Anton Pannekoek

De opmars der reactie


Bron: De Nieuwe Tijd, 26e jaargang, 1921 - Via: kb.nl
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons LicenseCreative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Laatst bijgewerkt:


Verwant:
Fascisme, wat het is en hoe het te bestrijden
De Oostenrijkse crisis en het communisme
Tegen fascisme, kapitalisme en oorlog

I

Na de geweldige schok, die de oorlog en de beginnende proletarische revolutie aan het kapitalisme toebrachten, spant de bourgeoisie zich met alle macht in om het kapitalisme weer te consolideren en de revolutie terug te dringen. Iedere bourgeoisie moet dat in het eigen land doen; en tegelijk, in internationale samenwerking, onder leiding van de staatslieden der Entente, de meesters der aarde, over de gehele wereld. Waar het economisch stelsel in zijn grondslagen nog intact is, moet dit vooral door economisch herstel gebeuren; waar de fundamenten verwoest zijn, moet vooral gewerkt worden om het bankroet voor de massa’s te verbergen en hun vertrouwen in het kapitalisme in stand te houden. De onderlinge strijd der kapitaalmachten om de miljarden, die door politieke verwikkelingen de massa’s weer in beweging brengt, is daarbij de ergste belemmering.

Engeland is in het eerste opzicht het verst – wanneer we van Amerika afzien, dat nauwelijks door de oorlog geleden heeft. De Engelse bourgeoisie – die zich hierin weer als een wereldheersende klasse toont – heeft dit met energie aangepakt: het heeft de oorlogsschuld voor een groot deel afgelost ten koste van de oude gezeten rijkdom, de arbeiders door een soepele politiek aan het lijntje gehouden en gevaarlijke uitbarstingen verhinderd, Ierland door de witte terreur der “black and tans” er onder gehouden, en het bereidt het herstel van de handel met Rusland voor. Frankrijk daarentegen staat voor een volkomen bankroet: reusachtige schulden aan Engeland en Amerika – Amerika weigerde ze kwijt te schelden – terwijl miljarden nodig zijn voor het herstel der verwoeste streken, waaraan nog maar weinig gedaan is; een begroting met een sterk tekort, vooral door een miljoenen verslindende imperialistische politiek, die Frankrijks militair overwicht in Zuidoost-Europa en Syrië moet verzekeren, ter ondersteuning van het Franse bankkapitaal, dat reeds op Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Polen beslag heeft gelegd. Als aan een strohalm klampen de Franse politici zich vast aan de miljarden, die Duitsland zal moeten betalen. Hoe. het daarmee staat, zegt het duidelijkst de Parijse correspondent van de Westminster Gazette naar aanleiding van de besluiten van Parijs:

“De officiële opvattingen stemmen niet met de officiële politiek overeen. In het belang van de waarheid geloof ik, dat hetgeen in regeringskringen openhartig gezegd wordt, ook gepubliceerd moet worden. Het mag niet een geheim van de sluwe financiers zijn ... Ongelukkig houdt Frankrijk al te lang aan zijn illusies vast; Engeland komt er gaandeweg van terug. Natuurlijk zal de bevolking in Frankrijk woedend zijn, als ze hoort dat men ze zolang heeft bedrogen. Maar deze woede zal voorbijgaan en het resultaat, dat men de waarheid naar voren heeft gebracht, kan slechts heilzaam zijn. Het wordt steeds duidelijker, dat de tegenwoordige weg een bedrog op grote schaal is.”

Inderdaad, wat in Spa, Brussel, Parijs geschiedde en nu in Londen voortgezet wordt, is in de eerste plaats een bedrieglijk spel, om de massa’s te verhinderen de werkelijkheid klaar en duidelijk te zien – de werkelijkheid, dat in het bankroete kapitalisme hun slechts een grenzeloze uitbuiting te wachten staat, en dat de regeerders sidderen bij de gedachte, dat de massa’s daartegen zouden kunnen opstaan. Daarvoor dient de onderlinge schijnstrijd over de betaling en de ontwapening, slechts in zoverre reëel als ieder voor zich in het sjacheren zoveel mogelijk voordeel wil. Voor de Duitse bourgeoisie is dit natuurlijk een ernstige levenskwestie: of zij zelfstandig het Duitse proletariaat zal uitbuiten, onder schatting aan de Entente, maar zo, dat ze zelf nog accumuleren en opstijgen kan, of dat zij enkel als klerk en fabrieksbaas voor het Ententekapitaal optreedt; daarover gaat het in Londen. En dan komt daarbij het reële doel, door het aanstoken van nationalistische hartstochten de massa’s te verdelen en te verblinden.

