Leon Trotski

Europa en Amerika



Geschreven: verzamelwerk met verschillende datums
Eerste versie: 1927, uitgave Samenwerkende Maatschappij De Proletariër, Gent
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 2. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands
Vertaling: onbekend
Deze versie: spelling, soms aanpassen van woorden en zinsbouw
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, oktober 2007


Zie ook: De EEG en de rivaliteit Europa-Amerika | Trotski: zijn bijdrage tot het marxisme


Voorwoord

Deze brochure omvat twee voordrachten uitgesproken met een tussenruimte van twee jaar. Die twee voordrachten zijn aan elkaar verbonden, en door de eenheid in onderwerp want zij handelen allebei over de kenmerken van de economische en politieke toestand der gehele wereld, én door de eenheid in gedachte, want het is de houding van de Verenigde Staten van Amerika ten opzichte van Europa, die de basis vormt van deze karakteristiek van de wereldtoestand.

Onnodig te zeggen dat men hier geen volledige uiteenzetting van de wereldtoestand vinden zal. De kwestie der koloniën, van de nationaal-revolutionaire strijd der Oosterse volkeren werd hier slechts aangeraakt voor zover het noodzakelijk was de hoofdgedachte: de hegemonie der Verenigde Staten in de kapitalistische wereld met de gevolgen die er uit voortspruiten, toe te lichten. Het vraagstuk van de toestand en de vooruitzichten in het Oosten vergt een afzonderlijk onderzoek tengevolge van het volledig veranderen der bestaande betrekkingen tussen Europa en Amerika. Dit onderzoek kan nochtans het hoofdvraagstuk in deze brochure behandeld niet wijzigen. Zonder het Oosterse probleem aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, hebben we toch in onze twee verslagen er het belang aan gehecht dat door zijn historische omvang vereist wordt.

Het geweldig materiele overwicht der Verenigde Staten sluit automatisch elke mogelijkheid van economische heropleving van het kapitalistisch Europa uit. Indien in het verleden het Europees kapitalisme de andere delen der wereld revolutioneerde, is het nu het Amerikaans kapitalisme dat het in verval verkerende Europa omwoelt. Dit laatste heeft in zijn economische moeilijkheden geen andere uitweg dan de proletarische revolutie, het omverwerpen van de tolbarelen en de staatsgrenzen, het vormen van de Socialistische Verenigde Staten van Europa en van een federatieve unie met Sovjet-Rusland en de vrije volkeren van Azië.

De ontwikkeling van die reuzenstrijd zal zonder twijfel voor de huidige alleenheerser, de Verenigde Staten van Amerika, een revolutionair tijdperk openen.

L. Trotski
25 februari 1926.

PS — Als aanhangsel van deze brochure, geven wij een artikel dat in de Pravda van 30 juni 1923 verscheen, over het vraagstuk der Verenigde Socialistische Staten van Europa, alsook uittreksels van voordrachten en artikelen waarin we de kwestie der betrekkingen tussen Europa en Amerika behandelden. - L.T.

De vooruitzichten der wereldrevolutie

Voordracht gehouden de 28ste juli 1924

Over de vereisten van de proletarische revolutie

Tien jaren gingen voorbij sedert het uitbreken van de imperialistische oorlog. Gedurende dit tiental jaren, veranderde de wereld ontzaglijk veel, maar veel minder dan we tien jaar geleden veronderstelden en verwachtten. We beschouwen de geschiedenis vanuit het standpunt der sociale revolutie. Dit standpunt is tezelfdertijd theoretisch en praktisch. We ontleden de voorwaarden der evolutie zoals ze zich vormen zonder ons en onafhankelijk van onze wil, teneinde ze te verstaan en er door onze actieve wil op in te werken, het is te zeggen, door onze wil van georganiseerde klasse. Die twee zijden van onze marxistische methode om de geschiedenis aan te vatten, zijn innig aan elkaar verbonden. Wanneer men zich beperkt met na te gaan wat er gebeurt, komt men ten lange laatste aan het fatalisme, aan de sociale onverschilligheid, die op zekere hoogte de vorm van het mensjewisme aanneemt, waar een groot deel fatalisme en gelatenheid in de loop der gebeurtenissen, in schuilt. Wanneer men zich van de andere kant beperkt tot revolutionaire wil en activiteit, loopt men gevaar in het subjectivisme te vervallen, dat een groot aantal variëteiten telt: het anarchisme is er een van, links revolutionair socialisme een andere; ten slotte, is het aan dit subjectivisme dat al de verschijnselen die zich in het communisme zelf voordoen en welke Lenin als ‘kinderziekte van links’ bestempelde, moeten toegeschreven worden. Gans de kunst van de revolutionaire politiek bestaat in het kunnen samenbinden van de objectieve vaststelling aan de subjectieve reactie. Dit is de kern van de leninistische leer.

Ik zegde dat we de geschiedenis aanvatten vanuit het standpunt der sociale revolutie, die alle macht in de handen der werkende klasse moet doen overgaan, voor de communistische omvorming der maatschappij. Welke zijn de vereisten der sociale revolutie, in welke voorwaarden kan zij uitbreken, zich ontwikkelen en overwinnen? Die vereisten zijn heel talrijk maar men kan ze in drie en zelfs in twee groepen verenigen, de objectieve vereisten en de subjectieve.

De objectieve vereisten berusten op een bepaald ontwikkelingspeil der productieve krachten. (Dit is een elementaire voorwaarde, maar het kan soms wel goed zijn van tijd tot tijd eens tot het abc, tot de grondstellingen van het marxisme weer te keren, teneinde, met behulp van de oude methode, tot de nieuwe gevolgtrekkingen welke de huidige toestand vereist, te komen.) De hoofdvereiste der sociale revolutie is aldus een bepaalde graad van ontwikkeling der productieve krachten, een graad in dewelke het socialisme en daarna het communisme, als productiewijze en verdeling der goederen, stoffelijke voordelen meebrengt. Het is onmogelijk het communisme of zelfs het socialisme op het platteland, waar nog de primitieve werkwijze heerst, op te bouwen. Er is een zekere ontwikkeling der techniek toe nodig.

Is die ontwikkelingsgraad echter bereikt voor de gehele kapitalistische wereld? Ja, ontegenzeglijk. En wat is hiervan het bewijs? Het feit dat de grootte kapitalistische ondernemingen, de trusts, de syndicaten, in de gehele wereld de kleine en middelmatige ondernemingen overwinnen. Een economische organisatie die dus uitsluitend op de techniek der grootte ondernemingen zou berusten, die gebouwd zou zijn naar het model der trusts en der syndicaten, maar op de basis der solidariteit, die uitgebreid zou worden tot een volk, tot een staat, en dan tot de gehele wereld, zou buitengewone materiële voordelen opleveren. Deze vereiste bestaat reeds lang.

Tweede objectieve vereiste: het is nodig dat de maatschappij zodanig ontbonden weze, dat een klasse belang heeft bij de socialistische revolutie, en dat die klasse, voor wat de productie betreft, talrijk en invloedrijk genoeg zij om zelf die revolutie te voltrekken. Maar dit volstaat niet. Het is noodzakelijk dat die klasse — en laat ons nu tot de subjectieve vereiste overgaan — de toestand begrijpt, dat ze gewetensvol de verandering der bestaande orde wil, en dat zij aan haar hoofd een partij heeft die in staat is om haar op het ogenblik van de beslissende slag te leiden en haar de zegepraal te verzekeren. Dit veronderstelt echter een zekere toestand bij de heersende bourgeoisklasse, die haar invloed op de volksmassa’s moet verloren hebben, in haar eigen rangen geschokt moet wezen en tevens haar zekerheid verloren heeft. Deze toestand van de maatschappij betekent echter in werkelijkheid een revolutionaire toestand. Het is slechts op bepaalde maatschappelijke grondslagen der productie dat zich de zielkundige, politieke en organische voorwaarden voor de verwerkelijking van de opstand en dezes zegepraal, kunnen oprichten.

De tweede vereiste: klasse ontbinding, anders gezegd, de rol en de belangrijkheid van het proletariaat in de maatschappij, bestaat deze? Ja, die bestaat reeds sedert tientallen jaren. De rol van het Russische proletariaat, dat nochtans van betrekkelijk jonge vorming is, bewijst dit beter dan wat ook. Wat ontbrak er tot nu toe? De laatste subjectieve vereiste: voor het Europees proletariaat, het bewustzijn van zijn plaats in de maatschappij, een aangepaste organisatie en opvoeding, een partij in staat het te leiden. Ziedaar wat er ontbrak. Meermaals hebben wij, marxisten, niettegenstaande alle idealistische theorieën gezegd dat het bewustzijn van de maatschappij ten achteren is op haar ontwikkeling, en het sprekendst bewijs daarvan is het lot van het wereldproletariaat. De productiekrachten zijn sedert lang rijg voor het socialisme. Het proletariaat speelt sedert lang, ten minste in de voornaamste kapitalistische landen, een beslissende economische rol. Het is van het proletariaat dat gans de werking van de productie en bijgevolg ook van de maatschappij afhangt. De laatste subjectieve factor ontbreekt: het bewustzijn blijft ten achter op het maatschappelijk gebeuren.

De imperialistische oorlog was de historische straf van dit achterblijven, maar van een andere kant gaf zij aan het proletariaat een krachtige spoorslag. De oorlog had plaats omdat het proletariaat niet in staat was hem te beletten, want het was er nog niet toe gekomen bewust te zijn van zijn plaats in de maatschappij, zijn rol te begrijpen, zijn historische taak, zich te organiseren, om zich de machtsgreep tot plicht te stellen en die plicht te vervullen. De imperialistische oorlog, die de straf was niet van een fout maar van een ongeluk van het proletariaat, moest tezelfdertijd een machtige revolutionaire factor wezen.

De oorlog toonde de dringende, diepe noodwendigheid van een verandering van maatschappelijk stelsel aan. Reeds lang voor de oorlog, bood de overgang tot de socialistische maatschappij ontzaglijke voordelen aan, m.a.w., de productieve krachten hadden zich toen reeds veel beter ontwikkeld op socialistische dan op kapitalistische basis. Maar zelfs op kapitalistische basis groeiden de productieve krachten voor de oorlog snel aan, niet alleen in Amerika maar ook in Europa. Het is daarin dat de betrekkelijke rechtvaardiging van het kapitalisme bestond. Sedert de oorlog is dit tafereel gans anders: de productieve krachten, ver van te groeien, verminderen. Er kan nu slechts spraak zijn van het herstel der vernieling, maar niet van verdere ontwikkeling der productieve krachten. Deze laatste zijn meer dan ooit beklemd in het kader van het individueel bezit en in het kader der door het verdrag van Versailles gevormde staten. De gebeurtenissen der laatste tien jaren bewijzen ontegensprekelijk dat de vooruitgang van de mensheid tegenwoordig onverenigbaar is met het bestaan van het kapitalisme. In die zin was de oorlog een revolutionaire factor. Maar niet alleen in die betekenis. Door op onmeedogende wijze de ganse organisatie der maatschappij in de war te sturen heeft hij de arbeidende massa’s uit het spoor van het conservatisme en der traditie getrokken. We zijn het tijdperk der revolutie binnengetreden.

De tien laatste jaren (1914-1924)

Wanneer men van dit standpunt uit de tien laatste jaren nagaat, ziet men dat ze zich in meerdere, nauwkeurig afgebakende perioden indelen. De eerste is die van de imperialistische oorlog, die meer dan vier jaren omvat (voor Rusland een weinig meer dan drie). Een nieuwe periode begint in februari, maar in het bijzonder in oktober 1917. Het is de periode der revolutionaire liquidatie van de oorlog. De jaren 1918-1919 en een deel van 1920 (ten minste voor enkele landen) waren geheel ingenomen door de liquidatie van de imperialistische oorlog en de verwachting van de proletarische revolutie in geheel Europa. Wij zagen dan de Oktoberrevolutie in Rusland, de omverwerping van de monarchieën in de centrale rijken, de machtige proletarische beweging in geheel Europa en Amerika. De laatste golven van die revolutionaire opstand van september 1920 in Italië en de maart gebeurtenissen van 1921 in Duitsland. De opstand van september 1920 in Italië viel ongeveer samen met het offensief van het Rode Leger tegen Warschau die ook deel uitmaakte van de revolutionaire stroom en met dit laatste terugweek. Men mag zeggen dat dit tijdperk van naoorlogse rechtstreekse revolutionaire drukking eindigde met de uitbarsting van maart 1921 in Duitsland. Wij hebben in het tsaristisch Rusland overwonnen waar het proletariaat zijn macht bleef behouden. De Midden-Europese monarchieën werden om zo te zeggen zonder slag of stoot omvergeworpen. Maar nergens heeft het proletariaat zich van de macht meester gemaakt, uitgenomen in Hongarije en Beieren, waar het de macht slechts een heel korte tijd kon behouden.

Het kon toen de indruk geven en het scheen in werkelijkheid aan onze vijanden dat zich een periode van herstel van het kapitalistisch evenwicht opende, een periode van heling der wonden door de imperialistische oorlog geslagen en van versteviging der burgerlijke maatschappij.

Gezien vanuit het standpunt van onze revolutionaire politiek begint die periode met een terugtrekken. Dit terugtrekken hebben wij officieel op het IIIe congres van de CI, in de helft van 1921, niet zonder een ernstige innerlijke strijd, vastgesteld. Wij stelden vast dat de eerste golf van verzet, tengevolge van de imperialistische oorlog, onvoldoende was voor de zegepraal, omdat er in Europa geen partij bestond die in staat was de overwinning te verzekeren, en ook dat de laatste grote gebeurtenis van die periode, de opstand van maart 1921 in Duitsland, gevaarvol was en klaar aantoonde dat indien de beweging op die weg voortging zij de jonge partij van de Communistische Internationale dreigde te vernietigen. Het IIIe Congres riep: ‘Achteruit! Laten we ons terugtrekken van de gevechtslijnen waarop onze Europese partijen door de naoorlogse gebeurtenissen geworpen werden’. Het is dan dat de strijd voor de invloed op de massa’s begint, de periode van geweldige en onafgebroken agitatie en organisatie, met als ordewoord het proletarisch eenheidsfront, en daarna dit van het arbeiders- en boerenblok. Die periode duurde ongeveer twee jaar. En gedurende dit korte tijdsbestek had een mentaliteit welke zich aanpaste aan een afgemeten werk van agitatie en propaganda de tijd om zich te vormen. De revolutionaire gebeurtenissen schenen voor een onbepaalde maar toch ver afgelegen toekomst uitgesteld. Nochtans, bracht in het laatste deel van deze korte periode, het conflict over de Ruhr, Europa weer in opschudding.

Op het eerste zicht kon de bezetting van de Ruhr een weinig belangrijke periode schijnen voor het bebloede en uitgeputte Europa, dat vier jaren de gruwelijkste oorlog had doorgemaakt. In de grond was die bezetting als een korte herhaling van de imperialistische oorlog. De Duitsers boden geen weerstand omdat zij er niet toe in staat waren en de Fransen bezetten de industriële streek om dewelke gans de Duitse economie zich wentelde. Duitsland, bijgevolg, en in een zekere mate ook het overige gedeelte van Europa, bevond zich in staat van oorlog. De Duitse economie, en daardoor ook de Franse economie, waren gedesorganiseerd.

Vijf jaar nadat de imperialistische oorlog de gehele wereld deed beven, de meest achteruitgebleven lagen van arbeiders in opstand had gebracht zonder ze echter naar de zegepraal te leiden, deed de geschiedenis in zekere mate een nieuwe proefneming, een nieuw onderzoek. Ik zal u een korte herhaling van de imperialistische oorlog geven, scheen ze te zeggen. Ik zal Europa’s reeds voldoende in de war gebrachte economie op haar grondvesten doen wankelen, en ik zal aan het proletariaat, aan u communistische partijen, de gelegenheid geven de tijd die gij gedurende de laatste jaren verloren hebt terug te winnen. En waarlijk, in 1923 slaat de toestand in Duitsland eensklaps en radicaal naar de revolutie over. De burgerlijke maatschappij wordt tot in haar grondvesten geschokt. De minister-president Stresemann verklaart openlijk dat hij aan het hoofd staat van de laatste burgerlijke regering in Duitsland. De fascisten zeggen: ‘Laat de communisten maar aan het bewind komen, daarna is het onze beurt.’ De Duitse staat is volledig in de war. Men herinnert zich de geweldige waardevermindering van de mark en het lot van de Duitse economie gedurende die periode. De massa’s komen spontaan tot de communistische partij. De sociaaldemocratie, die op het ogenblik de voornaamste macht is die ten dienste staat van de oude maatschappij, is gesplitst, verzwakt en haar zelfvertrouwen kwijt. De arbeiders verlaten haar rangen.

En nu, wanneer men die periode beschouwt, die bijna gans het jaar 1923 omvat, in het bijzonder het tweede half jaar, na het opgeven van het lijdelijk verzet, zegt men tot zichzelf: de geschiedenis heeft nooit gunstiger voorwaarden voor de proletarische revolutie en voor de machtsgreep geschapen en zal er waarschijnlijk nooit meer zulke bieden. Indien men aan onze jonge marxistische geleerden vroeg om zich een gunstiger toestand voor het grijpen naar de macht door het proletariaat in te denken, denk ik dat zij er niet in zouden gelukken, op voorwaarde natuurlijk dat zij zich daarbij van werkelijke en niet van ingebeelde gegevens bedienen. Een ding ontbrak. De Communistische Partij was niet voldoende gehard, klaarziende, beslist en strijdvaardig genoeg om de tussenkomst op het gepaste ogenblik te doen geschieden en daardoor de zegepraal te verzekeren. En door dit voorbeeld leren we opnieuw de rol en de belangrijkheid van een goede leiding van de Communistische Partij begrijpen, leiding die vanuit historisch oogpunt wel maar door haar belangrijkheid op verre na niet de laatste factor der proletarische revolutie is.

De nederlaag der Duitse revolutie bepaalt een nieuwe periode in de ontwikkeling van Europa en gedeeltelijk van de gehele wereld. We hebben die nieuwe periode, als de periode van het aan de macht komen der demo-pacifistische elementen der burgerlijke maatschappij gekenschetst. De fascisten hebben de plaats geruimd voor de pacifisten, de democraten, de mensjewieken, de radicalen en andere kleinburgerlijke partijen. Het staat vast dat, indien de revolutie in Duitsland gezegevierd had, het ganse historische hoofdstuk dat wij nu doorbladeren een heel andere inhoud gehad zou hebben. Indien zelfs in Frankrijk de regering Herriot aan het bewind gekomen ware, zou zij hetzelfde uitzicht niet gehad hebben en was zij van veel kortere duur geweest, ofschoon ik niet voor haar stabiliteit had ingestaan. Hetzelfde geldt voor MacDonald en alle andere variëteiten van het demo-pacifistische type.

Fascisme, democratie, kerenskisme

Om de verandering die plaats had te begrijpen, moet men weten wat het fascisme en ook wat het pacifistisch reformisme, ook wel kerenskisme genoemd, is. Ik heb reeds een definitie van deze heersende opvatting gegeven maar ik zal het herhalen, want zonder een juist begrip van het fascisme en het neoreformisme heeft men heel zeker een vals politiek perspectief.

Het fascisme kan volgens de landen verschillende uitzichten, een andere sociale samenstelling hebben, m.a.w., zich in verschillende groepen ontwikkelen of aanhangers vinden; maar het is in de grond de strijdvaardige groepering van de krachten die de burgerij in het leven roept om het dreigende proletariaat in de burgeroorlog het hoofd te bieden. Wanneer het democratisch parlementair staatsapparaat bekneld is in zijn eigen innerlijke tegenstrijdigheden, wanneer de burgerlijke wettelijkheid voor de burgerij zelf een hinderpaal is, stelt deze laatste de meest strijdlustige elementen waarover zij beschikt in beweging, zij ontbindt ze van de banden der wettelijkheid, en verplicht ze met alle terroristische en vernielzuchtige methoden te handelen. Dat is het fascisme. Het fascisme dus is de staat van burgeroorlog voor de burgerij, die haar troepen verzamelt, zoals het proletariaat al zijn krachten en zijn organisaties verenigt voor de gewapende opstand op het ogenblik van de machtsgreep. Bijgevolg kan het fascisme niet van lange duur wezen; het kan de normale staat van de burgerlijke maatschappij niet zijn, evenals de staat van gewapende opstand niet de blijvende normale staat van het proletariaat zijn kan. Ofwel leidt de opstand door het fascisme gestuit naar de nederlaag van het proletariaat en dan herstelt de burgerij geleidelijk haar staatsapparaat; ofwel overwint het proletariaat, en dan is er geen plaats meer voor het fascisme, maar voor andere verhoudingen. We weten door eigen ondervinding, dat het zegevierend proletariaat over afdoende middelen beschikt om het bestaan van het fascisme, en dus met des te meer reden de ontwikkeling ervan te beletten. Aldus was de vervanging van het fascisme door de normale burgerlijke ‘orde’ van te voren reeds bepaald door het feit dat zowel de eerste (1918-1921) als de tweede (1923) aanval van het proletariaat, teruggeslagen werden. De burgerij hield stand, en zij heeft tot op een zeker punt haar vertrouwen teruggewonnen.

Op het ogenblik wordt zij in Europa niet voldoende rechtstreeks bedreigd om de fascisten te wapenen en in beweging te brengen. Maar zij gevoelt zich niet sterk genoeg om alleen te regeren. Ziedaar waarom tussen twee bedrijven van het historisch drama in, het mensjewisme noodzakelijk is. De Engelse bourgeoisie had de regering MacDonald nodig. Het Linkerblok (Bloc des Gauches) is de Franse burgerij nog meer onmisbaar.

Mag men niettemin de regering MacDonald en het Linkerblok als het regime van het kerenskisme aanzien? Wij hadden die benaming voorwaardelijk aan het reformisme gegeven, waarvan we de opkomst voor drie jaar verwachtten, toen we het samenvallen van de parlementaire evolutie naar links in Frankrijk en in Engeland met de revolutionaire veranderingen in Duitsland verhoopten. Dit samenvallen gelukte niet tengevolge van het mislukken der Duitse revolutie in oktober van verleden jaar (1923). Nu te spreken van kerenskisme waar het het Linkerblok of de regering MacDonald geldt, is blijk geven van onbegrip van de toestand.

Wat is het kerenskisme? Het is een regime waarin de burgerij niet meer hopende of nog niet hopende in de openlijke burgeroorlog te zegevieren, de gewaagdste en grootste toegevingen doet en de macht in de handen der linkse elementen van de burgerlijke democratie overgeeft. Het is het regime waar het onderdrukkingsapparaat in feite aan de handen der burgerij ontsnapt. Het is klaar dat het kerenskisme geen duurzame sociale staat uitmaken kan. Het moet eindigen ofwel met de zegepraal der aanhangers van Kornilov (voor Europa de fascisten) ofwel met die van de communisten. Het kerenskisme is het rechtstreeks voorspel van Oktober, ofschoon evenwel in alle landen Oktober niet noodzakelijk uit het kerenskisme voortspruiten moet.

Mag men in die zin het regime van MacDonald of van het Linkerblok als kerenskisme bestempelen?

Neen. De toestand in Engeland is in het geheel niet wat hij in 1917 in Rusland was. De krachten der Communistische Partij in Engeland laten niet toe het grijpen naar de macht in de naaste toekomst in aanmerking te nemen.

Er is bijgevolg ook geen basis voor het kornilovisme. Naar alle waarschijnlijkheid zal MacDonald de plaats ruimen voor de conservatieven of voor de liberalen. In Frankrijk laten de toestand van het staatsapparaat en ook de krachten der Communistische Partij niet toe te veronderstellen dat het regime van het Linkerblok rechtstreeks en snel naar de proletarische revolutie zal evolueren. Het is vanzelfsprekend dat in verband hiermede het kerenskisme buiten bespreking blijft. Een ernstige omkeer der gebeurtenissen is nodig om van het kerenskisme te kunnen spreken.

En bijgevolg stelt zich een kapitale vraag aan ons: welke is de huidige periode van het reformisme? Waarop steunt het zich? Kan het regime zich bevestigen, kan het een normale toestand gedurende een reeks van jaren worden, hetgeen natuurlijk een overeenkomstige vertraging der proletarische revolutie met zich brengen zou? Dat is de hoofdkwestie voor het ogenblik. Gelijk ik reeds gezegd heb, kan ze niet alleen op het subjectief terrein, het is te zeggen, volgens onze wensen, volgens onze lust de toestand te veranderen, opgelost worden. En zoals altijd, moet de objectieve ontleding, de juiste naar waardeschatting van hetgeen is, van hetgeen verandert en van hetgeen wordt, het vereiste van onze actie wezen. Laat ons beproeven de kwestie van dit standpunt uit aan te vatten.

Waar hangt het lot van het Europees reformisme van af?

Het zijn nu de reformisten die aan het bewind zijn in de voornaamste Europese landen. Het reformisme veronderstelt zekere toegevingen vanwege de bezittende klassen aan de niet bezittende, zekere kleine ‘opofferingen’ van de burgerlijke staat in het voordeel der werkende klasse. Kan men zich inbeelden dat in het huidige Europa, onvergelijkbaar veel armer dan voor de oorlog, er een economische basis voor brede en diepe sociale hervormingen bestaat? De reformisten zelf, ten minste op het vaste land, spreken heel weinig van die hervormingen. Wanneer men nu sociale hervormingen beschouwt, dan is het eerder in het burgerlijk kamp: men stelt er zich voor de achturendag af te schaffen, of liever er zekere wijzigingen aan te brengen, die hem in feite onbestaanbaar zullen maken. Maar er bestaat een praktische kwestie die verwantschap bezit met die hervormingen en die een kwestie van leven of dood voor de Europese arbeiders, en in het bijzonder voor de Duitse, Oostenrijkse, Hongaarse, Poolse en zelfs Franse arbeiders is. Het is de kwestie van de stabilisatie der wisselkoersen. De stabilisatie van het geld, mark, kroon en frank, die de stabilisatie der lonen met zich brengt en belet dat ze in waarde verminderen. Dit is een kwestie van kapitaal belang voor het proletariaat van het Europees vasteland. Het is onbetwijfelbaar dat de betrekkelijke en volstrekt wankele successen, welke met de muntstabilisatie verkregen zijn een der hoofdvoorwaarden uitmaken van het reformistisch pacifistisch tijdperk.

Indien in Duitsland de mark ineenstortte zou er de revolutionaire toestand zich integraal weer voordoen, en indien de Franse frank voortging met in waarde te verminderen, gelijk hij het voor enkele maanden deed, dan ware het lot van het ministerie Herriot nog problematischer dan nu.

De kwestie van het neoreformisme die zich aan ons stelt moet dus op de volgende wijze geformuleerd worden: op wat steunt de hoop van een consolidatie, van een betrekkelijk en tijdelijk economisch evenwicht en in het bijzonder de hoop op de stabilisatie der munt en der lonen? Wat veroorlooft die hoop en in hoever is ze gegrond? Die kwestie dwingt ons de hoofdfactor der hedendaagse geschiedenis der mensheid, de Verenigde Staten ,in ogenschouw te nemen. Over het lot van Europa en het wereldproletariaat willen redeneren zonder rekenschap te houden met de kracht en belangrijkheid van de Verenigde Staten is in zekere mate zonder de waard rekenen. Want New York en Washington — de Amerikaanse regering — is de meester van de kapitalistische mensheid. We zien het nu bijvoorbeeld door het plan der experten. Europa, gisteren nog zo machtig, zo fier op zijn cultuur en zijn historisch verleden, moet nu van de andere zijde van de Atlantische Oceaan een generaal Dawes laten komen, die misschien niet heel verstandig of zelfs misschien in het geheel niet verstandig is, om uit de warboel van tegenstrijdigheden en ongelukken die het zichzelf op het hoofd haalde te geraken. Die man komt aan, zet zich als opperste rechter aan de tafel neer, en zelfs zoals sommige vertellen met de voeten erop, en maakt een juist plan van de wijze en termijnen van herstelling van Europa. Daarna onderwerpt hij dit plan aan de Europese regeringen opdat zij er zich naar zouden gedragen. En zij zullen er zich naar gedragen. Hughes, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, doet een niet officiële rondreis in Europa, tezelfdertijd organiseren Herriot en MacDonald een hoogst officiële conferentie. Achter de conferentie, achter de schermen bevindt zich Hughes, die eist en gebiedt. Waarom? Omdat hij de macht heeft. In wat bestaat die macht? In het kapitaal, in de rijkdom, in een buitengewone economische sterkte.[1]

De vroegere ontwikkeling van Europa en van de gehele wereld geschiedde, in een buitengewone mate onder de leiding van Engeland. Engeland had het eerst steenkool en het ijzer in een grote mate weten te gebruiken, en bijgevolg zich ook de leiding van de wereld voor een lange tijd weten te verzekeren. Met andere woorden, het verwezenlijkte op politiek gebied zijn economisch overwicht en trok er profijt uit in zijn internationale betrekkingen. Het overheerste Europa, door het ene land tegenover het andere te stellen, door leningen toe te staan of te weigeren, door de strijd tegen de Franse Revolutie geldelijk te steunen, enz. Het speelde baas over de gehele wereld. Maar zijn overwicht, op het ogenblik van zijn grootste bloei, is niets in vergelijking met dat waarover de Verenigde Staten heden beschikken, over de rest van de wereld, Engeland meegerekend. En dat is de kapitale kwestie van de Europese- en wereldgeschiedenis. Dit niet begrijpen betekent onbekwaam te zijn het toekomstig hoofdstuk van onze geschiedenis te verstaan. Het is niet bij toeval dat generaal Dawes de oceaan overstak, en dat we verplicht zijn te weten dat hij Dawes heet en dat hij de titel van generaal voert. Hij heeft verscheidene Amerikaanse bankiers met zich, die de papieren van de Europese regeringen onderzoeken en verklaren: ‘We laten dit niet toe, we eisen dat’. Waarom die gebiedende toon? Omdat heel het systeem der herstellingen schipbreuk zal lijden indien Amerika de eerste storting, 800 miljoen goudmark, voor het verzekeren van de Duitse munt, niet volbrengt. Van Amerika hangt de stabilisatie of de val van de frank, en in een mindere mate ook van het pond sterling af. De mark, de frank en het pond sterling spelen echter een zekere rol in het leven der volkeren.

