Ernest Mandel

1934-1936: de grote draai

Een revolutionaire crisis die de tweede wereldoorlog hadden kunnen tegenhouden


Geschreven: 1986
Bron: Rood, 18de jaargang, nr. 8, 22 april 1986, p. 10
Deze versie: Spelling aangepast
Transcriptie: Ernest Mandel - Internet-Archief: www.ernestmandel.org
HTML: Frederic L., voor het Marxists Internet Archive, september 2007


Niet alleen de kapitalisten werden getroffen door de economische crisis van 1929-1933. Zij betekende ook een ramp voor de arbeidersklasse. Die werd veel erger dan in de huidige crisis verzwakt door de werkloosheid. In de Verenigde Staten waren er tot 15 miljoen werklozen. In Duitsland werd één arbeider op drie door de werkloosheid getroffen, in België was dat één op vier. De miserie was groot en algemeen, want de werkloosheidsuitkeringen waren klein of onbestaande. In Engeland waren er hongermarsen. De pers vermeldde dat werklozen in Duitsland, Oostenrijk, in Tsjecho-Slowakije, hun bed verkochten om brood te kopen.

Verzwakt door de armoede

Werkloosheid en armoede verzwakten en verlamden tijdelijk de weerstand van de arbeiders. Tussen 1929 en 1935 was er bijna geen enkele staking in Groot-Brittannië, nochtans het klassieke land van de syndicale strijd in de jaren ‘20. De vakbonden verloren er de helft van hun leden. In Duitsland, Oostenrijk en België bleef de getalsterkte van de vakbond onaangetast, maar tussen 1928 en 1932 verzwakte de weerstand van de arbeiders (in België zien we de eerste tekenen van die weerstand terug opduiken in 1932 met de mijnstakingen)

Patronaat en burgerlijke staat proberen deze tijdelijke verzwakking van de arbeidersklasse uit te buiten. Zij willen een grote slag slaan en de krachtsverhoudingen tussen Kapitaal en Loonarbeid blijvend veranderen. Zij willen een Sterke Staat, autoritaire regimes instellen. Ze steunen de groeiende fascistische bewegingen. Deze proberen de georganiseerde arbeidersbeweging in haar geheel te vernietigen en de samenhang van de arbeidersklasse te breken. Natuurlijk is de opkomst van het fascisme een verschijnsel op zichzelf. Zij is te verklaren door de verarming en de wanhoop van de middenstand, door de organisatie van marginale elementen uit alle lagen van de maatschappij. Het is een zelfstandige beweging van kleinburgerlijke “desperados”, ten dienste van, betaald en beschermd door het Grootkapitaal. Het genoot overal steun en medewerking vanwege de kapitalistische Staat.

De Duitse nederlaag

In februari 1933 wordt die geleidelijke verzwakking van de arbeidersklasse in Europa, Japan en Noord-Amerika, omgevormd tot de historische nederlaag van Duitsland. Op 30 januari 1933 wordt Hitler Reichskanselier. Naar aanleiding van de brand van het parlement (Reichstag) enkele weken later worden eerst de communistische partij, dan de sociaaldemocratische en katholieke partij en na 1 mei de vakbonden, ontbonden en verboden. Er is een terroristische dictatuur ingesteld ten bate van de winst van de grote kapitalisten, die nu alleen de baas zijn van de bedrijven en van de economie. Op tien jaar tijd (van 1928 tot 1938) zullen ze hun winsten verdrievoudigen.

Er waren in Duitsland zes miljoen arbeiders georganiseerd in de SP, de KP en de vakbonden. Tot de laatste vrije verkiezingen behaalden de twee arbeiderspartijen bijna 14 miljoen stemmen, evenveel als de nazi’s. Deze kolossale kracht capituleerde zonder enig gecentraliseerd gevecht voor haar voornaamste vijand : het fascisme. Duizenden van haar leiders werden gedood, gevangen genomen, gefolterd, geïnterneerd in concentratiekampen, verjaagd naar het buitenland of gedwongen onder te duiken. Tienduizenden actieve militanten werden bovendien afgedankt.

Nieuw verzet

De overgave zonder enige strijd, de verdeeldheid tussen de SP en de KP : dat waren de kenmerken en de fundamentele oorzaken voor de overwinning van het fascisme in Duitsland. Die schok kwam hard aan in de internationale arbeidersklasse. Dit nooit meer, was de eis die uit de arbeidersklasse naar voor kwam. “Eenheid tegen het fascisme, weerstand tegen de moordenaars, liever rechtopstaand sterven dan te leven als slaven”. Zo kan men de reactie van de bewuste arbeiders samenvatten na 1933. Dit werd al vlug heel concreet.

De Oostenrijkse arbeiders grepen de wapens in februari 1934 om hun organisaties en hun rechten te verdedigen tegen de dreiging van het autoritaire, klerikaal-fascistische regime van Dolfuss. In oktober 1934 ontketenden de Spaanse arbeiders de algemene staking en de opstand tegen de dreiging dat een gelijkaardig regime werd ingesteld.

In juli 1936 werd de strijd tegen het fascisme concreet in Spanje : het proletariaat bood met succes weerstand tegen de militair-fascistische staatsgreep.

Na de nederlaag van het Duitse proletariaat was Frankrijk het belangrijkste land op het Europese continent. Daar verandert de situatie vanaf 1934. Op 6 februari 1934 trachten uiterst-rechtse groepen het parlement aan te vallen. De liberale burgerlijke regering oefent een gematigde repressie uit. Zij lokt haar eigen ontslag uit en wordt vervangen door een rechtse conservatieve regering met een duidelijke autoritaire strekking. Bijna onmiddellijk reageert de arbeidersklasse.

Enkele dagen na de vorming van de regering organiseren communistische en socialistische leiders twee afzonderlijke betogingen in Parijs. Alleen de linkse trotskistische oppositie roept op tot eenheid van de arbeidersstrijd tegen het fascisme. Onder druk van het enorme eenheidsstreven van de arbeiders, versmelten de twee betogingen in de straten. Er wordt, een akkoord voor eenheid in de actie afgesloten tussen socialisten en communisten. Dat leidt zeer snel tot syndicale eenheid en de grote stakingen met fabrieksbezettingen in juni 1936. Als gevolg hiervan is er een explosie van arbeidersstrijd in vele landen, onder andere in België waar de algemene staking van juli 1936 losbarst.

Een historische kans

De heropleving van de strijd in 1936 was meer dan een weerwraak van de arbeiders voor de slagen die zij door de crisis en vanwege het fascisme hadden gekregen. Het ging om de grootste internationale opgang van de revolutionaire strijd sedert 1917-1919. De mogelijkheid bestond het kapitalistische systeem in Spanje in Frankrijk en elders omver te werpen, en de regimes van Salazar en Mussolini aan het wankelen te brengen.

De overwinning van de revolutie in die landen had de Tweede Wereldoorlog kunnen tegen houden, had Hitler kunnen verlammen en zelfs omver kunnen gooien. Maar deze opgang werd op een zijspoor gezet, door de politiek van het Volksfront. Dit wil zeggen, een politiek die de burgerlijke orde in stand hield, wat de neergang en de nederlaag van het tegenoffensief van de arbeidersklasse veroorzaakte.