Veel verder is het verval van het kapitalisme in Midden-Europa voortgegaan. Terwijl in het Westen de staat, waarin alle machtsmiddelen der bourgeoisie geconcentreerd, als in één hand samengevat zijn, noch onaangetast is, heeft in Midden-Europa de revolutie de organisatie van de staat min of meer ontwricht. Daar het functioneren van de staatsmacht (van politie, leger, verkeer, openbare diensten) zelf weer van de gehoorzame volgzaamheid van het proletariaat afhankelijk is, kan het niet anders, of een voortdurende oproerigheid der arbeidersklasse (passief of actief) moet dit apparaat verlammen, en verhinderen, dat het weer stevig wordt. Vroeger meenden wij, dat met de ontwrichting van de staatsmacht het proletariaat gemakkelijk meester moest worden; maar het proletariaat miste de kracht, de durf, het inzicht, de klare wil en nam de macht niet in handen. Daardoor is een revolutionaire tussentoestand ontstaan; het proletariaat niet meester, de staatsmacht verlamd, het economisch stelsel een zinkende chaos. En nu ontstaan nieuwe politieke verhoudingen, nieuwe strijd- en organisatievormen. Het economisch systeem mag ineenstorten: de wil van de bourgeoisie om te leven en te heersen is zo krachtig als ooit. Terwijl de staatsmacht vervallen is, is de bourgeoisie nog sterk; en zij schept zich nieuwe organen in de strijd, om de macht te behouden en de revolutie te bedwingen. Als de regering ons niet beschermen kan, zo denkt zij, omdat zij de proleten naar de ogen ziet – en moet zien, zoals in de Kapp-dagen bleek – zullen wij ons zelf helpen. Onder leiding yan haar gewelddadigste elementen, met steun van de officieren en generaals van het oude regime, vormt zij haar “organen tot zelfbescherming”, haar half-geheime burgerwachten, die in Duitsland onder bestuur van houtvester Escherich als de “Orgesch” tot een uitstekend georganiseerde, goed gewapende, door het kapitaal betaalde, door de regering heimelijk ondersteunde witte garde geworden is: de stormtroep der reactie.

Ook de vrede van Versailles met zijn door de Entente opgelegde ontwapening moest de Duitse bourgeoisie deze weg opdrijven; maar dat er tegelijk diepere en algemenere oorzaken voor bestaan, bewijst het optreden van deze onofficiële geweldmacht der bourgeoisie in allerlei landen. In Hongarije traden, na het neerslaan van de radenregering door de Roemeense troepen, deze particuliere moordenaarsbenden, meest uit vakmilitairen gerekruteerd, als organen van de witte terreur op, die niet slechts tegen de communisten, maar daarna ook tegen de gematigde sociaaldemocratische arbeiders (en tegen Joodse kapitalisten) hun gruweldaden bedreven – zodat zelfs het uiterst gematigde vakverbond van Legien en Fimmen er met een, zij het ook mislukte boycot tegen optrad. In Oostenrijk zijn, zonder dat de sociaaldemocratische ministers er iets tegen deden, de christelijke boeren overal gewapend en in schuttersbonden georganiseerd, vol haat tegen de stadsproletariërs, die niet werken willen en maar altijd staken, gereed om als het nodig is met geweld op te treden. In Italië treedt sinds enige tijd hetzelfde verschijnsel op. De golf van revolutionaire activiteit, die voor een halfjaar door het Italiaanse proletariaat ging en tot het bezetten der fabrieken leidde, werd door de leiders der vakbeweging en de regering omgebogen tot een instituut van kapitalistisch bedrog, het medezeggenschap van officiële bedrijfsraden. Het bleek toen, dat de wil en de daad niet voldoende waren, als het inzicht, het klare communistische besef ontbrak, dat de geïsoleerde daden tot een klassedaad moet samenvatten, vasthouden en een macht tegenover de burgerlijke staat scheppen.[1] Het naïeve geloof, dat eenheid alleen genoeg was, verdween; een proces van groei van inzicht begon, langs de weg van verdeeldheid, partijstrijd en schijnbare verzwakking. En nu organiseerde ook de bourgeoisie haar macht. Aan de regering kan zij dit niet overlaten; want deze moet door een politiek van tegemoetkoming de arbeiders sussen. Dus begonnen zich de “organen voor zelfbescherming” te vormen; de “fascisti,” benden van gewapende gewelddadige reactionairen, vallen de arbeidersdemonstraties aan, steken volkshuizen in brand, trachten door moordaanslagen de arbeidersbeweging te terroriseren en ontketenen een begin van burgeroorlog.

