Henk Sneevliet

Manifest

Aan de opvarenden van de Nederlandse Marine en de werklieden van de Marinewerven!



Geschreven: 1933
Bron: H. Sneevliet, teksten van Revolutionaire socialisten 1911-1942. Uitgave herdenkingscomité 13 april-1942-16 oktober
Deze versie: Transcriptie, omzetten naar moderne spelling en voetnoten door Rick Denkers
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, april 2006


Bijzondere dank aan Ron Blom van het Herdenkingscomité / Offensief voor het beschikbaar stellen van deze teksten.

Marinemannen, proletariërs. Wij willen het woord tot u richten in verband met DE VERBLIJDENDE GEBEURTENISSEN, die zich in de afgelopen week aan boord van de marineschepen en in het marinevliegkamp te Soerabaja hebben afgespeeld. Het grote voorbeeld van de Britse marinemannen, voor manoeuvres bijeen te Invergordon, wier massaal verzet tegen willekeurige salarisverlaging de Britse regering tot de terugtocht heeft gedwongen, heeft onder de Hollandse en Indonesische marinemannen zijn werking uitgeoefend. De bezuinigingswoede, die ten doel heeft de gevolgen van de wereld crisis op de arbeidersklasse te verhalen, heeft bij de koloniale autoriteiten in Indonesië een hoge graad bereikt. De tegenwoordige Gouverneur-generaal Jhr. De Jonge[1], die als een van de leiders van de petroleumtrust met het onderkoningschap over Indonesië is belast, HEEFT ZICH IN ENKELE MAANDEN DE TREURIGE ROEM VERWORVEN, MEER ALS CHEF VAN EEN BEZUINIGINGSDEPARTEMENT DAN ALS GOUVERNEUR-GENERAAL OP TE TREDEN. Zijn bijna onbeperkte macht stelt hem in staat prompt gevolg te geven aan de wensen van het grootkapitaal. Hij heeft die macht gebruikt.

Hij spande de boog strak. Hij schoot met volle kracht de giftige pijlen van zijn bezuinigingen op de verschillende groepen van de Indonesische bevolking af. Hij verstond de kunst, onrust te verwekken onder de Europese werknemers en daarbij Europese onderwijzers ertoe te brengen in openbare vergaderingen zo scherpe kritiek uit te oefenen, dat zij ter handhaving van het heilige prestige ONMIDDELLIJK WERDEN GEARRESTEERD en nu met een vervolging, op grond van de elastieke haatzaai-artikelen van het Indische strafwetboek, worden bedreigd.

DE ZWEEP VAN DE REACTIE KNALT IN INDONESIë. Het collectieve verzet van de marineschepelingen moet in dit verband gezien worden als EEN LICHTEND SIGNAAL, dat blijde verwachtingen wekt bij de proletarische elementen in de Archipel en in dit land. De Nederlandse marine is de draagster van een traditie van strijd tegen de gestelde machten. Zij verwierf zich in het verleden een grote naam hij het klassenbewuste proletariaat, toen de opbouw van strijdorganisaties van de ‘mindere’ marinemannen aan de orde was. Daden van individuelen en collectieve moed, die aan boord van Nederlandse oorlogsschepen zijn verricht, blijven in de herinnering van het strijdende proletariaat voortleven.

In de jaren van de wereldoorlog heeft die strijdtraditie van de Nederlandse marine in de Indische wateren sterk van zich doen spreken. De schepen voeren ‘gevechtsklaar’ om de neutraliteit van de archipel te beschermen. Het verblijf van de opvarenden werd eindeloos gerekt. Als gevolg daarvan MAAKTE ZICH EEN GROTE VERBITTERING VAN DE HARTEN VAN DE IN DE ARCHIPEL GESTATIONNEERDE HOLLANDSE MARINEMANNEN MEESTER. Een sterk verenigingsleven kwam tot volle ontplooiing. De bemanningen van de ‘Emma’, de ‘Zeven Provinciën’, zowel als van andere kleinere schepen, hebben zich toen onderscheiden door BEWUST PROLETARISCH LEVEN EN STREVEN. Zij wilden met hun ervaring de organisatie van de soldaten dienen, die in diezelfde jaren onder de Europese fuseliers tot een factor van betekenis werd. Het marinegebouw te Soerabaja was de burcht van het gecombineerde verenigingsleven van de marinemannen en van de fuseliers. Grote geestdriftige vergaderingen vonden daar plaats. Tegen het afschuwelijke strafsysteem, dat in het Indische leger bestond, werd met grote energie gestreden. Demonstraties van marinemannen wekten de ergernis van hen, die in hoogheid gezeten waren, doch gedurende de oorlogstijd geen afdoende maatregelen durfden nemen.

