Ernest Mandel

Draagwijdte en beperkingen van de hervormingen van Gorbatchov


Geschreven: 1987
Bron: Klassenstrijd, nr. 1, 1988, pp. 27-47
Deze versie: Een aantal voetnoten zijn niet aangegeven in de tekst aangezien ze ook in het origineel verdwenen waren. We hebben ze wel toegevoegd onderaan als aanvullig. 
Transcriptie: Ernest Mandel - Internet-Archief: www.ernestmandel.org
HTML: Fréderic, voor het Marxists Internet Archive, oktober 2005


Verwittiging

Het artikel dat we publiceren bestaat uit de besluiten die Ernest Mandel formuleert in het laatste deel van een boek dat in het Frans zal gepubliceerd worden door de uitgeverij La Brèche te Parijs.

Dit boek handelt over de elementen die deel uitmaken van de analyse van de Sovjet-Unie onder Gorbatchov. Deze oorspronkelijke visie ligt in het verlengde van de methode die door Leon Trotski werd ontwikkeld [*] en verder uitgewerkt door onze stroming in haar analyse van meer dan een halve eeuw sovjetrealiteit.

In het eerste deel van zijn boek verkent Ernest Mandel de huidige Sovjetmaatschappij. Een echte crisis van het systeem, zowel op economisch (daling van de groeivoet, vertraging van de consumptieuitgaven, zwak rendement van de investeringen...) als op sociaal vlak, waar de bewustwording over deze crisis toeneemt. De samengevoegde acties van verschillende sociale milieus: non-conformistische intellectuelen, jonge technocraten, niet-russische nationaliteiten, jonge rebellen, feministische activisten... en het verzet van de arbeidersklasse liggen aan de basis van de vorming van een echte ‘publieke opinie’.

De beschrijving van de ‘tegenstrijdige realiteit van de Sovjet-Unie’ is te uitgebreid om opgenomen te worden in ons tijdschrift. We raden het boek echter ten zeerste aan onze lezers aan. Met de publicatie van het deel ‘draagwijdte en beperkingen van de hervormingen van Gorbatchov’ menen wij een zeer interessante bijdrage te leveren tot het begrip dat onze arbeidersbeweging heeft van wat vandaag in de Sovjet-Unie gebeurt.

De redactie


Twee verkeerde analyses van de Sovjetrealiteit overheersen vandaag in het Westen. De eerste stelt de Sovjet-Unie in hoofdzaak voor als een versteende en totalitaire samenleving. De controle van de bureaucratie over gans het sociale leven zou de oorzaak zijn van een vrijwel volledig immobilisme en stabiliteit. De bureaucratie zou erin geslaagd zijn alles in haar systeem te integreren: het zwartwerk, de corruptie, de criminaliteit, de disfunctioneringen van de economie; de aantrekkingskracht van het westers consumptiemodel, inbegrepen. Het apolitisme van de bevolking zou het bewijs bij uitstek moeten zijn van haar succes. Het systeem zou dan ook in staat zijn zichzelf onbeperkt te reproduceren. Een goed deel van de rechtse ‘dissidenten’ versterken deze analyse nog. Ze wordt trouwens overgenomen door de meerderheid van de burgerlijke ‘sovjetologen’. De tweede analyse daarentegen stelt de sovjetmaatschappij in hoofdzaak voor als dynamisch. De economische vooruitgang, de verhoging van het levenspeil, de groeiende scholingsgraad van de arbeiders zouden tegelijkertijd aan de basis liggen van de afwezigheid van een politieke volksoppositie en van de groeiende permanente druk voor progressieve hervormingen, die de bureaucratie niet ten eeuwige dagen kan negeren. Sinds de dood van Stalin in 1953 zouden dan ook vage opeenvolgende hervormingen op de dagorde staan. Deze zouden de Sovjet-Unie dichter en dichter brengen bij het model van de socialistische maatschappij dat door Marx en Lenin werd uitgedacht. De hervormingen van Gorbatchov zouden niets anders zijn dan de laatste in een hele rij van omvormingen, wat de vitaliteit en het fundamenteel gezond karakter van dit sociale lichaam zou aantonen. De koers van radicale en democratische hervormingen zou onomkeerbaar zijn. Deze tweede visie is niet enkel overheersend in de milieus van de pro-Sovjet Communistische Partijen en in de Cubaanse Communistische Partij. Ze is ook steeds nadrukkelijker aanwezig bij de eurocommunisten, en zelfs in een steeds grotere vleugel van de Europese sociaaldemocratie, in het bijzonder in de Sociaaldemocratische Partij (SPD) in de Bondsrepubliek en in de Labourpartij [1]. Een objectieve analyse van de Sovjetrealiteit en van haar evolutie gedurende de laatste dertig jaar leidt echter tot het besluit dat deze twee opvattingen verkeerd zijn. Ze geven de tegenstrijdige aard en evolutie van de Sovjetmaatschappij, die juist bestaan uit een combinatie van dynamisme en immobilisme, niet weer. Het dynamisme is het resultaat van een op lange termijn indrukwekkende economische en sociale groei, zelfs al vertraagt deze jaar na jaar in toenemende mate. Deze groei heeft het land diepgaand veranderd in vergelijking met de toestand in 1940 of 1950 en zelfs 1960. Het immobilisme is het resultaat van de bureaucratische controle van de staat en de samenleving. Deze vervorming is een obstakel voor de groei in de toekomst. Ze ontneemt aan het land, en in de eerste plaats aan de werkende massa, de jeugd, de creatieve intelligentsia, de vrouwen, de nationale minderheden, de ‘nieuwe armen’, een groot deel van de vruchten van de groei uit het verleden [2], Het is deze tegenstelling die vandaag in de Sovjet-Unie overheerst. Zij bepaalt haar onmiddellijke toekomst. Het is zij die ten grondslag ligt aan de bekommernissen de ongerustheid, zelfs de angst van de ploeg van Gorbatchov, waarvan men trouwens na twee jaar ervaring al een bilan kan trekken. Het is deze tegenstelling die tegelijkertijd de bron is van haar populistische demagogie voor ‘radicale hervormingen’ en van haar incapaciteit deze te verwezenlijken op een schaal die groot genoeg is om aan de economische groei een nieuw elan te geven en een stap te zetten naar het socialisme.

Hopen op hervormingen

“Het moet veranderen”: al degenen die in de Sovjet-Unie zelfstandig nadenken waren het daarover eens. Hun aantal is veel groter dan Alexander Zinovjev het laat vermoeden met zijn mythe van de ‘home sovjeticus’ die definitief conformist zou zijn. Het perspectief van een verandering, die van onderuit wordt geïmpulseerd is voor het ogenblik afwezig. De hoop van de intellectuelen en van de technocraten werd dan ook gepolariseerd door de hoop op een verandering van bovenaf. De hoop op belangrijke hervormingen werd niet snel de grond in geboord. Op 17 mei 1985, na twee zittingen van het Centraal comité van de KPSU die volledig gewijd werden aan dit probleem, werden ‘maatregelen tegen het alcoholisme en de dronkenschap’ afgekondigd. Deze traden in voege vanaf de 1e juni. Het alcoholisme is een verschrikkelijke plaag in de Sovjet-Unie, waarvan volgens een rapport van de Academie der wetenschappen, 40 miljoen mensen het slachtoffer zijn De effecten ervan op de economie (afwezigheid op het werk) en op de openbare gezondheid zijn vernietigend. Het is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van de daling van de gemiddelde levensverwachting, die zich sinds meerdere jaren voordoet in de Sovjet-Unie. Het is het enige geïndustrialiseerde land dat deze terugval kende (de andere oorzaken van dit fenomeen zijn: slechte voeding, achterstand in het gebruik van de modernste geneesmiddelen en steeds uitgesprokener daling van de kwaliteit van het gezondheidsysteem) [3]. De bureaucratie heeft er dus duidelijk belang bij hiertegen te reageren. De belangrijke inkomsten die de staat haalt uit de verkoop van vodka, compenseren geenszins de verliezen die veroorzaakt worden door de plaag van het alcoholisme.