Dit betekent niet, dat de regeringen zelf geen rol meer spelen als orgaan der bourgeoisie. De rollen zijn eenvoudig verdeeld. De staatsorganen, regering en parlementen, moeten de schijn van democratie ophouden, met redevoeringen, wetten en besluiten het proletariaat bedriegen en zijn aandacht afleiden, terwijl de gewapende burgerwachten op de achtergrond blijven, maar de werkelijke macht, de macht van wapens bezitten. Dit geeft aan de regering de gelegenheid om tegen het onwettig geweld “van beide zijden” te redevoeren, papieren wetten en verordeningen te maken, waaraan de witte garden zich niet storen – wat ook niet de bedoeling is – en daarmee het proletariaat in slaap te wiegen; dit geeft aan de politici gelegenheid heftig te protesteren, aan te klagen, van de regering maatregelen tegen de Orgesch e.d. te eisen – alsof ze helemaal niet weten, dat beide onder één deken liggen – wat het proletariaat er van afhoudt, zelf aan te pakken. De politiek in deze landen is nu als het ware een rookgordijn, waarachter de bourgeoisie het oprukken van haar strijdmacht verbergt. Het kapitaal zendt zijn praters vooruit, om de blikken van zijn vijand naar deze schijnpositie te trekken, terwijl het reële werk elders gedaan wordt. De parlementaire strijd dient tot camouflage voor de opmarsen van de reactie.

II

Wat is het doel van de overal opkomende of dreigende reactie? De machtsposities, die de arbeidersklasse door en na de oorlog van het uitgeputte kapitaal won, moeten haar weer afgenomen worden om de politiek-maatschappelijke voorwaarden te scheppen voor het economisch herstel van het kapitalisme. Dat daarbij socialistische bewindslieden door zuiver burgerlijke vervangen worden, is maar een uiterlijke vorm, een bewijs, dat men het gematigde deel van het proletariaat niet meer behoeft te ontzien.

De economische ineenstorting was niet slechts oorzaak maar ook gevolg van de oproerigheid van de arbeiders (aantasting van het fabrieksdespotisme, verkorte werktijd, onwil tot werken). Nu echter het verdere gevolg, de resolute aanval, de ontwikkeling van de oproerigheid tot revolutie vooreerst uitblijft, nu ziet het kapitaal de mogelijkheid van herstel, mits de oproerigheid als oorzaak onderdrukt wordt. Het gegroeide machtsbewustzijn in de arbeiders, de verkorte werktijden (achturendag), het stakingsrecht in openbare bedrijven, en dan daarachter, als steunpunt, het bestaan van Sovjet-Rusland als centrum van communistische revolutie – dat alles moet opgeheven worden, zal het kapitaal zich kunnen herstellen. En daarbij is het niet voldoende, de arbeiderstoestanden tot vooroorlogspeil terug te brengen. De oorlogsschulden, de schadeloosstellingen en het herstel van de vernietigde productiekrachten eisen een graad van uitbuiting, als vóór de oorlog niet bekend was; de werktijden zullen mateloos verlengd tot 10, 12 uur en langer, het levenspeil tot het laagste minimum omlaag gedrukt moeten worden.