De solidariteit van de marinemannen STREKTE ZICH TOT DE OPKOMENDE MASSABEWEGING VAN DE INDONESIERS UIT. Het klassenbewustzijn van de proleten in uniform vaagde de rassenscheiding weg. De voornaamste zorg van de bewindslieden van die tijd in Indonesië was juist, dat systematisch verbindingen werden tot stand gebracht tussen de militaire organisaties en de vrijheidsbeweging van de Indonesiërs

Het gebeurde op de ‘gevechtsklare’ schepen, dat de opzet van de grote kanonnen in de Indische oceaan verdween en de bemanning van de ‘Emma’ onderscheidde zich door een dappere collectieve dienstweigering, waaraan door vele tientallen kameraden werd deelgenomen. Hun daad riep de herinnering op aan de heldhaftige actie, die vele jaren vroeger aan boord van de Knjas Potemkin [2] door Russische matrozen was gevoerd. Na de oorlog heeft grondige zuivering plaatsgevonden. De zich weer hun volle macht bewust wordende vijanden van het proletariaat, hebben zich op de beste, actiefste kameraden van de Indische vloot gewroken. Het is echter aan de bezittende klasse niet gegeven BLIJVEND DE GEEST VAN VERZET TE DODEN. Zij kan zich slechts handhaven door vooral in een periode van een hardnekkige en wereldomvattende crisis zich tegen de arbeidersklasse te richten, zware lasten op de schouders van die klasse te leggen, zowel de werklozen als werkenden in de vrije bedrijven, maar ook het overheidspersoneel te treffen. NAARMATE ZIJ MINDER TEGENSTAND ONTMOET, SLAAT ZIJ VRIJER TOE. Tenslotte komt zij er toe ook die formaties te treffen, wier trouw en loyaliteit voornamelijk daardoor getoond moeten worden, DAT ZIJ TEGEN DE ONDERDRUKTE MASSA KUNNEN WORDEN GEMOBILISEERD. Op dat moment gaat de bourgeoisie gevaarlijk spel spelen. Op dat moment ondergraaft zij zelf de peilers van haar macht. Dit is thans met de marinemannen geschied. De bourgeoisie vergiste zich grondig. Zij ging er ten onrechte vanuit, dat deze loyale onderdanen aanslagen op hun matige gages zonder tegenstand zouden slikken. Zodra dit stadium bereikt is, dat ook degenen, die voor handhaving van de orde moeten worden gebruikt, voor aderlating in aanmerking worden gebracht, ontstaat een zekere zenuwachtigheid bij de uitvoerders van dergelijke operaties. ZIJ MAKEN FOUTEN, ZIJ TONEN DE ONRUST, DIE IN HENZELF LEEFT. Dit vermag slechts het verzet te prikkelen. In de grote vergaderingen van het marinepersoneel te Soerabaja kon de graad van het aanwezige verzet worden opgemeten. De machthebbers staken hun koppen in het zand. Zij begrepen niet, dat het VIJF MINUTEN VOOR TWAALF WAS GEWORDEN.