De maatregelen die genomen werden zijn van administratieve en repressieve aard: verbod alcohol te schenken in de herbergen, kantines en restaurants voor 14.00 uur en na 20.00 uur; sterke stijging van de prijzen; toename van de productie van mineraalwater en fruitsap; sterke vermindering van de productie van vodka; sterkere repressie tegen zwartstokers; verzwaring van de boetes voor dronkenschap achter het stuur en afwezigheid op het werk wegens dronkenschap enz... Maar de resultaten zijn maar mager. De bevolking deelt het scepticisme van de correspondent van Le Monde in Moskou die in het nummer van 7 juni 1985 schrijft: “Ondanks de perscampagne die volop aan de gang is, is het dagelijks leven van de Sovjets nog niet veranderd.”

De vijs zal misschien geleidelijk aan aangedraaid worden. Na de repressieve maatregelen zal misschien het automatisch effect komen van de aangekondigde verminderingen van de jaarlijkse productie van alcohol. Maar voor het ogenblik blijven de tradities onveranderd, zoals het tijdschrift Ogoniok het weergaf. Een van zijn redacteuren kon dit in een restaurant vaststellen. Hij vroeg een thee. De ober, die het grapje kon waarderen vroeg al glimlachend : “In een fles of in een kruik?”.

Tegelijkertijd heeft Gorbatchov, eenmaal aan de macht, de geweldadige repressiecampagne tegen de corruptie en de ‘economische misdrijven’, die gestart was onder Andropov en onder Tchernenko afgezwakt was, een nieuwe impuls gegeven.

Er werd diep in het vlees gesneden bij de ministeries van de Unie en van de republieken, onder de kaders van de bedrijven, vooral de handelsondernemingen, de ondernemers en tussenliggende personen van de ‘parallele markten’ (Zwarte en ‘grijze’ markt).

Wat echter kenmerkend is voor al deze hervormingen, is dat het gaat om een strijd tegen de ‘uitwassen van de bureaucratie’ met typisch bureaucratische strijdmiddelen: decreten, administratieve maatregelen, repressie, straffen. De staat treedt streng op, de staatsinstellingen treden streng op, d.w.z. dat de politie streng optreedt om de discipline te versterken. Zo kan men de politieke en sociale filosofie van Mikhail Gorbatchov samenvatten. Het is de filosofie van een zuivere bureaucraat.

Ze vertaalt zich eerst en vooral door haar onmacht om de sociale natuur van het probleem, dat hervormingen moeten bestrijden, te begrijpen. De oorzaak van het massieve alcoholisme is de demoralisatie, het gebrek om sociale en politieke perspectieven, de afwezigheid van sociale relaties die toelaten de persoonlijkheid te ontplooien, de poging het gebrek aan hoop in de vodka te verzuipen, de verveling, de eentonigheid van het dagelijks bestaan. Het is een elementaire stelling van het marxisme: veertig miljoen dronkaards, dat is meer dan veertig miljoen psychologische ‘gevallen’, dat zijn ook veertig miljoen bewijzen dat er een diepgaande sociale crisis is. Vraag echter niet aan de heer Gorbatchov en zijn luitenanten en ideologen wat de aard en de wortels van deze sociale crisis zijn.

De economische hervormingen

De universele corruptie die in de Sovjet-Unie heerst (om maar te zwijgen van Oost-Europa of van de Chinese Volksrepubliek waar ze zich nu zienderogen verspreidt) weerspiegelt duidelijk het overleven, de consolidering en de uitbreiding van de warenproductie en de invloed van het geld in de maatschappij. Nogmaals het gaat hier om het ABC van het marxisme. De warenproductie, zelfs de gedeeltelijke, zoals zij in de Sovjet-Unie bestaat, legt het gedeeltelijk privaat karakter van de arbeid bloot, en de overleving van de privaatbelagen en dus van de systematische jacht op individuele voordelen.

Natuurlijk vraagt niemand dat dit alles van de ene dag op de andere zou afgeschaft worden. Het kan zelfs nodig blijken de invloedssfeer van de waren- en geldeconomie tijdelijk uit te breiden. Maar geen enkele marxist, die naam waardig, kan de ogen sluiten voor de objectief nefaste, ontregelende en demoraliserende gevolgen van de invloed van het geld en van de groei van de sociale ongelijkheid en het egoïsme tijdens het proces van opbouw van het socialisme. Zoals Lenin het vanaf 1918 schreef: “Men kan de demoraliserende invloed van de hoge lonen op de Sovjetmacht, evenals de arbeidersmassa, niet ontkennen”. (‘De onmiddellijke taken van de Sovjets’). En nog duidelijker: “Aan de massa’s verbergen dat het aantrekken van burgerlijke specialisten (en dat is nog veel sterker van toepassing op zogenaamde ‘Communistische’ specialisten) door de uitbetaling van heel hoge lonen, tot gevolg heeft dat men afstapt van de principes van de Parijse Commune, zou betekenen dat men vervalt tot het niveau van de burgerlijke politici en misleiders van de massa’s”. Maar dat wordt sinds meer dan 55 jaar, het is te zeggen sinds Stalin ontdekte dat het egalitarisme geen principe van het communisme maar een kleinburgerlijke afwijking is, door de bureaucratie zorgvuldig verborgen gehouden voor de massa’s. Verborgen aan de massa’s niet uit domheid of onwetendheid, maar uit eigen sociaal belang: want het komt er voor haar op aan de enorme materiële voordelen waar zij van geniet, te rechtvaardigen. Daarom kan zij de bron van de corruptie en van de ‘economische misdrijven’ niet onthullen. Haar blijft dan niets anders over dan te grijpen naar de arm van de wet. Maar op die manier bevestigt ze niets anders dan de sociale en niet individuele, natuur van het kwaad dat ze verondersteld wordt te bestrijden.

Marx zelf was hierover zeer duidelijk : “de straf is niets anders dan een verdedigingsmiddel van de maatschappij tegen de schending van haar vitale bestaansvoorwaarden, wat ook de inhoud ervan moge zijn. Maar wat voor maatschappij is het die geen beter verdedigingsinstrument heeft dan de strafrechter. (...) Indien misdaden vastgesteld worden in grote getale en met een zodanige natuur en frequentie verschijnen, dat ze even regelmatig worden als natuurfenomenen (...) is het dan niet nodig ernstig na te denken over de noodzaak het systeem dat zulke misdaden produceert, te veranderen, eerder dan de rechter, die een deel van de criminelen elimineert om plaats te maken voor nieuwe criminelen, te bewieroken. (Artikel verschenen in de New York Daily Tribune van 18 febuari 1853). Elk woord hiervan blijft vandaag geldig. En elk woord is van toepassing op de sociale realiteit van de Sovjet-Unie, die een ‘gevangenisbevolking’ telt van meerdere miljoenen mensen, zoals in de kapitalistische landen.