Het ‘vredelievend’ imperialisme der Verenigde Staten

Het is niet van vandaag, dat Amerika zich geheel en voor altijd op de baan van een werkzame imperialistische wereldpolitiek gewaagd heeft. De ommekeer in zijn politiek dagtekent van het einde der XIXe eeuw. De Spaans-Amerikaanse oorlog had plaats in 1898; de Verenigde Staten maakten zich toen meester van Cuba en daardoor verzekerden zij zich de sleutel van het Panamakanaal, en daardoor een uitweg op de Stille Oceaan, naar China en het Aziatisch vasteland.

In 1900 heeft voor de eerste maal in de geschiedenis van de Verenigde Staten de uitvoer van de industriële producten hun uitvoer overtroffen. Zo kon Amerika een actieve wereldpolitiek ondernemen.

In 1903 scheurt Amerika de provincie Panama van Colombia af, en doet de onafhankelijkheid ervan uitroepen en erkennen. Het handelt eveneens zo met de Hawaï eilanden en, naar ik meen, ook met de Samoa eilanden. Wanneer het een gebied wil aanhechten of een land onder voogdijschap stellen, richt het een kleine binnenlandse revolutie in en komt vervolgens tussen om de orde te herstellen — hetzelfde wat Dawes nu voor het, door de met de hulp van Amerika gevoerde oorlog, geruïneerd Europa, doet. In 1903 verzekeren de Verenigde Staten zich aldus de landengte van Panama, boren het kanaal, waarvan de voleindiging in 1920 in de ware zin van het woord een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Amerika en de ganse wereld opent. De Verenigde Staten hebben radicaal de aardrijkskunde in het voordeel van het Amerikaans kapitalisme verbeterd. Zoals men weet is hun industrie geconcentreerd in het oostelijk gedeelte van het land, naar de Atlantische Oceaan toe. Het westelijk gedeelte is voornamelijk landbouwgebied. De Verenigde Staten voelen zich voornamelijk tot China, met zijn 400 miljoen inwoners en zijn onmeetbare rijkdommen, aangetrokken. Door het kanaal van Panama baant zich hun industrie naar het Westen een zeeweg, die haar een besparing van verscheidene duizenden kilometers toelaat. De jaren 1898, 1900, 1914 en 1920, zijn de mijlpalen van de imperialistische weg waarop de Verenigde Staten zich stoutmoedig begeven hebben.

De wereldoorlog was de voornaamste van deze mijlpalen. De Verenigde Staten zijn slechts op het laatste ogenblik bijgesprongen, drie jaar hebben ze gewacht alvorens aan hun ‘onzijdigheid’ te verzaken. Meer nog, twee maanden voor hun tussenkomst, verklaarde Wilson dat er geen sprake zijn kon van de deelneming van Amerika aan de bloedige dwaasheid der Europese volkeren. Gedurende drie jaar stelden de Verenigde Staten zich tevreden met het bloed der Europese ‘waanzinnigen’ methodisch in dollars om te zetten. Maar op het ogenblik dat de oorlog dreigde met de overwinning van Duitsland, hun gevaarlijkste mededinger, te eindigen, kwamen ze tussen en dit besliste over het einde van de strijd.

Opmerkenswaardig feit: uit belang voedde Amerika de oorlog met zijn industrie, uit belang kwam het tussen teneinde een gevaarlijke mededinger te verpletteren en nochtans behoudt het een sterke faam van vredelievendheid. Dit is een der paradoxen der geschiedenis, paradox die niets verheugends voor ons heeft en ook nooit hebben zal. Het Amerikaans imperialisme, essentieel, brutaal, hebzuchtig, onvermurwbaar heeft, dankzij de bijzondere voorwaarden van Amerika, de mogelijkheid zich in de mantel van het pacifisme te hullen, iets wat de imperialistische avonturiers van de oude wereld niet doen kunnen. Er zijn daar geografische en historische redenen toe. De Verenigde Staten hadden geen behoefte om een leger te onderhouden. Waarom? Omdat ze door onmetelijke oceanen van hun mededingers gescheiden zijn. Engeland is een eiland, het is een van de beslissende factoren van zijn karakter, tezelfdertijd als een van zijn bijzonderste voordelen. De Verenigde Staten zijn eveneens een uitgestrekt eiland ten opzichte van de groep der oude werelddelen. Engeland beschermt zich door zijn vloot. Maar wanneer men erin gelukt zijn zeefront te doorboren, is het gemakkelijk te veroveren want het is slechts een smalle strook grond. Maar beproef de Verenigde Staten te veroveren. Het is een eiland dat tezelfdertijd al de voordelen van Rusland, de onmetelijkheid van zijn grondgebied bezit. Zelfs zonder vloot zijn de Verenigde Staten om zo te zeggen onkwetsbaar tengevolge van hun uitgestrekte oppervlakte. Ziedaar de essentiële geografische reden die hen toeliet zich met het pacifistisch masker te bedekken. Waarlijk, in tegenstelling met Europa en de andere landen had Amerika tot nu toe geen leger. En wanneer het er een gaat inrichten, is het omdat men het er toe dwong. Wie heeft het gedwongen? De barbaren, de keizer, de Duitse imperialisten.

Het is in de geschiedenis dat men de tweede reden van de pacifistische faam der Verenigde Staten zoeken moet. Deze laatsten kwamen pas in het wereldstrijdperk toen reeds de ganse aardbol veroverd, verdeeld en verdrukt was. Het is daarom dat de imperialistische vooruitgang der Verenigde Staten zich voordoet onder de ordewoorden: ‘Vrijheid der zeeën’, ‘Open deur’, enz., enz. Wanneer dan Amerika verplicht is openlijk een militaire schurkenstreek te verrichten, valt de verantwoordelijkheid ervan, in de ogen van zijn eigen bevolking, en in een zekere mate van de ganse mensheid, alleen op de rug van de achterlijke burgers van het overige van de wereld.

Wilson hielp Duitsland van kant brengen, daarom kwam hij in Europa gewapend met zijn veertien punten, waardoor hij de algemene voorspoed, de universele vrede, de straf van de verantwoordelijke keizer beloofde, het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, de heerschappij der gerechtigheid, enz., enz., uitriep. En gedurende lange maanden geloofden de kleinburgers en zelfs een groot deel der Europese arbeiders in het evangelie van Wilson. Vertegenwoordiger van het Amerikaanse kapitalisme, dat zich met bloed besmeurde door de Europese oorlog aan te wakkeren, verscheen die provinciale professor als de apostel van het pacifisme en der verzoening. En allen zegden: Wilson zal de vrede brengen, Wilson zal Europa herstellen. Maar Wilson slaagde er niet in om ineens te bekomen, wat Dawes met zijn geleide van bankiers nu verwezenlijkte, en gebelgd keerde hij de rug naar Europa toe en ging naar huis. Welke waren dan niet de kreten der pacifisten en sociaaldemocraten tegen de waanzinnigheid der Europese bourgeoisie, die zich niet met Wilson had willen verstaan, en de pacificatie en het geluk van Europa niet had weten te verwezenlijken.

Wilson werd opzij gezet. De republikeinse partij kwam aan het bewind. Amerika maakte dan een periode van handels- en industriële voorspoed door bijna alleen te steunen op de buitenlandse markt, het is te zeggen, op een tijdelijk evenwicht tussen de nijverheid en de landbouw, tussen het Westen en het Oosten van het land. Die voorspoed duurde slechts twee jaar: hij eindigde in 1923. Maar sedert de laatste lente kwamen er onweerlegbare tekens van een handels- en nijverheidscrisis te voorschijn, voorafgegaan ten andere van een geweldige landbouwcrisis, die de landbouwstreken van het land wreed geteisterd heeft. En zoals altijd gaf die crisis nieuw bloed, nieuw leven aan het imperialisme. Het financieel kapitaal zond zijn vertegenwoordigers naar Europa om het gedurende de imperialistische oorlog begonnen en door de vrede van Versailles voortgezette werk, het is te zeggen, het onder economische voogdij stellen van Europa, te voleindigen.

Het plan van de Verenigde Staten: Europa op rantsoen stellen

Wat wil het Amerikaanse kapitaal? Waar wil het naartoe? Het zoekt, zegt men, de stabiliteit. Het wil in zijn voordeel de Europese markt herinrichten, het wil aan Europa zijn koopkracht weergeven. Op welke mannier? In welke mate? Waarlijk, het Amerikaanse kapitaal kan zich van Europa geen mededinger willen maken. Het kan niet aannemen dat Engeland en meer nog, Duitsland en Frankrijk, hun markten opnieuw veroveren, omdat het zelf in het nauw zit, omdat het producten en ook zichzelf uitvoert. Het zoekt het meesterschap over de wereld, en wil de heerschappij van Amerika op onze planeet verwezenlijken. Wat moet het doen ten opzichte van Europa? Het moet, zegt men, de vrede doen heersen. Op welke manier? Onder zijn hegemonie. Wat betekent dat? Dat het Europa moet toelaten zich op te richten, maar enkel tot op een goed bepaalde hoogte, en bepaalde en beperkte delen van de wereldmarkt toe te staan. Het Amerikaans kapitalisme beveelt tegenwoordig aan de diplomaten. Het bereidt zich voor ook de Europese banken en trusts, de ganse Europese bourgeoisie te bevelen. Daar wil het naartoe. Het zal de Europese bankiers en industriëlen vast bepaalde delen van de markt toewijzen. Het zal hun werkzaamheid regelen. In een woord, het wil het kapitalistisch Europa op rantsoen stellen, met andere woorden, het aanduiden hoeveel tonnen, liters of kilogrammen van deze of gene grondstof het recht heeft te kopen of te verkopen.

Reeds in de thesissen voor het derde Congres der CI schreven we dat Europa gebalkaniseerd is. Dit balkaniseren wordt nu voortgezet. De Balkanstaten hadden altijd beschermers in de persoon van het tsaristisch Rusland of van Oostenrijk-Hongarije, die hun de verandering in hun politiek, van hun regeerders of zelfs van hun dynastieën (Servië) opdrong. Nu bevindt zich Europa in dezelfde toestand ten opzichte van de Verenigde Staten en ten dele van Engeland. Naarmate hun tegenstellingen zich zullen ontwikkelen, zullen de Europese regeringen hulp en bescherming gaan zoeken te Washington en te Londen; de verandering der partijen en regeringen zal in laatste instantie bepaald worden door het Amerikaans kapitaal, dat Europa zal aanduiden hoeveel het drinken en eten zal... Het rantsoeneren is niet altijd zeer aangenaam, we weten het bij ondervinding. Het streng beperkt rantsoen dat de Amerikanen voor de Europese volkeren zullen opmaken zal echter ook van toepassing voor de heersende klassen niet alleen van Duitsland en Frankrijk, maar ten langen laatste ook van Engeland zijn. Engeland moet deze mogelijkheid inzien. Maar Amerika, zegt men, gaat met Engeland samen, er is een Angelsaksisch blok gevormd, er bestaat een Angelsaksisch kapitaal, een Angelsaksische politiek; de voornaamste tegenstelling in de wereld is die welke Amerika en Japan verdeelt. Zo spreken is zijn onbegrip van de toestand tonen. De voornaamste tegenstelling in de wereld is de Engels-Amerikaanse. Dit zal de toekomst meer en meer aantonen.

Het Amerikaans imperialisme en de Europese sociaaldemocratie

Maar laten wij, alvorens deze belangrijke kwestie aan te vatten, nagaan welke rol het Amerikaanse kapitaal aan de radicalen en de Europese mensjewieken, aan de sociaaldemocratie in dit Europa dat op rantsoen wordt gesteld, voorbehoudt.

De sociaaldemocratie moet die nieuwe toestand voorbereiden, het is te zeggen, het rantsoeneren van Europa door het Amerikaans kapitaal politiek helpen doorvoeren. Wat doet op dit ogenblik de Duitse en Franse sociaaldemocratie, wat doen de socialisten van gans Europa? Zij voeden zich zelf op in de godsdienst van het Amerikanisme, en trachten ook de arbeiders massa’s erin op te voeden; zij maken van het Amerikanisme, van de rol van het Amerikaans kapitaal in Europa, een nieuwe politieke godsdienst. Zij trachten de arbeidende klasse te overtuigen dat zonder het in de grond vredelievend Amerikaans kapitaal, zonder de leningen van Amerika, Europa de storm niet doormaken zal. Zij zijn in oppositie tegen hun burgerij, gelijk de Duitse sociaalpatriotten, niet van het standpunt der proletarische revolutie uit, zelfs niet om hervormingen te bekomen, maar om aan te tonen dat die burgerij onverdraagzaam, egoïstisch, chauvinistisch is en niet in staat zich met het vrede- en menslievend, democratisch Amerikaans kapitaal te verstaan.

Dit is de fundamentele kwestie van het politiek leven van Europa, en in het bijzonder van Duitsland. Met andere woorden, de Europese sociaaldemocratie wordt tegenwoordig het politieke agentschap van het Amerikaans kapitaal. Is het een onverwacht feit? Neen, want de sociaaldemocratie, die de agent der bourgeoisie was, moest fataal in zijn politieke ondergang, de agent der sterkste, der machtigste burgerij, van de bourgeoisie der bourgeoisiën, het is te zeggen, der Amerikaanse bourgeoisie worden. Daar het Amerikaans kapitaal de taak op zich neemt Europa een te maken, er de vrede te doen heersen, om het de vraagstukken der herstellingen en andere te leren oplossen en de koordjes van de beurs in handen heeft, wordt de afhankelijkheid der Duitse en Franse sociaaldemocratie, ten opzichte der Duitse en Franse bourgeoisiën, meer en meer een afhankelijkheid ten opzichte van de meester van die bourgeoisiën. Het Amerikaans kapitaal speelt nu de baas in Europa. En het is natuurlijk dat de sociaaldemocratie politiek afhankelijk wordt van de baas van haar bazen. Dit is een essentieel feit voor het begrip van de huidige toestand en de politiek van de IIe Internationale. Zich daar geen rekenschap van geven, betekent de gebeurtenissen van vandaag en morgen niet kunnen begrijpen, het is slechts de oppervlakte der zaken zien en zich met algemene frasen tevreden stellen.

De sociaaldemocratie bereidt het terrein aan het Amerikaans kapitalisme voor, maakt zich tot zijn heraut, spreekt van zijn weldoende rol, vereffent het terrein, begeleidt het met zijn wensen, verheerlijkt het. Dit is geen klein werk. Vroeger liet het imperialisme zich een weg door de missionarissen banen, die door de wilden gewoonlijk van kant gemaakt en zelfs dikwijls opgegeten werden. Om hun dood te wreken zond men dan troepen, daarna handelaars en beheerders. Om Europa te koloniseren, om er zijn dominion van te maken had het Amerikaans kapitaal niet nodig missionarissen uit te zenden. Ter plaatse zelf bevond zich reeds een partij die het evangelie van Wilson en Coolidge, de heilige Schriftuur der Beurzen van New York en Chicago aan de volkeren moest prediken. Daarin bestaat de huidige zending van het Europees mensjewisme. Maar de ene dienst is de andere waard. De mensjewieken trekken uit hun toewijding talrijke voordelen.

Enige tijd geleden aldus, gedurende de perioden van scherpe burgeroorlog, heeft de Duitse sociaaldemocratie de gewapende verdediging der burgerij op zich moeten nemen, van die burgerij welke hand in hand met de fascisten ging. Noske is waarlijk een symbolisch figuur van de naoorlogse politiek der Duitse sociaaldemocratie. Tegenwoordig speelt deze laatste een gans andere rol, ze kan zich de weelde veroorloven oppositie te voeren. Ze kritiseert haar burgerij en brengt daardoor een zekere afstand tussen zichzelf en de partijen van het kapitaal. Op welke manier kritiseert zij? Gij zijt egoïstisch, kwaaddoend, dom, zegt het tot het kapitaal, maar aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan is er een rijke, machtige, vredelievende, reformistische, menslievende burgerij, die opnieuw tot ons komt, die ons 800 miljoen mark wil geven om onze munt te herstellen en gij springt recht, gij durft het aan u tegen haar te verzetten alhoewel gij ons vaderland in de ellende hebt gestort. Wij zullen u onmeedogend ontmaskeren voor de Duitse volksmassa’s. En dit zegt zij op een bijna revolutionaire toon, terwijl ze de Amerikaanse burgerij verdedigt.

Hetzelfde geldt voor Frankrijk. Aangezien de politieke toestand er beter is en de frank er niet te erg aan toe is, speelt de sociaaldemocratie er haar rol weer in het duister, maar in werkelijkheid doet zij juist hetzelfde als de Duitse sociaaldemocratie. De partij van Leon Blum, Renaudel, Jean Longuet, draagt geheel en al de verantwoordelijkheid van de vrede van Versailles en de bezetting van de Ruhr. En waarlijk, het is ontegensprekelijk dat de regering Herriot, gesteund door de socialisten, voor het behoud van de bezetting van de Ruhr is. Maar voor het ogenblik hebben de Franse socialisten de mogelijkheid om aan hun bondgenoot Herriot te zeggen: ‘De Amerikanen eisen dat gij onder zekere voorwaarden de Ruhr ontruimt; doet het, wij ook eisen het nu.’ Zij eisen niet om aan de wil en de kracht van het Franse proletariaat uitdrukking te geven, maar om de Franse bourgeoisie aan de Amerikaanse ondergeschikt te maken. Vergeet ten andere niet dat de Franse burgerij 3 miljard 700 miljoen dollar aan de Amerikaanse schuldig is. Dit is een belangrijke som. Amerika kan, wanneer het wil, de frank de berg laten afrollen. Zeker, het zal het niet doen, het kwam naar Europa om er de orde te doen heersen en niet om er puin opeen te hopen. Alles hangt van Amerika af. Het is daarom dat voor die grote schuld, de argumenten van Renaudel-Blum en consorten genoegzaam overtuigend aan de Franse burgerij toeschijnen.

Tezelfdertijd bekomt de sociaaldemocratie, in Duitsland, in Frankrijk en elders de mogelijkheid tegen de burgerij te opposeren, om in zekere concrete vraagstukken een ‘oppositiepolitiek’ te voeren, en daardoor het vertrouwen van een bepaald gedeelte der werkende klasse voor zich te winnen.

Meer nog, de reformistische partijen der verschillende landen van Europa bezitten nu een zekere mogelijkheid om een gemeenschappelijke actie te voeren. Nu reeds vertoont de Europese sociaaldemocratie een organisme dat genoegzaam eenheid bezit. Dit is, in zekere mate, een nieuw feit. Feitelijk, sedert tien jaar, sedert het begin van de oorlog, kon ze niet in blok tussenkomen. Nu kan zij het, en de mensjewieken komen tussen om in koor Amerika, zijn programma, zijn eisen, zijn vredelievendheid, zijn grote zending te ondersteunen. De IIe Internationale, dit halfdode lichaam, galvaniseert zich dan ook een weinig. Evenals de Internationale van Amsterdam herstelt zij zich. Zeker, zij zal niet zijn wat zij voor de oorlog was. Zij zal haar macht van vroeger niet terugwinnen, het is onmogelijk het verleden te doen herleven en de Communistische Internationale uit de geschiedenis weg te schrappen. Het is onmogelijk het beeld van de imperialistische oorlog uit te wissen, die een geweldige slag voor de IIe Internationale betekende. Niettegenstaande dit alles, tracht deze laatste zich op te beuren, terug op te staan, met de Amerikaanse krukken te lopen. Gedurende de imperialistische oorlog waren de Duitse en Franse sociaaldemocratieën openlijk aan hun wederkerige burgerijen gebonden. Kon er een Internationale bestaan wanneer de partijen elkaar bestreden, beschuldigden, bezwadderden? Er bestond geen mogelijkheid het masker van het internationalisme op te zetten. Op het ogenblik dat de vrede gesloten werd, was het eveneens het geval. Versailles was slechts het bestendigen van de resultaten van de imperialistische oorlog in de diplomatische documenten. Was er toen plaats voor de solidariteit? Heel zeker, neen. Gedurende de periode van de bezetting van de Ruhr was het eveneens zo. Maar nu komt het Amerikaanse kapitaal in Europa en verklaart: volkeren, ziedaar een herstellingsplan, mijnheren de mensjewieken ziedaar een programma. En dit programma wordt door de sociaaldemocratie als basis voor haar activiteit aanvaard. Dit nieuwe programma brengt de Duitse, Franse, Engelse, Hollandse, Zwitserse sociaaldemocratieën te samen. Feitelijk denkt de Zwitserse kleinburger dat zijn vaderland meer uurwerken zal kunnen verkopen wanneer Amerika de orde en de vrede in Europa zal hersteld hebben. En heel de kleinburgerij, die zich door de sociaaldemocratie uitdrukt, vindt haar geestelijke eenheid terug in het programma van het amerikanisme. Met andere woorden, de IIe Internationale bezit nu een eenheidsprogramma: dit welke haar door generaal Dawes uit Washington meegebracht werd.

Opnieuw, dezelfde paradox: wanneer het Amerikaans kapitalisme een deugnietenstreek begaat, heeft het de volstrekte mogelijkheid dit te doen, door zich voor een hervormer, een vredebemiddelaar, een verwezenlijker van menslievende doeleinden te laten doorgaan, terwijl het voor de sociaaldemocratie een platform schept dat onvergelijkbaar meer voordelen biedt dan het nationaal platvorm, hetwelk de sociaaldemocratie gisteren bezat. De nationale burgerij is dichtbij, zij wordt door iedereen gezien, terwijl het Amerikaanse kapitaal ver af is, en het moeilijk is zijn zaken, die niet altijd van de zuiverste zijn, te doorgronden; maar in Europa komt het in de hoedanigheid van vredesbemiddelaar tussen: zijn kolossale macht, zonder voorgaande in de geschiedenis, zijn rijkdom vooral boezemen ontzag in aan de kleinburgerij en sociaaldemocratie. Ik zal u terloops zeggen dat ik gedurende dit laatste jaar door mijn ambt verplicht was besprekingen te voeren met enkele Amerikaanse senatoren van de republikeinse en democratische partijen. Oppervlakkig gezien, lijken het buitenmensen. Ik ben er niet zeker van of ze de aardrijkskunde van Europa machtig zijn en denk eerder van niet, maar wanneer zij over politiek handelen, drukken zij zich op de volgende manier uit: ‘Ik zei aan Poincaré’, ‘Ik deed aan Curzon opmerken’, ‘Ik legde aan Mussolini uit’. In Europa gevoelen zij zich als in een veroverd land. Een rijk geworden fabrikant in gecondenseerde melk, conserven of een ander product, spreekt op een beschermende toon over de invloedrijkste politiekers van Europa. Hij voorziet dat hij weldra de meester zijn zal, hij voelt zich reeds de meester. En het is daarom dat de berekeningen van de Engelse burgerij, die haar besturende rol wil bewaren, in het water zullen vallen.

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië

De belangrijkste wereldtegenstelling is die welke bestaat tussen de belangen van de Verenigde Staten en die van Engeland. Waarom? Omdat Engeland na de Verenigde Staten nog altijd het rijkste en het machtigste land is. Het is de voornaamste mededinger van Amerika, het is de bijzonderste hinderpaal op zijn weg. Wanneer men ertoe komt de macht van Engeland te ondermijnen, om het machteloos te maken of zelfs om het omver te werpen, wat zal er overblijven?[2]

Zeker de Verenigde Staten zullen over Japan zegevieren. Zij hebben al de troeven in de hand: het geld, het ijzer, de steenkolen, de petroleum; zij worden politiek bevoordeligd in hun betrekkingen met China, dat zij van Japan willen ‘bevrijden’. Amerika wil altijd iemand bevrijden, het is in zekere zin hun beroep. Aldus, is de voornaamste tegenstelling die welke tussen Engeland en de Verenigde Staten bestaat. Het verergert van dag tot dag. De Engelse burgerij voelt zich niet zeer op haar gemak sedert de vrede van Versailles. Zij weet wat het klinkende en doorslaggevende geld waard is, het is haar onmogelijk niet te zien dat de dollar het pond sterling voorbijloopt. Zij weet dat dit overwicht, die superioriteit zich onvermijdelijk in de politiek moet uiten. Zij zelf heeft de macht van het pond zoveel als het maar mogelijk was in haar internationale politiek uitgebaat, en nu gevoelt ze dat het tijdperk van de dollar zich opent. Zij zoekt zich te troosten, zich met illusies te voeden. De ernstige Engelse bladen zeggen: ja, de Amerikanen zijn zeer rijk, maar per slot van rekening zijn het maar buitenmensen. Zij kennen de wegen van de wereldpolitiek niet. Wij, Engelsen, hebben onvergelijkbaar meer ondervinding. De Yankees hebben onze raadgevingen, onze leiding nodig, en wij, Engelsen, zullen die plotseling verrijkte buitenfamilie op de weg der wereldpolitiek leiden, wat ons niet beletten zal onze overheersende plaats te behouden en op de koop toe een goed commissieloon te ontvangen. Heel zeker is daar een deel waarheid in. Zoals ik het reeds gezegd heb is het niet zeker dat de Amerikaanse senatoren de aardrijkskunde van Europa machtig zijn, echter om grote zaken op ons vasteland te verrichten is het nodig er de aardrijkskunde van te kennen. Maar is het zo moeilijk voor een bezittende klasse kennis op te doen? Wanneer de burgerij snel rijk wordt, is het haar niet moeilijk zich de kunsten en de wetenschappen eigen te maken. De zonen van onze Morozov en Mamontov geleken bijna op erfelijke lords. Voor de verdrukte klasse, voor het proletariaat is het moeilijk zich te ontwikkelen, zich aan alle elementen der cultuur aan te passen. Maar dit is gemakkelijk voor de bezittende klasse, in het bijzonder wanneer zij zo rijk is als de Amerikaanse bourgeoisie. Die laatste zal specialisten van allerlei aard vinden, vormen of kopen. De Amerikaan begint zich nog maar rekenschap te geven van zijn wereldbelangrijkheid; bij hem ook is het bewustzijn achter op de werkelijkheid. Men moet de kwestie niet beschouwen zoals ze zich op dit ogenblik aan onze ogen voordoet, maar in haar vooruitzichten. De Amerikaan echter, zal binnenkort helemaal zijn kracht en bijgevolg ook zijn rol weten te verstaan.

De economische macht der Verenigde Staten liet zich nog niet geheel en al gevoelen, maar zij zal zich in alles doen gevoelen. Datgene waarover het kapitalistisch Europa in de wereldpolitiek beschikt, zijn de overblijfselen van zijn vervlogen economische macht, van zijn oude wereldinvloed, die niet meer met de hedendaagse materiële voorwaarden overeenkomt. Amerika leerde weliswaar nog niet zijn economische macht verwezenlijken. Maar het leert het snel ten nadele van Europa. Enige tijd nog zal het Engeland nodig hebben om het op de wegen van de wereldpolitiek te leiden. Maar het zal niet veel tijd nodig hebben om het te evenaren en voorbij te draven op dit gebied. Een bezittende klasse die zich verheft, verandert snel van karakter, van fysionomie en van werkmethoden. Zie, bijvoorbeeld de Duitse burgerij. Is het reeds zo lang geleden dat de Duitsers aanzien werden als schuchtere dromers met blauwe ogen, als een volk van dichters en denkers. Enkele tientallen jaren van kapitalistische ontwikkeling echter, volstonden om van de Duitse bourgeoisie, de brutaalste, de meest aanvallende, de sterkst gepantserde imperialistische klasse te maken. De straf liet weliswaar niet lang op zich wachten. En opnieuw veranderde het karakter van de Duitse burger. Hij past zich snel, in het Europees strijdperk, aan de gewoonten en de denkwijzen van een geslagen hond aan. De Engelse burgerij is ernstiger. Haar karakter vormde zich in de loop van verscheidene eeuwen. Haar klassengevoel is diep in haar geankerd, en het zal moeilijker zijn haar haar mentaliteit van meesteres van het heelal, te doen verliezen. Maar de Amerikanen komen ertoe wanneer zij willen en dit zal zich binnenkort voordoen.

