Geschreven: 1 sept. 1921
Bron: De Nieuwe Tijd, 26e jaargang, 1921 - Via: kb.nl
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
– Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?
Laatst bijgewerkt:
| Verwant: • Sovjet-Rusland en het West-Europese kapitalisme • De KAPD en Moskou • Hulpactie en klassenstrijd |
Dit is niet de aanval vanuit het zuidwesten, die op het ogenblik wordt voorbereid door de Kleine Entente, de aanval waartoe Roemenië onder het voorwendsel van grote najaarsmanoeuvres reeds sterke troepenmachten mobiliseert. Het is niet de aanval, die met behulp van Franse munitie zal worden uitgevoerd; sedert maanden vertrekken geregeld de volgeladen wagons uit de tuighuizen van Puteaux naar Boekarest en Warschau. Het is ook niet de aanval der Japanners, ter ondersteuning waarvan de overblijfselen van het leger van Wrangel van uit Bizerte in Tunis bij kleine plukjes naar Vladivostock worden ingescheept en daar ter beschikking gesteld van Semenow en Kappel. En het is evenmin de geestelijke voorbereiding van deze militaire plannen, de nieuwe leugenveldtocht der burgerlijke pers, de verbreiding van de meest dwaze en tegenstrijdige sensatieberichten over pest, mobilisatie en oproer die ik bedoel; noch de aanval die door het grootkapitaal onder het bedrieglijke voorwendsel van hulp aan het hongerende Rusland zal worden ondernomen.
Immers dit alles is enkel de oude aanval in een nieuw stadium, de somtijds even gestaakte, maar slechts om een krachtiger hervatting voor te bereiden, de aanval die enkel tot een einde kan komen hetzij door de ondergang der proletarische dictatuur in Rusland of door de zegevierende opmars der wereldrevolutie.
De nieuwe aanval die ik bedoel, dat is de aanval die sedert enige weken – sedert het Moskous congres – onder leiding van Pannekoek, Gorter en de redactie van de KAZ wordt gedaan door de linker-communisten, door hen die zich zelf als de “uiterste voorhoede” van het revolutionaire proletariaat beschouwen, als de voorvechters van een, de overwinning der revolutie waarborgende, tactiek. Die aanval is nieuw, immers hij is de eerste poging van communistische kant om het tactisch beginsel, dat tot nu toe alle communisten verenigde: “het behoud en de versterking van Sovjet-Rusland onder de dictatuur van het proletariaat is het gemeenschappelijk belang van de internationale arbeidersklasse”, te vervangen door dit tegenovergestelde: “Sovjet-Rusland is geworden tot een belemmering van de Europese revolutie” – en daarvan de consequenties te trekken.
In de vorige aflevering van dit tijdschrift heeft Pannekoek de aanval, die Gorter in deze aflevering voortzet, ingeleid met een beschouwing over Sovjet-Rusland en het West-Europees kapitalisme. De kern van deze beschouwing ligt in de bewering dat Sovjet-Rusland door de “nieuwe politiek” is gekomen in “een zekere mate van belangengemeenschap met het westerse kapitalisme”. Immers een grote revolutionaire beweging in West-Europa, met haar consequenties van stagnatie en vreselijke inzinking zou, zegt Pannekoek, het economisch herstel van Sovjet-Rusland tegenhouden. Het is dus duidelijk dat Rusland pogen moet een dergelijke beweging te verhinderen, dat het belang heeft bij de stabilisatie van het kapitalisme, de onbelemmerde voortgang der productie, bij rust en orde, dat is bij de versterking en de voortbestaan van de kapitalistische heerschappij. Sovjet-Rusland is geworden tot een vijand van het Europese revolutionaire proletariaat, en een vijand die des te gevaarlijker is, omdat hij in de ogen van miljoenen proletariërs hun beste vriend, hun steun, hun leidsman en hun schitterend voorbeeld was.
Is dit waar, dan moeten wij alles omdenken en omkeren wat wij – óók Pannekoek en Gorter – sedert oktober 1917 hebben geleerd en beleden. Want “alles” wat wij leerden en propageerden, hield verband met de Russische Revolutie en de verwachtingen die zij opwekte. Dan moeten wij aan het proletariaat bekennen, ons in de betekenis der Russische Revolutie volkomen te hebben vergist. Dan moet óók Pannekoek, die nog voor de 1 Mei-aflevering van dit tijdschrift een uitnemend artikel bijdroeg over De crisis in Rusland, waarin hij kort en krachtig verklaarde: “Rusland heeft de grootste en belangrijkste stap gedaan in de wereldontwikkeling: de uitbuiting door het kapitaal is er opgeheven”, en, aan de hand van Lenin, de politiek-van-concessies als een, door de nood onvermijdelijk geworden, tijdelijk terugwijken voorstelde, motiveren waarom hij, in twee-en-een-halve maand sedert verlopen, en zonder dat nieuwe gewichtige feiten zich hebben voorgedaan, tot een absoluut-verschillend oordeel gekomen is. Zonder deugdelijker motivering dan het hier bestreden artikel geeft, is Pannekoeks haast plotseling omgeslagen oordeel op het eerste gezicht onverklaarbaar.
Immers, wat geeft hij daarin op als oorzaak van de door hem tussen Sovjet-Rusland en het Westers kapitalisme ontdekte belangengemeenschap? Dit: Rusland heeft zó en zóveel duizend locomotieven, zóveel miljoen ton steenkool, zóveel landbouwmachines nodig. Het kapitalisme wil die leveren; een grote revolutionaire beweging zou de levering er van vertragen. Dus...
Hoe is het mogelijk dat een man als Pannekoek het gecompliceerde probleem der verhouding tussen Sovjet-Rusland en het Europese kapitalisme aan de ene, Sovjet-Rusland en het revolutionaire proletariaat aan de andere kant, herleidt tot een plat en eenvoudig rekensommetje? Waarom laat hij alle factoren buiten beschouwing – politieke, economische, sociaalpsychologische – wier zorgvuldige waardering toch absoluut nodig is om dit probleem in zijn juiste betekenis te doorzien?
Daar is, ten eerste, de factor van het voor de hand liggende gevaar, dat het aangaan van economische transacties met kapitalistische landen voor Sovjet-Rusland meebrengt. Elke handelstransactie zal door de regeringen van die landen gebruikt worden, om het communistisch element in de economie van de staat der arbeiders en boeren zoveel mogelijk te ondermijnen. Dan is er de ontzaggelijke cijns, die Rusland aan het vreemde kapitaal onder velerlei vormen zal moeten betalen, de afschuwelijke woekerpraktijken, door middel waarvan dit ongetwijfeld het uitgeputte, uitgeplunderde volk nog verder uitmergelen zal. Dit alles valt weg, zodra in Europa de revolutie zegeviert of op weg is naar de overwinning. Sovjet-Rusland zou dan misschien minder goederen ontvangen, maar deze tot oneindig gunstiger condities.
Ten tweede is er de kwestie der militaire veiligheid. De zwakheid der Europese revolutie noodzaakt Sovjet-Rusland nog altijd een sterk leger op de been te houden; een leger, abnormaal groot zoal niet in verhouding tot zijn bevolking, dan toch tot zijn ogenblikkelijke economische hulpmiddelen. Nog altijd moet een groot deel van de geringe industriële productie dienen tot voorziening in de oorlogsbehoeften, munitie, wapens, uniformen enz. produceren. Nog altijd moeten de weinige beschikbare transportmiddelen in de eerste plaats aan het leger ten dienst worden gesteld. Nog altijd bestaat de onvermijdelijke wanverhouding tussen de rantsoenen van de onproductieve soldaten en die der productieve werkers. Een verdere aanzienlijke demobilisatie zou voor Sovjet-Rusland betekenen een aanmerkelijke ontlasting, een vrijkomen van transportmiddelen, fabrieken, machines, geschoolde arbeiders en technische specialisten voor de productie op grote schaal. Zulk een demobilisatie is echter alléén verantwoord wanneer – zonder dat men direct aan de “eindoverwinning” van het proletariaat in de meest ontwikkelde landen behoeft te denken – de macht van het grootkapitaal in de voornaamste landen door de verdieping en verbreding van de revolutionaire beweging belangrijk zou zijn verzwakt.