De reusachtige golf van werkeloosheid, die van Amerika uitgaande, zich over Europa uitbreidt, biedt er het middel toe, vooral daar ze samengaat met een sterke prijsdaling, waardoor de nog werkende arbeiders niet tot verzet opgestuwd worden. Zij heeft – mogen ook enkele kapitalen gehavend worden – het politieke machtsgevoel van de kapitalisten sterk doen stijgen, ze zien een uitweg. Terwijl een jaar geleden Lloyd George sprak: ik mag als stuurman het schip nog niet verlaten, want ik zie nog zware stormen, waar wij doorheen moeten – kon onlangs zijn collega Churchill verklaren: Wij staan er veel gunstiger voor dan verleden jaar. In Amerika zijn de lonen in tal van industrieën al met 50 % verlaagd. Terwijl naïeve zielen menen, wegens de werkeloosheid, verkorting van werktijd te kunnen verlangen, maken de kapitalisten van deze crisis gebruik om de werktijden te verlengen en het stukwerk weer in te voeren. Tegelijk wordt in Engeland aangekondigd, dat het met sociale uitkeringen e.d. uit moet wezen, want de uitgaven moeten verminderen, om na afschaffing van de oorlogswinstbelasting toch het budget in evenwicht te houden. Hoe geheel anders dan toen twee jaar geleden de arbeiders daar in een grote opleving van gemeenschappelijk elan de 40 uren, de 34 uren werkweek eisten en de regering van alles beloofde, zelfs van nationalisering sprak! Natuurlijk geschiedt de aanval van het kapitaal met beleid, om niet ineens de gehele klasse toch op de been te brengen; geleidelijk, nu hier, dan daar, groepsgewijs valt het de arbeiders aan. Zo ook in Duitsland; elke week wordt een nieuwe groep arbeiders aangepakt, uitgesloten en van revolutionaire elementen gezuiverd; machteloos moet elke groep zich na korte strijd overgeven. Zoals in de Boerenoorlog in de 16de eeuw iedere gouw afzonderlijk door het vorstenleger aangevallen en getuchtigd werd, omdat ze niet als één massa samen streden, zo worden nu de arbeiders fabrieksgewijs, stadsgewijs, vaksgewijs verslagen door het kapitaal. Wel laait er in hen het besef op, dat zij zich slechts verdedigen kunnen door de strijd algemeen te maken; maar dat verhinderen de vakverenigingen, de trouwe helpers der bourgeoisie, die hen zeggen – overeenkomstig de oude vakverenigingsleer – dat deze tijd van werkeloosheid een ongunstige tijd is voor strijd en tot een zekere nederlaag leidt; hetzelfde doen de communisten van de VKPD, die hen zeggen, dat op vakterrein de strijd niet te winnen is, maar op politiek terrein overgebracht moet worden – waarmee ze bedoelen dat de arbeiders hen in het parlement moeten brengen: aldus terugvallend achter het standpunt, dat vóór de oorlog reeds in de Duitse sociaaldemocratie begon door te breken: dat de grote politieke strijd één is met de algemene strijd op vakgebied en slechts als massa-actie te winnen.

Dit is natuurlijk maar een begin. Het kapitaal rekent met de mogelijkheid van een algemene uitbarsting, die het dan met de Orgeschbenden wil neerslaan. De arbeiders zien nog niet, maar het kapitaal ziet zeer goed de onvermijdelijkheid van een algemene klassenstrijd, die het tot volkomen meester moet maken. De reactionairen bereiden zich voor om de regeringsmacht openlijk in handen te nemen. In de door de Rote Fahne gepubliceerde geheime documenten – die, als ze niet echt zijn, zeker zo goed zijn nagemaakt, dat ze sprekend op de echte lijken – wordt beschreven, op welke wijze bij de staatsgreep door de Orgesch zal worden gehandeld: hoe alle belangrijke punten militair worden bezet, elke samenscholing van arbeiders met geweld verhinderd, elke poging tot staking met fusilleren gestraft. De staatsgreep van Kapp was te vroeg, zonder voldoende voorbereiding ondernomen; nu moet het beter herhaald worden, onder steun van de gehele bourgeoisie. Het formele doel, vervanging van de socialistisch-democratische regering door stramme reactionairen, is maar de uiterlijke vorm voor het wezenlijke doel: het proletariaat, dat dan opstaat, neer te slaan door een ijzerharde bloedige militaire dictatuur, zijn stakingswapen te verbrijzelen, door terreur en represailles alle revolutionaire elementen te vernietigen, en door zulk een zware nederlaag de arbeidersklasse tot de oude onderworpenheid neer te drukken. Het is niet zeker, dat het juist langs deze weg moet gaan: blijken de arbeiders nu niet in staat tot krachtige strijd, dan kan eenvoudig door een reeks van regeringswijzigingen, onder een druk van achter de schermen, op stille wijze de heerschappij in de handen der reactie glijden, evenals in Hongarije – en dan komt de witte terreur daarna. En is dan in het geslagen proletariaat het besef van machteloosheid zo diep ingeprent, dat de heersers zich alles kunnen veroorloven, dan is de Duitse reactie gereed om als hulptroep der Entente met volle macht op Sovjet-Rusland los te gaan.

