Internationale proletariaat zich vermannen en de gouden schatten omhoog heffen, die het in de wilde draaikolk van de wereldoorlog in een ogenblik van verwarring en zwakte op de bodem liet zinken. Ëén ding is zeker: de wereldoorlog betekent een omkeer in de wereld. Het is een dwaze waan, zich een zodanige voorstelling te maken, dat wij de oorlog alleen maar behoeven te overleven, zoals de haas onder het struikgewas het einde van het onweer afwacht, om daarna monter opnieuw de oude draf te hervatten. De wereldoorlog heeft de voorwaarden van onze strijd veranderd en onszelf het meest. Niet alsof de grondwetten der kapitalistische ontwikkeling, de oorlog op leven en dood tussen kapitaal en arbeid wijziging of verzachting zouden hebben ondergaan. Reeds nu midden in de oorlog vallen de maskers af en grijnzen ons de oude bekende trekken tegen.

Maar het tempo van de ontwikkeling heeft door de losbarsting van de kapitalistische vulkaan een geweldige stoot gekregen, de hevigheid van de botsingen in de schoot der maatschappij, de grootte van de taken, die voor het socialistische proletariaat onmiddellijk oprijzen, zij laten al het tot nu toe beleefde in de geschiedenis der arbeidersbeweging als een tere idylle schijnen. Geschiedkundig was deze oorlog voorbestemd de zaak van het proletariaat geweldig te bevorderen. Bij Marx, die zoveel historische voorvallen met profetische blik in de schoot van de toekomst heeft ontdekt, treft men in het geschrift Klassenkampfe in Frankreich de volgende opmerkelijke passage aan:

In Frankrijk doet de kleinburger, hetwelk normaal de industriële bourgeois zou moeten doen voor parlementaire rechten strijden, de arbeider doet, hetwelk normaal de taak van de kleinburger zou zijn voor de democratische republiek strijden, en wie vervult de taak van de arbeider? Niemand. Zij wordt niet in Frankrijk vervuld, zij wordt in Frankrijk geproclameerd. Zij wordt binnen het nationale raam nergens vervuld. De klassenstrijd binnen de Franse maatschappij slaat in een wereldoorlog om, waarin de naties tegenover elkaar komen te staan. De vervulling begint eerst op het ogenblik, waarop door de wereldoorlog het proletariaat aan de spits van het volk wordt gedreven, dat de wereldmarkt beheerst, aan de spits van Engeland. De revolutie, die hier niet haar eind, maar haar organisatorisch begin vindt, is geen revolutie op korte duur. Het tegenwoordige geslacht gelijkt op de Jood, die Mozes door de woestijn leidt. Het heeft niet alleen een nieuwe wereld te veroveren, het moet ondergaan om voor de mensen plaats te maken, die tegen een nieuwe wereld opgewassen zijn.

Dit was in het jaar 1850 geschreven, in een tijd, toen Engeland het enige kapitalistisch ontwikkelde land was, het Engelse proletariaat het best georganiseerd, door de economische bloei van zijn land geroepen scheen voor de leiding der internationale arbeidersklasse. Lees in plaats van Engeland Duitsland en de woorden van Marx zijn een geniaal voorvoelen van de tegenwoordige wereldoorlog.

Die oorlog was bestemd om het Duitse proletariaat naar de spits van het volk te drijven en daarna het “het organisatorisch begin” te maken van de grote, internationale, algemene worsteling tussen de arbeid en het kapitaal om de politieke macht in de staat. En hebben wij ons soms de rol van de arbeidersklasse in de wereldoorlog anders voorgesteld? Herinneren wij ons, hoe wij, nog kort geleden, gewoon waren het komende af te schilderen:

Dan komt de catastrofe. Dan zal in Europa de algemene opmars plaats vinden, waarbij 16 tot 16 miljoen mannen, de bloei der verschillende naties, met de beste moordwerktuigen toegerust, als vijanden tegen elkaar in het veld trekken. Klaar naar mijn overtuiging staat achter de grote, algemene opmars de grote Kladderadatsch. Hij komt niet door ons, hij komt door uzelf. Gij drijft de dingen op de spits. Gij leidt naar een catastrofe, gij zult oogsten, wat gij gezaaid hebt. De godenschemering van de burgerlijke wereld is op komst. Wees daar zeker van: zij is op komst.