Ten derde: waar staat geschreven, dat de ondermijning van de productie, zonder welke de strijd voor het communisme niet mogelijk is, gelijktijdig en overal dergelijke afmetingen moet aannemen, dat zij het economisch herstel van Sovjet-Rusland ernstig belemmeren zal? Sovjet-Rusland kan, juist door zijn verregaande uitputting, aanvankelijk slechts een miniem onderdeel van de industriële wereldproductie opslurpen, zoals een zeer verzwakt organisme slechts heel weinig voedsel gebruiken kan, tot het opnieuw enige krachten heeft gewonnen. In vele landen zijn grotere of kleinere voorraden van productie- en consumptiemiddelen opgehoopt. Zegevierde de revolutie bv. in Midden-Europa, dan zou het proletariaat deze voorraden, in plaats van ze te verkopen aan vreemde kapitalisten, zeker ter beschikking van Sovjet-Rusland stellen. Ook door goed voorbereide, stelselmatige emigratie van geschoolde arbeidskrachten, technici enz. uit Midden-Europa naar Rusland, zou zeer veel tot economisch herstel kunnen worden bijgedragen. Immers, de federatie van Russische Sovjetrepublieken beschikt over zo goed als alle grondstoffen, voor de industriële productie noodzakelijk; zij kan, mits geholpen door economisch en technisch meer ontwikkelde landen, de productie van alle gebruiksvoorwerpen die zij nodig heeft, zelf organiseren.
Zeker zal de moeilijke overgang van kapitalisme naar communisme sterke vermindering der productie, grote stagnatie en economische inzinking brengen. Juist het verloop der Russische Revolutie heeft ons communisten de ogen voor deze waarheid beter geopend; zij is echter voor niemand van ons, zover ik weet, tot nu toe een argument geweest om te proclameren dat enkel het kapitalisme Rusland uit zijn ontreddering oprichten kon! Integendeel werd in de gehele communistische propaganda van de laatste jaren, de nauwe economische aansluiting tussen Sovjet-Rusland en Sovjet-Duitsland, die wij als eerste vrucht van de overwinning der Midden-Europese revolutie verwachtten, voorgesteld als liggend in de lijn der ontwikkeling en tot beider heil dienend. Ook in de gedachte der Russische communisten is Rusland nimmer de zwakke, hulpeloze, uitsluitend ontvangende staat; bij hun plannen tot elektrificatie van de landbouw bv. hebben zij altijd een toekomst voor ogen, waarin Rusland de korenschuur zal zijn van een aantal industrieel hoger ontwikkelde Europese Sovjetstaten die zonder zijn hulp door Amerika, de laatste sterke burcht van het wereldkapitaal, geboycot en misschien door de honger ten val gebracht zouden kunnen worden.
Maar er zijn nog andere krachten in het spel dan economische, politieke en militaire, krachten van sociaalpsychologische aard. Sovjet-Rusland lijdt niet enkel door honger, gebrek aan schoenen, aan werktuigen enz., het lijdt óók onder een pijnlijke morele depressie. En de diepste ondergrond van die depressie is het uitblijven van grote acties van het proletariaat in andere landen, de stagnatie van de Europese revolutie. Een versnelling van haar vaart, een opleving van haar kracht zou in samenhang met de omstandigheden die wij hiervóór hebben opgesomd, dat is: mogelijkheid van bijna gehele demobilisatie, stelselmatige organisatie van immigratie van geschoolde arbeidskrachten en gunstiger voorwaarden voor de levering van goederen, een einde maken aan de moedeloosheid die in de laatste maanden in Sovjet-Rusland – en hoe kan het anders – de harten van velen heeft beslopen. Zij zou, door de hoop op de toekomst te verlevendigen, de daadkracht nieuw opwekken, de geest van initiatief bevorderen, prikkelen tot vernieuwde inspanning en onverminderde standvastigheid.
Om het kort samen te vatten: “de oorzaak, waarom de concessies (aan het kapitaal en aan de boeren, H. R. H.) nodig zijn, is vooral de stilstand, het langzame tempo van de revolutie in West-Europa. Komen hier nieuwe uitbarstingen, die het wereldkapitaal ernstig schokken, dan verliezen de tendensen, die de Russische boeren in burgerlijke richting drijven, hun kracht. En als deze crisis is overwonnen en de productie nieuw opgebouwd, dan is daarmee de baan voor de verdere ontwikkeling naar omvattende organisatie, hoge productiviteit, grootbedrijf, overvloed en daarmee naar het communisme open.”[1]
Het is de Pannekoek van mei, die in deze paar lapidaire zinnen de beweringen van de Pannekoek van juli bij voorbaat weerlegt. De Pannekoek van mei ziet de dingen ruim en groot, hij erkent zeer goed de verschillende factoren, welke bij de verhouding: Sovjet-Rusland-West-Europa in het spel komen. De Pannekoek van juli kiest met opzet een eng, bekrompen standpunt, als iemand die in een bosje kruipt om de formatie van een streek te onderkennen. Hij let uitsluitend op de onmiddellijke materiële belangen. Hij verlaagt de revolutie tot een rekensom. Hij vervalt in dezelfde fout als reformisten en mensjewieken: enkel te zien “naar een kleine, voorbijgaande, zeer gedeeltelijke overeenstemming van belangen tussen bepaalde klassen en de grote, blijvende tegenstellingen tussen hen te negeren.
Aan alle communisten die vragen, of met de concessies niet “de terugweg naar de burgerlijke orde wordt ingeslagen”, geeft Pannekoek in zijn Mei-artikel de raad, de rede van Lenin op het laatste congres van de Russische CP maar eens te lezen, waarin de absolute noodzakelijkheid van de nieuwe politiek, wil Rusland niet ondergaan, wordt aangetoond. De Russische leiders, schreef Pannekoek toen, verbloemen zich de gevaren van deze politiek geen ogenblik, maar zij weten ook, “dat als niet in de eerste plaats de productie hersteld wordt, dit tot algehele machteloosheid en vernietiging moet leiden”. Die gevaren echter “moeten worden getrotseerd en overwonnen.”[2]
De Pannekoek van juli echter ziet de zaak anders in: hij verwacht van de concessiepolitiek aan de buitenlandse kapitalisten “een geweldige versterking van het wereldkapitaal.” Zo spraken ook de KAP-afgevaardigden te Moskou hun bezorgdheid uit, dat de bestellingen van Sovjet-Rusland het wereldkapitaal over de huidige crisis heen helpen en opnieuw bevestigen zouden. Waarop Trotski hen geruststelde: ongelukkigerwijs was Rusland te zeer verarmd en uitgeput, om op een dergelijke wijze plotseling de spil van de wereldmarkt te kunnen worden.
Wat de concessies van het buitenlands kapitaal betreft, daarmee staat het zo: sedert het bewuste besluit een half jaar geleden werd uitgevaardigd, is nog geen enkele concessie verleend, omdat er nog geen enkele verlangd werd. Zo een vaart loopt het dus met die “geweldige versterking” niet. Hoe geweldig zij zal zijn, blijft verder toch ook enigszins bij Sovjet-Rusland berusten, zo lang de proletarische dictatuur daar verder bestaat. Werden de concessies in het wilde weg, bij honderden tegelijk verleend, dan zou natuurlijk Sovjet-Rusland binnen korte tijd een kolonie van het buitenlands kapitaal worden. Dat het die weg op gaat, behoeven wij niet aan te nemen, en mogen wij niet aannemen zonder sterke bewijzen.
