Josip Broz Tito

Het trotskisme en zijn helpers



Geschreven: 1939
Bron: Josip Broz Tito “Sabrana Djela”, Tom 4 Uitgever: “Komunist” et al. (Belgrado, Zagreb), 1982
Vertaling: Uit het Engelstalige MIA door Arno Dusart
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007



Voor het uitvoeren van zijn gezagsondermijnende activiteiten in verschillende organisaties van de werkende klasse en in de andere democratische partijen en organisaties, werkt trotskisme in verschillende vormen, maar altijd met één doel — om de weg voor de fascistisch-imperialistische bandieten te banen.

Wanneer zij spionage leiden en sabotage, afleidingsacties en andere offensieve activiteiten in de USSR uitvoeren, handelen de trotskistische bandieten en hun discipelen voor de nederlaag van de USSR, voor de vernietiging van het land van het socialisme, bastion van het internationale proletariaat, de beschermer van de kleine naties en de grootste kampioen van vrede. In China, voeren de trotskisten de spionagedienst bij het Japanse hoofdkwartier uit. Daar, veranderen die bandieten hun kleren met de uniformen van het 8ste Volksleger, doden en beroven de boeren en de bevelhebbers van het 8ste Leger, leveren militaire plannen aan de Japanse veroveraars en proberen op alle manieren om de bevrijdingsstrijd van het Chinese volk moeilijk te maken. In Spanje, waren de trotskisten de ziel van de vijfde colonne, veroorzaakten zij muiterijen in de achterhoede van het Republikeinse Volksleger wanneer Franco gevaar aan het front zag. En tegenwoordig, ten slotte, wanneer de generaals [José] Miaja, [Segismundo] Casado en anderen verraderlijke overgave van Republikeins Spanje aan de slager Franco voorbereidde, waren de trotskisten de eerste wie de overgave hebben geholpen en de communisten in het vizier namen die zich tegen dat verraad verzetten. Zij werkten als toegewijde bedienden van Franco, Mussolini en Hitler; zij hebben de knechting van het Spaanse volk bevorderd.

Tijdens de bezetting van Tsjecho-Slowakije waren de trotskisten van Belgrado tegen de defensie van Tsjecho-Slowakije. Nu, in het algemeen, hebben de trotskisten in elk land het masker van pacifisme ‘aangenomen’ en een onophoudelijke strijd tegen de verzetsorganisaties tegen de fascistische veroveraars geleid. In Slovenië en in andere gebieden van ons land, in deze harde uren, verspreiden zij paniek onder de mensen, doden het geloof in de mensen dat ze zich kunnen verdedigen. Naar verluidt, zijn zij tegen het bloedvergieten, maar in werkelijkheid bereiden zij zo de grond voor de fascistische bandieten voor om vrijheid en onafhankelijkheid van gehele volkeren zonder weerstand te vernietigen. De spionage, afleidingsacties, provocaties, moorden, sabotage, veroordelingen — deze zijn de vormen van activiteit van de trotskistische bandieten. Zij breken zo de enige voorhoede van de werkende klasse af, breken zo het Volksfront en verhinderen de vereniging van de volksmassa’s voor de defensie van hun onafhankelijkheid — dit zijn de taken die de trotskistische bandieten van hun meesters de — fascistische veroveraars hebben ontvangen.

Maar de trotskisten werken niet zo transparant zodat niet iedereen hun intentie kan achterhalen. Het eerste dat ze doen is zichzelf camoufleren met revolutionaire uitdrukkingen. Als ze gecamoufleerd zijn in de partij of rond de partij, dan verklaren zij in woorden dat ze akkoord gaan met de partij lijn en er trouw aan blijven, maar zij doen dit om hun job makkelijker te kunnen uitoefenen: demoralisatie verspreiden in de partij, spionage voor de vijand, veroordelingen van gewaardeerde kameraden, steunen en stimuleren van ongezonde ambities onder diverse ongezonde elementen, verwezenlijking van facties om zo de partij te verzwakken enz.

