Bron: De Nieuwe Tijd, 26e jaargang, 1921 - Via: kb.nl
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
– Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?
Laatst bijgewerkt:
De Maartbeweging in Midden-Duitsland was in de geschiedenis van de Duitse revolutie slechts een ondergeschikte episode, van veel minder omvang en betekenis dan de beweging, die een jaar vroeger uit de Kapp-aanslag ontstond en het gehele Duitse proletariaat een ogenblik meesleepte. Maar voor de innerlijke ontwikkeling van het communisme is zij van de allerhoogste betekenis. En daar ten slotte deze innerlijke ontwikkeling de toekomst bepaalt, daar van de innerlijke helderheid en vastheid van het communisme zijn toekomstige overwinning afhangt, wordt ten slotte de Maartbeweging toch tot een belangrijk deel van de gehele West-Europese revolutie. Slechts voor de oppervlakkige schijn hebben die vele strijders, die vielen of nu zwaar lijden, vergeefs gestreden en geleden: het Duitse proletariaat moet zich zijn weg naar de vrijheid onder zware offers zelf zoeken, en iedere fout in de tactiek, al is zij nog zo verklaarbaar uit het verleden, kan slechts door de praktijk, onder bittere verliezen overwonnen worden!
De Maartbeweging in Midden-Duitsland was het fiasco van de door Moskou ontworpen en door het 2e congres van de 3de Internationale besloten tactiek voor de West-Europese revolutie. Daarom moet met haar ook de leiding en de onbestreden dictatuur van Rusland over de West-Europese revolutie een einde nemen.
Wat de Russische bolsjewieken voor de revolutie in Europa en Amerika gedaan hebben, is onmetelijk groot en geweldig. Door de verovering van de politieke macht hebben zij het allereerst een voorbeeld gegeven aan het proletariaat van de geheel de aarde. Zij toonden hoe het proletariaat slechts door een volkomen breken met iedere nationale samenwerking en solidariteit, dus slechts door een scherpe klassenstrijd tot heerschappij kan komen. Door hun praktijk hebben zij de grote beginselen van het communisme opgesteld: de dictatuur van het proletariaat en het sovjet- of radenstelsel. Zij hebben de revolutionaire leer van het marxisme, die de sociaaldemocratie verknoeid en met reformisme en fatalisme bedorven had, tot praktische werkelijkheid gemaakt en zo in haar zuivere wezen laten zien. Zij hebben in hun opbouw van de maatschappij en hun verdediging der revolutie tegen de imperialistische reactie getoond, hoeveel geestdrift, opofferingsgezindheid, bekwaamheid en organisatietalent het communisme in de eertijds slaafse massa’s weet te wekken.
Door zijn overwinning was het Russische communisme tot de onbetwiste leider der wereldrevolutie geworden. Want alleen reeds het feit van de Russische revolutie, het bestaan van de Sovjetrepubliek had een onafzienbare invloed op het revolutioneren van het West-Europese en Amerikaanse proletariaat. Meer dan alle theoretische propaganda doet het voorbeeld der praktijk. Wat tot nog toe slechts programma, abstractie, woord was geweest, was hier daad, was zichtbare werkelijkheid geworden: het revolutionaire proletariaat meester van staat en maatschappij, aan het werk om een nieuwe wereldorde op te bouwen. De mogelijkheid van het communisme stond nu helder voor de ogen der West-Europese arbeiders, juist terzelfder tijd als de ineenstorting van het kapitalisme hier geen andere uitweg uit de chaos openliet.
De Russische communisten en onder hun leiding het nog kleine hoopje West-Europese communisten, zagen nu als hun verdere taak de voortzetting en uitbreiding der Russische tot een Europese revolutie voor zich. Maar hier stuitten zij op moeilijkheden, veel groter dan zij te voren vermoed hadden. Zij wisten niet, hoe vast en diep de macht van het kapitalisme in de West-Europese maatschappij wortelt en welke machtige hindernissen van stoffelijke en geestelijke aard hier de revolutie in de weg treden.
