Michel Pablo

Tien jaar van de Vierde Internationale



Geschreven: 1958
Bron: Kommunistenbond - Proletarisch Links (Internationale Kommunistenbond, Nederlandse afdeling van de Vierde Internationale), 1974
Vertaling: onbekend
Deze versie: Spelling
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee voor het Marxists Internet Archive, december 2005


1.

De Vierde Internationale werd opgericht in 1938. Dat was vijf jaar na het aan de macht komen van het fascisme in Duitsland en het historische bankroet van de Derde Internationale en de communistische partijen in deze beslissende beproeving.

Het jaar 1938 leende zich bepaald niet voor snelle revolutionaire ontwikkelingen die de gelederen van de nieuwe Internationale zouden kunnen versterken. Het was in tegendeel een van de somberste vooroorlogse jaren, de periode van de grootste nederlagen van het internationale proletariaat, van de fascistische reactie, van de terreur en de stalinistische misdaden.

Het experiment van het Volksfront in Frankrijk eindigde in april 1938 met het aan de macht komen van de reactionaire regering van Daladier. Deze begon met een voor een de overwinningen van juni 1936 te liquideren, tekende het verdrag van München, en voerde het ontredderde, gedemoraliseerde land snel naar de imperialistische oorlog.

In Spanje begon na de inname van Teruel door Franco snel de nederlaag van de Spaanse revolutie, verraden door zijn ‘Volksfront’-leiding.

In de USSR bereikte de termidor reactie van Stalin zijn hoogtepunt met het derde grote Moskouse proces. Dit was het proces van de ‘21’, dat Boecharin en 18 van zijn kameraden ter dood veroordeelde en executeerde, allen oude bolsjewieken, leiders van de Oktoberrevolutie en van de Derde Internationale.

De schaduw van de imperialistische oorlog werd ondoorschijnend en begon meer en meer het internationale toneel te beheersen. In Europa vol den de staatsgrepen van Hitler elkaar op en brachten het fatale tijdstip van de nieuwe wereldmassamoord steeds dichterbij: de bezetting van Oostenrijk en een dergelijk lot in voorbereiding voor Tsjecho-Slowakije.

In het Verre Oosten was Japan in een moeizame oorlog met China gewikkeld en beproefde aan zijn oostelijke grenzen met zijn kanonnen de weerstand van de USSR. De bewapeningswedloop in alle kapitalistische landen was in volle gang. Dit was trouwens een middel om de hardnekkige, nog steeds niet overwonnen economische crisis te overwinnen, die sinds 1929 in de kapitalistische landen heerste.

De oorlog tekende zich steeds duidelijker af als de enige uitweg uit deze situatie. Stalin, zich bewust van het gevaar en bang voor zijn nederlaag in geval van een conflict met het verbonden imperialisme, had alles gezet op het ‘democratisch front voor de vrede’, in samenwerking met de imperialistische ‘democraten’ van de Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland. Deze politiek van klassensamenwerking werd gecombineerd met de bloedige terreur van de GPOe tegen de revolutionaire tendensen in de USSR en in de gehele internationale arbeidersbeweging. Dit had tenslotte de ontbinding en demoralisatie van deze laatste tot zijn hoogtepunt gebracht.

Zo was van toen af de weg vrij voor het losbarsten van de imperialistische massamoord. Slechts het handjevol trotskisten dat de stalinistische terreur in de USSR en de kapitalistische en afhankelijke landen overleefde, vocht nog steeds onverzettelijk door volgens het program van het revolutionaire marxisme. Zij veroordeelden de voorbereidingen tot de oorlog van het ‘democratische’ en het ‘fascistische’ imperialisme en riepen op tot een front van de arbeidersklasse om doeltreffend te strijden tegen het fascisme en de oorlogsdreiging.

“Om de vrede te garanderen onder de massa”, schreef Leon Trotski daags na het akkoord van München in september 1938, “moeten wij het imperialisme in al zijn verschijningsvormen omverwerpen. Slechts de proletarische revolutie kan deze taak vervullen. Om dit einddoel voor te bereiden moeten we het proletariaat en de onderdrukte volkeren in een onverzoenbare positie tegenover de imperialistische bourgeoisie brengen en hen verenigen in één internationaal leger Deze grote bevrijdingstaak wordt momenteel uitsluitend vervuld door de Vierde Internationale”.

Daarom werd de internationale beweging van de trotskisten, toen bekend - meer speciaal sinds 1936 - onder de naam Beweging voor de Vierde Internationale het mikpunt van de repressie en de haat van het ‘fascistisch’ en ‘democratisch’ imperialisme, van de sociaalpatriotten en de dienaren van het Kremlin.

In Duitsland verkommerden talloze trotskisten in de nazigevangenissen en concentratiekampen. In Griekenland wachtte hen hetzelfde lot in de gevangenissen en verbanningsoorden van Metaxas, bondgenoot van de ‘democratische’ imperialisten. Maar de slagen die het imperialisme de revolutionaire marxisten toebracht betekenden weinig vergeleken bij wat de woedende reactionairen van de eerste arbeidersstaat deden. De proletariërs zullen eens, en wij achten dat tijdstip nabij, te weten komen welke ongelooflijke heldenstrijd de bolsjewieken-leninisten van USSR geleverd hebben, die zonder vrees streden tegen hun stalinistische verdelgers, in de gevangenissen, concentratiekampen en de verbanningsoorden in de Poolstreken.

In 1938 stierf in Parijs, na een korte heftige ziekte, onder de meest verdachte omstandigheden, Leo Sedov, de zoon van Leon Trotski. Enige maanden later, in 1938, verdween de internationale secretaris Rudolf Klement, student van Duitse afkomst, ontvoerd door de GPOe.

In Mexico werden de voorbereidingen van de stalinisten tot de aanslag op Trotski uitgebreid. Hun agenten, met aan het hoofd Lombardo Tolédano, spanden zich in om vast de geschikte voorwaarden te scheppen voor deze misdaad.

In Spanje werden trotskisten en Poumisten eveneens achtervolgd en gevangen gezet door de stalinistische politie van de regering van het ‘Volksfront’.

De oprichtingsconferentie.

In deze atmosfeer van reactie en van imperialistische en stalinistische terreur en oorlogsdreiging werd de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale gehouden op 3 september 1938.

Deze heeft in feite maar één dag geduurd, ergens in de naaste omgeving van Parijs [1], in tegenwoordigheid van 30 afgevaardigden die de volgende tien landen vertegenwoordigden, plus een Latijns-Amerikaanse vertegenwoordiger: de Verenigde Staten, de USSR, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Italië, Polen, België, Nederland en Griekenland. Verschillende secties waren door de omstandigheden verhinderd afgevaardigden te sturen.

Ondanks de moeilijke omstandigheden waaronder deze bijeenkomst plaatsvond, en de nog vers in het geheugen liggende ontvoering van Rudolf Klement, werd de conferentie bezield door het besef van zijn historische betekenis en zijn grote belang. De internationale beweging van revolutionaire marxisten beleed inderdaad in het aangezicht van de oorlogsdreiging - die met rasse schreden naderde, en die het ongelooflijke bankroet van de traditionele sociaaldemocratische en stalinistische regimes met zich bracht - zijn standvastige geloof in de toekomst van de proletarische revolutie en het wereldsocialisme.

De storm die zich aankondigde was de onvermijdelijke prijs van het falen van de traditionele leidingen van de arbeidersbeweging om in plaats van de oorlog de revolutionaire oplossing te vinden. Maar de oorlog zou niet nalaten het hele oude evenwicht omver te werpen en de opkomst van een nieuwe revolutionaire periode met onvermoede mogelijkheden te veroorzaken, waarin de kansen van het authentieke revolutionaire marxisme en bijgevolg van de Vierde Internationale duidelijk zouden worden.

Door de revolutionair-marxistische stroming in één internationale organisatie te structureren, hem een duidelijk program te geven, zou men zijn voortbestaan als zodanig en zijn onvermijdelijk toekomstig succes garanderen. Dat is precies wat de oprichtingsconferentie gedaan heeft.

Waarom de Vierde Internationale

Tussen 1933 en 1938 en op het oprichtingscongres zelf van de Vierde Internationale is er over de vraag van het oprichten van een nieuwe Internationale veel gedebatteerd [2]. Geduldig maar vastbesloten heeft onze beweging met Leon Trotski aan het hoofd in die tijd de argumenten van de centristen van buitenaf en de sceptici in onze eigen gelederen bestreden, wat betreft de raadzaamheid van het oprichten van een nieuwe Internationale. Deze argumenten kwamen in feite hier op neer: de marxistisch-revolutionaire beweging is te geïsoleerd ten opzichte van de massa die zich nog niet bewust is van het verraad van de traditionele leidingen en vooral van het stalinisme, bijgevolg moet men gunstiger omstandigheden afwachten en vermijden ‘kunstmatig’ een Internationale op te richten.

Hoe hebben wij geantwoord op deze argumenten, bij monde van de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale zelf? Door drie dingen te constateren. In de eerste plaats was het failliet van de traditionele leidingen bewezen door de historische nederlagen van het proletariaat in Duitsland in 1933, in Frankrijk en in Spanje in de jaren 1936-1938. Deze nederlagen hadden geen enkele reactie teweeg gebracht van de kant van de organisaties geleid door de sociaaldemocraten en de stalinisten, die op een mogelijk herstel wees. In de tweede plaats de onverenigbaarheid van ons program en onze doctrine met die van deze leidingen. En ten derde ons feitelijk bestaan als internationale stroming vechtend volgens hetzelfde program. Dat wil zeggen, ons bestaan als internationale organisatie is tegelijk een objectieve consequentie en een feit, een objectieve oorzaak, die voortaan de ontwikkelingen zou beïnvloeden. Dat de massa’s niet voor ons zijn, is een secundair aspect met betrekking tot ons objectieve bestaan als werkelijk internationale organisatie, die opgericht, bevestigd en bezield wordt door een gemeenschappelijk program, dat fundamenteel verschilt van elke andere beweging.

De Vierde Internationale is opgekomen als internationale beweging tegen de traditionele leidingen, uit de eigenlijke ontwikkeling van de klassenstrijd in de wereld van voor de oorlog, en de onvermijdelijke differentiëring die deze in de internationale communistische voorhoede veroorzaakt heeft.

Zowel vanuit het oogpunt van zijn denkbeelden, van zijn program, van zijn doctrine, als van zijn kaders, was de Vierde Internationale het resultaat van de objectieve ontwikkeling, van de ontwikkeling van de arbeidersbeweging, en geenszins een ‘kunstmatige’ schepping.

Het feit van zijn conjuncturele isolement van de grote massa kan niet als argument tegen zijn oprichting gebruikt worden. De revolutionaire marxisten hebben al lang de concrete dialectiek begrepen die bestaat tussen de klasse, de partijen en de leidingen. Alleen op zeldzame momenten in de geschiedenis, op hoogtepunten van de revolutionaire ontwikkeling, is er een fusie tussen deze elementen. De wisselende dynamiek van de klassenstrijd ontbindt voortdurend deze elementen en voegt ze weer samen, zonder ze te vereenzelvigen.

Anderzijds, al is de partij een onderdeel van de klasse, zij onderscheidt zich van deze door zijn ideologische kwaliteit, door het feit dat hij een homogeen deel is en meer inzicht geeft over de voorwaarden en het doel van de klassenstrijd, dan de klasse. Het program, de doctrine, die voortdurend verbonden wordt met de elementen van de klassenstrijd, zijn feiten, zijn ervaringen, zijn het eigenlijke werk van de partij en niet van de klasse in zijn geheel.

Analoge betrekkingen bestaan tussen de partij als organisatie van de massa, en zijn leiding. Een partij, of een revolutionaire stroming, kan een grote voorsprong hebben op de mentaliteit en het bewustzijn van de massa. Maar ook kan ze soms een niet minder grote achterstand te zien geven. De geschiedenis van de arbeidersbeweging geeft hiervan talloze voorbeelden.

Wat uiteindelijk van belang is voor de kwaliteit van een revolutionaire beweging, is niet zijn mate van verbondenheid met de klasse op een gegeven moment, maar zijn program en zijn doctrine, evenals zijn continuïteit en de consequentie waarmee deze door de revolutionaire kaders verdedigd worden. Als het program en de doctrine niet daadwerkelijk overeenkomen met het bewustzijn en de conjuncturele mentaliteit van de klasse, maar met de objectieve situatie, en als de organisatie consequent en volhardend deze ideeën verdedigt, dan zal te zijner tijd zijn verbinding met de massa, die in beweging is gebracht in haar richting door de objectieve voorwaarden die uiteindelijk de strijd van de massa beslissen, verwerkelijkt worden.

Dit is de basisredenering, die we zowel in de oprichtingsakte van de Vierde Internationale vinden als in zijn program.

Men wist in 1938 al dat de nieuwe Internationale geïsoleerd van de grote massa was, en dat lange tijd zou blijven. Men voorzag zelfs een ernstiger isolement vanaf het begin de oorlog, men had weinig vertrouwen in de volwassenen van die tijd, die vermoeid en gedemoraliseerd waren door de nederlagen en het verraad van de traditionele leidingen. Men vestigde vooral zijn hoop op de nieuwe generaties, en de meest onderdrukte volkslagen en volken van de mensheid. En vooral richtte men zich op de nieuwe revolutionaire periode die door de omwentelingen van de oorlog zeker zou ontstaan.

Vijanden en afvalligen van onze beweging laten geen gelegenheid voorbijgaan om ons te herinneren aan de niet gerealiseerde ‘voorspelling’ van Trotski in zijn toespraak van 19 oktober 1938 op de vergadering in New York ter viering van de oprichting van de Vierde Internationale. Hij zei hier:

“De volgende tien jaar zal het program van de Vierde Internationale de gids worden voor miljoenen, en die miljoenen revolutionairen zullen hemel en aarde omver kunnen werpen”.

Zeker heeft de ontwikkeling van de Tweede Wereldoorlog, daar ze het imperialistische kamp verdeeld heeft, een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt die het voortbestaan van de traditionele leidingen vergemakkelijkt heeft. Dit heeft op zijn beurt de revolutionaire ontwikkelingen gecompliceerd, en de vertraging vergroot. Het feit blijft echter, dat miljoenen, ondanks alles de weg van de revolutie gekozen hebben in China en elders, door in een groot deel van de wereld het kapitalisme en imperialisme omver te werpen; en vooral, dat er nieuw revolutionair tijdperk is ontstaan uit de oorlog, die zo ongelooflijk veel omver geworpen heeft. Het is in feite het tijdperk van de overwinning van het revolutionaire program van de Vierde Internationale, zowel wat betreft het kapitalisme als het stalinisme.

Het overgangsprogram

Als politiek document was de belangrijkste bijdrage van de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale ongetwijfeld het aannemen van het Overgangsprogram [3]. Dit program, hoofdzakelijk door Trotski uitgewerkt, was het onderwerp van een uitvoerige discussie voor en tijdens de conferentie, waaraan de belangrijkste internationale kaders van onze beweging in die tijd hebben deelgenomen. Dit program is natuurlijk niet het program van de Vierde Internationale, d.w.z. zijn totaalprogram, maar alleen een deel daarvan, dat “de actie van nu tot aan het begin van de revolutie” bestrijkt (Leon Trotski). Om het volledig te doen zijn zou, zoals Trotski het zelf preciseerde [4], het in het begin een gedeelte moeten hebben dat veel meer de “moderne kapitalistische maatschappij in zijn imperialistische fase” uit theoretisch oogpunt analyseerde.

We vinden deze analyse in andere geschriften van Trotski, als bij voorbeeld de kritiek op het program van de Derde Internationale uitgewerkt door Boecharin, ter gelegenheid van het 6e wereldcongres, en De permanente revolutie. In deze geschriften moeten we de fundamentele karakteristieken vinden van het imperialistische tijdperk, die de strategie en de tactiek van het revolutionaire proletariaat bepalen.

Vervolgens zou er ook een slotgedeelte moeten zijn dat zich bezighield met “de sociale revolutie, vanaf de machtsovername via de opstand, de omvorming van de kapitalistische maatschappij in een dictatuur van het proletariaat, en van deze in een socialistische maatschappij”.

De programmatische denkbeelden in het program van onze Internationale op dit steeds belangrijker en actueler gebied, moeten we zoeken in de geschriften van Trotski over de USSR en het stalinisme, vooral in De verraden revolutie, evenals in latere documenten van de Vierde Internationale.

Het doel van het Overgangsprogram was en is duidelijk: “de massa helpen in het proces van de dagelijkse strijd, een brug te vinden tussen hun huidige eisen en het program van de socialistische revolutie”; hen helpen zo “de tegenstrijdigheden te boven te komen tussen de rijpheid van de objectieve voorwaarden voor de revolutie” die ons tijdperk karakteriseert, “en de onrijpheid van het proletariaat en zijn voorhoede”, die hoofdzakelijk te wijten is aan de verraderspolitiek van de traditionele leidingen.

“Deze brug”, zo karakteriseert het Overgangsprogram, “moet bestaan uit een stelsel van overgangseisen, die uitgaan van de huidige omstandigheden en het huidige bewustzijn van brede lagen van de arbeidersklasse en die onveranderlijk tot één en dezelfde conclusie leiden: de machtsovername door het proletariaat”.

Dit onderscheidt dit program met zijn dialectische structuur van de programs van de sociaaldemocraten en de stalinisten, die een organische scheiding maken tussen hun minimumprogramma’s die zich beperkten tot hervormingen in het kader van de kapitalistische maatschappij, en hun maximumprogramma’s, die voor een onbepaalde toekomst de vervanging van het kapitalisme door het socialisme beloofden.

Het Overgangsprogram doet, in navolging van de manier waarop de eerste congressen van de Communistische Internationale de revolutionaire tactiek stelden, deze scheiding te niet [x]. Het probeert daarentegen de strijd voor de onmiddellijke eisen, van waaruit de elementaire strijd van de massa begint, organisch te verbinden met de strijd om de macht.

Toch is deze overgangsstructuur van het program, die dynamisch en revolutionair is, en niet statisch en reformistisch, geen woordenspel, geen intellectuele abstractie. Zij baseert zich daarentegen op de overtuiging dat de oriëntatie van de massa in laatste instantie bepaald wordt door de objectieve voorwaarden die de maatschappij karakteriseren.

Als men bijgevolg het program uitwerkt, en het niet aanpast aan de conjuncturele, tijdelijke, mentaliteit van de massa, maar aan de objectieve omstandigheden, dan zal men er zeker van kunnen zijn dat te zijner tijd de massa de richtlijnen en leuzen van zo een program zal overnemen. Dat is de zin en de kracht van het revolutionaire marxisme.

Natuurlijk bepalen de objectieve voorwaarden niet de inhoud van het program. Om zijn vorm, de vorm van zijn actieleuzen, de vorm van zijn agitatie en propaganda op te stellen, zal een werkelijke revolutionaire beweging, die verbonden is met de werkelijkheid van de arbeidersbeweging, altijd de mentaliteit en het precieze bewustzijn van de massa in overweging nemen. Het zou sektarisch zijn, zich slechts bezig te houden met de inhoud, en de vorm, die de denkbeelden vlugger en beter aan de massa kan overbrengen, te verwaarlozen. Opportunisme zou het daarentegen zijn, de inhoud aan de vorm op te offeren, om zogenaamd de weg waarlangs de rijpheid en de revolutionaire organisatie van de klasse gaat, in te korten.

Het Overgangsprogram, dat op basis van deze overwegingen is uitgewerkt, heeft de beproevingen van de gebeurtenissen en van de tijd glansrijk doorstaan. Verschillende van zijn fundamentele leuzen zijn door enorme massa’s over de hele wereld, die door hun eigen ervaring wijs geworden zijn, overgenomen. Zoals bijvoorbeeld de leuze van de glijdende (veranderlijke) loonschaal en de glijdende urenschaal, van de controle van de arbeiders over de industrie, de onteigening van bepaalde groepen van kapitalisten, de stakingpikets en de arbeidersmilitie, de fabriekscomités en de sovjets.

Verschillende van hen maken nu zelfs deel uit van het officiële program van diverse vakbewegingen, van de Verenigde Centrale in de VS tot de COB in Bolivia en de CUT in Chili. Natuurlijk hebben deze organisaties altijd een eclectische en minimalistische tendens, die daarin bestaat dat ze bepaalde leuzen uit het program lichten en die een reformistische betekenis geven. Maar het feit dat op een gegeven moment een of andere leus uit het Overgangsprogram in zekere zin noodzakelijk door de massaweer opgevat is, bewijst de wetenschappelijke juistheid van dit program, gebaseerd op een juiste waardering van de objectieve omstandigheden en de beweging van de massa die deze omstandigheden bepalen.

Wat kunnen we nu zeggen van de deugdelijkheid van het Overgangsprogram twintig jaar na zijn opstelling? Dat het in het algemeen nog steeds actueel blijft, behoudens enige aanpassingen die nodig geworden zijn door nieuwe elementen in de toestand.

Het hoofstuk over de Vakbewegingen in het overgangstijdperk bijv. zou verbeterd kunnen worden door er enige paragrafen aan toe te voegen over de mogelijke rol van de vakbeweging in de semi-koloniale en afhankelijke landen, die buiten het specifieke economische kader vallen. De algemene invoering van de automatisering en de atoomenergie zullen ongetwijfeld het formuleren van enige nieuwe economische leuzen en nieuwe organisatievormen nodig maken.

Het hoofdstuk over de Overgangseisen in de fascistische landen is nu, tenminste op het ogenblik, uit de tijd, hoewel het zeer instructieve waarderingen bevat over de revolutionaire manier om democratische leuzen te gebruiken, en over de opvatting. van hun organische verbinding met de overgangsleuzen.

Het hoofdstuk over de Taken in de overgangsperiode in de arbeidersstaten daarentegen krijgt een veel groter belang dan in 1938, zowel door het feit van de ontwikkeling van de USSR, als door het ontstaan van andere arbeidersstaten. De noodzakelijke aanvullingen en veranderingen op dit hoofdstuk kunnen we vinden in de latere documenten van de Vierde Internationale, en speciaal in die van het 4e en 5e wereldcongres.