De Entente heeft steeds op de Duitse jonkers, de reactionairen en militairen, gewezen als de nog altijd even gevaarlijke, van de oude zuurdesem doortrokken vijand, als argument, om de hardste maatregelen ter verzwakking van Duitsland, in het bijzonder ook de ontwapening te eisen. Hoeveel huichelarij daarbij in het spel is, bewijst het feit, dat zij in ernst de ontwapening van de burgerwachten nooit heeft trachten door te zetten. Reeds voor een half jaar voorspelde de KAZ, dat alle gewisselde nota’s en dreigementen tot niets zouden leiden, slechts boerenbedrog waren voor het publiek; want de bourgeoisie der Entente is het met de Duitse geheel eens, dat er tegen het proletariaat een gewapende macht nodig is. En nu pas in Parijs is weer besloten, met alle kracht de ontwapening der burgerwachten te eisen – met uitstel tot 1 juni: wie dan leeft, dan zorgt. Dit betekent, dat er verder gesjacherd wordt: terwijl het nationalisme in Duitsland geweldig aangeblazen wordt, trachten de Duitse landsknechten zich – en het proletarisch kanonnenvlees – zo voordelig mogelijk te verkopen, om straks, zodra ze baas zijn, door een ombuiging van het nationalisme in een andere richting, mee te doen in de nieuwe veldtocht tegen Rusland – mits de Entente het goedkeurt en wapens wil toestaan. Het proletariaat in Duitsland moet dus de eerste aanval opvangen, die bedoeld is, om daarna voortgezet te worden tegen zijn hoofdmacht in Rusland.

III

Welke kracht kan het proletariaat tegen deze opmarsen der reactie stellen?

“Tegenover dit front staat een proletariaat, waarvan een deel reeds zo geterroriseerd is, dat het niet eens meer de betekenis der gebeurtenissen in zich kan opnemen, en waarvan bij het andere deel de strijdwil niet voldoende is om een breed front te vormen, dat in radicale vastbeslotenheid tegen het ondernemerdom op kan. Voortdurend worden nog de werklozen en de groepen van werkenden, die juist in een strijd staan, door de anderen in de steek gelaten, waardoor de patroons gelegenheid hebben, ze zo lam te slaan, dat zij een volgende maal misschien zelf niet meer tot proletarische solidariteit in staat zijn. En het is de vakverenigingen nog steeds mogelijk om de arbeiders nog ernstiger prijs te geven dan zelfs in de Kapp-dagen geschiedde: doordat zij er nl. voor zorgen, dat tegenover het eensgezind front der ondernemers de arbeidersklasse onenig blijft, gesplitst naar het onproletarisch principe der beroepsverenigingen, ingesponnen in “arbeidsgemeenschappen”, gekluisterd niet slechts door de ellende, maar ook door voorschriften, die waarborgen, dat het gelijk altijd aan de kant van de ondernemers is”. Aldus geeft de KAZ de zwakheid van het Duitse proletariaat weer. Het is duidelijk, dat hier een uiterst gewichtig vraagstuk van tactiek ligt: wanneer het kapitalisme zó ineengestort en gehavend is, dat het voor het proletariaat geen kans op een dragelijk leven meer kan geven; en wanneer toch – en ondanks het Russische voorbeeld – het proletariaat niet opstaat om de macht in handen te nemen, dan kan dat alleen komen, doordat het de manier waarop nog niet weet en nog niet helder ziet, zijn kracht niet kent en niet weet te gebruiken, zich nog onzeker, machteloos voelt en het daardoor ook is. Men mag er zich niet afmaken met de verklaring, dat het Duitse proletariaat door de ellende te veel ontzenuwd en verzwakt is om nog tot een ernstige actie in staat te zijn – al speelt deze verzwakking zeker een rol – want overal ziet men (in verschillende mate) dezelfde zwakheid door besluiteloosheid, verdeeldheid en leidersbedrog; en overal zal het proletariaat door een zee van ellende heen moeten om tot revolutie te komen. In Duitsland is het revolutioneringsproces het verst voortgeschreden, in zoverre hier de tactische tegenstellingen en problemen, uit het zoeken naar de weg ontstaan, het duidelijkst en meest consequent ontwikkeld zijn.