Onlangs heeft de Poolse pers de informatie gepubliceerd dat de procureur tijdens een proces tegen twee jongeren die vervolgd werden voor de diefstal van een paar lakens in een jongerenhome, tegen hen 10 jaar gevangenis eiste. Het schijnt dat lakens onvindbaar zijn in de winkels en dat ‘eerlijke mensen’ bijzonder verontwaardigd zijn over zulk een misdaad. Deze anekdote vertelt meer over de sociale realiteit in de Sovjet-Unie en in de Oost-Europa dan honderd boeken over ‘Marxisme-Leninisme’, dat onherkenbaar vervormd is door de aanpassing ervan aan de belangen van de bureaucratie. Zelfs indien Mikhail Gorbatchov, die zeker niet tekort komt aan intelligentie of kennis, deze realiteit nog maar voor de helft vat, dan moet hij zijn mond houden. Niet omwille van het ‘staatsbelang’, maar in het belang van de bureaucratie. Op 11 juni 1985, tijdens een plenaire zitting van het Centraal Comité waar alle hoge Sovjetfunctionarissen bijeen waren, behalve zijn belangrijkste tegenstrever, Romanov, heeft Gorbatchov een regelrecht requisitoor gehouden over de toestand van de Sovjeteconomie. De toehoorders werden opgeroepen ‘radicale, hervormingen’ te begrijpen en toe te passen. De hervorming moet dringend doorgevoerd worden: “Er blijft ons nog maar weinig tijd”. Dat er alle reden is om de noodklok te luiden, wordt onder meer bevestigd door het feit dat de groeivoet van de industriële productie, na een korte heropflakkering onder de knoet van de disciplinaire maatregelen van Andropov, opnieuw gedaald is in 1984. Volgens officiële Sovjetbronnen zal de industriële productie in de periode januari-juni 1985 slechts toenemen met 3,1 % tegen 4,5 % in januari-juni 1984 en 4,1 % in januari-juni 1983. Voor de periode januari-april, was het verschil nog groter:2,7 % tegen respectievelijk 4,9 % en 4,4 % voor de twee voorafgaande jaren. De aanklachten zijn betekenisvol, maar blijven alles bij elkaar routinematig, behalve wat het dringend karakter ervan betreft. Ze verwijzen naar veralgemeende toestanden, waarvan wij dikwijls en sinds lang het structureel karakter hebben onderlijnd.

Het besluit is duidelijk : de groei moet geherlanceerd worden met minder investeringen. Eerst en vooral zullen de investeringen zelf ‘gerationaliseerd’ moeten worden. Het accent wordt op twee factoren gelegd: modernisering en discipline. Gorbatchov is de heraut van de ‘wetenschappelijk-technologische’ revolutie, parafrasering van de derde technologische revolutie in de taal van de nomenklatura. Automatisering, informatisering, robotisering: dat zijn de centrale thema’s die in koor worden overgenomen door de officiële ideologie.

Wat de ‘discipline’ betreft, deze bestaat uit een belangrijke besparing van energie en grondstoffen en een rationeler gebruik van de uitrusting en de arbeidskracht, en in een reductie van de vraag naar bijkomende investeringsmiddelen om de objectieven van het plan te realiseren. Dat is allemaal traditioneel, abstract en onrealistisch, gezien de materiële belangen van de bureaucratie die meer dan ooit de ‘meester des huizes’ is in de economie.

Het enige concrete voorstel is een belangrijke vermindering van de bouw van nieuwe fabrieken ten voordele van een modernisering van bestaande bedrijven en materieel. De ‘heropbouw’ moet voortaan meer dan 50 % van de investeringsuitgaven vertegenwoordigen, terwijl ze vandaag slechts 30 % ervan bedraagt.

Landbouw en diensten: proefbank voor de uitbreiding van de markt

Hoe kan dit project evenals de andere projecten die het Gorbatchovrapport bevat, gerealiseerd worden? Er zijn natuurlijk de traditionele en routinematige allusies op de ‘materiële prikkels’ en de ‘mobilisatie van de arbeiders’. Maar iedereen weet dat dit slechts holle frasen zijn, vooral omdat de vorige, analoge formules, die gebruikt werden om de Liberman-Kossygin-hervormingen te realiseren in het midden van de jaren ‘60 weinig vruchten hebben afgeworpen. De enige overblijvende mogelijkheid bestaat uit administratieve wijzigingen, d.w.z. een reorganisatie van de bureaucratie. Het is wel degelijk daarop en op niets anders, dat de voorstellen van Gorbatchov uitlopen.

Hij stelt voor tegelijkertijd de macht van de centrale planorganen en van de bednjfsdirecteuren en ondernemingengroepen te versterken. Het zijn bijgevolg de tussenliggende instanties-ministeries, vooral deze van de Republieken, lokale en en regionale organen, sectoriële organen, controleorganen — die zullen inboeten aan bevoegdheid en gewicht en die in aantal zullen verminderd worden.

Dat is allemaal niet erg radicaal of overtuigend. Het loopt eigenlijk allemaal op niets uit. Er is een duidelijke kloof tussen de ernst van het kwaad, de gestrengheid van het requisitoor en het vage en beperkt karakter van de voorgestelde oplossingen. Dat doet onvermijdelijk denken aan het ‘Novosibirsk-rapport’ van 1983 in hetwelk Tatiana Zavlavskaia een kritische analyse had gemaakt van de structurele tekortkomingen van de Sovjeteconomie, om uit te monden op uiterst vage en beperkte voorstellen tot hervorming.

Deze referentie is niet toevallig. Ondanks openbare terechtwijzigingen aan het adres van Zaslavskaia, werd zij niet uit haar functies ontzet. Haar ideeën zijn geenszins in diskrediet gevallen. Zij werden opnieuw gelanceerd in een interview dat ze kon laten verschijnen in het l juninummer van de Izvestia. En ze schijnen, tenminste gedeeltelijk, de economische hervormingen van Gorbatchov te inspireren, zoals ze dat gedaan hebben voor de ‘experimentele’ hervorming van Andropov, waarvan het resultaat meer dan middelmatig is. We vinden in het Novosibirsk-raport in ieder geval hetzelfde thema terug van de gelijktijdige versterking van de centrale planning en van de macht van de bedrijfsdirecteuren, gekoppeld aan de vermindering van de macht en het gewicht van de tussenliggende bureaucratische instellingen, thema dat de ‘Gorbatchovhervormingen’ doorloopt.

Maar we vinden er ook een ander voorstel tot hervorming in terug dat officieel nog niet door Gorbatchov werd overgenomen, maar dat op de voorgrond is getreden tijdens het congres van de KPSU van februari 1986: dat van een uitbreiding van de ‘privé-sfeer’ van de wareneconomie op het vlak van de landbouw en van de diensten. Het interview van Zalavskaia in de Izvestia vermeldt uitdrukkelijk de mogelijkheid van zulk een uitbreiding in de landbouwsector op voorwaarde dat deze binnen de grenzen van de wettelijkheid blijft.

Men moet in dit verband eraan herinneren dat Mikhail Gorbatchov gedurende zeven jaar aan het hoofd stond van de Sovjetlandbouw in de schoot van het secretariaat van het Centraal Comité van de KPSU. Er kan op zijn minst gezegd worden dat het bilan van dit beheer niet erg positief is. De Sovjetlandbouw is gekenmerkt door een blijvende stagnatie.

Het tekort in de productie van veevoedergewassen leidt tot een plafonnering van de vleesproductie die draait rond de 60 kg per hoofd van de bevolking, tegen l00 kg in Frankrijk en 92 kg in West-Duitsland, landen die inzake planning en economisch beheer meer als voorbeeld aangehaald worden door de Sovjetleiders (Gorbatchov incluis).

In 1985 is de graanproductie lichtjes gestegen. Ze haalt waarschijnlijk de 190-195 miljoen ton. Maar dat is ver beneden het doel van 240-250 miljoen ton, dat oorspronkelijk voorzien was in het vijfjarenplan 1981-1985.

Tal van indiciën laten vermoeden dat Gorbatchov de productie wil bevorderen op de private lapjes grond in Kolkhozen (collectieve boerderijen) en de Sovkhozen (staatsboerderijen), productie die onder Breznjev was gaan stagneren. Ze vertegenwoordigt ongeveer 25 % van de totale landbouwproductie, maar met een groter gewicht op het vlak van de veefokkerij en de productie van fruit en groenten. [6]

De priveproductie stimuleren, maar onder staatscontrole en die met als afzetgebied het staats-en coöperatieve net: dat is één van de oplossingen door de hervormers wordt verdedigd en die nauw aanleunt bij het Oost-Duits model, tussen de huidige structuur (geërfd uit de periode Kroutchov en Breznjev) van de Sovjetlandbouw en het Hongaars model, om niet te zeggen het Pools of Joegoslavisch. Het meest gedurfde aspect van deze hervorming situeert zich op het vlak van de diensten, waar ze ten experimentele titel, wordt toegepast in de Socialistische Sovjetrepubliek van Estland. Volgens een artikel dat in de Izvestia van 19 augustus 1985 verscheen is de herstellingensector één van de sectoren die het minst voldoening geven aan de bevolking. De niet voldane behoefte aan herstellingen wordt geschat op 5,5 tot 6 miljard roebels per jaar, d.w.z. een derde van het totaal. Zowat 17 tot 20 miljoen arbeiders werken in het zwart als hersteller naast hun ‘officiële’ baan in de staatssector, baan die hieronder natuurlijk lijdt en waar ze onder meer hun materiaal stelen.

