Bron: De Nieuwe Tijd, 26e jaargang, 1921 - Via: kb.nl
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
– Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?
Laatst bijgewerkt:
| Verwant: • Antwoord aan Mevrouw Roland Holst • De hogere macht van het communisme • Hun moraal en de onze • Marxisme, geweld en klassenstrijd |
Afgezien van kleine bijkomstigheden, en één groot misverstand dat ik in de Vrije Communist reeds heb opgehelderd,[2] gaat het verschil tussen u en mij, Clara Wichmann, in hoofdzaak om de vraag of de arbeidersklasse, ja dan neen, op redelijke gronden kan verwachten dat het haar mogelijk zal zijn de macht te veroveren en te behouden, de voornaamste productiemiddelen aan de gemeenschap te brengen en de fundamenten te leggen tot de communistische orde, zonder gewelddadige strijd en gewelddadige onderdrukking van de contrarevolutie.
Niet is het verschilpunt tussen ons een uitlopend oordeel over de nadelen aan het gebruik van geweld verbonden. Ik sta te dien opzichte nog op hetzelfde standpunt als in mijn brochure over De strijdmiddelen der arbeidersklasse en al wat je schrijft over de bezwaren van een gewelddadige omwenteling beaam ik ten volle.
Niet enkel het aanwenden van geweld, maar reeds het aanvaarden daarvan als onvermijdelijk en het zich aanpassen in de geest aan die onvermijdelijkheid leidt tot zekere verenging van het bewustzijn en tot zekere onverschilligheid tegenover het menselijk leven. Ook is het niet twijfelachtig dat het communisme uit een overgangstijdperk van burgeroorlog, vernieling van productiemiddelen enz., zwak en gehavend te voorschijn zal komen. Ik herhaal: over al deze dingen bestaat er tussen ons geen verschil – zelfs niet ten opzichte van hun waardering, ik vind ze even verschrikkelijk als jij en ze wegen mij even zwaar.
En evenmin denk ik anders dan jij over de toelaatbaarheid van kritiek op de leiders der Russische Revolutie en het gebruik maken van de ervaringen van Sovjet-Rusland door de revolutionaire arbeiders van andere landen. Uw voorstelling, als zou mijn aanval op Hollandse en andere quasirevolutionairen inhouden dat men, naar mijn mening, “in landen waar nog niets of weinig van de revolutie te zien is, alle daden van de revolutionairen van een ander land getrouw moet navolgen en geen lessen mag trekken uit wat daar gebeurd is”, – die voorstelling verbaast mij in tweeërlei opzicht.
Ten eerste is wat je neerschreef – en bij rustig nadenken zul je de eerste zijn om het toe te geven – zoals het daar staat pure onzin. In een land “waar nog niets of weinig van de revolutie te zien is”, kan men natuurlijk de daden der revolutionairen van andere landen niet navolgen, al zou men dat willen. Men kan niet meer dan pogen begrip te wekken van de onvermijdelijkheid van die daden, besef van de politieke, sociale en geestelijke atmosfeer waarin zij ontstaan en eerbied voor de onverzettelijke wilskracht en de heldhaftige energie waarvan zij getuigen. Dit en niets anders was mijn bedoeling met het opnemen van Kibaltchiche’s brief in De Nieuwe Tijd. Ik wilde tonen hoe een eerlijk strijder, van huis uit de denkbeelden van het antigewelddadige en anticentralistische, vrijheidslievende socialisme toegedaan, uit de feiten die hij dag aan dag ervoer tot het inzicht kwam, dat de leiders der revolutie in Rusland niet anders konden en mochten handelen dan zij deden.