Wij hebben er indertijd op gewezen, dat in een revolutionaire toestand het parlementarisme nutteloos en zelfs schadelijk voor het proletariaat wordt, en een partij, die het toch wil gebruiken, op zijpaden voert, die haar van de revolutie afleiden. Wat toen slechts theoretisch, als algemene abstracte stelling kon geuit worden, is in Duitsland zelf, bij de partijgenoten van de KAP tot een uit de dagelijkse ervaring opgroeiende waarheid van vlees en bloed geworden, in harde praktijk beproefd; en zij kunnen dus aan de honderden details van de dag haar juistheid tonen. Het parlement staat buiten de werkelijke daden van het kapitaal, die leven en toekomst der massa’s bepalen. Stinnes monopoliseert alle grondstoffen in zijn hand – de socialiseringswetten verhinderen het niet of helpen nog mee. Hij en zijn agenten maken achter de schermen de afspraken met het Entente kapitaal: het parlement maakt er wat frases bij. Het kapitaal beschikt over de pers om de publieke opinie te vergiftigen, het heeft de groepen der bevolking in hun onderlinge afhankelijkheid zo georganiseerd, dat elke poging tot oppositie zich verwart. Het laat het parlement besluiten nemen, maar de bureaucratie en de rechterlijke macht zorgen voor de uitvoering: altijd tegen het proletariaat. Waarvoor heeft Stinnes dan het parlement nog nodig? “Opdat niet openbaar wordt, wat in de werkelijkheid gebeurt. Opdat voor alle gebeurtenissen ook steeds een valse lezing bij de hand is. Het parlement is zich van zijn taak bewust, een voorbouw en een scherm te zijn, dat onbevoegde blikken opvangt, een propaganda-instituut dat ter opstelling en verbreiding van publieke onwaarheden dient. Het parlement brengt de ideologieën in omloop, die het kapitalisme, zelfs van de soort van Stinnes, als een mantel omhullen en die alle daarin met elkaar overeenstemmen, dat zij zich ver van alle werkelijkheid houden, zoverre deze zich niet laat vervalsen. Het parlement heeft een leugenjargon ontwikkeld, waarin ongeveer elk feit met de naam van zijn tegendeel genoemd wordt...” (KAZ nr. 165).

De bourgeoisie weet dat zeer goed; zij moet daarom het parlement, dat als veiligheidsklep dient, uiterlijk in ere houden. Zij heeft het parlement nodig, om de aandacht der massa’s af te leiden; zij heeft de partijleiders nodig, die ofschoon in hoofdzaak eens, met vlammende redevoeringen elkaar bestoken en een komedie opvoeren, die er niet minder komedie om is, als de rollen met ernst en overtuiging gespeeld worden. Zij heeft bovenal ook een onverzoenlijke principiële oppositie nodig, die haar fel, met woorden aanvalt, want zonder deze zou het proletariaat te snel de schijn vertoning doorzien. Daarin ligt de betekenis van de actieve stemonthouding, de actie tegen de verkiezingen, die gedurende de laatste verkiezing met kracht door de KAP gevoerd werd, en naar uit de krantenberichten blijkt, ook een zeker succes had. “De bourgeoisie weet dat elke stem, die voor dit parlement – onverschillig of voor een burgerlijke of een onburgerlijke partij – uitgebracht wordt, de bourgeoisie steunt, daar reeds het zien naar dit parlement een succes voor haar is, daar het oog dan van de feiten naar de ficties gericht wordt.”