Trotski heeft het aannemen van het Overgangsprogram “onze grootste overwinning” genoemd. En dit was inderdaad de fundamentele bijdrage van de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale. Maar het werk van deze conferentie blijft niet tot dit document beperkt. De conferentie heeft daarnaast nog de volgende taken vervuld: ze heeft een manifest aangenomen over het oorlogsgevaar dat zich aan de horizon aftekende; een resolutie over de oorlog in het Verre Oosten; en een over de wereldrol van het Amerikaanse imperialisme. Ze heeft ook de statuten van de Vierde Internationale aangenomen. Deze bevatten verklaringen van de principes en zijn organisatorische structuur als wereldpartij van de socialistische revolutie, gebaseerd op democratisch centralisme op internationale schaal.

Verschillende andere resoluties bevatten bijzondere kwesties van binnenlandse aard: de hereniging van de trotskistische beweging in Engeland en in Griekenland, en de situatie in Frankrijk, Polen en Mexico. Een andere resolutie betrof de te volgen politiek van de jongerenconferentie die kort na de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale werd gehouden. Groeten werden gericht aan de strijders in Spanje, en aan de dode, gevangen of verbannen militanten van de Vierde Internationale en aan Trotski.

Er werd dus een aanzienlijk werk verricht door het 1e wereldcongres van de nieuwe Internationale, een klinkend bewijs van het intensieve politieke leven, en de vitaliteit van de beweging die zij vertegenwoordigde.

Van de oprichtingsconferentie tot het uitbreken van de oorlog (september 1938 — september 1939)

De maanden die volgden op de oprichting van de Vierde Internationale werden gekenmerkt door de verslechtering van de internationale toestand, die zich snel ontwikkelde in de richting van een oorlog; door de mislukking van de politiek van het ‘Democratisch front voor de vrede’ van het Kremlin, met behulp van de Volksfronten en de klassensamenwerking met de ‘democratische’ bourgeoisie; en door de nieuwe nederlagen van het internationale proletariaat.

In zijn analyse van de internationale toestand na München heeft Trotski gemakkelijk de ware betekenis van dit compromis duidelijk kunnen maken. Het heeft, verre van de oorlog te verhinderen, deze in werkelijkheid verhaast. Anderzijds toonde hij het bankroet aan van de politiek van het ‘Volksfront’ van het Kremlin, en riep op tot een klassenpolitiek.

Na de gebeurtenissen in Tsjecho-Slowakije lag de sleutel van de Europese toestand opnieuw in Frankrijk, waar socialisten en communisten door hun stemming van april 1938 eenstemmig de regering van Daladier aan de macht gebracht hadden, de doodgraver van het Volksfront. Frankrijk ontwikkelde zich nu snel naar een reactionair bewind dat de weg vrijmaakte voor de oorlog.

Toch wilde de massa van het Franse volk nog weerstand bieden aan deze opmars naar de oorlog. Ondanks het verraad van Jouhaux en Thorez en de ontmoediging en verwarring in de meest vooruitstrevende sectoren van het proletariaat van dit land, gingen ongeveer twee miljoen arbeiders in staking tussen midden november en begin december 1938, tegen de uitzonderingsmaatregelen van Daladier. Het was echter een achterhoedegevecht, daar de reformistische en stalinistische leiding geenszins de bedoeling hadden Daladier serieus te bestrijden en hem deze keer te vervangen door een werkelijke arbeidersregering.

Op 14 december schreef Trotski als commentaar op deze strijd zijn artikel Het uur van de beslissing nadert in Frankrijk. Hierin maakt hij eerst de balans op van het bankroet van het Volksfront, zogenaamd verraden door zijn ‘partner’, de radicalen, ‘de meest corrupte partij’ van de zakenmilieus er de carrièremaker van de Franse bourgeoisie. De elementen van de voorhoede spoort hij vervolgens aan tot een vastbesloten revolutionaire actie. Alleen die zal in staat zijn om te proberen de opmars naar de totalitaire reactie en de oorlog tegen te houden.

Tegelijkertijd beleeft de Spaanse revolutie zijn laatste tragische uren. Het nieuwe jaar 1939 begon met de opmars van de horden van Franco naar Barcelona, dat weldra door het bewind van het ‘Volksfront’ van Negrin verlaten wordt. De stalinisten doen hun best de mislukking te verhullen door het te doen voorkomen alsof het ‘verzet’ voortgezet wordt, en vooral door de schuld af te schuiven op hun bondgenoten de ‘democratische’ bourgeoisie en de socialisten, terwijl ze tot de laatste minuut voor de val van Barcelona de vervolgingen, de processen en de gevangenneming van poumisten en trotskisten voortzetten. In februari maakt Trotski de balans op van ‘de Spaanse tragedie’, en maakt duidelijk dat ook daar het Volksfront “een systeem, georganiseerd om de massa te verraden en te bedriegen” is gebleken.

Met zijn politiek van klassensamenwerking, waarbij de onderdrukte klasse, zoals overal elders, onderworpen was aan het politieke bewind van de ‘democratische’ bourgeois-bondgenoot, heeft het Spaanse Volksfront systematisch de sociale verdieping van de revolutie gesaboteerd, om zich zogenaamd beter aan de militaire voortzetting van de strijd te kunnen wijden. Het heeft noch aan de landbouwhervorming, noch aan de bevrijding van Marokko durven werken, en het heeft alles gedaan om de sovjetorganen van de massa te vernietigen. Zo heeft het tegelijkertijd de massa bedrogen en de positie van Franco geconsolideerd.

Negrin en Azaña die van Franco de vrede afbedelden na de val van Barcelona, en weldra de ellendige uittocht over de Pyreneeën, bezegelden met deze vernederende beelden de heldhaftige strijd gedurende drie jaar van de Spaanse massa.

Wat betreft de eigenlijke beweging van de Vierde Internationale moeten we noemen: de activiteit en enige successen van de Franse, Belgische, en Amerikaanse secties; de nieuwe secties in Argentinië, Peru en Griekenland; de arrestatie van een groot aantal leiders van de verenigde sectie van dit laatste land waaronder kameraad Poeliopoelos (oktober 1938); de berichten die in januari 1939 doorkomen over het proces en de veroordeling tot zware gevangenisstraffen door de nazi’s van onze Duitse kameraden uit Maagdenburg en Berlijn; de vervolging van Spaanse leiders, de kameraden Munis en Carlini door de stalinisten; de campagne tegen LeonTrotski, die tegelijkertijd door de stalinisten in Mexico ervan beschuldigd wordt een ‘agent van het imperialisme’ te zijn en door de imperialistische pers in de Verenigde Staten omdat hij president Cardenas van Mexico geïnspireerd zou hebben tot zijn politiek van ‘nationalisatie’ van de petroleum; de campagnes van de SWP voor het recht op asiel in de Verenigde Staten voor politieke vluchtelingen uit Europa, voor de bevrijding van de leiders van de POUM, gearresteerd door de stalinisten in Spanje, en tegen de oorlogsplannen van het yankee imperialisme, die zich steeds duidelijker begonnen af te tekenen.

In het algemeen was de politiek van de landelijke secties van de Vierde Internationale voornamelijk gericht op de strijd tegen de dreigende oorlog. De secties volgden het manifest, dat uitgegeven was door het oprichtingscongres, en legden vooral de nadruk op de volgende denkbeelden: ‘democratische’ en ‘fascistische’ imperialisten bereiden actief een nieuwe oorlog voor. De reden daarvan zal niet zijn de verdediging van de ‘democratie’ tegen het ‘fascisme’, noch één of ander nieuw ‘arm België’ (in dit geval Tsjecho-Slowakije) tegen de ‘agressie’, maar de interne tegenstrijdigheden van het imperialisme in zijn geheel. Alleen de actie van de klasse van het proletariaat en de onderdrukte volkeren zou het fascisme, en de door het kapitalisme aangegane oorlog, een nederlaag kunnen toebrengen.

Evenals tijdens de Eerste Wereldoorlog moest men zich resoluut opstellen tegen het ‘sociaalpatriottisme’ en tegen de klassensamenwerking; maar daarbij moest uitzondering gemaakt worden voor de mogelijkheid dat de USSR, een arbeidersstaat, en de koloniale landen die tegen het imperialisme in opstand waren, betrokken zouden worden bij een interimperialistische oorlog.

De juistheid van deze gedragslijn is spoedig op opzienbare manier duidelijk geworden. Enerzijds ten gevolge van het compromis van de ‘democratische’ bourgeoisie met de ‘fascistische’ bourgeoisie bij het akkoord van München, anderzijds met de spectaculaire ommekeer die Stalin teweegbracht met de Duits-Sovjetrussische toenadering. Trotski heeft het eerst de veronderstelling van een mogelijke toenadering tussen Stalin en Hitler geuit, in oktober 1938. Kort daarna begon de internationale pers deze mogelijkheid ook onder ogen te zien. Op 6 maart 1939 bespreekt Trotski opnieuw de mogelijkheid van een akkoord tussen Stalin en Hitler, en doet zijn best de betekenis daarvan te verhelderen. Nauwelijks enige dagen later (10 maart), wordt het 18e congres van de communistische partij van de USSR gehouden, waarop Stalin een rapport uitbrengt; Manoeilski die plotseling tot ‘secretaris’ van de Communistische Internationale benoemd wordt in plaats van Dimitrov, die zonder verklaring verdwijnt, spreekt eveneens uit naam van de Internationale. De twee redevoeringen zijn zeer merkwaardig en karakteristiek voor het cynisch opportunisme van het stalinistisch bewind.

De twee redenaars spraken bijna op hetzelfde moment dat de Spaanse revolutie zijn laatste vernedering onderging in Madrid, en aan de Franquisten werd overgeleverd door de militaire junta, die werd voorgezeten door ‘kameraad’ Miaja [5], de militaire held van het Volksfront en lid van de communistische partij van Spanje. Maar zij hebben de Spaanse nederlaag zelfs niet genoemd! Het was alsof de Spaanse revolutie en zijn tragische einde nooit had bestaan. Stalin in het bijzonder heeft zich niet verwaardigd een woord te zeggen over de politiek van het ‘Volksfront’. Hij bewaarde al zijn welsprekendheid voor een onverwacht requisitoir tegen de ‘democratische’ staten en de bourgeoisie, zijn bondgenoten van gisteren, en zijn onverhulde toenadering deze keer in de richting van de fascistische staten!

Terwijl hij de ‘interimperialistische antagonisme’ onthulde, verklaarde hij dat de wortels van deze rivaliteiten tussen de imperialistische machten onderling, tussen de macht van de As-landen aan de ene kant en van de ‘democraten’ aan de andere kant, te vinden waren in het ‘onrechtvaardige’ verdrag van Versailles, dat de imperialistische overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog aan de tegenpartij hadden opgedrongen. Hem op de voet volgend, bekritiseerde Manoeilski de politiek van de Volksfronten omdat ze “bepaalde rechtse opportunistische tendensen” bevorderd zouden hebben, “die de rol van de zogenaamde democratische staten geïdealiseerd en hun imperialistische karakter verdoezeld” zouden hebben.

Op zijn gewone manier beschuldigde Stalin, die het duidelijke falen van zijn Volksfrontpolitiek constateerde en die bezig was een toenadering tot Hitler te realiseren, zijn ondergeschikten van alle vergissingen en nederlagen en ging zonder enige zelfkritiek over tot een totaal tegenovergestelde politiek!

De opmars naar de oorlog gaat intussen in versneld tempo voort. Hitler trekt in maart 1939 Praag binnen en annexeert praktisch Tsjecho-Slowakije. In april annexeert Mussolini Albanië, en Londen kondigt de mobilisatie af.

In de Verenigde Staten legt Roosevelt de laatste hand aan de plannen voor de oorlogsmobilisatie en neemt openlijk stelling voor het gebruik van ‘geweld tegen geweld’. Hij moedigt Engeland en Frankrijk aan in hun koortsachtige voorbereidingen voor de oorlog tegen de As-mogendheden.

De berichten die deze maanden uit de Internationale komen, gaan over de activiteiten van de trotskistische organisatie in de Verenigde Staten, Frankrijk, Canada, China en Indochina. In het laatste land wordt de trotskistische leider Ta- Toe-Thau vrijgelaten uit de gevangenis en onmiddellijk daarna (april 1938) bij de verkiezingen in Cochinchina met zijn hele ploeg triomfantelijk verkozen.

De flirt tussen Hitler en Stalin gaat door. Na Dimitrov, de theoreticus van het Volksfront, die is vervangen door Manoeilski die de deugden van Nazi-Duitsland ontdekt, wordt Litvinov, nadat hij jarenlang de diplomatie van het ‘Democratisch front voor de vrede’ geleid heeft, verwijderd en vervangen door Molotov (mei 1939). De zomer begint in het teken van de crisis van Danzig en de bedreigingen van Hitler tegen Polen.

Op 21 augustus kondigt Hitler het non-agressie verdrag met Stalin aan! Verre van de oorlog te verhinderen, heeft dit verdrag het wereldproletariaat, dat ondanks alles niet op een dergelijke spectaculaire ommekeer van het Kremlin verdacht was, volkomen gedesoriënteerd, en de nazi’s aangemoedigd. Het heeft daarmee in feite de uitbarsting van het conflict een zaak van de onmiddellijke toekomst gemaakt.

“Om Polen aan te vallen en de oorlog tegen Frankrijk en Engeland te voeren had Hitler de welwillende neutraliteit van de USSR en zijn grondstoffen nodig”, verklaarde Trotski op 4 september tegen de pers. “Het gesloten politieke en commerciële verdrag garandeert Hitler beide.”

De volgende morgen 5 september was de Tweede Wereldoorlog begonnen. Wat was nu de politiek die de Vierde Internationale aanbeval tegenover deze oorlog? De kwestie is even belangrijk wat betreft de houding van de Internationale gedurende het verloop van het tweede wereldconflict — waar vanaf 1941 de USSR zelf bij betrokken was - als wat betreft de meningsverschillen die binnen de eigen rijen van de Internationale opkwamen.

Deze twee aspecten, die chronologisch de periode van het uitbreken van de oorlog tot de moordaanslag op Trotski in augustus 1940 bestrijken, zullen we dadelijk onderzoeken.

2.

De kwestie van de oorlog had al zeer vroeg de Vierde Internationale beziggehouden. Zodra Hitler in Duitsland naar de macht greep, had Trotski geconcludeerd dat een tweede wereldoorlog nu vrijwel onvermijdelijk werd. Hij bleef echter het proletariaat oproepen tot de revolutionaire strijd, zowel in de fascistisch-kapitalistische landen als in de ‘democratische’, omdat alleen een dergelijke strijd kansen had de opmars naar de oorlog om te buigen naar de overwinning van de revolutie.

In juni 1934 definieerde een officiële tekst van onze beweging, getiteld De oorlog en de Vierde Internationale, de wezenlijke positie van de beweging ten aanzien van de oorlog die werd voorbereid [6]. De tekst voorzag zeer juist dat de nieuwe oorlog zou beginnen als interimperialistische oorlog, tussen twee blokken van imperialistische landen, dat van de ‘rijke’, de overwinnaars bij het verdrag van Versailles enerzijds, en dat van de ‘arme’, de verliezers of misdeelden in de verdeling van de wereld aan de andere kant. Het doel van zo’n oorlog zou, net als bij het eerste wereldconflict, de ‘herverdeling van de wereld’ zijn tussen de grote imperialistische machten.

De tekst preciseerde echter dat “iedere grote oorlog, onafhankelijk van zijn oorspronkelijke motieven, onvermijdelijk de kwestie aan de orde zou brengen van een militaire interventie tegen de USSR, met het doel vers bloed te brengen in de verkalkte aderen van het kapitalisme”. De tekst nam vervolgens de klassieke argumenten weer op die Lenin had ontwikkeld ten tijde van de Eerste Wereldoorlog [7], tegen de sociaalpatriottische leuzen van de ‘vaderlandsverdediging’, de ‘verdediging van de democratie’, de ‘verdediging van de kleine naties of de neutrale naties’ en polemiseerde tegen deze herhaling, aangepast aan de nieuwe omstandigheden, door de voorvechters van de sociaaldemocraten, de centristen van allerlei slag en de leden van de stalinistische Derde Internationale.

Deze laatste, al een volkomen volgzaam dienaar van de diplomatie van sovjetbureaucratie, spande zich in om belangrijke kwesties als oorlog en vrede op te lossen met opportunistische formules als ‘algemene ontwapening’ en ‘afwijzing van de agressie’.

De tekst zag concreet de mogelijkheid onder ogen dat de USSR betrokken zou raken in een interimperialistische oorlog, als bondgenoot van één van de twee statenblokken in oorlog. Het gaf toe dat de USSR het recht had - daar zij als staat geïsoleerd en verzwakt was door de achtereenvolgende nederlagen van het proletariaat, gevolg van haar stalinistische leiding — te besluiten tot een bondgenootschap met de een of andere imperialistische staat of zelfs met een blok van imperialistische staten. Maar het proletariaat en zijn partijen moesten hun onafhankelijkheid bewaren tegenover deze imperialistische bondgenoten van de USSR. In plaats van deze op te hemelen op welke manier dan ook, moest het proletariaat ze in geval van oorlog bestrijden met een leninistische houding van ‘revolutionair defaitisme’, die zowel in het ene als in het andere kamp verkondigd moest worden.

Onder revolutionair defaitisme verstond het document, in navolging van Lenin en de Derde Internationale uit zijn tijd, het volgende. In geval van oorlog zet het proletariaat een revolutionaire politiek door tegen zijn eigen bourgeoisie, ongeacht de eventuele consequenties van deze politiek voor het militaire front, de verzwakking hiervan of zelfs de ineenstorting. Militaire nederlagen van de bourgeoisie als resultaat van de ontwikkeling van de revolutionaire beweging van het proletariaat zouden verkieslijker zijn en veel gunstiger voor het uiteindelijke doel van de revolutie, dan de volledige uitputting van het proletariaat in een ‘Heilige unie’ met zijn eigen heersende klasse.

Het verbond van één of ander imperialistisch land met de USSR moest geen enkele verandering brengen in het gedrag van het proletariaat. In zo’n land zouden de praktische taken echter wel anders zijn, in geval van een oorlog met de USSR. In een geallieerd bijv. moest men niet het vervoer van wapens bestemd voor de USSR saboteren. Terwijl, als een land vocht tegen de USSR, alle vormen van actie, sabotage inbegrepen, toegestaan en zelfs noodzakelijk waren. De tekst eindigde met de analyse van het denkbeeld dat de strijd tegen de oorlog die werd voorbereid in wezen dezelfde was als de strijd voor de vorming en versterking van een nieuwe revolutionaire Internationale.

In zijn artikel van 9 augustus 1937, Een nieuwe wereldoorlog in aantocht, wordt Trotski beslister over de mogelijkheid van een nieuw interimperialistisch conflict. Hij stelt zelfs het tijdsverloop vast waarbinnen dit zal uitbarsten, nl. één of twee jaar. De oorlog, werd gesteld, zal beginnen tussen aan de ene kant de staten die de status quo verdedigen en aan de andere kant de tegenstanders daarvan. Maar als de oorlog eenmaal begonnen is zal hij snel overgaan in een strijd voor een nieuwe verdeling van de wereld, met inbegrip van de USSR. Wat betreft de overlevingskansen van de USSR, ondanks zijn internationaal isolement en de enorme vergissingen en misdaden begaan door het regiem van Stalin in de USSR zelf, schreef hij:

“Alles doet vermoeden, dat als niet het hele mensdom teruggeworpen wordt tot de barbarij, de sociale basis van het sovjetregiem (de nieuwe vormen van eigendom en de planeconomie) de beproeving van de oorlog zullen doorstaan en er zelfs sterker uit te voorschijn zullen komen”.

Trotski verkondigt dezelfde mening in het artikel dat hij aan de vooravond van het uitbreken van de oorlog schreef, op 2 september, over De oorlog en het sovjet-nazi verdrag.

De laatste stellingname van de Vierde Internationale ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog voor de intrede van de USSR in het conflict, ging juist vooraf aan de aanslag op Leon Trotski, en was vervat in het manifest van de zgn. Alarmconferentie. Deze werd 19 en 20 mei gehouden in de Verenigde Staten.

Deze internationale conferentie werd bijeengeroepen op initiatief van de trotskistische organisaties van de Verenigde Staten, Mexico en Canada, en hierop waren vertegenwoordigers aanwezig van trotskistische organisaties uit Duitsland, België, Spanje, Cuba, Argentinië, Chili en Puerto Rico. De belangrijkste hier aangenomen tekst was een manifest, getiteld De imperialistische oorlog en de proletarische revolutie, waarin de Vierde Internationale haar eerdere stellingen ten aanzien van de oorlog nog eens herhaalt, en haar wil uit om Haar koers niet te wijzigen, zoals Trotski kort daarna in een artikel van die naam schreef.

De druk die op dat ogenblik wordt uitgeoefend door de spectaculaire overwinningen van Hitler is inderdaad geweldig en weegt zwaar op onze eigen gelederen. Laten we de gebeurtenissen sinds het verklaren van de oorlog even kort samenvatten.

Na de inval in Polen in september 1939 volgt in december van hetzelfde jaar de invasie van Finland door Stalin. De Volkenbond, gedomineerd door de ‘democratische’ ex-bondgenoten van Stalin, kiest partij tegen de USSR. In maart 1940 is Finland, na een onverwachte tegenstand, gedwongen om het Kremlin om vrede te vragen. In april trekken de Geallieerden en Duitsland tegelijkertijd Noorwegen binnen.