De taak van het proletariaat in West Europa is veel zwaarder dan in Rusland. Daar was het kapitalisme een van buiten geïmporteerd gewas, dat los op de maatschappij drukte en betrekkelijk gemakkelijk te vernietigen was. Maar in West-Europa is het kapitalisme in zijn stamland, waar het door een geschiedenis van vele eeuwen vast met de maatschappij vergroeid en geheel één met haar is geworden. Hier liggen zijn taaiste wortels, die tot in alle klassen der maatschappij reiken. Het kapitalisme hier, in zijn vaderland, uitroeien en vernietigen – en daardoor dan de gehele wereld bevrijden – dat is de onmetelijk zware taak van het West-Europese – en in Amerika van het Amerikaanse – proletariaat. Is het dan te verwonderen, dat dit maar langzaam kan gaan? Om de nieuwe orde te winnen, hebben de proletariërs zulk een grote geestelijke kracht, zulk een onuitroeibare geestdriftige volharding nodig, als slechts een algehele vernieuwing van hun wereldbeschouwing hun kan geven. Maar instinctief schrikken de arbeiders, als ze de macht van de vijand en hun eigen zwakte zien, terug voor het ontzettende van hun taak, zij zoeken uitwegen om de beslissing te ontwijken, ze klemmen zich vast aan de overgeleverde burgerlijke opvattingen, waarin hun aarzeling en onzelfstandigheid belichaamd zijn. Communisme betekent de strijd opvatten; maar dat kunnen zij slechts, als het communisme hun een zo grote kracht geeft, als zij voelen, dat het hun hart zo rijk, zo vol licht, zo gestaald, zo onbedwingbaar maakt, dat zij in staat worden tot de grootste daden en offers. Dat kon het communisme niet in de vorm als het hun zo dikwijls tegemoet trad, als een nieuwe partij, wel met nieuwe leiders, leuzen en programma’s, maar in haar innerlijke wezen gelijksoortig met de oude partijen, met dezelfde politieke konkelarij, sluwe leiderstactiek en bombastische reclame. Zeker, Rusland was als een groot licht in de duisternis, dat de hoop wakker hield; maar het was maar nevelachtig door de dikke mist van krantenleugens te erkennen, en wie hier als zijn herauten en banierdragers optraden toonden toch veel te veel van de oude geest der 2e Internationale te bezitten, om zulk een grote geestdriftige kracht te kunnen wekken. De arbeiders trotseren niet geestdriftig dood en ellende, enkel om Levy in plaats van Scheidemann te krijgen.
De Russische communisten hebben alles in het werk gesteld, om uit de oorlogschaos in het westen de proletarische revolutie te doen opstijgen. Niet slechts uit internationale solidariteit, maar ook uit zelfbehoud: want ze zagen in dat de revolutie als zij tot Rusland beperkt bleef, niet houdbaar was. Zij bepaalden zich dus niet enkel tot intensieve propaganda van het communisme, maar trachtten door bewust ingrijpen in organisatie en tactiek de revolutie voort te drijven. Bij hun miskenning van de werkelijke verhoudingen in West-Europa moest dat ten slotte neerkomen op een kunstmatig pogen om snel een revolutie te maken, door grote massa’s met hun oude organisaties te winnen en deze tegen de bourgeoisie en het wereldkapitaal in de strijd te voeren. Het was een politiek in grote stijl, door reusachtige materiële middelen ondersteund. Maar haar mislukking is nu al duidelijk gebleken.
Wat wij indertijd over de grote oorlogscatastrofe van de 2e Internationale in de Vorbote schreven – dat zij nog wat meer betekent dan het enkele feit, dat het proletariaat nog te zwak is om tegen de bourgeoisie op te kunnen – dat geldt hier ook voor deze kleine catastrofe der Duitse Maartbeweging: “Zij betekent, dat de methoden uit de tijd van de 2e Internationale niet in staat zijn, de geestelijke en materiële macht van het proletariaat zo hoog op te voeren, als nodig is, om de macht van de heersende klasse te breken”. Daarom moet de Maartbeweging tot een keerpunt in de geschiedenis van het Duitse communisme worden.
Door het feit van zijn bestaan, door zijn voorbeeld, door de invloed die vanzelf van de revolutionaire daad uitgaat, heeft Sovjet-Rusland de revolutie in West-Europa enorm vooruit gebracht, door zijn praktijk enorme lering gegeven – en dat blijft en werkt na, ook al moet Rusland, door de moeilijkheden van zijn opbouw, nu concessies aan het kapitaal doen. Door alles daarentegen, wat zijn leiders opzettelijk deden om de revolutie in West-Europa aan te vuren en te bevorderen, hebben zij deze vertraagd en tegengehouden – dit is nu ineengestort en het zal vergaan.