Ten tweede zag ik met verwondering uit uw artikel, hoe weinig je de opvattingen van hen die zich “radicale” of “linkse” communisten noemen schijnt te kennen. Immers, kende je die opvattingen, dan zou het niet bij u opkomen te schrijven dat volgens “de” communisten de revolutie zich overal naar het Russische voorbeeld moet richten. Immers hebben van de Hollandse communisten in het bijzonder Gorter en Pannekoek juist herhaaldelijk uiteengezet, waarom dit niet het geval is, terwijl de partij, waarin wij onze opvattingen belichaamd vinden, de Duitse KAP, tot uitgangspunt van haar propaganda en actie geenszins een “schablonenmassig” navolgen van Rusland neemt, maar deze integendeel grondvest op de economische en sociale verhoudingen in het Duitse rijk, die in belangrijke opzichten de algemeen-geldige zijn voor Midden- en West-Europa.[3] Een van de hoofdpunten, waarin een Midden- en West-Europese revolutie van de Russische zal moeten verschillen om te slagen, betreft verder de verhouding van partij en klasse. Niet als in Rusland kan, naar onze overtuiging, in de landen van het oudere en sterkere kapitalisme een betrekkelijk kleine communistische partij in de revolutie de massa’s leiden en tot zekere hoogte beheersen, maar de arbeidersmassa’s zelf zullen de heerschappij moeten uitoefenen. Een vergaande centralisatie als die in Sovjet-Rusland misschien onvermijdelijk was, een samentrekking van de macht in handen van een kleine groep, steunend op een omvangrijk en rompslompig bureaucratische toestel, achten wij voor de westerse landen niet enkel onnodig maar zelfs schadelijk.
Deze gehele opvatting brengt mee, dat wij ons geenszins geestelijke onaantastbaarheid en nog minder onfeilbaarheid aanmatigen, zoals gij dat aan “vele CP-leden” verwijt. Wij voelen de CP niet als hoog boven de massa’s verheven; wij zijn overtuigd, dat volstrekt niet altijd de partij de weg zal aangeven, maar integendeel de massa’s vaak in ogenblikken van crisis spontaan de juiste weg inslaan en doen zullen wat het ogenblik eist.[4] En ook brengt onze positie mee, dat wij ons niet perse van elke kritiek op de daden der Russische revolutionairen onthouden, al legt natuurlijk de revolutionaire solidariteit aan die kritiek een grote terughouding op, zolang het wereldkapitalisme onder welke vorm en op welke wijze ook Sovjet-Rusland naar het leven staat. Een met redenen omklede, uitvoerige en vaak scherpe kritiek is door de radicale communisten geleverd naar aanleiding der bekende resoluties van Moskou over de organisatie van de communistische partijen, de verplichte parlementaire arbeid, het werk in de vakbonden enz. En wanneer je de nummers leest van de KAZ, het orgaan der Duitse radicale communisten, uit de afgelopen maand, zult ge daarin duidelijk uitgesproken vinden hoe bepaalde fouten en misslagen van de leiders der Russische Revolutie een der factoren zijn geweest, die tot het oproer van Kroonstadt, de meest tragische episode misschien der gehele revolutie, hebben geleid. Uitgesproken natuurlijk op een wijze waardoor de revolutionaire solidariteit met Sovjet-Rusland volkomen gehandhaafd blijft en de machinaties der contrarevolutie aan de kaak worden gesteld.