In mei 1940 begint de nederlaag en de bezetting van Frankrijk. De slag om continentaal Europa is feitelijk door Hitler gewonnen en zijn schaduw strekt zich al over Engeland uit. Hitler belooft de onderworpen volken van Europa de ‘Duitse vrede’ voor eeuwen, en het effect van zijn bliksemsuccessen is zo groot dat men zich afvraagt tot hoever en hoelang de nazi-stoomwals nog door zal rollen. Een atmosfeer van demoralisatie drukt zwaar op de gelederen van de arbeidersbeweging, nog verergerd door de onduidelijkheid in de houding van de USSR, als bondgenoot van de nazi’s.

De goede verstandhouding tussen Hitler en Stalin blijft inderdaad bestaan. In november 1939 bekrachtigt de Derde Internationale in een artikel van Dimitrov, die terwille van de goede zaak weer in ere hersteld wordt, en in een manifest, de politiek van toenadering tot Hitler. Dimitrov nam in zijn artikel de argumenten over die enige dagen daarvoor door Molotov gebruikt waren (verklaring van 31 oktober 1939). De laatste had gezegd dat Duitsland vocht voor een zo spoedig mogelijk einde van de oorlog en voor de vrede, terwijl Engeland en Frankrijk voor de voortzetting van de oorlog waren en tegen het sluiten van vrede. Dimitrov theoretiseerde deze argumenten door over ‘twee etappes’ te spreken: in de eerste was Hitler ‘de agressor’. In de tweede gingen Engeland en Frankrijk over tot het offensief tegen Duitsland, terwijl dit laatste land nu ‘de vrede’ eiste!

Het manifest van de Derde Internationale op haar beurt was geheel gericht tegen de ‘democratieën’, de ex-bondgenoten van de USSR, en sprak met geen woord over Hitler!

In december 1939 verklaarde Stalin, in zijn antwoord op de gelukwensen van Hitler voor zijn verjaardag dat ‘de vriendschap tussen de volkeren van Duitsland en de USSR, bekrachtigd door het bloed (sic!) alle voorwaarden in zich had om van lange duur te zijn en zich te stabiliseren’.

Het is waar dat ondanks zijn schandelijke politiek jegens Hitler, het Kremlin helemaal niet gerust was over de uiteindelijke geheime bedoelingen van Hitler, en zich inspande garanties te zoeken, voor het geval van een mogelijke plotselinge ommekeer van zijn nieuwe bondgenoot. De Russische invasie in Finland, evenals in juli 1940 de invasie van de Baltische landen, waren grotendeels door deze angst ingegeven.

Na de nederlaag van Frankrijk in juni 1940 zag men zelfs een soort langzaam losser worden van de stalinistische politiek tegenover Hitler, in het begin meer merkbaar in de houding van de communistische partijen in de Verenigde Staten en Engeland. Hiermee werd een nieuwe wending van de politiek tegenover Hitler aangekondigd. Deze was te machtig, en daarom gevaarlijker dan ooit geworden.

Het blijft niet minder waar dat er een verschrikkelijke malaise drukte op de internationale arbeidersbeweging, die terneergeslagen was door de nederlagen en het verraad van haar traditionele leiding. Deze malaise had zijn terugslag ook in de gelederen van de jonge Vierde Internationale, zoals we weldra zullen zien.

Maar laten we eerst een ogenblik stilstaan bij de positiebepaling van de genoemde Alarmconferentie ten aanzien van de kwestie van de oorlog op het moment dat de overwinning van Hitler verpletterend werd. Was dit een reden voor de Vierde Internationale om ‘haar koers te wijzigen’, om haar politiek van ‘revolutionair defaitisme’ te verlaten, defaitisme dat in beide kampen toegepast kon worden; was dit een reden om zich bijv. aan de kant van de ‘democraten’ tegen het fascisme te scharen?

De conferentie heeft resoluut nee geantwoord. Hoewel haar manifest geschreven werd op het ogenblik dat de Duitse legers, na Nederland en België veroverd te hebben, en na de aanvankelijke tegenstand van de Geallieerden te hebben neergeslagen, als een golf van vuur voortrolden naar Parijs en het Kanaal, bleef de door de geschiedenis opgelegde taak nog steeds: “niet één partij van het imperialistische systeem steunen tegen het andere, maar afrekenen met het systeem in zijn geheel”.

Het manifest zag de spoedige deelname van de USSR aan de oorlog als onvermijdelijk. In dat geval zou de oorlog van de kant van de USSR een rechtvaardige oorlog zijn (zoals wanneer een kolonie tegen zijn imperialisme strijdt) en moest men de USSR onvoorwaardelijk steunen tegen het imperialisme. Maar dit zou niet betekenen dat deze karakteristiek van ‘rechtvaardige oorlog’ uitgebreid kon worden tot de eventuele imperialistische bondgenoten van de USSR.

Onder de belangrijkste zaken die in het manifest werden vastgesteld, is dat van het standpunt van de verdediging van de USSR - ondanks de misdaden door Stalin begaan bij zijn optreden in Polen en Finland en in het algemeen door zijn bondgenootschap met de nazi’s, tegen het internationale proletariaat, en ondanks zijn tirannieke regering in de USSR zelf.

“De bewuste arbeider”, verklaarde het manifest, “weet dat een overwinnende strijd voor de totale bevrijding ondenkbaar is zonder de verdediging van de bestaande verworvenheden, hoe bescheiden die ook zijn”.

In het geval van de USSR, werden als deze verworvenheden genoemd een planeconomie onder staatscontrole, die (‘onvoorwaardelijk’) verdedigd moesten worden tegen het imperialisme, onafhankelijk van wat voor politiek van Stalin dan ook.

De verdediging van de USSR was in die zin verbonden met de verdediging van alle koloniën tegen het imperialisme. “In de koloniale en halfkoloniale landen”, verkondigde het manifest, “is de strijd voor nationale onafhankelijkheid, dus van de ‘vaderlandsverdediging’ in principe verschillend van die van de imperialistische landen”. Het revolutionaire proletariaat van de hele wereld belooft “onvoorwaardelijke steun aan de strijd in China en Voor-Indië voor hun nationale onafhankelijkheid”, omdat deze strijd “die de achtergebleven volkeren los zou maken van het Aziatische systeem, van het particularisme en van het vreemde juk, zware slagen zou toebrengen aan het imperialisme” (Stellingen over De oorlog en de Vierde Internationale).

De strijd voor de nationale onafhankelijkheid van de koloniën, zo voegde het manifest van de Alarmconferentie eraan toe, is, vanuit het standpunt van het revolutionaire proletariaat, slechts een overgangsstadium op de weg om de achtergebleven landen te betrekken bij de internationale socialistische revolutie.

Het manifest kende een grote plaats toe aan de revolutionaire ontwikkelingen die de imperialistische oorlog zeker teweeg zou brengen in de koloniën, vooral in China, Voor-Indië en Latijns Amerika. Het besloot met vast te stellen dat het noodzakelijk was gebruik te maken van de oorlog om de overwinning van de socialistische wereldrevolutie daaruit te doen ontstaan.

In tegenstelling tot de 2e en 3e Internationale, baseert de Vierde Internationale, zo verklaarde het manifest, zijn politiek niet op de militaire verwikkelingen van de kapitalistische staten, maar op de verandering van de imperialistische oorlog in een oorlog van de arbeiders tegen de kapitalisten. Op het omverwerpen van de bezittende klassen van alle landen, op de socialistische wereldrevolutie.

“Onafhankelijk van het verloop van de oorlog stellen wij ons als belangrijkste taak: aan de arbeiders uitleggen dat hun belangen onverenigbaar zijn met de belangen van het bloeddorstige kapitalisme; wij propageren de eenheid van de arbeiders van alle landen; wij roepen op tot de verbroedering van de arbeiders en de soldaten van ieder land, en van de soldaten met de soldaten aan de andere kant van het front; wij mobiliseren de vrouwen en de jongeren tegen de oorlog; wij gaan onverminderd en onvermoeibaar door met de voorbereidingen van de revolutie in de fabrieken, de ondernemingen, de dorpen, de kazernes, aan het front en op de vloot. Dat is ons program. Proletariërs op de hele wereld, er is geen andere weg dan je te verenigen onder de vlag van de Vierde Internationale!”

Het is deze politieke lijn van het manifest van de Alarmconferentie, die in hoofdzaak de weg aangeeft die de Vierde Internationale tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gevolgd.

Meningsverschillen binnen de internationale

De oorlogsverklaring en de nieuwe misdaden en het verraad van het stalinisme zetten de Internationale onder zware druk en onderwierpen haar aan een beslissende proef. Zou zij op haar beurt capituleren voor het sociaalpatriottisme of voor de anti-sovjet hysterie? Zou zij haar koers wijzigen en terugkomen op haar houding op het punt van de oorlog, de USSR, en het stalinisme? De kwaliteit van een revolutionaire beweging wordt beproefd door de meest beslissende gebeurtenissen van de geschiedenis, de oorlogen en de revoluties die de spanningen van de klasse tot een hoogtepunt opvoeren. Vanaf de oorlogsverklaring leefde de Vierde Internationale in een steeds groeiend isolement, wat trouwens was voorzien, met betrekking tot de stromingen onder de massa.

De berichten die doordringen over de activiteiten van de secties wijzen op een bijna wanhopige strijd tegen de stroom in, en waren de weerklank van de eerste onderdrukkingsmaatregelen tegen de revolutionaire marxisten die juist tegen de imperialistische oorlog streden.

In september 1939 arresteert de Belgische politie W. Dauge, secretaris van de Parti Socialiste Revolutionnaire, de organisatie van de Vierde Internationale, wegens zijn acties tegen de oorlog.

In Canada ondergaat de militante trotskist Frank Watson hetzelfde lot, evenals vele militanten in Frankrijk.

De verklaringen van de organisaties van de Vierde Internationale tegen de imperialistische oorlog, die in hevigheid toenam, om het proletariaat tot actie op te roepen, worden talrijker: in België, Frankrijk, Griekenland, Denemarken, Engeland, Canada, Australië, de Verenigde Staten en China en in verschillende landen van Latijns-Amerika.

Tegelijkertijd maken de organisaties in hun kritiek op het optreden van Stalin, nauwkeurig onderscheid tussen het Kremlin, dat de politiek van de bureaucratie vertegenwoordigt, en de USSR, als socialistische staat. Zij verzetten zich tegeg de anti-sovjet hysterie die door de misdaden van Stalin aangewakkerd wordt, en roepen op tot de onvoorwaardelijke verdediging van de USSR tegen iedere imperialistische samenzwering.

Moedig en met helder inzicht vecht de Vierde Internationale op alle fronten om zijn politieke lijn te verdedigen, de lijn van het revolutionair marxisme aangepast aan de gegeven situatie. Het is een strijd, die geleverd wordt door zeker beperkte krachten, maar krachten die het aanzien van de revolutionaire proletarische beweging redden en in een absoluut vertrouwen de toekomst voorbereiden.

De Vierde Internationale vormt echter een integrerend deel van de sociale context, en de druk die op de arbeidersklasse wordt uitgeoefend wordt ook door de beweging gevoeld, zij het noodzakelijkerwijze in andere vorm. Een belangrijke ideologische strijd ontbrandt weldra binnen haar gelederen, en wel over haar politiek ten aanzien van de oorlog, en meer in het bijzonder ten aanzien van de USSR. Het centrum van deze strijd is de Socialist Workers Party, de trotskistische organisatie van de Verenigde Staten, het land dat zich door de ontwikkeling van de omstandigheden in het hart van de weerstand tegen de fascistische landen bevindt, en dat de strijd van het kamp van de ‘democratieën’ bezielt en weldra ook leidt.

Het is overigens niet toevallig dat de meningsverschillen zich uitkristalliseren over de beoordeling van de USSR en het stalinisme. Deze kwestie heeft een zeer belangrijke, centrale plaats ingenomen in de ideologische formatie van onze beweging. Daarvan gaat de oorsprong terug tot de strijd die volgde op de dood van Lenin, en speelde zich af binnen de Communistische Partij van de Sovjet-Unie en de Derde Internationale, tegen de opkomende stalinistische bureaucratie. Aan de andere kant betekenen de jaren 1936-1939 het hoogtepunt van de stalinistische termidoriaanse reactie: de Moskouse processen; de nederlaag van de Spaanse revolutie; de reactionaire ommekeer in de situatie in Frankrijk; het verdrag Hitler-Stalin; het uitbreken van de oorlog; de sovjetinvasie in Polen en Finland.

Bij een dergelijke ontwikkeling was het wel bijna onvermijdelijk dat er stemmen opgingen ook in onze eigen rijen, die de juistheid van onze houding tegenover de USSR en het stalinisme in twijfel trokken. Een revisionistische stroming, waarvan voor het uitbreken van de oorlog al enige tekenen te zien waren geweest, kwam juist voort uit de samenhang met de ontwikkeling van het stalinisme en de internationale situatie. Hij kwam het duidelijkst tot uitdrukking binnen de Amerikaanse organisatie, die vanaf het ontstaan van de Vierde Internationale tot aan het eind van de oorlog, een centrale rol zal spelen binnen de Internationale.

Dit is eveneens te verklaren uit het feit dat zij zich buiten het directe militaire strijdtoneel bevond, en buiten de stalinistische repressie, als door haar omvang en haar materiële middelen.

Tussen augustus 1939 en april 1940 ontbrandde binnen de SWP een belangrijke ideologische strijd. Deze had gevolgen voor de hele Internationale, en er werden fundamentele vragen mee opgeworpen, zowel op theoretisch en politiek, als op organisatorisch terrein voor onze beweging in zijn geheel. De strijd op deze terreinen heeft blijvende gevolgen gehad die vervolgens zijn vastgelegd in de formatie en de ontwikkeling van de Vierde Internationale. Daarom moeten we er wat uitvoeriger op ingaan.

De meningsverschillen die al enige tijd gesmeuld hadden binnen de leiding van de SWP traden aan de dag bij het ondertekenen van het verdrag Hitler-Stalin op 22 augustus 1939. Op de dag van deze ondertekening verklaarde Max Shachtman, in die tijd een van de leiders van de SWP:

“De volgende bijeenkomst van het Politiek Bureau (van de SWP) moet beginnen met een discussie over onze beoordeling van het verdrag tussen Hitler en Stalin met betrekking tot onze karakterisering van de sovjetstaat en de perspectieven voor de toekomst”.

Op 5 september legde James Burnham, een andere leider van de SWP in die tijd, aan het Centraal Comité een tekst voor over Het karakter van de oorlog, waarin hij de vraag stelde van de beoordeling van de USSR als arbeidersstaat “onverschillig in welke betekenis”.

Burnham was van mening dat de deelname van de USSR aan de imperialistische oorlog geen enkel verschil zou maken wat betreft het speciale geval van de USSR en verklaarde zich tegen de onvoorwaardelijke verdediging van de USSR, d.w.z. onafhankelijk van welke politiek van het Kremlin of Stalin dan ook.

De strijd in de gelederen van de SWP werd zo voortaan openlijk gevoerd. Trotski antwoordde weldra op het document van Burnham met zijn artikel De USSR in de oorlog (25 september 1939), waarvan men nog steeds de betekenis veer de ideologische geschiedenis van onze beweging moet erkennen. Vanuit theoretisch en politiek gezichtspunt werd de strijd tegen de revisionistische koers van Shachtman en Burnham bijna uitsluitend door Trotski gevoerd, die hierin een gelegenheid zag zijn vroegere opvattingen over de USSR en het stalinisme te bevestigen en uit te diepen [8]. Zijn houding in de loop van deze strijd is zeer interessant uit het oogpunt van de opvattingen die hij ontwikkelde over de manier van behandelen van meningsverschillen in een organisatie van onze beweging, en zij is van belang op het eigenlijke organisatorische terrein. Daarom is het nodig lessen te trekken uit deze ervaring, die tot de belangrijkste uit de geschiedenis van de Vierde Internationale behoort. Op theoretisch en op politiek terrein wierp de ideologische strijd binnen de SWP al snel de meest fundamentele vragen op: het wezen van de materialistisch-dialectische analysemethode van het marxisme; het karakter van het sociale regiem van de USSR; het karakter van het tijdvak; de perspectieven voor de toekomst.

De methode van het marxisme

De gegeven politieke constellatie werd gekarakteriseerd door het uitbreken van een imperialistische oorlog waar de USSR spoedig bij betrokken zou zijn, als bondgenoot van Hitler of opnieuw van de ‘democratieën’. Nu ging het erom het sociale karakter van de USSR opnieuw onder de loep te nemen, en de gedragslijn en de taken van het revolutionaire proletariaat te bepalen, dit zowel ten opzichte van de oorlog, als ten aanzien van de USSR. Hoe moest men te werk gaan in deze moeilijke en ingewikkelde materie, volgens welke criteria en met welke methode?

De discussie ging weldra over de fundamenten, de structuur en het functioneren van de analyse. Was het mogelijk het speciale karakter van de USSR te definiëren, uitgaande van de “concrete politieke kwesties”, van het verdrag tussen Hitler en Stalin, de invasie in Polen en Finland door het Kremlin, alle politieke daden uitgevoerd in een stijl die nauw verwant was aan het fascisme en het imperialisme? Of moest men uitgaan van klassencriteria, van de klassendefinitie van de politieke verschijnselen om tot zinnige conclusies te komen?

Laten we bijv. de kwestie van de oorlog nemen. De oorlog is een politiek verschijnsel. Ze is een functie, en niet een grondleggend bestanddeel karakteristiek voor de gemeenschap. Om de oorlog, zijn rechtvaardig of onrechtvaardig, progressief of reactionair karakter te begrijpen en een juiste gedragslijn tegenover dit politieke verschijnsel te bepalen, moet men niet uitgaan van de functie, maar van de staat en de maatschappij, waarvan zij een functie is. Er is met andere woorden een ver doorgevoerde klassenanalyse voor nodig, om het karakter van welke oorlog dan ook te bepalen.

In de gegeven conjunctuur van het tijdvak kan alleen een dergelijke materialistisch-dialectische methode het gevaar van pragmatisme en eclecticisme voorkomen. Alleen zo kan men een juiste positie innemen tegenover de strijd die geleverd wordt door de ‘democratische’ bondgenoten en hun fascistische tegenstanders, tegenover de ‘verdediging’ van Finland en de ‘agressie’ van de USSR tegen dit land, en ten opzichte van het verzet van de koloniën tegen hun moederland. Wanneer gaat het om een imperialistische, ‘onrechtvaardige’ oorlog en wanneer om een ‘rechtvaardige’ oorlog?

Door slechts uit te gaan van ‘concrete feiten’, van ‘omstandigheden’, van de vormen die de oorlog aannam, kon men er bv. gemakkelijk toe komen de kant te kiezen van de ‘democratieën’ tegen het fascisme, of te kiezen voor de ‘verdediging’ van ‘het kleine Finland’ tegen de ‘agressie’ van de USSR. Maar de conclusies zouden totaal anders zijn als men de oorlog zag als politiek verschijnsel en als functie van staten en maatschappijen met verschillende klassenkarakter.

De eerste manier was die van Burnham, uitgesproken tegenstander van de dialectiek, en van Shachtman. De tweede was die van Trotski. In zijn artikel Van een schram tot het gevaar van kanker (24 januari 1940) definieert hij kort de meningsverschillen over de opvatting van de methode:

“In de marxistische sociologie is het eerste uitgangspunt van de analyse de klassendefinitie van een gegeven verschijnsel: van een staat, een partij, een filosofische stroming, literaire school enz. In de meeste van deze gevallen echter is de simpele definitie van de klasse ontoereikend. Want een klasse is samengesteld uit verschillende lagen, zij gaat door verschillende ontwikkelingsstadia, zij is onderworpen aan verschillende voorwaarden, zij is onderworpen aan de invloed van andere klassen. Het wordt nodig met deze factoren van de tweede en derde orde rekening te houden om tot een complete analyse te komen. Deze factoren worden hetzij gedeeltelijk, hetzij in hun geheel in overweging genomen, al naar gelang het doel dat men nastreeft. Voor een marxist is elke analyse echter onmogelijk zonder een klassenkarakterisering van het verschijnsel dat men bestudeert.

De anatomie van een dier bestaat niet alleen uit het been- en spierstelsel. Maar een anatomische verhandeling die de beenderen en de spieren buiten beschouwing laat zou in de lucht zweven. De oorlog is geen orgaan, maar een functie van de maatschappij, d.w.z. van zijn heersende klasse. Het is onmogelijk een functie te definiëren en te bestuderen zonder een duidelijk begrip te hebben van het orgaan, in dit geval de staat. Het is onmogelijk tot een duidelijk begrip van het orgaan te komen zonder begrip te hebben van de algemene structuur van het organisme, d.w.z. van de maatschappij. De beenderen en de spieren van de maatschappij worden gevormd door de productieve krachten en de klassenverhoudingen (de eigendom). Shachtman beweert dat een functie, namelijk de oorlog, ‘concreet’ bestudeerd kan worden, onafhankelijk van het orgaan waarmee het verbonden is, namelijk de staat. Is dat niet monsterlijk.

Deze fundamentele fout wordt door een andere, even opzienbarende, aangevuld. Na de functie te hebben losgemaakt van het orgaan, gaat Shachtman verder met het bestuderen van deze functie zelf in tegenstelling met al zijn beloften, niet van het abstracte naar het concrete, maar omgekeerd door het concrete in het abstracte op te lossen. De imperialistische oorlog is een van de functies van het financierskapitaal, d.w.z. van de bourgeoisie in een bepaald ontwikkelingsstadium, bepaald door een kapitalisme van een specifieke structuur, het monopoliekapitalisme. Deze definitie is concreet genoeg voor onze fundamentele politieke conclusies. Maar wanneer Shachtman in ruimere zin de term imperialistische oorlog ook gebruikt voor de oorlog die door de sovjetstaat gevoerd wordt, dan doet hij de grond onder zijn eigen voeten wegzinken. Om, al is het maar oppervlakkig, zijn toepassing van één en dezelfde definitie voor de uitbreiding van het financierskapitaal en voor de uitbreiding van de arbeidersstaat te rechtvaardigen, komt Shachtman er toe zich los te maken van de sociale structuur van twee staten door te verklaren dat dat een abstractie is. Dank zij dit gegoochel met het marxisme legt Shachtman het etiket ‘abstract’ op het concrete en moffelt het abstracte volkomen weg als zijnde concreet”.