De tekst van een enkele clausule van het handelsverdrag tussen Rusland en Engeland is voor Pannekoek grond genoeg om aan te nemen dat de Sovjetregering “elke bevordering der revolutie opgeeft”. Het eigenaardige van dit argument is, dat het wél openlijk gebruikt maar daarentegen door ons niet openlijk bestreden kan worden. Het te gebruiken geeft blijk óf van grote arglistigheid, óf van grote naïveteit. Meer kan ik ér niet van zeggen.
De belangentegenstelling tussen de Russische en de internationale revolutie, die Pannekoek aanneemt, is bijna geheel een willekeurige gedachteconstructie. Integendeel is beider lot zo onafscheidelijk verstrengeld en verbonden dat Sovjet-Rusland, als het poogt door “een politiek van laveren” uit ondiepten en langs riffen zich te redden naar open water, daardoor handelt zowel ter wille van de internationale revolutie als ter wille van zich zelf. De Russische communisten hebben zich sedert de eerste dag van de dictatuur geen ogenblik ontveinsd, dat Rusland als enig revolutionair land geen koers zou kunnen “zetten naar het communisme, zij hebben van het begin af aan geweten en duizenden malen herhaald, dat dit enkel door de internationale uitbreiding der revolutie mogelijk zou zijn. Zij wisten dat Rusland enkel een vooruitgeschoven post der revolutie kon wezen. Maar zij wisten ook van hoe ontzaglijk belang het is voor de revolutie in het westen en het oosten, voor tientallen miljoenen proletariërs in West-Europa en honderden miljoenen arme boeren in Indië, voor de gehele geschiedenis der mensheid, dat het verzwakte, gedecimeerde en ten dele gedeclasseerde Russische proletariaat zich op die vooruitgeschoven post handhaven kan, tot de stroom der internationale omwenteling de stremmingen overwint, ten gevolge waarvan hij zich nu zo traag en troebel voortsleept.
De val der dictatuur in Sovjet-Rusland zou meebrengen de ontketening van de vreselijkste reactie door geheel Europa, zou een slag, politiek, organisatorisch en geestelijk, toebrengen aan het wereldproletariaat, waarvan het jaren zou nodig hebben om zich te herstellen. Die val zou betekenen: het wereldproletariaat, gedurende enige jaren op zijn minst, weerloos overgeleverd aan zijn vijanden.
Omdat de Russische communisten dit alles weten en bedenken, zijn zij bereid voor het voortbestaan der dictatuur een zo zware prijs te betalen. De belangen van het wereldproletariaat staan op het spel! Sovjet-Rusland mét de dictatuur[3] is nog altijd het bolwerk der internationale revolutie. Stromen bloed hebben de Russische communisten vergoten om dat bolwerk te beschermen, jarenlang ontberingen geleden en gehongerd, hun krachten verteerd in bovenmenselijke arbeid. Thans wordt voor hetzelfde doel van hen een nieuw offer geëist: het opgeven van een deel van hun idealen, het afbuigen van de rechte, koninklijke weg naar het communisme, om een zijweg in te slaan.
Natuurlijk kan de politiek, die ter wille van de revolutie in het algemeen bepaalde revolutionaire posities opoffert, niet in het oneindige doorgaan, zomin als een leger in het oneindige kan terugtrekken om een nieuwe opmars voor te bereiden. Een mate van uitholling van de proletarisch-communistische politiek is denkbaar, waardoor de vorm der dictatuur zijn waarde verliest. Dit zou bv. gebeuren, wanneer het karakter der partij, die de dictatuur uitoefent, overheersend kleinburgerlijk werd. Of het in Rusland tot een dergelijke uitholling en ontaarding der dictatuur zal komen, dat weten wij niet: het hangt alweer in de eerste plaats van het ontwikkelingstempo der wereldrevolutie af. Overwint deze de huidige stagnatie niet, dan is de Russische Revolutie waarschijnlijk veroordeeld tot verzanden, d.w.z. de kleinburgerlijke strekkingen in haar zullen zich doorzetten tegenover de proletarische.
Zolang deze verwording en verzanding niet onmiskenbaar zijn, blijft het de plicht van alle communisten om onophoudelijk op het aambeeld der grote belangen-eenheid tussen Sovjet-Rusland en de internationale revolutie te hameren. Dit is hun plicht, ten eerste tegenover Sovjet-Rusland, dat alleen door de toewijding, het onwankelbaar vertrouwen der revolutionaire voorhoede van alle landen gedragen, de huidige crisis te boven kan komen; ten tweede tegenover het internationale proletariaat zelf, dat zijn wankeling, viel Sovjet-Rusland of viel de dictatuur in Sovjet-Rusland, ontzettend duur zou hebben te betalen.
Nu Pannekoek de mening verkondigt, dat Sovjet-Rusland de Europese revolutie tegenhouden wil, omdat het belang heeft bij herstel van de kapitalistische economie, nu hij Moskou beschouwt als een contrarevolutionaire macht-in-wording, moet hij voor zijn stelling zoeken naar steunpunten. Deze steunpunten vindt hij in de, volgens hem, veranderde politiek van Moskou in de Derde Internationale.
De bewijzen die hij daarvoor aanvoert zijn drieledig.
Ten eerste de breuk met de KAPD.
Als voorstander van toelating van de groepen der uiterste linkerzijde tot de Internationale zal ik die breuk niet verdedigen of verschonen; de billijkheid echter gebiedt te erkennen, dat zij van beide kanten komt, niet van die der Internationale alleen. De KAP eiste van het congres, dat het de verleden jaar aanvaarde tactiek, inzonderheid het meedoen aan de parlementaire actie en het stichten van kernen in de vakbonden, zou verwerpen. Deed het dit niet, dan, dit stond vóór het congres reeds vast, zou de KAP uit de Komintern treden. Het gaat dus volstrekt niet aan, om de breuk als een “uitwerping” of uitdrijving door Moskou voor te stellen. Daarenboven is een dergelijke uitwerping in het geheel niet geëist, laat staan aangenomen, waar eenvoudig de vereniging van KAP met VKP, dus de toepassing van een eenmaal aangenomen stelregel werd geëist. Nu heeft de KAP het volste recht te zeggen, dat die vereniging vóór haar geestelijk onmogelijk was, maar uitwerping kan men de eis er toe in goede trouw onmogelijk noemen. Het is eerder het omgekeerde: het aanvaarden van het KAP-beginsel als een integrerend (oppositie) bestanddeel van de Komintern.
Ten tweede de benoeming van Brandler tot een der erevoorzitters van het congres. Het komt niet bij mij op die benoeming te rechtvaardigen, evenmin als de schuldige zwakheid door Brandler in zijn proces getoond. Maar dat het congres, door deze benoeming, die toch in wezen niets anders was, dan een zich solidariseren met de offers, door het Duitse proletariaat in de revolutionaire strijd gebracht – dat het congres door deze benoeming Brandlers ongelukkige uitvluchten inzake de dictatuur en het terrorisme zou hebben gesanctioneerd – dat Moskou dit zou hebben gedaan, na bijna vier jaar lang de dictatuur gehandhaafd, het terrorisme toegepast te hebben, – dat het dit zou hebben gedaan om “de vooroordelen van de burgerlijk denkende arbeiders in Duitsland en elders tegemoet te komen”, het is alles zo absurd, zo ongelofelijk dat men zich verbaast, hoe iemand als Pannekoek zulke dingen kan beweren.