In plaats van het proletariaat uit de voogdij van parlementaire leiders vrij te maken heeft de 3e Internationale door de tactiek van het parlementarisme – om daarmee achterlijke massa’s te winnen – de macht van deze leiders versterkt. In plaats van het proletariaat te helpen om de vakverenigingen, die het in dienst van het kapitaal knevelden, door betere organisatievormen te vervangen, heeft de 3e Internationale door haar cellentactiek – om zo de machinerie van deze massaorganisaties in handen te krijgen – de vakverenigingen gesterkt en het opbouwen van bedrijfsorganisaties tegengehouden. Bij de eerste poging van een werkelijke aanval is de innerlijke zwakheid van een op deze tactiek opgebouwde beweging gebleken. De aanval zelf behoefde geen fout te zijn, maar de aanval met een – door de vorige tactiek – zo zwak instrument, dat het bij de eerste stoot moest uiteenvallen.
De tactiek, die in West-Europa, in de stamlanden van het kapitalisme nodig is, is zelfstandig uit het West-Europese proletariaat opgegroeid. In de meest verschillende landen zijn haar principes – met name het opgeven van het parlementarisme, in Engeland en Duitsland ook de bedrijfsorganisatie – meer of minder bewust, spontaan onder de meest vooraanstaande arbeiders opgegroeid; daarna echter, door de overweldigende autoriteit en het reusachtige propaganda-apparaat van Moskou tijdelijk teruggedrongen. In overeenstemming met het vergevorderde stadium van revolutie in Duitsland is dit het meest bewust en positief in de KAPD het geval. Deze tactiek bestaat daarin door theoretische propaganda en praktische strijd die vormen van organisatie op te bouwen, waarin door uitsluiting van de mogelijkheid van beheersing door beroepsleiders en door de samenvatting naar bedrijven alle strijdwil die elk ogenblik in het proletariaat voorhanden is, verzameld wordt tot een slagvaardige kracht van actie. Dat deze tactiek alleen tot het doel kan leiden, is voor Duitsland nu wel door de ervaringen van de Maartbeweging gebleken.
Daardoor gaat de geestelijke leiding der West-Europese revolutie van Rusland op West-Europa over.
In het begin der revolutie wekte de glans, die van het communistische land in het oosten uitstraalde, een sterke aandrift in de arbeiders van het westen om dit voorbeeld te volgen. Het jonge communisme van het westen moest met geleend licht werken en werven. Nu echter, nu door de concessies aan het kapitaal en het privébedrijf in Rusland die glans in de ogen der massa’s wat verbleekt is, nu heeft het Westen in zijn eigen problemen en zijn “kinderziekte” zijn eigen kracht gevonden. De voorhoede van het West-Europese proletariaat staat nu geestelijk op eigen benen. Het heeft zelf de weg ontdekt, hoe het sterk moet worden voor de revolutie.
Het Russische proletariaat, dat eerst zijn leider en wegwijzer was, zal van nu af aan niet meer kunnen zijn dan strijdmakker en bondgenoot. Deze nieuwe verhouding zal niet dadelijk tot geldigheid komen. Maar zij zal zich ten slotte doorzetten. Op het 3e congres, dat nog door de leiders van de grote opportunistische partijen van het westen zal beheerst worden, zal de nieuwe tactiek natuurlijk nog niet kunnen zegevieren. Maar zij zal als krachtige oppositie haar banier ontrollen en de verdere ontwikkeling in West-Europa zal haar aan de spits van de revolutie plaatsen.
De politiek en tactiek van de 3e Internationale is nauw verbonden met de staatspolitiek van de Sovjetrepubliek. De nieuwe richting van de Russische staatspolitiek moet daardoor terugwerken op de praktijk van de 3e Internationale.
Een staat waar het proletariaat de dictatuur uitoefent, in de vorm van regering der communistische partij, kan niet in stabiel, rustig evenwicht naast de overige kapitalistische regeringen bestaan. Hij is begonnen met een strijd op leven en dood tegen hen; de imperialistische machten trachtten hem te verpletteren, en omgekeerd trachtte hij ze van binnen uit door revolutie te ondermijnen. Toen na drie jaren burgeroorlog in het oosten en proletarische actie in het westen geen van beide zijn doel bereikt had en de ander vernietigd, moesten zij zich naar elkaar schikken. Rusland treedt met de kapitalistische landen in handelsverkeer en geeft grote concessies aan kapitalistische ondernemingen, om het economisch leven in Rusland te herstellen.