Het sociale karakter van de USSR

Als de kwestie van de methode eenmaal geregeld is, geeft deze natuurlijk niet een pasklare sleutel om alle problemen op te lossen die zijn opgeworpen door de oorlog en de houding van het Kremlin. Want aangenomen dat het karakter van de oorlog in laatste instantie bepaald wordt door het sociale karakter van de staat en de maatschappij die hem voeren, daarmee is nog niet het probleem opgelost of de USSR beschouwd moet worden als een arbeidersstaat, zij het dan een gedegenereerde. En hoewel Shachtman in het bijzonder, tijdens de discussie van augustus 1939 tot april 1940, niet de positie van de Vierde Internationale tegenover het sociale karakter van de USSR direct ter discussie heeft willen stellen [9], stond deze kwestie in werkelijkheid op de achtergrond van elke discussie, en bepaalde de houding van de revisionistische stroming.

Dit bracht Trotski ertoe om tijdens deze discussie, bijna aan de vooravond van zijn dood, voor de laatste keer het organisch geheel van redenen uiteen te zetten, die de positie rechtvaardigden van de Vierde Internationale wat betreft het sociale karakter van de USSR als gedegenereerde arbeidersstaat. Dit was een voorbeeld van de toepassing van de materialistisch-dialectische methode van het marxisme op een gegeven sociaal verschijnsel, gevat in zijn geschiedenis, zijn ontstaan en ontwikkeling, zijn tegenstrijdigheden en perspectieven. D.w.z. in zijn concrete dialectische totaliteit.

Zij die de definitie die de Vierde Internationale geeft van het sociale karakter van de USSR, bestreden hebben en nog steeds bestrijden, maken zich in het algemeen schuldig — net zo als de revisionistische stroming van Burnham-Shachtman tijdens de strijd binnen de SWP — aan pragmatisme of eclecticisme of de combinatie van deze twee. Zij vallen één of ander duidelijk aspect van de opvatting van onze definitie van de USSR aan, en tonen zich niet in staat, laten we het nog eens herhalen, dit ene aspect op te vatten in zijn concrete dialectische totaliteit.

Om de USSR te begrijpen moet men rekening houden met zijn ontstaan door een proletarische revolutie, die de oude bezitsverhoudingen omvergeworpen en nieuwe verhoudingen geschapen heeft, die gekarakteriseerd worden door de door de staat geleide geplande economie. Men moet rekening houden met zijn ontwikkeling, die steeds gebaseerd is gebleven op deze verhoudingen, ondanks het feit dat intussen de deelname aan de regering en de politieke macht aan het proletariaat ontnomen is, en dus ondanks de tegenstrijdigheden tussen de productieverhoudingen — die een verworvenheid is van de revolutie — en de politieke macht die in handen is van een bevoorrechte bureaucratie. Tenslotte moet men rekening houden met zijn historische perspectieven als een overgangsformatie, aangepast aan de dynamiek van ons tijdvak, dat er een is van onweerstaanbare en onomkeerbare ontwikkeling van de wereldrevolutie, die een eind zal maken aan het isolement van de USSR en wel binnen betrekkelijk korte tijd.

Het revolutionaire ontstaan van de USSR is van belang als argument tegen hen die vergeten dat de nieuwe eigendomsverhoudingen die in de USSR gevestigd zijn (een door de staat beheerde geplande economie) niet het gevolg zijn van een soort automatische ontwikkeling van het kapitalisme naar een ‘staatskapitalisme’ of een ‘bureaucratisch collectivisme’. Ze zijn integendeel het resultaat van de strijd van concrete sociale krachten, een strijd uitlopend op de proletarische revolutie. Dat wil zeggen dat deze verhoudingen de verworvenheden blijken te zijn van een proletarische revolutie, zonder welke het praktisch onmogelijk is tot zulke verhoudingen te komen.

Aan de andere kant moet — in het concrete historische geval waarin de proletarische revolutie zich ontwikkelt via overwinningen die tot het nationale vlak beperkt blijven, te beginnen met achterlijke landen aan de periferie van het kapitalistische systeem — de socialistische reconstructie van de maatschappij noodzakelijk beginnen met het scheppen van dergelijke verhoudingen. De geschiedenis heeft op geen enkele manier bewezen dat het mogelijk is via andere verhoudingen te handelen. Dit laatste argument is van belang om te gebruiken tegen degenen die, bijv. door aan het karakter van de politieke macht de eerste plaats toe te kennen, minder waarde hechten aan de productieverhoudingen als beslissend criterium om de sociale aard van een regiem te karakteriseren. Omdat in de USSR de politieke macht aan het proletariaat ontnomen is, en nu berust bij een bevoorrechte bureaucratie, redeneren de aanhangers van ‘staatskapitalisme’ of van ‘bureaucratisch collectivisme’, voldoen de productieverhoudingen niet meer om de USSR te karakteriseren als een arbeidersstaat, zelfs niet als een gedegenereerde arbeidersstaat.

Laten we allereerst erkennen dat met deze verhoudingen noodzakelijkerwijs de opbouw begint van de maatschappij na de revolutionaire omverwerping van het kapitalisme en imperialisme in een gegeven land. Dat is een historisch feit. Een ander historisch feit, dat al door een ervaring van rond 40 jaar bewezen is, is dat deze verhoudingen een enorme vooruitgang vormen, gezien vanuit de ontwikkeling van de productieve krachten ten opzichte van het kapitalisme. Dit aspect van de zaak is lang verhuld gebleven door de enorme moeilijkheden die de USSR, die tot de meest achtergebleven landen van de wereld behoorde, moest overwinnen alvorens de basis te leggen voor een moderne economie; en door de vergissingen en monstrueuze misvormingen voortkomend uit het stalinistisch bewind.

Ondanks dit alles hebben de nieuwe eigendomsverhoudingen met succes alle beproevingen van het isolement doorstaan. Ze zijn sterker geworden en op het ogenblik zijn ze bezig zich te ontplooien met een kracht en een snelheid die in de komende jaren de doodsklok zal luiden voor het kapitalisme, ook op economisch terrein.

Maar kan men op basis van deze verhoudingen niet de versterking zien van een soort sociaal tussenregiem, tussen het kapitalisme en het socialisme in, dat door de klassieke marxisten niet voorzien is? Ook op deze vraag is het enige bevredigende antwoord dat wat Trotski gaf tijdens de strijd binnen de SWP In zijn schrijven aan James Cannon op 12 september 39 zei hij hierover:

“De kwestie van de USSR kan niet geïsoleerd worden van het hele historische proces van onze tijd. Of de staat van Stalin is een overgangsformatie, een deformatie van een arbeidersstaat in een achtergebleven en geïsoleerd land, of het ‘bureaucratisch collectivisme’ [10] is een nieuwe sociale formatie die bezig is het kapitalisme over de hele wereld te vervangen (in de vorm van stalinisme, fascisme, New Deal, enz.).

De terminologische experimenten (arbeidersstaat of geen arbeidersstaat, klasse of geen klasse, enz.) krijgen slechts zin vanuit dit historisch gezichtspunt. Zij die voor het tweede alternatief kiezen, geven openlijk of in stilte toe dat al het revolutionair potentieel van het wereldproletariaat uitgeput is, dat de socialistische beweging failliet is, en dat het oude kapitalisme bezig is te transformeren in een ‘bureaucratisch collectivisme’ met een nieuwe uitbuitende klasse. Het enorme belang van een dergelijke conclusie spreekt voor zichzelf. Zij raakt het gehele bestaan van het wereldproletariaat en van de mensheid. Hebben wij enig recht ons door een zuiver terminologisch experiment te laten betrekken bij een nieuwe historische conceptie die volkomen in tegenstelling blijkt te zijn met ons program, onze strategie en onze tactiek?

Zo een avontuurlijke sprong zou nu nog misdadiger zijn wanneer de wereldoorlog het vooruitzicht van de socialistische revolutie een dreigende werkelijkheid maakt, en wanneer het geval van de USSR voor allen duidelijk zal worden als een overgangsstadium in de ontwikkeling van de socialistische wereldrevolutie”.

In zijn artikelen tegen de revisionistische stroming vond Trotski gelegenheid om deze argumentatie, die duidelijk zeer belangrijk was, breed uit te werken. De gebeurtenissen die de oorlog hebben bepaald, en de verdere ontwikkelingen, hebben deze argumentatie in het algemeen gerechtvaardigd. De oorlog is niet uitgelopen op de ondergang van het proletariaat of van de revolutie, maar op een lange revolutionaire periode, waarin de krachtsverhouding tussen het kapitalisme en de revolutie is veranderd, en nog steeds verandert, ten nadele van het kapitalisme. Een periode bovendien waarin de krachtsverhouding tussen de bureaucratie en het proletariaat meer en meer verandert, ten gunste van de laatste.

Dit is de algemene betekenis van de gebeurtenissen, zowel in de kapitalistische wereld als in de USSR en in de ‘volksdemocratieën’.

Dit hele proces nam en neemt vormen aan die onoverzichtelijker en ingewikkelder zijn, en ook het tijdsverloop is langer, dan Trotski had voorzien. Het zou ook moeilijk anders kunnen, gegeven de diepte en de omvang van de omwentelingen in de wereldsituatie sinds het uitbreken van de oorlog, en de hoeveelheid en de ingewikkeldheid van de factoren die erbij betrokken zijn. Factoren die zelf veranderd zijn door de loop van de gebeurtenissen. Maar de algemene lijn van de ontwikkelingen volgt het perspectief dat door Trotski aangegeven was en rechtvaardigt ten volle zijn revolutionair optimisme.

Historisch bezien is de tijd die sindsdien verstreken is nog slechts een ogenblik. Toch is die tijd vol met formidabele revolutionaire verworvenheden en bergt zij een revolutionaire dynamiek in zich, die voorbestemd is om ‘hemel en aarde’ omver te werpen.

3.

Het probleem van het klassenkarakter van de USSR is natuurlijk nauw verbonden met dat van het klassenkarakter van de sovjetbureaucratie die in de USSR de politieke macht heeft. Is dit een nieuwe sociale klasse of een parasitaire sociale kaste die een overgangsfunctie heeft? Dit is de hele vraag, en niet alleen uit puur terminologisch gezichtspunt.

Trotski heeft geprobeerd, tijdens het conflict binnen de SWP, deze kwestie vanuit politiek-wetenschappelijk oogpunt op te helderen. Hij analyseerde de vorming van de sovjetbureaucratie vanuit de geschiedenis, waarbij hij constateerde dat het ging om een sociale laag in ontwikkeling, die nog geen stabiele vorm bereikt had. Hij stelde de kwestie in deze termen:

“Vertegenwoordigt de bureaucratie een tijdelijke uitwas van een sociaal organisme of heeft deze uit was zich al omgezet in een historisch onmisbaar orgaan?” [11]

De stuiptrekkingen en de permanente crisis waarin de sovjetbureaucratie de sovjetmaatschappij houdt, tonen aan dat dit orgaan, alvorens zich te stabiliseren en historisch noodzakelijk te worden, in werkelijkheid in diepgaande tegenstelling is gekomen met de belangen, de aspiraties en de behoeften van deze maatschappij. Zo bekeken lijkt zij meer een parasitaire uitwas die tijdelijk is, dan een stabiele klasse die een historische functie te vervullen heeft.

Voor het klassenkarakter van de USSR als staat, zowel als voor het klassenkarakter van de sovjetbureaucratie, kan men slechts tot een definitief antwoord komen door dit een historisch perspectief te plaatsen. Als het proletariaat zich op de lange duur niet in staat zou tonen de politieke macht in de USSR weer in handen te nemen, en als in de meer ontwikkelde landen de revolutie eveneens zou uitlopen op het opgeven van de macht door het proletariaat ten gunste van een bureaucratie, dan zou men daaruit moeten concluderen dat overal een nieuw sociaal systeem van uitbuiting het kapitalisme opgevolgd zou hebben. Een systeem dat door een bureaucratische klasse (en niet meer een kaste) zoals die zich nu in de USSR vormt, in handen genomen zou worden.

Toch vormen enige tientallen jaren geen afdoende historische ervaring. Temeer daar er nog steeds geen geldige reden is om aan te nemen, dat het internationale proletariaat zijn revolutionaire capaciteiten uitgeput heeft, of dat het regiem van de sovjetbureaucratie een blijvende stabiliteit heeft kunnen bereiken.

De hele ervaring van de naoorlogse tijd is er om het tegendeel te bewijzen, daar immers de wereld in zijn geheel in een fase van diepgaande revolutionaire veranderingen is gekomen, de meest dynamische en radicale van de gehele geschiedenis van de mensheid.

Hoe zou men dan onder deze omstandigheden al conclusies kunnen trekken uit processen die nog in volle gang zijn?

Het meest controversiële punt in deze klassenanalyse van de USSR en de sovjetbureaucratie was in werkelijkheid, en bleef dat in zekere zin, de onvoorwaardelijke verdediging van de USSR tegen het imperialisme en de binnenlandse reactie, onafhankelijk van welke politiek dan ook van het Kremlin en van de politieke richting van de sovjetbureaucratie. Dit is een belangrijke stelling van onze beweging, die ons onderscheidt van alle andere stromingen van de communistische beweging en die wij strak gehandhaafd hebben, dwars door de ergste moeilijkheden heen.

De onvoorwaardelijke verdediging van de USSR is geen slogan, maar een politieke gedragslijn, die hoort bij de verdediging van de belangen van de wereldrevolutie. De verwarring die over deze kwestie bestaat komt voort uit de verwarring over de methoden en de middelen voor deze ‘verdediging’. Deze verdediging betekent in het geheel niet een soort van verheerlijking van de bureaucratie van het Kremlin of een toenadering tot deze laatste, een aanvaarden van haar politiek of een verzoening met de politieke van haar burgerlijke bondgenoten of van anderen.

“De verdediging van de USSR valt samen met de voorbereiding van de wereldrevolutie. Slechts die methoden zijn toegestaan die niet in conflict komen met de belangen van de revolutie. De verdediging van de USSR is verbonden met de socialistische wereldrevolutie, zoals een tactische opdracht is verbonden met een strategisch doel” [12].

De verdediging met de USSR — evenals momenteel die van de andere arbeidersstaten — krijgt betekenis in geval van een aanval van de kant van het imperialisme of van binnenlandse reactionaire krachten of van een oorlog waarbij arbeidersstaten en kapitalistische staten betrokken zijn. In die gevallen zou onze beweging, onafhankelijk van wat voor politiek van het Kremlin dan ook, aandringen op ‘revolutionair defaitisme’ in het imperialistische kamp, en dat ook zelf in de praktijk brengen, en wij zouden voor een soort eenheidsfront met de leiding van de arbeidersstaat tegen het imperialisme zijn. In geen geval zouden we de positie van een kapitalistische en een arbeidersstaat gelijk beoordelen, en evenmin een ‘neutrale’ gedragslijn volgen jegens één van beide, of aan het imperialisme de taak overlaten de bureaucratie omver te werpen.

Natuurlijk zou onze beweging zelfs in een dergelijk extreem geval haar revolutionaire propaganda tegen het politieke regiem van de bureaucratie niet opgeven, de propaganda die het omverwerpen van dit regiem voorbereidt. Maar deze propaganda zou voor de ‘komende etappe’ onderworpen zijn aan de gezamenlijke directe militaire strijd tegen het imperialisme.

Een dergelijke politieke lijn, die in elk afzonderlijk geval concreet gedefinieerd moet worden, is ingewikkeld, maar zij komt voort uit de ingewikkelde, tegenstrijdige en dialectische aard van de USSR en van de bureaucratie. Met simpele formules kan men kwesties die de geschiedenis gecompliceerd hebben gemaakt niet oplossen, zonder daarmee in pragmatisme te vervallen, waarmee men zich ongemerkt verwijdert van de juiste klassenlijn.

De ervaring, zowel van de ‘neutralen’ ten opzichte van de twee ‘kampen’, als die van de aanhangers van het ‘derde kamp’, heeft sindsdien duidelijk hun praktisch objectief afglijden naar één enkel ‘kamp’, dat van het imperialisme, aangetoond.

Hoe moeten we meningsverschillen binnen een proletarische partij behandelen?

De strijd die Trotski voerde tegen de revisionistische stroming binnen de SWP en de Internationale bezit voor ons nu nog een ander belangrijk aspect: dat wat betreft de manier om meningsverschillen die ontstaan binnen een sectie of binnen de Internationale als geheel, te behandelen.

Allereerst is het noodzakelijk dat aan de eventuele stromingen of tendensen de mogelijkheid gelaten wordt om duidelijk, openlijk en schriftelijk hun exacte politieke standpunten uiteen te zetten, zonder haastige karakteriseringen van hun eventuele klassenaard, en zonder organisatorische beperkingen of bedreigingen.

De ideologische strijd, hoe onverzoenlijk ze ook gestreden moet worden op strikt theoretisch en politiek terrein, moet tegelijkertijd vergezeld gaan van een “zeer voorzichtige en zeer beheerste organisatorische tactiek” [13]. Meerderheid en minderheid moeten de vrije politieke discussie en het uitgangspunt van een democratisch-centralistische organisatie aanvaarden.

Na verscheidene maanden van discussie was Trotski tot de conclusie gekomen dat de revisionistische stroming binnen de SWP sterk kleinburgerlijke trekken vertoonde. Maar hij haastte zich eraan toe te voegen dat deze trekken niet uniek voor deze stroming waren en dat ze bovendien nog niet definitief waren uitgekristalliseerd. In andere omstandigheden zou deze stroming andere trekken naar voren kunnen brengen. Er bestaat geen fatale voorbeschikking in de politieke strijd, want deze speelt zich af in een sociaal en politiek beweeglijke context. Bovendien kan de tussenkomst van de subjectieve factor, de rijpheid, de inspanning en de takt van de werkelijk marxistische stroming, veel invloed hebben op het uiteindelijke resultaat.

Trotski heeft zichzelf de vraag gesteld of het kleinburgerlijk karakter dat in die tijd de revisionistische stroming beheerste, het bestaan van een proletarische stroming in dezelfde beweging uitsloot. Hij heeft ontkennend geantwoord op deze vraag, en hij heeft zelfs de mogelijkheid onder ogen gezien dat de proletarische stroming in de minderheid was en dat deze dan binnen de discipline zou blijven van een organisatie, die geleid zou worden door een revisionistische stroming. Een dergelijke mogelijkheid zou natuurlijk een voorlopig karakter hebben, die een politieke opheldering mogelijk zou maken. Om een splitsing te voorkomen heeft Trotski zelfs goedgekeurd dat de interne discussieteksten publiek uitgegeven werden. De organisatorische soepelheid van Trotski is echter geen voldoende tegenwicht geweest voor de middelpuntvliedende krachten die de revisionistische stroming buiten de Vierde Internationale dreven.

De nationale conferentie van de SWP van 5-9 april 1940 eindigde, na een maandenlange uitvoerige en democratische discussie binnen de beweging, en na het verschijnen van 13 Interne Bulletins, met de daadwerkelijke breuk, daar de revisionistische stroming het democratisch-centralistische functioneren van de organisatie categorisch verwierp.

Trotski trok daarna zijn politieke conclusies uit de scheuring in de SWP in een artikel van 23 april 1940, getiteld: Kleinburgerlijke moralisten en de proletarische partij. Hierin stelde hij vast dat de revisionistische minderheid, ondanks de belangrijke organisatorische concessies die de meerderheid haar had toegestaan, het democratisch-centralistische kader dat iedere proletarische revolutionaire organisatie kenmerkt, wilde laten ontploffen. De minderheid, een intellectuele ‘aristocratie’, voelde zich achtergesteld in een proletarische organisatie die ze niet leidde. Maar de achtergrond van deze grillige, ongedisciplineerde, onverantwoordelijke houding was duidelijk wat anders.

“De kleinburgerlijke minderheid van de SWP”, schreef Trotski, “heeft zich afgescheiden van de proletarische meerderheid op basis van een strijd tegen het revolutionair marxisme”.

Burnham verkondigde dat het dialectisch materialisme onverenigbaar was met zijn, door de motten aangevreten, ‘wetenschap’. Shachtman verklaarde dat het revolutionair marxisme niet meer actueel was vanuit het oogpunt van de ‘praktische taken’. De minderheid had zich gegroepeerd onder het vaandel van het ‘derde kamp’.

“Wat is dat dan wel voor een dier”, vroeg Trotski zich af. “Er bestaat het kamp van het kapitalisme; en er is het kamp van het proletariaat. Maar misschien is er een derde kamp in een kleinburgerlijk heiligdom?” “Arbeiders van de voorhoede”, besloot hij, “vertrouw voor geen cent het ‘derde front’ van de kleinburgerij!”

Nauwelijks een maand na de scheuring verliet James Burnham, die met Max Shachtman de revisionistische stroming leidde, ook deze laatste, daar zijn ideeën al geëvolueerd waren in de richitng die hij in zijn bekende boek The Managerial Revolution dat enige maanden later verscheen - ontvouwde.

Shachtman op zijn beurt nam weldra de stelling over van Burnham over de USSR als ‘collectivistisch-bureaucratische’ staat, die noch kapitalistisch, noch proletarisch was, en gaf natuurlijk de onvoorwaardelijke verdediging van deze staat, die inmiddels al in oorlog was, op.

De scheuring in de SWP werd gevolgd door een scheuring, een zeer beperkte, binnen de Internationale, waar een aantal personen, met name Lebrun, Johnson, Trent en Anton, die zitting hadden in het Centraal Uitvoerend Comité, en die in feite de politieke en organisatorische stellingnamen van Shachtman ondersteund hadden.