En dan ten slotte: het “grote plan”, de nieuwe Russische politiek in de Internationale, het plan van Moskou om de “grote volksuitbarstingen” die in Midden-Europa steeds meer onvermijdelijk worden, zo mogelijk te voorkomen door de revolutionaire beweging te temperen of juister haar op een vals spoor te brengen. Het plan van Moskou om te verhinderen dat het communisme tot de massa’s doordringt en met behulp van deze achterlijke massa’s een gemengd communistisch-mensjewieken regering te vormen, een allegaartje, dat het kapitalistische stelsel een weinig kortwiekt maar essentieel laat voortbestaan. En het is alweer Moskou waarvan Pannekoek aanneemt, dat het zulk een politiek van jammerlijke onklaarheid of duivels bedrog tegen het proletariaat zou volgen. Moskou dat juist een dergelijke politiek in Rusland zelf altijd tot het uiterste bestreden heeft, fel, onverbiddelijk, met alle wapens, omdat het wist dat zij voerde naar een moeras, waaraan geen uitweg is. Moskou dat ook heden in zijn uiterste benardheid volhoudt “alle economische concessies, die nodig zijn aan de boeren, de kleinburgers, het buitenlands kapitaal, maar géén enkele politieke”.
Misschien zal Pannekoek vragen of ik dan zo zeker ben, dat het in Duitsland niet zal gaan langs die weg van halfslachtigheid, van een gemengd communistische-labouristische regering. Neen, daarvan ben ik volstrekt niet zeker. In geval de tot nu toe gevolgde politiek der Duitse regeerders bankroet maakt, vóór de massa’s in meerderheid vóór het communisme gewonnen zijn en zijn leiding volgen, kan een dergelijke onwenselijke, niets-oplossende oplossing zich opdringen. En het is juist om dit gevaar te verminderen dat Moskou het de Duitse communisten tot plicht maakt, onophoudelijk en onvermoeid onder de massa’s te werken, te pogen deze op alle manieren door propaganda en actie, voor het communisme te winnen.
In het eerste hoofdstukje van zijn onder deze titel in Duitsland verschenen vlugschriftje, geeft Gorter de volgende omschrijving van het wezen der Russische Revolutie. “De Russische revolutie was slechts in schijn proletarisch-communistisch. In werkelijkheid was zij voor een zeer klein deel een proletarisch-communistische, voor het overgrote deel een boers-democratische revolutie.” Dan volgt een kort overzicht van de ontwikkeling der revolutie. En dan komen deze zinsneden:
“Maar wanneer men op de getallen let, op de 6 of 7 miljoen industriële proletariërs en op de 25 tot 40 miljoen boeren, dan moet men zeggen, dat het communisme slechts een dun omhulsel was, en de op privaatbezit berustende boerse democratie de kern. Het communisme was als een dunne korst op een grote diepe zee. Elk ogenblik konden de golven de korst breken.
Deze economische verhoudingen hebben de gehele politiek van de Sovjetrepubliek bepaald en voorgeschreven.
Het wezen der republiek was niet ondubbelzinnig communistisch, maar dubbelzinnig: proletarisch-boers, of wel - omdat privaatbezit burgerlijk is - proletarisch-burgerlijk. Haar tactiek en politiek moest dus ook voortdurend dubbelzinnig: proletarisch-burgerlijk zijn.”
Dit is wel een zéér verschillende voorstelling van het wezen der Russische Revolutie en de Sovjetrepubliek als die wij vinden in Gorters brochure De Wereldrevolutie.[4] Daarin toch schrijft hij – na een verheerlijking van de Russische Revolutie in het algemeen en van de vrede van Brest-Litovsk in het bijzonder, de daad waardoor de Russische arbeiders zich terugtrokken en “een deel van hun land offerden om met alle arbeiders der wereld één te blijven” het volgende:
“Er bestaat geen reden, waarom de Russische Revolutie, het stichten van de Socialistische Maatschappij in Rusland, niet volkomen zou zijn geslaagd, als niet het buitenland tussen beide was gekomen. Wel is de wording van het socialisme, uit een grotendeels agrarisch land, in strijd met de orthodoxe wetenschap, die leert, dat alleen uit een kapitalistisch, industrieel hoog ontwikkelde maatschappij het socialisme kan voortkomen. Maar de ontwikkeling in natuur en maatschappij is altijd rijker dan de wetenschap omvat. Zij brengt altijd nieuwe dingen voort. In Rusland bestonden klassen en klassenverhoudingen die een uitzondering zijn. Een reeds tamelijk talrijk, zeer revolutionair proletariaat, en een zeer groot aantal zeer arme, zo goed als niets bezittende boeren (beide klassen sterker dan alle andere), een bedorven klasse van grootgrondbezitters en bureaucraten, een zwakke klasse van kapitalisten.
Waarom zouden de twee eerste klassen tezamen niet een socialistische maatschappij kunnen stichten? Waarom zouden zij niet langzamerhand alle bank-, industriële, handels- en transportbedrijven socialistisch kunnen regelen? Waarom niet alle landbouwbedrijven langzamerhand tot coöperatief werkende grootbedrijven verenigen? Waarom niet de gehele warenruil en het loon, en de productie, en de bezitsverhoudingen en het onderwijs socialistisch maken? Waarom niet langzamerhand de gehele maatschappij socialistisch inrichten? Zij hadden de macht, niemand in Rusland kon tegen hen op. En zij allen, en zij alleen waren gewapend.
Er was alleen nodig geduld bij hen zelf. Maar dat zouden zij wel hebben, want dit gaf hun vooruitgang en welvaart.
Zeker, zij zouden geweldige moeilijkheden en ook geweldige tegenstand te overwinnen hebben. Van alle zijden; de bezittende klassen, de rijkere en rijke boeren, de adel, de kapitalisten, van een deel van de middenstand. Van de arme boeren zelf, die nog lange tijd individualistisch gezind zouden blijven. Maar onoverkomelijk waren deze moeilijkheden niet.
Er was slechts geduld nodig en tijd.
De poging moest in ieder geval gedaan worden.
Maar opdat er tijd zou zijn was het noodzakelijk dat geen buitenlandse machten hen aanvielen, hun het land, het brood en het koren ontroofden en zo de contrarevolutie bij hen versterkten.”
Daarna toont Gorter aan, dat de aanval moest komen, zolang niet in andere landen de arbeiders opstonden. Het socialisme kan niet in één land ontstaan; het moet “ontstaan in meerdere, in vele, in alle, ten minste in de doorslag gevende landen tegelijkertijd.[5] Dan volgt de beschrijving van de benarde toestand, waarin Sovjet-Rusland zich in het voorjaar van 1918 bevond, en van de angstig toenemende kracht der contrarevolutie. En dan dit: “Door alle helse machten der wereld besprongen, door alle machten der oude wereld in binnen en buitenland, houdt de kern der socialistische gemeenschap der mensheid stand, en tracht te groeien en zich te ontwikkelen, tracht ten minste te leven,[6] voor het wereldproletariaat het lichtende voorbeeld te blijven, en wacht slechts op de Europese revolutie.
Maar, zoals gezegd, de wereldrevolutie laat nog op zich wachten en de Russische Revolutie is in barre nood.”[7]
Zo helder zag Gorter in 1918, en ook nog in 1920, de moeilijkheden, tegenstellingen en problemen der Russische Revolutie. Hij zag hoe de “barre nood” Sovjet-Rusland had gedwongen zich door de vrede van Brest-Litovsk “grote stukken uit het lichaam te laten scheuren.” Hij zag hoe de boeren “nog lange tijd individualistisch gezind zouden blijven.” Daarom was nodig: “geduld en tijd”.