Maar de verschillen in opvatting tussen de richtingen in het communisme raken niet het punt, waarover het werkelijk verschil tussen u en mij gaat: de al dan niet onvermijdelijkheid van geweld tot het veroveren en behouden van de macht in Midden- en West-Europa. Ook hier moet ik beginnen met op te komen tegen een misverstaan worden door u van mijn werkelijke mening. Aan een “metafysische onverbiddelijke logica”, een bovenaards bovennatuurlijk “noodlot” dat revolutionairen dwingt geweld te gebruiken, geloof ik evenmin als jij. De uitspraak van Kibaltchiche heb ik enkel aangehaald, gelijk hij haar schreef, met het oog op Rusland; – ik heb haar de zich noemende revolutionairen in Nederland voorgehouden, die schijnen te menen dat de terreur en de Rode Legers in Rusland producten zijn van een “metafysische” voorkeur voor gewelddadige middelen bij de bolsjewieken en eigenlijk onnodig waren. Maar ik geloof aan de “onverbiddelijke logica” in beperkte, natuurlijke, historische zin, aan de dwang van concrete sociale en politieke omstandigheden, en ik zie hoe de loop der gebeurtenissen en de klassenverhoudingen door geheel Europa, om van Amerika niet te spreken, het proletariaat meer en meer noodzaken om, wil het niet in afhankelijkheid, sociale en (in geheel Midden- en Oost-Europa) fysieke ellende en ontaarding verzinken, een strijd te beginnen en door te zetten die zonder georganiseerd geweld niet gewonnen kan worden. En deze conclusie uit de gebeurtenissen is mijns inziens zó duidelijk, zó onafwijsbaar, zij dringt zich zó zeer op, dat ik uw grote geprikkeldheid tegen mij, enkel wegens een paar scherpe opmerkingen aan het adres der dogmatische verwerpers-van-elk-geweld-in-de-klassenstrijd, niet anders verklaren kan dan uit een sterke onderbewuste teleurstelling bij u over de historische ontwikkeling der laatste jaren, die het proletariaat stelt voor een afschuwelijke noodzaak en de bevrijding der massa’s doet verschijnen als de vrucht van een verbitterde, langdurige worsteling. Een teleurstelling die ik met u deel – want ook ik heb gehoopt en geloofd dat het proletariaat in zijn eindstrijd enkel sporadisch, als krachtproef in ogenblikken van grote crisis geweld zou behoeven te gebruiken – maar die ik poog bewust te verwerken en ovenvinnen.
Wat zijn de feiten, in welke richting ontwikkelen de gebeurtenissen zich sedert november-december ’18? Toen was er een redelijke grond voor de verwachting, dat het proletariaat, nadat het door geheel Midden-Europa de bourgeoisie in een grote aanloop neer had geworpen, zich zou nestelen in alle vertakkingen van het maatschappelijk leven, dat het heel het maatschappelijk mechanisme stevig in zijn greep zou nemen en de fundamenten leggen van zijn nieuwe orde, voor het grootkapitaal, door de oorlog van zijn internationale samenhang beroofd, zich kon herstellen. Juist het feit, dat het gehele proletariaat gewapend en militair georganiseerd was, maakte – eerste voorbeeld van de dialectiek der geschiedenis – het gebruik van geweld in die dagen bijna onnodig: de stormloop, waarin het Duits-Oostenrijks proletariaat zeer sterke posities, uitnemende uitgangspunten tot het omwentelen der maatschappij in communistische richting veroverde, kostte bijna geen druppel bloed. Toen was het de vraag of de energie, de doortastendheid, het inzicht, de eensgezindheid, de geestelijke zelfstandigheid, – heel het zedelijk-geestelijke complex, dat men onder “revolutionaire rijpheid” verstaat, groot genoeg zou zijn om die positie vast te houden, te versterken en te gebruiken om de bourgeoisie te verjagen uit al haar steunpunten, als de banken, de grootbedrijven, de bureaucratie, de pers, de rechtspraak enz. Toen had een stoutmoedige en verziende