Leon Trotski

Over optimisme en pessimisme

Over de 20ste eeuw en over tal van andere kwesties



Geschreven: 1901
Bron: Engelstalig Trotski-archief
Vertaling: David Baele
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, september 2007


Dum spiro spero! [Terwijl er leven is, is er hoop!] ... Als ik één van de hemellichamen was, zou ik met complete afstandelijkheid naar deze ellendige bal van stof en vuil kijken ... Ik zou zowel het goede als het slechte belichten ... Maar ik ben een mens. Wereldgeschiedenis dat voor jou, emotieloze zwelger van wetenschap, voor jou, boekhouder van de eeuwigheid, enkel op een verwaarloosbaar moment in de balans van tijd lijkt, is voor mij alles! Zolang ik adem, zal ik vechten voor de toekomst, deze schitterende toekomst waarin de mens, sterk en mooi, meester zal worden van de drijvende stroom van zijn geschiedenis die hij zal sturen naar de grenseloze horizon van schoonheid, genot, en blijheid! ...

De negentiende eeuw heeft in vele opzichten de hoop van de optimist tevreden gesteld en heeft ze zelfs in grotere mate teleurgesteld ... Het heeft hem genoodzaakt om het grootste deel van zijn hoop over te plaatsen naar de twintigste eeuw. Elke keer wanneer de optimist geconfronteerd werd met een afschuwelijk feit, schreeuwde hij: Wat, en dit kan gebeuren op de drempel van de twintigste eeuw! Wanneer hij mooie beelden tekende van de harmonische toekomst, plaatste hij ze in de twintigste eeuw.

En nu deze eeuw aangebroken is! Wat heeft het van meet af aan meegebracht?

In Frankrijk — het giftige schuim van raciale haat[1]; in Oostenrijk — nationalistische strijd ...; in Zuid Afrika — de kwelling van een klein volk, die vermoord wordt door een kolos[2]; op het ‘vrije’ eiland zelf — triomfantelijke hymnes voor de succesvolle hebzucht van de chauvenistische zwendelaars; dramatische ‘complicaties’ in het oosten; opstandigheid van stervende volksmassa’s in Italië, Bulgarije, Roemenië ... Haat en moord, honger en bloed ...

Het lijkt alsof de nieuwe eeuw, deze gigantische nieuwkomer, op het moment van zijn verschijning er toe neigde om de optimist in absoluut pessimisme en burgerlijke nirwana te drijven.

- Dood aan Utopia! Dood aan geloof! Dood aan liefde! Dood aan hoop! dondert de twintigste eeuw in salvo’s van vuur en gerommel van wapens.

- Geef je over, jij pathetische dromer. Hier ben ik, jouw lang verwachte twintigste eeuw, jouw ‘toekomst’.

- Neen, antwoordt de ongedweëe optimist: Jij, jij bent enkel het heden.


[1] De zaak Dreyfus
[2] De Boerenoorlog