Dit geldt, enigszins, in veel mindere mate, ook voor andere tijden en landen; maar in tijden van rustige, langzame ontwikkeling staan er voordelen van propagandistische aard tegenover, terwijl de noodzaak van zelf direct handelen voor de massa’s niet zo acuut is; dus moeten voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen worden. Maar dat betekent niet, dat nu in Duitsland, en in het algemeen in revolutionaire tijdperken, het verschil tussen parlementaire en radicale communisten slechts gradueel is. Tussen de VKPD en de KAPD bestaat een diepgaand verschil in grondopvatting, dat bij alle kwesties te voorschijn treedt. Waarom trad de VKPD bij elke afzonderlijke strijd van arbeidersgroepen, die door het kapitaal aangevallen werden (in Berlijn, in Hamborn enz.) op, om uitbreiding te verhinderen? Wij zijn nog te zwak voor de grote strijd, zei ze. Wij, de partij: want de partij moet de revolutie maken. Daarom moet de partij groot worden, de massa’s winnen, de massa’s achter zich scharen. Bv. in verkiezingen, met pakkende verkiezingsleuzen, met grote reclame, op uiterlijke successen gericht. Maar het gevolg van dit, uit de oude SD overgenomen beginsel is, dat de praktijk ook steeds meer in die richting gaat. Ook de SP in Duitsland was indertijd tegen alle directe massa-acties, zolang ze niet “sterk genoeg was voor de overwinning” en het gevolg was, dat toen de grote strijd in 1914 plotseling voor haar stond, haar woorden-revolutionairisme machteloos ineenzakte en zij capituleerde. Er komt dan ook een bedenkelijke overeenstemming met de oude SP in tactiek, in de vorm van de dagelijkse propaganda, in de felle woorden zonder daden, in de leuzen, in de reclame, in het heersen van sluwe leiderspolitiek, in de schetterende zelfverheffing waarmee steeds de eigen voortreffelijkheid en onoverwinlijkheid geroemd en de vijand voor halfdood, machteloos, bankroet verklaard wordt. Dit alles is geen gevolg van persoonlijke tekortkomingen; wanneer het doel hetzelfde is: de massa’s voor de partij winnen, opdat de partij de politieke heerschappij kan veroveren, dan moeten de middelen en de uitwerking van die middelen ten slotte ook dezelfde worden.[2]

De KAP spreekt er nooit van, dat de partij de macht moet veroveren en de revolutie maken; zij spreekt altijd van de arbeidersklasse, die zich verzetten moet, om kracht te winnen voor de revolutie. De taak van de partij is de propaganda, de verheldering der denkbeelden, de weg wijzen, de doeleinden en leuzen opstellen; maar de massa’s moeten handelen, besluiten, de macht in handen nemen door hun bedrijfsraden. Daarom steunt zij elk optreden, elke strijd van een groep, die door het kapitaal aangevallen wordt, en tracht daarvoor de grootst mogelijke massa’s in beweging te brengen; want slechts door actie, door strijd, door zelf optreden kunnen de proletariërs kracht verzamelen, rijp worden voor een revolutie. Is niet de grootte aanhang der oude partijen een bewijs, dat de arbeiders het communisme nog niet kennen, dus niet rijp zijn voor de revolutie, en moeten zij niet eerst door propaganda bv. in het parlement tot aanhangers van het communisme gemaakt worden? Wat zij nodig hebben, is kracht om verenigd te strijden tegen het kapitaal, in de bedrijven, door hun eigen organen; hun onrijpheid is hun passiviteit, hun aarzeling, en als zij die afschudden, dus actief optreden, tonen zij hun rijpheid. En als zij zich dan tegelijk aan het juk van de overgeleverde organisaties en beroepsleiders weten te ontworstelen, en door hun bedrijfsraden de macht zelf in handen nemen, als klassemacht tegen de bourgeoisie, dan is daarmee de grote stap naar het communisme gedaan.

