Leon Trotski

Arbeid, discipline en orde zullen de socialistische Sovjetrepubliek redden

Rede gehouden te Moskou op de stedelijke bijeenkomst van de Russische Communistische partij



Geschreven: 28 maart 1918
Bron: J. J. Bos & Co., Amsterdam. Opgenomen in de Nederlandstalige Trotski Bibliotheek uitgegeven door Karel ten Haaf
Vertaling: Mevr. G. Buriks
Deze versie: Spelling, punctuatie en soms zinsbouw
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, mei 2007


Kameraden,

Deze vergadering komt bijeen op een ogenblik van diepe innerlijke beroering in onze aan schokkende gebeurtenissen zo rijke tijd en niet op een ogenblik, waarop er een opgewekte en strijdlustige stemming heerst. Ongetwijfeld maken we een periode door van innerlijke stilstand, grote moeilijkheden en een uit eigen rijen opkomende kritiek, die — willen we hopen — leiden zal tot innerlijke zuivering en nieuw elan van de revolutionaire beweging.

De oorsprong van onze macht ligt in de Oktoberrevolutie, die velen van hen, die dicht bij ons stonden of met ons mee gingen, nu blijkbaar geneigd zijn te verloochenen. En nu wordt die Oktoberrevolutie door vele wijsneuzen beschouwd als een avontuur of een dwaling.

Wij, communisten! kunnen de kwestie van de Oktoberrevolutie niet vanuit zo’n subjectief oogpunt beschouwen. In de loop van tal van jaren, die aan de revolutie van 1917 voorafgingen, hebben wij niet alleen de onvermijdelijkheid van de nieuwe revolutie voorspeld, maar wij hebben ook beweerd, we hebben theoretisch bewezen, dat — als deze revolutie met een volledige overwinning zou eindigen — zij dan onvermijdelijk de arbeidersklasse, steunend op alle armste klassen der bevolking, aan het roer zou moeten brengen. Dat noemde men een utopie. Nu noemt men ons socialistisch toekomstbeeld, ons communistisch program een utopie. Maar een feit is het toch maar, dat de dictatuur van de arbeidersklasse, die wij voorspeld hebben, zich verwezenlijkt heeft en dat al die ‘nuchtere’ lui, die in deze voorspelling een utopie zagen, evenals onze subjectieve wensen door de ontwikkeling van de klassenstrijd in onze revolutie werden weggevaagd.

De Februarirevolutie openbaarde de fundamentele verhouding der krachten. Ten eerste het verbond van alle bezittende klassen, een verbond, met aan de spits de kadettenpartij, in de schoot waarvan zich alle tegenstrijdigheden en tegenstellingen hadden opgelost, — en dat wel hierom) omdat de revolutie de vraag waarom alles draait, nl. die betr. het bezit, voorop had gesteld en daardoor de tegenstellingen in de boezem der bezittende klasse had opgeruimd.

De verzoeningsgezinde groepen vormden het tweede grote leger van de revolutie, — politiek heel wat groter dan met hun werkelijke sociale krachten overeenkwam (om redenen, waarover ik dadelijk enige woorden wil zeggen); en het derde leger was het leger van de arbeidersklasse met onze partij aan de spits en van de arbeidende massa’s, die met de arbeidersklasse verbonden zijn.

Ik zei, dat het verzoeningsgezinde leger, dat op het eerste tijdvak van de revolutie zijn noodlottige stempel heeft gedrukt, aan zichzelf en anderen onvergelijkelijk veel machtiger toescheen dan met het sociale karakter van de groep, waaruit het zich vormde, overeenkwam. Ik spreek van die burgerlijke en kleinburgerlijke geestelijke kringen, waaruit deze partijen niet alleen hun leiders, maar ook hun gevechtskader vormen.

Waaruit echter is het feit te verklaren, dat in het eerste tijdvak der revolutie de partijen van de sociaal-revolutionairen en de ‘mensjewieken’ een leidende rol speelden, daardoor het verval deden toenemen en aan het gehele verdere ontwikkelingsproces een uiterst scherp en ziekelijk karakter gaven? Dat is hieruit te verklaren, dat onze revolutie uit de oorlog is gegroeid. De oorlog echter mobiliseerde en organiseerde de meest achterlijke doffe volksmassa uit de boerenstand, gaf hun een militaire organisatie en dwong hen op die manier, in het eerste tijdperk van de revolutie een directe invloed op de gang der politieke gebeurtenissen uit te oefenen, vóórdat deze massa’s onder leiding van het proletariaat tenminste een begin van politieke scholing hadden doorgemaakt.

Regimenten, divisies, korpsen kozen hun afgevaardigden in de sovjets van de arbeiders en soldatenafgevaardigden op dezelfde wijze als de arbeiders. Maar de arbeidersklasse koos haar afgevaardigden, die direct van hun natuurlijke werkplaatsen — de fabrieken en mijnen — kwamen. De boeren daarentegen kozen geen boerenafgevaardigden, maar regiments-, compagnie en andere afgevaardigden, omdat zij door de staatsmachine in dwang-organisaties van het leger waren opgesloten.

Op deze manier werden zij geroepen tot een directe, actieve invloed op de gang der politieke gebeurtenissen, vóórdat — ik herhaal — de politieke scholing onder leiding van de arbeidersklasse hun de daartoe nodige innerlijke aansporing en het noodzakelijk minimum aan politieke ideeën had gegeven. Het was dus natuurlijk dat deze boerenmassa vertegenwoordigers en leiders niet bij zichzelf, maar daarbuiten zocht. Zij vond hen temidden der kleinburgerlijke intellectuelen, bij vrijwilligers, bij jonge, meer of minder revolutionaire officieren, in één woord: bij de zoontjes der bourgeoisie, die op de soldaten-boerenmassa bepaalde formele eigenschappen voor had, zoals het meer of minder juist kunnen uitdrukken van hun gedachten, het kunnen lezen en schrijven e.d. Om deze reden groeide in het eerste tijdperk het kader der verzoeningsgezinde partijen van sociaal-revolutionairen en ‘mensjewieken’. Zij steunden op het vele miljoenen tellende boerenleger. En in zoverre de arbeidersklasse instinctief er naar streefde zich niet los te maken van de sterke boerenreserve’s, vertoonde zij zelf een zekere neiging tot verzoenend optreden, omdat zulk een optreden voor haar de brug was die haar met de boeren en soldatenmassa’s verbond.