Tevergeefs troost zich de Engelse burgerij met de gedachte dat ze de aan ondervinding armen Amerikaan zal leiden. Zeker zal er een overgangstijdperk zijn. Maar het voornaamste is niet de diplomatische ondervinding, maar wel de werkelijke kracht, het is het kapitaal, het is de industrie. De Verenigde Staten echter bezitten op economisch gebied de eerste plaats in de wereld. Hun productie van voorwerpen, van eerste noodwendigheid beloopt van een derde tot twee derden van de totale wereldproductie. Zij brengen de twee derden (in 1923 zelfs de 72 p.h.) van de aardolie die tegenwoordig een uitzonderlijke militaire en industriële rol speelt, voort. Zij klagen weliswaar dat hun aardoliebronnen uitgeput geraken. De eerste tijden na de oorlog dacht ik dat die klachten enkel ten doel hadden de openbare opinie voor te bereiden op de in beslagname van de petroleum van andere landen. De geologen nochtans bevestigen dat indien Amerika voortgaat in de huidige verhoudingen aardolie te verbruiken, het er nog slechts voor een 25 à 40 jaar heeft. Maar op het einde van deze termijn zal het, dank zij haar industrie en haar vloot, reeds de tijd gehad hebben zich van de aardolie van de andere landen meester te maken, zodanig dat wij geen reden hebben ons daarover ongerust te maken.

De wereldpositie van de Verenigde Staten drukt zich uit door onbetwistbare cijfers. De productie van graan bedraagt het vierde van de wereldproductie, die van haver de helft, die van maïs drievierden. De Verenigde Staten brengen de helft van de kolen voort, de helft van het ijzererts, 60 t.h. van het staal, 60 t.h. van het koper, 47 t.h. van het zink. Hun spoorwegnet bedraagt 37 t.h. van het net van de gehele wereld. Hun handelsvloot, die bijna niet bestond voor de oorlog, bedraagt nu 25 t.h. van de tonnenmaat van de gehele wereld. Ten slotte, de Verenigde Staten bezitten 84 t.h. van de automobielen der gehele wereld. Indien zij in de goudproductie een betrekkelijk geringe plaats bekleden (14 t.h.), dient niet vergeten te worden dat dank zij hun actieve handelsbalans, zij 44,2 t.h. van het op de wereld bestaande goud samengebracht hebben. Hun nationaal inkomen is twee en half maal zo groot als dat van Engeland, Frankrijk, Duitsland en Japan te samen genomen. Die cijfers beslissen over alles. Zij zullen de weg voor Amerika, en te lande en ter zee en ter lucht, bakenen.

Wat voorspellen ze voor Engeland? Niets goeds. Zij betekenen dat Engeland het lot der andere kapitalistische landen niet ontgaan zal, dat het de rantsoenering zal moeten aanvaarden. Maar wanneer het er zich openlijk zal moeten in schikken, zal het niet op Curzon, die te onbuigzaam is, maar op MacDonald beroep doen. De politiekers der Engelse bourgeoisie, zullen nooit die vernedering door hun land doen aanvaarden. De vrome welsprekendheid van MacDonald, van Henderson, van de Fabians zal nodig zijn om drukking op de Engelse bourgeoisie uit te oefenen en de arbeiders te overtuigen. ‘Zullen wij met Amerika oorlog voeren?’ zullen zij vragen. ‘Neen, we zijn voor de vrede, voor een overeenkomst’. Wat zal echter de overeenkomst met ‘Uncle Sam’ zijn? De voornoemde cijfers tonen het uiterst welsprekend aan. ‘Aanvaardt de rantsoenering, ziedaar de enige mogelijke overeenkomst. En indien ge die niet wilt bereidt u dan tot de oorlog voor. ’

Tot nu toe ging Engeland stap voor stap voor Amerika achteruit. Aldus nodigde president Harding enige tijd geleden, Frankrijk, Japan en Engeland te Washington uit en stelde dit laatste heel rustig voor de ontwikkeling van zijn vloot te beperken. Zoals men weet hield Engeland zich voor de oorlog aan het beginsel volgens hetwelk zijn vloot sterker moest wezen dan de vloten der twee sterkste zeemogendheden te samen. De Verenigde Staten maakten een einde aan die staat van zaken. Te Washington was Harding, zoals het paste, zijn rede begonnen met te zeggen ‘het geweten der beschaving is ontwaakt’ en eindigde ze met te verklaren: ‘de verhouding van onze zeekrachten zal de volgende zijn: Engeland 5, Amerika 5 (in afwachting), Frankrijk 3, Japan 3’. Waarom die verhouding? Voor de oorlog was de Amerikaanse vloot veel zwakker dan de Engelse. Gedurende de oorlog vermeerderde ze in aanzienlijke mate. Wanneer de Engelsen spreken van het gevaar dat de Amerikaanse vloot stelt, antwoorden de Amerikanen: ‘Waarom hebben wij die vloot gebouwd? Was het niet om de Britse eilanden tegen de aanvallen van de Duitse onderzeeërs te verdedigen?’ Ziedaar waarom zogezegd die vloot gebouwd werd. Maar zij kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden.

Waarom namen de Verenigde Staten hun toevlucht tot het programma van het beperken der bewapeningen? Het was slechts omdat ze niet vlug genoeg hun oorlogsschepen, hun grote slagschepen, konden vervaardigen. In het domein der constructie kan niemand er aan denken hen te evenaren. Maar het is onmogelijk de voor de marine onontbeerlijke kaders snel te scheppen, te onderwijzen en te vormen, daar is tijd voor nodig, en dit is de reden van de tien jaren lange wapenstilstand die de Amerikanen zich te Washington gegeven hebben. Wanneer zij het programma van de beperking der zeebewapening verdedigden, schreven de Amerikaanse tijdschriften in feite: ‘Wanneer ge niet met ons overeenkomen wilt, zullen wij oorlogsschepen bouwen alsof wij broodjes zouden bakken.’ Wat het antwoord van het officieel Engelse maritieme tijdschrift betreft, dit luidde ongeveer als volgt: ‘Wij zijn bereid een vredelievende overeenkomst te sluiten, waarom ons bedreigen?’ Dit antwoord weerspiegelt de nieuwe mentaliteit van de Engelse heersers. Zij gewennen zich aan het idee dat zij zich aan Amerika moeten onderwerpen, en dat het meeste dat men van dit laatste verlangen en eisen kan is dat het hoffelijk weze. Het is ook alles wat de Europese burgerij in de toekomst van Amerika te verwachten heeft.

In zijn wedijver met Amerika, kan Engeland slechts achteruit wijken. Door zijn opeenvolgend achteruitwijken koopt zich het Engels kapitaal een deelname in de zaken van het Amerikaans, en zodoende heeft men de indruk van een Angelsaksisch kapitalistisch blok. De schijn is gered en niet zonder profijt, want Engeland strijkt belangrijke winsten op, maar het moet voor Amerika achteruit gaan, het zijn plaats afstaan. Amerika versterkt zijn stellingen over de wereld, Engeland verzwakt.

Voor een zeer korte tijd zag Engeland af van het versterken van Singapore. Singapore echter is de sleutel van de Indische en de Stille Oceaan, het is een der belangrijkste steunpunten van de Engelse politiek in het Verre oosten. Maar Engeland kan zijn politiek in de Stille Oceaan voeren in overeenstemming met Japan tegen Amerika of omgekeerd met Amerika tegen Japan. Geweldige sommen geld werden voor het versterken van Singapore bestemd. MacDonald voor het feit gesteld van ofwel met Japan tegen Amerika te werken, ofwel met Amerika tegen Japan, zag van de versterking van Singapore af. Het Engels imperialisme heeft heel zeker nog zijn laatste woord niet gezegd, misschien komt het op zijn toestemming terug, maar het blijft toch voor Engeland het begin van een verzaken aan een onafhankelijke politiek in de Stille Oceaan. Wie heeft echter Engeland bevolen met Japan te breken? Amerika. Dit laatste zond het een werkelijk ultimatum, Engeland gehoorzaamde, het verbrak zijn bondgenootschap met Japan.

Op het ogenblik geeft Engeland toe, het wijkt achteruit. Maar wil dit zeggen dat het altijd zo zijn zal en dat de mogelijkheid van een oorlog uitgesloten is? In het geheel niet. De huidige toegevingen kunnen slechts zijn moeilijkheden vergroten. Onder de dekmantel der samenwerking stapelen zich geweldige antagonismen op. Onvermijdelijk zal de oorlog uitbarsten, want Engeland zal er nooit in toestemmen op de achtergrond geschoven te worden en zijn rijk in te krimpen. Op een zeker ogenblik zal het gedwongen zijn al zijn krachten op te roepen om aan zijn mededinger te weerstaan. Maar in de open strijd zijn al de kansen voor zover men erover oordelen kan, voor Amerika.

Engeland is een eiland, Amerika, in een zekere zin, is het ook, maar het is veel groter. In zijn dagelijks bestaan hangt Engeland geheel en al van de overzeese landen af. In Amerika echter is al het nodige voor het bestaan en voor de oorlog aanwezig. Engeland heeft koloniën op alle punten van de aardbol, Amerika zal ze ‘bevrijden’. Zodra het met Engeland in oorlog zal zijn, zal het een oproep tot de honderden miljoenen Indiërs richten voor de verdediging van hun onaantastbare nationale rechten. Ten opzichte van Ierland, Egypte, enz., zal het op dezelfde manier handelen. Zoals het nu, om Europa uit te kleden, zich met de mantel van het pacifisme omhult, zal het gedurende zijn strijd met Engeland optreden als de verlosser van de koloniale volkeren.

De geschiedenis begunstigt het Amerikaans kapitaal; voor elke schurkenstreek biedt zij het een ordewoord van ontvoogding aan. In Europa, vragen de Verenigde Staten de toepassing van de politiek der ‘open deur’. Japan wil China verdelen en zich enkele van zijn provinciën meester maken, omdat het noch ijzer, noch kolen, noch benzine heeft en omdat China dit alles bezit. Het kan noch leven, noch oorlog voeren, zonder kolen, ijzer of petroleum. Dit alles stelt het in een ontzaglijke minderheid in zijn strijd tegen de Amerikanen. Daarom tracht het met geweld de hand te leggen op de rijkdommen van China. En wat doen de Verenigde Staten? Zij zeggen: ‘de deur open in China!’ Wat zegt Amerika over de oceanen? ‘De vrijheid der zeeën!’ Dit is een welluidend ordewoord. Maar wat betekent het in werkelijkheid? ‘Engelse vloot, laat mij door, stel u wat opzij!’ Het regime van de open deur in China betekent: ‘Japanners, uit de weg, laat mij de weg vrij’. Het gaat om economische veroveringen, om plunderingen. Maar ten gevolge van de bijzondere voorwaarden waarin de Verenigde Staten zich bevinden, neemt hun politiek een schijn van vredelievendheid aan, somtijds wel een schijn van een vrijmakingsfactor.

Het spreekt vanzelf dat Engeland eveneens ontzaglijke voordelen geniet. Eerst en vooral bezit het steunpunten, vloot- en legerbasissen over de gehele wereld, iets wat Amerika niet heeft. Maar dit alles kan men stuk voor stuk scheppen of met geweld afnemen, daarenboven zijn de Engelse steunpunten gebonden aan de koloniale overheersing en bijgevolg kwetsbaar Amerika zal, omdat het het sterkst is, over de gehele wereld bondgenoten en hulptroepen vinden en bijgevolg ook de nodige basissen. Wanneer het nu toenadering zoekt tot Canada en Australië onder het ordewoord van verdediging van het blanke tegen het gele ras en daar zijn militair en maritiem overwicht op instelt, zal het in het volgende en misschien zeer nakende stadium van zijn evolutie verklaren dat ook de mensen van gele kleur naar het beeld Gods geschapen zijn, en bijgevolg het recht hebben de koloniale overheersing van Engeland te vervangen door de economische overheersing van Amerika.

De Verenigde Staten zouden in een oorlog met Engeland, geweldig bevoordeligd zijn, want van de eersten dag af konden ze de Egyptenaren, Indiërs en andere koloniale volkeren oproepen tot de opstand, ze wapenen en ondersteunen. Engeland zal er tweemaal moeten over nadenken vooraleer tot de oorlog te besluiten. Maar wanneer het zich in de oorlog niet wagen wil, zal het verplicht zijn stap voor stap achteruit te wijken onder de druk van het Amerikaans kapitaal. Voor de oorlog zijn er Lloyd George’s en Churchill’s nodig, om zonder strijd achteruit te wijken zijn er MacDonald’s van doen.

Wat we over de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Engeland komen te zeggen is toepasselijk op de betrekkingen van de Verenigde Staten en Japan, met Frankrijk en de andere Europese Staten van tweede rang. Waarover gaat het op het ogenblik in Europa? Over Elzas-Lotharingen, de Ruhr, het Saarbekken, Silezië, dus over enkele stroken grond, enkele armzalige stukken. Onderwijl werkt Amerika zijn plan uit en maakt zich gereed de ganse wereld op rantsoen te stellen.

In tegenstelling met Engeland stelt het zich niet voor een leger op de been te brengen, een administratie voor zijn koloniën, Europa inbegrepen, neen het zal die laatste ‘toelaten’ bij hen de reformistische pacifistische orde te behouden, met behulp van de sociaaldemocratie, de radicalen en andere kleinburgerlijke partijen, en zal ze bewijzen dat ze dankbaar zijn moeten daar het aan hun ‘onafhankelijkheid’ niet geraakt heeft. Ziedaar het plan van het Amerikaans kapitaal, ziedaar het programma waarop de IIe Internationale zich weer samenstelt.

De vooruitzichten van de oorlog en de revolutie

Dit Amerikaans programma van voogdijschap over de gehele wereld is in het geheel geen pacifistisch programma, integendeel, het is rijk aan oorlogsgevaar en revolutionaire beroeringen. Het is niet zonder reden dat Amerika voortgaat zijn vloot uit te breiden. Het bouwt ijverig lichte en snelle kruisers, onderzeeboten en hulpschepen. En wanneer Engeland het waagt er halfluid protest tegen aan te tekenen, antwoordt het: ‘Denk er aan dat ik niet alleen met u, maar ook met Japan af te rekenen heb, Japan bezit een ontzaglijk groot aantal lichte kruisers en ik moet de verhouding die van 5 tot 3 is, zoals ge weet, herstellen’. Onmogelijk daarop te antwoorden, want de Verenigde Staten kunnen werkelijk, zoals hun uitdrukking het zegt, oorlogsschepen maken als kleine broodjes. Ziedaar het vooruitzicht van de toekomstige wereldoorlog, die als strijdperk de Atlantische en de Stille Oceaan hebben zal, in de veronderstelling dat de burgerij nog een genoegzaam lange tijd de wereld besturen zal. Het is heel onwaarschijnlijk dat de burgerij van al de landen er in toestemmen zal op de achtergrond geschoven en de vazal van Amerika te worden zonder ten minste een poging tot verzet te doen. Feitelijk heeft Engeland grote begeerten, een woedende lust om zijn heerschappij over de wereld te behouden. De militaire conflicten zijn onvermijdelijk. Het tijdperk van het pacifistisch Amerikanisme dat zich nu schijnt te openen is slechts een voorbereiding tot nieuwe monsterachtige oorlogen.

Op de vraag van de kansen van het huidig Europees reformisme, vraag die het bijzonderste punt van mijn uiteenzetting uitmaakt, moeten wij antwoorden: die kansen zijn tot op een zeker ogenblik evenredig aan die van het pacifistisch Amerikaans imperialisme. Indien de omvorming van Europa tot Amerikaans dominion gelukt, dat wil zeggen, in de loop der toekomende jaren niet botst op de weerstand der volkeren, indien ze als gevolg van de oorlog of de revolutie niet mislukt, zal de Europese sociaaldemocratie, schaduw van het Amerikaans kapitaal, voor een zekere tijd haar invloed behouden, en Europa, gemaakt uit de overblijfselen van zijn vroegere macht en uit de elementen van zijn, naar de door Amerika vastgestelde rantsoenering georganiseerd, nieuw leven zal zich in een onstabiel evenwicht behouden. Dit alles zal bedekt zijn door een ideologisch mengelmoes van axioma’s der Europese sociaaldemocratie en de ‘pacifistische’ beginselen der Amerikaanse quakers. Aldus, men moet zich niet afvragen welke de krachten zijn van de Europese sociaaldemocratie, maar wel welke de kansen zijn voor het Amerikaans kapitaal om het nieuw regime in Europa te kunnen behouden, door dit laatste karig te financieren. Het is onmogelijk om in dit geval een juiste voorspelling te doen en bijgevolg meer nog om een termijn vast te stellen. Het volstaat ons de nieuwe werking der wereldbetrekkingen te begrijpen en ons rekenschap te geven van de essentiële factoren die de toestand in Europa zullen bepalen om de ontwikkeling der gebeurtenissen te kunnen volgen, om gebruik te kunnen maken van de politieke zigzag der Europese sociaaldemocratie en daardoor de kansen van de proletarische revolutie te vermeerderen.

De antagonismen die de imperialistische oorlog voorbereidden en hem tien jaar geleden over Europa ontketenden, antagonismen verscherpt door de oorlog, in stand gehouden door de vrede van Versailles en omvangrijker geworden door de klassenstrijd in Europa, blijven ontegensprekelijk voortbestaan. En de Verenigde Staten zullen tegen die antagonismen in al hun scherpte aanbotsen.

Een uitgehongerd land op rantsoen stellen is een moeilijke zaak, we weten het bij ondervinding; het is waar dat wij het in andere voorwaarden deden, ons steunende op andere beginselen, ons onderwerpend aan de noodzakelijkheid van de strijd voor het redden der revolutie. Maar wij konden vaststellen dat het regime van het hongerrantsoen gebonden was aan immer heviger wordende troebelen, die ten lange laatste de opstand van Kroonstad meebrachten. Nu doet Amerika, gestuwd door de logica van een roofzuchtig imperialisme, een monsterproefneming van rantsoenering op verscheidene volkeren. Dit plan zal in zijn verwezenlijking stuiten op hardnekkige klassenstrijd en nationaal verzet. Hoe meer zich de macht van het Amerikaans kapitaal in politieke macht zal omzetten, hoe meer het Amerikaans kapitaal zich internationaal ontwikkelen zal, des te meer zullen de Amerikaanse bankiers aan de Europese regeringen bevelen, des te sterker, des te inniger, des te beslissender zal de weerstand der proletarische, kleinburgerlijke en boerenmassa’s van Europa zijn, want van Europa een kolonie willen maken is zo eenvoudig niet als ge wel denkt, mijnheren de Amerikanen. (Toejuichingen).

Wij beleven het begin van dit proces. Nu, voor de eerste maal sedert een hele reeks jaren wordt de uitgehongerde Duitse proletariër een lichte vermindering van zijn ellende gewaar. Wanneer de arbeider helemaal uitgeput is, wanneer hij gedurende een lange tijd honger leed, is hij gevoelig voor de kleinste verbetering. Die verbetering is op dit ogenblik de stabilisatie van de mark, de stabilisatie der lonen, die een zekere politieke stabilisatie van de Duitse sociaaldemocratie teweegbracht. Maar die stabilisatie is slechts tijdelijk. Amerika is in het geheel niet van zin het Duitse rantsoen en in het bijzonder het deel ervan dat aan de Duitse arbeider moet toekomen, te verhogen. Later zal dit ook het geval zijn voor de Franse en Engelse arbeider. Want wat wil Amerika? Het moet ten koste van de arbeidende massa van Europa en van de gehele wereld zijn winsten verzekeren en daardoor de bevoorrechte plaats van de Amerikaanse arbeidersaristocratie bevestigen. Zonder deze laatste kan het Amerikaanse kapitaal geen stand houden, zonder Gompers en zijn trade-unions, zonder goed betaalde en geschoolde arbeiders, zal het politiek regime van het Amerikaans kapitaal ineenstorten. Men kan echter de Amerikaanse werkersaristocratie in haar bevoorrechte toestand slechts behouden door het proletarisch gepeupel van Europa tot een strikt beperkt en vrekkig afgemeten rantsoen te brengen.

Maar het zal de Europese sociaaldemocratie moeilijker en moeilijker worden om het evangelie van het Amerikanisme voor de massa’s te prediken. De weerstand der Europese arbeiders aan de meester hunner meesters, het Amerikaans kapitaal, zal meer en meer gecentraliseerd worden. De rechtstreekse, praktische, strijdvaardige belangrijkheid van het ordewoord der Europese revolutie en zijn staatsvorm ‘De Verenigde Staten van Europa’ zal meer en meer duidelijk worden voor de Europese arbeiders.

Hoe vergiftigt de sociaaldemocratie het bewustzijn der Europese arbeiders? Wij zijn, zegt ze hen, een door de vrede van Versailles verbrokkeld, verdeeld Europa. Zonder Amerika kunnen wij niet leven. Maar de Europese communistische partij zal zeggen: gij liegt, wij kunnen het wanneer wij willen. Wie verplicht ons een verbrokkeld Europa te zijn? Wij kunnen een innig verbonden Europa worden. Het revolutionair proletariaat kan Europa één maken. Het veranderen in de proletarische Verenigde Staten van Europa. Amerika is machtig. Tegenover Engeland, dat zich steunt op zijn over de gehele wereld verspreide koloniën, is Amerika almachtig. Maar tegenover een verenigd boeren- en arbeiders Europa, omgevormd in een enkele Sovjet-Unie met Rusland, zal Amerika onmachtig zijn.

Dit voelt het Amerikaanse kapitaal. Groter vijand van het bolsjewisme bestaat er niet. De politiek van Hughes is geen gril, geen fantasie, het is de wilsuitdrukking van het Amerikaanse kapitaal dat in de periode van openlijke strijd voor de wereldheerschappij treedt. Het stuit reeds op ons omdat de wegen die naar China en Siberië voeren door de Stille Oceaan leiden. Het Amerikaans imperialisme koestert de hoop, Siberië te kunnen koloniseren.

Maar daar staat een wacht. Wij hebben het monopolie van de buitenlandse handel. Wij hebben de socialistische basissen van de economische politiek. Daar is de eerste hinderpaal voor het Amerikaans kapitaal. En wanneer dit laatste, dankzij zijn politiek der ‘open deur’, in China binnendringt, vindt het bij de volksmassa’s niet de godsdienst van het amerikanisme, maar het politiek programma van het bolsjewisme in het Chinees vertaald. Het zijn niet de namen van Wilson, Harding, Coolidge, Rockefeller of Morgan die op de lippen der Chinese boeren en koelies liggen. In China en in heel het Oosten is het de naam van Lenin die men met geestdrift uitspreekt. Alleen met de ordewoorden van vrijmaking der volkeren, kunnen de Verenigde Staten de macht van Engeland ondermijnen. Die ordewoorden dienen hen slechts om een sluier over hun veroveringspolitiek te werpen. Maar in het Oosten zijn er benevens de Amerikaanse consul, professor, handelaar en journalist, strijders, revolutionairen, die in hun taal het ontvoogdingsprogramma van het bolsjewisme wisten te vertalen. Overal, zowel in Europa als in Azië, stuit het Amerikaanse imperialisme op het revolutionair bolsjewisme. bolsjewisme en Amerikaans imperialisme zijn de twee factoren van de hedendaagse geschiedenis.

In 1919, op het ogenblik van de aankomst van Wilson in Europa, toen heel de burgerpers over Wilson en Lenin sprak, zei ik schertsende tot deze laatste: ‘Lenin en Wilson, ziedaar de twee profetische beginselen van de hedendaagse geschiedenis’. Vladimir Ilitch begon te lachen. Ik zelf voorzag toen niet tot op welk punt die scherts door de geschiedenis zou gewettigd worden. Het leninisme en het Amerikaans imperialisme zijn de twee enige beginselen die voor het ogenblik in Europa aan het strijden zijn, en van de uitslag van die strijd hangt het lot van de mensheid af.

Onze Amerikaanse vijand is veel machtiger en bezit veel meer eenheid dan onze over geheel Europa verspreide vijanden, maar hij verenigt de Europese arbeiders. Het is echter juist in die vereniging dat onze kracht geborgen ligt. De wedersamenstelling van de IIe Internationale is slechts de aanwijzing van het feit dat het Europees proletariaat verplicht is zich op groter schaal te groeperen en niet meer in het nationaal, maar in het internationaal kader te strijden. En naarmate de arbeidersmassa’s de noodzakelijkheid van de weerstand voelen en de basissen van die weerstand uitbreiden, zijn het de revolutionaire ideeën die de bovenhand nemen. Hoe meer die ideeën revolutionair zijn, des te gunstiger is het terrein voor het bolsjewisme. Iedere overwinning van het Amerikanisme zal er toe bijdragen de strijd voor het bolsjewisme te centraliseren en uit te breiden. De toekomst is aan ons.

Aangezien ik spreek tot een vergadering bijeengeroepen door de Vereniging der vrienden van de Faculteit van Wis- en Natuurkunde, zult ge mij toestaan u te zeggen dat mijn revolutionaire marxistische kritiek van het amerikanisme niet betekent dat wij dit laatste in blok veroordelen, dat wij er van afzien om bij de Amerikanen het goede dat zij bezitten te gaan leren. Wij missen hun techniek en hun werkmethoden. Het vereiste van de techniek is de wetenschap: natuurlijke wetenschappen, natuur- en wiskunde, enz. Op dit punt echter moeten wij ons tot elke prijs zo dicht mogelijk bij de Amerikanen weten te brengen. Wij moeten het bolsjewisme naar de Amerikaanse manier pantseren. Tot nu toe hebben wij kunnen weerstaan. Nochtans kan de strijd dreigender afmetingen aannemen. Het is voor ons gemakkelijker om ons op Amerikaanse wijze te pantseren, dan voor het Amerikaans kapitaal Europa en de ganse wereld op een juist voldoend rantsoen te brengen. Wanneer wij ons met de natuurkunde, de wiskunde en de techniek pantseren; wanneer wij onze nog zwakke socialistische nijverheid amerikaniseren, kunnen wij met een vertiendubbelde zekerheid zeggen dat de toekomst geheel en bepaald aan ons is. Het geamerikaniseerd bolsjewisme zal over het Amerikaans imperialisme zegevieren en het verpletteren. (Toejuichingen).

Europa en Amerika

(Rede uitgesproken op 15 februari 1926)

De twee polen der arbeidersbeweging
Het volmaakt type van het reformisme

Er zijn in de hedendaagse internationale arbeidersbeweging twee polen die met een duidelijkheid zonder voorgaande, twee essentiële strekkingen van de werkende klasse van de gehele wereld bepalen. Een pool, de revolutionaire pool bevindt zich bij ons, de andere, de reformistische pool ligt in de Verenigde Staten. De Amerikaanse arbeidersbeweging openbaart, gedurende de twee of drie laatste jaren, de vormen en methoden van volmaakt reformisme, dat wil zeggen, een politiek van overeenkomst met de burgerij.

In het verleden zagen wij de politiek van klassenovereenkomst, wij zagen ze door de ogen van de geschiedenis en ook door onze eigen ogen. Voor de oorlog dachten wij — en dat was juist — dat het volmaakt model van opportunisme door Engeland, dat het volkomen type van conservatief trade-unionisme voortbracht, gegeven werd. Nu staat het Engels trade-unionisme van het klassiek tijdperk, dat wil zeggen, van de helft der XIXe eeuw tot het huidig Amerikaans opportunisme zoals de handwerker staat tot de Amerikaanse fabriek. In de Verenigde Staten hebben wij nu een uitgebreide beweging van ‘Company Unions’, dat wil zeggen, van organisaties die in tegenstelling met de trade-unions, niet alleen arbeiders, maar ook de werkgevers of liever de vertegenwoordigers van die beide groeperen. Anders gezegd, het verschijnsel dat plaats had op het ogenblik van de corporatieve organisatie van de voortbrengst en dat vervolgens verdween heeft nu gans nieuwe vormen aangenomen in het land waar het kapitaal het machtigst is. Ik geloof dat Rockefeller de inrichter was van die beweging voor de oorlog. Maar het is slechts in de laatste tijd, vanaf 1923, dat deze beweging zich uitbreidt tot de machtigste consortiums van Noord-Amerika. De Amerikaanse Federatie van de Arbeid, de officiële vakorganisatie van de arbeidersaristocratie, nam onder een zeker voorbehoud aan die beweging deel; beweging die de algehele en definitieve erkenning van de eenheid van belangen van de arbeid en het kapitaal betekent, en ook de verloochening van de noodzakelijkheid van onafhankelijke klasseorganisaties van het proletariaat, zelfs voor het bereiken van de onmiddellijke verbeteringen.

Men stelt op het ogenblik in de Verenigde Staten de ontwikkeling van arbeidersspaarbanken, arbeiders en verzekeringsmaatschappijen vast, waar de vertegenwoordigers van de arbeid en het kapitaal zij aan zij zetelen. Onnodig te zeggen dat het idee hetwelk men zich vormt over de Amerikaanse lonen, als zouden die een goede welstand verzekeren, uiterst overdreven is. Nochtans kunnen de bovenste lagen der arbeiders van hun loon sparen. Het kapitaal zamelt de spaargelden door middel van de arbeidersbanken in, en plaatst ze in de ondernemingen van die tak der industrie waar de arbeiders van hun loon sparen. Op die manier verhoogt het zijn bedrijfskapitaal en doet de arbeiders belang hebben in de ontwikkeling van de industrie.

De Amerikaanse Federatie van de Arbeid heeft de noodzakelijkheid van het invoeren der glijdende loonschaal gesteund op de algehele solidariteit der belangen van arbeid en kapitaal erkend. De lonen moeten afwisselen in overeenstemming met de opbrengst van de arbeid en de winsten. Op die manier wordt de theorie der belangensolidariteit van arbeid en kapitaal praktisch versterkt en men heeft een schijnbare gelijkheid in het genieten van het nationaal inkomen. Dit zijn de essentiële economische vormen van die nieuwe beweging die men nauwkeurig moet onderzoeken, om ze te begrijpen.