revolutionaire politiek, zich óók uitend in het onmiddellijk sluiten van een economisch politiek en militair verbond met Sovjet-Rusland, van onberekenbare invloed kunnen zijn op de vormen en het tempo der wereldrevolutie. Maar de massa’s van Midden-Europa waren revolutionair niet rijp, zij vermochten de taak niet te begrijpen, veel minder te vervullen, die na het aanvankelijk succes van hun eerste stormloop vóór hen lag. De overwinning op de bourgeoisie was meer te danken aan uiterlijke omstandigheden dan aan eigen innerlijke kracht; “de geest” bleek te zwak, het veroverde kon niet behouden blijven; het ging verloren door tweedracht, lijdelijkheid, domheid, verraad, te samen voerend tot een hele reeks economische, politieke en militaire nederlagen, achtereenvolgens aan de verschillende afdelingen en lagen van het proletariaat toegebracht. Door dit alles kon een tegenontwikkeling inzetten, wier resultaat, voor zover wij nu kunnen zien, is felle strijd met de wapens tot het heroveren der opgegeven posities onvermijdelijk te maken: wat de geest te zwak was om te behouden zal – tweede voorbeeld van historische dialectiek – het zwaard (natuurlijk altijd onder leiding van de geest) moeten terugwinnen. Al de vruchten der Midden-Europese revolutie zijn verloren gegaan; mede ten gevolge van dat feit[5] heeft een revolutionaire beweging in West-Europa zich tot heden niet kunnen ontwikkelen; het grootkapitaal heeft gelegenheid gevonden zich te herstellen en zijn nationale en internationale samenhang te consolideren; de regeringen en de burgerlijke klassen hebben een groot aantal militaire of half-militaire organisaties geschapen en deze op het terroriseren van het proletariaat afgericht; revolutionaire bewegingen in Hongarije, Roemenië, Joegoslavië, Italië, Spanje, enz. zijn terneergeslagen geworden, de terreur is in Oost- en Midden-Europa tot de gewone regeringsmethode verheven; Sovjet-Rusland heeft veel bloed en veel kracht verloren, de uitputting van land en volk heeft het Sovjetbewind gedwongen tot verschillende concessies aan het buitenlandse kapitaal en tot het toestaan van de gedeeltelijk vrije handel aan de boeren, – een maatregel die, hoe onvermijdelijk ook, zo hij de evolutie tot het communisme al niet in gevaar brengt, haar tempo toch sterk verlangzamen zal.
Uit al deze feiten en omstandigheden volgt de noodzakelijkheid van een langdurige, bittere worsteling voor de massa’s om de macht van het kapitaal aan stukken te breken en het maatschappelijke toestel in handen te krijgen. De geweldmiddelen die de reactie heeft opgehoopt, haar “brute Rücksichtslosigkeit” in het gebruik daarvan, zowel als de aard, het wezen der nieuwe militaire formaties, maken het onvermijdelijk voor het proletariaat om van zijn kant wapengeweld te gebruiken, wanneer het dit met redelijke kans op succes kan doen, en zich op het gebruik daarvan voor te bereiden. Tegenover de “Sipo”, de “Orgesch”, de burgerweren en burgerwachten van alle landen is de geest alléén helaas een ondoeltreffend wapen. Zeker is de propaganda ook onder hen, die door de bourgeoisie betaald en gedrild worden om het proletariaat te vermoorden niet hopeloos, voor zover zij zelf uit proletarische of half-proletarische elementen bestaan. Maar op de macht der propaganda, of op die der staking alléén vertrouwen om de borstwering te doorboren die het kapitaal rondom zich heeft opgericht, en het proletariaat tot dat vertrouwen willen overhalen, – het is blind zijn voor de maatschappelijke werkelijkheid, die elke geestelijke kracht aan het gebruik van materiële hulpmiddelen bindt en die het wezen van die hulpmiddelen scherper doet zijn naarmate de maatschappelijke crisis scherper is en meer op het spel staat.