Daar ligt de oorzaak, waarom de sociaal-revolutionairen en de ‘mensjewieken’ in het eerste tijdvak van de revolutie op de ontwikkeling van de revolutie het stempel drukten van hun allesoverheersende invloed. Hun invloed uitte zich echter alleen maar hierin, dat zij geen enkele eis in vervulling brachten, alle vraagstukken slepende hielden, alle moeilijkheden vermeerderden en aan de erfenis, die ons in oktober toeviel, het karakter gaven van een verschrikkelijke historische last.

Toen door de innerlijke logica van de klassenstrijd onze partij, die aan de spits van het proletariaat staat, aan de macht kwam, werd het derde leger, het leger der arbeidersklasse, die door haar gehele aard de enige schijnt te zijn die de fundamentele vragen der revolutie weet op te lossen, opgeroepen om haar bekwaamheid te tonen.

In politiek opzicht en uit een oogpunt van directe strijd is de Oktoberrevolutie uitgelopen op een onverwachte en schitterende overwinning. In de geschiedenis was er nog geen voorbeeld van zulk een machtig offensief van een onderdrukte klasse, die met zulk een vastheid van lijn en zulk een snelheid de heerschappij der bezittende en regerende klassen in alle delen van het land afschudde, terwijl zij vanuit Petrograd en Moskou de heerschappij der arbeidersklasse in alle hoeken en streken van Rusland verbreidde.

Deze triomf van de oktoberopstand toonde de politieke zwakheid van de burgerlijke klassen aan, die wortelt in de bijzonderheden van de ontwikkeling van het Russische kapitalisme.

Terwijl zich het Russische kapitalisme vormde tijdens de volledige ondergang van klein- en midden-industrie en van de oude kapitalistische ideologie in West-Europa, trad het in de meest geconcentreerde vorm op en ontwikkelde ontegenzeggelijk een grote economische macht en daarmee tevens de innerlijke mogelijkheid over te gaan in meer volmaakte economische vormen, d.w.z. het schiep de voorwaarden voor de nationalisering van de ondernemingen. Maar tegelijk daarmee veranderden deze verhoudingen de vertegenwoordigers van het Russische handels-, industrie- en financieel kapitaal in een kleine, geprivilegieerde klasse, klein in aantal en losgerukt van de brede volksmassa, zonder ideologische wortels in de diepte van het volk, zonder een politieke aanhang achter zich.

Vandaar de onbeduidendheid van de politieke tegenstand van onze bourgeoisie tegen ons in oktober, november en de volgende maanden, toen op verschillende punten van het land de opstanden van allerlei Kaledins, Kornilovs, Doetovs of die van de Oekraïense rada uitbraken.

Als de Oekraïense rada overwonnen heeft of tegenwoordig de Sovjetmacht in de Oekraïne overwint, dan gebeurt dat uitsluitend met behulp van de machtige machine van het Duitse militarisme. Evenals in de industrieel ontwikkelde, zo ook in de achterlijke, minst industriële streken van het land, overal bleken onze bezittende klassen machteloos, om met eigen middelen het militair-revolutionaire offensief van het proletariaat, dat vocht voor de verovering van de staatsmacht, tegen te houden. Dat bewijst vóór alles dit, kameraden, dat, wanneer door het noodlot der geschiedenis — wat ik niet denk en wat gij ook niet denkt — onze macht zou worden omvergeworpen, dit slechts een episode zou zijn, slechts voor een zeer korte tijd, want de ontwikkeling zou langs dezelfde lijn, waarlangs ze tot nu toe verlopen is, verder schrijden. De diepe sociale afgrond tussen de bovenste lagen der bourgeoisie en de arbeidende klassen en het innige samengaan van alle onterfde massa’s met het proletariaat wijzen daarop en zijn daar borg voor.

Al zou het proletariaat ook tijdelijk van de macht worden beroofd, het zou toch de leider van de enorme meerderheid van de arbeidende massa in het land blijven en de eerste nieuwe golf zou het onvermijdelijk weer aan het roer brengen. Daaruit moeten wij onze diepste innerlijke overtuiging putten bij onze gehele politieke arbeid. Volgens de hele sociale structuur van Rusland en de internationale omgeving, waarin wij leven, zijn wij in de volle betekenis van het woord onoverwinnelijk, trots alle moeilijkheden en zelfs trots onze eigen gebreken, fouten en tekortkomingen, waar ik nog over spreken zal.

De militaire tegenstand van de bourgeoisie werd in de kortst mogelijke tijd gebroken. Zij koos toen een ander middel van tegenwerking in de vorm van sabotage door de ambtenaren en het technische personeel, door alle geschoolde en half geschoolde intellectuele krachten, die in de burgerlijke maatschappij zijn belast met de technische leiding en tegelijkertijd uit hun aard orgaan zijn van klassenheerschappij en klassenregering.

Al deze elementen kwamen in verzet na de verovering van de macht door de arbeidersklasse. Theoretisch kon dit voor ons allen niet onverwacht komen. Naar aanleiding van de Parijse Commune schreef Marx, dat de arbeidersklasse, als ze de macht grijpt, zich niet mechanisch van de oude staatsmachine kan meester maken: ze moet haar volkomen vernieuwen. En dit feit — dat het nl. voor de arbeidersklasse onmogelijk is eenvoudig de oude machine over te nemen — uitte zich tweeërlei: in het wantrouwen van de arbeidersmassa en de sovjets tegenover de vroegere ambtenaren en in de haat der vroegere ambtenaren tegen de nieuwe meesters, de arbeidersklasse. Vandaar de sabotage, de desertie, de desorganisatie van alle regerings- en van vele publieke en private instellingen van de kant van het leidende, technische en administratieve personeel.