In de SSR van Estland heeft de vereniging ter herstelling van radio- en TV-toestellen ‘Elektron’ van Tallin een van zijn ateliers in bruikleen gegeven aan een brigade van techniekers, tegen een maandelijkse huur van 650 roebels per technieker. Deze moeten bovendien de kosten voor de materialen, electriciteit, verwarming enz. betalen. In ruil daarvoor mogen ze de prijzen van de herstellingen zelf bepalen. De prijs wordt dus bepaald door de wet van vraag en aanbod. De herstellers mogen 70 % van hun inkomsten behouden. 30 % moeten ze storten aan de staatsonderneming, wat een soort belasting op de winst uitmaakt.

Het resultaat was naar het schijnt opzienbarend. De wachttijd voor de uitvoering van herstellingen die twee weken bedroeg — Tallin is in dat opzicht bevoordeeld in vergelijking met Moskou en Leningrad waar de wachttijd veel langer is — werd teruggebracht tot één of twee dagen. Het apparaat dat vaak ‘s morgens wordt afgegeven is vaak ‘s avonds hersteld en terug opgehaald. De uitvoering van het werk is aanzienlijk verbeterd. Van smeergeld is nu geen sprake meer. De prijzen hebben zich snel gestabiliseerd. In feite hebben de vraag en het aanbod een zodanig evenwicht bereikt dat de brigade nu op zoek is gegaan naar klanten op het platteland, daar de behoeften te Tallin snel voldaan waren. Het feit dat zulk een artikels in de pers verschijnen wijst erop dat Gorbatchov en zijn ploeg blijkbaar dat soort exprimenten willen uitbreiden, waarbij dat van de diensten al dichter bij het Hongaars model staat. Maar, zoals de ervaring van Hongarije het zelf aantoont, is de toepassing dit soort hervormingen in de industrie niet gemakkelijk en bovendien is noch het economische noch het sociale succes ervan gegarandeerd

De sociale gevolgen van de economische hervormingen

Het dilemma van Gorbatchov is gedeeltelijk van sociale aard. Het gaat om een keuze tussen tegenstrijdige sociale belangen die vanaf het begin van de ‘hervorming’ met elkaar botsen en die moeten uitmonden op een explosieve confrontatie wanneer een aantal ontwikkelingen tot het einde worden doorgevoerd. [8]

De ‘bureaucratische rationalisatie van het bureaucratisch beheer’ veronderstelt uiteraard een toename van de rechten van de directeuren, wat zal leiden tot de ondermijning van de jobzekerheid, de belangrijkste verworvenheid van de Sovjetarbeiders die nog overblijft van de oktoberrevolutie. Alle pogingen om die moeilijkheid te omzeilen, onder meer door de zelf-discipline en de zelf-afdanking van collectieven van loontrekkenden, door het systeem van brigades, of door beloften van hogere premies van een minderheid, zijn tot nu toe gebotst op de klassensolidariteit en op het instinctieve gelijkheidsgevoel van de arbeiders [9]. Het is weinig waarschijnlijk dat enkel politieke druk deze grendel kan wegnemen. Er zal een belangrijke economische druk voor nodig zijn, dit wil zeggen de massale invoering van werkloosheid [10]. Maar de werkloosheid kan niet ingevoerd worden onder de huidige krachtsverhoudingen zonder een enorm en explosief arbeidersverzet te veroorzaken.

Maar indien deze grendel blijft bestaan, dan zal de toename van de rechten van de directeuren zich voornamelijk beperken tot een weinig verstrekkende herverdeling van de bevoegdheden in de schoot zelf van de bureaucratie. De positieve effecten ervan op de groeivoet van de economie, op de versnelling van de technologische vernieuwing [11] zullen dus te traag zijn, zelfs indien ze reëel kunnen zijn, zoals de eerste hervormingen Menlenkov-Kroutchov het waren en daarna die van Liberman-Kossygin. Na enkele jaren zullen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen voortbrengen. Het kwaad is structureel en niet conjunctureel.

Vanaf l januari 1987 is de economische hervorming in haar tweede fase getreden met betrekking tot haar sociale gevolgen, ‘De staatscontrole op de kwaliteit’ werd ingevoerd in 1500 ondernemingen en staatstrusts, waaronder de grootste en belangrijkste van het land, die de helft van de nationale industriële productie voor hun rekening nemen. Volgens een artikel in de Pravda verschenen begin 1987, is de productie die niet voldoet aan de vooropgestelde kwaliteitsnormen herleid tot 75 %.

De uitschakeling van de producten van slechte kwaliteit heeft echter tijdelijke produtieonderbrekingen veroorzaakt, gepaard gaande met de vermindering van de maandlonen, ondermeer via het premie-systeem. Dat heeft een verzet van de arbeidersklasse veroorzaakt. Op het plenum van het Centraal Comité van januari 1987 heeft Gorbatchov het in eerder sybillijnse bewoordingen — waar is de glasnost gebleven — gehad over de conflicten. Een mededeling van het persagentschap TASS beweerde dat er noch stakingen noch open conflicten geweest zijn. Dit klopt niet met de feiten.

In december 1986 was er massaal arbeidersprotest tegen de vermindering van de lonen in de vrachtwagenfabriek Kamaz in de stad van Breznjev (Zelfstandige Republiek van Tataren). De Izvestia hebben er melding van gemaakt. Tijdens zijn bezoek aan de SSR van de Estland, vermeldde Gorbatchov zelf ‘aavankelijk verzet’ van het personeel van een electronisch bedrijf tegen de gevolgen van de kwaliteitscontrole.

Volgens een artikel, verschenen in de Sovietskaya Rossia in januari 1987, zouden ‘veel arbeiders’ tot 50 Roebels loonverlies geleden hebben in die maand, wat een kwart vertegenwoordigt van het gemiddeld loon. Op 4 maart 1987 deelt TASS mee dat de lonen verminderd waren met 30 % in een bedrijf dat landbouwmachines maakt in Tjumen, in Siberië. De dag daarop meldt hetzelfde agentschap dat 60 % van de bedrijven die onderworpen zijn aan de ‘kwaliteitscontrole’ het productieplan van de maand januari 1987 niet haalden. [12]

In een fabriek die zware machines produceert te Alma Ata zou het loonverlies zelfs opgelopen zijn tot 60-70 roebels, of bijna een derde van het maandloon (Sovjetpers, vermeld in het dagblad ‘die zeit’ van 10 april 1987).

De verontwaardiging van de arbeiders is geenszins ingegeven door een of andere ‘medepichtigheid’ met de beheerders die uit onkunde of uit conservatisme eigen aan ‘luiaards’, zoals de westerse bewierokers van Gorbatchov het luidkeels verklaren, en zijn handlangers in de Sovjet-Unie en in Oost-Europa het stilletjes fluisteren. Ze komt eerder voort vanuit het gevoel onrechtvaardig behandeld te zijn. De arbeiders worden gestraft, de lonen worden verminderd wegens beheersfouten voor dewelke de arbeiders op geen enkele wijze verantwoordelijk zijn. [13] Deze beheersfouten hebben trouwens evenveel, zo niet meer, te maken met inter-bedrijfsrelaties-achterstand en onregelmatigheden in bevoorrading van grondstoffen en wisselstukken, levering van onaangepaste materialen en uitrustingsgoederen, enz., als met de organisatie van de productie binnen het bedrijf zelf. Dit leidt het arbeidersbewustzijn opnieuw naar de oude leninistische slogan van arbeiderscontrole op de productie.