Maar de trotskisten opereren ook door middel van literatuur. Naar verluidt van één of ander ‘wetenschappelijk’ aspect, veroorzaken zij verwarring in de hoofden, vooral van de jonge intellectuelen en van sommige arbeiders met hun geschrift. Onder ons, gaan de trotskisten vooruit onder het teken van revisie van het marxisme en het leninisme. één of andere Richtmann[1] en co dringen nu op de verrijzenis van de geruïneerde theorie van [Ernst] Mach aan, die Lenin uiteengeslagen heeft in zijn boek [Materialisme en] empiriokriticisme”. Sommige van onze dagboeken[2] geven gastvrijheid aan types zoals de surrealistische Marko Ristić,[3] de vertrouwelijke vriend van de trotskisten in Parijs en de gedegenereerde bourgeois persoon [André] Breton. Ristić, die marxisme met surrealisme wou ‘verrijken en wilde aanvullen’ en wie, tegenwoordig, in het geheim de USSR en zijn populaire cultuur aanklaagt, die schrijft openbaar dat de Spaanse mensen hebben gestreden voor een droom, om onder hun onbewustzijn uit te groeien, dat Majakovsky en Yesenin zichzelf hebben gedood omdat zij van de Russische werkelijkheid zijn vervreemd (zij waren teleurgesteld) enz. Gastvrijheid wordt gegeven aan Richtmann, die met ‘correcties’ van Engels’ en van Lenins begrip van dialectiek in de natuur is begonnen, en is gestopt hun beste opvolger Stalin aan te klagen en Hitlers agent Boecharin te verdedigen. Of, bijvoorbeeld, V. Bogdanov, [4] die schaamteloze verklaringen voor politie en hof heeft gegeven in 1929, en tegenwoordig probeert om Marx’ en de houding van Engels’ van 1848 te herzien, een mens die onvermoeid en zeer behendig zijn gezagsondermijnende en schadelijke arbeid op de werkende klasse uitoefent. Deze mensen en degene die op hen lijken, waarover wij meer zullen spreken als er een behoefte aan is, doen hun vernietigende arbeid zeer behendig in de vorm van literaire verwezenlijking. Bijna drie jaar vochten de moedige Spaanse mensen voor hun onafhankelijkheid en vrijheid. Progressieve en democratische intelligentsia van de gehele wereld drongen aan om te helpen bij die strijd op de een of andere manier, maar deze mensen waren heel de tijd stom, alsof deze strijd hen niet betreft.

Het is zeer belangrijk dat precies uit die kringen de meest kwaadaardige aanvallen kwamen tegen de houding dat de werkende klasse zijn onafhankelijke kandidaten op de lijst van Dr. Maček [5] tijdens de verkiezingen van 11 december 1938 zou moeten zetten. Men kan duidelijk zien dat de vernietigende arbeid van deze intellectuelen niet tot het literaire gebied wordt beperkt, maar dat het ook in de politiek voorkomt. Dit was een duidelijke trotskistische aanval tegen de werkende klasse en onze Partij door sommige intellectuelen die hun trotskistische gezicht voor de werkende klasse van Joegoslavië verbergen, omdat zij weten dat zij het trotskisme haten zoals de pest. De trotskisten zijn zeer gretig in het gebruik van wapens zoals aanklagen en kameraden in het diskrediet brengen in het publiek over wie zij weten dat zij sommige functies in de beweging hebben. Aldus, hebben zij opgemaakt dat één of andere kameraad geld van de Partij in Montenegro heeft gestolen zonder dat het geweten is, en zij als ‘toegewijde’ partijleden verplicht zijn om erachter te informeren. Maar natuurlijk, informeren zij er over in hoeken, in cafés, en iedereen die zij ontmoetten. Voorts plegen de trotskisten diverse provocaties op het communistische rekenschap. Zij bekladen iconen en kerken in Montenegro en verspreiden [geruchten] onder de mensen dat het een richtlijn van de Partij is.[6] Dergelijke provocaties zijn frequente fenomenen ook in andere gebieden, en alles wordt gedaan met het doel om ontevredenheid tegen onze Partij onder de mensen te veroorzaken.