Deze sabotage, voor zover ze niet eenvoudig voortvloeide uit de plotselinge vrees van de intellectuelen voor de zware hand van de arbeidersklasse, die de politieke macht aan zich had getrokken en voor zoverre ze een politiek doel beoogde, liep uit op de toekomstige constituerende vergadering als haar natuurlijk einddoel, als een nieuwe brug tot de machthebbers.

Evenals met het karakter en de politieke belangen van de Russische bourgeoisie, van de Russische bezittende klassen in het algemeen, het best overeenkomt een beperkte, op de belastingbetalers steunende monarchie als politiek ideaal, zo komt met de belangen en de begrippen van de intellectuelen, aan het hoofd waarvan de verzoeningsgezinde partijen staan, het meest overeen de constituerende vergadering, die aan de kleinburgerlijke intellectuelen een onevenredig grote rol toebedeelt, omdat dezen, dank zij hun welbespraaktheid in een parlement, optreden in naam van alle onverschillige en achterlijke massa’s, die hun stem nog niet kunnen laten horen, en omdat zij, staande midden tussen de bezittende klassen en de arbeidende massa’s, hun rol als verzoenend element, als makelaars en bemiddelaars kunnen spelen. De constituerende vergadering zou dan, volgens hun idee, een soort bemiddelingsbureau, een soort verzoeningsraad zijn voor de Russische revolutie.

De sovjets, d.w.z. de in sovjets georganiseerde arbeidersklasse, hebben het denkbeeld van een constituerende vergadering verworpen, door te verklaren, dat in een periode van onmiddellijke botsing der klassen alleen òf deze òf die klasse open en vast kan regeren — dat op dat ogenblik er alleen òf de dictatuur van het kapitaal en het grondbezit òf die van de arbeidersklasse kan zijn.

Door de opheffing van de constituerende vergadering braken de sovjets de kracht van de sabotage der intellectuelen. De tegenstand van al die technische. administratieve en ambtelijke elementen was overwonnen. De directe, openlijke burgeroorlog, evenals de strijd tegen de sabotage — dat alles leidde tot op zekere hoogte onze aandacht af van de organisatorische, economische en administratieve problemen. Anderzijds was het natuurlijk, dat zich de overtuiging in ons vormde, dat nu, nadat wij de Kaledins en Kornilovs overwonnen, de macht definitief in handen genomen en de sabotage gebroken hadden, wij eindelijk aan onze eigenlijke taak, de scheppende arbeid zouden kunnen gaan.

Nadat de militaire tegenstand van de bourgeoisie, de Kornilovs en Kaledins, in openlijke strijd neergeslagen was (niet dank zij onze militaire techniek, die op het laagste peil stond, maar omdat de bourgeoisie geen betrouwbaar kader had) en nadat de sabotage van het administratief-technisch personeel overwonnen, althans in principe overwonnen was en het mogelijk werd deze geestelijke krachten voor ons werk te gebruiken — na dat alles stonden wij voor het eerst van aangezicht tot aangezicht tegenover al die geweldige problemen, moeilijkheden en hindernissen, die wij als erfenis van het verleden hebben gekregen.

Het was natuurlijk, dat de burgeroorlog en de middelen, waarmee wij de ambtenaren-sabotage in alle instellingen overwonnen, zelf weer onmiddellijk de verwarring versterkten, die wij van de oorlog en van de eerste revolutie-periode geërfd hadden. Wij zagen dat zelf in en gaven er ons helder rekenschap van. Maar dat weerhield ons niet, want wij wisten, wij waren daar vast van overtuigd — deze overtuiging hebben wij geput uit onze gehele analyse van de historische gebeurtenissen in Rusland — wij wisten dat wij maar langs één enkele weg op de grote baan der historische ontwikkeling kunnen komen en deze uitweg voert onvermijdelijk door de dictatuur der arbeidersklasse. Wij wisten, dat, als er zich op de weg van deze dictatuur hinderpalen voordoen, deze moeten worden weggeruimd. Mocht dit tijdelijk de verwarring versterken, dan moet dit alles door de politiek van de economische opbouw, die de arbeidersklasse, nadat ze de macht vermeesterde, voeren moet, honderdvoudig beloond worden.

Nu, kameraden, nu wij de politieke hindernissen overwonnen hebben, staan wij vlak vóór al deze organisatorische moeilijkheden. De geschiedenis stelt u, de arbeidersklasse, haar leidende vertegenwoordigers, voor de vraag: kunt gij het klaarspelen met alle moeilijkheden, die de voorbije jaren en eeuwen voor u hebben opgestapeld, terwijl ze hier en daar tot Gordiaanse knopen zijn gebonden, hier en daar echter vóór u zijn gezet als volkomen vormloze Al-Russische wanorde? Zult gij, zullen wij al deze problemen weten op te lossen? M.a.w. zal de arbeidersklasse, geleid door de communistische partij, in de uren der grootste beproeving die ooit in de hele geschiedenis aan de arbeidersklasse werd opgelegd, tegen haar historische taak zijn opgewassen?

De moeilijkheden, die voor ons oprijzen, kunnen in twee grote categorieën worden verdeeld; in objectieve en in subjectieve.

De objectieve moeilijkheden liggen in de uiterlijke omstandigheden. Ze bestaan in het feit zelf van de algemene verwarring. In het feit dat de verkeerswegen vervallen zijn, dat onze spoorwagens verbruikt zijn en uit elkaar vallen, dat we een enorm percentage half vergane locomotieven hebben, dat de nog gave locomotieven niet meer zo rijden als wel zou moeten (de oorlog heeft alles uit zijn voegen gerukt), dat onze fabrieken en bedrijven gedesorganiseerd zijn, ten eerste tengevolge van de mobilisatie en dan tengevolge van de gedeeltelijke, uiterst onvolmaakte demobilisatie, dat wij de grootste distributie moeilijkheden hebben, gedeeltelijk doordat wij in het algemeen armer zijn geworden, gedeeltelijk doordat bij ons alle middelen van boekhouding en controle, alle transportmiddelen en wegen zich in totaal ontredderde toestand bevinden.