Zo sprak de redenaar van onze fractie, Bebel, ter gelegenheid van de Marokko debatten in de Rijksdag. Het officiële vlugschrift van de partij: Imperialisme of Socialisme?, dat enige jaren geleden in honderdduizenden exemplaren verspreid is, sloot met de woorden:

Zo groeit de strijd tegen het imperialisme steeds meer uit tot de beslissende strijd tussen kapitaal en arbeid. Oorlogsgevaar, duurte en kapitalisme. Vrede, welvaart voor allen, socialisme! Zo is het probleem gesteld. De geschiedenis gaat grote beslissingen tegemoet. Onafgebroken moet het proletariaat aan zijn wereldhistorische zaak werken, de macht van zijn organisatie, de klaarheid van zijn bewustzijn versterken. Er kan dan komen wat wil, moge het aan zijn kracht gelukken de mensheid deze vreselijke gruwelen van een wereldoorlog te besparen, of moge de kapitalistische wereld niet anders in de geschiedenis ondergaan, als zij daaruit geboren werd, in bloed en geweld. Het historisch uur zal de arbeidersklasse bereid vinden en bereid zijn is alles.

In het officiële Handboek voor sociaaldemocratische kiezers van het jaar 1911, bij de laatste Rijksdagverkiezingen, staat op blz. 42 over de verwachte wereldoorlog:

Denken onze heersers en heersende klassen dit verschrikkelijke van de volken te kunnen verlengen? Zal niet een kreet van ontzetting, van toorn, van verontwaardiging de volkeren omvatten en hen bewegen een eind aan het moorden te maken? Zullen zij niet vragen: Voor wie, waarom dit alles? Zijn wij soms geesteszieken om zo behandeld te worden en ons zo te laten behandelen? Wie rustig nadenkt over de waarschijnlijkheid van een Europese oorlog kan tot geen andere conclusies komen als die wij aanvoerden. De volgende Europese oorlog wordt een gokspel, zoals de wereld, nog nooit heeft aanschouwd. Hij is naar alle waarschijnlijkheid de laatste oorlog.

Met zulke taal, met zulke woorden streden onze tegenwoordige Rijksdagafgevaardigden voor hun 100 mandaten. Toen in de zomer van het jaar 1911 de Panthersprong naar Agadir en de lawaaimakende ophitsing van de Duitse imperialisten het gevaar van de Europese oorlog onmiddellijk nabij gebracht hadden, nam een internationale bijeenkomst te Londen op 4 augustus de volgende resolutie aan:

De Duitse, Spaanse, Engelse, Hollandse en Franse afgevaardigden van de arbeidersorganisaties verklaren bereid te zijn tegen elke oorlogsverklaring met alle ter beschikking staande middelen stelling te nemen. Elke vertegenwoordigde natie neemt de plicht op zich, overeenkomstig de besluiten van haar nationale en internationale congressen tegen alle misdadige kuiperijen der heersende klassen te handelen.

Toen echter in november 1912 het internationale congres te Bazel bijeenkwam, toen de lange stoet van arbeidersvertegenwoordigers in de Domkerk aankwam, toen ging een rilling van de grootte van het komende historische uur en een heldhaftig besluit door de borst van alle aanwezigen. De koele, sceptische Victor Adler riep:

Kameraden, het belangrijkste is, dat wij hier aan de gemeenschappelijke bron van onze krachten zijn, dat wij van hier de kracht meenemen om elk in zijn land te doen, wat hij kan om met de vormen en de middelen, die wij hebben, met de volle macht die wij bezitten, tegenover de misdaad van de oorlog stelling te nemen. En wanneer het er toe zou komen, wanneer het werkelijk ertoe zou komen, dan moeten wij er voor zorgen dat het een steen zal zijn, een steen van het einde. Dat is de stemming, die de gehele Internationale bezielt. En wanneer moord en brand en pestilentie door het beschaafde Europa trekken kunnen wij slechts met ontzetting daaraan denken en ergernis en verontwaardiging wellen op in onze borst. En wij vragen ons af: zijn de mensen, zijn de proletariërs thans werkelijk nog schapen, dat zij stom naar de slachtbank geleid kunnen worden?

Troelstra sprak in de naam van de kleine naties ook in naam van België:

Met goed en bloed staat het proletariaat van de kleine landen ter beschikking van de Internationale in alles, wat zij zal besluiten om de oorlog verre te houden. Wij spreken verder de verwachting uit dat wanneer eenmaal de heersende klassen der grote staten de zonen van hun proletariaat te wapen roepen om de begeerte en de heerschappij van hun regeringen in het bloed en op het grondgebied der kleine volkeren te koelen, dat dan de zonen van de proletariërs onder de machtige invloed van hun proletarische ouders, van de klassenstrijd en van de proletarische pers, nog wel driemaal met zichzelf zullen overleggen, voordat zij in de dienst van dit aan de beschaving vijandige bedrijf hun broeders, hun vrienden leed zullen aandoen.