Kon het glorierijke feit van 31 januari 1903 [3] waardiger herdacht zijn DAN DOOR DE WEIGERING VAN KORPORAALS EN MINDEREN AAN BOORD VAN DE ‘JAVA’, ‘PIET HEIN’ en ‘EVERTSEN’, OM AAN TE TREDEN OP HET MORGENAPPEL? Op het laatste nippertje waren troepen uit Malang naar Soerabaja overgebracht om tegen de marinemannen op te treden. De telegrammen brachten de troost aan de bourgeoisie, dat na een toespraak van de commandanten het grootste deel van de dienstweigeraars van houding veranderde. DE TIENTALLEN, DIE OVERBLEVEN, ZIJN NAAR MALANG OPGEZONDEN EN IN ARREST GESTELD. Hierbij is het niet gebleven. De vlam van verzet is overgeplant in de harten van de Indonesische schepelingen. En het gebeurde op vrijdag 3 februari voor de tweede keer. DAT BIJ HET MORGENAPPEL DIENST WERD GEWEIGERD. DITMAAL DOOR HONDERDEN INDONESIERS

Een daad van geweldige betekenis voor de gehele Indonesische vrijheidsbeweging. De tweede opdonder, die in een week tijd aan het kostbare prestige van de regering werd gegeven. Niet minder dan 425 Indonesische schepelingen, waaronder 100 van het marinevliegkamp, worden naar quarantainebarakken van de dienst van de volksgezondheid op Madura onder bewaking van marechaussees in arrest gehouden. Zij zullen voor de krijgsraad wegens dienstweigering terechtstaan.

Hollandse marinemannen en gij? Gij hebt de smaad moeten verdragen, dat de leden van het hoofdbestuur van de Marinebond straffen moeten ondergaan, omdat zij de vrouwen van de marineschepelingen hadden opgewekt om deel te nemen aan de demonstratie van Sociaal Democratische Arbeiders Partij en Nederlands Verbond van Vakverenigingen, die op 8 november in Den Haag is gehouden. Uw blanke en bruine broeders, die op de rede van Soerabaja EEN DONDEREND HALT aan de bezuinigingsapostelen hebben toegeroepen, zijn ook voor U opgetreden, voor ons, voor de gehele Nederlandse arbeidersklasse en voor de onderdrukte Indonesiërs. Zo zien wij het. Zo zult gij het zien. Het kan U niet onverschillig zijn, dat maats van de ‘Evertsen’ in Malang en bruine kameraden op Madura in hun strijd tegen de loonroof nu op hun vonnissen voor dienstweigering wachten. Mede aan U ligt het, of onmiddellijk ALGEMENE AMNESTIE VOOR DEZE KAMERADEN WORDT TOEGEPAST. De geest, die aan boord van de schepen in Soerabaja heerst, MOET HIERHEEN OVER LAAIEN. Laat U niet lijmen door degenen, die onverbiddelijk de tegenstanders van uw klasse zijn. Laat U niet op de plaats rust stellen. NEEM DE LEIDING VAN DE STRIJD VAN HET HOLLANDSCHE PROLETARIAAT TEGEN HUN MISDADIGE REGERING, DIE MET DE BELANGEN VAN DE ARBEIDERSKLASSE SPEELT EN DIE ZICH AAN DE GROFSTE HOON TEGENOVER DE WERKLOZEN SCHULDIG MAAKT. Uw zaak is een klassenzaak. Uw kracht moet zich verbinden met de klassenkracht van het Nederlandse proletariaat.

In de strijd voor de dubbele eis:
Directe amnestie voor de gearresteerde marinemannen; straffeloosheid voor de hoofdbestuurders van de Marinebond in Holland.
Opheffing van de salarisverlagingen, die voor de mindere marineschepelingen zijn doorgevoerd.

Uw maats in Indië hebben risico op zich genomen, toen zij scherpe vormen van strijd kozen. Zij wisten wat zij deden, blanken en de bruinen. De tegenwoordige reactie, die onder alle groepen arbeiders naar haar offers zoekt, is niet te verlammen zonder dat de proletarische klasse risico’s neemt. Grote gevaren dreigen. Uit het Oosten werken invloeden, die de Nederlandse bezittende klasse tot nog dollere daden zullen drijven. Het gaat er voor het Nederlandse proletariaat om de fouten te vermijden, die ongetwijfeld door de Duitse klassengenoten zijn begaan. Wij moeten onze tijd weten te gebruiken, niet wachten totdat de ganse macht van de bourgeoisie dienstbaar kan worden gemaakt AAN DE VOLLEDIGE VERNIETIGING VAN DE ARBEIDERSBEWEGING.