Bedreigd door geniepige aanvallen op de volledige tewerkstelling, wordt de arbeidersklasse bovendien ook nog aangevallen in haar levenspeil. Tijdens het jaar 1986, en nog meer tijdens de eerste maanden van 1987, heeft de officiële propaganda geleidelijk aan steeds meer de prioriteiten van de economische hervormingen verplaatst van een belofte van verbetering van de levensstandaard van allen (de bekende belofte van een confortabele woning voor alle huishoudens in het jaar 2000) naar een duidelijk ‘productivistische’ eis : de productiviteit en intensiteit van het werk verhogen, de lonen binden aan de productiviteit. De arbeiders en arbeidsters kunnen deze ononderbroken oproepen niet anders verstaan dan als een toegenomen druk om meer arbeid te leveren, om het sociale meerproduct te verhogen op hun rug.

Dat is des te duidelijjker daar de verbetering van de bevoorrading van de kwaliteitsproducten in de coöperatieve winkels en privaat restaurants tegen voor gewone arbeiders ontoegankelijke prijzen gebeurt. Wat het gevoel, dat de bureaucraten van belangrijke privileges blijven genieten versterkt , zelfs indien de openlijke kritieken tegen de speciale winkels, de speciale hospitaalkamers, de scholen voor superbegaafden (in werkelijkheid zonen en dochters van mandatarissen), speciale villa’s aan de zee enz... toeneemt in de pers. Voor de man in de straat is er niets veranderd in zijn dagelijks leven: dat is het overheersend gevoel in de arbeidersklasse. Dat is de enige uitleg voor zijn fundamenteel wantrouwen ten aanzien van Gorbatchov.

Voegen we daar nog aan toe dat de toenemende aandacht van de Gorbatchov-ideologen voor de sociale verschillen en belangenconflicten ook ten nadele van de arbeiderklasse uitdraait. Ze leggen meer en meer de nadruk op de tegengestelde houdingen en sectoriële, corporatistische, regionale en zelfs bedrijfsbelangen. Op die manier wordt de inspanning om de arbeidersklasse te atomiseren en om de fundamentele tegenstelling tussen de belangen van de arbeiders enerzijds en de bureaucraten anderzijds te verbergen, gerationaliseerd.

De politieke hervormingen

Gorbatchov probeert het probleem op te lossen door aan de arbeiders in ruil institutionele hervormingen aan te bieden. Maar de betekenis en de inhoud van dit aanbod zijn te vaag om het scepticisme in de arbeidersklasse te overwinnen. Gorbatchov deed zijn voorstellen op het Plenum van het Centraal Comité van 27-28 januari 1987. De voorgestelde politieke hervormingen betreffen:

(a) de selectie van kandidaten voor de verkiezingen van lokale en gewestelijke sovjets (meervoudige kandidaatstelling zou mogelijk worden) (het is niet duidelijk of deze hervorming ook geldt voor de verkiezing van de Opperste Sovjet).

(b) Het invoeren van de geheime stemming voor de verkiezing van partijverantwoordelijken, op verschillende opeenvolgende niveaus (opnieuw is het niet duidelijk of het invoeren van de geheime stemming ook zal gelden voor het aanduiden van de afgevaardigden voor het congres van de Communistische Partij, en voor de verkiezing van het Centraal Comité).

(c)het aanduiden van kandidaten voor de verkiezing van de syndicale delegaties in de bedrijven.

(d) het instellen van nieuwe mechanismen om de arbeiders te betrekken bij het beheer van hun bedrijf. Die mechanismen slaan meer bepaald op de verkiezing door het personeel van de directeurs (in alle gevallen? in sommige gevallen?) ... om de vijf jaar, hetgeen vooral riskeert te dienen om de toegenomen macht van de directeurs anvaardbaar te maken eerder dan om het reële gewicht van de arbeiders in het dagelijks beheer van de bedrijven te vergroten.

Met het aankondigen van deze politieke hervormingen tekent het verzet van een goed deel van het apparaat zich duidelijker af. Het zijn vooral de bureaucraten van het gosplan en van de zogenaamde ‘economische ministeries’; een meerderheid van het staatsapparaat; lokale en gewestelijke partijfunctionarissen; heel wat op routine gestelde en conservatieve fabriekskaders; een conservatieve fractie in de politie en in het leger; en de conservatieve (minderheids) fractie in de intelligentia, die door de band genomen ook de fractie is met het minste creatief talent [14].

Om zich rekenschap te geven van de omvang van deze weerstand — of beter, van de obstructie en de inertie die uitgaat van het apparaat — is het goed te weten dat het aantal ministeries van de Unie en op het vlak van de republieken opgelopen is van 18 in 1936 tot 40 in 1946 en 80 in 1986. Op dat ogenblik telt het geheel van de staatsadministratie 18 miljoen functionarissen [15]. Aan dat cijfer moet men dan nog het partijapparaat, het apparaat van de vakbonden en van de andere massaorganisaties toevoegen. Het totaal ligt minstens tussen de 25 en de 30 miljoen mensen...

Tegelijk wordt het ook duidelijker welke de sectoren zijn waarop Gorbatchov steunt, en waar hij praktisch openlijk een oproep toe heeft gericht in zijn rapport voor het Centraal Comité van januari 1987: de liberale inteligentia, die hem in meerderheid enthousiast steunt; jongere en meer ‘modernistische’ technocraten, vooral op het niveau van de bedrijven en van de centrale economische administratie (waar zij nochtans in de minderheid lijken te zijn); “modernistische sectoren van het partijapparaat, het leger en de politie, die meer vooruitziendheid en inzicht aan de dag leggen dan de rest” [16]. Gorbatchov besschrijft in zijn rapport voor het Centraal Comité de crisis van het regime in dramatische termen, en hij spreekt meer en meer over een echte ‘revolutie’ die nodig zou zijn, maar hij doet dat om het bureaucratisch systeem te redden, niet om het omver te werpen. De meningsverschillen tussen hem en de zogenaamde ‘conservatieve’ fractie hebben betrekking op de misdadige onderschatting van de ernst van de crisis voor de laatsten, ‘misdadig’ juist vanuit het standpunt van de belangen van de bureaucratie als geheel genomen. Tegenover de diepe crisis weigeren de Brezjnevgetrouwen de chirurgische ingrepen van Gorbatchov, zij stellen voor met een aspirine genoegen te nemen.

In het rapport van Gorbatchov vindt men talrijke bewijzen van het feit dat hij erop uit is de bureaucratie te redden. Het principe van het éénpartijsysteem wordt hardnekkig verdedigd, zoals ook het dogma van de noodzakelijk leidende rol van de partij op het terrein van de economie. Gorbatchov heeft de lof gezongen van de KGB als instelling (wie heeft daarop aangedrongen?). Het principe van het ‘democratisch centralisme’ zoals dat werkt sinds de overwinning van de stalinistische fractie, dus in werkelijkheid het bureaucratisch centralisme, wordt verheven tot hoeksteen van gans het politiek bestel. De uitbreiding van dit systeem naar de massa-organisaties en naar het staatsapparaat wordt bezongen als het nec plus ultra van het marxisme-leninisme, waarmee dit alles natuurlijk in feite niets te zien heeft.

Tekenend voor het verlangen de dictatuur te verdedigen is de houding die Gorbatchov aanneemt in verband met de nationale kwestie in de URSS. In zijn rapport voor het CC wordt de nadruk gelegd op het bestrijden van het ‘burgerlijk nationalisme’ van de niet-Russische nationaliteiten in de USSR, en niet op de strijd tegen het groot Russisch nationalisme. Dit accent krijgt een concretere en negatievere inhoud indien men het bekijkt in het licht van de uitzuivering van de eerste partijsecretaris van de Republiek Kazakhstan, Dinmoukhamed Kounaev, Wat geleid heeft tot de betogingen van Alma Mata in december 1986 [17]. Op basis van de informatie waarover we beschikken is het moeilijk uit te maken of het werkelijk ging om een reactie van de bureaucratie gepaard met de manipulatie van delen van de bevolking door de plaatselijke groep van de bureaucratie, die in ieder geval duidelijk diep aangevreten was door corruptie. Maar als een Groot-Rus, zoals Gorbatchov, zijn aanvallen concentreert op de onderdrukte nationale minderheden en steun geeft aan de benoeming van Russische leiders in de gefedereerde republieken, dan is dat in ieder geval een zeer reactionaire politiek.