En Jaurès sloot zijn redevoering, nadat hij in de naam van het Internationale Bureau het manifest tegen de oorlog had voorgelezen:

De Internationale vertegenwoordigt alle zedelijke krachten in de wereld! En wanneer eenmaal het tragische uur slaat, waarop wij ons geheel zouden moeten geven, zou dit bewustzijn ons steunen en sterken. Niet slechts oppervlakkig gesproken, neen, uit het diepst van ons wezen verklaren wij, dat wij tot alle offers bereid zijn.

Het was als een heilige eed. De gehele wereld richtte haar blik naar de Domkerk van Bazel, waar de klokken ernstig en plechtig geluid werden voor de komende grote worsteling tussen het leger van de Arbeid en de macht van het Kapitaal. Op 3 december 1912 zei de sociaaldemocratische spreker David in de Duitse Rijksdag:

Dat was een der mooiste uren van mijn leven, dat beken ik. Toen de klokken van de Domkerk de tocht van de internationale sociaaldemocraten begeleidden, toen de rode vanen in het kerkkoor om het altaar geplaatst werden en toen orgeltonen de zendboden van de volkeren begroetten, die de vrede wilden verkondigen, toen werd zeker een indruk gewekt, die ik niet zal vergeten. Wat zich hier voltrekt moest u toch duidelijk worden. De massa’s houden op willoze en gedachteloze kudden te zijn. Dat is nieuw in de geschiedenis. Vroeger hebben de massa’s zich blindelings door degenen, die belang bij een oorlog hadden, tegen elkaar laten ophitsen en in de massamoord drijven. Dat is afgelopen. De massa’s houden er mee op willoze instrumenten en trawanten van welke belanghebbenden bij oorlog dan ook te zijn.

Nog een week voor het uitbreken van de oorlog, op 26 juli 1914, schreven Duitse partijbladen:

Wij zijn geen marionetten, wij bestrijden met allen een systeem, dat de mensen maakt tot willoze werktuigen van de blind heersende verhoudingen, dit kapitalisme, dat zich klaar maakt het naar vrede hunkerende Europa in een dampend slachthuis te veranderen. Wanneer het verderf zijn gang gaat, wanneer de vastbesloten vredeswil van het Duitse, van het internationale proletariaat, dat zich in de komende dagen in machtige demonstraties zal openbaren, niet in staat zou zijn de wereldoorlog te verhinderen, dan moet hij tenminste de laatste oorlog, de godenschemering van het kapitalisme worden zo lazen wij in de Frankfurter Volksstimme.

Nog op 30 juli 1914 riep het centrale orgaan van de Duitse sociaaldemocratie uit:

Het socialistische proletariaat weigert elke verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen, die een tot krankzinnigheid verblinde heersende klasse ontketent. Het weet, dat juist voor het proletariaat nieuw leven uit de puinhopen zal opbloeien. De gehele verantwoordelijkheid valt terug op de machthebbers van heden! Voor haar gaat het om zijn of niet zijn. De wereldgeschiedenis is het wereldgericht.

En toen kwam het ongehoorde, het gebeuren zonder voorbeeld, de 4de augustus 1914. Of het zo moest komen? Een gebeuren van die draagwijdte is zeker geen spel van het toeval. Daaraan moeten diepe en verstrekkende objectieve oorzaken ten grondslag liggen. Maar deze oorzaken kunnen ook in fouten van de leidster van het proletariaat, van de sociaaldemocratie, in het tekortschieten van onze wil; tot strijd, onze moed, onze trouw aan de overtuiging liggen. Het wetenschappelijke socialisme heeft ons geleerd, de objectieve wetten der geschiedkundige ontwikkeling te begrijpen. De mensen maken hun geschiedenis niet uit eigen beweging. Maar zij maken de geschiedenis zelf. Het proletariaat is in zijn actie afhankelijk van de bestaande graad van rijpheid der maatschappelijke ontwikkeling, maar de maatschappelijke ontwikkeling voltrekt zich niet buiten het proletariaat om het is in dezelfde mate haar drijfveer en oorzaak als het haar product en gevolg is. Zijn actie zelf is mede bepalende factor van de geschiedenis. En wanneer wij over de geschiedkundige ontwikkeling evenmin kunnen springen als de mens over zijn schaduw, kunnen wij haar val bespoedigen of vertragen.