De erkenning van de noodzakelijkheid van het geweld in het huidige en ook nog het volgende stadium der proletarische wereldrevolutie richt tevens een barrière op tegen zijn mogelijke overschatting. De geest kan het geweld als hulpmiddel niet altijd ontberen, maar het geweld zonder de geest is niets, vermag niets. Het zwaard is slechts één onder de middelen, die de arbeidersklasse in staat zullen stellen de macht te veroveren, zij kan de macht echter niet behouden dan door voortdurende heldhaftige inspanning, door geduld en toewijding, door organisatorisch vermogen en daadkrachtig idealisme, door kortom op duizend manieren onophoudelijk haar geestelijk-zedelijke meerwaardigheid tegenover de bourgeoisie te bewijzen. Geweld maakt enkel en alleen het in de praktijk bewijzen van die meerwaardigheid, de inzet daarvan, mogelijk en beschermt het proces van herschepping van de kapitalistische chaos in de socialistische orde, een proces dat door middel van geestelijke krachten, op de structuur der instellingen, de productiewijze enz. werkend, zich voltrekt, maar het is nimmer dat proces zelf. Het schrikbewind en de Rode Legers als militaire formaties hebben in Sovjet-Rusland geen rol vervuld bij de bouw van het nieuwe leven – al is het Rode Leger een merkwaardig product van dat nieuwe leven zelf. Maar schrikbewind en Rode Legers hebben het opkomen van vele nieuwe levenskiemen mogelijk gemaakt op sociaal, op economisch, op cultureel, wetenschappelijk en artistiek gebied, die, staande in de schitterende en toch tere glans der jeugd, een zo dramatisch-bewogen strijd voeren met de afstervende levensvormen der oude maatschappij. Had het geweld naar binnen en naar buiten de jonge arbeiders en boerenstaat niet beschermd tegen het geweld der reactie, dan bestond Sovjet-Rusland sedert lang niet meer; het had niet een begin kunnen maken met de organisatie van de arbeid door allen voor alle behoeften, niet de geestelijke en zedelijke energieën van vele miljoenen mannen en vrouwen kunnen oproepen, niet de opvoeding der kinderen stellen op geheel nieuwe wetenschappelijke en sociale grondslagen, niet de eerste stappen doen op de weg van een werkelijke volkshuishouding, een doelbewuste organisatie van de productie met behulp van techniek en wetenschap over een ontzaglijk, door meer dan honderd miljoen mensen bewoond gebied. Was de instinctieve afkeer van bloedvergieten bij het Sovjetbewind en bij de voorhoede der Russische arbeiders sterker geweest dan de begeerte, het socialistisch ideaal te verwezenlijken – trapsgewijs natuurlijk telkens teruggeslagen door de woedende golven der Europese reactie, en nimmer geholpen of gedragen door een revolutionaire vloed, in andere landen opkomend – dan zou het gebied van Sovjet-Rusland zonder enige twijfel bezet zijn geworden door de Witte Garden van Denikin en Koltschak; dan zou de reactie er hebben gewoed als in Hongarije en gelijk in Hongarije, het economisch leven volkomen tot stilstand hebben gebracht; dan zou het Anglo-Amerikaanse en Japanse kapitaal zich thans huiselijk inrichten in zijn nieuwe kolonie, zich uitstrekkend van de Oostzee tot aan de Stille Oceaan, en het Franse militarisme de zweep van de slavendrijver doen neersuizen op de schouders van Russische boeren, hen dwingend de miljarden uit de aarde te halen, die de Franse republiek indertijd aan de tsaar had geleend...