Het is door het doel dat Gorbatchov nastreeft te vergelijken met de middelen die hij zelf voorstelt om dat doel te bereiken, dat men het duidelijkst het dilemma ziet waarmee Gorbatchov wordt geconfronteerd. Sinds zestig jaar functioneert alles in de Sovjet-Unie op basis van het verticale commando, van boven naar beneden, zonder initiatief of eigen ruimte voor de massa’s. ‘De materiële stimulansen’ voor de bureaucraten als motor om het plan te realiseren en om de economische machine op gang te houden, ondersteunen deze bureaucratische dictatuur. Machtsmonopolie en materiële privileges vormen een onverbreekbaar geheel. Gorbatchov gaat dus normaal met zijn hervormingen van boven naar onder te werk.

Maar ziedaar het probleem: het apparaat biedt weerstand, en geeft blijk van een immobilisme dat zelfs voor de meest verstandige kritieken onvermoed was, het saboteert, of erger nog, voert systematisch obstructie. Dat apparaat moet dus worden dooreengeschud. Men begint administratieve middelen te gebuiken om de administratie dooreen te schudden. Nieuwe obstructie, nieuwe hemeltergende uitingen van immobilisme, nieuwe gedeeltelijke mislukkingen, nieuwe vertraging en uitstel.

Maar de tijdbom die onder het systeem ligt, laat haar onverstoorbaar getik horen. Elk moment dat voorbijgaat is een verloren moment. En die verloren tijd diept de crisis uit. Dus moeten andere sociale sectoren gemobiliseerd worden, sectoren die niet tot de bureaucratie behoren . Enkel de massa’s kunnen de ‘echte revolutie’ doorvoeren die de USSR volgens Gorbatchov nodig heeft. De technocratische en culturele intelligentia die Gorbatchov steunt heeft niet voldoende gewicht tegenover de miljoenen functionariseren en controleurs die hun gemakkelijk leventje en privileges met hand en tand verdedigen.

Maar hoe de massa’s mobiliseren tegen de bureaucraten, en tegelijk hun mobilisaties blijvend laten controleren en kanaliseren door bureaucraten? De voorbeelden van Hongarije, Tchechoslowakije, China en vooral Polen met Solidarnosc tonen het risico aan van en dergelijk avontuur. Zoals het ‘liberale keizerrijk’ van Napoleon III en dat van de laatste Tsaren staat de ‘liberale dictatuur’ van Gorbatchov tussen twee vuren. De verdeeldheid van de bureaucratie vergroot de openingen en bressen waardoorheen de zelfstandige mobilisatie van de massa’s zich vroeg of laat een weg riskeert te banen.

De tegenstelling tussen het stoutmoedig karakter van de initatieven van Gorbatchov op diplomatiek vlak, meer bepaald in verband met de bewapening, en de aarzelingen op binnenlands politiek vlak, heeft niet alleen te maken met het feit dat er rond de buitenlandse politiek in het Kremlin heel wat meer eensgezindheid bestaat dan rond wat er moet gebeuren met de politieke structuren van de bureaucratie. Het heeft ook te maken met het feit dat de bureaucratie het absoluut nodig heeft de nucleaire wapenwedloop in te tomen om het deel van de beschikbare middelen dat in de USSR besteed wordt aan niet-productieve doeleinden, te beperken. Vermits de wereldrevolutie en de internationale omverwerping van het kapitalisme zelfs niet meer voor de vorm worden vermeld — zelfs niet meer in het programma van de KP van de Sovjet-Unie aangenomen op haar XXVIIste congres — komen de pogingen om terug internationale ontspanning op gang te brengen in het kader van vreedzame coëxistentie eerlijker over dan in de tijd van Kroestjov, met als resultaat dat het imperialisme inderdaad geïnteresseerd is. Zie in dat verband de verbazingwekkende commentaren van de Britse pers tijdens het bezoek van Thatcher aan Moskou [18].

De eurocommunistische supporters van Gorbatchov onderlijnen dit met hun gewoontegetrouwe cynisme :

“De tijden zijn veranderd sinds Kroestjov een soortgelijk hervormingsprogramma inzette in de Sovjet-Unie. In tegenstelling met Kroestjov is Gorbatchov niet militair provocatief of antikapitalistisch agressief in zijn ideologische uitspraken. Dit geeft hem een echte kans het Westers publiek en meer bepaald diegenen die er de opinie van vormen te doen breken met het anti-Sovjet taalgebruik en gescherm, of tenminste dit in de mate dat het zich toch nog voordoet hol en irrelevant te doen overkomen” (Marxism Today, Mei 1987).

Verstandige woordvoerders van de internationale burgerij geven blijk van nog meer inzicht in het dilemna, dat inherent is aan de hervormingen van Gorbatjov en waarmee de bureaucratie en ook het wereldkapitaal worden geconfronteerd. In die zin Samuel Pisar in een gesprek met Le Monde (30 april 1987) :

“Rusland heeft zich altijd bewogen tussen dictatuur en chaos. Laat je de remmen los, dan riskeer je een ongeluk. Gorbatchov is zich daarvan bewust, en neemt enorme risico’s. Er is zelfs een gevaar dat hem een ongeluk overkomt, politiek of fysiek.”

De chaos waar de internationale burgerij voor vreest is natuurlijk een massieve mobilisatie in de Sovjet-Unie, van de arbeidersklasse, de grootste arbeidersklasse van de wereld, een slapende reus waarvan het ontwaken — net zoals .in het geval van de Amerikaanse arbeidersklasse — in één klap de toestand in de wereld zou veranderen. Dat is de fundamentele reden voor het gunstig vooroordeel dat de internationale liberale burgerij vandaag de dag heeft tegenover Gorbatchov [19]: de schrik voor een echte politieke revolutie, een echte revolutionaire mobilisatie van de massa’s van de Sovjet-Unie.

Dat heeft niet als gevolg dat de internationale arbeidersklasse, of de revolutionaire marxisten, een neutrale of onverschillige houding moeten aannemen tegenover initiatieven zoals die van Gorbatchov in verband met de ontwapening, of zich tevreden moeten stellen met het tellen van de punten. Objectief bevorderen die initiatieven een nieuwe ontwikkeling in de anti-oorlogsbeweging, een nieuwe stap van de massabeweging in het westen tegen de bewapeningswedloop, en vooral tegen kernwapens. In die zin verdienen de initiatieven van Gorbatchov steun, teuminste in de mate dat het gaat om een autonome en kritische steun, die echte massamobilisatie.s in de hand werkt, en die de anti-oorlogsbeweging niet afleidt naar de kanalen van het niveau van de diplomatie.

Maar tegelijkertijd moet men er zich van bewust zijn dat de initiatieven van Gorbatchov in verband met ontwapening slechts één aspect zijn van de buitenlandse politiek van de bureaucratie van de Sovjet-Unie, en zich situeren in een breder kader, waarvan het verzoeningsgezinde karakter tegenover het imperialisme duidelijk is. Globaal gaat het met andere woorden om een politiek gericht tegen de socialistische revolutie.

Belangrijke testen

Politieke discussie, kritiek en bewustwording kunnen voor de brede massa’s slechts het resultaat zijn van een praktijk en een spontaan politiek leerproces aan de basis. Marx heeft de spot gedreven met hen die in de tijd van het verlicht despotisme in het Pruisische Koninkrijk dachten het zwemmen te kunnen aanleren zonder aan de leerling toe te staan zich in het water te begeven. Hij dreef de spot met de leermeesters in springoefeningen die wilden aanleren over een afgrond te springen met als leermiddel een meetlint. Zoals de wetenschap zich niet kan ontwikkelen zonder vrije discussie, zo heeft het politiek leerproces van de massa’s vrije actie nodig om zich te kunnen ontplooien. Die politieke vrijheid is in de hervormingen van Gorbatchov echter niet voorzien.