Wat de Amerikaanse Federatie van de Arbeid betreft, aan wier hoofd Gompers stond en aan wiens naam zij gebonden is, daarvan wordt vastgesteld dat zij gedurende de laatste jaren het grootste deel van haar leden verloren heeft. Zij telt nog slechts 2.800.000 leden, wat een onbeduidend deel van hei Amerikaans proletariaat vertegenwoordigt, in aanmerking genomen dat de nijverheid, de handel en de landbouw van de Verenigde Staten tenminste 25 miljoen loonarbeiders in dienst hebben. Maar de Federatie van de Arbeid heeft niet meer leden nodig. Aangezien haar officiële leer is dat de vraagstukken niet door de strijd der massa’s opgelost worden, maar door een overeenkomst tussen arbeid en kapitaal, idee dat zijn hoogste uitdrukking vond in de Company Unions, kunnen én moeten de trade-unions zich beperken tot de organisatie der aristocratische lagen der werkende klasse, welke in naam van de gehele klasse handelen.

De samenwerking is niet beperkt tot het industrieel en financieel gebied (banken, verzekeringsmaatschappijen). Zij verwezenlijkt zich eveneens volkomen in de binnenlandse en internationale politiek. De Federatie van de Arbeid en de Company Unions aan dewelke zij innig gebonden is en waarop zij rechtstreeks en onrechtstreeks steunt, voeren een hevige strijd tegen het socialisme en in het algemeen tegen de revolutionaire leerstelsels van Europa, waaronder zij die van de IIe Internationale van Amsterdam rangschikken. De Federatie van de Arbeid maakte een nieuwe aanpassing van de leer van Monroe ‘Amerika aan de Amerikanen’, door ze op de volgende manier uit te leggen: ‘Wij kunnen en willen u onderwijzen, Europees gepeupel, maar steek uw neus niet in onze zaken.’ Hierin bootst de Federatie de burgerij na. Vroeger verklaarde deze laatste ‘Europa aan de Europeanen, Amerika aan de Amerikanen’. Nu beduidt de leer van Monroe, het verbod voor de anderen zich met de zaken van Amerika te bemoeien, maar niet het verbod voor Amerika zich in de zaken der andere werelddelen te mengen. Amerika aan de Amerikanen, Europa inbegrepen!

De Amerikaanse Federatie van de Arbeid heeft nu een pan-Amerikaanse Federatie gesticht, dat wil zeggen, een federatie die zich ook over Zuid-Amerika uitstrekt, en voor het Noord-Amerikaans imperialisme de baan breekt naar het Latijns Amerika. De beurs van New York kon geen beter politiek wapen vinden. Maar het betekent tezelfdertijd dat de strijd der Zuid-Amerikaanse volkeren tegen het imperialisme van het Noorden dat hen verdrukt, eveneens een strijd tegen de verderfelijke invloed der pan-Amerikaanse Federatie zal zijn.

Zoals ge weet, staat de door Gompers geschapen organisatie buiten de Internationale van Amsterdam, die voor haar een door revolutionaire vooroordelen vergiftigde organisatie is, een organisatie van het in verval verkerende Europa. De Amerikaanse Federatie blijft buiten Amsterdam zoals het Amerikaans kapitaal buiten de volkerenbond blijft. Maar dit belet het Amerikaans kapitaal niet de Volkenbond te bevelen, noch de Amerikaanse Federatie de reactionaire bureaucratie van de Internationale van Amsterdam tot zich te trekken. Hier ook, stelt men een volstrekte overeenkomst tussen het werk van Coolidge en dit van de erfgenamen van Gompers vast.

De Amerikaanse Federatie steunde het plan Dawes, terwijl het Amerikaans kapitaal het verwezenlijkte. In alle delen van de wereld strijdt ze voor de wetten en de aanspraken van het Amerikaans kapitalisme, en bijgevolg voornamelijk en voor alles tegen de Sovjetrepublieken.

Het is een nieuw opportunisme van een hoger type, het is een volmaakt opportunisme, organisch gevestigd in de ‘interklasse’ inrichtingen, in de Company Unions, in de coalitiebanken, in de verzekeringsmaatschappijen — en dit opportunisme bereikte ogenblikkelijk de Amerikaanse uitgestrektheid. Grote kapitalistische ondernemingen werden gesticht die het organiseren van fabriekscomités op paritaire basissen of naar het type van een hoge en lage kamer, enz., ondernamen. Het overeenkomen is gestandaardiseerd, gemechaniseerd en in gang gezet door grote kapitalistische firma’s. Het is een zuiver Amerikaans verschijnsel, het is een soort sociaal opportunisme, door hetwelk zich automatisch de verknechting van de werkende klasse versterkt.

De economische macht der Verenigde Staten, als basis van het opportunisme

Men kan zich afvragen waarom het Amerikaans kapitaal dit nodig heeft. Het antwoord schijnt vanzelfsprekend wanneer men de huidige macht van het Amerikaans kapitaal en ook de plannen die het koestert in aanmerking neemt. Voor het Amerikaans kapitaal is Amerika slechts een begrensd en beperkt arbeidsveld, het is een versterkte plaats voor nieuwe verrichtingen op grote geweldige schaal. Het is voor de Amerikaanse burgerij een noodzakelijkheid haar veiligheid in die ver sterkte plaats te verzekeren, bij middel van het opportunisme onder zijn volmaaktste en volledigste vormt om zodoende zich met meer zekerheid naar buiten te kunnen ontwikkelen.

Op welke manier is het voor het ogenblik mogelijk dit gestandaardiseerd opportunisme te verwezenlijken, na de imperialistische slachting waaraan de Verenigde Staten deelgenomen hebben; nu dat de arbeiders van alle landen over een belangrijke ondervinding beschikken? Om die vraag te beantwoorden moet men rekening houden met de macht van het Amerikaans kapitaal, waarmee men niets in het verleden vergelijken kan.

Het kapitalistisch regime deed veel proefnemingen in verschillende streken van Europa, en in verschillende delen van de wereld. Heel de geschiedenis der mensheid kan aanzien worden als een netwerk van pogingen om de sociale organisatie van de arbeid die eerst aartsvaderlijke, dan gegrondvest op de slavernij, daarna op de lijfeigenschap, en eindelijk op het kapitalisme, te scheppen om te vormen, te verbeteren, te verheffen. Het is met het kapitalistisch regime dat de geschiedenis het grootste aantal proefnemingen deed, en dit eerst en vooral en op de meest verschillende manier in Europa. Maar de grootste poging en de best gelukte komt aan Noord-Amerika toe. Dat men er aan denke: Amerika werd ontdekt op het einde van de XVe eeuw wanneer Europa reeds een lange geschiedenis had. In de XVIe, XVIIe en XVIIIe eeuwen en gedurende een groot deel van de XIXe eeuw, waren de Verenigde Staten een verafgelegen land, een wereld die aan zich zelf volstond, een uitgestrekt afgezonderd land dat zich met het overschot van Europese beschaving voedde. Intussen vormde en ontwikkelde zich dit land van onbeperkte mogelijkheden. De natuur had in Amerika al de voorwaarden van een machtige economische ontwikkeling geschapen. Europa wierp in groot aantal naar de overzijde van de oceaan, de meest werkzame, de meest geharde elementen van zijn bevolking, die elementen welk het meest geschikt waren voor de ontwikkeling der productieve krachten. Wat waren de Europese revolutionaire bewegingen met godsdienstig of politiek karakter? Het was de strijd der vooraanstaande elementen, voornamelijk van de kleine burgerij en daarna van de arbeiders, tegen de overblijfselen van de feodaliteit en de godsdienst die de ontwikkeling van de productieve krachten in de weg stonden. Al wat Europa wegwierp stak de oceaan over. Het kruim der Europese natie, de meest actieve elementen, die ten koste van elke prijs hun weg wilden banen, vielen in dit midden waar die historische warboel niet bestond, maar waar de maagdelijke natuur in haar onuitputbare weelderigheid heerste. Dit is de basis van de ontwikkeling van de Amerikaanse techniek, van de Amerikaanse rijkdom.

De mens ontbrak aan de onuitputbare natuur. De arbeidskracht was het duurste dat zich in Amerika bevond. Van daar het mechaniseren van de arbeid. Het princiep van de kettingarbeid moet niet aan het toeval toegeschreven worden. Het drukt de neiging uit de mens door de machine te vervangen, de arbeidskracht te vermenigvuldigen en automatisch alle transport te verrichten.

Dit alles kan slechts door een ketting zonder einde gedaan worden en niet door de ruggengraat van de mensen. Dit is het princiep van het kettingstelsel. Waar heeft men de graanzuiger uitgevonden? In Amerika ten einde de man die een zak graan op zijn rug draagt te kunnen missen. En de pijpleidingen? In de Verenigde Staten telt men 100.000 km pijpleidingen, het is te zeggen vervoerders van vloeibare stoffen. De ketting zonder einde die het vervoer binnen in de fabriek verwezenlijkt en waarvan het beste model de Fordorganisatie is, is aan iedereen bekend.

Amerika kent het aanleren van een vak bijna niet: men verliest er zijn tijd niet met aan te leren, de arbeidskracht is er te duur; het aanleren wordt er vervangen door een verdeling van het werk in uiterst kleine delen die geen of bijna geen aanleren vergen. En wie verenigt al de delen van het arbeidsproces? Het is de ketting zonder einde, de transporteur. Zij leert aan. In zeer korte tijd, wordt een jonge boer van Zuid-Europa, van de Balkanstaten of van Oekraïne in een industrieel arbeider herschapen.

Het in serie voortbrengen is zoals de standaard, aan de Amerikaanse techniek verbonden: het is de massaproductie. De artikelen en producten voor de hogere klasse bestemd, aangepast aan de persoonlijke smaak, worden beter door Europa vervaardigd. Het fijne linnen wordt door Engeland geleverd. Juwelen, handschoenen, reukwerk, enz., komen uit Frankrijk. Maar wanneer het een massaproductie geldt, die voor een uitgebreide markt bestemd is, dan is Amerika, Europa ver vooruit. Ziedaar waarom het Europees socialisme de techniek op de Amerikaanse schaal leren zal.

De Amerikaanse staatsman Hoover, de beste op het economisch gebied, spant zich zeer in voor de standaardisering der gefabriceerde producten. Hij heeft reeds meerdere tientallen contracten met de belangrijkste trusts voor de productie van gestandaardiseerde artikelen gesloten. Onder die artikelen vindt men de kinderwagens en de doodkisten, zodanig dat de Amerikaan in de standaard geboren wordt en erin sterft. (Gelach en toejuichingen.) Ik weet niet of het gemakkelijker is, maar het is in ieder geval 40 % goedkoper.

De Amerikaanse bevolking telt, dank zij de inwijking, veel meer voor de arbeid geschikte elementen (45 %) dan de Europese, eerst en vooral omdat de verhouding tussen de ouderdom verschilt. Het productiecoëfficiënt van de natie is bijgevolg veel hoger. Het coëfficiënt wordt bovendien nog verhoogd door de grotere productie van iedere arbeider. Dank zij de mechanisatie en de meer rationele inrichting van de arbeid, graaft de Amerikaanse mijnwerker twee en half maal meer kolen en ijzererts dan de Duitse. De landbouwer brengt tweemaal meer voort dan in Europa. Dit zijn de resultaten van de organisatie van de arbeid.

Men zei van de oude bewoners van Athene dat het vrije mannen waren omdat eenieder vier slaven had. Ieder inwoner der Verenigde Staten heeft vijftig slaven, maar mechanische. Met andere woorden, indien men de motoren, de paardenkrachten (HP) in menselijke kracht omrekent, ziet men dat ieder burger der Verenigde Staten vijftig mechanische slaven bezit. Dit belet natuurlijk niet dat de Amerikaanse economie op levende slaven, op gesalarieerde proletariërs berust.

Het nationaal inkomen der Verenigde Staten vertegenwoordigt jaarlijks 60 miljard dollars. Het jaarlijks gespaarde, het is te zeggen, hetgeen na alle nodige uitgaven overblijft, bedraagt 6 à 7 miljard dollars. Ik spreek alleen over de Verenigde Staten, het is te zeggen, dat wat men zo in de oude schoolboeken noemt. In werkelijkheid zijn de Verenigde Staten uitgestrekter en rijker. Canada, het weze gezegd zonder de Britse kroon te beledigen, is een deel der Verenigde Staten. Wanneer men het jaarboek van het handelsdepartement der Verenigde Staten neemt, zal men zien dat de handel met Canada bij de binnenlandse handel gerekend wordt, en dat Canada er, beleefd en op enigszins ontduikende wijze, de noordelijke verlenging der Verenigde Staten genoemd wordt (gelach). Zonder de zegening door de Volkerenbond, die men ten andere niet raadpleegde en met reden, men heeft het boeken van die burgerlijke akte niet van node (gelach, toejuichingen). De aantrekking- en afstotingskrachten, werken bijna automatisch: het Engels kapitaal omvat ternauwernood 10 t.h. van de Canadese nijverheid, het Amerikaans kapitaal neemt meer dan een derde in en die verhouding stijgt aanhoudend. De Engelse invoer in Canada wordt geschat op 160 miljoen dollars, die van Amerika op bijna 600 miljoen. Voor vijfentwintig jaar voerde Engeland er vijf maal meer dan de Verenigde Staten in. De meerderheid der Canadezen voelt zich Amerikaan, met uitzondering, oh ironie, van het Franse gedeelte van de bevolking dat zich diep Engels voelt (gelach). Australië ondergaat dezelfde evolutie als Canada, maar blijft ten achter op dit laatste. Het zal aan de zijde staan van het land dat het met zijn vloot tegen Japan verdedigen zal, en dat voor die dienst het minste nemen zal. In die wedstrijd is in een dichtbije toekomst de zege aan de Verenigde Staten verzekerd. In ieder geval, indien een oorlog tussen Amerika en Engeland uitbrak, zou Canada, ‘Engelse bezitting’, een reservoir van mensenmateriaal en voorraad voor Amerika tegen Engeland zijn. Dit is een publiek geheim.

Dit is in zijn hoofdtrekken de materiële macht van de Verenigde Staten. Het is die macht die hun toelaat de oude methoden van de Engelse burgerij toe te passen: de werkersaristocratie vetmesten om het proletariaat aan de leiband te houden, methode die zij tot een graad van volmaaktheid brachten, waaraan de Britse burgerij nooit had durven denken.

Europa’s en Amerika’s nieuwe rollen

Deze laatste jaren verplaatste zich de economische spil van de wereld in grote mate. De betrekkingen tussen Amerika en Europa zijn geheel en al veranderd. Het is het resultaat van de oorlog. Natuurlijk, was die evolutie sedert lang voorbereidt. Zekere kentekens duidden haar aan, maar het is slechts zeer kortelings dat zij een voltrokken feit werd; en nu trachten wij ons rekenschap te geven van die geweldige verandering die plaats had in de menselijke economie en bijgevolg in de menselijke cultuur. Een Duits schrijver herinnerde dienaangaande, de woorden van Goethe, de geweldige indruk beschrijvende die de theorie van Copernicus op zijn tijdgenoten maakte en volgens dewelke het niet de zon is die rond de aarde draait, maar wel de aarde rondom de zon, als een planeet van middelbare grootte. Talrijk waren degene die geen geloof aan die theorie wilden hechten. Het geocentrisch patriottisme voelde zich gekwetst. Hetzelfde geldt nu voor Amerika. De Europese burger wil niet geloven dat hij op de achtergrond geschoven is, dat het de Verenigde Staten zijn die de meesters van de kapitalistische wereld zijn.

Ik duidde reeds de natuurlijke en historische oorzaken aan die deze geweldige verplaatsing der economische krachten voorbereidde. Maar de oorlog was nodig om opeens Amerika te verheffen, Europa te doen dalen en de wereldspil schielijk te verplaatsen. De oorlog die het verval en het tenietgaan van Europa veroorzaakte, kwam Amerika met ongeveer 25 miljard ten goede. Wanneer men in ogenschouw neemt dat de Amerikaanse banken op het ogenblik 60 miljard dollars bezitten, is die som van 28 miljard dollars betrekkelijk gering. Bovendien werden 10 miljard dollars aan Europa geleend. Met de niet betaalde interesten werden die 10 miljard er 12 en nu begint Europa, Amerika voor zijn eigen ondergang te betalen.

Dit is het mechanisme dat aan de Verenigde Staten toeliet zich boven al de oude naties te verheffen en meester over hun bestemming te worden. Dit land, waarvan de bevolking 115 miljoen zielen bedraagt, beschikt geheel en al over Europa, uitgenomen wel te verstaan over de Sovjet-Unie. Onze beurt kwam niet en wij weten dat zij nooit komt (toejuichingen). Maar onze bevolking niet mee gerekend, blijven er nog 345 miljoen Europeanen door Amerika, het is te zeggen, door een driemaal kleinere bevolking onderdrukt.

De nieuwe rollen der volkeren zijn bepaald door de rijkdom van ieder van hen. De schatting der rijkdommen der verscheidene staten zijn niet heel nauwkeurig, maar nagenoeg juiste getallen zullen ons volstaan. Nemen we Europa en de Verenigde Staten zoals zij voor 50 jaar waren, het is te zeggen, op het ogenblik van de Frans-Duitse oorlog. Het bezit der Verenigde Staten werd toen op 30 miljard dollars geschat, dit van Engeland op 40 miljard, dit van Frankrijk op 33 en dit van Duitsland op 38. Zoals men ziet was het verschil tussen die vier landen niet heel groot. Ieder van hen bezat 30 à 40 miljard en van de vier rijkste landen der wereld kwamen de Verenigde Staten achteraan. Wat is echter de huidige toestand, vijftig jaar, een halve eeuw later? Tegenwoordig is Duitsland armer dan in 1872 (36 miljard), Frankrijk is ongeveer twee maal rijker (68 miljard), Engeland insgelijks (89 miljard), wat het bezit der Verenigde Staten betreft, het wordt op 320 miljard dollars gebracht. Aldus, van de Europese landen die ik genoemd heb, is er een op zijn vroegere hoogte terug gekomen, twee andere hebben hun rijkdommen verdubbeld, en de Verenigde Staten werden elf maal rijker. Ziedaar waarom, terwijl zij 15 miljard voor de ondergang van Europa uitgaven, de Verenigde Staten hun doel volledig bereikten.

Vóór de oorlog was Amerika de schuldenaar van Europa. Dit laatste was, om zo te zeggen de bijzonderste fabriek en het bijzonderste stapelhuis van de wereld. Bovendien was het dank zij in het bijzonder Engeland de grootste bankier van de wereld. Die drie voorrangen behoren nu Amerika toe. Europa staat op het achterplan. Het bijzonderste fabriek, de bijzonderste bank, het bijzonderste stapelhuis dat zijn de Verenigde Staten.

Het goud zoals men weet speelt een zekere rol in de kapitalistische maatschappij. Lenin schreef dat onder het socialistisch regime het goud als materiaal voor zekere openbare gebouwen dienen zou. Maar onder het kapitalistisch regime, bestaat er niets verhevener dan een met goud gevulde kelder van een bank. Welk is de goudvoorraad van Amerika? Vóór de oorlog was ze, als ik me niet bedrieg, 1.900 miljoen; op 1 januari 1925 beliep zij 4 en half miljard dollars, ongeveer 50 % van de wereldvoorraad, op het ogenblik bereikt die verhouding een minimum van 60 t.h.

Wat werd er echter van Europa terwijl Amerika 60 t.h. van het op de wereld aanwezige goud in zijn handen verzamelde? Het verviel. Het begaf zich in de oorlog omdat het Europees kapitalisme zich bekneld gevoelde in het kader der nationale Staten. Het kapitaal trachtte deze kaders te verruimen en zich een uitgestrekter arbeidsveld te scheppen; het werkzaamste in dit geval was het Duits kapitaal, dat zich tot doel gesteld had ‘Europa te organiseren’, de tolgrenzen uit de weg te ruimen. Wat was echter het resultaat van de oorlog? Het verdrag van Versailles heeft in Europa 17 nieuwe staten en min of meer onafhankelijke grondgebieden geschapen, 7.000 km. nieuwe grenzen, tolgrenzen in evenredigheid, en aan weerszijden van die nieuwe grenzen, legerposten en troepen. In Europa zijn er voor het ogenblik een miljoen soldaten meer dan voor de oorlog. Om tot dit resultaat te komen, vernietigde Europa een geweldige massa stoffelijke waarden, en verarmde zich ontzaglijk.

Meer nog, voor al zijn ongelukken, voor zijn economisch verval, voor zijn nieuwe tolgrenzen, die zijn handel ‘belemmeren, voor zijn nieuwe grenzen en troepen, voor zijn verbrokkeling, zijn ondergang, zijn vernedering, voor de oorlog en de vrede van Versailles, moet Europa aan Amerika de interesten van zijn oorlogsschulden betalen.

Europa is verarmd. De hoeveelheid grondstoffen die het verwerkt is 10 % kleiner dan wat ze vóór de oorlog was. De invloed van Europa in de wereldeconomie verminderde ontzaglijk. Het enig stabiel ding in het huidig Europa is de werkloosheid. Opmerkenswaardig feit: in hun zoeken naar reddingsmiddelen hebben de burgerlijke economisten uit de archieven de meest reactionaire theorieën van het tijdperk der primitieve accumulatie opgegraven; het is in het malthusianisme en de uitwijking dat zij de afdoende geneesmiddelen tegen de werkloosheid zien. Op het ogenblik van zijn bloei, had het zegevierend kapitalisme die theorieën niet nodig. Maar nu dat het door ouderdom, onbekwaamheid, verstijving aangetast is, vervalt het geestelijk tot kindsheid en komt tot de oude ervaringsleer terug.

De imperialistische uitbreiding van de Verenigde Staten

Gezien de macht der Verenigde Staten en de verzwakking van Europa, is een nieuwe verdeling der krachten, der invloedssferen en der wereldmarkten onvermijdelijk. Amerika moet zich uitzetten en Europa inkrimpen. Dit is de resultante van het fundamenteel proces, dat zich in de kapitalistische wereld voltrekt. De Verenigde Staten begeven zich op alle wegen, en overal nemen zij het offensief. Zij handelen op een zuiver ‘vredelievende’ manier, dat wil zeggen zonder het gebruik van een gewapende macht, zonder ‘bloedvergieten’, zoals de heilige Inquisitie zegde wanneer zij de ketters levend verbrandde; zij breiden zich vredelievend uit omdat hun tegenstrevers knarsetandend stap voor stap voor die nieuwe macht achteruit wijken, zonder haar openlijk te durven weerstaan. Dit is de basis van de vredelievende politiek der Verenigde Staten. Hun bijzonderste werktuig is nu het financieel kapitaal met een goudvoorraad van 9 miljard roebel. Het is een vreselijke macht die alles op haar weg wegvaagt in al de delen van de wereld en bijzonder in het verarmde en verwoeste Europa. Leningen toestaan of weigeren, is in vele gevallen voor een of ander land van Europa, beslissen over het lot niet alleen van de aan het bewind zijnde partij maar ook van het burgerlijk regime. Tot nu toe hebben de Verenigde Staten 10 miljard dollar in de economie van de andere landen gestoken. Van die tien werden er twee aan Europa toegestaan en gevoegd bij de 10 andere welke voorheen voor de verwoesting van Europa verstrekt werden. Nu, men weet het, worden de leningen voor de ‘heropbouw’ van Europa toegestaan. Vernieling, daarna heropbouw: twee verrichtingen die elkaar volledigen: want de interesten der sommen bestemd voor het ene als voor het andere gaan naar dezelfde vergaarbak. Bovendien plaatsten de Verenigde Staten kapitalen in Latijns-Amerika, dat vanuit economisch standpunt meer en meer een bezitting van Noord-Amerika wordt. Na Zuid-Amerika is Canada het land dat de meeste kredieten bekwam, daarna komt Europa. De andere delen van de wereld bekwamen veel minder.

Die som van 10 miljard is geweldig klein voor een zo machtig land als de Verenigde Staten, maar zij vermeerdert snel, en om het mechanisme van dit proces te verstaan, moet men zich in het bijzonder rekenschap geven van het ritme van die versnelling. Gedurende de zeven jaren die de oorlog volgden stelden de Verenigde Staten de vreemde in het bezit van ongeveer 6 miljard dollar: bijna de helft van die som werd de twee laatste jaren geleverd: in 1925 waren de plaatsingen veel groter dan in 1924.

Aan de vooravond van de oorlog hadden de Verenigde Staten nog het vreemd kapitaal nodig; dit kapitaal kregen ze van Europa en plaatsten het in hun industrie. De ontwikkeling van hun productie bracht in een zekere mate de snelle samenstelling van een financieel kapitaal mee. Om dit financieel kapitaal te verkrijgen waren voorafgaandelijk ontzaglijke kapitaalbeleggingen en een geweldige vermeerdering van de bewerktuiging nodig, maar in de Verenigde Staten eenmaal dit proces begonnen ontwikkelt het zich sneller en sneller. Wat voor twee of drie jaar nog in het domein der vooruitzichten was, verwezenlijkt zich nu voor onze ogen. Maar het is slechts het begin. De campagne van het Amerikaans geldkapitaal voor de verovering van de wereld begint in werkelijkheid slechts morgen.

Een uiterst betekenisvol feit: in de loop van het laatste jaar, verliet het Amerikaans kapitaal meer en meer de regeringsleningen voor de industriële leningen. De zin van die evolutie is duidelijk: ‘Wij gaven u het regime van het Dawesplan, wij gaven u de mogelijkheid uw nationaal devies te herstellen in Duitsland en in Engeland; wij zullen erin toestaan het tegen zekere voorwaarden in Frankrijk te doen, maar dat is slechts een middel om ons doel te bereiken, ons doel echter is de hand op uw economie te leggen.’ Een dezer dagen las ik in de Tag, orgaan van de Duitse metaalnijverheid, een als volgt getiteld artikel: Dawes of Dillon. Dillon is een van de nieuwe condottieri die het Amerikaans kapitaal voor de verovering van Europa uitzendt. Engeland baarde Cecil Rhodes, zijn laatste koloniale avonturier die in Zuid-Afrika een nieuw land stichtte. Cecil Rhodessen worden nu in Amerika geboren, niet voor Zuid-Afrika, maar voor Midden-Europa. Dillon heeft als taak de Duitse metaalnijverheid aan lage prijs te kopen. Tot dit doel bracht hij enkel 50 miljoen dollar te samen - Europa verkoopt zich niet duur - en met die 50 miljoen dollar op zak houdt hij niet stil voor de Europese barelen, die de grenzen van Duitsland, Frankrijk, Luxemburg zijn. Hij wil de erts en de steenkool verenigen, hij wil een gecentraliseerde Europese trust vormen, hij bekommert zich niet om de politieke aardrijkskunde, ik geloof zelfs dat hij ze niet kent. Tot wat zou dit ook dienen? 50 miljoen dollar in het huidig Europa zijn meer waard dan gelijk welke aardrijkskunde (gelach). Zijn inzicht, zegt men, is de metaalnijverheid van Midden-Europa in een enkele trust te verenigen, en ze daarna tegenover de Amerikaanse staaltrust, waarvan Harry koning is, te stellen. Zodanig dat wanneer Europa zich tegen de Amerikaanse staaltrust verdedigt, het in werkelijkheid slechts het werktuig is van een der twee Amerikaanse consortiums die elkaar bevechten, om zich op een gegeven ogenblik te verenigen, teneinde het op een meer rationele wijze te kunnen uitbuiten. Dawes of Dillon, er is geen andere keus, zoals het orgaan van de Duitse metaalnijverheid het zegt. Met wie meegegaan? Dawes is een tot de tanden gewapende schuldeiser. Met hem kan men niet onderhandelen. Dillon is, in zekere mate, een vriend, van een heel bijzondere type weliswaar, maar die ons misschien niet wurgen zal... Het artikel eindigt met volgende opmerkenswaardige zin: ‘Dawes of Dillon, dit is voor Duitsland het hoofdvraagstuk van 1926’.

De Amerikanen verzekeren zich reeds, door de aankoop van aandelen, de controle van de vier voornaamste Duitse banken. De Duitse benzine-industrie heeft zich klaarblijkelijk aan de Amerikaanse ‘Standard-Oil’ vastgeklampt. De zinkmijnen die vroeger aan een Duitse firma toebehoorden, zijn overgegaan in de handen van Harriman, die daardoor de controle van het ruw zink op de ganse wereldmarkt bekomt.

Het Amerikaans kapitaal werkt in het groot en in het klein. In Polen treft de Zweeds-Amerikaanse luciferstrust haar eerste voorbereidende maatregelen. In Italië gaat men verder. De contracten die de Amerikaanse firma’s met Italië tekenen, zijn hoogst belangrijk. Men belast om zo te zeggen Italië om de markt van het nabije Oosten te beheren. De Verenigde Staten zullen dan zelf afgewerkte producten naar Italië sturen, opdat dit laatste ze aan de smaak van de verbruiker aanpassen zou. Amerika heeft geen tijd zich met de bijzaken bezig te houden. Het levert gestandaardiseerde producten. Een almachtige trans-Atlantische ondernemer komt tot de ambachtsman der Apennijnen en zegt hem: ‘Ziedaar al wat ge nodig hebt, maar maak het wat schoner en voeg het naar de smaak der Aziaten. ’

Frankrijk kwam nog zo ver niet. Het blijft koppig tegenstribbelen. Maar het zal duimen moeten leggen. Het zal zijn munt moeten stabiliseren, dat wil zeggen, zijn hoofd door de strop van Amerika moeten steken. Iedere staat wacht aan het winket van Uncle Sam zijn beurt af (gelach).