Ook dat concessies nodig waren, zag hij zeer goed; dat laveren nodig was, schijnbaar teruggaan om zich sterk te maken tot een nieuwe opmars. Was de vrede van Brest-Litovsk zelf geen reusachtige concessie? Noemden niet velen haar een zich onderwerpen van Sovjet-Rusland aan het Duits imperialisme, een verraad aan de Europese revolutie?[8]
Niet aldus Gorter: het kwam niet bij hem op, om Sovjet-Rusland zijn zwakheid te verwijten! Hij verheerlijkte integendeel de geloofskracht, die uit de vrede van Brest-Litovsk sprak, hij zag er – terecht – een offer in, voor de wereldrevolutie gebracht. En hij zag ook, dat de individualistisch gezinde boeren nog langdurig tegenstand zouden bieden aan het communisme. Maar hij oordeelde, dat die tegenstand en de daaruit voortspruitende moeilijkheden, overwonnen zouden kunnen worden door “geduld en tijd”.
Gorters kijk op het revolutionair ontwikkelingsproces was in 1918 zeer zeker te optimistisch. Wel schrijft hij in zijn brochure “het is waarschijnlijk dat de strijd lang, zeer lang zal duren, en dat hij zal bestaan uit een afwisseling van overwinningen, stilstand en nederlagen”, maar aan de toon van het gehele geschrift, een toon van geestdriftige bezieling, hoort men dat hij zich “de stilstand en de nederlagen” en hun consequenties, niet diep genoeg had gedacht. Zoals vele revolutionairen, waarbij zeer groten, heeft hij de moeilijkheden der revolutie onderschat, zich niet voldoende rekenschap gegeven hoeveel geduld, hoeveel tijd, en ook hoeveel laveerkunst, hoeveel terugtrekkende bewegingen, hoeveel offers nodig zouden zijn om het doel te bereiken. Maar in het algemeen was zijn kijk, zijn inzicht juist. En het is dat inzicht wat wij heden nog met de oude Gorter tegen de Gorter van nu verdedigen. Het inzicht dat de ontwikkeling naar het communisme zich niet langs een rechte lijn, maar in slingeringen voltrekt.
Van de sociale tegenstellingen zijn sommige onverzoenlijk, zoals bv. de kloof tussen communisme en kapitalisme. Anderen zijn dit niet. Wanneer Gorter in zijn laatste geschrift de kloof tussen communisme en kleinburgerdom (dus tussen proletariërs en arme boeren) óók onverzoenlijk noemt, dan moet hij mij eens verklaren, hoe hij zich de overgang van kapitalisme naar communisme voorstelt. De bourgeoisie moet door de arbeidersmassa’s overwonnen, het grootkapitaal onteigend worden, juist omdat tussen deze beide klassen een onverzoenlijke tegenstelling bestaat. Maar de kleine boeren? Moeten zij ook worden overwonnen en met geweld onteigend? In de meeste landen, misschien in alle, wanneer men Engeland niet beschouwt als een land op zichzelf maar als onderdeel van het Britse rijk, is dat eenvoudig onmogelijk. Maar het hoeft ook niet, juist omdat de tegenstelling niet onverzoenlijk is. De industrie ontwikkelt zich niet in één richting en de landbouw in een andere. Dit is de oude reformistische dwaling. Lenin echter en de Russische communisten zijn overtuigd dat de landbouw de richting van de industriële ontwikkeling volgt, dat de stad, de grootindustrie, de superieure techniek de leiding heeft, en het platteland meetrekt in zijn kielzog. En in de elektriciteit zien zij een kracht die de omwenteling in de landbouwtechniek, in de productiewijze en de eigendomsverhoudingen van het platteland, zeer zal bespoedigen. Daarom zetten zij – terwijl zij de boeren concessies doen, terugtrekken, laveren – tevens met alle kracht de elektrificatie door. De concessies moeten zij doen, omdat Sovjet-Rusland “tracht te leven”; hun grote plannen voeren zij uit, omdat het wil “gloeien en zich ontwikkelen” naar het communisme.
Zo blijven zij de oude marxistische revolutionairen.
En zij weten dat tot dit alles nodig is: geduld en tijd.
Volgens Gorter echter hebben de Russische communisten in het besef van hun zwakheid juist uit “angst en haast” de revolutie bedorven. Om toch vooral snel de hulp van het proletariaat, van “reusachtige massa’s” proletariërs te krijgen, sloegen zij een valse weg in en kozen het opportunisme.
Hier zijn wij op de grond van de scheur, die nu de Communistische Internationale heeft gespleten. Dit is het aller gewichtigste punt: heeft Moskou, ja dan neen, om, ter wille van zichzelf, toch snel grote partijen te vormen, de revolutie op een dwaalweg gevoerd? Aan dit punt is al het andere ondergeschikt, ook de punten van het blijven in de vakbonden en de deelneming aan parlementaire actie. Dat zijn enkel uitingen, bepaalde openbaringen van een algemeen tactisch beginsel.[9] Men kan (om opportuniteitsredenen, in het verloop der revolutie) op de besluiten van het Tweede Congres terug komen en toch het beginsel handhaven, dat luidt “het communisme moet zich niet afzonderen van de massa’s; het moet overal zijn waar de massa is, overal strijden waar de massa strijdt.”
Het is voor Moskou niet in de eerste plaats een vraag van kleine of grote partijen. Zeker, in het algemeen houdt Moskou niet van kleine partijen omdat het weet, dat deze haast onvermijdelijk sektarisch zijn. Niet de omvang echter van een communistische partij is voor Moskou het voornaamste, maar de wijze waarop deze de functie uitoefent, waartoe de geschiedenis haar roept, de graad en de innigheid van haar samenhang met de massa’s, de mate van vertrouwen, die zij de massa’s inboezemt en de mate van invloed, die zij op de massa’s uitoefent. Wanneer een communistische partij door historische omstandigheden klein zou blijven,[10] maar toch onmiskenbaar op weg bleek om het vertrouwen te verwerven van de massa’s, dat wil zeggen om een goed, krachtig instrument van de revolutie te worden, dan zou Moskou tegen zo een partij niets in te brengen hebben.
Zeker, Moskou heeft fouten begaan, als allen die handelen. Vele fouten. Ook in de internationale tactiek. En die fouten hadden voor het merendeel hun oorsprong in het overmatig vertrouwen dat Moskou – concluderend van uit zijn eigen gevoel, zijn eigen ervaringen, zijn eigen wezen – stelde in het West-Europese proletariaat, in diens revolutionaire energie en doortastendheid. Moskou heeft het vizier te kort genomen. Het heeft de aanstekelijke kracht van zijn eigen voorbeeld overschat. Het heeft zich niet voldoende ingedacht in de psychische verburgerlijking van de West-Europese arbeidersklasse, de zwaarte van haar geestelijke ketenen overschat. Het is dikwijls te ruw geweest, te haastig. Het heeft somtijds te veel op stoffelijke hulpmiddelen: geweld en goud, gebouwd. En ten gevolge van dit alles heeft het willen opjagen, forceren. Het wilde snel een korps “stormtroepen”, een voorhoede formeren om de ongeoefende, verdeelde, verdwaasde massa’s te verenigen en te leiden in de grote strijd, die het elk ogenblik verwachtte. Het begreep niet onmiddellijk, dat de voorhoede zélf eerst nog geoefend en geschoold moest worden. Immers in het tijdperk van vóór de oorlog kon de arbeidersklasse wel inzicht en organisatie, maar het kon de revolutionaire strijd niet leren: die kan zij enkel leren in de strijd zelf.[11]
Moskou heeft fouten begaan, maar de tactiek die Moskou voorstaat in het algemeen is goed en juist en zuiver. Moskou zegt, juist zoals Het communistisch manifest 73 jaar geleden zei “de communisten zijn niets anders dan de voorhoede der arbeidersklasse”; Moskou spreekt tot de communisten: “Je moet overal zijn waar de massa’s zijn, elke zucht, elke snik horen die uit hen opstijgt, elke hunkering van hun hart vorm geven, vorm geven zó dat altijd het communisme, het grote einddoel wordt gediend. Je moet de massa’s door eigen ervaring doen inzien dat de communisten hun beste vrienden, hun enige betrouwbare helpers en leiders zijn.”
