Rosa Luxemburg
De crisis der sociaaldemocratie


Aanhangsel

Richtlijnen over de taak van de Internationale Sociaaldemocratie. 1915-1916.

Een groot aantal partijgenoten uit alle delen van Duitsland heeft de volgende stellingen aangenomen, die een toepassing zijn van het Erfurter program op de tegenwoordige problemen van het internationale socialisme.

I. De wereldoorlog heeft de resultaten van de 40-jarige arbeid van het Europese socialisme tenietgedaan, doordat hij de betekenis van de revolutionaire arbeidersklasse als een politieke machtsfactor en het morele prestige van het socialisme vernietigt, de proletarische internationale verscheurt, haar secties tot broedermoord tegenover elkaar geleid en de wensen en verwachtingen van de volksmassa’s in de voornaamste landen der kapitalistische ontwikkeling aan het schip van het imperialisme heeft geketend.

II. Door de inwilliging der oorlogskredieten en de proclamaties van de godsvrede hebben de officiële leiders van de socialistische partijen in Duitsland, Frankrijk en Engeland, (met uitzondering van de Ind. Labour Party) de ruggengraat van het imperialisme versterkt, de volksmassa’s tot het geduldig dragen van de ellende en de verschrikkingen van de oorlog gebracht en zodoende tot de ongebreidelde ontketening van de imperialistische razernij, tot de verlenging der afslachting en tot de vermeerdering van zijn slachtoffers bijgedragen, de verantwoordelijkheid voor de oorlog — en zijn gevolgen mede op zich genomen.

III. Deze tactiek van de officiële partijinstanties der oorlogvoerende landen, in de allereerste plaats in Duitsland, het tot dusver leidinggevende land der Internationale, betekent verraad aan de elementairste grondslagen van het internationale socialisme, aan de levensbelangen der arbeidersklasse, aan alle democratische belangen der volkeren. Daardoor is de socialistische politiek ook in die landen tot onmacht veroordeeld, waar de partijleiders trouw aan hun plicht zijn gebleven: in Rusland, Servië, Italië en met een enkele uitzondering in Bulgarije.

IV. Doordat de officiële sociaaldemocratie der leidinggevende landen de klassenstrijd in de oorlog opgaf en uitstelde tot na afloop van de oorlog, heeft zij aan de heersende klassen van alle landen een termijn gelaten om haar posities ten koste van het proletariaat economisch, politiek en moreel reusachtig te versterken.

V. De wereldoorlog dient noch de nationale verdediging, noch de economische politieke belangen van welke volksmassa dan ook; hij is slechts een product van kapitalistische mededinging tussen de kapitalistische klassen van verschillende landen, om de wereldheerschappij, om het monopolie in de uitbuiting en onderdrukking van de nog niet door het kapitaal beheerste gebieden. In het tijdvak van dit ontketend imperialisme kunnen er geen nationale oorlogen meer zijn. De nationale belangen dienen slechts als verdovende middelen om de werkende volksmassa’s dienstbaar te maken aan haar doodsvijand, het imperialisme.

VI. Uit de politiek der imperialistische staten en uit de imperialistische oorlog kunnen voor geen onderdrukte natie vrijheid en onafhankelijkheid ontspruiten. De kleine naties, wier heersende klassen aanhangsels en medeplichtigen van haar klassengenoten in de grote landen zijn, zijn slechts schaakfiguren in het imperialistische spel der grootmachten en worden evenals de werkende massa’s van deze grootmachten, gedurende de oorlog als werktuig misbruikt om na de oorlog aan de kapitalistische belangen te worden geofferd.

VII. De tegenwoordige wereldoorlog betekent in deze omstandigheden bij elke nederlaag en elke overwinning een nederlaag van het socialisme en de democratie. Hij voert bij elke afloop behalve de revolutionaire interventie van het internationale proletariaat tot de versterking van het militarisme, der internationale tegenstellingen, der economische concurrentie. Hij versterkt de kapitalistische uitbuiting en de binnenlandse reactie, verzwakt de openbare controle en drukt de parlementen tot steeds gehoorzamer werktuigen van het militarisme neer. De tegenwoordige wereldoorlog ontwikkelt aldus tegelijk alle voorwaarden voor nieuwe oorlogen.

VIII. De wereldvrede kan niet gegarandeerd worden door utopische en in de grond reactionaire plannen als internationale scheidsgerechten van kapitalistische diplomaten, diplomatische overeenkomsten over ontwapening, vrijheid der zeeën, afschaffing van het recht van buitverklaring ter zee, Europese statenbonden, Midden-Europese tolunies, nationale bufferstaten en dergelijke. Imperialisme, militarisme en oorlogen zijn niet te liquideren of in te dammen zolang de kapitalistische klassen onbestreden haar klassenheerschappij uitoefenen. De enige middelen om hun met succes weerstand te bieden, en de enige garantie voor de wereldvrede zijn de politieke daadkracht en de revolutionaire wil van het internationale proletariaat, om zijn macht in de weegschaal te werpen.