De activiteiten van trotskisten als fascistische agenten worden vooral gevoeld tijdens hevige politieke schokken. Zij verzamelen rondom zich alle politieke desperados, vroegere mensen die zich overgaven, vereffenaars en verraders. Die elementen onder trotskistische invloed activeren zich, natuurlijk, in de strijd tegen de Partij. Zij benadrukken ‘politieke’ en ‘ideologische’ verschillen met de partij. Vaso Srzentić,[7] bijvoorbeeld, heeft onze beweging voor liquidationistische redenen verlaten en hij klaagt nu de USSR, de Komintern en onze Partij op de meest walgelijkste manier aan. De verraders van het zogenaamde Montenegrijnse proces van 1936 (Kosta Ćufka en anderen)[8] starten tegenwoordig met hun strijd tegen de Partij en zijn beleid, door hindernissen te plaatsen bij elke stap. In Dalmatië beginnen sommige elementen onder invloed van trotskisten en hun helpers uit het buitenland opnieuw met factiestrijd onder zichzelf en de strijd tegen de Partij. Zij laten zich niet vermurwen onder partijbesluiten en gaan in strijd tegen de functionarissen ervan. Het is duidelijk dat we in de toekomst de namen van die mannen moeten publiceren, zodat de eerlijke werkers weten wie deze mensen zijn en wie zij dienen.

Er kan succesvol gestreden worden tegen het trotskisme, dat een vorm is van fascisme, enkel wanneer dat elk partijlid elk fenomeen dat leidt tot trotskisme weet op te merken, wie zij dienen en waar ze een vruchtbare bodem kweken voor hun subversieve en offensieve arbeid. Elk factionalisme, gebrek aan discipline, ongezonde kritiek, aanklachten, liberalisme om trotskisten te kennen, weifeling in de strijd tegen hen, weifeling in de strijd tegen al de hierboven vernoemde fenomenen, hypocrisie enz. is de meest vruchtbare bodem voor het trotskisme.

De vreemde en rotte theorie die verspreid wordt door fascisten, soms ook door onoprechte reactionairen, sociaaldemocraten en democratische elementen, dat de strijd tegen het trotskisme in werkelijkheid een ideologische strijd is tussen twee stromingen binnen de arbeidsbeweging, moet verworpen worden. Vandaag is het trotskisme geen ideologische stroming meer; het is een bende van spionnen, saboteurs en moordenaars, het is een vorm van fascisme, het is avant-garde; instrument van de oorlogsprovocateurs, vijanden van de democratie, vrijheid en menselijke vooruitgang. Er is geen strijd tegen het fascisme zonder strijd tegen zijn trotskistische vorm. Dat is waarom de Partij tegen het trotskisme niet enkel zijn leden maar ook alle oprechte antifascisten en alle vrienden van cultuur en vooruitgang moet mobiliseren.

Om de strijd tegen de besmetting succesvoller te maken is het noodzakelijk om het theoretische niveau van de leden te verhogen. Het is noodzakelijk om al de leden, sympathisanten en al de vrienden van de vrijheid, democratie en vooruitgang te informeren over de essentie van trotskisme. De lijn van onze partij moet geleerd worden en leninistisch-stalinistische persistentie en consistentie moet getoond worden in de strijd tegen alle afwijkingen. Er zou meer persoonlijk initiatief en besluitvaardigheid moeten zijn in de strijd tegen verschillende trotskistische en semi-trotskistische elementen; tegen alles dat een grond creëert voor trotskisme. Elk lid van de Partij moet een bolsjewistische alertheid creëren niet alleen in de partij, maar overal waar zij handelen: in vakbonden, in verschillende culturele en sportieve verenigingen, en zouden de trotskistische agenten moeten ontmaskeren voor arbeiders en de andere democratische lagen van het volk. De acties tegen de trotskisten moeten niet alleen halflegaal worden toegepast, maar ook door de pers, lezingen enz. in verschillende werkers, democratische, culturele en andere verenigingen.

Gevende verscheidene voorbeelden van de vernietigende arbeid van trotskisten en de noodzaak van strijd tegen hen, tezelfdertijd moeten wij benadrukken dat het schadelijk voor de Partij en de verzameling van alle eerlijke en democratische elementen voor de strijd tegen het fascistische gevaar zou zijn als we iedereen die uit onwetendheid, of door de tijd onder de invloed komt van trotskistische elementen in de trotskistische mand te stoppen. Hun fouten en waanbeelden moeten geduldig aan hen worden uitgelegd, zij moeten geholpen worden om op de hoogte gebracht te worden van de echte essentie van trotskisme en hun destructieve arbeid.