Dat is de tactiek die Moskou wil, die het gewild heeft van de eerste dag af aan en voortgaat te willen. Wie iets anders zegt begrijpt Moskou niet. En het is de enige revolutionaire tactiek. Het is die van Het communistisch manifest. Het is die van de Eerste Internationale. Het is een uiterst moeilijk uit te voeren tactiek.[12] Maar het is in de huidige omstandigheden de enig goede.
Ik zeg: in de huidige omstandigheden. De “tactiek van Moskou” is alléén goed, voor wie overtuigd is, dat het proletariaat de drempel van het tijdperk der voorbereiding achter zich heeft gelaten, en het tijdperk van de revolutionaire worsteling – van de “eindstrijd”, zo men wil, is ingegaan. In het vorige tijdperk kon het wenselijk zijn, dat radicale groepen zich vormden tegenover de officiële sociaaldemocratische partijen, ook al moesten die groepen, door hun politieke machteloosheid, zich beperken tot kritiek van hun opportunistische tegenstanders en tot propaganda voor een betere strijdwijze. De bezwaren tegen het sektarisch karakter van dergelijke groepen of partijen moest men op de koop toenemen.
Thans echter is dit niet meer het geval. Thans is het voornaamste: de actie. De grote lessen komen uit de beweging, uit de strijd. En dat maakt een enorm onderscheid. De kleine “zuivere” groepen konden de propaganda voeren al waren ze maar een paar dozijn leden sterk, als ze maar over een orgaan beschikten, daar werd alles op gezet. De communistische partijen daarentegen moeten, om te kunnen strijden, beschikken over een zekere politieke macht, (niet per se parlementaire macht, al kan het bezit van een paar parlementszetels de strijd vergemakkelijken) én over verbindingen met de massa’s. Natuurlijk liggen in deze tactiek gevaren, (waar liggen ze niet?) Maar Moskou rekent er op dat die gevaren overwonnen zullen worden zowel door de innerlijke kracht van de communistische partijen als door de werking der revolutionaire omstandigheden. Want Moskou vertrouwt op de objectieve én de subjectieve krachten van de revolutie. Moskou vertrouwt daarop héél anders dan West-Europa, omdat de revolutie vlees van haar vlees en been van haar been is. Moskou ként onze aarzelingen en flauwheden en twijfelmoedigheden niet.
Gorter daarentegen is overtuigd dat deze tactiek absoluut zal falen of liever dat zij reeds gefaald heeft, immers hij schrijft “de revolutie is voorlopig diep geschokt, innerlijk verzwakt en voor langere tijd verloren.” Als bewijs hoe dwaas en verkeerd zij is tegenover de grootste kapitalistische macht: het Britse rijk, stelt hij de ogenblikkelijke krachtsverhouding van dit rijk en van de proletarische wereldbeweging aan wier spits Moskou staat tegenover elkaar. Met verholen bewondering gaat hij de machtsposities van het Britse imperium na; met iets van dezelfde lyrische vervoering, waarmee hij drie jaar geleden schreef over de politiek van Lenin, doet hij het nu over die van Lloyd George. En juist zoals hij toen de schaduwkanten in het bestaan van de Sovjetrepubliek niet genoegzaam wilde of kon zien, van haar zwakheden de blik afkeerde om haar grootheid en heerlijkheid sterker te doen uitkomen, zo handelt hij nu ten opzichte van het Britse rijk en van de politiek van zijn staatslieden. Het zo treffende element van onvastheid in de politiek van Lloyd George tegenover Rusland – en hoe kon de grote staatsman-demagoog anders dan onvast zijn, waar hij met zo zeer uiteenlopende krachten: de interventionistische bourgeoisie, de niet-interventionistische bourgeoisie, de pacifistische, min of meer pro-Russische massa’s en de extremisten, rekening moest houden – wordt eenvoudig genegeerd. Die politiek wordt voorgesteld als een “hoog kapitalistische”, een politiek van “de vaste blik en de heldere wil”, haar succes in oost en west tegenover de “opportunistische boers-proletarische” politiek van Lenin verheerlijkt.
Deze voorstelling van Gorter is hoogst eenzijdig.[13] Zulk een eenzijdigheid kan op haar plaats zijn in een kunstwerk, waar alle licht op sommige figuren geconcentreerd moet worden, terwijl andere geheel van duisternis omvangen moeten verschijnen, maar in een populair-historische uiteenzetting komt zij niet te pas. Gorter veronachtzaamt in zijn voorstelling opzettelijk alle factoren van kracht en grootheid in de Sovjetpolitiek, in de politiek van Lenin en van de Communistische Internationale. Of, wat nog erger is, hij maakt van die factoren een karikatuur.
Ten eerste ontkent hij de waarlijk miraculeuze invloed van Sovjet-Rusland als een kracht tot opwekking van vrijheidsaspiraties (in de algemeenste zin) in het gehele Oosten. Heel dat beginnend ontwaken van honderden miljoenen menselijke wezens wordt afgedaan met twee simpele zinnetjes: “Mustafa Kemal zal Rusland verraden als het hem te pas komt. Boeren zijn geen communisten” en iets verder: “wanneer de proletarische, van Rusland uitgaande politiek van de Derde Internationale zo zwak blijft en het wereldkapitaal zo sterk, wie kan dan nog betwijfelen, dat de Turken, Arabieren, Perzen en Indiërs de zijde van het kapitaal zullen kiezen.”[14]
Ten tweede beledigt Gorter het Rode Leger, door te vragen “of dit óók strijden zal tegen landen, die hem het bezit van de grond waarborgen.” – Hierin zijn twee dingen opmerkelijk: het, voor een communist, zonderlinge geloof van Gorter in de “waarborgen” van kapitalistische staten en zijn onwetendheid (tenzij hij opzettelijk een valse voorstelling geeft) over de ideologie van het Rode Leger. Weet Gorter niet dat de Russische communisten alles hebben gedaan om het Russische leger te doordringen van het besef dat het streed (en nog verder zal moeten strijden) voor de proletarische revolutie? En dat zij daarin ook zijn geslaagd?[15]
En ten derde wordt de poging van de Derde Internationale tot oprichting van een alle revolutionaire stromingen en groepen omvattende Centrale van Vakbonden tegenover het wereldkapitaal door Gorter als volgt gekenschetst: “In de binnenlandse politiek van Engeland worden tegenover de grote wereldpolitiek slechts de verouderde vakverenigingen gesteld.” – Ook deze voorstelling is eenzijdig en misleidend. Tegenover de verouderde vakverenigingen worden gesteld de nieuwe Shopstewards en Workers committees: zij zijn de organen, waardoor in Engeland de propaganda voor rechtstreekse activiteit der massa’s en voor beter aan het grootkapitalisme en de revolutionaire strijd aangepaste organisatievormen alléén mogelijk is. Het is wel absoluut zeker, dat een poging in Engeland, uitgaande van de communistische partij of de Communistische Internationale, om de vakbonden te verscheuren en tegen-organisaties op te richten, in aanmerking genomen de mentaliteit der Engelse arbeiders, hopeloos zou zijn. Niemand in Engeland wil dit, omdat iedereen voelt dat het niet kan. Het hechten aan de oude vorm is een van de sterkst sprekende trekken in de Engelse mentaliteit.