De aanslag op Leon Trotski

De strijd binnen de SWP en de Internationale was nog maar nauwelijks teneinde, toen een fatale dag naderde: die van de moord op Trotski door de agenten van Stalin.

“Sinds de processen van Moskou”, zoals Victor Serge terecht geschreven heeft, “werd de moord op L. Trotski een politieke en logische noodzaak. Het geeft geen zin tienduizenden te fusilleren, als de grootste figuur van een revolutionaire generatie, iemand die men onmogelijk uit de geschiedenis zou kunnen wegdenken, nog in vrijheid leeft. En het is duidelijk dat tegen Trotski, gedoodverfd als de meest duivelse figuur uit de geschiedenis, alles geoorloofd was in de ogen van een wereld die vergiftigd was door de Russische leugenprocessen”.

Het is vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog en het vooruitzicht dat de USSR bij het conflict betrokken zou worden, dat de organisatie om Trotski te vermoorden wordt uitgebreid. De dolle campagne van de Mexicaanse communistische partij tegen de aanwezigheid van Trotski in Mexico bereidt het terrein voor. In maart 1940 wordt de leiding van de Mexicaanse KP, die aangevoerd werd door Hernan Laborde, gezuiverd door de GPOe, onder de beschuldiging ‘pro-trotskistisch’ te zijn, en de campagne tegen het asielrecht en tegen Lazare Cardenas, de president van Mexico, ‘beschermer’ van Trotski, wordt in hevigheid verdubbeld.

In mei 1940 wordt het versterkte huis van Trotski in Cocoacan, een voorstad van de hoofdstad, overvallen door 20 met stenguns gewapende stalinisten. Deze slagen erin de politiewachten van het huis te knevelen, en de lijfwacht van Trotski en kameraad Robert Sheldon Harte, een jonge Amerikaanse militant uit de SJP, te ontvoeren.

“Men had, vertelt kameraad Natalie Trotski, zestig kogels in een kruisvuur van vier verschillende kanten op ons in de slaapkamer afgeschoten. Dit overmatig schieten heeft ons juist gered. De moordenaars twijfelden er niet aan dat ze ons zouden raken en zij waren bang elkaar dood te schieten” [14].

De Mexicaanse politie kreeg weldra verscheidene van de organisatoren en uitvoerders van de aanslag te pakken, allen leden en sympathisanten van de Mexicaanse communistische partij. Maar de voornaamste verantwoordelijken, de buitenlandse agenten van de GPOe, bleven op de achtergrond.

L. Trotski deed zijn best om de rol van Stalin in de aanslag aan te tonen, en om voor de internationale openbare mening de manier te ontmaskeren waarop de GPOe functioneerde binnen iedere communistische partij, en zijn misdaden voorbereidde en uitvoerde. Bovendien was hij ervan overtuigd dat er weldra weer een poging zou volgen om hem te doden, daar Stalin besloten had dat hij vermoord moest worden.

In zijn artikel van 8 juni 1940, getiteld Stalin streeft naar mijn dood, schreef hij koel:

“Het toevallige mislukken van de aanslag (van 24 mei), die met zoveel zorg en bekwaamheid was voorbereid, is een ernstige slag voor Stalin. De GPOe moet zich tegenover Stalin rehabiliteren. Stalin moet zijn macht tonen. Een herhaling van de aanslag is onvermijdelijk”.

Zijn lichamelijke vernietiging was in feite al lang een dwingende noodzaak geworden voor Stalin. Trotski wist dat hij veroordeeld was en van de ene dag op de andere gedoemd was te sterven. De immense hulpmiddelen waarover Stalin beschikte zouden tenslotte veel machtiger blijken te zijn dan onverschillig welke beschermende maatregelen van hem en zijn vrienden. Koel redenerend, besloot hij het artikel:

“Bijgevolg kan ik zeggen dat ik op deze wereld leef niet volgens de regel, maar als uitzondering op de regel”.

De nieuwe aanslag, die ditmaal fataal was, vond 20 augustus 1940 plaats. Leon Trotski stond die dag in een uitstekend humeur op, vertelt Natalie Trotski.

“Een dubbele dosis slaapmiddel had hem een weldoende slaap bezorgd. In lang had hij zich niet zo monter gevoeld. ‘Ik ga eens flink werken’, zei hij.”

Tegen 5 uur in de middag ontving hij in zijn werkkamer een zekere Jacson Mornard, volgens zijn zeggen een Belg, en zoon van een diplomaat, die in het gezelschap van enige intieme vrienden van Trotski was geïntroduceerd door Sylvia Agelov, lid van de Amerikaanse trotskistische organisatie. Jacson Mornard, die de genegenheid van Agelov had weten te verwerven en de sympathie bezat van andere goede bekenden van Trotski, kwam hem zogenaamd een artikel voorleggen. Natalie Trotski vertelt als volgt wat er toen gebeurde:

“Drie of vier minuten gingen voorbij. Ik was in de kamer ernaast (naast de werkkamer van Trotski). Een vreselijke gil klonk. Leo Davidovitsj verscheen, met bloedend gezicht leunend tegen de deurpost, zonder zijn lorgnet, zijn ogen heel blauw en zijn armen slap naar beneden hangend. ‘Wat is er? Wat is er?’ Ik drukte hem in mijn armen zonder iets te begrijpen. Hij antwoordde kalm ‘Jacson’, alsof hij wilde zeggen ‘Alles is afgelopen’.”

Jacson Mornard had hem op het hoofd geslagen met een berghouweel, die hij onder zijn jas verborgen had gehouden. De aanvaller had geprobeerd een tweede keer te slaan, maar Leo Davidovitsj had zich op hem geworpen. Ondertussen waren de lijfwachten van Trotski, de kameraden Charlie Cornell, Joe Hansen en Harold Robins toegesneld en hadden de moordenaar ruw overmeesterd, die riep: “Ze hebben me gedwongen te slaan!... Ze houden mijn moeder vast!... Ze hebben mijn moeder gevangen genomen!...”

Ondanks de snelle ingreep van artsen en het buitengewoon weerstandsvermogen van zijn lichaam, stierf Leon Trotski op 21 augustus, ‘s avonds om 7 uur 25. Hij was zestig jaar. Alvorens de geest te geven riep hij Joe Hansen bij zich en dicteerde hem enige woorden bij wijze van politiek testament:

“Zeg alsjeblieft aan mijn vrienden dat ik niet twijfel aan de overwinning van de Vierde Internationale. Ga verder!”.

De Mexicaanse regering zorgde voor de begrafenis. Vijf dagen lang lag het lichaam, onder bewaking van militanten, opgebaard in een lokaal aan de Tacubastraat. Ongeveer honderdduizend mensen, merendeels eenvoudige Mexicaanse arbeiders en boeren, brachten een stilzwijgend eerbetoon aan het heldhaftige leven van de revolutionair.

‘Jacson Mornard’ werd snel ontdekt de valse naam te zijn die een werkelijke agent van de GPOe dekte. Men kent nog steeds niet goed alle details over hoe de aanslag werd voorbereid, de namen van de personen die er internationaal aan meewerkten, men weet zelfs de ware identiteit van de dader nog niet. Volgens de onthullingen van generaal Sanchez Salazar, de vroegere chef van de Mexicaanse geheime inlichtingendienst die het onderzoek naar de aanslag leidde, zou ‘Jacson Mornard’ in werkelijkheid Mercader heten en van Catalaanse afkomst zijn, zijn moeder zou in Frankrijk en België gewoond hebben en gedurende de Spaanse burgeroorlog zou hij in dienst van de GPOe gekomen zijn.

De dood van Leon Trotski vond plaats op het moment dat de internationale toestand beheerst werd door de opzienbarende overwinningen van Hitler in Europa. De strijd tegen Frankrijk was net geëindigd met de overwinning van de nazi’s en men wachtte af wanneer Engeland aan de beurt was. Italië, dat een mogelijk spoedig einde van de oorlog verwachtte, besloot deel te gaan nemen aan het conflict. Hitler scheen op het hoogtepunt van zijn macht.

Onder deze omstandigheden werd er niet veel ophef gemaakt over de misdaad van Stalin, niet in de fascistische landen, die nog met Stalin samengingen, en ook niet in de ‘democratische’ landen die speculeerden op een eventuele breuk tussen Hitler en Stalin.

Alleen de militante revolutionaire voorhoede hadden de verschrikkelijke slag pijnlijk ervaren. De krachtigste leider van de wereldrevolutie was door de termidoriaanse reactie neergeslagen. De man met de meest veelzijdige en levendige denkbeelden over het marxisme, een stimulerend voorbeeld voor allen, was verdwenen. Wij moesten de strijd voortzetten en in de actie de intelligentie en de karakters smeden die de vlag van de Vierde Internationale hoog zouden houden. Ondanks alles moesten we daadwerkelijk verdergaan!

4.

De bezetting van Europa door de legers van Hitler heeft in het begin in verschillende landen de jonge organisaties van de Vierde Internationale doen wankelen. De banden tussen de organisaties in Europa met die van de andere werelddelen werden losser, en braken spoedig praktisch geheel af. De ervaring heeft echter geleerd dat, ondanks dit gedwongen isolement van verscheidene organisaties, allen hoofdzakelijk naar de gemeenschappelijke denkbeelden en gedragslijnen geleefd hebben tijdens de oorlog, overtuigd als ze allen waren dat de Vierde Internationale sterker uit de oorlog zou komen.

Onder deze omstandigheden trok de internationale leiding zich meer en meer terug op het Amerikaanse continent, dat praktisch buiten het oorlogsgeweld gebleven was. Vanaf het uitbreken van de oorlog tot na afloop van het conflict heeft de centrale internationale leiding gefunctioneerd in de Verenigde Staten, in nauwe samenwerking met de Amerikaanse organisatie. Maar door de losse banden met haar secties is zij maar beperkt actief geweest. Ze volgde de belangrijke gebeurtenissen en de voornaamste wendingen die de oorlog nam, becommentarieerde ze en legde ze uit, in een voortdurende poging om op basis van een doeltreffende revolutionaire actie, een internationale voorhoede te hergroeperen.

Nadat Frankrijk in 1940 onder de controle van Hitler en onder het regiem van Pétain kwam te staan, werd in november 1940 een manifest uitgegeven door de Vierde Internationale. Dit had tot doel de historische onmogelijkheid aan te tonen voor de nazi’s om Europa te ‘verenigen’. Het manifest liep vooruit op de bevrijdingsstrijd die onvermijdelijk zou ontstaan onder de Europese volksmassa tegen de fascistische tirannie:

“Hitler heeft Europa tot één groot concentratiekamp gemaakt van alle volken. De strijd voor de eenheid van alle Duitsers is gevolgd door de strijd om alle niet-Duitsers onder de nazilaarzen te verenigen. Maar de geschiedenis is een vaste garantie dat er nooit nationale onderdrukking is geweest zonder nationale strijd”.

Weldra verflauwde de hoop van Hitler om te oorlog te beëindigen met de bezetting van Europa. De slag om Engeland, begin 1941, leidt niet tot de bezetting of onderwerping van dit land. Ondertussen mobiliseert het Amerikaanse imperialisme zich, en onderstreept haar inmenging in het conflict.

Trouw aan haar gedragslijn van revolutionaire oppositie tegen alle imperialisten, neemt de Vierde Internationale stelling tegen de Amerikaanse interventie in China, aan de zijde van Tjiang Kai-sjek, tegen Japan. De kwestie wordt natuurlijk gecompliceerd door het feit dat China een koloniaal land is, dat door Japan wordt aangevallen, en dat binnen China een verkapte burgeroorlog aan de gang is tussen het regiem van de Chinese bourgeoisie en de legers van de boeren, geleid door de communistische partij.

In de resolutie van het Internationaal Uitvoerend Comité van de Vierde Internationale van 31 maart 1941, wordt het imperialistische doel van de Amerikaanse interventie ten gunste van Tjiang Kai-sjek duidelijk aan de kaak gesteld. De resolutie roept de Chinese legers op tot een overwinning op de Japanse indringers, en opent het perspectief van een socialistische revolutie in China:

“De steeds groter wordende samenwerking tussen Tjiang Kai-sjek en het Amerikaanse imperialisme heeft al zijn weerslag gekregen in de aanvallen van Tjiang Kai-sjek tegen de boerenlegers, die geleid worden door de stalinisten. Bij alle veroordeling van de politiek van klassensamenwerking van de stalinistische Chinese leiders, die deze aanvallen vergemakkelijken, verklaren de revolutionairen zich solidair met de moedige boeren, die vechten onder een stalinistische leiding, en verklaren zich bereid zich bij hen te voegen tegen de contrarevolutionaire acties van Tjiang Kai-sjek (...) De verdediging van China door het Amerikaanse imperialisme is in werkelijkheid de voorbereiding van een nieuwe slavernij voor dit land (...) Evenals de oorlog van Tjiang Kai-sjek een instrument van het Amerikaanse imperialisme gemaakt heeft; net zo zullen de Chinese volksmassa’s, nauw verbonden met hun klassengenoten in het keizerrijk Japan, zich in beweging zetten naar de sociale revolutie”.

Het verbond van het Amerikaanse imperialisme met Tjiang Kai-sjek heeft zich gedurende de oorlog geconsolideerd, zowel om dienst te doen tegen Japan, als om na de oorlog de Chinese markt open te stellen voor de Amerikanen.

Achteraf heeft men pas kunnen beoordelen, in het licht van de huidige gebeurtenissen, hoe juist het was om al tijdens de oorlog de volksmassa constant te wijzen op de ware aard van het Amerikaanse imperialisme en zijn bedrijvigheid. Dit in tegenstelling tot de stalinistische politiek, die de Amerikaanse ‘bondgenoot’ ophemelde en Tjiang Kai-sjek steeds de hand boven het hoofd hield.

In juni 1941 onderging de oorlog een beslissende historische wending. Hitler valt onverwacht de Sovjet-Unie aan, ondanks alle aan Stalin gegeven en door deze geloofde verzekeringen. De pers van de Vierde Internationale roept onmiddellijk op tot de onvoorwaardelijke verdediging van de eerste arbeidersstaat. Het manifest dat bij deze gelegenheid door de Amerikaanse organisatie, de SWP, wordt uitgegeven, verklaart ondubbelzinnig:

“Verdedig de Sovjet-Unie tot elke prijs en onder alle omstandigheden tegen de imperialistische aanval! Stalin moet omvergeworpen worden, maar alleen door de arbeidersklasse. De strijd van de arbeiders moet hier ondergeschikt zijn aan de strijd tegen de voornaamste vijand: de legers van Hitler. Alles wat we zeggen en doen moet als eerste doel hebben de overwinning van het Rode Leger. De Sovjet-Unie kan het best vergeleken worden als een grote vakbond die in handen is gevallen van gecorrumpeerde en ontaarde leiders. Onze strijd tegen het stalinisme is een strijd binnen de arbeidersbeweging. Ondanks de gevangennemingen en de onderdrukking zullen onze kameraden in de Sovjet-Unie bewijzen aan de sovjetmassa dat de trotskisten de beste strijders tegen de kapitalistische vijand zijn!”.

Tegelijkertijd waarschuwde het manifest tegen de kapitalistische bondgenoten van de Sovjet-Unie en propageerde een onverzoenlijke oppositie tegen alle imperialisten, en een revolutionair voortzetten van de oorlog tegen Hitler. Dat wilde zeggen, in de kapitalistische landen niet de Churchills, Roosevelts, De Gaulles en Tjiang Kai-sjeks ophemelen zoals de stalinisten deden. Het manifest riep op tot het volhouden van een revolutionaire oppositie tegenover hen, en tot het propageren van de verbroedering met de arbeiders en boeren in het uniform van de nazilegers. Het spreekt zich uit tegen de geheime diplomatie en het verdelen van invloedssferen door de imperialistische bondgenoten, en voor het voortdurend voorbereiden van de toekomst van de socialistische revolutie, in Duitsland zelf, in Italië, in Japan, en in alle andere landen.

Het manifest voor de verdediging van de Sovjet-Unie dat, door het Centraal Uitvoerend Comité wordt uitgegeven, herneemt dezelfde gedragslijn:

“De Sovjet-Unie is in oorlog! De Sovjet-Unie verkeert in levensgevaar! (...) In Duitsland en in de Europese landen die door Duitsland bezet zijn, betekent de verdediging van de USSR de directe sabotage van het Duitse militaire apparaat. Duitse arbeiders en boeren in soldatenuniform, de Vierde Internationale roept je op om met wapens en bagage over te lopen naar de gelederen van het Rode leger! Duitse arbeiders en boeren die nu in de fabrieken, bij de spoorwegen en op het land werken, onderdrukte volken van Europa, verlamt op alle mogelijke manieren de opmars van het Duitse militarisme!”

Ook spoorde het manifest de Duitse arbeiders aan om te werken voor de Duitse en Europese socialistische revolutie. In de Sovjet-Unie riep het op om ‘de beste soldaten te zijn’, en het besloot met aan de arbeiders overal te verklaren: “Verdedig de Sovjet-Unie en verdedig zo jezelf, daarmee zul je het uur van je bevrijding naderbij brengen”.

De deelname van de USSR aan de oorlog had, zoals te voorzien was, een nieuwe wending van het Kremlin tot gevolg. Het keerde in zekere zin terug tot een verbond met de ‘democratieën’ tegen het fascisme. En het drong er opnieuw bij de communistische partijen die ageerden in de ‘Geallieerde’ landen op aan, dat zij zich in haar politiek zouden onderwerpen aan de politiek van de bourgeoisie in die landen. Zo heeft men gezien dat de Amerikaanse stalinisten Roosevelt weer prezen, zoals in 1936. Dat de Engelse stalinisten de ‘nationale eenheid’ predikten, rondom Churchill. Dat de Franse stalinisten het prestige van De Gaulle onder de Franse volksmassa opbouwden. Dat de Chinese stalinisten, op aandringen van het Kremlin, hun strijd tegen Tjiang Kai-sjek afzwakten. Overal wordt de politiek van ‘nationale eenheid’ onder leiding van de bourgeoisie ‘tegen het fascisme’ gevolgd.

De deelname van de USSR aan de oorlog heeft in Europa de tegenstand tegen Hitler gestimuleerd. De hergroepering van revolutionaire krachten wordt intenser. Nieuwe contacten op Europees niveau worden aangeknoopt. Maar het duurt tot het begin van 1943 tot men kan spreken van een belangrijke uitbreiding van de verzetsbeweging van de massa in Europa en van een meer betekenisvolle organisatie van de revolutionaire voorhoede.

Berichten over de activiteit van de Vierde Internationale worden al vanaf het eind van het jaar 1941 uitgebreider.

In de Verenigde Staten worden 18 militanten van de SWP en leden van de vakbondssectie 554 van de CIO in Minneapolis volgens de wet Smith beschuldigd van propaganda van revolutionaire ideeën tegen de imperialistische oorlog, die gevoerd werd door de Verenigde Staten, en veroordeeld tot gevangenisstraffen van 12 tot 16 maanden.

In Frankrijk laat de gereorganiseerde Parti Communiste Internationaliste geregeld iedere 14 dagen haar blad La Vérité verschijnen. In september 1941 houdt deze partij een conferentie waarbij zij oproept tot de noodzakelijke combinatie van de vastberaden strijd tegen Hitler, met een politiek van verbroedering met de Duitse arbeiders en boeren in uniform. Ze verzet zich tegen de politiek van het ‘nationale front’ voor de ‘onafhankelijkheid van Frankrijk’.

In deze tijd (1941) sluit zich ook bij de Vierde Internationale aan de Lanka Samasamaja Party van Ceylon, en hoort men van de activiteiten van de Bolshevik Leninist Party of India, de trotskistische organisatie van India.

In India begint het jaar 1942 in het teken van de agitatie voor de onafhankelijkheid, die door het plan Cripps in april 1942 versneld wordt.

In maart 1942 wordt door de gouverneur van Ceylon, Sir Andrew Caldecott, de Lanka Samasamaja Party verboden. Op 9 april 1942 meldt de Times te Londen de spectaculaire ontsnapping van de kameraden Colvin de Silva, N.M. Perera, D.R.R. Gunawardene en Edmund-Samarokkody uit de gevangenis waar ze vastgehouden werden, en hun reis naar India met hun eigen bewaker, die met hun mee was gegaan. Het blad schrijft: “Men beweert dat ze vertrokken zijn met hun gevangenenbewaker die vermist wordt (...) Ze zaten gevangen sinds juni 1940”.

Kameraad Leslie Gunawardene, tegen wie ook in 1940 een arrestatiebevel was uitgevaardigd, was er ook in geslaagd bijtijds India te bereiken.

In mei 1942 wordt in India de Bolshevik-Leninist Party van India-Burma en Ceylon opgericht, die het blad Permanent revolution uitgeeft.

In augustus 1942 wordt India overspoeld door een geweldige stakingsgolf van het Indiase proletariaat. De Vierde Internationale, die de Sovjet-Unie tegen Hitler, en China tegen Japan verdedigt, verdedigt evenzo India tegen Groot-Brittannië. Verre van de strijd van deze landen tegen hun imperialistische tegenstanders gelijk te stellen met een strijd ‘van het ene imperialistische kamp tegen het andere’ zoals in die tijd Max Shachtman beweerde, verdedigde zij onvoorwaardelijk deze landen tegen het imperialisme. In haar manifest aan de arbeiders en boeren van India van september 1942, spreekt de Vierde Internationale zich uit voor de onmiddellijke onafhankelijkheid van India. In tegenstelling met de methodes van ‘passief verzet’ die de leiders van het Congres op de voorgrond stellen, dringt zij aan op de methode van strijd onder revolutionaire leuzen: agrarische hervorming, democratische strijdcomités, een grondwetgevende vergadering, een program voor de industrialisatie van het land, en een regering van arbeiders en boeren.

De Engelse en Indiase stalinisten daarentegen, bang om de Engelse ‘bondgenoot’ van de USSR voor het hoofd te stoten, laten zich op sleeptouw nemen door de politiek van Churchill met betrekking tot India, en verzetten zich tegen de agitatie van de volksmassa van het land.