De Britse marinemannen van Invergordon wezen de marinemannen op de rede van Soerabaja de weg. Durft gij die weg te betreden? Bereidt u daarop voor! Het moet nu komen tot onderling beraad,waaruit sprekende daden van verzet worden geboren.

Het bestuur van het Nationaal Arbeid-Secretariaat,
Zaterdag, 4 februari
H. SNEEVLIET, voorzitter

Bulletin: Een Nederlandse Potemkin

Het pantserschip ‘De zeven Provinciën’ heeft op 5 februari de haven van Olehleh verlaten [4], terwijl de commandant met zijn staf aan land vertoefde. Negen aan boord zijnde officieren zijn door de matrozen met de bajonet op het geweer gevangen genomen.

Bravo voor de bezetting van dit rode schip!
Nederlandse marinemannen, wees solidair!

Leve ‘De Zeven Provinciën’!
Leve de Hollandse Potemkin!

Zondag, 5 februari.


Voetnoten


[1] Conservatieve aristocraat, die voorstander was van een sterk gezag, zowel in Nederland als in Nederlands-Indië. Begon zijn loopbaan als ambtenaar. Was als CHU-sympatisant een jaar minister van Oorlog in het vrijzinnige kabinet-Cort van der Linden. Kwam na de Eerste Wereldoorlog door toedoen van Colijn in dienst van de BPM (Bataafsche Petroleum Maatschappij),en werd in 1931 Gouverneur-Generaal. Ontving in die functie tweemaal NSB-leider Mussert en trad krachtig op tegen de inheemse oppositie. De Quay wenste hem in 1940 als ‘sterke man’ van de Nederlandse Unie. Lange, zeer zelfbewuste man. In de periode 1917-1936: minister namens het CHU , Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
[2] In 1905 kwam de bemanning van het Russische slagschip de ‘ Knjas Potemkin’ in opstand tegen haar officieren. Deze opstand maakte onderdeel uit van de Russische revolutie van 1905. Deze opstand van 1905 wordt gezien als de eerste stap op weg naar de succesvolle revolutie van 1917.
In 1905 begon het centraal comité van de sociaaldemocratische organisatie de voorbereiding te treffen voor een gelijktijdige opstand in de herfst van dat jaar op alle schepen van de Zwarte zee vloot.
Tijdens de voorbereiding was de Knjas Potemkin op zee voor schietoefeningen bij Tendra eiland. Onder de bemanning brak op 14 juni spontaan een te vroege opstand uit.
De opstand brak uit nadat de bemanning had geweigerd om verrot vlees te eten. Op bevel van de stuurman werden de opstandige manschappen verzameld op een gedeelte van het deel waar geteerd zeildoek werd gemaakt. Vervolgens werden de mariniers door de stuurman naar het dek gesommeerd. De opstandige manschappen vermoedde dat ze ter plekke geëxecuteerd zouden worden, en deden een dramatisch beroep op de mariniers (zelf zeelieden) om niet te schieten.
De mariniers weigerden vervolgens elk bevel en sloten zich aan bij de muiters. De muiters vermoorden vervolgens enige officieren waaronder Kapitein Evgeny Golikov, en zijn stuurman Ippolit Giliarovsky en de scheepsdokter die het verrotte vlees als ‘geschikt om te eten’ had verklaard. De zeelieden organiseerden zich in een comité geleid door Afanasi Matushenko. De Potemkin kreeg steun van de bemanning van de begeleidende torpedobootjager #267.
Uiteindelijk kwam het opstandige schip in weer terug in Odessa met een rode vlag in de mast gehesen.
De militaire autoriteiten stuurden een tweetal eskaders om het schip of terug te veroveren of om het te laten zinken. Dit leidde uiteindelijk tot een ‘zeeslag zonder schoten’ die gewonnen werd door de bemanning van de Potemkin. De bemanningen van de andere eskaders weigerden te schieten op hun eigen kameraden. Een van de slagschepen, de Georgiy Pobedonosets, sloot zich aan bij de opstand.
Uiteindelijk vluchtte de Potemkin en de torpedobootjager #267 naar Constanta in Roemenie. Daar gaf de bemanning het schip in handen van de Roemeense autoriteiten. De bemanning zou pas naar Rusland terugkeren na de revolutie van 1917. De Georgiy Pobedonosets gaf zich over aan de Russische autoriteiten.