Het socialisme is de eerste volksbeweging van de wereldgeschiedenis, die ten doel heeft en door de geschiedenis geroepen is in het maatschappelijk doen van de mensen bewuste zin, een planmatige gedachte en daarmee de vrije wil te brengen. Daarom noemt Friedrich Engels de uiteindelijke overwinning van het socialistische proletariaat een sprong van de mensheid uit het dierenrijk naar het rijk van de vrijheid. Ook deze sprong is aan ijzeren wetten der geschiedenis, aan duizend spruiten aan een vroeger smartelijke en al te langzame ontwikkeling gebonden. Doch hij kan nooit volbracht worden, wanneer uit al de door de ontwikkeling opgehoopte stof van de materiële voorwaarden niet de aanstekende vonk van het bewuste willen der grote volksmassa ontspringt. De overwinning van het socialisme zal niet als een fatum van de hemel neerdalen. Hij kan slechts door een lange reeks van geweldige krachtproeven tussen de oude en nieuwe machten bevochten worden, krachtproeven, waarin het internationale proletariaat onder leiding van de sociaaldemocratie leert en probeert zijn lot in eigen hand te nemen, het roer van het maatschappelijke leven te bemachtigen, uit een willoze speelbal van de eigen geschiedenis tot haar doelbewuste bestuurder te worden. Friedrich Engels zei eens: De burgerlijke maatschappij staat voor een dilemma, hetzij overgang naar het socialisme of terugvallen naar het barbarisme.

Wat betekent een terugvallen in het barbarisme op onze hoogte van de Europese beschaving? Wij hebben allen die woorden tot nu toe gedachteloos gelezen en herhaald zonder hun verschrikkelijke ernst te vermoeden. Hen blik om ons heen op dit ogenblik toont aan, wat een terugval der burgerlijke maatschappij in het barbarisme betekent. Deze wereldoorlog dit is een terugval in het barbarisme. De zegepraal van het imperialisme leidt tot vernietiging van de cultuur sporadisch gedurende het verloop van de moderne oorlog en definitief, als de nu aangevangen periode van wereldoorlogen ongestoord tot haar laatste consequentie zich zou kunnen ontplooien. Wij staan dus thans, precies zoals Friedrich Engels een mensenleeftijd geleden, voor veertig jaar, voorspelde, voor de keus: hetzij overwinning van het imperialisme en ondergang van elke beschaving, zoals in het oude Rome, ontvolking, verwoesting, degeneratie, één groot kerkhof dan wel overwinning van het socialisme, d.w.z. van de bewuste strijd van het internationale proletariaat tegen het imperialisme en zijn methode: de oorlog. Dit is een dilemma der wereldgeschiedenis, het een of het ander, waarvan de weegschalen sidderend op en neer gaan voor het besluit van het klassenbewuste proletariaat. De toekomst van de beschaving en van de mensheid hangt er van af, of het proletariaat zijn revolutionaire strijdzwaard met mannelijke vastbeslotenheid in de weegschaal werpt. In deze oorlog heeft het imperialisme overwonnen. Zijn bloedig zwaard, van de volkerenmoord heeft met brutaal overwicht de weegschaal in de afgrond van de ellende en de smaad neergetrokken. De gehele ellende en de gehele smaad kunnen slechts daardoor tenietgedaan worden, als wij uit de oorlog en in de oorlog leren, hoe het proletariaat zich uit de rol van een knecht in handen van de heersende klassen tot meester van het eigen lot vermant. Duur koopt de moderne arbeidersklasse elk besef van haar historische roeping.

De weg naar Golgota van haar klassenbevrijding is met vreselijke offers bezaaid. De Junistrijders, de offers der Commune, de martelaren der Russische revolutie, een rij van bloedige schaduwen, schier zonder tal. Die allen waren op het veld van eer gevallen, zij zijn, zoals Marx over de leden van de Commune schreef “voor altijd ingezerkt [bewaard] in het grote hart der arbeidersklasse”. Nu vallen miljoenen proletariërs van alle landen op het veld van de smaad, van de broedermoord, van de zelfvernietiging, het slavengezang op de lippen. Ook dat kon ons niet bespaard blijven. Wij gelijken werkelijk op de Joden, die Mozes door de woestijn leidt, maar wij zijn niet verloren en wij zullen overwinnen, wanneer wij niet verleerd hebben om te leren. En zou de tegenwoordige leidster van het proletariaat, de sociaaldemocratie, niet verstaan om te leren, dan zal zij ondergaan om voor de mensen plaats te maken, die tegen een nieuwe wereld opgewassen zijn.