Dat zijn de diep ingrijpende kolossale moeilijkheden, die nu voor ons staan en die wij moeten overwinnen. Als wij dat niet kunnen, is de ondergang van het land in de naaste toekomst onvermijdelijk, want ons kan niemand vervangen.

Als wij als arbeidersklasse, volgens de woorden van Marx, ons niet eenvoudig van de oude organisatie der staatsmacht meester kunnen maken, dan betekent dat geenszins dat wij het zonder al die elementen, die de duurzaamheid van die oude organisatie uitmaakten, kunnen stellen.

Het is het ongeluk der arbeidersklasse, dat ze steeds verkeerde in de toestand van een onderdrukte klasse. Dat doet zich in alles gevoelen: zowel in haar ontwikkelingspeil als in het feit dat zij de geoefendheid en de routine mist in het besturen, die de heersende klasse bezit en door haar scholen, universiteiten e.d. verder verbreidt. Niets van dat alles heeft de arbeidersklasse, zij moet zich alles zelf verwerven.

Nu zij aan het roer is gekomen, moet zij de oude staatsmachine beschouwen als een middel tot klassenonderdrukking. Maar zij moet er tegelijkertijd alle waardevolle, goede elementen uithalen, die voor haar technisch noodzakelijk zijn, ze op de juiste plaats zetten en door die elementen haar proletarische klassemacht versterken. Dit kameraden, is de taak die nu voor ons staat in al haar grootsheid.

De eerste periode van de strijd tegen de sabotage bestond hierin, dat wij de organisaties der saboteurs onbarmhartig vernietigden. Dat was noodzakelijk en daarom juist.

Nu, in de periode, waarin de macht van de sovjets stevig is gevestigd, moet de strijd tegen de sabotage hierin bestaan, dat de vroegere saboteurs worden veranderd in dienaren, in uitvoerders en technische leiders daar, waar het nieuwe regiem het vereist. Als wij dat niet klaarspelen, als wij alle krachten, die we nodig hebben niet tot ons trekken en in dienst van de sovjets stellen, dan zou onze eerste strijd tegen de sabotage, de militair-revolutionaire strijd, daardoor veroordeeld zijn als volkomen nutteloos en vruchteloos.

Evenals in de dode machines, zo is ook in deze technici, ingenieurs, artsen, leraren, vroegere officieren, in hen allen een zeker kapitaal van ons nationaal vermogen gestoken, dat wij verplicht zijn te exploiteren, te gebruiken, als wij de fundamentele vragen, die voor ons liggen, tot oplossing willen brengen.

De democratisering bestaat heus niet hierin — dit is het abc voor elke marxist —, de betekenis van goed onderlegde krachten, van personen met vakkennis te onderschatten, te minachten, maar hierin, hen overal en altijd door gekozen colleges te vervangen.

De gekozen colleges, die uit de beste vertegenwoordigers der arbeidersklasse bestaan, maar niet de nodige technische kennis bezitten, kunnen zelfs niet één enkele technicus die een vakschool heeft doorlopen en die weet, hoe in het gegeven, speciale geval te handelen, vervangen. De vloed van kameraadschappelijkheid, die bij ons op alle gebied valt waar te nemen, treedt op als de volkomen natuurlijke reactie van een jonge, revolutionaire, gisteren nog onderdrukte klasse, die het uitsluitend persoonlijk initiatief van de vroegere machthebbers, meesters en gebieders opzij zet en overal haar gekozen vertegenwoordigers in de plaats stelt. Dit is, zeg ik, een volkomen natuurlijke en in haar oorsprong volkomen gezonde revolutionaire reactie. Maar dit is nog niet het laatste woord van de economische en staatkundige opbouw van de proletarische klasse.

De verdere stap moet bestaan in de zelfbeperking van het kameraadschappelijk initiatief, in de gezonde en reddende zelfbeperking der arbeidersklasse, die weet waar de gekozen vertegenwoordiger der arbeiders een beslissend woord kan zeggen en waar het noodzakelijk is, een plaats in te ruimen aan de technicus, de specialist, die met bepaalde kennis is toegerust, wie men een grotere verantwoordelijkheid moet opleggen en die onder waakzame politieke controle moet worden gesteld. Maar het is noodzakelijk aan de vakman de mogelijkheid van eigen initiatief, van vrije werkzaamheid over te laten, omdat geen enkele begaafde, bekwame vakman op zijn gebied kan werken, als hij bij zijn speciaal werk ondergeschikt is aan een groep mensen die dit gebied niet kennen. Een politieke collegiale sovjetcontrole moet er altijd en overal zijn, maar voor uitvoerende functies is het noodzakelijk specialisten-technici te benoemen, hen op verantwoordelijke posten te zetten en hun die verantwoordelijkheid op te leggen.

Zij die daar angst voor hebben, tonen onbewust een diep inwendig wantrouwen tegenover het Sovjetregime. Zij, die denken dat het benoemen van de vroegere saboteurs tot leiders van speciale technische afdelingen de grondslagen van het Sovjetregime bedreigen, geven er zich geen rekenschap van dat het Sovjetregiem niet over de een of andere ingenieur of vroegere generaal kan struikelen, — in politiek, in revolutionair, in militair opzicht is het Sovjetregime onoverwinnelijk, maar het kan over zijn eigen onmacht, om zijn scheppende, organisatorische taak te vervullen, struikelen.

Uit de oude instellingen alles halen, wat levenskrachtig en waardevol was, en dat bij onze nieuwe arbeid vruchtbaar aanwenden, dat is noodzakelijk voor ons.