De eerste aanvallende politiek van de Russische regering bestond in ondersteuning van het communisme ter bevordering van de revolutie in West-Europa. Zij schiep daartoe de 3e Internationale, als samenvatting van alle arbeidersgroepen in W.-Europa, die in deze zin wilden werken. Formeel los van de Russische staatsregering, als een schepping van de Russische Communistische Partij, met een eigen Executieve, is zij toch door de regerende rol van deze partij en door de personen der leiders onafscheidelijk met haar verbonden. De 3e Internationale was een instrument van de Russische staatspolitiek voor haar aanval op het wereldkapitaal. Op de congressen en in het Uitvoerend Comité domineerden de Russische communisten absoluut: zij werkten de stellingen uit, stelden de moties op, die aangenomen werden, zij legden hun organisatie aan de W.-Europese partijen op, zij luisterden naar de besprekingen en adviezen der anderen, maar zij beslisten. Tegen deze dictatuur heeft zich geen communist verzet; iedereen wist dat voor het behoud van Sovjet-Rusland, voor de handhaving van deze machtige voorpost tegen het wereldkapitalisme, alle andere belangen moesten wijken. Mochten daardoor tijdelijk bepaalde toekomstbelangen van het W.-Europese communisme in het gedrang komen (zo schreven wij verleden jaar) dan nog moest het zwaarste wegen, wat het zwaarste is.
Terwijl deze opvattingen nog als traditie uit die tijd van openlijke oorlog heersen, is intussen de economische ondergrond veranderd. Tot deze economische (en politieke) werkelijkheid moet men door de nevel van propagandaleuzen en partij-ideologie heen goed doordringen. Ten eerste in de binnenlandse politiek van Rusland. De koersverandering van dit voorjaar is slechts schijnbaar (dat is juist uit de heldere, volkomen open en praktische uiteenzettingen van Lenin zo goed te zien) een terugvallen van een beginnend communisme naar privébedrijf. Rusland was door zijn boerenbevolking een kleinburgerlijk land, en in dit boers privaatbedrijf is communisme vooreerst onmogelijk. Maar in de oorlogsnood was er tijdelijk een “oorlogscommunisme”: ieder moest tot het uiterste leven en bezit offeren voor de verdediging, dus moesten ook de boeren hun graan afleveren, dat onder de bevolking in hongerporties verdeeld werd. Maar nu deze oorlogstoestand teneinde is, herneemt de werkelijke economische ondergrond der maatschappij zijn rechten en worden wet en recht aan de werkelijkheid van kleingrondbezit en vrije warenproductie der boeren aangepast. Politiek wordt dit land geregeerd door de communistische partij, onder de naam van dictatuur van het proletariaat. Dat wil zeggen, dat uit de arbeidsklasse het gros der leden van de partij wordt gerekruteerd, dat de elite van het proletariaat overal op voorpost staat de leiding had in oorlog en arbeid, de stoten opving, zich opofferde, de posten in het bestuur bezette, al drongen daar ook veel kleinburgerlijke elementen in; alleen het communistische proletariaat kon die helderheid van blik, die vastheid van kracht, dat onverschrokken doorzettingsvermogen ontwikkelen, die voor een zo grote historische daad als de schepping en verdediging van het nieuwe Rusland nodig was.
Maar het karakter van een politiek wordt niet enkel bepaald door wie haar uitoefenen, maar ook en vooral door hen, voor wie ze wordt uitgeoefend. De Russische leiders wijzen er op, dat in de eerste plaats aan de boeren moet worden tegemoet gekomen, om de basis te scheppen, waarop later communisme kan worden opgebouwd. Dit tegemoet komen aan de boeren is echter niet enkel uit ver-vooruitziend marxistisch inzicht ontstaan, doch door de boeren afgedwongen: sabotage der landbouw, boerenopstanden en ten slotte de opstand in Kroonstad hebben de Russische regering op het gevaar gewezen dat hen bedreigde: als de revolutionairen uit vroegere revoluties (1793, 1848) in een boerencontrarevolutie verzwolgen te worden. Terwijl deze, in de absoluutheid van burgerlijke leuzen bevangen, vielen en voor een kapitalistische regering plaats maakten, kunnen de regeerders in Rusland, door hun marxistische geschooldheid, met bewustheid hun politiek aanpassen aan de economische noodzaak en tegelijk de economie in de richting trachten te leiden, die ten slotte naar het communisme voert.