De belangrijkste gebeurtenissen van het jaar 1943 zijn de grote overwinningen van het sovjetleger, de opheffing van de Communistische Internationale (3e Internationale) en de invasie van Italië door de Engelsen en Amerikanen. Tegelijkertijd worden de reactionaire gevolgen voor de toekomst van de Europese- en wereldrevolutie, van de samenwerking van het Kremlin en de ‘democratische’ imperialisten, duidelijk. Allereerst met betrekking tot Duitsland en de Duitse revolutie, de sleutel tot de Europese revolutie.

Al in 1942 waren de Amerikaan Welles en de Engelsman Vansittart gekomen met hun theorie van collectieve verantwoordelijkheid van het Duitse volk, en hadden ze aangedrongen op een eveneens collectieve straf. De geheime verdragen die na die tijd tussen het Kremlin en zijn Engelse en Amerikaanse bondgenoten gesloten zijn, zijn erop gericht elke mogelijkheid voor een revolutie in Europa te voorkomen, teneinde aan elk van de bondgenoten een exclusieve invloedssfeer te garanderen. Zo bedongen de verdragen, die in 1942 door het Kremlin werden gesloten met de Engelsen en de Amerikanen, dat de Geallieerden zich verbonden om met geen enkele Duitse regering een afzonderlijk verdrag te sluiten. D.w.z. ook niet met een eventuele revolutionaire regering. Verder besloot men tot de ontwapening van het gehele toekomstige Duitsland, en om samen te werken voor de ‘vrede, veiligheid en voorspoed van Europa’.

In juni 1943 besluit Stalin de Communistische Internationale op te heffen, teneinde zijn imperialistische bondgenoten gerust te stellen omtrent zijn contrarevolutionaire bedoelingen, en als garantie voor het nakomen van de gesloten overeenkomsten. Onder voorwendsel dat de verschillende communistische partijen een zodanige graad van volwassenheid en belangrijkheid hadden bereikt, die het bestaan van een Internationale voortaan overbodig maakte, heeft hij slechts iets dat praktisch al een realiteit was, bevestigd. De Internationale was al zo weinig autonoom en levend, dat zij al sinds jaren had opgehouden als Internationale te functioneren.

De Vierde Internationale vermeldt in een manifest van juni 1943 deze gebeurtenis, en legt haar uit waarbij ze concludeert:

“Er is nu maar één enkele Internationale, de wereldpartij voor de socialistische revolutie, en dat is de Vierde Internationale. Sluit u bij haar aan en bereidt u voor om met haar de overwinnende strijd te voeren voor de wereldrevolutie!”

De opheffing enige tijd later van de KP van de USA, bevolen door Bowder en op aandringen van het Kremlin, gaat in deze zelfde richting: die van een verzoeningspolitiek van het Kremlin met zijn bondgenoten, om te bereiken dat de overwinningen die deze zouden behalen, zich zouden richten naar de geheime verdragen over de verdeling van invloedssferen tussen de staten, zonder tussenkomst van een autonome revolutie.

Geheel anders is de politiek van de Vierde Internationale, die zich richt op de voorbereiding van de proletarische revolutie in Europa en in de wereld, en die zich inspant om aan de noodzakelijke strijd tegen Hitler een revolutionaire richting en perspectief te geven. Daarbij gaat ze uit van het verzet van de massa tegen de bezetting en de oorlog van Hitler, en wil ze dit verzet in toenemende mate een proletarische inhoud meegeven. Ze wil dit verzet niet uitsluitend op ‘nationale’ doelen richten, maar uiteindelijk op antikapitalistische. De moeilijkheden van een dergelijke taak zijn het gevolg van het ingewikkelde karakter van de oorlog, en van de politiek van klassensamenwerking van de sociaaldemocratische en stalinistische leidingen. Deze moeilijkheden vonden hun afspiegeling binnen de Vierde Internationale zelf, door de discussies die vooral sinds 1942 zijn ontstaan over het ‘nationale vraagstuk in Europa’, wat later over de betekenis en de vooruitzichten van de gebeurtenissen in Italië in 1943, en over de vooruitzichten voor de revolutie in Europa in het algemeen.

Het nationale vraagstuk

De eerste positiebepalingen ten aanzien van het nationale vraagstuk in Europa gedurende de oorlog gaan terug tot 1941. Zij werden min of meer veroorzaakt door de volgende feiten: de nationale onderdrukking waartoe do Europese onderwerping door de nazi’s had geleid, en het begin van verzet onder de massa tegen deze onderdrukking.

Maar door zijn aard was de zaak ‘ontegenzeggelijk zeer verward’, om de uitdrukking van Lenin te gebruiken over ditzelfde onderwerp tijdens de Eerste Wereldoorlog. Want men moest evengoed rekening houden met het imperialistische karakter van de oorlog aan de kant van de grote kapitalistische As-landen, als bij de kapitalistische landen uit het ‘democratische’ kamp, en met de reacties van de massa’s uit de bezette landen.

De tijdelijke bezetting van een kapitalistisch land in de imperialistische periode door een ander kapitalistisch land, onderdrukt niet automatisch het imperialistische karakter van het overwonnen land. Zo’n situatie geeft dus niet het recht tot een ‘nationale’ mobilisatie volgens een ‘nationaal’ programma van alle klassen tegen de bezetter. Volgens de uiteenzettingen van Lenin is het nationale vraagstuk in de imperialistische periode karakteristiek voor de koloniale en afhankelijke landen, en voor de landen die blijvend geannexeerd zijn door kapitalistische en imperialistische landen. Natuurlijk ontkende Lenin niet de mogelijkheid van een zekere teruggang in het imperialistische tijdperk, die een kapitalistisch land terug zou brengen tot het niveau van een onderdrukt land, waarin zich opnieuw het vraagstuk zou voordoen van de ‘nationale kwestie’ en van de ‘nationale oorlog’.

Maar in het algemeen stelde hij:

“In 1793 en in 1848 stond, objectief gezien, in Frankrijk, zowel als in Duitsland en in heel Europa de burgerlijk-democratische revolutie op de agenda. Met deze historische situatie kwam een ‘werkelijk nationaal’ program overeen, d.w.z. het nationale programma van de toenmalige burgerlijke democratie, dat in 1793 verwezenlijkt werd door de meest revolutionaire elementen van de bourgeoisie en van het volk. Het was het programma dat Marx in 1848 proclameerde uit naam van de gehele vooruitstrevende democratie. Tegenover de feodale en dynastieke oorlogen stelde zich toen objectief de democratisch-revolutionaire oorlogen, de nationale bevrijdingsoorlogen. Tegenwoordig is voor de grote staten van Europa de objectieve situatie anders. De vooruitgang — afgezien van enige tijdelijke teruggang — is slechts te realiseren in de richting van de socialistische maatschappij. De imperialistische, burgerlijke oorlog is de oorlog van een hoog ontwikkeld kapitalisme. Hier tegenover kan objectief, vanuit het oogpunt van de vooruitgang en van de vooruitstrevende klasse, alleen maar gesteld worden een oorlog tegen de bourgeoisie, de oorlog om de macht. Zonder een oorlog om de macht kan er geen serieuze vooruitgang zijn. En verder kan er tegenover de imperialistische oorlog gesteld worden — maar alleen in bepaalde bijzondere omstandigheden — een mogelijke oorlog voor de verdediging van de socialistische staat tegen de burgerlijke staten.”

Lenin was ook tegen ‘die bolsjewieken’ of ‘die revolutionairen’ die voor een ‘nationale verdediging’ waren en die in 1914-1918 in hun respectievelijke landen (Rusland, Duitsland en elders) een ‘nationaal program’ voorstonden, en die het standpunt huldigden van de voorwaardelijke verdediging van ‘het vaderland’ tegen de ‘invasie’ en de ‘bezetting’, door middel van de klassenstrijd. Aan de andere kant was Lenin terecht zeer attent op onverschillig welke beweging onder de massa die zich objectief keerde tegen de ‘rampen van het imperialisme’ tijdens de oorlog, en bereid om deze te gebruiken in de ‘strijd van het proletariaat voor het socialisme’.

Er moest dus een duidelijk onderscheid gemaakt worden, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tussen het sociale karakter van de tijdelijk bezette landen, en de massabewegingen die objectief gericht waren tegen de bezetting van Hitler, ondanks hun subjectieve ‘onzuiverheden’.

De discussies en meningsverschillen die in onze beweging tijdens de laatste oorlog hebben plaats gevonden rond het ‘nationale vraagstuk’ gingen in werkelijkheid over de volgende punten: overwegend, zo niet uitsluitend, ‘nationaal-democratische’ strijd, of deze strijd ondergeschikt maken aan de proletarische strijd voor het socialisme. Het punt van het duidelijk formuleren van ‘nationaal-democratische’ leuzen, en meer socialistische leuzen (in de zin van een overgangsprogramma). En tenslotte de praktische stellingname met betrekking tot de verzetsbewegingen.

Over al deze vraagstukken was een complete duidelijkheid en een juiste gedragslijn in onze beweging ver te zoeken. Opportunistische zowel als uiterst linkse afwijkingen hebben zich hier en daar ontwikkeld door de ingewikkeldheid van de zaak, onder de druk van de nazi-terreur, en van de klassensamenwerking van de sociaaldemocratische en stalinistische leidingen, en door het tegenstrijdige karakter van de verzetsbewegingen.

Onder rechtse en opportunistische afwijkingen moeten alle stromingen gerekend worden, die van de eis van ieder volk om over zijn eigen lot te beschikken, een doel in zichzelf maakten, door het te scheiden van de rest van het socialistische, revolutionaire en internationalistische program. Die zich beperkten tot een strijd ‘in etappes’, en die begonnen methode ‘nationaal-democratische’ etappe, zogenaamd omdat de oorlogsomstandigheden hen daartoe dwongen; die in een of andere vorm voor onze deelname of samenwerking waren als duidelijke politieke beweging, met de politieke organisaties van het verzet; die het ‘nationale verzet’ in een groot overwonnen land als Frankrijk, op hetzelfde niveau brachten als dat in kleine onderdrukte staten als Joegoslavië, Polen en Griekenland.

De duidelijkste illustratie van deze stromingen werd gegeven in de zogenaamde Drie stellingen over de nationale kwestie door de kameraden van de Duitse sectie (IKD, Internationale Communisten Deutschlands) die in de emigratie zaten in oktober 1941. Deze stellingen onderstreepten de ‘omgekeerde’ ontwikkeling van de situatie onder de druk van het fascisme, die als “meest urgente kwestie in, Europa de nationale bevrijding van de door Duitsland onderworpen volken” deed opkomen. Alle politieke bewegingen, met inbegrip van de arbeidersbeweging, werden daarbij opgelost in een soort van ‘volksbeweging’, zonder onderscheid van klassen, die uitsluitend vocht voor de ‘nationale bevrijding’. De “overgang van het fascisme naar het socialisme” zag het stuk als “een utopie zonder tussenstadium, fundamenteel gelijkwaardig aan een democratische revolutie”. De ‘nationale bevrijding’ moest volgens de auteurs van deze stellingen, de leuze voor de onmiddellijke actie zijn en de ‘Verenigde socialistische staten van Europa’ slechts een propagandaleuze, zonder dat er iets werd gezegd over de overgang tussen deze twee eisen.

Als linksektarische afwijkingen moeten worden beschouwd als stromingen die het bestaan van een nationale onderdrukking ontkenden, of die zich niet duidelijk uitspraken over het recht van ieder volk om over zijn eigen lot te beschikken; die nalieten onder onze eigen vlag (de vlag van de revolutionaire partij) de strijd tegen het Duitse imperialisme (een strijd die wel internationaal en als klassenstrijd gevoerd werd) te organiseren; die het belang van het werk in de verzetsorganisaties van de onderdrukte volken (de Joegoslavische en de Griekse partizanen, de Franse ondergrondse, enz.) kleineerden.

Het voorbeeld van de verzetsbewegingen in ‘kleine landen’ die bezet waren, zoals Joegoslavië, Polen en Griekenland en de volksverzetsbewegingen die al vroeg zijn ontstaan tegen de nazi-onderdrukking, is karakteristiek voor de verschillende kanten die aan deze zaak zitten. Het gaat hier om authentieke volksbewegingen, die ondanks hun ‘subjectieve’ onzuiverheden, zich objectief richtten tegen de ‘rampen van de imperialistische oorlog’, in het bijzonder tegen de nationale onderdrukking. Door hun samenstelling uit het volk, hoofdzakelijk arme boeren en arbeiderskernen, en in de concrete nationale en internationale omstandigheden, hadden deze bewegingen de neiging om al spoedig buiten het eigenlijke nationale kader te treden, en zich om te vormen tot krachten die vochten voor de socialistische revolutie. Een dergelijke omvorming hing natuurlijk voor een groot deel af van de leiding van deze bewegingen. In Joegoslavië heeft de bewuste gedragslijn van de leiding er al spoedig toe geleid, dat de ‘detachementen van partizanen’ zich omvormden tot ‘proletarische brigades voor de nationale bevrijding’ [15]. Deze wilden de strijd voor de nationale bevrijding combineren met die voor de socialistische revolutie. Deze combinatie was objectief mogelijk, want de aspiraties van de massa waren tegelijk ‘democratisch en socialistisch’ [16]. Dit was viel in tegenspraak met de beweringen in de Drie stellingen, waarin gezegd was dat er uitsluitend ‘nationaal-democratisch’ tussenstadium nodig was, wat zou voortvloeien uit het feit dat de bestaande bevrijdingsbeweging zonder onderscheid elementen van alle klassen in zich verenigde.

Overigens is de snelle differentiatie in Joegoslavië (evenals in Griekenland en Polen, en zelfs in Frankrijk) tussen partizanen van de proletarische stroming en die van reactionaire burgerlijke stroming, nog een bevestiging van het elkaar wederzijds doordringen van het nationale en het sociale in een organische combinatie. De dynamiek daarvan doet het sociale meer en meer overwegen boven het nationale.

Binnen de kaders van de Europese leiding van de Vierde Internationale, die in 1943 gevormd werd, leefden evenwichtiger conclusies over de te volgen gedragslijn wat betreft de nationale kwestie.

Dank zij de contacten die midden onder de nazibezetting van Europa gelegd werden tussen verschillende secties en groepen van de Vierde Internationale, wordt inderdaad al vroeg in 1943 een voorlopig Europees secretariaat gevormd. Dit belast zich met de coördinatie van de strijd van de organisaties van de Vierde Internationale op het Europese vasteland, en geeft het blad Quatriéme Internationale uit, dat na enige gestencilde nummers, vanaf eind 1943 in druk verschijnt.

In februari komt ‘ergens in bezet Europa’ een conferentie bijeen van de Europese secties van de Vierde Internationale. Het is de eerste sinds de oprichting van de Internationale en sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Op deze conferentie waren vertegenwoordigers aanwezig van trotskistische organisaties uit Frankrijk, België, Griekenland, Spanje en Duitsland, en de bijeenkomsten duurden zes achtereenvolgende dagen.

“Dat in een bloed doordrenkt Europa - verklaarde met gerechtvaardigde trots het communiqué van de conferentie, dat gepubliceerd werd in de illegale Quatriéme Internationale van februari 1944 - met bloed doordrenkt door meer dan vier jaar totale oorlog, verpletterd onder het meest afschuwelijke juk van de imperialisten, waar de gevangenissen en concentratiekampen overvol zijn met slachtoffers van de meest barbaarse en systematische onderdrukking, onze organisatie haar Europese bijeenkomst heeft kunnen houden, haar politiek strijdplan heeft kunnen uitwerken en vaststellen, dat alleen al is het meest welsprekende bewijs voor haar levendigheid, haar internationalisme, en de revolutionaire geest die haar bezielt”.

De stellingen over De liquidatie van de tweede imperialistische oorlog en de opkomst van de revolutionaire beweging vormden de belangrijkste tekst van de Europese conferentie. Hierin wordt o.a. de gedragslijn ten aanzien van de nationale kwestie nader uiteengezet. De tekst verklaart duidelijk dat het Europese proletariaat niet moet ‘koketteren’ met de leuzen van de bourgeoisie, maar haar eigen politiek voorop moet stellen. Het moet zich niet voorbereiden op de ‘nationale opstand’, maar op de socialistische revolutie in Europa. Het voegt er echter aan toe:

“Al moet het proletariaat het bondgenootschap met haar eigen bourgeoisie verwerpen, het kan zich niet onttrekken aan de strijd van de massa’s tegen de onderdrukking door het Duitse imperialisme. Het proletariaat steunt deze strijd, om de omvorming hiervan tot een algemene strijd tegen het kapitalisme te vergemakkelijken en te versnellen. Deze houding veronderstelt de meest energieke strijd tegen de pogingen van de vertegenwoordigers van nationale bourgeoisie, die zich meester wil maken van de massa’s, en die zich van hen wil bedienen om de kapitalistische staat en het kapitalistische leger weer op te bouwen. Alles moet daarentegen in het werk gesteld worden om kernen van arbeidersmacht te ontwikkelen (milities, comités, enz.). De meest energieke strijd moet gevoerd worden tegen alle vormen van nationalisme”.

Het document steunt op het vooruitzicht de afwikkeling van de oorlog niet te laten verlopen zoals in Frankrijk met een De Gaulle, of zoals in Griekenland met een Papandreoe, maar bij wijze van spreken, zoals in Joegoslavië. D.w.z. niet toestaan dat de burgerlijke staat weer opgebouwd wordt, maar een oriëntatie op de macht van het proletariaat.

De kwestie van de volksverzetsbewegingen wordt ook uitvoerig behandeld in dit document. Het constateert dat de kwestie van de partizanen sinds 1942 een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Tot dit jaar voeren de korpsen van enige partizanen in België, Frankrijk en ook elders volkomen in het kielzog van de chauvinistische politiek van de bourgeoisie en van het Engels-Amerikaanse imperialisme, terwijl ze zich overgaven aan een individueel terrorisme tegen de Duitse soldaten. Nu kwam het accent echter meer te liggen op een gedeeltelijk ‘spontane’ beweging, die de openlijke en onvermijdelijke rebellie uitdrukten van brede lagen van arbeiders tegen het Duitse imperialisme en tegen de oorlog en de staat van de eigen bourgeoisie, die in hun ogen verantwoordelijk was voor hun huidige ellende.

Het was dus de plicht van de Vierde Internationale, met deze strijdwil van de massa’s

“rekening te houden en te proberen — ondanks de vele gevaren als gevolg van de nationalistische vormen die deze strijd aanneemt — deze te oriënteren op een klassenstrijd”.

Daarom moest men volgens dit document ook voor een oriëntatie op de klassenstrijd, de anti-chauvinistische propaganda combineren met praktische pogingen om

“deze politiek te laten doordringen in de gelederen van de partizanen, om de latente revolutionaire krachten die zich daarin bevinden, te groeperen op basis van een klassenpolitiek en klassenorganisatie”.

Zo besloot men systematisch door te dringen in de volksverzetsbewegingen, en meer belang toe te kennen aan de revolutionaire mogelijkheden van haar inhoud, dan aan haar soms enigszins chauvinistische vorm.

De vooruitzichten van de Europese revolutie

De nationale kwestie was in laatste instantie verbonden met die van de vooruitzichten van de Europese revolutie. Het ging inderdaad om het volgende. Of men was met de afwikkeling van de oorlog op weg naar de ‘nationale opstand’ en een ‘burgerlijk-democratische’ periode daarna. Of men moest zich oriënteren op de socialistische revolutie, en profiteren van de revolutionaire crisis, die juist door de oorlog, de nederlagen van Duitsland en Italië, de overwinningen van het sovjetleger, en de verbittering van de volksmassa’s van Europa tegen allen die verantwoordelijk waren voor de ‘rampen van het imperialisme’, ontstaan was.

De discussie over deze vooruitzichten wordt vooral heftig vanaf 1945. Dat is het jaar van de invasie van Italië en de revolutionaire agitatie die in dit land ontstaat. Men begroette haar als het begin van de Italiaanse en de Europese revolutie. Langzamerhand werd men zich echter bewust van de druk, die dreigde uitgeoefend te gaan worden op een gunstige revolutionaire ontwikkeling, door de contrarevolutionaire rol van de sociaaldemocratische en vooral stalinistische leidingen (zowel van het Kremlin, als van de communistische partijen), en van de Engels-Amerikaanse bezetting. Het Kremlin overwoog niets anders dan het voortzetten van een geheime diplomatie met zijn imperialistische ‘bondgenoten’ om de verdeling van invloedssferen door te voeren. Dit vond plaats op de achtereenvolgende conferenties van Cairo en Teheran, die hun vervolg vonden in de conferenties van Jalta en Berlijn.

De publicatie van de memoires van diverse politici, onder meer die van Churchill, de getuigenissen van Joegoslaven en uit andere bronnen, hebben tegenwoordig voldoende licht geworpen op deze transacties. Deze hebben grotendeels het lot van Europa bepaald, en hebben de autonome ontwikkeling van de revolutie willens en wetens geblokkeerd.

De communistische partijen die trouw gebleven waren aan het Kremlin, dus met uitzondering van de zich onafhankelijk gemaakt hebbende communistische partij van Joegoslavië, beperkten zich strikt tot een politiek van ‘nationale eenheid’ met de bourgeoisie, en waren geenszins georiënteerd op de revolutie. In tegendeel, het ging er voor deze partijen in werkelijkheid om de geheime akkoorden van het Kremlin met zijn bondgenoten te garanderen. Deze akkoorden zorgden ervoor dat landen als Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Griekenland tot de invloedssfeer van deze bondgenoten behoorden. Zij moesten dus onder een burgerlijk regiem blijven.

Aan de andere kant moest men rekening houden met het feit dat deze ‘nationale’ politiek van de communistische partijen in zekere mate een situatie geschapen had, een bepaalde geestesgesteldheid in de bewegingen van de massa, en dat de lange onderdrukking door Hitler eveneens het opkomen van ‘democratische illusies’ had begunstigd.