De rijen van onze partij schoonmaken van alle trotskistische en semi-trotskistische elementen, tezelfdertijd zijn we verplicht om strijd te voeren voor de uitwijzing van trotskisten en hun helpers uit alle werkers en democratische volks organisaties, omdat wij zodoende de eenheid van de werkende klasse verzekeren en bijdragen tot de overwinning van de vrede, democratie, vrijheid, onafhankelijkheid en broederschap tussen de mensen van Joegoslavië.

T.


Noten van de Engelstalige vertalers


[1] Zvonimir Richtmann (1902 — 1941) was een Kroatische fysicus. Vanaf 1932 tot 1940 publiceerde hij verscheidene artikelen, waardoor hij beschuldigt werd van aanhanger te zijn van machismo. In 1941 werd Richtmann gearresteerd door de Kroaat Ustashas, in het kamp van Kerestinec opgesloten en dan neergeschoten.
[2] De zinspeling wordt hoofdzakelijk geleid naar het dagboek Pečat, die door Miroslav Krleža wordt uitgegeven, de belangrijkste communistische schrijver in Kroatië en in vroeger Joegoslavië, vooral tussen de twee wereldoorlogen, die zowel kritisch was op het ‘socialistisch realisme’ en ook tegen Stalins zuiveringen. Pečat werd gepubliceerd vanaf 1939 tot 1940, en onder zijn medewerkers waren: Marko Ristić, Milaan Dedinac, Zvonimir Richtmann, Oskar Davičo en Vaso Bogdanov.
[3] Marko Ristić (1902 — 1984) was een Servische surrealistische dichter. Zijn artikel De droom en de waarheid van Don Quichot, die in de eerste uitgave van Pečat in februari 1939 werd gepubliceerd, veroorzaakte sterke reacties onder de orthodoxe vleugel van het communistische literaire publiek in Joegoslavië.
[4] Vaso Bogdanov (1902 — 1967) was een professor aan de Universiteit van Zagreb en lid van de Joegoslavische Academie van Wetenschappen en Kunsten. Hij werd lid van de Communistische Partij terwijl hij een student was. In zijn werken over de revolutie van 1848, vooral in zijn studie van 1936, De nationale en sociale conflicten van Vojvodins en Hongaren in de 1848-1849 revolutie, gaat Bogdanov niet akkoord met de mening van Marx’ en Engels’ die beweren dat de Kroaten en de Serviërs een contrarevolutionaire rol hebben gespeeld.
[5] Vladko Maček (1879 — 1964) was een Kroatische politicus, leider van de Kroatische Boerenpartij. Voor een lange tijd was hij een tegenstander van het centralistische regime in Joegoslavië en in de parlementaire verkiezingen van 1935 en van 1938 was hij leider van de oppositie kieslijst, het Blok voor Volks Contract. In 1939 slaagde hij erin om belangrijke concessie van het heersende regime te bereiken door Banovina van Kroatië te vormen, en komt in het Joegoslavische bestuur. De regering die toen werd gevormd, gekend als Overheid Cvetković-Maček, in maart 1941, zal een overeenkomst voor het toetreden tot de Asmogendheden ondertekenen.
[6] De redacteurs van de Tito’s Verzamelde Werken geven hier de volgende nota: “De redacteurs [ van de Werkzaamheden] konden de onderwerpen en de tijd van deze concrete gebeurtenissen die in de tekst worden vermeld niet bepalen.” Met andere woorden, is de opmerking van Tito in de tekst waarschijnlijk een insinuatie.
[7] Vaso Srzentić (1895 — 1959), was een journalist. Hij werd lid van de Communistische Partij in het begin van de jaren 20. Nochtans, na de totstandkoming van de dictatuur in Joegoslavië in 1929, trok hij zich uit de beweging terug.
[8] Tijdens de lente en de zomer van 1936 werden meer dan 250 communisten gearresteerd in Montenegro. Tijdens het zogenaamde Montenegrijnse proces in februari 1937 werd een groep van 21 communisten van Montenegro veroordeeld tot gevangenisstraf. Kosta Ćufka was een lid van het Landscomité van de CP-Joegoslavië voor Montenegro vanaf 1934 en hij werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf tijdens het Montenegrijnse proces. Hij werd uit de Partij gezet voor het hebben van een zwakke houding terwijl hij ondervraagd werd door de politie. In 1948 steunde Ćufka de resolutie van de Cominform tegen het regime van Tito in Joegoslavië.