Kameraden, als we dat niet doen, dan kunnen we onze voornaamste taak niet volbrengen, want in korte tijd alle nodige specialiteiten uit onze eigen rijen te voorschijn brengen, nadat we alles wat in het verleden was verzameld, hebben weggeworpen, — dat zou onmogelijk zijn.

In de grond van de zaak zou het hetzelfde zijn, als wanneer we nu alle machines, die tot nog toe voor de uitbuiting van de arbeiders hebben gediend, gingen weggooien. Dat zou waanzinnig zijn. Het tot ons trekken van bekwame vaklui is voor ons even noodzakelijk als het overnemen van alle productie- en transportmiddelen en in het algemeen van alle rijkdommen van het land. Wij moeten — en dit op staande voet — het aantal specialisten-technici, dat wij hebben, opnemen en voor hen onmiddellijk een arbeidsplicht invoeren, waarbij hun tevens een ruim arbeidsveld wordt toegekend en zij zelf onder politieke controle worden gesteld.

Op deze weg, kameraden, rijzen moeilijkheden, die bij de arbeidersklasse zelf liggen. Ook hier doen zich de voorbije eeuwen van de Russische geschiedenis gelden, ook hier zien we de tijden, toen de volksmassa’s neergedrukt, materieel en geestelijk beroofd waren en de noodzakelijke ondervinding op bestuursgebied misten.

Wij wisten het ook vroeger wel, dat ons de nodige organisatie, discipline en historische scholing ontbrak; wij wisten dit alles en toch belette ons dit geenszins, met open ogen, ons op te maken tot het veroveren van de macht. Wij waren overtuigd dat we alles zouden leren en tot stand brengen.

Nu, nadat wij de macht in handen hebben genomen, moeten wij de vertegenwoordigers der arbeidersklasse, onszelf volkomen helder en oprecht rekenschap ervan geven van welke aard onze eigen fouten en gebreken zijn, die het grootste gevaar vormen voor de zaak van de socialistische wederopbouw.

Zij vonden, zoals ik zei, hun historische verklaring in oude, zuiver agrarische verhoudingen, toen er nog geen ontwaakte, vrije, zelfstandige menselijke persoonlijkheid bestond, maar slechts een compacte massa, die voortleefde, te gronde ging en stierf, zoals een compacte massa sprinkhanen leeft en te gronde gaat. De revolutie, die in de meest verdrukte de menselijke persoonlijkheid wekte, heeft natuurlijk in de eerste tijden van dit ontwaken een, om zo te zeggen, anarchistisch karakter eraan gegeven. Dit ontwaken van de elementairste instincten der persoonlijkheid heeft niet zelden een grof egoïstische, of, om een filosofische term te gebruiken, een ‘egocentrisch’ karakter. Gisteren nog was hij niets, een slaaf van de tsaar, de adel, de bureaucratie, het aanhangsel van een machine van de fabrikant. In het boerenleven verrichtte hij herendiensten en betaalde belastingen. Vandaag, bevrijd van dat alles, voelt hij zich voor het eerst als persoonlijkheid en begint te geloven, dat hij alles, dat hij het middelpunt van het heelal is. Hij probeert alles wat hij krijgen kan, voor zichzelf te houden, hij denkt alleen aan zichzelf en is niet geneigd, met het algemene klassestandpunt rekening te houden. Vandaar die vloedgolf van dergelijke desorganisatorische neigingen en individualistische, anarchistische en roofzuchtige tendensen, die we vooral in de brede kringen van gedeclasseerde elementen van het land, onder het vroegere leger en ook onder bepaalde elementen van de arbeidersklasse kunnen waarnemen.

Dat is niet anders dan een ziekte van de groei periode . Wij zouden blinden en lafaards zijn, kameraden, als we daarin een dreigend gevaar, een verderfelijk teken zouden zien. Neen, dat is het niet. Het is als de mazelen bij een kind of als de pijn wanneer de tanden doorbreken, het is de organische ziekte van de groei van een klasse, het zijn de kwalen van het ontwaken van haar klassekracht, van haar drang tot scheppen. Maar toch is het een ziekte en wij moeten die in de kortst mogelijke tijd trachten te overwinnen. Deze negatieve verschijnselen zijn overal op te merken: in de grote werken, in de fabrieken en werkplaatsen, in de vakverenigingen, bij de spoorwegen, op de ministeries onder de nieuwe ambtenaren, overal, overal.

Wij hebben de oude sabotage vernietigd en de meerderheid der oude ambtenaren met een bezem eruit geveegd. In alle takken van bestuur bleken de plaatsvervangers van die vroegere ambtenaren lang niet altijd eerste klas materiaal te zijn. Enerzijds kwamen op de opengevallen plaatsen onze partijgenoten, die het geheime voorbereidingswerk hadden gedaan, die de school van de revolutie achter zich hadden, de beste elementen, de strijders, de eerlijksten, onzelfzuchtigsten. Anderzijds kwamen baantjesjagers, intriganten, mislukkelingen, die onder het oude regime zonder werk waren. Toen het noodzakelijk bleek, onmiddellijk tienduizenden nieuwe bekwame arbeiders in onze dienst te nemen, toen was het geen wonder, dat het veel sluwe baantjesjagers gelukte in de poriën van het nieuwe regime binnen te dringen.

Daarbij moet nog worden opgemerkt, dat veel kameraden, die aan verschillende instellingen werken, zich op verre na niet bekwaam toonden voor organisatorische, scheppende, nauwgezette arbeid. Telkens zien we kameraden, vooral uit de rijen van de Oktober-bolsjewieken, op de ministeries maar 4-5 uur werken en nog niet eens heel intensief, en dat in een tijd waarin onze hele positie van ons de meest ingespannen arbeid, niet uit vrees, maar uit gewetensplicht verlangt.