Men heeft dit aspect van de zaak kort en eenzijdig samengevat in de uitspraak, dat de Russische revolutie een burgerlijke revolutie is, evenals de Franse in 1789; want haar economische hoofdinhoud was: de boeren tot vrije grondbezitters en kleine producenten te maken, haar politiek resultaat: de regering van een nieuwe bureaucratie, die in de eerste plaats de belangen van deze boeren moet behartigen. Zeer eenzijdig, omdat daarbij de diepe verschillen in de details, de klassenverhoudingen, de graad van ontwikkeling, de richting van beweging, de toekomstmogelijkheden uit het oog gelaten worden. Maar toch spreekt die uitdrukking een belangrijke waarheid uit, die van de diepste betekenis is voor de beoordeling van Ruslands verhouding tot het West-Europese communisme.
De tweede verandering, ten nauwste met de eerste samenhangend, betreft de buitenlandse politiek. Deze heeft zijn beslag gekregen door het zogenaamde handelsverdrag tussen Engeland en Rusland, op 16 maart 1911 ondertekend. Al vormen de bepalingen omtrent de voorwaarden, waarop de handel hervat zal worden, de hoofdinhoud, toch is het verdrag in zijn karakter een vredesverdrag, een politieke overeenkomst, waarin de wederzijdse sferen van politieke invloed worden begrensd: de Sovjetregering ziet af van elke bemoeiing met Indië en Afghanistan en van alle steun aan revolutionaire bewegingen in Engeland en het Westen; de Engelse regering laat eveneens het Russische werelddeel aan de Sovjetregering over. Of de handel dadelijk van zo grootte omvang zal worden, moet nog blijken; wat Rusland nodig heeft, zal bijna niet met waren, in het begin en voor een deel met goud, dat ook maar beperkt is, doch bovenal met concessies betaald worden.
In de communistische pers werd dit verdrag, volgens haar gewone reclame methode, als een grote overwinning van het Russische communisme voorgesteld: wat alleen in zoverre opgaat, dat de pogingen om de Sovjetregering door oorlog te vernietigen, mislukt waren. De bitterste noodzaak dwong Rusland tot deze politiek. De werkelijkheid is, dat het wereldkapitalisme zich geweldig versterkt door nieuwe steunpunten in Rusland, waar het beschikking krijgt over grootte massa’s grondstoffen, die het nodig heeft, terwijl de ontwikkeling van Rusland in communistische richting enorm verzwakt en in gevaar gebracht wordt. De grootkapitalistische exploitaties, beheerd door buitenlands kapitaal, beschermd door verdrag, wet en levensbelang van de Russische staat, worden tot centra van kapitalistische invloeden op de maatschappij en de bevolking. Zij brengen een leger beambten mee, nemen werklieden in dienst, hebben weer leveranciers van massa-artikelen nodig, dus scheppen nieuwe kleinkapitalistische ondernemers, brengen voor dit alles geld in het land, storen het schema van plaatselijk ruilverkeer, dat de Sovjetregering voor de boeren had ingesteld en trekken het in een maalstroom van kapitalistische handel. Dit zijn dezelfde regelmatige onvermijdelijke ontbindende economische effecten als het concessiekapitaal overal in landen met lagere productie uitoefent, die dan echter versterkt en verergerd worden door de persoonlijke inwerkingen en de corruptie, die van hen uitgaan. Men moet hopen, dat de regeerders in Rusland, die deze gevaren natuurlijk ook wel zien, er in zullen slagen, deze krachten door hun politieke macht, als “staatskapitalisme”, onder de duim te houden; maar bij de aanwezigheid van vele twijfelachtige elementen onder de Sovjetbureaucratie zal omgekeerd het ingedrongen kapitaal ook zijn invloeden op deze regering uitoefenen.