IX. Het imperialisme als de laatste fase en hoogste ontplooiing van de politieke wereldheerschappij van het kapitaal is de gemeenschappelijke doodsvijand van het proletariaat van alle landen. Maar het deelt met de vroegere fasen van het kapitalisme het lot de krachten van zijn doodsvijand in dezelfde mate te versterken als het zichzelf ontplooit. Het bespoedigd de concentratie van het kapitaal, de onderwerping van de middenstand, de uitbreiding van het proletariaat, wekt het groeiende verzet der massa’s en leidt aldus tot de intensieve verscherping van de klassentegenstellingen. Tegen het imperialisme moet de proletarische klassenstrijd in vredestijd zowel als in oorlogstijd in de eerste plaats geconcentreerd worden. De strijd tegen hem is voor het internationale proletariaat tevens de strijd om de politieke macht in de staat, de beslissende worsteling tussen socialisme en kapitalisme. Het socialistische einddoel wordt door het internationale proletariaat slechts verwezenlijkt doordat het tegen het imperialisme over de gehele linie front maakt en de leuze “Oorlog aan de oorlog” onder het gebruik van zijn volle kracht en de uiterste offervaardigheid tot richtlijn van zijn praktische politiek maakt.

X. Voor dit doel richt de voornaamste taak van socialisme zich thans daar op, het proletariaat van alle landen tot een levend revolutionaire macht samen te vatten, het door een sterke internationale organisatie met eensgezinde opvatting van zijn belangen en taken, met eensgezinde tactiek en politieke bekwaamheid tot handelen in vredes- zowel als in oorlogstijd tot de beslissende factor van het politieke leven te maken, waartoe het door de geschiedenis geroepen is.

XI. De Tweede Internationale is door de oorlog uiteen gerukt. Haar ondoeltreffendheid is bewezen door haar onbekwaamheid om een bruikbare dam tegen de nationale versplintering in de oorlog op te richten en een gemeenschappelijke tactiek en actie van het proletariaat in alle landen door te voeren.

XII. Tegenover het verraad van de officiële instanties van de socialistische partijen der toonaangevende landen jegens de doeleinden en belangen der arbeidersklasse, tegenover haar zwenking van de grondslag der proletarische Internationale naar de grondslag van de burgerlijke imperialistische politiek is het een levensnoodzakelijkheid voor het socialisme, een nieuwe Arbeiders-Internationale te stichten, die de leiding en samenvatting van de revolutionaire klassenstrijd tegen het imperialisme in alle landen op zich neemt. Zij moet om haar historische taak te vervullen, op de volgende grondslagen berusten:
1. De klassenstrijd van de burgerlijke staten tegen de heersende klassen en de internationale solidariteit der proletariërs van alle landen zijn twee niet van elkaar te scheiden leefregels der arbeidersklasse in haar wereldhistorische bevrijdingsacties. Er is geen socialisme buiten de internationale solidariteit van het proletariaat en er is geen socialisme, buiten de klassenstrijd. Het socialistische proletariaat kan noch in vrede, noch in oorlog, afstand doen van de klassenstrijd en de internationale solidariteit zonder zelfmoord te begaan.
2. De klassenactie van het proletariaat moet zowel in vredes- als in oorlogstijd op de bestrijding van het imperialisme en de verhindering van de oorlogen als op haar hoofddoel gericht worden. De parlementaire actie, de vakverenigingsactie, zowel als de gehele werkzaamheid der arbeidersbeweging moet aan het doel ondergeschikt gemaakt worden, het proletariaat in elk land zich ten scherpste tegenover de nationale bourgeoisie plaatsen, de politieke en geestelijke tegenstelling tussen beiden steeds weer doen uitkomen, zowel als tezelfdertijd de internationale samenhorigheid van de proletariërs van alle landen op de voorgrond brengen en dienstbaar maken.
3. In de Internationale ligt het zwaartepunt van de klassenorganisatie van het proletariaat. De Internationale beschikt in vredestijd over de tactiek der nationale secties met betrekking tot het militarisme, de koloniale politiek, de handelspolitiek, de meiviering, verder over de gehele in oorlogstijd te volgen tactiek.
4. De plicht tot uitvoering van de besluiten der Internationale gaat boven alle andere organisatieplichten. Nationale secties, die tegen haar besluiten handelen, plaatsen zich buiten de Internationale. In de botsingen tegen het imperialisme en tegen de oorlog kan de beslissende macht slechts door de compacte massa’s van het proletariaat van alle landen ingezet worden.
5. Het hoofddoel van de tactiek van de nationale secties moet dus daarop gericht worden, de brede massa’s tot politieke bekwaamheid om te handelen en tot vastbesloten initiatieven op te voeden, de internationale samenwerking van de massa-actie te verzekeren, de politieke en vakorganisaties zodanig uit te bouwen, dat door haar bemiddeling op elke tijd het snelle en daadkrachtig samenwerken van alle secties gewaarborgd en de wil der Internationale aldus tot daad van de breedste arbeidersmassa’s van alle landen wordt.
6. De eerste daad van het socialisme is de geestelijke bevrijding van het proletariaat van de bevoogdende bourgeoisie, die zich in de invloed van de nationalistische ideologie uit. De nationale secties hebben hun agitatie in de parlementen zowel als in de pers daarop te richten, de overgeleverde ideologie van het nationalisme als werktuig van de burgerlijke heerschappij te ontmaskeren. De enige verdediging van alle werkelijke nationale vrijheid is thans de revolutionaire klassenstrijd tegen het imperialisme. Het vaderland der proletariërs, aan welks verdediging al het andere ondergeschikt moet worden gemaakt, is de Socialistische Internationale.