Wat hebben de Amerikanen uitgegeven om zulk een plaats te bemachtigen? Een uiterst geringe som. De plaatsingen in de vreemde belopen 10 miljard, zonder de oorlogschulden mee te rekenen. Europa bekwam 2,5 miljard, en Amerika begint het reeds als veroverd land te behandelen. Nochtans, hetgeen de Amerikanen in de economie van Europa belegden, vertegenwoordigt slechts het honderdste deel van het totaal fortuin van dit laatste. Wanneer de balans in evenwicht is, is een klein tikje voldoende om haar naar een zijde te doen overslaan. De Amerikanen gaven dit tikje en reeds zijn ze de meesters. Europa heeft gebrek aan de voor zijn herstel vereiste kapitalen en het voor het reeds herstelde deel van zijn economie vereiste bedrijfskapitaal. Het heeft gebouwen en materiaal die honderden miljoenen waard zijn, maar het heeft gebrek aan een tiental miljoenen om het werktuig in beweging te zetten. De Amerikaan komt aan, hij heeft de tien miljoen en stelt zijn voorwaarden. Hij is als thuis, hij is de meester.

Men gaf mij een uiterst interessant artikel van een van die nieuwe Cecil Rhodessen die Amerika nu doet oprijzen, en waarvan wij de namen moeten leren kennen. Het is wel niet heel aangenaam, maar er is niets aan te doen. Wij hebben wel de naam van Dawes geleerd. Dawes is geen duit waard, maar heel Europa is onmachtig tegenover hem. Morgen zullen wij de naam van Dillon, of deze van Max Wirkler, ondervoorzitter van de ‘Financie-Dienst-Maatschappij’, leren kennen. Alles wat mogelijk is op de aardbol te bemachtigen, dat heet zich met de financie-dienst bezig te houden (gelach, toejuichingen). Max Wirkler spreekt van de financiële dienst in dichterlijke, bijna bijbelse taal.

‘Wij houden ons bezig, zegt hij, met de regeringen, de lokale en gemeentelijke overheden en de bijzondere corporaties te financieren. Het Amerikaanse geld liet toe Japan, na de aardbeving, te herstellen; de Amerikaanse fondsen lieten toe Duitsland en Oostenrijk-Hongarije te verslaan en speelden een zeer belangrijke rol in de heropleving van die landen’.

Men begint met te verwoesten, daarna herstelt men. En voor de ene, evenals voor de andere verrichting strijkt men een eerlijk commissieloon op. Alleen de aardbeving in Japan had klaarblijkelijk plaats zonder de medewerking van het Amerikaans kapitaal. (Gelach). Maar luister naar het volgende.

‘Wij staan leningen toe aan de Hollandse koloniën en aan Australië, aan de regering en aan de steden van Argentinië, aan de Zuid-Afrikaanse mijnindustrieën, aan de nitraatvoortbrengers van Chili, aan de koffieplanters van Brazilië, aan de katoen- en tabakplanters van Colombia. Wij geven geld aan Peru voor de uitvoering van zijn gezondheidsontwerpen, wij geven geld aan de Deense banken, aan de Zweedse nijveraars, aan de Noorse hydro-elektrische stations, aan de Finse bankinstellingen, aan de mechaniekbouw fabrieken van Tsjecho-Slowakije, aan de spoorwegen van Joegoslavië, aan de openbare werken van Italië, aan de Spaanse telefoonmaatschappijen. ’

Natuurlijk is zulk een opsomming indrukwekkend. Het is de uitwerking van de 60 miljard dollar die zich in de Amerikaanse banken bevinden. Wij zullen die symfonie in de toekomende historische periode nog te horen krijgen.

Kort na de oorlog, toen de Volkerenbond zich samenstelde, toen de pacifisten van al de landen van Europa ieder in hun eigen taal logen, stelde de Engelse economist George Pesch, een van de welmenendste mensen voor, om een lening van de Volkerenbond voor de pacificatie en de heropleving van de ganse mensheid uit te schrijven. Hij berekende dat 35 miljard dollar voor die prachtige onderneming nodig waren en stelde voor dat de Verenigde Staten voor 15 miljard, Engeland voor 5 en de andere landen voor de 15 overblijvende miljarden zouden inschrijven. Volgens dit ontwerp hadden de Verenigde Staten bijna de helft voor die grote lening moeten verstrekken, en aangezien de andere aandelen onder een groot aantal landen zouden verdeeld worden, hadden de Verenigde Staten de controle van de inrichting gehad. De reddende lening had niet plaats, maar dat wat nu plaats grijpt is in de grond een meer afdoende verwezenlijking van hetzelfde plan. De Verenigde Staten bemachtigen stilaan de aandelen die hun de controle van het menselijk geslacht zullen verschaffen. Grote onderneming zeker, maar heel gewaagd. De Amerikanen zullen zich er gauw van overtuigen.

Pacifisme en verwarring

Alvorens voort te gaan, moet ik een zekere verwarring uit de weg ruimen. Het wereldproces dat we bestuderen ontwikkelt zich met zulk een snelheid en neemt zulk een omvang aan dat onze geest moeite heeft om het te vatten, het te omvangen en het te vereenzelvigen. Het moet ons dus niet verwonderen dat in de laatste tijd zich een warme discussie rond dit onderwerp in de internationale pers, zowel proletarische als burgerlijke, ontspon. In Duitsland gaf men verscheidene boeken, in het bijzonder gewijd aan de rol van de Verenigde Staten tegenover het gebalkaniseerd Europa, uit. In de internationale bespreking die rond dit vraagstuk oprees werd ook gewag gemaakt van het verslag dat ik twee jaar geleden op deze tribune uitbracht. Ik heb een Amerikaans arbeiderstijdschrift in de hand dat ik een dezer dagen precies op de bladzijde gewijd aan de betrekkingen tussen Amerika en Europa opsloeg, en mijn ogen vielen bij toeval op de zin betreffende ‘het op rantsoenstellen’. Ik stelde daar natuurlijk belang in, ik las het artikel, en ziehier, kameraden, wat ik tot mijn grote verbazing te lezen kreeg:

‘Trotski is van oordeel dat wij in de periode der vredelievende Anglo-Amerikaanse betrekkingen getreden zijn; de invloed der Anglo-Amerikaanse betrekkingen (volgens Trotski) zal meer tot de consolidatie dan tot de ontbinding van het wereldkapitalisme bijdragen’.

Niet slecht, nietwaar? Helemaal zoals MacDonald.

En verder:

‘De oude theorie van Trotski aangaande het op rantsoenstellen van Europa (waarom oude? ze dagtekent ternauwernood van voor twee jaar) en tot Amerikaans dominion herschapen Europa was gebonden aan deze waardering der Anglo-Amerikaanse betrekkingen. (J. Lovston, maandelijks arbeiderstijdschrift, november 1925).

Wanneer ik die regels gelezen heb, wreef ik me gedurende drie minuten in de ogen, zo groot was mijn verbazing. Waar en wanneer zei ik dat Engeland en Amerika vriendschappelijke betrekkingen onderhielden, en dat dank daaraan zij het Europees kapitalisme zouden herstellen in plaats van het te ontbinden? Wanneer een volwassen communist dergelijke zaken vertelde, zou men hem gewoonweg uit de partij moeten sluiten. Natuurlijk, na die dwaasheden die mij toegeschreven worden gelezen te hebben doorbladerde ik hetgeen ik de gelegenheid had aangaande die kwestie van uit de hoogte van deze tribune te vertellen. Wanneer ik tot de rede terugkeer die ik twee jaar geleden uitsprak, is het niet om aan Lovston en zijns gelijken uit te leggen dat men, wanneer men over een zeker onderwerp schrijft — hetzij in het Engels of in het Frans, in Europa of in Amerika — men weten moet wat men schrijft en waar men de lezer heenleidt, maar wel om aan te tonen dat de manier waarop ik toen het vraagstuk stelde, nog voor vandaag geldt. Ziedaar waarom ik verplicht ben u enige uittreksels van mijn rede voor te lezen.

‘Wat wil het Amerikaans kapitaal? Wat zoekt het?’ vroegen we voor twee jaar. En we antwoordden: ‘Het zoekt, zegt men ons, het evenwicht, de stabiliteit, het wil de Europese markt herstellen. Het wil Europa in staat stellen om te betalen. In welke mate en op welke manier? Onder zijn heerschappij. Wat wil dat zeggen? Dat het Europa toelaten zal zich op te richten, maar binnen goed bepaalde grenzen, dat het Europa beperkte sectors van de wereldmarkt zal voorbehouden. Het Amerikaans kapitaal overheerst tegenwoordig, het beveelt aan de diplomaten. Het bereidt zich insgelijks voor bevelen aan de banken en Europese trusts, aan gans de Europese burgerij te geven.’ Wij zegden voor twee jaar: ‘Het beveelt aan de diplomaten (Versailles, Washington) en bereidt zich voor bevelen aan de banken en trusts uit te delen.’ Vandaag zeggen we: ‘Het beveelt reeds aan de banken en trusts van verscheidene Europese landen, en bereidt zich voor de banken en trusts van de andere kapitalistische landen van Europa te bevelen.’ Ik ga voort: ‘Het zal de markt in sectors verdelen, het zal de werkzaamheid der Europese financiers en nijveraars regelen. Feitelijk wil het Amerikaans kapitaal Europa rantsoeneren.’ Ik schreef niet dat het gerantsoeneerd heeft of dat het rantsoeneren zal, maar dat het wil rantsoeneren. Ziedaar wat ik voor twee jaar zegde.

Lovston beweert dat ik van de vredelievende samenwerking van Amerika en Engeland gesproken heb. Laat ons nagaan wat ervan is. ‘Het gaat niet alleen om Duitsland, om Frankrijk, het gaat ook om Engeland. Het zal er zich ook moeten op voorbereiden hetzelfde lot te ondergaan. Weliswaar, men zegt dikwijls, dat Amerika nu hand in hand met Engeland gaat, dat er zich een Angelsaksisch blok gevormd heeft, men spreekt van Angelsaksisch kapitaal, van een Angelsaksische politiek. Maar zo spreken is zijn niet begrijpen van de toestand aantonen. Het hoofdantagonisme van de wereld is het Anglo-Amerikaans antagonisme. Dit zal de toekomst klaarder en klaarder aantonen... Waarom? Omdat Engeland na Amerika nog het machtigste, het rijkste land is. Het is de voornaamste mededinger, de fundamentele hinderpaal. ’

Ik ontwikkelde die gedachte maar met meer kracht, in het manifest van het vijfde congres, maar ik zal uw aandacht niet met teksten vermoeien. Ik zal nog uit mijn rede het volgende over de ‘vredelievende’ door Amerika aangeknoopte betrekkingen aanhalen: ‘Dit Amerikaans programma van voogdijschap over de gehele wereld is in het geheel geen vredelievend programma; integendeel het is vol oorlog en revolutionaire omkeringen... Het is heel onwaarschijnlijk dat de burgerij van al de landen er in toestemt op het achterplan geschoven te worden en de vazal van Amerika te worden zonder minstens te pogen weerstand te bieden. Want Engeland heeft werkelijk geweldige begeerten, een woedende lust zijn heerschappij over de wereld te behouden. Militaire conflicten zijn onvermijdelijk. Het tijdperk van het vredelievend amerikanisme dat zich voor het ogenblik schijnt te openen is slechts een voorbereiding tot nieuwe monsterachtige oorlogen.

Ziedaar wat wij voor twee jaar betreffende de ‘vredelievende’ betrekkingen zegden. Ik veroorloof mij u er hier aan te herinneren dat wanneer wij onze propaganda voor de ontwikkeling van de scheikundige industrie veerden, wij aantoonden dat het arsenaal van Wedgwood een der bronnen van het Amerikaans militarisme is, dat het meest de Europese volkeren bedreigt.

Zie eindelijk hier hetgeen we uit de hoogte van deze tribune zegden aangaande het opheffen van de Europese antagonismen dankzij de invloed van Amerika: ‘De antagonismen die de oorlog voorbereidden en hem over Europa ontketenden, tien jaar geleden, antagonismen door de oorlog verergerd, door het Verdrag van Versailles in stand gehouden, en versterkt door de verdere ontwikkeling van de klassenstrijd in Europa, blijven helemaal bestaan. En de Verenigde Staten zullen op die antagonismen in al hun scherpte stoten. ’

Twee jaren gingen voorbij. De kameraad Lovston is misschien een goed criticus, ofschoon hij zich ook wel eens vergist, maar de tijd is nog een betere criticus.

Om die kwestie te sluiten, zullen wij eindigen met de raad die Engels aan Stibbeling, ook een Amerikaan, gaf: ‘Wanneer men zich met wetenschappelijke vraagstukken, wil bezighouden, moet men eerst en vooral de werken leren lezen zoals de schrijver ze schreef, en in het bijzonder niet lezen wat er niet in staat.’ Die woorden van Engels zijn uiterst goed en gelden niet alleen voor Amerika, maar voor de vijf werelddelen.

Het Amerikaans pacifisme in de praktijk

In gelijk welk vraagstuk is de tijd de beste criticus. Laat ons eens zien welke in werkelijkheid de Amerikaanse methoden van vredelievende indringing gedurende deze laatste jaren waren. Een eenvoudige opsomming der voornaamste feiten zal aantonen dat het Amerikaans ‘pacifisme’ op heel de lijn zegevierde; maar het zegevierde als methode van bedekte imperialisme plundering en min of meer gemaskeerde voorbereiding tot de meest geduchte botsingen.

Het is op de conferentie van Washington, in 1922, dat het Amerikaans ‘pacifisme’ zijn zuiverste uitdrukking aannam en het best zijn aard toonde. In 1919-1920 vroegen veel personen zich af, waaronder ik zelf, wat er in 1922-1923 voorvallen zou wanneer het vlootprogramma der Verenigde Staten, aan deze laatste de gelijkheid met Engeland zou verzekeren. Is het mogelijk, vroeg men zich af, dat Engeland, dat zijn overheersing dankt aan het overwicht van zijn vloot op deze van de twee sterkste landen tezamen, dit overwicht zonder strijd laat varen? Talrijk waren degenen die evenals ik de mogelijkheid van een oorlog tussen Amerika en Engeland met deelname van Japan, in 1922-1923 voorzagen. Wat is er echter gebeurd? In plaats van oorlog hadden wij het zuiver ‘pacifisme’. De Verenigde Staten nodigden Engeland naar Washington, en zegden het: ‘Gelieve u te rantsoeneren: ik zal vijf eenheden hebben, gij krijgt er vijf, Japan drie en Frankrijk ook drie.’ Ziedaar het vlootprogramma. En Engeland nam aan.

Wat is dat? ‘Pacifisme’, maar pacifisme dat zijn wil opdringt door zijn geweldig economisch overwicht en ‘vredelievend’ zijn militair overwicht in een volgende historische periode voorbereidt.

En het Dawesplan? Toen Poincaré zich in Midden-Europa met zijn lilliputplannen bewoog, zich van het Ruhrbekken meester maakte, richtten de Amerikanen hun verrekijker, keken en wachtten. En wanneer de waardevermindering van de frank en andere tegenkantingen Poincaré verplichtten zich terug te trekken, kwam de Amerikaan en legde zijn plan van pacificatie van Europa voor. Hij kocht voor 800 miljoen mark, waarvan ten andere de helft door Engeland gegeven werd, het recht op Duitsland te besturen. En voor die ellendige som van 400 miljoen mark dwong de beurs van New York haar opzichter aan het Duitse volk op. In waarheid mooi pacifisme. Een strop om zich op te knopen!

En de stabilisering van de wissel? Wanneer de wissel schommelt in Europa is de Amerikaan niet op zijn gemak. Hij is niet op zijn gemak, omdat dit Europa toelaat goedkoop uit te voeren. De Amerikaan heeft een stabiele wissel van doen voor het regelmatig binnenkomen van de interesten van zijn leningen, en in het algemeen voor de financiële orde. Indien dit het geval niet was hoe zou hij zijn kapitaal in Europa kunnen beleggen? Daarom heeft hij de Duitsers verplicht hun munt te stabiliseren, hij verplichtte de Engelsen hetzelfde te doen door hun een lening van 300 miljoen dollar toe te staan. Lloyd George zei laatst: ‘Nu ziet het pond de dollar recht in het gezicht.’ Lloyd George is een oude droogkomiek. Wanneer het pond de dollar recht in het gezicht ziet, is het omdat het een steun van 300 miljoen dollar heeft om zijn rug te rechten. (Gelach).

En hoe staan de zaken in Frankrijk? De Franse burgerij vreest de stabilisatie van het nationale devies. Het is een heel pijnlijke bewerking. De Amerikaan zegt: ‘Wanneer gij er niet in toestemt leen ik u ook niets, trek dus uw plan zoals ge wilt.’ De Amerikaan eist van Frankrijk dat het ontwapent om zijn schulden te betalen. Wat is er beter dan dit zuiver pacifisme met de ontwapening en de stabilisering van de wissel. Amerika bereidt er zich ‘vredelievend’ op voor Frankrijk onder zijn juk te doen buigen.

De kwestie van de goudstandaard en de schulden met Engeland is reeds geregeld. Engeland stort reeds, zo ik mij niet bedrieg, jaarlijks 330 miljoen roebel aan de Verenigde Staten. Het regelde op zijn beurt de kwestie van de Italiaanse schuld waarvan het slechts een onbeduidend deel trekken zal. Frankrijk is de voornaamste schuldenaar van Engeland en Amerika, maar tot nu toe betaalde het nog niets. Maar het zal moeten betalen, tenzij de revolutie komt, en al de oude schulden vernietigt. Duitsland betaalt aan Frankrijk en Engeland, die op hun beurt de betaling van onze schulden eisen. Feitelijk tracht of bereidt de Engelse bourgeois zich voor al wat mogelijk is uit zijn Europese schuldenaars te trekken, om het daarna, met door zichzelf geleverde bijdragen, over de oceaan aan Uncle Sam te sturen. Wat is feitelijk Mr. Baldwin of Koning George? Gewoonweg een hoofdontvanger van belastingen der Verenigde Staten in de provincie Europa, (gelach), een agent die gelast is de betalingen der Europese volkeren te doen geschieden en ze daarna naar de Verenigde Staten te verzenden. Zoals men ziet is het een heel pacifistische organisatie: de financiële betrekkingen der volkeren van Europa worden volgens de Amerikaanse schuld geregeld onder het toezicht van de meest stipte der belastingbetalers, Groot-Brittannië, dat daarvoor de titel van hoofdontvanger der belastingen kreeg. Amerika’s Europese politiek steunt helemaal op dit beginsel: Duitsland betaalt aan Frankrijk, Italië betaalt aan Engeland, Frankrijk betaalt aan Engeland, Rusland, Duitsland, Engeland en Frankrijk betalen mij. Ziedaar wat Amerika zegt. De hiërarchie der schulden is een der basissen van het Amerikaans pacifisme.

De wereldstrijd van Engeland en Amerika voor het bezit van de aardolie, bracht reeds revolutionaire omkeringen en militaire conflicten in Mexico, Turkije en Perzië [nu Iran - MIA] teweeg. Maar de nieuwsbladen zullen ons misschien morgen mededelen dat een vredelievende samenwerking tussen Engeland en Amerika tot stand kwam op het gebied van de aardolie. Hoe zal deze samenwerking plaats grijpen? Men zal een conferentie van Washington voor de aardolie krijgen, waarop Amerika tot Engeland zal zeggen: ‘stel u met een geringer rantsoen aardolie tevreden’. Nog eens zal het een pacifisme van het beste allooi zijn.

In de strijd voor de markten, gaat men ook van tijd tot tijd tot dergelijke ‘pacifistische’ regeling van de kwestie over. Sprekende over de tijd van de markten die zich nu tussen Engeland en Amerika ontwikkelt, zei een Duits schrijver, baron Reibnitz, oud-minister van ik weet niet welke regering — de oud-ministers zijn talrijk in Duitsland — het volgende: ‘Engeland zal de oorlog kunnen vermijden wanneer het in Canada, in Zuid-Amerika, in de Stille Oceaan, op de Oostelijke kust van Azië en Australië, de baan voor de Verenigde Staten vrijlaat, er blijven hem dan de andere domeinen buiten Europa over’. Ik zie niet goed in wat er daarna nog voor Engeland zal overblijven. Maar de keus is heel klein: ofwel de oorlog, zoniet de rantsoenering.

Ziehier, een laatste hoofdstuk voor wat betreft de vreemde grondstoffen, hoogst belangrijk. De Verenigde Staten vinden dat hun vele dingen die de anderen bezitten, ontbreken. Dien aangaande publiceren de Amerikaanse dagbladen de kaart der verdeling der grondstoffen over de aardbol. Zij spreken en redetwisten nu over gehele vastelanden. De Europese dwergen verontrusten zich over Albanië, Bulgarije, enige gangen en ongelukkige percelen grond. De Amerikanen houden zich met werelddelen bezig; dit vergemakkelijkt de studie van de aardrijkskunde, en geeft in het bijzonder omvang aan hun schurkenstreken (gelach). Aldus de Amerikaanse dagbladen publiceerden de kaart van de aardbol met tien zwarte vlekken, tien grote leemten der Verenigde Staten inzake grondstoffen: rubber, koffie, nitraten, tin, kalizouten, en enige andere minder belangrijke grondstoffen. Het schijnt dat al die grondstoffen het monopolie zijn niet van de Verenigde Staten maar van andere landen. De rubber komt in een verhouding van 70 t.h. van de wereldproductie, van aan Engeland behorende eilanden; Amerika verbruikt echter voor zijn autobanden en andere artikelen 70 t.h. van de wereldproductie. De koffie komt van Brazilië, Chili, door de Engelsen gefinancierd, levert de nitraten, enzovoorts. Churchill besloot de aan Amerika betaalde sommen weer terug te krijgen door de prijs van de rubber te verhogen. En Hoover, bestuurder van de Amerikaanse handel, berekende dat in 1925 de Verenigde Staten aan de Engelsen 600 à 700 miljoen dollar boven de ‘eerlijke’ prijs voor de rubber betaalden. Hoover kan uitstekend de eerlijke van de oneerlijke prijzen onderscheiden, het ligt in zijn bevoegdheid. Zodra ze de zaak wisten, slaakten de Amerikaanse dagbladen luide kreten. De ‘Evening Post’ bijvoorbeeld schrijft: ‘Wat baten al die Locarno en Geneve, die bonden en protocollen, die economische en ontwapeningsconferenties, wanneer een machtige statengroep met opzet Amerika afzondert?’ Ziet eens dit arme Amerika dat men langs alle kanten afzondert en uitbuit! (Gelach). De koffie, de nitraten, het tin, de rubber, de kalizouten, dit alles werd genomen en gemonopoliseerd, zodanig dat een brave miljardair zelfs geen toertje in een auto meer kan maken, noch naar hartenlust koffie kan drinken — noch zelfs een tinnen kogel kan krijgen wanneer het hem goeddunkt zich te zelfmoorden. (Gelach). Waarlijk die toestand is onhoudbaar, het is de afpersing langs alle kanten! Dit is genoeg om zich levend in een ‘gestandaardiseerde’ doodkist te begraven! Dien aangaande schreef Mr. Hoover een artikel, en welk een artikel, uitsluitend uit vragen samengesteld — 29 vragen — de ene al belangrijker dan de andere. Zoals gij wel begrijpt zijn al die vragen pijlen in de richting van Engeland. Is het wel goed boven de rechtmatige prijs te verkopen? Is dit niet van aard om de betrekkingen tussen twee landen te verslechten? En indien dit het geval is moet de regering niet tussenbeide komen? En indien een regering die zichzelf eerbiedigt tussenkomt kunnen daar geen erge gevolgen uit voort spruiten? (Gelach). Een Engels dagblad minder beleefd dan de andere, maar brutaler, schreef daaromtrent: ‘Een stommerik kan zoveel vragen stellen dat honderd verstandige mensen er niet op zouden kunnen antwoorden.’ (Gelach). Dit vaderlandslievend dagblad gaf aldus enkel aan zijn toorn lucht. Eerst en vooral ik neem niet aan dat een stommerik zulk een belangrijke plaats bekleedde, en zelfs indien... dit het geval was... Kameraden, dit is geen bekentenis, maar een logische veronderstelling. (Gelach). Dus, indien dit het geval was, zeg ik, bleef er niettemin dat Hoover aan het hoofd van een reusachtig apparaat van het Amerikaans kapitaal staat en dat hij verstand nodig heeft, want heel de burgerlijke ‘machine’ denkt voor hem. In ieder geval na die 29 vragen van Hoover, waarvan eenieder als een pistoolschot in de oren van Mr. Baldwin klonk, werd de rubber eensklaps goedkoper. Dit feit verklaart beter de wereldtoestand dan gelijk welke cijfers. Dit is het Amerikaans pacifisme in de praktijk.

Geen uitweg voor het Europees kapitalisme

Tegenover de Verenigde Staten, die geen enkele hinderpaal op hun weg dulden, die elk duurder worden der hun ontbrekende grondstoffen aanzien als een aanslag op hun overgankelijk recht de gehele wereld uit te buiten, tegen dit nieuw Amerika dat woedend in alle richtingen stuwt, verzet zich een verbrokkeld, verdeeld Europa, armer dan vóór de oorlog, beperkt in zijn afzetgebieden, met schulden beladen, door antagonismen verscheurd en door een heviger geworden militarisme verpletterd.

In het begin van de herstellingsperiode, waren de illusies der economisten en der burgerlijke en sociaaldemocratische politiekers aangaande de mogelijkheid van herstel van Europa talrijk. De Europese nijverheid, eerst de Franse, daarna de Duitse, beurde zich op sommige ogenblikken na de oorlog snel weder op. Dit moet ons niet verwonderen: de vraag was weer min of meer normaal geworden en al de voorraden waren uitgeput, bovendien had Frankrijk zijn verwoeste gewesten, die een zekere mate een bijkomende markt waren. Zolang men bezig was aan de dringendste behoeften van die door de oorlog verwoeste markten te voldoen werkte de industrie met volle kracht, en haar voorspoed baarde grote illusies. Nu hebben zelfs de burgerlijke economisten aan die illusies verzaakt. Het Europees kapitalisme is in een toestand zonder uitweg.

Zonder zelfs dat de Amerikaanse burgerij het bewust wil zal het geweldig economisch overwicht der Verenigde Staten totaal het Europees kapitalisme beletten op te staan. Het Amerikaans kapitalisme zal Europa door het meer en meer in het nauw te drijven automatisch op de weg van de revolutie duwen. Daar ligt de knoop van de wereldtoestand.

Het is op Engeland dat deze staat van zaken zijn hevigste terugslag doet voelen. Engeland wordt door de Verenigde Staten, Canada en Japan, evenals door de industriële ontwikkeling van zijn eigen koloniën in zijn trans-Atlantische uitvoer beperkt. Op de textielmarkt van Indië, zijn kolonie, wordt het door Japan een voetje gelicht. Op de Europese markt beperkt elke vermeerdering van verkoop van Engelse waren de afzetgebieden van Frankrijk en Duitsland en omgekeerd. Het is het omgekeerde dat het meest plaats heeft: de uitvoer van Frankrijk en Duitsland schaadt aan die van Engeland. De Europese markt breidt zich niet uit. In zijn enge grenzen, grijpen er verschuivingen naar de ene of andere zijde plaats. Hopen dat de toestand zich helemaal in het voordeel van Europa zal wijzigen ware mirakels verhopen. Evenals op de binnenlandse markt de zege van de belangrijkste en de meest vooraanstaande onderneming op de kleine en achterlijke onderneming verzekerd is, zullen ook op de wereldmarkt de Verenigde Staten de zege op Europa, dat wil zeggen in de eerste plaats op Engeland, behalen.

In 1925 bereikten de uit- en invoer van Engeland wederkerig 76 % en 111 % van het vooroorlogs peil. Daaruit volgt een geweldig tekort van de handelsbalans. De vermindering van de invoer sleept een industriële crisis met zich die de fundamentele takken der nijverheid: kool, staal, wol, scheepbouw, enz., treft. Tijdelijke verbeteringen, belangrijke misschien, zijn mogelijk, onvermijdelijk zelfs, maar niettemin is Engeland nu in verval.

Men kan in waarheid de Engelse ‘staatslieden’ die hun oude gewoonten behielden, zo weinig in overeenstemming met de nieuwe toestand, en die niet het minste elementaire begrip van de wereldtoestand en zijn onvermijdelijke gevolgen hebben, slechts misprijzen. In de laatste tijd begiftigden Baldwin en Churchill ons weer met hun verklaringen. Op het einde van verleden jaar, zegde Churchill dat er twaalf redenen waren om optimistisch te zijn. In de eerste plaats is de nationale munt gestabiliseerd. De Engelse economist Keynes bewees Churchill dat die stabilisatie een minimum vermindering van 10 % op de prijzen der uitgevoerde producten veroorzaakte, en bijgevolg een overeenkomstige verhoging van het tekort der balans. De tweede reden die het optimisme noopt, is de hoge prijs van de rubber. Helaas! De 29 vragen van Mr. Hoover verminderen ontzaglijk het optimisme van Churchill wat betreft de caoutchouc. In de derde plaats, het getal werkstakingen werd kleiner. Maar laat ons het einde van de maand april afwachten, ogenblik waarop het collectief contract der mijnwerkers zal moeten herzien worden. Vierde reden van optimisme: Locarno. Nochtans is de Engels-Franse strijd na Locarno verre van te verminderen nog heftiger geworden. Daarbuiten is het nog te vroeg om zich definitief uit te spreken over de resultaten der overeenkomsten van Locarno. Wij zullen de andere redenen van optimisme niet opsommen: zij zijn nog minder waard op de beurs van New York. Het is interessant de aandacht op een hoofdartikel ‘Twee stralen van hoop’, die de Times aangaande dit onderwerp publiceerde te vestigen. De Times is gematigder dan Churchill; hij heeft geen twaalf, maar enkel twee hoopstralen, en nog zijn het X-stralen, het is te zeggen problematische stralen.