Deze overwegingen zouden natuurlijk de algemene en juiste oriëntatie op arbeidersmacht in Europa niet veranderen, evenmin als de noodzakelijke pogingen om de revolutionaire crisis die ontstaan was door de oorlog, om te zetten in een overwinnende revolutie. Maar ze zouden de vooruitzichten op het tempo van de revolutionaire ontwikkeling, en de opvatting over het overgangsprogramma, waarop de massa’s zich zouden mobiliseren, beïnvloeden. Men kon terecht vrezen dat het tempo langzamer zou zijn, en men moest ook gedeeltelijk rekening houden met de democratische illusies van de Europese volksmassa. Over deze kwesties werd tussen 1943 en 1946 tegelijkertijd overlegd binnen de Amerikaanse organisatie en die in Europa. Er waren kleine minderheden die een al te eenvoudige kijk hadden op de overgang van de oorlog naar de ‘vrede’, en die mogelijkheden zagen om enige stadia over te slaan, zodat men snel zou kunnen komen tot het in het leven roepen van ‘comités’, van sovjets. Maar de grote meerderheid van de Internationale hield rekening met moeilijkheden die uit de bovengenoemde factoren voort zouden komen (de politiek van de traditionele leidingen, de democratische illusies bij de massa, en de Engels Amerikaanse bezetting).

Het belangrijkste meningsverschil binnen de meerderheid betrof de opvatting over, en de structuur van, het program om de massa’s te mobiliseren. Moest dit een wezenlijk democratisch program zijn, zoals sommigen dat eisten, aangepast aan het ‘politiek bewustzijn’ van de massa die vervuld was van democratische en parlementaire illusies, of een program dat in wezen een overgangsprogram was, gebaseerd in de eerste plaats op de objectieve omstandigheden waarin het kapitalisme zou verkeren na het eind van de oorlog?

De meerderheid van de Internationale was beslist voor deze laatste opvatting over het program, zonder dat zij het belang ontkende van de ‘enorme rol’ die democratische leuzen op bepaalde momenten konden spelen in de strijd. Maar zij vergaten ook niet dat voor ons

“deze formules van de democratie slechts voorbijgaande of periodieke leuzen zijn de onafhankelijke proletarische beweging, en niet een losse knoop van de democratie die door de vertegenwoordigers van de bourgeoisie om de hals van het proletariaat gelegd is (Spanje)” (Overgangsprogramma van de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale).

Het vooruitzicht op een revolutie in Duitsland was een beoordelingsfout die de hele Vierde Internationale tot eind 1944 maakte. Van de onvermijdelijke nederlaag en het ineenstorten van het Hitler regime werd toen het vooruitzicht op de revolutie losgemaakt.

Men realiseerde zich in die tijd slecht de gevolgen van de reactionaire politiek van het Kremlin, in nauw verbond met de Engels-Amerikaanse imperialisten, een politiek die erop gericht was gezamenlijk Duitsland te bezetten, het te verdelen en te plunderen, en er iedere mogelijkheid tot een revolutionaire opleving weg te nemen.

Dit vooruitzicht was in werkelijkheid nauw verbonden met het meer algemene vooruitzicht van de Europese revolutie, gebaseerd op de opvatting dat Europa ‘epicentrum’ nummer één zou zijn van de revolutionaire crisis, die zou ontstaan na afloop van de oorlog. Er moest enige tijd voorbij gaan voordat men zich realiseerde dat de ware revolutionaire veranderingen zouden plaatsvinden op het koloniale plan, en in de landen die door het sovjetleger bezet waren.

Onze slachtoffers tijdens de oorlog

Het is nog niet mogelijk om zich een ook maar enigszins volledig beeld te vormen van de praktische activiteit van onze militanten tijdens de Tweede Wereldoorlog, en wat deze activiteit ons gekost heeft. Men weet bv. nog weinig van het optreden van de trotskisten in de USSR in de concentratiekampen en de gevangenissen. Uit enige getuigenissen van personen die na hun bevrijding uit de sovjetkampen het westen hebben kunnen bereiken, weten we echter dat de militante trotskisten die de stalinistische terreur van de jaren 1936-1938 overleefd hebben, hun onbuigzaam verzet hebben voortgezet en tot de politiek meest krachtige en actieve elementen gerekend konden worden in deze naargeestige oorden.

Wij kennen nog niet alle bijzonderheden van de activiteit van onze kameraden in de concentratiekampen in nazi-Duitsland en in het China van Tjiang Kai-sjek.

Zeker is in ieder geval dat overal de militante trotskisten hun krachten hebben kunnen reorganiseren zelfs tijdens de oorlog. Nieuwe organisaties en contacten zijn in dezelfde tijd ontstaan, zoals in China, op Ceylon en in verschillende Latijns-Amerikaanse staten.

We weten daarentegen veel beter wat er in de West-Europese landen die door de nazi’s bezet waren gebeurd is, evenals in Engeland, de Verenigde Staten, Canada, Australië en elders. Er zijn zelfs landen die niet veel invloed hadden op het lot van de wereld, zoals Palestina, in de oorlog onder Engels mandaat, waar toch de activiteit van trotskisten van grote betekenis was voor de juistheid van de verdedigde gedragslijn, en de offers die voor deze opdracht gebracht zijn. Men zou bv. niet, zoals in de huidige Arabische revolutie, de strijd kunnen bagatelliseren die de trotskisten gevoerd hebben voor en tijdens de oorlog in Palestina. Dat was een strijd tegen het Engelse, Franse en Amerikaanse imperialisme, tegen het zionisme, en tegen de stichting van een Joodse staat ten koste van de Arabieren, voor de bevrijding en de vereniging van de Arabische landen, en voor een revolutionair-socialistische Arabische arbeidersbeweging.

Deze beleidslijn hebben de Palestijnse trotskisten verdedigd in verschillende publicaties die in het Hebreeuws, Arabisch en Engels (voor de Engelse soldaten) verschenen. Het werd streng onderdrukt door de Engelse imperialisten en zijn zionistische bondgenoten.

Men mag daar tegenover niet vergeten wat de gedragslijn van de stalinisten was, bijvoorbeeld het beleid dat gevolgd werd door de Syrische communistische partij, geleid door Bakdasj. Deze drong aan op absolute samenwerking met De Gaulle, verzette zich tegen iedere klassenactie tegen de inheemse feodalen en kapitalisten, verwierp ieder denkbeeld van agrarische hervorming, en beperkte zich ertoe om het ‘medelijden’ van de feodalen op te wekken voor de ‘arme fellahs’.

De enige openbare processen tijdens de oorlog en de enige veroordelingen tot de dood of tot gevangenisstraffen van revolutionaire leiders en militanten, beschuldigd van verzet tegen de imperialistische oorlog, hebben trotskisten tot slachtoffers gehad, zowel in het ene als in het andere kamp. Zo vermoordde de Gestapo in Nederland op 12 april 1942 na een openbaar proces 9 bekende leiders van de RSAP, trotskisten en sympathisanten, waaronder de kameraden Sneevliet en Dolleman. In Oostenrijk (Wenen) en Duitsland werden militante trotskisten geëxecuteerd na een openbaar proces. We hebben al gesproken over het proces en de gevangenneming van leidende trotskisten in de Verenigde Staten, en van gevangen genomen trotskistische leiders op Ceylon.

In Engeland spelen de trotskisten een leidende rol in de stakingsgolf in 1943 en 1944. Deze stakingsgolf geeft het ontwaken aan van het politieke bewustzijn van de Engelse arbeiders, en hun verzet tegen de imperialistische oorlog. De kapitalistische pers beschuldigt de trotskisten, de klassenjustitie werpt zich op verscheidene leiders, die men verantwoordelijk stelt voor de arbeidsonrust. De stalinistische partij daarentegen preekt de heilige eenheid onder de ‘nationale’ leiding van Churchill.

Maar in de landen van het Europese vasteland die door de nazi’s bezet waren, heeft de Vierde Internationale de zwaarste tol moeten betalen voor haar consequente en moedige strijd tegen de imperialistische oorlog en tegen het regiem dat hem veroorzaakt heeft [17]. In Frankrijk vielen al vroeg kameraden ten offer aan de wrede nazi-onderdrukking. Bij de eersten behoorden Marc Bourhis en Pierre Gueguen, die 22 oktober 1941 gefusilleerd werden in het kamp van Châteaubriand. Tientallen andere kameraden werden gearresteerd en gedeporteerd, waarvan het grootste deel in de concentratiekampen is gestorven. In oktober 1943 arresteert de. Gestapo de secretaris van de PCI, de Franse sectie van de Vierde Internationale, Marcel Hic. Hij werd naar Buchenwald gestuurd en daarna naar Dora, waar hij gestorven is.

Ondanks deze onderdrukking, die van tijd tot tijd de rijen uitdunde, reorganiseren de militante trotskisten in Frankrijk zich en zetten hun activiteiten onvermoeibaar voort. Vier jaar lang verschijnt de trotskistische pers geregeld, meestal gedrukt. Naast de stalinistische pers zijn de trotskistische publicaties de enigen die regelmatig en in druk verschijnen. La Vérité verscheen in gestencilde vorm vanaf augustus 1940 en riep het eerst op tot verzet tegen de nazibezetting.

Quatriéme Internationale was het theoretische blad van het Europese secretariaat van de Vierde Internationale, dat in 1943 werd gevormd. Het verscheen vanaf eind 1943. Speciale vermelding verdient de uitgave van een in het Duits gedrukt orgaan Arbeiter und Soldat, bestemd voor de propaganda onder de Duitse soldaten in Frankrijk en andere Europese landen. Dit was ook een uitgave van het Europees secretariaat, met als verantwoordelijk redacteur kameraad Paul Widelin, een geëmigreerde Duitse trotskist.

Arbeiter und Soldat was het enige orgaan in het Duits van het revolutionaire marxisme. Zijn moedige verspreiding onder de Duitse soldaten heeft aan verscheidene kameraden het leven gekost, soldaten en burgers, Duitsers en Fransen, die dit werk verrichtten.

Grote toewijding voor de revolutionaire zaak van de Internationale heeft de activiteit van de trotskisten tijdens de oorlog gekenmerkt, zowel in Frankrijk als elders. Het is voldoende om enige namen van kameraden te noemen, zoals de Belg Leon Lesoil. Deze was ex-leider van de KP van België, en later van de Belgische trotskistische organisatie, werd in 1941 gearresteerd, en overleed na deportatie in Duitsland. En A. Leon, eveneens van de Belgische organisatie, een opmerkelijk begaafd man, die een uniek boek schreef over de materialistische opvatting van het Joodse vraagstuk. Hij werd gearresteerd en stierf na deportatie. De Italiaan Blasco (Tresso), ex-leider van de KP van Italië en oprichter van de trotskistische linkse oppositie in Italië, gevangen genomen door de nazi’s en vervolgens door de stalinisten vermoord. Tientallen Griekse kameraden, vermoord door de fascisten of door de stalinisten (in december 1944), onder wie de kameraad Pentelis Pouliopoulos, voormalig secretaris van de KP van Griekenland. Verscheidene Poolse, Chinese en andere kameraden.

Kort voor de bevrijding van Parijs, in het begin van de zomer van 1944, arresteerde de Gestapo vier militante trotskisten, onder wie kameraad Widelin. Toen ze naar het politiebureau gebracht werden stond hen een merkwaardig lot te wachten. Eén van de mannen kon uit de tweede etage van het gebouw springen en wist te ontkomen, een vrijwel uniek feit in de geschiedenis van het door de nazi’s bezette Parijs. Kameraad Widelin werd meegenomen naar het bos van Vincennes, daar geëxecuteerd en achtergelaten. Hij was echter niet dood. Door een voorbijganger naar het ziekenhuis gebracht kon hij zijn kameraden waarschuwen, die begonnen zijn ontvoering uit het ziekenhuis voor te bereiden, desnoods met geweld. Maar één dag voor de uitvoering van het plan kreeg de Gestapo, die door een lid van het ziekenhuispersoneel gewaarschuwd was, hem weer in handen en doodde hem.

Dit jaar (1958) is in België in de grootste anonimiteit gestorven de kameraad Gallois, mijnwerker, die in de oorlog naar Buchenwald gedeporteerd was. Op een dag hadden SS'ers, lachend, aan een groep uitgeputte gedeporteerden die nauwelijks meer op hun benen konden staan, een hoop skeletmagere, stinkende menselijke wezens vol ongedierte laten zien. Het waren Joden die ze op het punt stonden te vergassen. Tenzij, verklaarden ze, een ‘liefdadige ziel’ op zich zou nemen ze één voor één te reinigen. Geen enkele christen, noch iemand anders uit het kamp meldde zich aan voor dit werk, behalve kameraad Gallois, die nederig naar voren kwam uit de rij en zich opgaf voor deze taak, op voorwaarde dat de SS'ers hun belofte zouden houden en het leven van de Joden, waar het om ging, zouden sparen.

Wekenlang is kameraad Gallois bezig geweest zijn taak tot het einde toe te vervullen.

De dood van kameraad Pouliopoulos is niet minder karakteristiek voor de menselijkheid en standvastigheid van verscheidene van degenen die de standpunten van de Vierde Internationale vastgehouden hebben tijdens de oorlog. Pouliopoules, sinds 1939 in de gevangenis, werd met 3 andere trotskistische kameraden geëxecuteerd in juni 1943. Zij waren gekozen uit de eerste slachtoffers van de fascistische onderdrukking in Griekenland. Hij sprak de soldaten van het executiepeloton toe in hun eigen taal, en veroorzaakte zo een ware muiterij onder hen, daar de soldaten weigerden te schieten. Tenslotte schoten de officieren Pouliopoulos dood. Onze kameraden zijn niet voor het ‘vaderland’ gevallen, of voor de ‘democratie’ maar voor de revolutie en het socialisme. De jonge militanten van de Vierde Internationale zullen de herinnering levend weten te houden aan onze mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog gestorven zijn. Of ze nu Widelin, Lesoil, Leon, Hic, Blasco, Pouliopoulos of Gallois heetten, ze hebben overal hetzelfde gezicht getoond van de revolutionaire marxist, onverschrokken tegen de stroom, tegenover de klassenvijand, bereid om tegen de stroom en de tegenwind op iedere plaats en onder alle omstandigheden de standpunten van de Vierde Internationale te verdedigen.

5.

Als men achteraf de geschiedenis van de Vierde Internationale sinds de Tweede Wereldoorlog bestudeert, dan onderscheidt men al gauw een eerste periode, die loopt van het eind van de oorlog, tot aan het 2e wereldcongres (april 1948). Deze periode wordt gekenmerkt door de volgende algemene gedachtegang: de nieuwe wereldsituatie wordt beheerst door de macht die de oorlogsconjunctuur heeft verleend aan de Verenigde Staten en de USSR en door hun wederzijdse betrekkingen. In de krachtmeting tussen deze machten, die dreigt uit te lopen op een derde wereldoorlog, staat het Amerikaanse imperialisme, dat machtiger is dan ooit, er het gunstigste voor. Alleen de tussenkomst van de proletarische revolutie, onder leiding van een nieuwe revolutionair marxistische voorhoede, zou kunnen verhinderen dat de USSR bezweek in deze beproeving.

De schatting van de globale krachtsverhouding ten gunste van het imperialisme, van het Amerikaanse imperialisme in het bijzonder, was in die tijd op een serie reële gegevens gebaseerd, zoals die voortkwamen uit de wereldoorlog. Ten eerste was er de wereldexpansie van het Amerikaanse imperialisme, dat zich enorm ontwikkeld en verrijkt had tijdens de oorlog. Vervolgens de economische verzwakking van de USSR. En tenslotte de buitengewoon opportunistische politiek van de sovjetbureaucratie en de communistische partijen. Deze stonden revolutionaire posities en mogelijkheden regelrecht in de weg, in de landen die door het sovjetleger bezet waren, de kapitalistische landen van Europa, en de koloniën.

Maar de bijzondere druk van elk van deze gegevens, evenals de dynamiek van hun ontwikkeling, en vooral van hun onderlinge beïnvloeding, was nog niet juist geschat. Wat een juiste beoordeling van de situatie, zoals die uit de Tweede Wereldoorlog was voortgekomen, in de weg stond was vooral dit: de teleurstelling over de mislukking van de Europese revolutie die zich begon af te tekenen. En de manier van optreden van de sovjetbureaucratie in de door het sovjetleger bezette landen.

Het werd duidelijk dat de kansen op een Europese revolutie die reëel waren in een hele reeks landen als Italië, Frankrijk en Griekenland bedorven dreigden te warden door het buitengewoon opportunistische gedrag van de communistische partijen. En de tweeslachtigheid van de macht ia de door de Sovjet-Unie bezette landen duurde nog voort. Hierdoor had onze beweging de neiging, om de capaciteiten van de USSR om zich te herstellen, en de mogelijkheden van een succesvol verzet tegen de druk van het Amerikaanse imperialisme, te onderschatten. Het Amerikaanse imperialisme was toen in volle economische bloei, en was nog de enige bezitter van de atoombom.

Wij baseerden onze revolutionaire vooruitzichten voor alles op de verheviging van de tegenstrijdigheden van het kapitalisme, op de vooruitgang van de koloniale revolutie, en op de rol van de revolutionair marxistische voorhoede die de traditionele opportunistische leidingen zou moeten vervangen.

In april 1946 werd de eerste naoorlogse conferentie van de Vierde Internationale gehouden. Deze bracht vertegenwoordigers bijeen van de Engelse, Franse, Duitse, Belgische, Nederlandse, Zwitserse, Ierse, Spaanse, Canadese, Palestijnse secties, en die van enkele andere landen van Noord en Zuid-Amerika en de koloniën.

Van de politieke oriëntatie van onze beweging in die tijd krijgt men een duidelijk beeld uit de voornaamste politieke documenten, die door deze conferentie zijn opgesteld. Dit zijn de resoluties over De nieuwe imperialistische vrede en de opbouw van de partijen van de Vierde Internationale, en het manifest dat de titel draagt Alleen succesrijke socialistische revoluties kunnen een derde wereldoorlog verhinderen.

De teksten van de conferentie houden zich bezig met de economische en sociale moeilijkheden van het kapitalisme op internationale schaal. Zij constateren de ontwikkeling en de concentratie van het productieapparaat in een aantal landen, waaronder in de eerste plaats de Verenigde Staten en Canada, en de industrialisatie van nieuwe landen. Deze processen gaan aan de andere kant gepaard met de uitputting, het uiteenvallen en de destructie van de economie van andere landen. Zij onderstrepen

“de enorme vermindering van het bijzondere gewicht van Europa in de wereldeconomie, dat in bijzondere mate zijn afhankelijkheid van de andere continenten en in het bijzonder van Amerika, accentueert”.

Op specifiek economisch terrein werden de ontwikkeling en de vooruitzichten op de aprilconferentie als volgt vastgelegd:

“De oorlog heeft de ontwikkeling en de concentratie van het productieapparaat van sommige landen en in de eerste plaats van de Verenigde Staten begunstigd, en heeft de productiecapaciteit van de wereldeconomie als geheel op een hoger niveau gebracht dan dat van 1939. Tegelijkertijd veroorzaakt zij een algemene verarming, die geïllustreerd wordt door de enorme schulden van alle landen (ook de Verenigde Staten), de inflatie, de landbouwcrisis, en als gevolg daarvan de daling van de opnamecapaciteit van de wereldmarkt. De oorlog heeft niet alleen de crisis van de afzetgebieden niet opgelost; zij heeft haar daarentegen enorm verergerd”.

Op basis van deze evaluatie schetste de aprilconferentie het algemene perspectief als volgt:

“Het hervatten van de economische activiteit van de kapitalistische landen die door de oorlog getroffen zijn, speciaal de landen van het Europese vasteland, zal gekarakteriseerd worden door een bijzonder langzaam tempo, zodat de economische activiteit lange tijd zal stagneren, en zich slecht zal ontwikkelen. Daar de Amerikaanse economie de enige is die in de onmiddellijke behoeften van de wereldmarkt kan voorzien, zal deze aanvankelijk relatief sterk ontwikkeld worden, wat het volledig functioneren van zijn productieapparaat zal bevorderen. De beperkte opnamecapaciteit echter van de binnenlandse en de wereldmarkt zullen zich na korte tijd verzetten tegen deze toename van de productie. De Verenigde Staten zullen een nieuwe economische crisis tegemoet gaan, die uitgebreider en heviger zal zijn dan die van 1929-1933, en waarvan de terugslag de wereldeconomie in zijn geheel aan het wankelen zal brengen”.

Uitgaande van een algemene analyse van de internationale economische en sociale toestand, stellen de documenten van de aprilconferentie in het vooruitzicht: “een lange periode van grote economische moeilijkheden, beroeringen, en algemene en partiële crisissen”. Vanuit dit gezichtspunt stellen de documenten dat het noodzakelijk was

“geen conclusies te trekken over de ware dynamiek van de revolutionaire vooruitgang, zich beperkende tot Europese schaal, en alleen maar te constateren dat er tijdelijk geen sprake is van een revolutie in Duitsland, hoe belangrijk dat feit ook kan zijn.

Het gaat momenteel om een wereldcrisis zoals die er in het verleden nooit geweest is, om een opgang in de wereldrevolutie, die hoewel zij in de verschillende landen van de wereld niet even snel tot rijpheid komt, zeker zal maken dat de revolutionaire haarden elkaar wederzijds blijven beïnvloeden, en zo het uitzicht openen op een lange revolutionaire periode”.

Het is natuurlijk gemakkelijk achteraf kritiek te leveren op de onderschatting van de herstelmogelijkheden van de Europese economie, of op het speculeren op een Amerikaanse crisis van het klassieke type. Men moet echter zijn verbeeldingskracht te hulp roepen, en zich proberen te verplaatsen in de concrete omstandigheden van die tijd. De Europese economie lag volkomen plat, het productieapparaat was volkomen ontwricht, de arbeiders waren in opstand, en de Amerikaanse hulp was beperkt tot levensmiddelen, om de ware hongersnood te bestrijden die bijna overal heerste op het Europese vasteland, te beginnen bij Duitsland.