In de KAP in Duitsland treedt voor het eerst bewust en uitgewerkt het nieuwe principe, dat voor de proletarische revolutie in West-Europa nodig is, te voorschijn, en vormt haar tegenstelling tot de andere communistische partijen.[3] Het zwaartepunt van de tegenstelling ligt niet in einddoel en middelen: communisme en proletarische dictatuur, maar in de organisatievorm, haar karakter en functie. Dat de massa’s van onderen op alles doen, door hun radensysteem, en geen leiders van boven af de politiek maken en de arbeiders dirigeren – de eenheid van revolutie en ontvoogding – maakt dit tot een geheel ander soort beweging, dan in de oude partijen. Deze communistische partijen, zoals ze nu in de meeste landen bestaan, zijn uit de links-radicale opposities der oude SD ontstaan, de beste tradities daarvan voortzettend onder een nieuw, helderder doel en een nieuwe naam; maar in opbouw en werkwijze zijn ze daaraan ongeveer gelijk gebleven. Dit werd versterkt doordat de Russische sociaaldemocratische partij – in innerlijk wezen geheel verschillend van de West-Europese – de macht veroverde en de illusie wekte, dat een uiterste nabootsing van dit grote voorbeeld hier tot hetzelfde succes moest leiden. Het resultaat is juist het tegenovergestelde geweest: de drang der massa’s naar het communisme werd in oude organisatievormen geleid en gevangen gehouden, die geen ontplooiing van de volle eigen actie toelieten. Zo staat dan het proletariaat, met bordpapieren zwaard tegen schijndoelen vechtend, machteloos tegenover de goed gewapende reactie. Het is de tactiek, die de Duitse arbeiders tot nog toe zwak maakte; het vraagstuk der communistische tactiek is een levenskwestie voor de revolutie.

Maar het kapitalisme kan er toch niet bovenop komen; tenminste niet in Midden-Europa. Hoe de conferentie in Londen moge aflopen: om te trachten, zijn eigen bankroet te verhinderen, kan Frankrijk niet anders, dan het economisch herstel van Duitsland verhinderen. Ondanks zijn zwakte, zijn slechte wapens, zal het Duitse proletariaat – wil het niet ondergaan – met roeden weer in de strijd om de macht worden gedreven, en de noodzakelijkheid van deze strijd zal het dwingen, onder de zwaarste offers, de betere tactiek te zoeken en te aanvaarden. Daardoor zal dan eerst het fundament voor de proletarische heerschappij gelegd worden.

_______________
[1] De dikwijls gehoorde uitdrukking, dat de zwakheid lag in het ontbreken van een communistische partij in Italië geeft het grote, dat nodig was, slechts in een beperkte kleine vorm weer.
[2] Bij dit streven, om de massa’s te winnen, behoort het meelopen met burgerlijke leuzen, die tijdelijk de massa’s meeslepen, in plaats van er scherp principieel tegen in gaan. Tekenend daarvoor zijn de dubbelzinnige woorden, waarmee de VKPD, toen de eisen der Entente het nationalisme aanwakkerden, daarin meeging, door er op te wijzen, dat Duitsland zich tegenover de Entente alleen kan redden door een verbond met Rusland. De consequenties daarvan leiden naar het nationaal bolsjewisme van Laufenberg-Wolfheim. Zullen de communisten in Duitsland (en Rusland) de wapens opnemen om het burgerlijke Duitsland te redden? Wanneer echter daarbij – wat zeer onwaarschijnlijk is – de Duitse bourgeoisie in haar nood de macht in handen van de communisten zou leggen, dan zou dat, daar het proletariaat de macht niet door eigen kracht had veroverd, waarschijnlijk tot een reusachtige catastrofe leiden, en slechts een buitengewone krachtsontwikkeling van de arbeidersklasse zou zulk een toestand tot een werkelijke dictatuur van het proletariaat kunnen omvormen. Is echter de bedoeling, dat het proletariaat na een revolutie zich met Rusland verbindt, dan was het beter, dit op niet-nationalistisch verdraaide wijze rechtuit te zeggen: dat alleen de revolutie de Duitse arbeiders kan redden, waarna samengaan met Rusland vanzelf spreekt.
[3] Ook in Engeland treden dezelfde tendensen op, in de linkervleugel van de UCP onder Sylvia Pankhurst, en nog krachtiger in de “Glasgow Communist Group”, die in tal van Engelse steden een 15.000 leden telt en buiten de UCP staat. Deze allen vormen de kern van een radicale linkervleugel, die zich in de 3de Internationale gaat vormen.



een rode leeszetel Lezen
Marxistisch Internet Archief
Algemeen Archief
Selectie marxisten
Documenten
Filosofie
Thema’s
Arbeidersbeweging
Woordenboek
Wat ?
Wat is marxisme
Over ons
Andere talen
Auteurswet
Citeren
Disclaimer
Doen
Zoeken
Nieuwe teksten
Werk mee
Contact
Reclame


In of uitschrijven Nieuwsbrief

RSS