Het is duidelijk dat deze wijzigingen in de binnenlandse politiek en in de verhouding tot het wereldkapitaal ook van invloed moeten zijn op de verhouding van Rusland tot het communisme en de wereldrevolutie. Het heeft een verdrag met het wereldkapitaal moeten sluiten; hoe kan het dan leider zijn in een vernietigingsstrijd tegen ditzelfde wereldkapitaal? Formeel is dit in het Engels-Russisch verdrag ook duidelijk uitgesproken:
“dat elk der beide partijen zich zal onthouden van handelingen of ondernemingen tegen de andere en van het voeren van elke officiële propaganda buiten haar eigen grenzen, die direct of indirect tegen de instellingen van het Britse rijk of de Russische Sovjetrepubliek gericht is; en in het bijzonder zal de Russische Sovjetregering afzien van elke militaire, diplomatieke of in andere acties of propaganda zich uitende pogingen, om de volkeren van Azië tot enig vijandig optreden tegen Britse belangen of tegen het Britse rijk aan te moedigen, in het bijzonder in Indië of in de onafhankelijke staat Afghanistan”.
... “Het spreekt vanzelf, dat de uitdrukking ‘officiële propaganda voeren’ ook de ondersteuning of aanmoediging van elke buiten de eigen grenzen gevoerde propaganda in zich sluit”.
Dit betekent, dat de eerste en enig natuurlijke buitenlandse politiek van een communistische staat, de bevordering van de revolutie in de andere landen met alle dienstige middelen, nu opgegeven moet worden. Het uitblijven van de proletarische revolutie in W.-Europa, die Rusland tot dit verdrag dwong, verbiedt het nu door dit verdrag, om het W.-Europese proletariaat actief te hulp te komen. Nu kan aan de eisen van dit verdrag door een scherpe formele scheiding tussen de organen van de 3e Internationale en die van de Sovjetregering voldaan worden.
Maar daarmee wordt de kwestie, waar het in werkelijkheid om gaat, buiten beschouwing gelaten. Voor Rusland is er, naast alle vijandschap in principes, een zekere belangengemeenschap ontstaan met het West-Europese kapitalisme. Rusland is voor zijn economisch herstel, voor zijn opbouw afhankelijk van de levering van productiemiddelen uit de kapitalistische landen. Dit betekent niet, dat Rusland belang heeft bij het behoud van het Europese kapitalisme; want deze zouden technisch evengoed, en dus in andere opzichten veel beter geleverd kunnen worden door een communistisch georganiseerd Europa, waar de arbeiders meester zijn. Maar deze keus heeft het praktisch niet. De weg naar het communisme gaat in West-Europa door een vernietigende burgeroorlog, door reusachtige inzinking en stagnatie van het economische leven. De grote bewegingen, de massale stakingen, die als eerste uitingen van strijdgeest spontaan losbarsten, vernietigen het kapitalisme nog niet, maar ze ondermijnen de productie en kunnen tegelijk de opbouw van Rusland door stremming van toevoer ernstig belemmeren: zo werd in de kranten vermeld dat de Engelse mijnwerkersstaking de aanvoer van kolen naar Petersburg stopzette. Kan een Executieve van de Internationale, die nauw met de Russische regering in contact staat en de belangen van de Russische opbouw sterk voelt, zulke bewegingen wensen, ze met alle macht en kracht ondersteunen en trachten uit te breiden? Is het denkbaar dat de 3e Internationale, die een instrument van de Russische staatspolitiek is, nu nog steeds het werktuig der wereldrevolutie kan blijven?
Voor de West-Europese, de wereldrevolutie geldt, dat het belang der revolutie alleen werkelijk geheel en al waargenomen kan worden door de proletariërs zelf in deze landen, die absoluut vijandig tegenover hun kapitalisme staan, en niet door een bestuur in Moskou, dat door een zekere mate van belangengemeenschap met dit kapitalisme is verbonden. Het belang der wereldrevolutie zou dus eisen dat Moskou de macht en de leiding van de 3e Internationale uit handen legt en deze overgeeft aan de W.-Europese arbeiders in W.-Europa zelf. Dit kunnen de Russen evengoed inzien als wij. Maar natuurlijk doet Moskou dat niet. Het wil de communistische bewegingen blijven leiden naar haar inzicht. Het geeft geld voor de kranten, de propaganda, de partijen in W.-Europa; het spreekt dus vanzelf dat het baas blijft. En als men de West-Europese partijen en partijleiders ziet, geestelijk en materieel geheel van Moskou afhankelijk, kan men het geen ongelijk geven. Dit bewijst, dat Moskou een zeer bepaalde politiek op het oog heeft, die het, ondanks het fiasco, dat zijn tactiek reeds geleden heeft, wil doorvoeren, en waarvan de 3e Internationale het werktuig zal zijn. Het karakter van deze politiek is uit verschillende feiten wel te erkennen.