Tegenover de lichtzinnigheid van Churchill kunnen wij de betrekkelijke ernst van de Amerikanen, die de Britse economie van hun standpunt uit waarderen, stellen, en ook de opinie der Britse nijveraars zelf. Bij zijn terugkeer uit Europa gaf Klein, bestuurder van het handelsdepartement der Verenigde Staten, aan de nijveraars een verslag dat niettegenstaande zijn conventionele geruststellende toon toch de waarheid laat doorschijnen.

‘Vanuit economisch standpunt gezien’, zegde hij, ‘is de enige duistere vlek, geen rekening houdende natuurlijk met de toestand in Frankrijk en in Italië, evenals met de betrekkelijk trage heropleving van Duitsland, de enige sombere vlek, zeg ik, is het Verenigd Koninkrijk. Het schijnt me dat Engeland zich in een twijfelachtige handelstoestand bevindt. Ik wil niet te pessimistisch zijn, want Engeland is onze beste cliënt, maar er ontwikkelen zich in dit land een reeks factoren die naar mijn mening moeten aanleiding geven tot ernstige overwegingen. Er bestaan in Engeland geweldige belastingen, waarvan de oorzaak volgens enkelen moet gezocht worden in onze gelddorst, om niet meer te zeggen. Nochtans is dit niet helemaal juist... De bewerktuiging der mijnindustrie is dezelfde als voor tientallen jaren zodanig, dat de kosten aan handwerk per tonnenmaat drie of vier maal groter zijn dan in de Verenigde Staten’.

En zo gaat het voort op dezelfde toon.

Ziehier een andere opinie. J. Harvey, oud-gezant van Amerika in Europa, die de Engelsen voor een vriend van hun land aanzien, want hij spreekt nog al veel van de noodzakelijkheid om Engeland ter hulp te komen, schreef onlangs een artikel ‘Het einde van Engeland’ getiteld, waarin hij tot de gevolgtrekking komt dat ‘de Engelse productie haar tijd gehad heeft. ‘Voortaan is het lot van Engeland, een tussenpersoon te zijn’, dat wil zeggen de klerk en de bankbediende der Verenigde Staten. Dit is de gevolgtrekking van die vriend van Engeland.

Laat ons nu zien wat George Hunter, grote Engelse scheepsbouwer, waarvan de nota aan de regering opschudding in heel de Britse pers veroorzaakte, zegt:

‘Gaf de regering’, zegde hij, ‘zich helemaal rekenschap van de noodlottige toestand der Engelse nijverheid? Weet zij dat die toestand, ver van te verbeteren, gaandeweg verergert? Het aantal van onze gehele en gedeeltelijke werklozen vertegenwoordigt een minimum van 12,5 % van de gebruikte arbeiders. Onze handelsbalans is ongunstig. Onze spoorwegen en een groot deel van onze nijverheidsinrichtingen geven dividenden op hun reserves genomen, of geven er in het geheel geen. Indien dit voortduurt is het, het bankroet en de ondergang. Geen enkele verbetering is in het vooruitzicht. ’

De koolnijverheid is de sluitsteen van het Engelse kapitalisme. Op het ogenblik houdt ze stand dank zij de regeringstoelagen. ‘Wij kunnen de koolnijverheid steunen zoveel als wij willen, zegt Hunter, dit zal onze nijverheid in het algemeen niet beletten af te nemen.’ Maar indien de geldelijke steun ophield, dan zouden de Engelse nijveraars de lonen niet meer kunnen betalen die ze nu nog geven, dit zou echter van af de eersten Mei aanstaande een geweldig economisch conflict in het leven roepen. Men kan zich zonder moeite voorstellen wat een staking die een miljoen mijnwerkers zou omvatten, waarschijnlijk gesteund door een miljoen spoor- en transportarbeiders, wezen zou. Engeland zou een periode van geweldige economische omkeringen binnentreden. Men moet voortgaan met verderfelijke toelagen te betalen, zoniet een hevig sociaal conflict aanvaarden.

Churchill heeft twaalf redenen om optimistisch te zijn, maar de sociale statistiek van Engeland getuigt dat de werkeloosheid stijgende is, dat het aantal mijnwerkers vermindert, maar dat integendeel de gedeclasseerde proletariërs talrijker en talrijker worden en dat het personeel van restaurants en caféconcerts vermeerdert ten koste van de hoeveelheid der voortbrengers. Aldus, stelt men vast dat het getal lakeien vermeerdert, en dan rekent men nog de politieke lakeien en de ministers er niet bij, die met de portefeuille onder de arm de vrijgevigheid van de Amerikanen afsmeken. (Gelach.)

Laat ons tot onze vergelijking tussen Engeland en Amerika weerkeren. In Amerika vormt er zich in de schoot van de werkende klasse een superaristocratie die Company Unions sticht, in Engeland van zijn vroegere voorrang vervallen, zijn het integendeel de lagen van het lompenproletariaat die zich ontwikkelen. Beter dan gelijk wat toont die tegenstelling de verplaatsing van de economische spil van de wereld. En die spil zal niet ophouden zich te verplaatsen zolang dat de klassenspil der maatschappij niet verplaatst is dat wil zeggen zolang dat de proletarische revolutie niet verwezenlijkt wordt.

Heel zeker houdt Baldwin er niet dezelfde mening op na. Ofschoon ernstiger dan Churchill begrijpt hij toch niet beter dan deze laatste. Op een vergadering van nijveraars duidde hij de middelen aan om uit die toestand te geraken — een behoudsgezinde eerste minister heeft altijd uiterst goede voorschriften tegen alle ziekten. ‘Het schijnt me soms’, zegde hij, ‘dat sommigen onder ons gedurende tenminste zes of zeven jaar geslapen hebben.’ Veel meer! Baldwin zelf sliep gedurende tenminste vijftig jaar, terwijl de anderen waakten. ‘Wij deden goed’, vervolgde de eerste minister, ‘om een voorbeeld te nemen aan de vooruitgang gedurende die tijd in de Verenigde Staten gemaakt’. Beproeft het nu feitelijk eens een voorbeeld te nemen aan de ‘vooruitgang’ der Verenigde Staten. Daar is een nationaal fortuin van 320 miljard dollar, 60 miljard in de banken, een jaarlijkse opeenhoping van 9 miljard, terwijl het bij u deficit is. Neemt eens een voorbeeld! Beproeft. ‘De twee partijen (de arbeiders en de kapitalisten) kunnen veel meer leren in de school van de Verenigde Staten dan in de studie van de toestand te Moskou’, vervolgt Baldwin. Baldwin heeft ongelijk te zeggen: Fontein ik zal van uw water niet drinken. Wij kunnen hem zekere dingen leren. Wij weten ons ten opzichte van de gebeurtenissen te oriënteren, de wereldeconomie te ontleden, de zaken te voorzien, en zeker wat aangaat het verval van Engeland. Dit echter weet Mr. Baldwin niet. (Gelach, toejuichingen).

Churchill, minister van financiën, heeft gewag van Moskou gemaakt. Dit is tegenwoordig een verplichte benodigheid voor het houden van een goede redevoering. Churchill had ‘s morgens een afschuwelijke rede van M. Tomski gelezen. Deze laatste is geen lid van de Lordskamer, het is, zoals Churchill het zegt, een man die een bijzonder belangrijke plaats in de Republiek der Sovjets bekleedt. Hij bracht zijn jeugd niet te Oxford of te Cambridge met Mr. Churchill door, maar in de Boutirki-gevangenis te Moskou. M. Churchill is niettemin verplicht over Mr. Tomski te spreken. En, men moet het bekennen, hij is niet zeer vriendelijk jegens hem. Op de Conferentie van de trade-unions, te Scarborough heeft werkelijk Mr. Tomski een rede uitgesproken die het ongeluk had Mr. Churchill niet te bevallen. Deze laatste haalde uittreksels van die rede die hij als ‘een barbarenafwijking’ bestempelde aan. ‘Ik denk’, zei hij, ‘dat we in dit land in staat zijn onze eigen zaken, zonder tussenkomst van de vreemde, te regelen’. Mr. Churchill speelt de trotse, maar hij heeft in dit geval toch geen gelijk, want zijn baas, Baldwin, zegt dat zij in de school van de Verenigde Staten moeten gaan leren.

‘Wij willen geen vers gelegd krokodillenei tot ontbijt’, gaat Mr. Churchill voort. Het is Tomski, schijnt het, die dit krokodillenei in Engeland gelegd heeft. Mr. Churchill heeft niet graag die manier van doen; hij verkiest de politiek van de struisvogel die zijn kop in het zand verbergt, en zoals men weet ontmoeten de krokodil en de struisvogel elkaar in de tropische koloniën van Engeland. Daarna verstout zich Mr. Churchill. ‘Ik vrees de bolsjewistische revolutie in dit land niet. Ik kritiseer de personaliteiten niet’. Dit belet hem echter niet een woedende schimprede tegen Tomski uit te spreken, bijgevolg vreest hij dus deze laatste. Hij kritiseert de persoonlijkheid van Tomski niet, hij bestempelt hem enkel als krokodil (gelach). ‘Engeland is Rusland niet’. Dat is zo. ‘Welk nut ligt erin de Engelse arbeiders de vervelende doctrine van Karl Marx in te pompen, en van hun op valse toon de Internationale te doen zingen?’ Het is waar dat de Engelse arbeiders van tijd tot tijd de Internationale op een valse toon, op de muziek van MacDonald, zingen. Maar te Moskou zullen ze ze juist leren zingen (toejuichingen). Naar ons oordeel, is niettegenstaande de twaalf redenen om optimistisch te zijn de tijd niet ver verwijderd dat de economische toestand van Engeland de Engelse arbeidende klasse de ‘Internationale’ uit volle borst zal doen zingen. Spits uw oren, Mr. Churchill. (Lange toejuichingen).

Wat betreft Frankrijk en Duitsland, zal ik mij bij korte opmerkingen bepalen.

Eergisteren ontving ik van een onzer ingenieurs, die de Duitse fabrieken, waar onze bestellingen uitgevoerd worden bezoekt, een brief waarin hij op de volgende wijze de toestand kenschetst: ‘Als ingenieur had ik een pijnlijke indruk. De nijverheid gaat hier teniet bij gebrek aan afzet, en geen enkele Amerikaanse lening zal die bezorgen.’ Het aantal werklozen in Duitsland overtreft de 2 miljoen. Tengevolge van de rationalisatie van de productie, maken de geschoolde arbeiders ongeveer de 3/4 der werklozen uit. Duitsland onderging een inflatiecrisis, daarna een deflatiecrisis, nu moest de voorspoed terugkeren, maar integendeel, het is de instorting, meer dan twee miljoen werklozen. En nochtans zijn de ergste gevolgen van de toepassing van het Dawesplan in Duitsland nog niet gekomen.

In Frankrijk ging de nijverheid na de oorlog snel vooruit. Bijgevolg waren degenen die illusies koesterden talrijk. In werkelijkheid leefde Frankrijk een leven boven zijn krachten, zijn nijverheid herstelde zich dank zij een tijdelijke binnenlandse markt (verwoeste gewesten), en telt koste van heel het land (waardevermindering van de frank). Nu heeft het uur van de regeling der rekeningen geslagen. ‘Ontwapent, zegt Amerika tot Frankrijk, vermindert uw uitgaven, neemt een stabiele munt aan. Het stabiel geld echter is de vermindering van de uitvoer, de werkeloosheid, het terugzenden der vreemde arbeiders naar hun land, de vermindering der lonen van de Franse arbeiders. De periode van inflatie was de ondergang van de kleinburgerij, die van deflatie zal het proletariaat doen opstaan. De Franse regering durft zelfs de oplossing van het financieel vraagstuk niet aanraken. De ministers van financiën volgen elkaar alle twee maanden op en doen de assignatenpers doordraaien. Dat is hun enige methode van regulariseren der economie. Admiraal Horthy zegde bij zich zelf dat dit geen ingewikkelde kunst was, en hij begon valse Franse bankbriefjes in Hongarije te vervaardigen, niet om de Republiek te ondersteunen, maar om de monarchie te herstellen. Het republikeinse Frankrijk duldde de monarchistische concurrentie niet en deed aanhoudingen uitvoeren in Hongarije, maar buiten dat heeft men weinig voor de heropleving van het Franse geld gedaan. Frankrijk gaat een politieke en economische crisis te gemoet.

In dit ontbonden Europa wil de Volkerenbond dit jaar twee conferenties bijeenroepen, een voor de ontwapening, een andere voor de economische heropleving van Europa. Het is nutteloos zijn plaatsen voor te behouden; de voorbereiding van die conferenties geschiedt langzaam en stuit bij iedere stap op tegenstrijdige belangen.

Aangaande de voorbereiding van die ontwapeningsconferentie publiceerde een Engels tijdschrift een dezer dagen een officieel artikel van een buitengewoon belang, getekend ‘Augure’ (de Waarzegger). Alles toont aan dat die waarzegger innig aan het ministerie van Buitenlandse Zaken verbonden is, en er buitengewoon goed de schermen van kent. Onder voorwendsel de ontwapeningsconferentie voor te bereiden, bedreigt die Britse waarzegger ons met ‘maatregelen, die geen vredelievende maatregelen zullen zijn’. Dit is een rechtstreekse oorlogsbedreiging. Wie uit die bedreiging? Engeland, dat zijn buitenlandse markt verliest, Engeland waar de werkeloosheid heerst, Engeland waar de rangen van het ‘lompenproletariaat’ verdichten, Engeland dat slechts een enkele optimist, Mr. Churchill, meer bezit, bedreigt ons op het ogenblik met de oorlog. Waarom? Om welke reden? Wil het zich op iemand wreken voor de vernederingen die het in Amerika ondergaat? Wat ons betreft, wij willen de oorlog niet. Maar indien de Britse heersende klassen het proces van de revolutie willen versnellen, indien de geschiedenis hun het verstand wil ontnemen voor zij hen de macht afneemt, moet zij ze nu juist op de gevaarlijke helling van de oorlog duwen. Een botsing tussen volkeren zou onberekenbare ellende met zich sleuren. Maar indien misdadige gekken een nieuwe oorlog over Europa ontketenen, dan zal de overwinnaar noch Baldwin, noch Churchill, noch hun baas Amerika zijn, maar wel de revolutionaire arbeidersklasse van Europa. (Toejuichingen).

Heeft het kapitalisme zijn tijd gehad?

Om te eindigen zal ik een vraag stellen die, volgens mij, uit de grond zelf van mijn verslag voortspruit. Heeft het kapitalisme, ja of neen, zijn tijd gehad? Is het bij machte om in de wereld de productieve krachten te ontwikkelen en de mensheid te doen vooruit gaan? Deze kwestie is fundamenteel. Zij heeft een beslissende belangrijkheid voor het Europees proletariaat, voor de verdrukte Oosterse volkeren, voor de gehele wereld en voornamelijk voor de toekomst van de Sovjet-Unie. Want indien het bewezen is dat het kapitalisme nog in staat is een taak van vooruitgang te vervullen, de volkeren rijker te maken, hun werk meer productief te maken, zou dit betekenen dat wij, communistische partij van Sovjet-Rusland, te haastig zijn geweest ‘de profundis’ te willen zingen, met andere woorden, dat wij te vroeg de macht in handen genomen hebben om het socialisme te verwezenlijken. Want, zoals Marx het uitlegde, verdwijnt geen enkel sociaal regime alvorens al zijn latente mogelijkheden uitgeput te hebben. En in de huidige nieuwe economische toestand, nu dat Amerika zich boven de kapitalistische mensheid verheven heeft door de betrekking der economische krachten grondig te veranderen, moeten wij ons de volgende vraag stellen: Heeft het kapitalisme zijn tijd gehad of kan het nog hopen vooruitgangswerk te verrichten?

Voor Europa, zoals ik het trachtte te bewijzen, kan de vraag duidelijk ontkennend beantwoord worden. Europa verviel na de oorlog in een nog pijnlijker toestand dan vóór 1914. Maar de oorlog was geen toevallig verschijnsel. Het was de blinde opstand van de productieve krachten tegen de kapitalistische vormen, deze van de nationale staat meegerekend. De door het kapitalisme geschapen productieve krachten konden in het kader der sociale vormen van het kapitalisme, het kader der nationale staten meegerekend, niet blijven. Vandaar, de oorlog. Welk was het gevolg van de oorlog voor Europa? Een ontzaglijke verergering van de toestand. Nu hebben we dezelfde kapitalistische sociale vormen, maar meer reactionair; dezelfde tolbarelen, maar met nog groter hinderpalen, dezelfde grenzen, maar veel enger, dezelfde legers, maar veel talrijker, een groter schuld, een beperkter markt. Dit is de algemene toestand van Europa. Wanneer vandaag Engeland zich wat herstelt is het in het nadeel van Duitsland, morgen is het Duitsland dat zich herstelt ten koste van Engeland. Wanneer de handelsbalans van een zeker land een teveel aanduidt, geeft de balans van een ander land een overeenkomstig tekort aan. De evolutie van de wereld — in het bijzonder de ontwikkeling van de Verenigde Staten — heeft Europa in het nauw gebracht. Amerika is de tegenwoordige essentiële kracht der kapitalistische wereld en het karakter van die kracht bepaalt automatisch de toestand zonder uitweg waarin Europa zich in het kader van het kapitalistisch regime bevindt. Het Europees kapitalisme werd reactionair in de echte zin van het woord, anders gezegd, ver van de naties vooruit te brengen is het zelfs niet in staat hen de levenshoogte voor te behouden dat zij in het verleden bereikte. Dit is de economische basis van de huidige revolutionaire periode. We beleven politieke vloeden en ebben, maar de politieke basis blijft onveranderd.

Wat Amerika betreft, schijnt het tafereel gans anders. Maar Azië? Dat kunnen wij waarlijk niet verwaarlozen. Azië en Afrika vertegenwoordigen 55 t.h. van de oppervlakte en 60 t.h. van de bevolking van de aardbol. Zeker, ze zouden een breedvoerig onderzoek verdienen dat niet past in het kader van dit verslag. Maar alles wat wij hierboven gezegd hebben, toont duidelijk aan dat de strijd tussen Amerika en Europa eerst en vooral een strijd is voor het inpalmen van Azië. Is het kapitalisme nog in staat een vooruitgangstaak in Amerika te vervullen? Kan het die taak in Azië en Afrika vervullen? In Azië begon het reeds belangrijke successen te behalen, in Afrika raakte het slechts de omtrek van het werelddeel aan. Welke zijn de vooruitzichten van zijn ontwikkeling? Op het eerste zicht schijnt het dat het kapitalisme zijn tijd gehad heeft in Europa, dat het productieve krachten in Amerika ontwikkelt, dat het in Azië en Afrika een uitgestrekt terrein voor zich heeft waar het nog gedurende tientallen jaren en zelfs eeuwen zijn activiteit zal kunnen uitoefenen. Is dit het geval? Indien dit het geval was, zou dit betekenen dat het kapitalisme zijn taak nog niet op de wereld volbracht heeft. De economie is nu echter wereldlijk en die beslist over het lot van het kapitalisme in alle werelddelen. Het kapitalisme kon zich niet afzonderlijk in Azië ontwikkelen, onafhankelijk van wat er in Amerika en Europa gebeurt. De tijd der provinciale economische processen bestaat niet meer. Zeker, het Amerikaans kapitalisme is onvergelijkelijk veel sterker en steviger dan het Europees, het kan de toekomst met veel meer zekerheid inzien. Maar het kan niet meer op zijn innerlijk evenwicht stand houden. Het heeft behoefte aan een wereldlijk evenwicht. Europa hangt meer en meer van Amerika af, maar daaruit volgt dat Amerika op zijn beurt ook meer en meer van Europa afhangt. Amerika hoopt jaarlijks 7 miljard opeen. Wat moet er met dit geld gedaan worden? Het gewoonweg in een kelder opsluiten, dit ware er een dood kapitaal van maken dat de profijten van het land zou verminderen. Elk kapitaal vereist intresten. Waar de beschikbare fondsen geplaatst? Het land zelf heeft ze niet nodig. De inlandse markt is oververzadigd. Men moet een uitweg naar buiten zoeken. Men begint met aan de andere landen te lenen, met fondsen in de vreemde nijverheid te steken. Maar wat gedaan met de intresten? Die komen in Amerika terug. Men moet ofwel ze opnieuw in de vreemde plaatsen als ze in specie zijn, ofwel in plaats van goud te trekken, Europese artikelen invoeren. Maar die artikelen zullen de Amerikaanse industrie ondermijnen, waarvan de buitengewone productie reeds een buitenlandse afzetmarkt nodig heeft. Dit is de tegenstrijdigheid. Ofwel goud invoeren waarmee men niet weet wat te doen, ofwel in plaats van goud, goederen invoeren ten nadele van de nationale industrie. De goudinflatie is voor de economie even gevaarlijk als de fiduciaire inflatie. Men kan evengoed aan overbloedigheid als aan bloedarmoede sterven. Wanneer het goud in overmaat is, geeft het geen inkomsten, vermindert het de intrest van het kapitaal en maakt daardoor de uitbreiding van de productie irrationeel. Voortbrengen en uitvoeren om zijn goud in zijn kelder te begraven staat gelijk met zijn goederen in het water werpen. Het is daarom dat Amerika meer en meer uitbreiding nodig heeft, dat wil zeggen, meer en meer behoefte heeft de overvloed van zijn inkomsten in Latijns-Amerika, in Europa, in Azië, in Australië, in Afrika, te beleggen. Maar daardoor wordt meer en meer de economie van Europa en de andere delen van de wereld een integraal deel van deze der Verenigde Staten.

In de krijgskunde zegt men dat degene die de vijand de weg afsnijdt dikwijls de weg afgesneden wordt. In de economie grijpt een zelfde verschijnsel plaats: hoe meer de Verenigde Staten de gehele wereld van hun afhankelijk maken, des te meer hangen zij zelf van de gehele wereld af, afhankelijkheid met al zijn tegenstrijdigheden en omkeringen in het vooruitzicht. Vandaag is de revolutie in Europa, het daveren van de Amerikaanse beurs, morgen, wanneer de beleggingen van het Amerikaans kapitaal in de Europese economie nog groter zullen geworden zijn, zal het een grondige omkering zijn.

En de nationaal-revolutionaire beweging in Azië? De ontwikkeling van het kapitalisme in Azië draagt fataal de groei van die beweging, die steeds geweldiger op het vreemd kapitaal, schildwacht van het imperialisme, stoot, in zich. In China roept de ontwikkeling van het kapitalisme die zich voltrekt met de medewerking en onder de druk der imperialistische beschavers, de revolutionaire strijd en de sociale omkeringen in het leven.

Hierboven sprak ik van de macht der Verenigde Staten tegenover het verzwakte Europa en de economische achterlijke koloniale volkeren. Maar die macht der Verenigde Staten is juist hun kwetsbare plaats, zij sluit hun stijgende afhankelijkheid ten opzichte der economisch en politieke onstandvastige landen en werelddelen in zich. De Verenigde Staten zijn verplicht hun macht op een onstandvastig Europa te vestigen, dat wil zeggen op de toekomstige revoluties van Europa en op de nationaal revolutionaire beweging van Azië en Afrika. Men mag Europa als geen onafhankelijk geheel beschouwen. Amerika ook niet. Om het innerlijk evenwicht te behouden hebben de Verenigde Staten een breder en breder wordende uitweg naar buiten nodig; deze uitweg naar buiten brengt echter in hun economisch regime meer en meer elementen van de Europese en Aziatische warboel. In die voorwaarden zal de in Europa en Azië zegevierende revolutie noodzakelijk een revolutionair tijdperk voor de Verenigde Staten openen. En het is zeker dat de revolutie eenmaal begonnen zich met een waarlijk Amerikaanse snelheid in de Verenigde Staten zal ontwikkelen. Ziedaar, wat uit de beschouwing van de wereldtoestand voortspruit.

Daaruit spruit voort dat de revolutie slechts in de tweede plaats in Amerika zal uitbreken. Zij zal in Europa en in het Oosten beginnen. Europa zal tot het socialisme komen tegen het kapitalistisch Amerika, waarvan het de tegenkanting zal moeten overwinnen. Zeker, het zou voordeliger zijn de collectivisatie van de productiemiddelen te beginnen in het uiterst rijke land dat Amerika is, en daarna voort te gaan met de rest van de wereld. Maar onze eigen ondervinding heeft ons aangetoond dat het onmogelijk is om volgens eigen goeddunken de loop van de revolutie in de verschillende landen vast te stellen. Rusland, een economisch zwak en achterlijk land, was het eerst geroepen voor de proletarische revolutie. Nu is het de beurt aan de andere landen van Europa. Amerika zal het kapitalistisch Europa niet laten opstaan. Dit is het element van omwenteling die het kapitalistisch Amerika nu uitmaakt. Welke politieke golven Europa ook ondergaan, het blijft in een economische toestand zonder uitweg. Dit is een essentieel feit, en dit feit zal een jaar vroeger of een jaar later het proletariaat op de weg van de revolutie duwen.

Kan de proletarische werkende klasse de macht behouden en het socialisme in zijn economie verwezenlijken zonder Amerika en tegen dit laatste? Dit vraagstuk is innig aan dit der koloniën verbonden. De kapitalistische economie van Europa en in het bijzonder van Engeland hangt in een grote mate af van de koloniale bezittingen, die aan het moederland de voedingswaren, evenals de grondstoffen voor zijn industrie leveren. Aan zich zelf overgelaten, het is te zeggen van de buitenwereld afgezonderd ware de bevolking van Engeland binnen korte tijd tot de economische en fysieke dood veroordeeld. De Europese industrie hangt in zeer grote mate van zijn verband met Amerika en de koloniën af. Het Europees proletariaat zal zodra het de macht aan de burgerij zal ontrukt hebben, de verdrukte koloniale volkeren helpen hun ketenen te verbreken. Zal het in die voorwaarden kunnen stand houden en de socialistische economie verwezenlijken?

Wij, volk van het tsaristisch Rusland, hielden stand gedurende de blokkade en oorlogsjaren. Wij hebben geleden onder de ellende, de hongersnood en de besmettelijke ziekten, maar wij hielden stand. Onze achterlijke staat was ons in dit geval een voordeel. De revolutie hield stand steunende op haar achterwaartse krachten, vertegenwoordigd door de boerenstand. Uitgehongerd en verwoest door de besmettelijke ziekten, stond zij niettemin pal. Maar het vraagstuk stelt zich anders voor het geïndustrialiseerd Europa en voornamelijk voor Engeland. Een verbrokkeld Europa zou zelfs onder de dictatuur van het proletariaat economisch geen stand kunnen houden wanneer het zijn verbrokkeling behield. De proletarische revolutie sluit de eenmaking van Europa in zich. Nu spreken de economisten, de pacifisten, de zakenmensen en zelfs gewoonweg de burgerlijke babbelaars gewillig over de Verenigde Staten van Europa, Maar die taak gaat de krachten der door antagonisme verscheurde Europese burgerij te boven. Alleen het zegevierend proletariaat kan de eenheid van Europa verwezenlijken. Waar ook de revolutie uitbreekt en in welk tempo ze zich ook ontwikkelt, blijft de economische eenheid van Europa de eerste vereiste van zijn socialistische omwenteling. Het is wat de CI reeds in 1923 verklaarde: men moet de verbrokkelaars van Europa wegjagen, de macht grijpen om dit laatste een te maken en de Socialistische Verenigde Staten van Europa te stichten (Toejuichingen).