Velen, hoewel eerlijke mensen met zwakke wil, suggereren zich gemakkelijk dat nu, nu alles in het land zo wankel staat, nu alles losgerukt en uit zijn voegen geraakt is, dat het nu de moeite niet loont zich in te spannen, omdat die energie in de algemene economie van het staatsleven toch niet verrekend kan worden. Waarom — zegt men — zal ik me dan alléén afbeulen in deze chaos? Hier, kameraden, verrijst voor de vertegenwoordigers van onze partij, waarvan in deze zaal de stedelijke bijeenkomst vergaderd is, een volkomen nieuwe taak. Waren wij de eersten in de revolutiestrijd, zoals we reeds eerder de eersten waren bij het voorbereidende werk en daarna in de strijd de positie van de ons vijandige klasse bestormden, zo moeten wij nu op alle posten, die wij bezetten — vergeet het niet: wij zijn nu de heersende klasse — een maximum van nauwgezetheid, plichtsbesef, scheppingsvreugde, in één woord: van al die eigenschappen, die de klasse van echte bouwmeesters van een nieuw leven karakteriseren, ontplooien. En het is voor ons noodzakelijk, binnen onze partij een nieuwe moraal te vormen of juister gezegd een moraal, die als de ontwikkeling van onze vroegere is te beschouwen. Als vroeger die revolutionair het hoogst werd geschat, die in het verborgen met de grootste toewijding wist te werken, los van enige jacht op eigen voordeel, die, als het nodig bleek, zijn leven kon offeren, dan moeten tegenwoordig die zelfde karaktertrekken van de Russische revolutionair, waarop we zo trots waren, worden aangewend voor andere arbeid, hoe prozaïsch ons dat op het eerste gezicht ook mag schijnen.

Overal moeten leiders opstaan voor het vervullen van de nodige functies en behoeften der Sovjetrepubliek en hun taak volbrengen met al hun zelfopoffering en al hun enthousiasme.

Wij moeten door middel van onze communistische partij in elke fabriek a.h.w. een modelkern vormen, die het arbeidsgeweten van zulk een fabriek is. Het is noodzakelijk dat die kern van uit een oogpunt van de algemene belangen van het volk het leven der betreffende fabriek nagaat en waarneemt en de arbeiders overtuigt van de noodzakelijkheid, overal de allereerste plichten tegenover ons sovjetland te vervullen. De verantwoordelijkheid voor zijn verder lot ligt immers met al haar gewicht op ons daarvoor moeten wij dus borg staan, wij en wij alleen, als regerende klasse en regerende partij, speciaal nu, nu de groep der sociaal-revolutionairen van ons is weggegaan en nu op de communistische partij de directe en alomvattende verantwoordelijkheid rust voor alles, wat in en door de staat ook in het economisch leven van het land gebeurt.

Het is noodzakelijk, door de partij en door onze vakorganisatie deze nieuwe stemming in de grote werken en fabrieken aan te kweken, dit nieuwe, bewustzijn van arbeidsplicht en arbeids eer allen bij te brengen en, steunend op dit bewustzijn, arbeidsrechtbanken in te voeren, om de arbeider, die zijn verplichtingen niet nakomt, of materiaal ontvreemdt of er zorgeloos mee omgaat, of de arbeider, die niet alle poriën van zijn arbeidstijd met arbeid vult, voor het gerecht kan worden gedaagd en de namen van zulke overtreders der socialistische solidariteit in alle sovjetpublicaties kunnen worden afgedrukt als de namen van afvalligen.

Deze communistische moraal, kameraden, zijn wij verplicht onmiddellijk te verkondigen, te ondersteunen, te ontwikkelen en te grondvesten. Dat is de voornaamste taak van onze partij op elk gebied van haar werkzaamheid.

Nemen we de spoorwegen. Tot nog toe hebben we op de vroegere regering, de oude bestuurslichamen, de centrale raad der spoorwegmaatschappij onze aanvallen gericht. En we hadden gelijk. En we werden overwinnaars, de macht en de leiding gingen op ons over. De spoorwegen bevinden zich nu in onze handen, maar dit, kameraden, is nog niet alles en ook nog niet de helft, het is misschien pas het tiende deel van wat er gebeuren moet. Nu is het nodig, het hele apparaat der spoorwegen in het mechanisme van een uurwerk te veranderen; en dit is tegenwoordig een van de belangrijkste politieke kwesties voor onze partij. Kijk, daarin zit de kern van de hele zaak en dat moeten we goed begrijpen. Bestond vroeger onze politieke taak in de dagelijkse actie, de propaganda, in het openlijke straatgevecht op de barricades, in de verovering van de macht, in de verkiezingen, nu vormt de organisatie der spoorwegen, het scheppen van een arbeidsdiscipline daar, van de volle verantwoordelijkheid van ieder enkeling voor zijn werk, nu vormt dąt alles de politieke taak van onze partij. Waarom? Omdat, als we dat niet volbrengen kunnen, dat betekent, dat we het spel verloren hebben en dat feit zou in de wereldgeschiedenis van het proletariaat als een grote debetpost geboekt worden.

Natuurlijk begrijpen we, dat het proletariaat ten slotte overwinnen zal, maar het zal niet onopgemerkt voorbijgaan, doch ons zwaar aangerekend worden, dat op het kritieke ogenblik onze partij en onze klasse de proef niet doorstaan hebben.

Ziet ge, daarom veranderen al die staatsrechtelijke organisatorische kwesties direct en onmiddellijk in politieke verplichtingen voor onze partij.