Tegenover de slechte, beroerde tactiek van Moskou en de Derde Internationale stelt Gorter de Nieuwe Tactiek van zijn fantasie, het schone droombeeld dat met alle gloed, alle heerlijkheid versiert wordt. Die tactiek zal scheppen – ja zij zou al in één jaar tijd geschapen hebben – had Moskou het niet verhinderd, in alle landen, de “vaste marxistische partijen.” Die tactiek zal het tegen het Brits imperium kunnen opnemen, die tactiek zal het proletariaat ter overwinning voeren. De tactiek van het verzamelen van enkel geheel beginselzuivere communisten (hoe wilt ge die herkennen?) in de partijen, van onthouding van de deelneming aan verkiezingen, en van het oprichten van bedrijfsorganisaties. Dit laatste vooral. Aan de vorm der bedrijfsorganisaties kent Gorter een bijna magische invloed toe op de psyche der arbeiders – een invloed, waarvan in de praktijk nog niets is gebleken. Immers in de Duitse Maartactie hebben de bedrijfsorganisaties de verwachtingen die in hen gesteld waren in het minst niet vervuld; hun leden hebben in opofferingsgezindheid en strijdkracht volstrekt niet uitgeblonken boven die der vakbonden, iets wat door de KAP trouwens onmiddellijk is erkend.
In een tweede artikel zal ik de betekenis en de vooruitzichten nagaan van deze tactiek, getoetst aan de organisatorische en tactische stellingen, die de KAPD aan het Derde Congres van de Komintern aanbood. Thans wil ik enkel nog de vraag beantwoorden: hoe komt het dat Pannekoek en Gorter, in korte tijd, ja bijna plotseling hun oordeel over de Russische Revolutie in zo sterke mate hebben veranderd en gekomen zijn tot een zo volkomen geringschatting voor Sovjet-Rusland, als hun beider laatste beschouwingen kenmerkt?
Met de KAP bedoel ik hier niet enkel de Duitse partij van die naam, maar elke georganiseerde links-radicale oppositie, die zich stelt buiten, dat is tegenover de Komintern en die, door zich buiten haar te stellen, onherroepelijk bepaalde tactische verschillen opblazen, overdrijven en vergiftigen moet. Het orgaan schept de functie: deze algemene uitspraak, op politieke verhoudingen toegepast, betekent dat elk ondergeschikt verschil tot zijn uiterste consequenties, dat is in het ongerijmde, wordt doorgevoerd, zodra op grond daarvan een nieuwe groepering, een nieuwe organisatie ontstaat.
Met het uittreden van de KAPD uit de Komintern ontstaat voor haar de dwang om nationaal-internationaal de onvermijdelijkheid van dat uittreden aan te tonen door de tegenstellingen, zowel tussen haar en Moskou, als tussen haar en de VKPD, te verdiepen en te verbreden tot onoverbrugbare kloven. Alle verdelende factoren moeten op de voorgrond gebracht, alle verenigende weggewerkt of ontkend worden.
De grondslag van de praktische eenheid van gevoel, oordeel en actie van alle arbeiders, wier klassenbewustzijn niet volkomen vertroebeld of in de hoogste mate geatrofieerd was, dat was in de laatste jaren, en dat werd steeds meer, hun verhouding tegenover de Russische Revolutie. De kracht der revolutionaire overtuiging en bezieling van een proletarische groep kon, in het algemeen, afgemeten worden naar de energie, waarmee haar eenheidsbesef met de Russische Revolutie zich openbaarde.
De vreselijke crisis, die de Sovjetrepubliek op dit ogenblik doormaakt, de moeilijkheden die haar overstelpen, het dubbele gevaar dat haar bedreigt, om hetzij door de vreedzame omklemming van het kapitaal geworgd, of door zijn ijzeren vuist neer geworpen te worden, – dit alles wekt in hoge mate een eendrachtige beweging van brede arbeidersmassa’s tot steun aan Sovjet-Rusland – steun in de ruimst mogelijke zin: materieel, geestelijk en politiek – in de hand. Tegenover deze opkomende eenheidsbeweging – hoe ver zij zal gaan, welke vormen aannemen, tot welke politieke consequenties mogelijk voeren, dit alles valt natuurlijk nog in het minst niet te zeggen – is de KAP (en zijn haar geestverwanten buiten Duitsland) genoodzaakt de onverminderde betekenis van het voortbestaan van Sovjet-Rusland voor het internationale proletariaat te ontkennen. Immers erkenden zij haar, dan tastten zij daarmee hun eigen bestaansgrond aan. Door de onverbiddelijke consequenties van hun daden zijn zij gedwongen Sovjet-Rusland voor te stellen als contrarevolutionair. En het is de fataliteit en tevens de vloek der KAP, dat zij haar loopbaan als een partij, die buiten en tegen de Derde Internationale alle “waarlijk revolutionaire” elementen wil verzamelen, met deze valse en voor het proletariaat verderfelijke voorstelling begint. Het is de vloek der KAPD en van haar geestverwanten, dat zij, zich stellend niet enkel tegenover de Derde Internationale maar ook tegenover de hulpactie voor Rusland, genoodzaakt worden zich te keren tegen het menselijke medegevoel, tegen de klasse solidariteit, tegen de dankbaarheid, de verering en de trouw, aan de grootste revolutionaire strijders der wereld verschuldigd, tegen het beste zowel wat mensen buiten de klassentegenstellingen ombindt en verenigt, als tegen het ideaal van de proletarische eenheid, de poolster in de duistere zeeën van deze tijd. Het is hun vloek dat zij alle deelneming aan de actie voor Sovjet-Rusland moeten weigeren, hetzij onder het cynische voorwendsel dat zij er voor bedanken, “het privaateigendom der kleine boeren tegen de proletarische revolutie te beschermen”, of met de dooddoener der KAZ dat “enkel de proletarische revolutie Rusland redden kan.”[16]
Stel u voor, lezer, dat de kinderen van een moeder haar zien, ziek, behoeftig en ellendig; zó ziek dat zij ternauwernood zich op de been kan houden en zo behoeftig dat zij gedwongen is haar eigen arme, geschonden lichaam te koop te bieden. Stel u voor dat die moeder haar kinderen aanroept: “help mij of ik ga onder; ik kan niet meer.” Stel u voor hoe die kinderen weten, dat die moeder voor hen heeft geleefd, voor hen haar schoonheid, haar kracht en haar jeugd gegeven heeft. Stel u voor hoe zij weten, dat die moeder zo ellendig en machteloos is geworden mede door hun schuld. En stel u dan voor dat een van die kinderen de om hulp smekende moeder hoont, haar op de verwelkte borst trapt, in het vermagerde gezicht spuwt en dan vol zelftevredenheid uitroept: “ik ben de enige die u helpen kan”.
Zó staat het nu met Sovjet-Rusland en de KAP.
Aan de communisten van deze tijd zal de geschiedenis veel te vergeven hebben, veel fouten en domheden, veel onbezonnenheid en overijlde daden, veel gedraal en getalm, veel zwakheid en lafhartigheid. Dit alles zijn vergefelijke zonden, immers een klasse, en ook de voorhoede van een klasse, groeit slechts langzaam tot inzicht, bezonnenheid en heldhaftigheid.
Maar een zonde tegen de meest natuurlijke en elementaire geboden van de menselijke én de revolutionaire klasse solidariteit, zoals de KAP thans begaat, die valt moeilijker te vergeven dan wat ook. In haar openbaart zich een verdroging van het menselijke gevoel en een perversie van het gewone, gezonde mensenverstand, die tezamen een summum vormen van sektarische eigengerechtigheid en verblinding.