Het revolutionair Europa zal de weg vinden die naar de grondstoffen en voedingswaren leidt, het zal zich door de boerenstand weten te laten helpen. Ten andere hebben wij ons aanzienlijk versterkt en zullen wij gedurende de moeilijkste maanden een handje aan het revolutionair Europa kunnen toesteken. Bovendien zullen wij voor dit laatste het bindingsteken met Azië zijn. Het proletarisch Engeland zal hand in hand gaan met de volkeren van Indië en de onafhankelijkheid van dit land verzekeren. Maar daardoor zal het de mogelijkheid van een innige economische samenwerking met Indië niet verliezen. Het vrije Indië zal de Europese techniek en cultuur nodig hebben; Europa zal de producten van Indië nodig hebben. De Verenigde Staten van Europa met onze Sovjet-Unie zullen een machtig aantrekkingspunt voor de volkeren van Azië uitmaken, die zullen trachten enge betrekkingen, politieke en economische, met het proletarisch Europa aan te knopen. Als het proletarische Engeland, Indië als kolonie verliest, zal het, het als bondgenoot in de Euraziatische federatie der volkeren terugvinden. Het blok der volkeren van Eurazië zal onwrikbaar zijn, en onkwetsbaar voor de slagen der Verenigde Staten. Wij ontveinzen ons de macht van deze laatste niet. Voor onze revolutionaire perspectieven gaan wij uit van ene juiste schatting der feiten. Meer nog, wij denken dat deze macht — dat is de dialectiek — tegenwoordig de hefboom bij uitmuntendheid van de Europese revolutie is. Wij ontveinzen ons niet dat die hefboom, politiek en militair, zich tegen de Europese revolutie, wanneer ze zal uitbreken, zal keren. Wanneer het om haar bestaan zal gelden, zal het Amerikaans kapitaal de strijd met een woeste energie aangaan. Al wat de boeken en onze eigen ondervinding ons geleerd hebben over de strijd der bevoorrechte klassen voor hun overheersing zal misschien een kleinigheid zijn tegenover de gewelddaden die het Amerikaans kapitaal het revolutionair Europa zal doen ondergaan. Maar dankzij de revolutionaire samenwerking met de volkeren van Azië, zal het aaneengesloten Europa oneindig veel machtiger zijn dan de Verenigde Staten. Door tussenkomst van de Sovjet-Unie zullen de arbeiders van Europa en Azië onverbrekelijk verbonden zijn. Bondgenoot van het opstandig Oosten zal het Europees revolutionair proletariaat de controle van de wereldeconomie aan het Amerikaanse kapitaal ontrukken, en de grondvesten van de Federatie der socialistische volkeren van de gehele wereld, leggen (Stormachtige toejuichingen) .

Aangaande de opportuniteit van het ordewoord der Verenigde Staten van Europa

(Voor de internationale discussie)

(Pravda, 30 juni 1923)

Ik denk dat het gepast is gelijktijdig met het ordewoord: ‘Arbeiders- en boerenregering’ dat van de Verenigde Staten van Europa te stellen Alleen een verbinding van die twee ordewoorden zal ons een breed antwoord geven op de meest brandende vraagstukken van de Europese evolutie.

De laatste imperialistische oorlog droeg een zuiver Europees karakter. Het feit dat Japan en Amerika er tijdelijk aan deelgenomen hebben, verandert dit karakter niet. Na bekomen te hebben wat het nodig had trok Amerika zich uit de Europese vuurpoel terug en ging naar huis.

De drijfkracht van de oorlog bestond uit de kapitalistische productiekrachten die het kader van de Europese nationale staten te buiten gingen. Duitsland had zich tot doel gesteld Europa te ‘organiseren’, dat wil zeggen economisch het Europees vasteland te verenigen onder zijn bestuur om daarna voor goed de strijd met Engeland voor het wereldoverwicht aan te gaan. Frankrijk stelde zich de verbrokkeling van Duitsland tot taak. Zijn schaarse bevolking, zijn landelijk karakter, het conservatisme van zijn economische vormen laten aan zijn burgerij niet toe aan het verwezenlijken van de organisatie van Europa te denken; taak, die zelfs het Duits kapitalisme gewapend met de oorlogsmachine van de Hohenzollern niet tot een goed einde heeft kunnen brengen. Het zegevierende Frankrijk behoudt nu zijn overheersing door het balkaniseren van Europa. Engeland provoceert en begunstigt de Franse politiek van uitputting en verdeling van Europa, zijn manoeuvre met zijn traditionele schijnheiligheid omsluierend. Bijgevolg is ons ongelukkig vasteland verbrokkeld, verdeeld, uitgeput, gedesorganiseerd, gebalkaniseerd, in een gekkenhuis herschapen. De expeditie van de Ruhr is een manifestatie van woedende waanzin gebonden aan een schrandere berekening (volledige ondergang van Duitsland) verschijnsel dat dikwijl in de psychiatrie waargenomen wordt.

Evenals de oorlog de behoefte aan een uitgebreid ontwikkelingsveld voor de door de tolbarelen samengedrukte productiekrachten weerspiegelde, zo ook weerspiegelt de voor Europa en voor de mensheid noodlottige bezetting van de Ruhr de behoefte om het ijzer van de Ruhr aan de kolen van Lotharingen te verbinden. Europa kan zijn economie in de door het verdrag van Versailles opgelegde staats- en douanegrenzen niet ontwikkelen. Het moet die grenzen verbreken, zo niet wordt het met een algehele economische ondergang bedreigd. Maar de door de heersende bourgeoisie gebruikte middelen om de barelen welke het verdrag geschapen heeft uit de weg te ruimen, vergroten slechts de chaos en versnellen de desorganisatie.

De onbekwaamheid van de burgerij om de voor de economische wedersamenstelling van Europa hoofdzakelijke vraagstukken op te lossen, wordt duidelijker en duidelijker voor de werkende massa’s. Het ordewoord van de arbeiders- en boerenregering komt aan de stijgende drang der werkers om uit eigen kracht een uitweg te vinden tegemoet. Het is nu nodig op een meer concrete wijze die uitweg aan te tonen: het is de innigste economische samenwerking der volkeren van Europa, enig middel om ons vasteland van de economische ontbinding en de onderwerping aan het machtig Amerikaans kapitaal te redden.

Amerika heeft zich van Europa, waarvan het kalm de economische doodstrijd afwacht, verwijderd om het evenals Oostenrijk aan lage prijs te kunnen kopen. Maar Frankrijk kan zich van Duitsland niet losmaken, noch Duitsland van Frankrijk. Duitsland en Frankrijk vormen echter de kern van westelijk Europa. Daar ligt de knoop en de oplossing van het Europees vraagstuk. Al de rest is enkel bijzaak. De Balkanstaten zijn buiten een federatie niet in staat te leven en zich te ontwikkelen, dit hadden we reeds lang voor de imperialistische oorlog erkend. Dit is ook het geval met de brokstukken van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, en de westelijke delen van het tsaristisch Rusland die buiten de Sovjet-Unie gebleven zijn. Italië, het Iberisch schiereiland en Scandinavië, zijn de uiteinden van het Europees lichaam. Zij kunnen niet op zichzelf bestaan. Op het huidig peil der productiekrachten, vormt het Europees vasteland een economisch geheel — niet een gesloten geheel, maar een geheel met een diepe inwendige samenhang — waarvan het bestaan zich gedurende de loop van de imperialistische oorlog en nu weer in de crisis van de Ruhrbezetting openbaarde. Europa is geen aardrijkskundige uitdrukking, maar een economische uitdrukking, onvergelijkbaar veel concreter dan de wereldmarkt. Indien wij voor het Balkanschiereiland reeds sedert lang de noodzakelijkheid van een federatie erkenden, is het nu tijd de verwezenlijking van die federatie voor het gebalkaniseerd Europa onder ogen te zien.

Er blijft nu de kwestie van de Sovjet-Unie aan de ene kant en Groot-Brittannië aan de andere kant. Het spreekt vanzelf dat het niet de Sovjet-Unie zijn zal die zich tegen de federatieve unie van Europa en tegen haar vereniging hiermee zal verzetten. Daardoor zal een stevige brug tussen Europa en Azië opgeworpen worden.

Het vraagstuk van Engeland is veel ingewikkelder; zijn oplossing hangt van de snelheid van de revolutionaire ontwikkeling in dit land af. Indien de arbeiders- en boerenregering op het vasteland zegeviert voor de omverwerping van het Engels imperialisme — wat heel waarschijnlijk is — dan zal de Europese federatie der boeren en arbeiders daardoor zelf tegen het Brits kapitaal gericht zijn. Natuurlijk zullen zodra dit laatste zal verslagen zijn de Britse eilanden met open armen in de Europese federatie ontvangen worden.

Maar, kan men vragen, waarom een Europese en niet een wereldfederatie? Het vraagstuk op die wijze stellen is te abstract. Natuurlijk streeft de gehele economische en politieke ontwikkeling naar de verwezenlijking van een enige wereldeconomie met de centralisatiegraad die zal overeenstemmen met het hoogtepeil van de techniek. Maar het geldt hier niet de toekomstige socialistische economie van de wereld maar wel voor het huidig Europa om uit het nauw te geraken. Men moet een uitweg aan de arbeiders en boeren van het verscheurd en geruïneerd Europa aanduiden, onafhankelijk van het tempo waarop de revolutie in Amerika, in Azië en in Afrika zal vooruitgaan. Van dit standpunt uit is het ordewoord der Verenigde Staten van Europa op hetzelfde historisch plan als dit van de arbeiders- en boerenregering: het is een overgangsordewoord, dat een uitweg aanwijst, een uitzicht op redding opent en daardoor de werkende massa’s op de weg van de revolutie stuwt.

Het zou een fout zijn om de revolutionaire ontwikkeling van al de landen met een en dezelfde maatstaf te willen meten. Amerika kwam uit de oorlog niet verzwakt maar versterkt. Zijn burgerij is nog zeer sterk. Het herleidt tot het minimum zijn afhankelijkheid ten opzichte van de Europese markt. Wanneer men aldus Europa verwaarloost, wijkt de revolutie in Amerika naar een verafgelegen toekomst terug. Wil dit zeggen dat de revolutie in Europa zich naar Amerika moet regelen? Heel zeker, neen. Indien het achterlijke Rusland de revolutie in Europa niet afgewacht heeft (en niet kon afwachten) zal dit laatste nog minder de revolutie in Amerika kunnen afwachten. Geblokkeerd door het kapitalistisch Amerika en misschien ook in het begin door Engeland zal het arbeiders- en boeren Europa slechts kunnen stand houden en zich ontwikkelen op de basis van een nauwe militaire en economische vereniging van al zijn delen.

Men kan zich niet ontveinzen dat het gevaar van de zijde der Verenigde Staten, die de desorganisatie van Europa in de hand werken en er zich op voorbereiden zijn erfgenamen te worden, in het bijzonder de vereniging der Europese volkeren, die elkaars ondergang bewerken, in ‘Arbeiders- en boeren Verenigde Staten van Europa’ noodzakelijk maakt. Die oppositie spruit natuurlijk voort uit het verschil in de objectieve toestand dat tussen de Europese landen en de machtige overzeese republiek bestaat, en kan natuurlijk niet gericht zijn tegen de internationale solidariteit van het proletariaat en de belangen van de Amerikaanse revolutie. Integendeel. Een der redenen die de ontwikkeling der revolutie over de ganse wereld vertragen, is de hoop van Europa in onkel Sam (wilsonisme, hulp aan de meest uitgehongerde streken van Europa, Amerikaanse leningen, enz.). Hoe sneller de massa’s vertrouwen in hun eigen krachten zullen terugwinnen en zich dichter zullen scharen rond het ordewoord van de unie der arbeiders- en boerenrepublieken van Europa, des te sneller zal de ontwikkeling van de revolutie in Europa en aan de overzijde van de oceaan geschieden. Indien de zegepraal van het proletariaat in Rusland een krachtige spoorslag aan de ontwikkeling der communistische partijen in Europa gaf, dan zal de zege van de Europese revolutie een nog veel machtiger spoorslag geven aan de revolutie in Amerika en over de gehele wereld. Wanneer wij geen rekening hielden met Europa waren we verplicht de revolutie in Amerika in de nevel van een verafgelegen toekomst te aanschouwen; maar nu rekening houdende met de meest waarschijnlijke gang der gebeurtenissen, kunnen wij zeggen dat de zege van de revolutie in Europa binnen enkele jaren de macht van de Amerikaanse burgerij zal fnuiken.

Niet alleen de kwestie van de Ruhr, dat wil zeggen de Europese brandstof- en metaalkwestie, maar ook het vraagstuk der herstellingen passen volmaakt in het schema van de ‘Verenigde Staten van Europa’. De kwestie der herstellingen is een zuiver Europese kwestie, en in de volgende periode, kan en zal ze alleen door de middelen van Europa opgelost worden. Het arbeiders- en boeren Europa zal zijn budget van herstel hebben zoals het ook zijn militair budget hebben zal zolang het door het buitenland zal bedreigd worden. Dit budget zal als basis de progressieve belasting van de inkomsten en het kapitaal, de inbeslagneming der gedurende de oorlog gestolen goederen enz. hebben. Zijn verdeling zal geregeld worden door de bevoegde organen van de arbeiders- en boerenfederatie van Europa.

Wij zullen hier geen voorzeggingen doen betreffende de snelheid waarmee zich de Unie der Europese republieken zal voltrekken, noch aangaande de economische en de wettelijke vormen die zij zal aannemen, noch wat betreft de centralisatiegraad welke de Europese economie in de eerste periode van het boeren- en arbeidersregime bereiken zal. Wij zullen gerust die zorg aan de toekomst overlaten, rekening houdende met de ondervinding waarover de Sovjet-Unie, gebouwd op het gebied van het oude tsaristische Rusland, reeds beschikt. Maar het is duidelijk dat de tolbarelen zullen moeten omvergeworpen worden. De Europese volkeren moeten Europa als het veld van een verenigde economie aanzien, dat meer en meer volgens een rationeel plan zal moeten beheerd worden.

Men zal kunnen opwerpen, dat wij feitelijk een Europese socialistische federatie voorstaan zoveel als een wezenlijk deel van de toekomstige wereldfederatie en dat dit regime slechts, verwezenlijkbaar is op voorwaarde dat de dictatuur van het proletariaat gevestigd zij. Wij zullen bij die argumentatie niet stil staan, want zij werd reeds genoegzaam ontleed ter gelegenheid van het onderzoek van de kwestie ‘der arbeidersregering’. ‘De Verenigde Staten van Europa’ is een ordewoord dat in alle opzichten met dit van de ‘arbeidersregering’, overeenkomt. Is de arbeidersregering te verwezenlijken buiten de dictatuur van het proletariaat? Op die vraag kunnen we slechts voorwaardelijke antwoorden geven. In ieder geval aanzien wij de arbeidersregering als een stap naar de dictatuur van het proletariaat. Dit is het juist wat voor ons zijn grote waarde uitmaakt. Maar het ordewoord der Verenigde Staten van Europa heeft dezelfde betekenis. Zonder dit bijkomende ordewoord blijven de essentiële problemen van Europa hangend.

Maar zal dit ordewoord de pacifisten niet in de hand werken? Ik geloof niet dat er nu genoegzaam ‘linkse’ elementen bestaan, om dit gevaar als een voldoende reden te aanzien om dit ordewoord te verwerpen. Wij leven in 1923 en wij hebben reeds min of meer door de ondervinding geleerd.

Er bestaan niet meer redenen om een pacifistische interpretatie van het ordewoord ‘Verenigde Staten van Europa’ te vrezen, dan een democratisch-revolutionaire interpretatie van het ordewoord (boeren- en arbeidersregering’. Zeker, indien men de Verenigde Staten van Europa als onafhankelijk programma voorstaat, als een wondermiddel voor de pacificatie en de heropbouw, wanneer men dit ordewoord afzondert van die van arbeidersregering, van eenheidsfront van klassenstrijd, vervalt men gemakkelijk tot het gedemocratiseerd wilsonisme, d.w.z. tot het kautskisme, en nog lager. (Voor zover er nog iets lagers dan het kautskisme bestaat.) Maar, ik herhaal het, we leven in 1923, en wij hebben reeds min of meer door de ondervinding geleerd. De Communistische Internationale is nu een werkelijkheid, en het is Kautsky niet die de strijd gebonden aan onze ordewoorden zal verwezenlijken en controleren. Onze wijze om de vraag te stellen staat lijnrecht tegenover die van Kautsky. Het pacifisme is een academisch programma dat tot doel heeft zich van de noodzakelijkheid van de revolutionaire actie te ontdoen. Zoals wij het vraagstuk stellen, noopt het integendeel tot strijd. Aan de arbeiders van Duitsland die geen communisten zijn (het is niet nodig deze laatste te overtuigen), aan de arbeiders in het algemeen en in het bijzonder aan de sociaaldemocratische arbeiders, die de economische gevolgen van de strijd voor de arbeidersregering vrezen; aan de arbeiders van Frankrijk die nog vervuld zijn van het vraagstuk der herstellingen en der nationale schuld; aan de arbeiders van Frankrijk en van Duitsland en van gans Europa, die vrezen dat de vestiging van het arbeidersregime de afzondering en de economische ondergang van hun land zal teweeg brengen, zeggen wij: een Europa zelfs tijdelijk afgezonderd (het zal echter niet zo gemakkelijk afgezonderd worden want door tussenkomst van Rusland zal het met het Oosten verbonden zijn) zal niet alleen stand houden, maar zal zich herstellen en versterken wanneer het de innerlijke tolgrenzen zal verbroken en zijn economie aan de onmetelijke rijkdommen van Rusland zal verbonden hebben. De Verenigde Staten van Europa zijn een zuiver revolutionair vooruitzicht, de volgende stap van ons algemeen revolutionair vooruitzicht, stap noodzakelijk gemaakt door het grondig verschil in toestand tussen Amerika en Europa. Geen rekening houden met dit essentieel verschil voor de huidige periode is onvrijwillig de werkelijke revolutionaire vooruitzichten verdrinken in de historische abstracties. Natuurlijk zal de arbeiders- en boerenfederatie zich niet tot de Europese etappe beperken. Door tussenkomst van de Sovjet-Unie zal zij zich een uitweg naar Azië openen, en daardoor aan Azië een uitweg tot Europa geven. Het geldt hier dus enkel een etappe maar een grote historische etappe, de eerste die wij hebben af te leggen.

De internationale toestand

(Uittreksel van een verslag de 3e oktober 1918 uitgebracht)

Engeland werd verplicht een militaire improvisatie te doen, dat wil zeggen een leger te scheppen van geen betekenis. Ziedaar waarom Duitsland de overhand had gedurende het eerste gedeelte van de oorlog. Zijn militaire industrie, de kasteorganisatie van zijn adel, de tucht en de hogere cultuur van het Duitse volk hadden een oorlogstuig geschapen waarvoor de coalitiekrachten van Italië, Frankrijk, Rusland en andere minder belangrijke geallieerden het hoofd moesten buigen. Eerst lange tijd nadien kwamen de Verenigde Staten tussen zonder een groot leger, maar met een machtige techniek.

Op dit ogenblik, begonnen de monsterachtige machine van het Duitse imperialisme en voornamelijk de arbeidskrachten en de fabrieken van vernielingstuig uitgeput te geraken. Van een andere kant ontwikkelde zich de economische en militaire macht van Amerika ten koste van het verwoeste Europa, en op het beslissend ogenblik keerden de Verenigde Staten hun militaire krachten tegen Duitsland. Waarom? Gedurende de drie eerste jaren van de oorlog had Amerika zich afzijdig gehouden; de Amerikaanse Shylock leverde vernielingstuig aan Europa, en het was enkel toen de ongebreidelde duikbootoorlog door Duitsland gevoerd, de Amerikaanse handel met de Entente bedreigde dat de Amerikaanse Shylock het oprichten van een binnenlandse markt, voor zijn kanonnen, zijn obussen en zijn geweren, die zich op de Amerikaanse kusten opeenstapelden en die men niet meer naar Europa uitvoeren kon, eiste. Dit was de laatste beweegreden die Amerika op de weg van een nieuw avontuur wierp; ziedaar waarom Amerika een geweldige rol in de ontwikkeling van de Europese oorlog gespeeld heeft. In Duitsland weliswaar juichte de kaste der bekrompen jonkers, dom de intrede van de Verenigde Staten in de oorlog toe. Wij zullen in een slag met al onze vijanden, dat wil zeggen met onze mededingers over de gehele wereld gedaan maken, riepen de jonkers, maar zij vergisten zich lelijk. De Amerikaanse machine, verbazend sterk, beschikte eveneens over kolossale voorraden, en dit werd enkel begrepen door mensen die zich volmaakt rekenschap van het karakter der gebeurtenissen gaven, die hun koelbloedigheid, een juist inzicht in de zaken bewaard hadden, en de gebeurtenissen van uit het standpunt van het historisch materialisme waardeerden. Wanneer we nu de afgelegde weg en de programma’s beschouwen ontwikkeld door de imperialisten, hun lakeien de democraten, en de lakeien van deze lakeien, de mannen van Scheidemann en van Renaudel, zien wij dat die vier jaren niet slechts bezaaid zijn met de lijken van de arbeiders die in die strijd sneuvelden, maar ook met de overblijfselen van de verschillende programma’s, plannen en theorieën.

Op de wacht voor de wereldrevolutie

(Uittreksel van een verslag uitgebracht op 18 november 1918)

De Verenigde Staten, machtig kapitalistisch land, kwamen in de oorlog tussen toen de Europese volkeren gedurende drie jaren reeds elkaar onderling uitmoordden. Gedurende de kritische maanden, in januari en februari 1917, bevond ik mij in Amerika en sloeg de voorbereiding der Verenigde Staten, tot hun deelname aan de oorlog, gade. Misschien zult gij u herinneren wat onze patriottische pers, met deze van al de landen van de Entente, toen schreef. Zij zegde dat president Wilson, verontwaardigd over de misdaden van het Duits militarisme, in het bijzonder over de duikbootoorlog, over het torpederen van de pakketboten, eindelijk zijn zwaard op een der schalen van de wereldstrijd geworpen had ‘om de balans in het voordeel van het recht tegen het kwaad te doen overslaan’. De werkelijkheid was veel prozaïscher.

Vanaf het begin namen de Verenigde Staten, ten opzichte van de twee vijandelijke kampen, de houding aan die Engeland ten opzichte van het vasteland gedurende de vorige oorlogen aangenomen had: zij organiseerden en ondersteunden verscheidene combinaties en diplomatische bondgenootschappen. Vroeger verdeelde Engeland Europa in twee vijandelijke kampen; gerust op zijn eiland blijvende zei het tot zich zelf: ‘Laten ze elkaar maar uitputten, ik zal de zwakste ondersteunen ten einde een te gevaarlijke mededinger te beletten op te staan’.

Wanneer Duitsland te sterk werd, was Engeland gedwongen in het kamp der uitgesproken vijanden van dit eerste over te gaan. Op zijn reusachtig eiland, aan de andere zijde van het grote water’ — aldus noemen de Amerikanen de oceaan — nam Amerika een afwachtende houding aan en zegde: ‘Europa met Engeland is in twee kampen verdeeld. Wij, Amerikanen, zullen eerst eens nagaan hoe zij elkaar zullen bevechten en uitputten. Al afwachtende, zullen wij nochtans niet passief blijven, wij zullen ons zoveel mogelijk met zaken bezig houden, met winsten, wij zullen dynamiet, obussen en geweren aan de ene zowel als aan de andere partij verkopen, en voor onze neutraliteit zullen we onophoudelijk sommen, die absoluut niet te versmaden zullen zijn, verkrijgen’.

Ziedaar welke in het begin de politiek van de Amerikaanse burgerklasse was. En sedert het begin van de oorlog bestuurde aldus de ‘eerlijke’ Amerikaanse handelaar de politiek van de ‘eerlijke’ president Wilson. Met zijn eerlijke dynamiet bood hij zich in de twee kampen aan, en bood hij ze aan woekerprijzen te koop. Maar Engeland riep de blokkade uit en zegde aan Amerika: ‘Gij zult uw dynamiet niet naar Duitsland voeren’. Aanstonds ontstond daaruit een grote spanning in de betrekkingen tussen Amerika en Engeland. Wilson verklaarde aan zijn beursmannen: ‘Het recht wordt met de voeten getreden, de vrijheid der zeeën wordt verkracht, de eerlijke Amerikaanse dynamiet verkrijgt geen toegang tot Duitsland’. Natuurlijk waren de Beurs en de militaire industrie behept met een heilige verontwaardiging tegen Engeland dat de blokkade ingesteld had. De gieren van de oorlogsindustrie, de bankridders en de diplomaten verenigden zich om te beslissen of ja dan neen de oorlog aan Engeland moest verklaard worden. Wilson de onzijdige verklaarde: ‘Nu zijn wij door de blokkade van de centrale rijken afgezonderd. Wanneer we met Engeland afbreken verliezen we eveneens de Anglo-Franse, Russische en Italiaanse markten van onze oorlogsindustrie en wij zullen het gelag betalen’. De belangen van de Amerikaanse handel en nijverheid vereisten dat Wilson voor ene onzijdigheid was die de Amerikaanse handelaar toeliet zijn goederen in kolossale hoeveelheid naar de landen van de Entente te zenden.

En waarlijk, gedurende de oorlog werd de buitenlandse handel der Verenigde Staten twee en half maal groter. Het was niet zoals vroeger, graan, machines en in het algemeen producten die voor het leven van de mensen noodzakelijk waren, maar bijna uitsluitend oorlogsmunitie, moord- en vernielingstuig dat naar het buitenland verzonden werd. Het is alzo dat de onzijdigheid van Wilson aan de Amerikaanse industrie toeliet prachtige zaken te doen.

Maar ziedaar, Duitsland opende de onbeperkte duikbootoorlog. Het was in januari 1917. Heel Amerika was met oorlogsfabrieken bedekt die dachten hun producten in Europa kwijt te geraken. De Engelse blokkade sneed hen van de centrale rijken af. De onderzeese blokkade van de Duitsers dreigde ze van Engeland, Frankrijk, Rusland en Italië af te snijden. Ook was het geduld der nijveraars ten einde, en bijgevolg moesten het pacifisme en de onzijdigheid van president Wilson ophouden.

Ik vergat u te zeggen dat Wilson een apostel van het pacifisme geweest was zolang die theorie als handelsvlag voor de Amerikaanse dynamiet had kunnen dienen. Maar van het ogenblik dat de twee blokkaden hem de weg versperden, begon Wilson de grote apostel van de schijnheiligheid, het denkbeeld aan te nemen dat het tijd was tussenbeide te komen. De Amerikaanse burgerij liet hem tijd om na te denken: ‘Ziedaar zegde zij hem, de piramide van de oorlogsindustrie, ziedaar een berg schiettuig die wij voor Europa vervaardigd hebben. Wat gaan wij er nu mee aanvangen?’ Wilson verklaarde dat hij geen middel gevonden had om de duikbootoorlog te bevechten. Men antwoordde hem: ‘Gij moet die goederen voor de Amerikaanse Staat nemen. Wanneer gij ze niet naar Europa vervoeren wilt, betaal ze dan met het geld van de Amerikaanse landbouwer en arbeider’.

Ziedaar de bron van de even monsterachtige als snelle ontwikkeling van het Amerikaanse militarisme. De Amerikaanse industrie had dit militarisme als exportproduct voor Europa bereid, maar het had zich geweldig uitgebreid, en het Amerikaanse volk zou verplicht zijn het zelf te gebruiken. Aldus werd de tussenkomst van Amerika veroorzaakt, enerzijds door het verlangen om Duitsland en gans Europa erbij te wurgen, en anderzijds door de rechtstreekse belangen der Amerikaanse oorlogsindustrie.

Ziedaar welke de zedelijke principes zijn van die oude jezuïet Wilson.

* * *

De Verenigde Staten zijn een gecentraliseerd militaristisch land. De macht van de voorzitter is niet kleiner dan die van gelijk welke koning of tsaar. In al de essentiële kwesties, kwesties van oorlog of vrede, heeft de voorzitter, invoerder van de wil van het Amerikaans kapitaal, al de macht in oorlogstijd, in zijn handen verenigd. Het militarisme heeft in de Verenigde Staten een waarlijk Amerikaanse omvang bereikt. De toestand der massa’s is ten zeerste verergerd.

Uittreksel van een verslag aan de communistische fractie van het Xe sovjetcongres

(28 december 1922)

Maar wat Amerika betreft, zou het verkeerd zijn te zeggen, dat evenals voor Europa, het kapitalisme er van nu af aan de stilstand van de economische ontwikkeling in zich draagt. Europa verkeert in ontbinding. Amerika leeft. De eerste jaren of juister de eerste twintig maanden na de oorlog scheen het dat Amerika geweldig zou getroffen worden door het economisch verval van Europa. In het algemeen beroofd van de Europese markt, maar in het bijzonder van de oorlogsmarkt, die het cynisch van 1914 tot 1918 uitgebuit had, dacht men dat de Amerikaanse nijverheid fataal ten gronde moest gaan. Maar om het verlies van de Europese markt te vereffenen maakte en maakt zij zich meester van de markten van zekere Europese landen zoals Duitsland en zelfs Engeland.

Bijgevolg in 1921-1922 doorleeft Amerika in tegenstelling met Europa een fase van handels- en nijverheidsvoorspoed. Bijgevolg ontwikkelen zich de productiekrachten nog in Amerika onder het kapitalisme, weliswaar zo snel niet als zij zich onder het socialisme zouden ontwikkelen, maar zij ontwikkelen zich. Hoe lang dit nog zal blijven duren, dat is een andere kwestie. Zeker door haar economische en sociale macht is de Amerikaanse werkende klasse gereed voor de machtsgreep, maar door haar tradities in zake politiek en organisatie, is zij veel minder voorbereid dan de Europese arbeiders, en de sterkte van de Communistische Internationale is in Amerika nog miniem. En indien men mij vroeg wat er in de eerste plaats gebeuren zal: de zegepraal van de proletarische revolutie in Europa of het stichten van een machtige Communistische Partij in Amerika, zou ik het wagen te zeggen, rekening houdende met al de gegevens waarover wij op dit ogenblik beschikken, evenals met de logische ontwikkeling van de huidige toestand (natuurlijk alle soorten nieuwe factoren zijn mogelijk, de oorlog tussen Amerika en Japan bijvoorbeeld; de oorlog is echter de locomotief van de geschiedenis), dat er veel kansen bestaan dat het proletariaat in Europa zou zegevieren, vooraleer een machtige Communistische Partij in Amerika zou tot stand komen. Met andere woorden, evenals de zege van het revolutionair proletariaat in 1917, de voorwaarde van de stichting der Communistische Internationale en ook van de groei der communistische partijen was, zo ook zal naar alle waarschijnlijkheid, de zege van het proletariaat in de bijzonderste landen van Europa de voorwaarde van de snelle revolutionaire ontwikkeling van Amerika wezen. Europa heeft een economie die in ontbinding verkeert en een proletariaat dat zich reeds niet meer uitbreidt, maar dat de uitbreiding van zijn Communistische Partij afwacht; wat Amerika betreft, het gaat nog vooruit door het verval van Europa uit te baten.