Een ganse reeks testen worden dus door de massa’s en op de eerste plaats de arbeiders en de jongeren, afgewacht om een oordeel te vellen over de werkelijke draagwijdte van de hervormingen. Die testen kunnen worden samengevat in punten die we nu ten titel van voorbeeld opsommen (we zouden er gemakkelijk nog een aantal aan kunnen toevoegen) :

-opheffing van de censuur. Recht voor iedere groep burgers boeken, brochures, tijdschriften, periodieken, pamfletten en dergelijke, te publiceren.

-afschaffen van de artikels van het strafwetboek die het recht op vrije meningsuiting beperken, meer bepaald die die ‘anti-Sovjet-agitatie’ verbieden en ‘laster tegen de Sovjet-Unie’, artikels die immers duidelijk niets te maken hebben met spionage of misdadige activiteiten (zoals terrorisme), maar die aan opiniemisdrijven een geïnstitutionaliseerd karakter geven en het recht op de uitoefening van democratische rechten van de massa’s verhinderen of bemoeilijken [21].

-Vrijlating van alle politieke gevangenen, dus van al diegenen die zich in gevangenissen of kampen bevinden omwille van opiniemisdrijven [22].

-instelling van de habeas corpus. Iedere aangehouden persoon moet worden geconfronteerd binnen de 24 uren met een geschreven en welomlijnde beschuldiging, en het recht hebben vrij een advocaat te kiezen voor zijn verdediging, advocaat die toegang moet hebben tot het dossier van de inbeschuldigingstelling.

- tegen het willekeurig optreden van de politie, recht op beroep voor de plaatselijke rechtbanken van iedere aangehouden persoon. Recht van de plaatselijke Sovjets om zelfstandig, zonder de aanwezigheid van de politie, iedere aangehouden persoon te ondervragen die daarom verzoekt. De Sovjets moeten het recht hebben onderzoeken in te stellen in verband met het recht optreden van de politie.

- recht voor iedere groep burgers die een minimum aantal personen telt kandidaten voor te stellen voor de verkiezingen van de Sovjets, inbegrepen de Opperste Sovjet, niet alleen in de algemene vergaderingen waar de kandidaten voor de verkiezingen geselecteerd worden, maar ook voor de verkiezingen zelf, indien op de algemene vergaderingen een minimaal aantal stemmen werd gehaald.

- recht voor vrij verkozen syndicale delegees onderling overleg te plegen en zich ‘vertikaal’, te organiseren in een gegeven industrietak, en vooral ‘horizontaal’, op het vlak van de wijken in de metropolen, van de steden, de districten, de gewesten, en de republieken. Afschaffing van het principe van het ‘democratisch centralisme’ in de vakbonden, in de bedrijfsgroepen in de de ‘arbeidersraden’, en in alle massaorganisaties. Dit principe, zelfs in zijn oorspronkelijke leninistische (dit is democratische) betekenis heeft slechts zin onder mensen die zich vrij verenigd hebben op basis van een gemeenschappelijke overtuiging, niet in klasse- of staatsorganisaties. Om in die laatste soort organisaties de werkelijke machtsuitoefening door de massa’s te verzekeren moet het principe de regel zijn van de delegatie op basis van een mandaat, met afzetbaarheid van de afgevaardigden wanneer de kiezers dat wensen, meer bepaald in functie van hun oordeel over de uitoefening van het mandaat.

- herstel en waarborg van het stakingsrecht en van elke andere actiemogelijkheid voor eisen van de arbeiders.

- veralgemeende arbeiderscontrole in alle economische activiteiten, op alle vlakken van het plan en van het beheer ervan : voorraden en verplaatsingen (verzending, transport, aankomst) van grondstoffen; gebruik en aanvragen van uitrusting; berekening van lopende productiekosten; vastleggen van productie- en salarisnormen, doelstellingen van het plan in het bedrijf en in andere bedrijven; globale prioriteiten van de plannen; controle op de tewerkstelling; vetorecht op afdankingen of op andere vormen van vermindering van de tewerkstelling; enz... Dit is een centrale maatregel om de werkelijke en niet alleen formele deelname te verzekeren van de arbeiders aan het beheer. Het is een beslissende stap naar de economische democratie waarover de aanhangers van Gorbatchov zoveel praten, en die voorgesteld wordt als een geactualiseerde versie van de ‘democratie van de producenten’ waarover gesproken werd in het kielzog van de oktoberrevolutie.

- opheffing van de voorbehouden winkels, afdelingen in hospitalen, vakantiecentra restaurants, scholen, enz... Arbeiderscontrole, en controle door comités van burgers, op de toepassing van deze maatregelen. invoeren van het principe dat geen enkele staatsambtenaar, ook niet op het hoogste niveau, een inkomen mag hebben, voordelen in natura inbegrepen, dat dat van een gekwalificeerde arbeider overtreft.

Gezien Partij en Staat in de Sovjet-Unie nauw vervlochten zijn is het uitbreiden van eisen op het vlak van de Glasnost naar de Partij toe geen uitdrukking van illusies over de aard van deze partij maar een elementaire democratische eis. Vermits op dit ogenblik de enige echte politieke debatten plaats hebben in het CC van de KP is het normaal dat kritische burgers eisen dat deze debatten gepubliceerd worden. Vermits Gorbatchov voorstelt dat leden van de comités van de KP verkozen zouden worden bij geheime stemming is het normaal dat burgers eisen dat deze verkiezingen niet zuiver zouden zijn, maar dat het mogelijk zou zijn dat kandidaten tegenover elkaar staan die zich onderscheiden door verschillende platforms. Dat doet natuurlijk niets af aan de zin van de eis van een meerpartijenstelsel, dat is het recht van de arbeiders en de boeren van de Sovjet-Unie zelf naar eigen keuze vrij politieke partijen op te richten.

Is het verdedigen van dergelijke eisen in de USSR vandaag te veel van het goede of voorbarig? Versterkt het stellen van dergelijke eisen de positie van de conscrvatieven? Het is een zeer verouderde tegenwerping. Reeds op de vooravond van de revolutie van 1848 beschuldigden de liberalen de communisten van toen ervan het spel te spelen van de conservatieve reactie, door hun buitensporige eisen. Het echte probleem ligt elders. Het ligt in de klassenatuur van de politieke activiteit, in de gedifferentieerde sociale belangen die tot uiting moeten worden gebracht en vertaald.

Geen socialistische democratie zonder massamobilisatie, zonder politieke revolutie

Denken dat echte revolutionaire veranderingen in de Sovjet-Unie van vandaag mogelijk zijn zonder de arbeidersklasse in beweging te brengen, is een illusie. Denken dat de arbeidersbeweging in beweging kan gebracht worden zonder haar te mobiliseren voor haar eigen belangen, is een idealistische, voluntaristische en steriele utopie. De grote assen om de arbeiders te mobiliseren voor hun materiële en morele ‘belangen’ in post-kapitalistische staten, liggen volgens lijnen die al dertig jaar goed gekend zijn: solidariteit, rechtvaardigheid, gelijkheid, echte beslissingsmacht.

Toen hij op 19 juni sprak voor een groep schrijvers zou Gorbatchov gezegd hebben: “De vijand (hij zou beter zeggen de internationale burgerij) is niet bevreesd voor de Sovjet-kernraketten. Hij vreest de uitbreiding van de democratie in de Sovjet-Unie”. (New York Times, 22 december 1986). Een Sovjet-Unie waar een echte socialistische democratie zou heersen zou een geweldige aantrekkingskracht uitoefenen op de massa’s in gans de wereld. In één klap zou gans de wereldtoestand veranderen. Maar dan wel op voorwaarde dat het gaat om echte socialistische democratie, die de arbeiders niet alleen meer economische rechten en macht geeft, maar ook meer politieke rechten en macht dan in de ontwikkelde kapitalistische landen. Een dergelijke democratie zal niet ontstaan door de hervormingen van Gorbatchov. Zij zal het resultaat zijn van de actie van de massa’s. Maar de hervormingen van Gorbatchov openen een bres waardoorheen die acties zouden kunnen losbarsten wanneer de opgewekte hoop teleurgesteld wordt.