Dat alles slaat in het algemeen ook op het gebied, waarbij ik zelf thans zeer nauw betrokken ben — op het militaire gebied. Ik wil nu niet spreken over de internationale positie van het land, over de internationale perspectieven en gevaren. Het is nu voldoende, als ik zeg dat, voor zover het lot der Russische revolutie afhangt van de positie der overige landen, dit lot nauw verbonden is met het lot van de Europese revolutie. Als in Europa de revolutie niet komt, als de Europese arbeidersklasse onmachtig zou blijken tegen het kapitaal op te staan bij het eind van deze oorlog, als deze geweldige veronderstelling werkelijkheid zou worden, dan zou dat de veroordeling van de Europese beschaving betekenen. Dat zou betekenen, dat aan het eind van de machtige ontwikkeling van het kapitalisme, aan het eind ook van de wereldslachting, waarin het wereldkapitalisme de volkeren heeft gestort, de Europese arbeidersklasse zich onmachtig heeft getoond, zich van de macht meester te maken en Europa te verlossen van de zware druk van het kapitalisme en de hel van het imperialisme. Het zou betekenen, dat Europa tot ontbinding, tot ontaarding, tot verval veroordeeld is. Ja, het spreekt van zelf, dat, als Europa terugvalt in de barbaarsheid, en als de beschaving zich dan ergens in het Oosten; in Azië of in Amerika ontwikkelde, als Europa veranderde in een achterlijk schiereiland van Azië, zoals het Balkanschiereiland, dat eens het centrum van de ontwikkeling der beschaving was, als dit alles gebeurde, ook wij daar natuurlijk niet tegenin zouden kunnen gaan. Maar in zover hebben we beslist geen reden zulk een ontzaglijke hypothese aan te nemen, in zover we overtuigd zijn dat het Europese proletariaat bij het eind van deze oorlog en waarschijnlijk reeds tijdens de oorlog in opstand zal komen — en op deze weg voert het het nieuwe offensief op het Westelijk front, dat opnieuw aan de arbeidersmassa alle hopeloosheid van hun toestand openbaart — in zover kunnen we ook zeggen, dat het lot van onze revolutie in internationale zin met het lot van de Europese revolutie en dientengevolge ook met het lot van Europa onverbrekelijk is verbonden. En daarom moeten wij, als een factor van die Europese revolutie, als haar bestanddeel, ervoor zorgen dat wij sterk zijn, d.w.z. speciaal: dat wij een leger, dat met het karakter en de geest van ons Sovjetregime overeenkomt, tot onze beschikking hebben.

U hebt de voornaamste bepalingen gelezen, waarmee wij ons vanuit het volkscommissariaat voor militaire zaken tot u hebben gewend. Wij nemen aan, dat wij — omdat de verdere ontwikkeling der internationale verhoudingen ons reeds in de eerstkomende periode opnieuw voor gruwelijke beproevingen kan stellen — spoedig reeds een flink en betrouwbaar legerkader moeten vormen, dat juist hierom niet gevormd kan worden op de grondslag van de algemene dienstplicht, omdat het duidelijk is dat we in de eerste twee maanden zulk een dienstplicht niet kunnen doorvoeren. Ziet ge, daarom moeten we voorlopig bouwen op de grondslag der vrijwillige dienstneming, die natuurlijk gezuiverd moet worden door een streng, persoonlijk en politiek criterium voor alle vrijwilligers.

De plicht van de partijorganisaties is het, overal ervoor te zorgen dat de in het leger komende elementen politiek en moreel van goede kwaliteit zijn en dat ze, nadat ze in het leger zijn opgenomen, het verband met de arbeidersmassa niet verliezen en stelselmatig daarmee in contact worden gebracht. Hoewel ik hiermee wat vooruitloop, wil ik hier zeggen, dat velen uit onze eigen partij bang zijn dat het leger een werktuig of een haard van contrarevolutionaire aanslagen zal worden. Deze vrees, voor zover ze enige grond heeft, moet ons dwingen onze aandacht geheel te richten op de onderste lagen, op de soldaten van de Rode Garde. Hier moeten en kunnen we zulk een grondslag leggen, dat alle pogingen het Rode Leger in een werktuig voor contrarevolutionaire aanslagen te veranderen, vruchteloos worden gemaakt. Als voornaamste taak in dit opzicht staat voor ons: het completeren van het kader door algemene vorming in de werkplaatsen en fabrieken en op het platteland. Tot nog toe, kameraden, zijn veel decreten, veel verordeningen, die wij uitvaardigden, een dode letter gebleven. De allereerste taak voor de partij is nu deze: het decreet betreffende de algemene verplichte militaire vorming in werken, fabrieken, werkplaatsen, scholen enz., dat we dezer dagen zullen publiceren, daadwerkelijk in het praktische leven door te voeren. Dit is nu de eerste taak van de partijorganisaties. Alleen de brede militaire vorming der arbeiders- en boerenmassa overal, waar dit direct in de praktijk kan worden doorgevoerd, maakt mogelijk de verandering van het vrijwillige kader in dat geraamte, dat bij dreigend gevaar met vlees en bloed, d.w.z. met grote drommen gewapende massa’s, wordt omkleed.

Hier kom ik op een netelig punt, dat thans tot op zekere hoogte de zieke plek in ons partijleven vormt. Het is de kwestie van het organiseren van het leger, de kwestie van het in dienst nemen van militaire specialiteiten, dus van de vroegere officieren en generaals voor het vormen en besturen van het leger. Bij ons zijn nu alle fundamentele en leidende instellingen van het leger opgebouwd op dit basisidee, dat ze moeten bestaan uit één militaire specialiteit en twee politieke commissarissen. Dat is het tegenwoordige basistype van een leidend orgaan van het leger.