Het eerste feit is de breuk met de KAPD. Toen deze in december als sympathiserende partij opgenomen werd, was dat vermoedelijk met de bedoeling haar als een soort radicaal tegenwicht tegen al te rechtse elementen te gebruiken; maar daartoe liet de KAPD zich niet gebruiken. Deze van haar kant hoopte in de leiders te Moskou enig inzicht in haar opvattingen te brengen of tenminste blijvende gelegenheid te krijgen om deze in de 3e Internationale te propageren. Maar de tegenstelling is te groot; en toen dit steeds duidelijker bleek, heeft de KAPD reeds van te voren verklaard, er uit te zullen gaan, als de oude tactiek ten volle gehandhaafd bleef. Het ultimatum, om zich met de VKPD te verenigen, is natuurlijk maar een vorm, waaraan toch niet voldaan wordt. Het wezenlijke is, dat op dit congres de richting naar rechts nog veel beslister wordt ingeslagen, dan verleden jaar.
Toen Brandler, de voorzitter van de VKP in Duitsland, voor het gerecht zich geheel op de bodem der legaliteit plaatste, en naderhand, in een toelichting, er op wees dat de communisten het terrorisme verwerpen, werd dit door velen beschouwd als een soort lafheid, om met een lichte straf vrij te komen. Als men terugdenkt aan twee jaar geleden, toen Radek tegen de toenmalige oppositie polemiserend, hen honend vroeg: u bent voor de dictatuur; maar bent u ook voor het terrorisme? Wie daartoe niet bereid is, is geen werkelijk communist – dan blijkt, dat de nieuwere geest, die in Levy heette belichaamd te zijn, in Brandlers richting precies zo aanwezig is. Het congres in Moskou heeft, door hem tot erevoorzitter te benoemen, deze verklaring gesanctioneerd. Nu was dit zg. terrorisme het voornaamste argument, waarmee de sociaaldemocraten in Duitsland de massa van de nog burgerlijk denkende arbeiders tegen het communisme wisten in te nemen; Brandlers verklaring bedoelt nu aan deze vooroordelen tegemoet te komen.
Nog duidelijker zijn in dit opzicht de “thesen”, die de Russen over de situatie in Duitsland aan het congres voorlegden. Daarin staat “de VKPD verstond het ook niet, om consequent de weg te bewerken, die zij door de “Open brief” betrad, nl. de praktische belangen van het proletariaat tegenover de verraderlijke politiek der sociaaldemocratische partijen en van de vakverenigingsbureaucratie te stellen” ... “dat zij niet voldoende de noodzakelijkheid van de geestelijke verbinding met de niet-communistische massa’s in het oog hield.” “Deze plichten ... kunnen slechts vervuld worden, ... als zij haar agitatie tot een werkelijk volkstümliche maakt” ... Deze zinnen tonen geest en bedoeling: nadat “massa’s” van halfcommunistische onafhankelijken in de communistische partij zijn opgenomen, moeten de nog veel grotere massa’s van in het geheel-niet-communisten gewonnen worden, de grootte proletarische massa, wel niet als leden, maar als volgelingen.
Op welke wijze dit winnen der massa’s plaats vindt, toont een blik in de kranten der VKPD. Telkens valt het oog op het opschrift “Het proletarische eenheidsfront”, waaronder dan gemeenschappelijke vergaderingen van SPD, USP en VKPD vermeld worden, waarin sprekers van alle “de drie proletarische partijen” hun eensgezindheid verklaren tegenover de aanvallende kapitalisten; soms, als een debater (meestal van de KAPD) door kritiek dit schone beeld zou willen storen, door hun de daden van deze partijen voor te houden, wordt de discussie geweigerd. In Opper-Silezië werkten afdelingen van de VKPD mee aan een nationaal eenheidsfront. Zo bereiden zich de Duitse parlementscommunisten voor op samenwerking met de sociaaldemocratische partijen. Zoals voor de vereniging van de Spartacusbond met de Onafhankelijken een aanpassing aan hun program nodig was, zo is voor de nu voorbereide samenwerking met de gewone sociaaldemocraten een verdere aanpassing en verschuiving naar rechts nodig.