20 mei 1987


Voetnoten

[*] ‘In defence of Marxism’ (Pathfinder Press, New York), uitgegeven in 1937, is één van de belangrijkste werken van Trotski waarin hij de theorie van de ontaarding van de arbeidersstaat ontwikkelt. Deze theorie staat tegenover andere bestaande theorieën in de georganiseerde arbeidersbeweging, onder meer deze van ‘terugkeer naar het kapitalisme’, die door de PVDA tot vandaag verdedigd wordt.

[1] Zie onder meer de commentaar van de uitgeweken Tsjechoslovaakse communistische leider Mlynar in het West-Duitse blad ‘Sozialismus’ van april 1986. Zhores Medvedev daarentegen geeft in een recent boek een minder overtrokken en pessimistischere opinie (Gorbatchov, Basil Blackwell, Londen, 1986). In dezelfde zin Marie Lavigne in Le Monde Diplomatique van februari 1986.

[2] Voor de marxistische theoretische grondslag van deze analyse van de realiteit in de Sovjet-Unie verwijzen we naar onze artikels ‘Bureaucratie et production marchande’ in Quatrième Internationale (Mei 1987) en ‘The Laws of motion of the soviet economy’ in Critique (Glasgow nr 12, 1980).

[3] De directeur-generaal van het ministerie van gezondheid van Hongarije dr. Imre Oery, heeft erkend dat zijn land wat mannen betreft de laagste levensverwachting kent van Europa : 65,5 jaar. In Polen is die levensverwachting van 67,3 jaar in 1975 gevallen op 66,8 jaar in 1984, in Roemenië van 67,4 jaar in 1978 op 66,9 jaar in 1984, steeds volgens de officiële bronnen (Financial Times, 77 10 1986).

[4] Wat generaal Jaruzelski niet belet ijskoud te stellen in het blad Humanité van 3 juni 1985 : “Onze Staat verzekert voor haar burgers sociale diensten in een zo grote hoeveelheid en van een dergelijke kwaliteit zoals men dat niet terugvindt in de grootste en de rijkste kapitalistische landen.”

[5] Die sloeg op een beperkt aantal takken en bedrijven, waar de macht van de directeurs om de prijzen en het productengamma vast te leggen werd uitgebreid. Het bescheiden karakter van de resultaten hiervan werd aangestipt door Aganbegian in ECO nr. 6, 1986.

[6] Wat vruchten en groenten, aardappelen buiten beschouwing gelaten, betreft, spelen de tuinen van de arbeiders in de steden eveneens een rol.

[7] In zijn interessant werk ‘Travail et travailleurs en URSS’ (la découverte; Paris, 1984) herinnert Jacques Sapir eraan dat onder Andropov een poging werd ingezet jacht maken op arbeiders die niet op hun werk waren, en dit om het absenteïsme te bestrijden dat het resultaat is van zwartwerk en van alcoholisme. Dit alles zonder veel resultaat: “het inzetten van miliciens in het begin van 1983 om te zien of de mensen die werden aangetroffen in cafés, cinema’s, geen mensen waren die op hun werk moesten zijn is een aanduiding. Maar de manier waarop deze actie vastgelopen is, toont ook de beperkingen aan van oplossingen die steunen op dwang. Men kan geen politieagent zetten aan de zijde van elk van de 128 mijoen arbeiders...” (blz 68).

[8] Het rapport van Novosibirsk duidt uitdrukkelijk het bestaan van tegengestelde belangen van de verschillende sociale groepen aan als één van de oorzaken van de vertraging die opgelopen is in de USSR met het doorvoeren van radicale economische hervormingen. Gorbatchov zelf heeft zinspelingen gemaakt op dit verschijnsel, zij het in gematigde termen. Over gans het debat dat op gang is gekomen in de USSR over het bestaan van dergelijke tegenstellingen, zie het al geciteerde artikel van Marina Bek, verschenen in Imprecor, nr 193 van 1 april 1985.

[9] Een Frans industrieel die in de USSR was uitgenodigd, meldt in dat verband interessante details in een artikel verschenen in L’expansion nr. 193 van 1 april 1985.

[10] Over de risico’s van het terug opduiken van de werkloosheid in de USSR verwijzen we naar ‘Der Siegel’ van 3 februari 1986. Er wordt meer bepaald verwezen naar de berekeningen van prof. V. Kostakov, expert van het Gosplan, die de inkrimping van de tewerkstelling waarmee rekening dient te worden gehouden, schat op 13 tot 19 miljoen posten. In de Sovjet-pers werd onlangs melding gemaakt van 100.000 werklozen in de Republiek Azerbaïdjan. Op 26 maart meldde Tasshet het eerste bedrijfsfaillissement in de USSR, een bouwbedrijf in Leningrad met 2000 werknemers.

[11] Gorbatchov heeft beloofd de lonen en premies voor ingenieurs en technici op te drijven.

[12] Die informaties zijn vergaard in een artikel veschenen in de ‘Neue Züricher Zeitung’ van 6 april 1987.

[13] Zie de verklaringen van arbeiders van het fabriek Kamaz opgenomen in een interview met de ‘officiële’ opposant Roy Medveded in het weekblad ‘Business Week’ van 6 april 1987).

[14] Een overtuigende analyse van die weerstand vindt men in ‘Die Zeit’ van 4 en 11 april 1987. In dit laatste nummer wordt gezegd dat er in de discussie op het Plenum van het CC van januari 1987 twintig toespraken waren die openlijk kritisch stonden tegenover de glasnost omdat deze het gezag van de partij ondermijnt.

[15] V. Koudrjavtsev en U. Lukachova: ‘De taken van de Staats- en rechtswetenschappen na het XXVIIste Congres van de KPSU’, in ‘Kommounist’.

[16] Volgens Maria-Huber-Christian Schmidt-Hauer in ‘Die Zeit’ (10 april 1987) zouden de generaals Ljuchev en Lisitchev tot de belangrijkste steunpunten van Gorbatchov behoren.

[17] De beperkingen van de glasnost komen bij deze gelegenheid weer goed uit de verf. Men weet nog altijd niet wie betoogd heeft en welke de omvang was van de repressie. Sommigen spreken van talrijke doden.

[18] Zie bv. ‘The Economist’ van 18 april 1987.

[19] Zie in dezelfde zin de biografie van Mikhael Gorbatchov door Huber-Schmidt-Hauer, verschenen bij Piper-Verlag, Münich, 1986.

[20] De vraag is meer dan ooit actueel. Op het congres van de journalisten, dat gepaard ging met talrijke incidenten, werd het probleem niet aangeraakt. Zoals voorheen werd de nadruk gelegd op het feitelijk monopolie van de officiële leiding.

[21] Burlatsky, politiek commentator, en andere aanhangers van Gorbatchov, gebruiken de formule : discussievrijheid, maar geen vrijheid voor anti-socialistische ideeën. Deng Xiaoping en Peng Zhen gebruiken een soortgelijke formule in China. Maar hoe dan uitleggen dat in de Sovjet-Unie talrijke chauvinistische Groot-Russische geschriften, die uitdrukkelijk anti-semitisch zijn, getolereerd worden, zoals die van Tseran Solodar, dat terwijl duidelijk antikapitalistische communistische, socialistische en anarchistische geschriften verboden worden.

[22] Vermelden we het zeer moedig geval van de psychiater Koryagin, die zeven jaar opgesloten zat en koppige hongerstakingen hield. Zijn ‘misdaad’ bestond erin het politiek misbruik aan te klagen van de psychiatrische interneringen, meer bepaald de internering van de arbeider Nikitine, stichter van de onafhankelijke vakbond in de streek van Donetz. Hij is vrijgelaten en verbannen.