Het werkelijk herstel van de Europese economie vond pas na 1948 plaats, zo niet later dan 1950, en zijn echte hausse dateert pas van 1953. Dat wil zeggen, verscheidene jaren na de systematische economische hulp van de Verenigde Staten, die veel bijgedragen heeft tot het herstel van de economie, en nadat het Europese proletariaat, gedesoriënteerd door de reformistische en stalinistische leidingen, de kapitalistische economie weer hadden helpen opbouwen.

Bij het einde van de oorlog was de kapitalistische economie in Europa ontwricht, en verkeerde het proletariaat in revolutionaire onrust. De Vierde Internationale had er toen beslist gelijk mee dat ze erop rekende dat de massa’s zouden weigeren de kosten van de imperialistische oorlog te betalen en om, ten koste van hun eigen levensniveau, het ineenstortende kapitalistische regiem weer op de been te helpen.

Het vooruitzicht van de economische ‘hausse’ (periode van hoogconjunctuur) in Europa zou alleen maar het resultaat kunnen zijn van een zekere nederlaag van de revolutionaire vooruitzichten van het Europese proletariaat.

De Vierde Internationale was in die jaren niet bereid deze nederlaag bij voorbaat als onvermijdelijk te aanvaarden. Zij rekende op de strijd van het Europese proletariaat, en wierp al haar krachten hoe beperkt die ook waren, in die strijd voor een revolutionaire oplossing van de onmiskenbare crisis waarin het Europese kapitalisme verkeerde.

Daaruit bestond overigens de politieke differentiatie die in die tijd plaatsvond binnen onze beweging in Europa en in de hele wereld. Een in wezen rechtse stroming was teleurgesteld dat het niet onmiddellijk, als gevolg van het eind van de oorlog, tot een Europese revolutie kwam. Deze stroming was onder de indruk van de invloed van de communistische partijen op de massa, en begon te rekenen op de kapitalistische stabilisatie in Europa, op basis van economische welvaart en burgerlijke democratie. Dit laatste verzwakte de schoksgewijze plaatsvindende, krampachtige ontwikkeling van de internationale toestand, die vergezeld ging van crisissen en plotselinge wendingen, ten gunste van een veel meer gecontroleerde, ‘vreedzame’, ‘democratische’ en parlementaire ontwikkeling.

Deze stroming werd tijdens de bloeiperiode van de parlementaire kracht die de communistische partijen hebben gekend in de jaren 1945-1947, onmiskenbaar beïnvloed door een stalinistisch opportunisme.

Andere stromingen daarentegen waren in diezelfde naoorlogse periode teleurgesteld door de opportunistische politiek van de communistische partijen, en het gedrag van de sovjetbureaucratie in de door haar bezette landen, die geplunderd, verdeeld, en onderdrukt werden. Die stromingen hebben de discussies over het karakter van de USSR en het stalinisme nieuw leven ingeblazen, door de revisionistische meningen over deze kwesties, het ‘staatskapitalisme’ of het ‘bureaucratisch collectivisme’ te verdedigen.

Maar de kern van de Internationale heeft stand gehouden tussen deze twee stromingen. Zij toonde daarbij een groeiende bekwaamheid, om haar heroriëntatie beter aan te passen bij de buitengewone ontwikkelingen die waren ontstaan door het beëindigen van de oorlog.

We moeten nu nog even stilstaan bij wat een tegelijkertijd centrale, en niet waar gemaakte verwachting van onze beweging in die tijd schijnt te zijn geweest: een economische crisis van het klassieke type in de Verenigde Staten. De Amerikaanse economie heeft sedert de oorlog recessies gekend, maar geen klassieke crisis, en deze kwestie vraagt natuurlijk om uitleg.

Onze beweging is betrekkelijk laat begonnen zich hierin te verdiepen, pas tegen 1955. Dat was tijdens de uitzonderlijke hausse die de kapitalistische economie gekend heeft in de jaren 1953-1957, en de onmiskenbare invloed van deze hausse op de ontwikkeling van de internationale en sociale conjunctuur. We komen later op deze zaak terug. Voor het ogenblik is het voldoende te zeggen dat de verwachting van een economische crisis in Amerika — waarmee gerekend werd voor de naaste toekomst en in een klassieke vorm — natuurlijk als resultaat had dat de mogelijkheden voor een revolutionaire crisis in de ontwikkelde kapitalistische landen, in het bijzonder de Verenigde Staten, overschat zijn.

Deze opvatting, en ook het grote belang dat men in die tijd toe kende aan het Amerikaanse imperialisme, verhaastte de verwachting van het tijdstip van de Amerikaanse revolutie te veel.

Met dit vooruitzicht lijken de intussen reële vooruitgangen van de koloniale revolutie betrekkelijk onbetekenend. Ze schijnen hun bijzondere belang te verliezen, dat we hen nu moeten toekennen in de concrete ontwikkeling van de proletarische revolutie in onze tijd.

De belangrijkste tekst Stellingen over de Amerikaanse revolutie, die tijdens de 12e nationale conferentie van de SWP in de Verenigde Staten is aangenomen, is tekenend voor deze houding. Het document is gebaseerd op het vooruitzicht van de ‘komende economische crisis’ in de Verenigde Staten, die een crisis zou zijn van het klassieke type.

“In het kielzog van de hausse zal noodzakelijkerwijs weer een crisis en een depressie volgen, waarbij vergeleken de verhoudingen van 1929-1933 nog rooskleurig zullen lijken”.

Het document wordt aan de andere kant beheerst door het denkbeeld van de ‘beslissende’ rol van Amerika in de wereld. Het trekt daar de volgende conclusies uit:

“Als Europese en koloniale revoluties die op het ogenblik op de agenda staan in de tijd vooraf zullen gaan aan het hoogtepunt van de strijd in de Verenigde Staten, dan zullen ze zich onmiddellijk geplaatst zien voor de noodzaak, hun verworvenheden te verdedigen tegen de economische en militaire aanvallen van het monsterlijke Amerikaanse imperialisme.

Overal zal het vermogen van de opstandige volken om weerstand te bieden voor het grootste deel afhangen van de macht en de strijdlust van de revolutionaire arbeidersbeweging in Amerika.

De vraag: socialisme of kapitalisme, zal pas opgelost worden als hij in Amerika opgelost is. De beslissende strijd voor de communistische toekomst van de mensheid zal in de Verenigde Staten gevoerd worden”.

Het jaar 1947 wordt gekenmerkt door belangrijke ontwikkelingen op internationaal terrein. Het is het jaar van de rede van president Truman (12 maart), die min of meer de ‘koude oorlog’ opent, en de actieve interventie van het Amerikaanse imperialisme in Griekenland en Turkije; de lancering van het Marshallplan voor de wederopbouw en versterking van het Europese kapitalisme; de oprichting van de Kominform in september; de bevrijding van India; de tweede burgeroorlog in Griekenland; de oorlog in Indonesië; en de omvangrijke arbeidersstrijd in Frankrijk, Italië, België, Nederland, Japan enz. De Vierde Internationale, opnieuw georganiseerd tijdens de conferentie van april 1946, neemt stelling ten aanzien van al deze gebeurtenissen, en neemt actief deel aan de klassenstrijd.

De conferentie van april 1946 had besloten het Internationaal Uitvoerend Comité te ontbinden, evenals het Internationaal Secretariaat, dat tijdens de oorlog buiten Europa gevestigd waren. Er was hier een nieuw Internationaal Uitvoerend Comité en een Internationaal Secretariaat gekozen, van overwegend Europese samenstelling, en meer gebaseerd op het Europees Uitvoerend Comité en het Europees Secretariaat [18].

Vanaf die datum beginnen de leidende organen van de Internationale weer bijeen te komen en regelmatig te functioneren. De eerste algemene vergadering van het nieuwe Internationaal Uitvoerend Comité werd gehouden van 15-13 juni 1946. Ze nam een aantal belangrijke resoluties aan. Deze gingen over het terugtrekken van bezettingstroepen van het hele Europese grondgebied en uit de koloniën; over de toestand in Spanje; over de vereniging van de SWP en de WP (Workers Party) in de Verenigde Staten; over de opportunistische afwijking van de meerderheid van het Centrale Comité van de PCI (de Franse sectie) over het referendum van 5 mei 1946 in Frankrijk; en over de tactiek van de RCP (Engelse sectie) ten opzichte van de Labour Party.

In oktober 1946 was de 2e algemene bijeenkomst van het Internationaal Uitvoerend comité. Hier werd de discussie geopend in de Internationale ter voorbereiding van het 2e wereldcongres. Deze discussie zou speciaal gaan over de kwestie van de USSR en de politiek van de communistische partijen; de betekenis van het overgangsprogram en de manier om het toe te passen; en de tactiek die gevolgd moest worden voor de vorming van revolutionair marxistische massapartijen. De agenda die voor de discussie werd voorgesteld geeft in grote lijnen een beeld van de voornaamste onderwerpen die in die tijd de Internationale bezighielden en waarover meningsverschillen bestonden.

De 3e algemene bijeenkomst van het Int. Uitv. Comité vond plaats eind maart 1947. Ze nam een aantal belangrijke teksten aan: een open brief aan de arbeiders van Japan; een oproep tot solidariteit met de volksmassa’s van Indochina die tegen het imperialisme vochten; een oproep aan de arbeiders van Europa en de Verenigde Staten om zich te verzetten tegen de plannen van de imperialisten en de sovjetbureaucratie wat betreft Duitsland, en meer in het bijzonder de exploitatie van de Ruhr.

Het manifest tegen de oorlog in Indochina eindigde met een oproep aan alle arbeidersorganisaties om hun solidariteit te betonen met de strijd van de Indochinese en koloniale massa’s tegen de kapitalistische onderdrukking. Het riep op tot een boycot van de productie en het transport van materiaal voor de imperialistische legers.

Het manifest over Duitsland sprak zich uit tegen ‘de roversplannen van de Grote Vier’, tegen ‘annexaties; herstelbetalingen en de plannen voor de verdeling van Duitsland’, en voor een ‘verenigde en vrije Duitse arbeiders- en boerenrepubliek’.

De 4e algemene vergadering van het Int. Uitv. Comité, de laatste voor het 2e wereldcongres, werd gehouden in september 1947.

De reorganisatie van de krachten van de Internationale en zijn ontwikkeling gedurende deze periode weerspiegelen zich duidelijk, zowel in de ideologische als praktische activiteit van zijn verschillende secties en van de nieuwe organisaties die ontstaan. De centrale pers van de Internationale in die tijd, voornamelijk vertegenwoordigd door het theoretische blad Quatriéme International, is een getrouwe weergave van deze activiteit.

Het 2e wereldcongres heeft de gelegenheid gegeven om op opzienbarende wijze, zowel de organisatorische vooruitgang sinds de oorlog, als de ideologische en politieke groei van de Internationale te constateren.

De werkzaamheden van het 2e wereldcongres, dat begin april 1948 begon en plaatsvond in Parijs, hebben 3 weken geduurd. Aan het congres namen ongeveer 50 afgevaardigden deel, die 22 organisaties van de Vierde Internationale in 19 landen vertegenwoordigden.

Onder de afgevaardigden bevonden zich vertegenwoordigers uit de meeste Europese landen, waarbij inbegrepen de landen die nog door Amerika of de Sovjet-Unie bezet waren. Verder uit Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en het Verre Oosten. Het aantal vertegenwoordigers uit koloniale en halfkoloniale landen was al bijzonder toegenomen. De belangrijkste teksten die door het congres aangenomen of uitgewerkt werden, waren:

De algemene politieke resolutie over De wereldsituatie en de taken van de Vierde Internationale; de stellingen over De USSR en het stalinisme; over de strijd van de koloniale volkeren en de wereldrevolutie; het programmatisch manifest. Tegen Wallstreet en het Kremlin! Voor het program van het communistisch manifest! Voor de socialistische wereldrevolutie! gericht tot de onderdrukten van de hele wereld; de nieuwe statuten van de Vierde Internationale; en tenslotte het rapport van de activiteiten van het Internationaal Secretariaat over Tien jaren van strijd van de Vierde Internationale. Verschillende kleine resoluties brachten verslag uit van de regeling van politieke en organisatorische kwesties van de verschillende organisaties van de Vierde Internationale.

De afgevaardigden naar het 2e wereldcongres hadden niet nagelaten

“het feit te begroeten dat ze zich verenigden op de 100ste verjaardag van het communistisch manifest, de eerste programmatische verklaring van het revolutionaire marxisme en van de internationale arbeidersbeweging die het inspireerde”.

Het tijdstip van het congres leek moeilijk:

“Nauwelijks drie jaar na het einde van de tweede imperialistische oorlog die de wereld verwoest heeft, en de kapitalistische tegenstellingen tot het hoogtepunt opgedreven heeft, bevindt de mensheid zich opnieuw voor een keten rampzalige ontwikkelingen. Deze zijn eigen aan de aard van het regiem, zolang als het zal bestaan. Het is het vooruitzicht op een nieuwe economische wereldcrisis, dictatoriale en fascistische bedreigingen, en een derde wereldoorlog met atoomwapens” (Hoofdartikel in Quatriéme Internationale over het 2e wereldcongres, maart-april 1948).

Men bevond zich inderdaad al midden in de ‘koude oorlog’ die de internationale en sociale toestand een totaal ander aanzien had gegeven sinds 1946. Sinds dat jaar, concludeerde de resolutie van het congres over De wereldsituatie,

“hebben zich ontwikkelingen voorgedaan zowel op economisch als op politiek terrein, die het mogelijk maken de aard van de huidige periode nauwkeuriger te definiëren, evenals de vooruitzichten en de taken voor de naaste toekomst”.

“Fundamenteel bleef de periode, die na de oorlog begonnen was, een tijd van een instabiel evenwicht. D.w.z. een periode van economische en politieke moeilijkheden, van beroeringen en crisissen voor alle landen, die onvermijdelijk grote strijd van de proletarische en koloniale massa’s met zich mee zal brengen. Als deze strijd zich ontwikkelt en uitbreidt, zal zij het kapitalistisch regiem zelf in gevaar kunnen brengen”.

Echter, “bij gebrek aan een revolutionaire uitweg, dreigde de door het kapitalisme bevorderde crisis opnieuw te leiden tot fascisme en een oorlog, die ditmaal het bestaan en de toekomst van de hele mensheid in gevaar zou brengen”.

Op het gebied van de economische vooruitzichten wees het 2e wereldcongres — al registreerde het de vooruitgang in de economische opbouw van Europa, en de effecten van het Marshallplan — op het onregelmatige en onzekere karakter van het economisch herstel. Het merkte anderzijds ‘voortekenen van een aanstaande depressie’ op in de Verenigde Staten, zonder ditmaal te zeer het accent te leggen op een dreigende crisis van het klassieke type.

Het 2e wereldcongres beoordeelde de globale machtsverhoudingen als zijnde in het voordeel van het imperialisme. Het Amerikaanse imperialisme was

“erin geslaagd zijn omsingeling van de USSR uit te breiden, en wel op alle terreinen: diplomatiek, economisch, politiek, militair en propagandistisch”. Toch, “ondanks zijn superioriteit op het gebied van de atoomwapens”,

en zijn diverse successen was het echter niet bezig zich klaar te maken voor een oorlog. De reden daarvoor was de volgende:

“Het Amerikaanse imperialisme moet, alvorens zich in de oorlog te storten, de economische impasse daadwerkelijk voelen, en moet zowel in Europa als in Azië solide steunpunten gevestigd hebben die het zullen kunnen doen geloven dat het snel en doeltreffend de wereldchaos meester zal kunnen worden, die het onvermijdelijk resultaat zullen zijn” van een dergelijke oorlog [19].

Tegenover de agressiviteit van de Amerikaanse politiek reageerde de sovjetbureaucratie, die ondertussen opmerkelijke vooruitgang had geboekt met de wederopbouw van zijn economie,

“met het versterken van zijn controle op de gebieden van zijn invloedssfeer, en het verharden van de oppositiehouding van de communistische partijen in de kapitalistische landen, die onder Amerikaanse macht staan”.

Het 2e wereldcongres heeft wat betreft de door de USSR bezette landen stappen gedaan in de richting van de stelling van een ‘structurele assimilatie’ van deze landen. Ze heeft nog wel haar karakterisering, als in wezen nog burgerlijke staten, volgehouden. Maar er heerste al geen eenstemmigheid meer over deze kwestie in de internationale leiding, en interne discussies trokken de deugdelijkheid van deze posities al in twijfel.

Het is waar dat de sovjetbureaucratie zich onder de druk van de koude oorlog zelf gedwongen zag om de overblijfselen van de ‘dubbele macht’ in versneld tempo op te ruimen, zowel op economisch als op politiek terrein. De ‘Praagse staatsgreep’ had al plaatsgehad, en niet alleen in Tsjecho-Slowakije.

De stellingen over De USSR en het stalinisme bevatten een deel dat betrekking had op de historische discussie over de Sovjet-Unie, en dat recht deed wedervaren aan de revisionistische argumenten, die door de diverse ‘pro-stalinistische’ of ‘anti-stalinistische’ stromingen die zich in onze beweging kenbaar gemaakt hadden, waren geuit.

Met de discussie die zowel tijdens de voorbereiding van het 2e wereldcongres, als tijdens het congres zelf plaatsvond, heeft ‘de kwestie Rusland’ opgehouden een controverse te zijn wat betreft het karakter van al of niet arbeidersstaat, zij het dan gedegenereerd, van de USSR.

Een andere verdienste van het congres was dat het een begin heeft gemaakt net een oriëntatie over het reële werk onder de massa van de organisaties van de Internationale. Het heeft nog wel de nadruk gelegd op het onafhankelijke optreden, waarbij intrede-politiek een uitzondering was.

Het congres had het democratisch-centralistische karakter van de wereldpartij, van de Internationale, opnieuw bevestigd. Met algemene stemmen waren nieuwe, meer complete statuten aangenomen, die zowel gebaseerd waren op die van de Derde Internationale, als op die welke tijdens de oprichtingsconferentie van de Vierde Internationale in 1933 aangenomen waren.

De tekst over De strijd van de koloniale volkeren legde de nadruk op de nieuwe vormen van indirect kolonialisme.

Achteraf gezien lijkt het 2e wereldcongres globaal de eerste periode in het bestaan en de naoorlogse ontwikkeling van de Internationale af te sluiten. Het is de periode waarin onze nationale krachten zich hergroeperen, tot klaarheid komen en zich heroriënteren op de nieuwe ingewikkelde situatie die ontstaan is door de Tweede Wereldoorlog.

In de loop van deze periode ontdoen de krachten van de Vierde Internationale, die politiek meer één geworden zijn, zich langzamerhand van de sektarische gewoonten en opportunistische zwakheden hier en daar, worden zich bewust van de nieuwe internationale en revolutionaire realiteiten, en gaan aan de slag voor een weldoordachte en doeltreffende integratie in de werkelijke massabeweging van ieder land.


[1] Het officiële communiqué van de conferentie gaf om begrijpelijke veiligheidsredenen in die tijd Zwitserland als plaats van samenkomst aan.
[2] Vooral door de Poolse afgevaardigden.
[3] Zijn echte titel is De doodsstrijd van het kapitalisme en de taken van de Vierde Internationale (in het Nederlands opnieuw uitgegeven door de RCB).
[4] Discussie over het Overgangsprogram (in het Nederlands verschenen in De Internationale, 1ste jaargang nr.4).
[x] De voetnootnummering in het origineel is hier fout — MIA.
[5] Wie was generaal José Miaja, voorzitter van de Raad voor de verdediging van Madrid, die de hoofdstad aan Franco uitgeleverd heeft en die de stalinisten bleven dekken? “De voorzitter van de beroemde Commissie voor de verdediging van Madrid, kameraad Miaja, is lid van de Communistische Partij. Zijn werk zal, met dat van zijn collega’s, de geschiedenis binnengaan!” - schreef het officiële orgaan van de Communistische Internationale Inprekor op 6 februari 1937.
[6] Stellingen uitgegeven door het Internationaal Secretariaat, gedateerd 10 juni 1934. Destijds in het Nederlands uitgegeven door de RSP.
[7] Zie de bundel van G. Zinovjev Tegen de stroom.
[8] De verzameling van alle geschriften van Leon Trotski tijdens deze strijd is in het Engels gepubliceerd onder de titel In Defence of Marxism bij Pioneer Publishers te Londen.
[9] In tegenstelling tot James Burnham, die in die tijd beweerde dat de USSR noch een kapitalistische, noch een arbeidersstaat was.
[10] Volgens de term van Bruno R. in zijn werk De bureaucratisering van de wereld, verschenen in 1939 in Parijs.
[11] L. Trotski, De USSR in de oorlog.
[12] Idem.
[13] Brief van L. Trotski aan John G. Wright, van 19 december 1939
[14] Leven en dood van L. Trotski, door Victor Serge.
[15] Program van de Joegoslavische communisten aangenomen op hun 6e nationale congres.
[16] Idem.
[17] Voor meer bijzonderheden zie de brochure La lutte des trotskystes sur la terreur nazie, uitgegeven door de Franse PCI.
[18] Tot leden van het nieuw Internationaal Uitvoerend Comité werden met algemene stemmen gekozen: 2 Engelsen, 2 Fransen, 1 Duitser, 1 Italiaan, 1 Belg, 1 Spanjaard, 4 Noord-Amerikanen, 1 Zuid-Amerikaan, 1 Vietnamees en 1 secretaris. Tot de plaatsvervangende leden behoorden een kameraad uit India en een uit China.
[19] Politieke resolutie: “Het uitbreken van een oorlog in de huidige verhoudingen zou betekenen dat deze snel een internationale burgeroorlog zou worden, met onzekere afloop.”