Tot welke absurditeiten en tot welke valse voorstelling deze verblinding voert, dat bewijst het stukje van Pannekoek Hulpactie en klassenstrijd in deze zelfde aflevering. Hij stelt het daarin voor ten eerste of de Sovjetregering zich met handen en voeten gebonden aan alle kapitalistische regeringen overgeeft om toch maar hulp te krijgen, ten tweede of de hulpactie voor Rusland proletariaat en bourgeoisie verenigt en de scheidingslijn tussen beide klassen uitwist. Het ene is even volkomen onwaar als het andere. Het is in de laatste dagen steeds duidelijker geworden dat de Sovjetregering elk kapitalistisch aanbod zal afwijzen dat onder het voorwendsel van hulp zich wil mengen in de binnenlandse aangelegenheden van de staat. Het Al-Russisch Hulpcomité voor de hongerenden is ontbonden zodra bleek dat het een verzamelpunt van contrarevolutionaire pogingen werd. Sovjet-Rusland is nog nimmer zo groot geweest als nu het, ook in zijn uiterste nood, tegenover een wereld van vijanden blijft vertrouwen op de morele kracht van het Russische volk en op de solidariteit, de liefde en de geestdrift van de internationale arbeidersklasse. En in het voor de revolutie meest belangrijke land, in Duitsland, is de steunactie reeds een krachtige factor gebleken tot verzameling van het verdeelde proletariaat. Tezamen met de strijd tegen de eigen economische nood en tegen de dreigende opmars der reactie is de hulpactie voor Rusland tot een der grondslagen geworden van de toenemende eenheid der Duitse arbeiders tot en in de strijd.
Zo hebben de feiten, reeds enkele dagen nadat Pannekoek zijn laatste, de Sovjetregering honend en belasterend stukje schreef, zijn beweringen weerlegd en zijn voorspellingen ad absurdum gevoerd. Moge het allen zo vergaan, die aan de revolutionaire energie en het revolutionaire inzicht der Russische communisten twijfelen!
1 sept. 21.
_______________
[1] Nieuwe Tijd; afl. 7; p. 268.
[2] Nieuwe Tijd, p. 268.
[3] Hierop moet bijzonder nadruk gelegd worden sedert een deel der contrarevolutie de leus “Sovjet-Rusland zonder de bolsjewieken” heeft aangeheven.
[4] Verschenen in 1918; voor het laatst herdrukt in 1920. In zijn voorrede bij deze herdruk zegt Gorter geen woord over een verandering van zijn standpunt.
[5] P. 86. [6] Cursivering van mij. [7] P. 87.
[8] O.a. Münster, toen redacteur van Der Kampf, thans lid van de USP.
[9] En ook: gevolgen van een verlangzaming in het tempo van de revolutie, van een tijdelijke stagnatie.
[10] Dit zou bv. zeer goed met de Engelse het geval kunnen zijn.
[11] Het spreekt vanzelf dat deze tegenstelling relatief, niet absoluut is: de massale stakingen der jaren 1900-1914 waren het begin, de kiem van de revolutionaire strijdwijze.
[12] Zij stelt het communisme o.a. rechtstreeks tegenover dit probleem wat te doen, wanneer de massa’s, om welke reden ook, niet gediend blijken van het communisme? De Hollandse CP staart – na hoeveel jaar! – nog altijd hulpeloos naar deze sfinx, en de Engelse schijnt ook nog amper een begin van antwoord te weten.
[13] Wanneer Gorter zegt dat in de laatste jaren het Britse imperium sterker geworden is, een voorsprong gewonnen heeft tegenover de internationale revolutie, dan ben ik dat in zekere zin met hem eens. Daarin bestaat juist voor een groot deel die schijnconsolidatie, dat oppervlakkig herstel van het kapitalisme, waarvan Moskou overtuigd is dat het niet blijvend kan zijn en dat Gorter noemt Lenins en Trotski’s oppervlakkig optimisme. Maar Gorter stelt het succes van de Engelse politiek veel te groot voor, de uitkomsten van het werk der Derde Internationale daarentegen opzettelijk zo klein en min mogelijk. Over Ierland bv. zegt hij, dat de Engelse politiek er zeer waarschijnlijk in zal slagen, haar Ierse vijanden te verdelen en te splitsen. Laat dit zo uitkomen, – dan bevordert die splitsing in elk geval óók het tot stand komen van een communistische partij in Ierland. Maar, wanneer Gorter een toekomstig succes van Lloyd George op deze wijze disconteert, waarom erkent hij dan het succes niet dat de Comm. Internationale heeft gehad met het splitsen en verdelen van een aantal sociaaldemocratische partijen in het afgelopen jaar?
Wat de Driebond waarnaar Engeland “streeft” en de betekenis van de conferentie van Washington aangaat, Gorter weet evengoed als ik dat de grote kapitalistische machten hun oorlogsplannen achter dergelijke conferenties plegen te verbergen. Toen in 1912 de “vriendschappelijke toenadering” tussen Duitsland en Engeland tot stand kwam, wierp de komende wereldoorlog in die toenadering zijn schaduw vooruit. Men meet de kansen van een werkelijke en blijvende overeenkomst van Japan, Amerika en het Britse Rijk eens aan de volgende cijfers omtrent de stand der oorlogstoerustingen:
| 1913-1914 | 1920-1921 | |
| Verenigde Staten (in dollar) | 316.000.000 | 911.000.000 |
| Engeland (in pond sterling) | 28.416.000 | 164.750.000 |
| Frankrijk (in francs) | 913.750.000 | 6.546.000.000 |
| Japan (in yen) | 97.545.515 | 230.000.000 |
In het jaar 1920-21 gaven Amerika, Engeland en Japan meer dan 500 miljard mark voor hun wederzijdse vernietiging uit. Pas geleden nog heeft het Engelse Lagerhuis 4.875.600 pond sterling toegestaan voor de bouw van vier nieuwe oorlogsschepen.
[14] Men vergelijke hiermee de volgende zinsneden: “Het proces der wereldrevolutie, dat zijn eerste en tot nu toe belangrijkste uitdrukking in Rusland gevonden heeft blijft niet tot Europa en Amerika beperkt. Het heeft ook Azië reeds aangegrepen. Azië met zijn bevolking van 800 miljoen, de helft der mensheid. Zal het ook onder overheersende agrarische vormen een andere gestalte aannemen dan in de landen der grootindustrie, zo zal toch ook daar de noodzakelijkheid de kapitalistische productiewijze te vernietigen de doorslag geven.” Deze passage staat in de aanhef van De Algemene Arbeiders Bond, vert. door Herman Gorter, Nieuwe Tijd No. 9; blz. 269.
[15] Te Moskou zei Petrovski, de hoogste autoriteit over alle opleidingsscholen voor “Rode Commandanten” woordelijk tegen mij het volgende: “Wij stonden voor een zeer moeilijk probleem: nl. hoe, van een leger voor 75 % gerekruteerd uit kleinburgerlijk denkende boeren en voor 25 % uit arbeiders, van wie velen óók kleinburgerlijke neigingen hebben, een communistisch gezind leger te maken. Wij hebben dit probleem opgelost met behulp van de Europese revolutie; heeft zij ons materieel niet veel geholpen, geestelijk des te meer. Wij hebben, steunend op de eenheid en de strijd der proletariërs, een zeer sterke communistische ideologie geschapen.”
[16] Volgens Pannekoek echter is juist de proletarische revolutie het gevaar voor Sovjet-Rusland, dat Moskou door zijn opportunistische politiek wil verhoeden. Wie heeft nu eigenlijk gelijk, de KAZ of Pannekoek?