Ik heb reeds meer dan eens in publieke vergaderingen erover moeten spreken, dat wij op het gebied van commando’s, operaties en slagleveren de volle verantwoordelijkheid moeten leggen op de militaire specialiteiten en dientengevolge hun ook de nodige rechten moeten toekennen. Daar zijn velen van ons bang voor en deze angst vindt uiting in de resoluties van enkele partijorganisaties. Ik heb zulk een resolutie in mijn zak, heb ze gisteren uit het Noordwestelijk gebied ontvangen. Daarin ligt een prachtige karakteristiek van de moeilijkheden, waar wij voor staan. Hoeveel willekeur van allerlei aard — stelt deze resolutie vast — kan men waarnemen bij enkele Sovjetvertegenwoordigers; hoeveel losbandigheid, zelfs schaamteloosheid en diefstal — ja, ook diefstal! bij vertegenwoordigers van de Sovjetmacht, bij gekozenen van de arbeidersorganisaties. — Ja, inderdaad, veel daarvan, zeer veel daarvan is waar! En hier heeft wederom de partij tot taak, met onverbiddelijkheid tegenover dergelijke verschijnselen in onze eigen rijen op te treden, want zij richten het land, zij richten onze partij te gronde. Men moet niet alleen hen vervolgen, die zich direct of indirect aan verduistering van geld van het volk schuldig maken, maar ook hen, die dergelijke verschijnselen van tuchteloosheid en verdorvenheid willen vergoelijken. Kameraden, wij moeten een schifting doorvoeren met ijzeren, onverbiddelijke gestrengheid, omdat hier sprake is van veel gevaarlijke en onrustbarende symptomen. Dit is juist wat de kameraden uit het Noordwestelijk gebied verlangen. In de zo-even genoemde resolutie, die deze stand van zaken prachtig weergeeft, verlangen zij van de partij draconische maatregelen — maatregelen die met gloeiende ijzers deze zedelijke wonden moeten uitbranden.

En dezelfde resolutie wijst met dezelfde ongerustheid op een ander gevaar, nl. dat van het in onze dienst nemen van generaals, dat — zoals zij zegt — het land aan een nieuw Korrnilov avontuur zou blootstellen. Inderdaad, het gevaar van een Kornilov avontuur is niet uitgesloten. Evenwel, dit gevaar wordt niet gevoed door het in dienst nemen van één of twee dozijn vroegere generaals, maar door diepere wortels.

Waardoor ontwikkelen zich willekeur, losbandigheid en zelfs corruptie? In de regel hierdoor, dat mensen functies vervullen waarvoor ze niet geschikt zijn. Laten we eens nader beschouwen wat nu in de Oekraïne gebeurt. Zij, die prachtig en moedig streden tegen de Kaledins, Doetovs en Kornilovs, die deze vijanden, die technisch op hetzelfde peil stonden, overwonnen, bleken machteloos, toen zij voor de Duitse militaire machine stonden en hun volkomen hulpeloosheid voelden. Vandaar hun ontevredenheid met zichzelf. Zij, de bevelhebbers van afdelingen, partijgenoten, vechten tegen elkaar, klagen elkaar aan en niet zelden vechten ze minder tegen de Duitsers dan tegen de plaatselijke bevolking. Het voorbeeld van wat er in de Oekraïne, gebeurt toont ons dat, als we ernstig spreken over de verdediging van de Sovjetrevolutie door de wapens, door oorlog, we alle frases van de linkse sociaal-revolutionairen over opstand van partijgenoten en maatregelen van kleine groepen moeten verwerpen, maar ons wel het vormen van een geregeld leger moeten voornemen. Voor het vormen van zulk een leger hebben we echter geschoolde vaklui nodig en daaronder ook de vroegere generaals. Zoals ik al eerder zei, bestaat de moeilijkheid van het Sovjetregime tegenwoordig niet in de strijd tegen de sabotage, waarvan de ruggengraat al gebroken is, maar in het in onze dienst aan het werk zetten van de saboteurs.

De tweede vraag betreft het z.g. beginsel van vrije keuze in het leger. De hele betekenis van dit beginsel ligt hierin, de oude kastengeest van het officierswezen te bestrijden, het commandowezen te controleren.

Zolang de macht in handen was van de ons vijandige klasse en het commandowezen een werktuig in handen van deze macht vormde, waren wij verplicht te trachten door het keuze-beginsel de klassentegenstand van de bevelvoerders te breken. Maar nu is de politieke macht in handen van dezelfde arbeidersklasse, uit wier rijen het leger wordt gevormd.

Onder het tegenwoordig regime in het leger — ik zeg het volkomen open — is het keuze-beginsel politiek doelloos, technisch echter ondoelmatig en in het decreet is het reeds feitelijk opgeheven.

Ik vraag u: is bij u in de vakorganisaties en coöperaties overal het keuze-beginsel doorgevoerd? Neen. Kiest gij de ambtenaren, boekhouders, bureau-beambten, kassiers, kiest gij alle ambtenaren van een streng bepaalde richting? Neen. Gij kiest onder de verdienstelijkste en betrouwbaarste arbeiders van de vakorganisatie uw bestuur en het benoemen van alle nodige ambtenaren en technici laat ge daaraan over. Zo moet het ook bij het leger gaan. Nu wij eenmaal het Sovjetregime hebben gegrondvest, d.w.z. een organisatie waarin aan de spits personen staan die onmiddellijk door de sovjets van de arbeiders-, boeren- en soldatenafgevaardigden gekozen zijn, kan er geen wrijving bestaan tussen de machthebbers en de arbeidersmassa’s, evenmin als er wrijving kan zijn tussen het bestuur van een vereniging en de algemene ledenvergadering; ergo kan er ook geen reden zijn, angstig te zijn voor het benoemen van personen die het commando moeten voeren, door de organen van de Sovjetmacht. De juiste oplossing van de commando kwestie ligt hierin, voor de meer gevorderde soldaten en arbeiders opleidingscursussen op te richten en op die manier een nieuw bevelhebberschap te kweken, dat met de geest van het Sovjetregime overeenkomt.

De kwestie van het vormen van een leger is nu voor ons een vraag van leven of dood. Je begrijpt dat zelf evengoed als ik. Maar we kunnen geen leger vormen door middel van het administratieve mechanisme, dat bij ons voorlopig nog uiterst slecht is. Als wij een machtig mechanisme hebben, dan is het een ideëel mechanisme en dat is onze partij. Het leger zult gij, kameraden, vormen. En gij zult alles doen, om de vooroordelen, waarover ik sprak, uit te roeien. Gij zult ons helpen het kader van het revolutionaire leger met strijdlustige en toegewijde arbeiders en boeren aan te vullen. Gij zult de hand aan de ploeg slaan, om in de werken en fabrieken en op het land de verplichte militaire vorming door te voeren en gij zult op deze wijze een strijdapparaat vormen ter verdediging van de Sovjetrepubliek.