Men weet in Moskou zeer goed dat de steeds meer ontredderde toestand van het kapitalisme in Midden-Europa grote volksuitbarstingen onvermijdelijk maakt. Als de tot nog toe gevolgde politiek der Duitse regeerders absoluut bankroet maakt, terwijl de arbeidersmassa’s nog niet communistisch zijn, als de massa’s rebelleren, met hun plaatselijke leiders, terwijl de opperste centrale leiders van de SD en de vakbeweging zich onmogelijk gemaakt hebben, dan wil zij er bij zijn, opdat zij de leiding van al deze massa’s in de hand kan nemen. Een tactiek niet van onder op, maar van boven op. Wij schreven verleden jaar over een “arbeidsregering”, d.w.z. een regering van arbeidersleiders, die als tussenstadium vóór het communisme kan optreden. Het blijkt nu dat de 3e Internationale zelf op dit soort politieke vorm aanstuurt en de communistische partijen tot deelhebber daarin wil maken.
Het is duidelijk, dat zulk een politiek – gesteld, zij kan slagen – geheel beantwoordt aan wat boven als Russisch staatsbelang werd ontwikkeld: het belang dat Rusland er voor zijn opbouw bij heeft, dat niet de productie in de kapitalistische landen door een revolutiechaos gestoord en vernietigd wordt. Daartoe moet de verovering van de staatsmacht – volgens de oude revisionistische grondgedachte – plaatsvinden door vereniging van de gehele proletarische massa van alle richtingen (en de kleinburgerlijke lagen), onder hun verenigde leiders, volgens een gematigd economisch programma, dat de bourgeoisie niet tot uiterste tegenstand drijft, en in staat is betrekkelijk vlug de productie in een soort staatskapitalistische vorm weer omhoog te brengen.
Dit zal dan niet zijn de werkelijke verovering van de politieke macht door het proletariaat (zomin als 1918 dit was) maar een verandering van regering, de vervanging van burgerlijk-kapitalistische regeerders door communistische, die onder inlijving van de lagere vakbureaucratie, door middel van “partijdictatuur” zullen trachten op te bouwen, vóór de klassenstrijd tussen bourgeoisie en proletariaat uitgevochten, de bourgeoisie geheel vernietigd, het proletariaat tot volle macht gekomen is. Het economisch programma werd aldus door de Rote Fahne opgesteld: “Planmatige regeling der productie naar de proletarische behoefte en naar ruilverkeer met Sovjet-Rusland, onder controle van de arbeiders en beambten, is de enige redding voor de gevolgen van de kapitalistische anarchie”. Het is duidelijk dat dit geen communisme is, maar een productie onder leiding der kapitalisten, alleen beperkt door arbeiderscontrole.
Wij hebben er vroeger reeds op gewezen hoe deze politiek op illusies berust omtrent de innerlijke kracht van het West-Europese kapitalisme – niet in de zin, dat zij niet schijnbaar zou kunnen slagen, maar in de betekenis van dit slagen. Terwijl in West-Europa de voorhoede van het proletariaat een eigen tactiek ontwikkeld heeft, beantwoordende aan zijn inzicht in zijn wezen van het kapitalisme, in zijn diepe kracht, in de geweldige kracht die dus ook het proletariaat nodig heeft, in de zware vernielende klassenstrijd, die niet te vermijden is en uitgevochten zal moeten worden, de bereidheid van het proletariaat om de zwaarste offers te brengen – stelt Moskou zich aan het hoofd van de nog in illusies bevangen massa’s, die geloven dat door een verandering van regeringssysteem en partijnaam, dus door een halve revolutie die het uitvechten van de klassenstrijd tracht te vermijden, onder medewerking met de bourgeoisie, een nieuwe opbouw, halfkapitalistisch, halfcommunistisch, als redding uit de ineenstorting, mogelijk is. Zoals het tot nog toe door zijn ingrijpen de ontwikkeling van de werkelijke revolutie belemmerde, stelt het zich nu tegenover de dragers van deze revolutie. En als 1918 zich in Duitsland in deze nieuwe vorm gaat herhalen, zal dit slechts de inleiding tot nieuwe chaos, inzinking en burgeroorlog zijn.