Misschien drijft ge de consequentie zover van te zeggen dat dit alles beter geweest zou zijn voor het socialisme en voor de mensheid, dan dat de Sovjetrepubliek zich door gewelddadigheid bevlekte. Immers deernis voor het menselijke leven, afkeer van bloedvergieten, schrijft ge, is een beter ondergrond om socialistische en sociale gevoelens op te bouwen dan “brute Rücksichtslosigkeit.” Maar of Rücksichtslosigkeit brut is, dat hangt af van haar doel, meer dan van haar vormen. Zij is het wanneer het schandelijke en schadelijke belang van overmachtige eenlingen zich doorzetten wil ten koste van het leven der algemeenheid; zij is het niet wanneer de bescherming en ontwikkeling van een hogere vorm van samenleving haar eist. Niet uit een tekort aan menselijk meegevoel zijn de Russische arbeiders en hun leiders overgegaan tot harde onderdrukkingsmaatregelen tegen de contrarevolutionaire klassen; niet uit lust tot bloedvergieten hebben de massa’s de wapens opgenomen en ze drie jaar lang gevoerd. Immers juist de vredeswil en de vredesbegeerte der Russische massa’s waren de aanleiding tot de revolutie, en het Sovjetbewind toonde zich aanvankelijk grootmoedig en mild tegen de overwonnen, maar niet verslagen vijand. Pas de telkenmale herhaalde, verraderlijke pogingen van het Europees kapitaal om Sovjet-Rusland ten val te brengen en pas de daarmee onafscheidelijke verbonden kuiperijen der reactie in het land zelf, hebben de wil van massa’s en leiders hard gemaakt als staal, hun ijzeren gestrengheid en meedogenloze strijd opgedrongen. Het zelfverdedigingsinstinct, dat tot die strijd en die gestrengheid noopte, was heilzamer en heiliger, dat wil zeggen meer het grote, duurzame belang der mensheid dienend, dan deernis en “instinctieve afkeer van bloedvergieten” geweest zouden zijn. Zeker: de onderdrukking van de vroegere bourgeoisie en haar helpers, en het begaan van – noodzakelijk wrede – oorlogsdaden, zij hebben het sociale gevoel van duizenden en duizenden Russische arbeiders en boeren geschaad. Wij kunnen dit betreuren, – zoals zoveel in de historische ontwikkeling, wat recht tegen onze wensen en verlangens ingaat – maar wij moeten erkennen: het is beter dat deze schade geleden wordt, dan dat Sovjet-Rusland ondergaat, zoals ook het leed van honger, kou, ellende, zoals ook de schade der tijdelijk verminderde volksvrijheden beter zijn dan die ondergang. Het kleinere kwaad moet aanvaard worden ter wille van het grotere goed, en voor wie overtuigd is, gelijk wij, dat dit laatste thans over de gehele wereld is: de vernietiging van het verwordende kapitalistische stelsel door de arbeidende massa’s, en de oriëntering der maatschappij, over het socialisme heen, naar het communisme, voor die kan er geen schaduw van twijfel bestaan of alle leed en alle kwaad die de revolutie meebrengen, zijn ver te verkiezen boven het leed en het kwaad, voortvloeiend uit haar ontstentenis of haar ondergang. Duizendmaal zullen de verschrikkingen der baring, die de mensheid thans doorlijdt, hem vervullen met ontsteltenis en ontzetting, maar duizendmaal ook zal de overtuiging: “het kan niet anders”, hem helpen, dit terugdeinzen voor het onvermijdelijke te overwinnen.
23/3-21
_______________
[1] Zie het artikel Naar aanleiding van onze erbarmelijke gezindheid in de Vrije Communist van maart.
[2] Het misverstand nl. als zou een scherpe passage van mijn artikel Twee getuigenissen van bekeerden ook gericht zijn tegen die christensocialisten, anarchisten en syndicalisten welke de bolsjewieken en het Sovjetbewind consequent tegen aanvallen van de burgerlijke partijen verdedigden en in de acties ten gunste van, Sovjet-Rusland een actief aandeel genomen hebben. Het spreekt vanzelf dat ik deze medestrijders niet op het oog gehad heb en dat het niet bij mij opkomt, hun gebrek aan solidariteit met de Russische revolutionairen te verwijten.
[3] Bv. wat de kracht en de organisatie van het kapitaal aangaat, de sociale positie en de algemene psyche der boeren, enz.
[4] Zo gaven de Italiaanse arbeiders in de metaalindustrie in het najaar van 1920 een schitterend bewijs van initiatief door het bezetten der fabrieken, terwijl de partij- en vakorganen de beweging niet wisten te leiden maar haar deden verzanden. Ook in Duitsland hebben herhaaldelijk de massa’s, bv. in het Roergebied op het juiste ogenblik de juiste daad gedaan, wanneer de partij Instanzen radeloos of weifelend waren.
[5] Er zijn natuurlijk ook nog andere oorzaken.