Lenin schreef dat de opstand van de Potemkin zeer belangrijk was in de zin van dat het de eerste poging was om het revolutionaire leger te vormen, zeker omdat een groot gedeelte van het tsaristische leger zich erbij aansloot. Lenin noemde de Potemkin een "niet-verslagen deel van de revolutie”. De Potemkin opstand heeft voor een zeer belangrijk gedeelte bijgedragen aan het feit dat de revolutionaire gedachte vaste grond onder de voeten kreeg binnen de Russische marine en het leger.
[3] Sneevliet verwijst hier naar de grote staking van januari 1903.
Op 26 januari 1903 breekt een staking uit in de Amsterdamse haven bij het Blauwhoedenveem. Onderkruipers nemen het werk van de stakers over. Uit solidariteit met de stakende arbeiders van het overslagbedrijf, weigert de HSM-rangeerder Dirk Vreeken op 29 januari 1903 een goederenwagon naar dat bedrijf te rangeren. Hij wordt geschorst en uit protest gaan alle collega’s van het rangeerterrein de Rietlanden in staking, evenals de arbeiders op het goederenstation Oostenburgergracht en het oostelijk deel van het Centraal Station. Het Centraal Station is per spoor onbereikbaar geworden. De werknemers van de Staatsspoorwegen sluiten zich aan bij hun collega’s van de HSM en over het hele land leggen spoorwegarbeiders het werk neer. Via pamfletten worden de stakers door de stakingsleiders geïnstrueerd. De directies van beide spoorwegmaatschappijen staan machteloos en vragen de regering om hulp. Maar zonder rijdende treinen is het vervoer van regeringstroepen naar Amsterdam onmogelijk. Even lijkt het erop dat de door Karl Marx voorspelde grote kladderadatsch is begonnen en dat de klassenstrijd definitief in het voordeel van de arbeiders beslecht zal worden. In de avond van 31 januari breekt er paniek uit in de gelederen van de spoorwegdirecties Om de opstand te bezweren, worden vrijwel alle eisen van de stakers ingewilligd. Alleen van de eis voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden willen de spoorwegdirecties niets weten. De stakers hebben tenslotte zelf aangegeven dat het om een solidariteitsstaking gaat. De vertegenwoordigers van de bonden, die vanaf nu wel serieus worden genomen als onderhandelingspartners, zwichten voor dit argument. De staking wordt opgeheven. De twee gestaakte dagen worden zelfs uitbetaald! De spoorwegarbeiders hebben een verpletterende overwinning behaald.
[4] De muiterij werd met zeer harde hand neergeslagen. De kruiser de ‘Zeven Provinciën’ begon een tocht naar Soerabaja, die niet kon worden voltooid omdat de regering onder leiding van Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck op 10 februari uit een Dorniervliegtuig een bom op het schip liet werpen.
23, merendeels Indonesische schepelingen werden op afschuwelijke wijze gedood, 25 zwaar gewond. De marineautoriteiten zagen vooral in Maurits Boshart (geboren te Hellevoetsluis op 28 februari 1905 en overleden te Rotterdam op 1 augustus 1964) de grootste onruststoker en raddraaier. Hen was er alles aan gelegen de rol van de Indonesische bemanning, die in staat was gebleken het schip te navigeren, te kleineren. Maurits Boshart werd in een schijnproces veroordeeld op 14 december 1933 door de Fiscaal bij de Zeekrijgsraad in Soerabaja tot zestien jaar gevangenisstraf, in hoger beroep op 26 februari 1934 door het Hoog Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië verlaagd tot tien jaar.
In januari 1934 verscheen een oproep voor amnestie van een comité, waaraan tientallen personen uit juridische, medische en andere wetenschappelijke kringen naast bekende kunstenaars hun adhesie betuigden. In augustus 1934 werden Boshart en andere Europese mannen overgebracht naar de strafgevangenis in Leeuwarden. Ter gelegenheid van het huwelijk van Juliana en Bernhard in 1937 kregen zij een derde strafvermindering en voor het resterende deel omzetting in voorwaardelijk.