* * *

Tot in de laatste tijd hebben we genoegzaam Europa van Amerika onderscheiden, en het is daarom dat de traagheid van de ontwikkeling van het communisme in Amerika aan enkelen pessimistische gedachten kan inboezemen, hun kan doen geloven dat wat de revolutie betreft Europa op Amerika moet wachten.

Dit is het geval niet. Europa kan niet wachten. Met andere woorden indien de revolutie in Europa voor meerdere tientallen jaren verschoven werd, zou daaruit voortspruiten dat Europa als beschavingskracht zou verdwijnen. Zoals je weet is de filosofie van Spengler aangaande het verval van Europa tegenwoordig in de mode. Zij is in haar aard, de uitdrukking van een juist voorgevoel van de burgerklasse. Het proletariaat dat de burgerij zal vervangen en de macht grijpen niet opmerkend spreken de aanhangers van Spengler van het verval van Europa. Indien Europa stierf, dan ware de economische en culturele ontbinding van Europa onvermijdelijk, en dan zou de Amerikaanse revolutie komen, maar met een grote vertraging en zou Europa op sleeptouw nemen. Maar er bestaat geen enkele ernstige reden, om dergelijke pessimistische voorzeggingen te doen aangaande de data. Zekere data op voorhand vaststellen is groot gevaar lopen zich te vergissen, maar naar mijn oordeel bestaat er geen reden om te veronderstellen dat tussen 1917, aanvang van het nieuw Europees revolutionair tijdperk en de grote overwinningen van de revolutie in westelijk Europa er meer tijd zal moeten verlopen dan tussen onze revolutie van 1905 en deze van 1917. Tussen het begin van de revolutie, tussen onze eerste ondervinding en de zegepraal, was er een tussenruimte van 12 jaren. Hoeveel jaren er zullen verlopen tussen 1917 en de eerste grote overwinning in Europa weten we niet. Het is niet onmogelijk dat er minder dan twaalf zouden zijn. In ieder geval is het bestaan van Sovjet-Rusland en de Communistische Internationale, de gecentraliseerde organisatie van de revolutionaire voorhoede, nu een heel groot voordeel en draagt bij tot de systematische versterking van de communistische partijen in de verschillende landen.

* * *

Zelfs indien Amerika vanuit revolutionair standpunt niet vooruit gaat zullen wij toch de bovenhand krijgen. De Amerikaanse burgerij warmde zich de handen aan de Europese vuurpoel gedurende de imperialistische oorlog. Maar wanneer de revolutionaire brand in Europa zal aangestoken zijn, zal zij het niet lang volhouden. Waarom zou het Europees proletariaat moeten wachten totdat het Amerikaans proletariaat zich van zijn bedorven burgerij, die het fopt, vrijgemaakt heeft? Voor het ogenblik, onderhoudt de Amerikaanse burgerij met inzicht de staat van ontbinding van Europa. Na zich verzadigd te hebben met het goud en het bloed van dit laatste, stelt het de wet aan de gehele wereld, het zendt zijn afgevaardigden naar de conferenties, waar zij waarnemen, zwijgen en beslissen, van tijd tot tijd plaatsen zij hun voet op de tafel en de diplomaten van de Europese landen begrijpen dan dat die prachtig geschoeide voet hun zijn wil dicteert. De Europese burgerij, niet alleen die van Duitsland en van Frankrijk, maar ook die van Engeland, kruipt voor de Amerikaanse burgerij, die gedurende de oorlog Europa door haar hulp, haar leningen, haar goud, tot het uiterste bracht, en die het nu in de staat van doodstrijd houdt. De Amerikaanse burgerij zal haar straf van het Europees proletariaat ontvangen, en die straf komt des te sneller naarmate onze veroveringen, onze overwinningen steviger, standvastiger zullen zijn. Dat onze propaganda goed of slecht wezen, dit is een feit van bijkomend belang, maar wat van allereerst belang is, is onze economie. Kameraden boeren, voor zover ik weet zijn er hier partijloze kameraden boeren — ik kan u met zekerheid zeggen dat elke geoogste graanhalm een gewicht te meer is op de schaal der Europese revolutie. Wat vreest de Engelse werkende klasse, wat vreest de werkende klasse van Duitsland? Sedert het begin van de oorlog leefde het uitgehongerd Europa van het brood van Amerika. De Amerikaanse burgerij bedreigt het openlijk om in het geval van nieuwe revolutionaire uitbarstingen geen graan meer te zenden, zij bedreigt het om ten zijnen opzichte te handelen zoals Engeland en Frankrijk ten opzichte van Sovjet-Rusland gehandeld hebben, rond hetwelk zij de economische blokkade oprichtten. Dit is een eventualiteit waarmee de Europese werkende klasse en in de eerste plaats de Duitse rekening moet houden. En wij moeten tot onszelf zeggen dat het Sovjet-Rusland zijn zal dat de Europese revolutie van graan bevoorraden zal.

Dit, kameraden boeren, zijn geen woorden, het zijn geen frasen, heel het lot van Europa hangt van de oplossing van die kwestie af. Ofwel zal het Europees proletariaat onder de vrees van de zware laars van het Amerikaans kapitaal blijven leven, ofwel zal het graan van de Russische boeren en arbeiders krijgen gedurende de pijnlijkste maanden van zijn revolutie.

De wegen van de Europese revolutie

(Uittreksel van een rede, 11 april 1924 uitgesproken)

De ontwikkeling van Europa in de volgende periode kan twee wegen volgen, volgens dat de Entente aan Duitsland ja dan neen toelaten zal adem te halen. Na de proefneming van verleden jaar, gedurende hetwelk het rode spook van het communisme in Duitsland te voorschijn trad, zal de burgerij van Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten misschien trachten een weinig de toestand van Duitsland te verlichten, aan dit laatste zekere kredieten en betaling uitstellen te verlenen, die de heropleving van de Duitse economie zullen toelaten. Daaruit zal noodzakelijk een zekere vlucht van de Duitse industrie en een vermeerdering van de uitvoer voortspruiten. De Duitse industrie werkt voor het ogenblik aan ongeveer de helft van zijn rendement, en wanneer men de economische en financiële toestand van Duitsland wat verlicht, zal de uitvoer van dit laatste snel vermeerderen. Nochtans is de opslorpingscapaciteit van de Europese markt zwak, en de vermeerdering van de Duitse uitvoer zal na een jaar en misschien eerder een geweldige crisis in de Engelse en Franse nijverheid teweegbrengen. De minste verlichting van het lot van Duitsland zal fataal de crisis van Engeland, waar nu reeds ongeveer een miljoen werklozen zijn, verhogen. Het spreekt vanzelf dat dit een machtigen stoot aan de strijd van het Engelse proletariaat geven zal. De Engelse eerste minister MacDonald, waarover we verder nog zullen te spreken hebben, begrijpt heel zeker, dat in de huidige voorwaarden de Duitse industrie helpen, gelijkstaat met een steek aan de Engelse industrie toe te brengen. Bijgevolg heeft hij in het geheel geen lust het te doen. Hij weigerde reeds de herziening van het verdrag van Versailles. Nemen wij aan dat ook de Verenigde Staten Duitsland niet ter hulp komen en dat Poincaré met zijn politiek van versmachting van dit laatste voortgaat. In die voorwaarden zal de Duitse mark, na enkele weken, nog veel sneller dan voorzien naar de diepte gaan, de prijzen zullen geweldig stijgen, de industrie zal verkwijnen, de werkloosheid vermeerderen, en de revolutie zal zich in een nog veel sneller tempo dan verleden jaar ontwikkelen.

* * *

Met het arbeidend Engeland zouden we Europa helpen de last van de bewapening te verminderen, wij zouden de stichting der Verenigde Staten van Arbeiders en Boeren van Europa bespoedigen, zonder dewelke de economische en politieke ondergang fataal Europa moet aantasten.

* * *

De Verenigde Staten gaan voort de rijkdommen die zij Europa gedurende en na de imperialistische oorlog ontstolen hebben, te verteren. Maar de Verenigde Staten, zegt men, zijn een uiterst democratisch land. Indien zij in de laatste imperialistische oorlog tussen kwamen, was het enkel om morele redenen, het was om de democratie te helpen tegen het militarisme. Ja, we herinneren het ons... Na Europa uitgeplunderd, uitgeput en uitgezogen te hebben zijn de Verenigde Staten de kolossale piramide van de burgerlijke macht geworden. Het gestolen goed verterend houden zij zich van de Europese zaken afzijdig. Maar tezelfdertijd bereiden zij zich met zorg tot de nakende oorlog voor. Voor hen staan het vliegwezen en de gassen op het eerste plan. De Verenigde Staten, geweldig werkhuis van de wereld, worden meer en meer een fabriek van stikgassen. Zij bereiden zich niet alleen tegen het uitgeput Japan, maar ook tegen Europa voor. In de dagbladen leest men somtijds dat de verlichte Amerikanen, de oude oorlogsmethoden als te barbaars, te middeleeuws, te vervallen aanzien en dat ze denken dat het nodig is nieuwe, meer geraffineerde methoden, chemische methoden, menselijke methoden die niet zullen doden, maar die zullen doen slapen en zelfs aangename dromen zullen geven, toe te passen. Men weet dat het lachgas dikwijls voor zekere operaties gebruikt wordt, de tandmeesters gebruiken het dikwijls om tanden uit te trekken. Maar wanneer het Amerikaans kapitalisme lachgassen bereidt, om wanneer het nodig is Europa zijn revolutionaire tanden uit te trekken, moeten wij op onze hoede zijn. In afwachting beproeft het verlicht Amerika zijn gassen op zijn misdadigers, die men niet meer elektrocuteert, maar aan de werking van de lachgassen onderwerpt. Dit is het laatste woord van de techniek en de menslievendheid van de Quakers. De Amerikanen beloven hun gassen op gehele steden en landstreken te werpen. Het verzadigd en rijk Amerika zijn escadrilles vliegtuigen over het revolutionair Europa zendend om hun lachgassen over ons uit te spreiden, is voor ons een prettig vooruitzicht.

Vooruitzichten en taken in het Oosten

(Uittreksel van een rede uitgesproken 24 april 1924)

Wanneer men prozaïsche werken zoals deze die de balansen der Engelse en Amerikaanse banken voor 1921, 1922 en 1923 inhouden, in handen neemt, kan men er de revolutionaire toekomst van het Oosten in lezen. Engeland is tot zijn rol van wereldwoekeraar weergekeerd. De Verenigde Staten hebben een ongelooflijke hoeveelheid goud opeengestapeld: de kelders van de Centrale Bank bevatten drie miljard dollar. De economie der Verenigde Staten is met goud overstroomd. Aan wie staan Engeland en de Verenigde Staten leningen toe? Noch aan Duitsland noch aan de Sovjet-Unie; aan Frankrijk stonden ze enkele ellendige sommen voor de redding van de frank toe. Aan wie geven zij dan hun geld uit? Dit geld geven ze voornamelijk aan de koloniale landen, zij financieren de industriële ontwikkeling van Azië, van Zuid-Amerika, van Zuid-Afrika. Ik zal geen getallen aanhalen, ik heb er, maar dit zou ons te ver leiden. Het volstaat, te zeggen dat tot aan de laatste imperialistische oorlog, de koloniale en halfkoloniale landen twee keer minder kredieten van de Verenigde Staten en Engeland verkregen als de landen waar het kapitalisme reeds ontwikkeld was. Nu integendeel belopen de financiële plaatsingen in de koloniale landen aanzienlijk meer dan de plaatsingen in de oude kapitalistische landen. Waarom? De redenen zijn talrijk, maar er zijn er twee welke fundamenteel zijn: enerzijds, het wantrouwen ten opzichte van het oude geruïneerde Europa uitgezogen door het Franse militarisme, dat een factor van nieuwe ontredderingen is; en anderzijds de behoefte aan koloniale landen als leveranciers van grondstoffen en verbruikers van de machines en industriële producten van Engeland en de Verenigde Staten. Sedert de oorlog beleven we een uiterst snelle industrialisatie der min of meer achterlijke koloniale en halfkoloniale landen: Japan, Indië, Zuid-Amerika en Zuid-Afrika...

* * *

Europa, dat door zijn vroegere ontwikkeling, het conservatisme van de werkersaristocratie verzekerd had, wordt meer en meer ondermijnd door het verval en de economische ontbinding. Het verkeert in een toestand zonder uitweg. Men stelt het vast door het feit dat Amerika het geen leningen meer toestaat, want het heeft geen betrouwen in zijn economische leefbaarheid, en met reden. Van de anderen kant zijn Amerika en Engeland, verplicht de economische ontwikkeling van de koloniale landen te financieren, die zij zodoende met een ongelooflijke snelheid op de weg van de revolutie voortduwen. En indien Europa in zijn huidige ontbindingstoestand door het kortzichtig corporatisme van de Engelse werkersaristocratie gehandhaafd blijft, zal het middelpunt van de revolutie zich naar het Oosten verplaatsen. Indien er tientallen jaren van kapitalistische ontwikkeling van Engeland nodig waren om het oude Rusland en het Oosten in opstand te brengen, dan zal het nodig zijn dat de Oosterse revolutie later op Engeland terugvloeit om een aansporing aan de revolutie van het Europees proletariaat te geven. Dit is een van de historische mogelijkheden. Men moet ze niet uit het oog verliezen.

Vijf jaren bestaan van de Communistische Internationale

(Uittreksel uit het voorwoord van het werk: Vijf jaren bestaan van de Communistische Internationale.)

Het is moeilijk de duur van de huidige verzoeningsperiode te voorzien. In ieder geval kan er voor het burgerlijk Europa geen sprake zijn, zijn innerlijk economisch evenwicht te herstellen, evenmin als zijn economisch evenwicht met Amerika. Wat het vraagstuk van de herstellingen betreft, doet men weliswaar een grote poging om het in der minne te regelen. Het aan het bewind komen van het ‘Bloc des Gauches’ in Frankrijk versterkt die politiek. Maar de fundamentele tegenstrijdigheid van het probleem blijft integraal voortbestaan: om te betalen moet Duitsland uitvoeren; om veel te betalen moet het veel uitvoeren, de Duitse uitvoer echter is een bedreiging voor de Franse en Engelse uitvoer. Om de mogelijkheid te hebben opnieuw zegevierend op de uiterst ingekrompen Europese markt te strijden zou de Duitse burgerij geweldige innerlijke moeilijkheden moeten overwinnen, die onvermijdelijk een nieuwe toeneming van de klassenstrijd zou teweeg brengen.

Van de ene kant heeft Frankrijk ook geweldige schulden, waarvan het de betaling nog niet aangevangen heeft. Om de betaling te beginnen moet het zijn uitvoer verhogen, dat wil zeggen, in zake buitenlandse handel de moeilijkheden van Engeland, waarvan de uitvoer nog de 95 % van de vooroorlogse hoogte niet bereikt heeft, vergroten. In zake de wezenlijk politieke en militaire economische problemen bewijst de bemiddelende regering van MacDonald haar onmacht nog meer dan men kon verwachten. Onnodig te zeggen dat met de regering van het ‘Bloc des Gauches’ in Frankrijk de zaken niet beter zullen gaan. De hopeloze toestand van Europa, voor het ogenblik gemaskeerd door de internationale en inwendige traktaties, zal opnieuw in zijn revolutionaire natuur te voorschijn treden.

Aan het wereldproletariaat

(Uittreksel van het manifest van het Ve Congres van de CI, 6 juli 1924)

Langzaam zoekt het machtigste antagonisme van de wereld de lijn waar de belangen van het Britse Rijk op die van de Verenigde Staten stoten. In de twee laatste jaren kon het schijnen dat een stabiel akkoord tussen de twee kolossen tot stand kwam. Maar die schijn van standvastigheid zal enkel duren zolang als de economische vlucht van de Verenigde Staten zich voornamelijk op de basis van de inlandse markt zal ontwikkelen. Dit zal echter spoedig niet meer het geval zijn. De landbouwcrisis die uit de ondergang van Europa voortsproot, was de voorbode van de dreigende industriële en handelscrisis. De productiekrachten van de Verenigde Staten moeten een steeds groter wordende uitweg op de wereldmarkt vinden. Zijn buitenlandse handel kan zich enkel ten koste van deze van Engeland uitbreiden, zijn handels- en oorlogsvloot kunnen zich slechts ten nadele van de Engelse ontwikkelen. De periode van de Anglo-Amerikaanse overeenkomsten, zal moeten plaats maken voor een heviger wordende strijd die op zijn beurt een oorlogsgevaar zonder voorgaande met zich draagt.

Het antagonisme van Japan en de Verenigde Staten blijft in al zijn scherpte voortbestaan. De aardbeving van Japan wijzigde de onderlinge betrekkingen der krachten, zonder de vijandigheid van deze beide landen te verminderen. Het verbod van de gele inwijking in de Verenigde Staten geeft aan de strijd der imperialisten van de Stille Oceaan het karakter van een rassenstrijd. In geval van een botsing tussen Engeland en de Verenigde Staten, zou het Japans imperialisme een veel actiever rol spelen dan gedurende de laatste imperialistische oorlog.

De onmeetbare rijkdommen van de Amerikaanse burgerij maken nu het machtigste ontploffingstuig van de wereld uit. De tijdelijke afzondering van de Verenigde Staten die op het ogenblik de vruchten van hun plunderingen aan het verteren zijn, loopt ten einde. Het Amerikaans kapitaal moet zich in alle richtingen uitbreiden. Een van deze richtingen is die van het Zuiden. Amerika vermeerdert zijn druk op Mexico en tracht dieper en dieper in Zuid-Amerika door te dringen om er het Europees kapitaal de voet te lichten. Het Amerikaans militarisme zal niet alleen op zee, maar ook op het Amerikaanse vasteland een veel actiever en aanvallender karakter aannemen.

* * *

Vandaag nog is de oorlog in latente staat in de mensheid. Wat is de nieuwe oplossing van het vraagstuk der Duitse betalingen, het plan van de experten, anders dan een toepassing der oorlogsmethoden bij de oplossing van de fundamentele economische vraagstukken?

Amerika, waarvan de zakken met het Europees goud gevuld zijn, steunt op de militaire macht van Frankrijk en schrijft aan Duitsland een bepaald economisch regime voor om het te straffen voor zijn nederlaag. Alleen de volmaaktste kwakzalvers, kunnen vertellen dat de beslissing der experten een vredelievende democratische oplossing van het vraagstuk is. In werkelijkheid dicteert de Entente haar wil, een geladen revolver op de slapen van Duitsland drukkend. Men herhaalt ons dat de economische heropbouw van Europa alleen met het vrij spel der kapitalisten mogelijk is. Aldus tracht men het denkbeeld van de socialistische organisatie van de economie in diskrediet te brengen. In werkelijkheid wordt het fundamenteel vraagstuk van de Europese economie opgelost door middel van het voortdurend militair geweld ten opzichte van Duitsland, dat enige tijd geleden nog het besturend kapitalistisch land van Europa was.

* * *

Tenslotte bereidt het Amerikaanse kapitaal zich voor, door middel van zijn experten, Europa te ‘controleren’, dat wil zeggen te besturen, evenals de Amerikaanse magnaten tientallen trusts en spoorwegen controleren; tezelfdertijd denkt het Amerikaans kapitaal, de Amerikaanse werkersaristocratie bestuurd door de meest reactionaire der verraders, Gompers, te onderhouden met de winsten die het uit Europa trekt; het tracht de tien miljoen Amerikaanse proletariërs te temmen door ze met een nieuwe inwijkingsgolf van het vervallen Europa te bedreigen. Dit monsterachtig plan van verknechting van de werkende klassen van Europa aan het Angelsaksisch kapitaal door tussenkomst van het Franse militarisme wordt door de partijen van de IIe Internationale aangenomen en goedgekeurd. De socialisten der Entente kunnen aldus de roofpolitiek van hun burgerij, met dewelke ze hand in hand gaan, met een pacifistisch masker bedekken. De Duitse sociaaldemocratie denkt dat het herstel van de kapitalistische orde haar de zegepraal over het communistisch gevaar geven zal. Tezelfdertijd verkrijgt ze de mogelijkheid haar samenwerking met de Duitse burgerij uit te leggen, door de noodzakelijkheid zich met deze laatste te verenigen om aan de drukking van buiten af weerstand te bieden. Van de ingebeelde communistische samenzweringen gebruik makend, smeedt het kapitaal een geweldig complot tegen de werkers van Europa en de gehele wereld. De inrichter van dit complot is het financiekapitaal, dat zijn generale staf te New York heeft en een bijhuis te Londen. Het bijzonderste uitvoeringswerk wordt aan de maarschalken der Franse Beurs toevertrouwd. De sociaaldemocraten en de Amsterdamse syndicalisten maken zich tot de tolken, de verdedigers en de advocaten van dit complot.

De experten van het verraad komen de experten van het kapitaal ter hulp.

Welke etappe maken wij door?

(Uittreksel van een rede uitgesproken 21 juni 1924)

Amerika gaat voort een bijzondere plaats in te nemen. Reeds voor de oorlog bestond er een verschil tussen het ritme van de Europese ontwikkeling en dit van de Amerikaanse; maar na de oorlog werd dit verschil nog groter. Wanneer we spreken over de internationale revolutie, stellen wij ze ons te dikwijls op een te bondige, te algemene manier voor. Er zullen etappen zijn welke door aanzienlijke tussenruimten zullen gescheiden worden. Alles toont aan dat de Amerikaanse revolutie veel later dan de Europese zal uitbreken. Het is heel waarschijnlijk dat het Oosten het imperialistisch juk van zijn schouders afschudt, dat het proletariaat zich van de macht in Europa meester maakt, en dat Amerika voortgaat de vesting van het kapitaal te blijven. In die zin kunnen de Verenigde Staten de voornaamste contrarevolutionaire macht van de geschiedenis worden, en ze worden het. Dit kunnen de filistijnen voor dewelke de kwestie zich door de democratie, de pacifistische frasen en andere rommel oplost, niet begrijpen. De oorlog, die gedurende vier jaren Europa verwoestte was alleen mogelijk dankzij de bijzondere rol der Verenigde Staten. Na de oorlog hielp Amerika de Europese burgerij haar stellingen behouden. Nu, organiseert het een ingewikkeld systeem van verknechting van de werkersmassa van Europa, bij middel van het plan der experten. Amerika is het, dat het vijandigst staat tegenover de erkenning van de Sovjetrepubliek. De Verenigde Staten zijn machtig rijk. De Amerikaanse burgerij heeft om op binnenlands zowel als op buitenlands politiek gebied te manoeuvreren geweldige hulpbronnen ter hare beschikking. Al die feiten tonen aan dat het zegevierend Europees proletariaat heel waarschijnlijk aan het Amerikaans kapitaal een machtige en hardnekkige vijand zal hebben.

De sociaaldemocratie, en in het bijzonder de Duitse sociaaldemocratie, doet al wat in haar macht is om de politieke rol van de ‘overzeese democratie’ te verheerlijken. Zij tracht de arbeiders schrik in te boezemen door hen te doen geloven, dat zij zich de gramschap van Amerika op de hals zullen halen wanneer zij zich niet onderworpen tonen, en belooft hen integendeel de hemel op aarde indien de Europese democratieën hand in hand met de Amerikaanse burgerij gaan. Dit is de basis van gans de politiek van het Europees mensjewisme. De sociaaldemocratie, agent der burgerij, wordt door de macht der omstandigheden de agent van de rijkste, de machtigste burgerij, de Amerikaanse burgerij. Door de hypnose van de Amerikaanse kapitalistische macht, tracht de sociaaldemocratie de revolutionaire energie van de Europese arbeiders te verlammen. Dit merkt men in het bijzonder in Duitsland sedert 1918 op, jaar in hetwelk het kautskistisch wilsonisme de voornaamste contrarevolutionaire factor in de schoot van de werkende klasse zelf was. Men moet verwachten dat in de volgende periode van toepassing van het plan der experten, de sociaaldemocratie meer en meer het proletariaat zal trachten af te schrikken door het spook van het almachtige, weldoende en tezelfdertijd dreigende Amerika. De strijd tegen dit schrikbewind en tegen die hypnose is de noodzakelijke voorwaarde voor de voorbereiding van de Europese arbeiders tot de revolutie. Zij moeten begrijpen dat een verenigd Europa volstrekt in staat is niet alleen te leven op economisch gebied, maar ook nog zich in een open strijd tegen de Amerikaanse contrarevolutie te verdedigen: Wanneer we spreken van een verenigd Europa, hebben we een Europese federatieve Sovjetrepubliek op het oog onverbreekbaar met de Sovjet-Unie verbonden, en door tussenkomst van deze laatste de hand aan de volkeren van Azië reikend. Indien ge de macht grijpt, zullen we aan de Europese arbeider zeggen indien ge de Verenigde Sovjetstaten schept, zult gij door er ons in te lijven daardoor zelf twee machtige vastelanden verenigen, gij zult over een machtige techniek, onbeperkte ruimten en rijkdommen beschikken en gij zult de geestdrift die wonderen verricht bezitten. Indien gij te strijden hebt met de contrarevolutie van de gehele wereld, en dit zal het geval zijn, zult ge uw Rode Leger organiseren en op dit gebied zult gij niet van het begin af moeten beginnen, want wij zullen u het Rode Leger van de Sovjet-Unie geven, leger dat reeds gehard is in de strijd en dat met de krans van de overwinning omgeven is.

Het Westen en het Oosten

Uittreksel van het voorwoord van het werk: Het Westen en het Oosten (15 juli 1924).

Nu blijft nog het bepalen van de wegen van de toekomende ontwikkeling over. Maar het is onmogelijk een min of meer gegronde voorspelling te doen, wanneer men zich beperkt tot het kader van het Westen (Europa) en het Oosten (Azië) en men de kwestie van de rol der Verenigde Staten niet onderzoekt, want dit zou feitelijk zonder de waard rekenen zijn.

Amerika is de meester van de toestand, want het is onvergelijkelijk veel rijker dan Europa en de rest van de wereld. Dit is een feit dat men goed moet begrijpen. Het is alleen in de volgende periode dat de economische macht der Verenigde Staten haar volledige weerklank zal hebben niet enkel op de internationale toestand, maar ook op de innerlijke betrekkingen van Europa. Met omwegen en onderbrekingen trachten de Verenigde Staten Europa te pacificeren door het aan de hegemonie van het Amerikaans kapitaal te onderwerpen. Dit is nu het ideaal waar de Europese sociaaldemocratie naar streeft. In die zin verandert het Europees mensjewisme meer en meer in een politieke agent van het Angelsaksisch kapitaal, dat wil zeggen in laatste instantie van het Amerikaans kapitaal. De ontwikkeling van het opportunisme in Europa zal in een grote mate afhangen van het succes waarmee het kapitalistisch Europa zich in Amerikaans dominion zal omzetten — indien dit ooit het geval zal zijn.

De ontwikkeling van het wereldimperialisme en onze militaire taken

(Uittreksel van een rede 25 oktober 1924 uitgesproken)

De imperialistische oorlog ruïneerde Europa ten voordele van Amerika. Europa tracht zich te herstellen maar tot nu toe zonder grote bijval. Nochtans kunnen wij een zekere vooruitgang vaststellen. Maar in de heropbouw van zijn productiekrachten stoot Europa op de nationale grenzen door het Verdrag van Versailles geschapen, op de tolbarelen, op de algemene vermindering van de opslorpingscapaciteit van de wereldmarkt. Het tracht uit zijn enge kaders te geraken al moest het daartoe de gewapende macht gebruiken. En ziedaar waarom de productiekrachten die nog maar aan het begin van hun herstel zijn zich opnieuw in vernielingskrachten hervormen. De trage doodsstrijd van de kapitalistische wereld geeft ons het beeld van de uitbreiding van het militarisme.

Evenwijdig aan Europa, zijn de Verenigde Staten ook het strijdperk van het militarisme, maar van een geweldig militarisme, waaraan zelfs het Europa van vóór de oorlog niet had durven denken, geworden. Ik zal de cijfers, welke de economische macht van Amerika kenmerken, niet geven, ze zijn door iedereen gekend. Ik zal nochtans twee gegevens aanhalen. Zoals ge weet, hebben de mechanische motoren (auto’s, locomotieven, pakketboten, vliegtuigen enz.) een groot belang voor de militaire techniek. Hun totale kracht in de gehele wereld wordt op 500 miljoen paardenkrachten geschat. Dit getal is ver van juist, maar het volstaat voor wat wij te bewijzen hebben. Een paardenkracht zoals ge weet komt overeen met de kracht van 10 mensen. Dus de 500 miljoen paardenkrachten vertegenwoordigd door de motoren van de ganse wereld, komen overeen met het arbeidsvermogen van 5 miljard mensen. De bevolking van de aardbol is ongeveer 1.700 miljoen, wanneer men er nu de kinderen, de grijsaards, de zieken en de invaliden af rekent, blijven er ongeveer 1 miljard mensen over die bekwaam zijn te werken. Dus is het mechanisch arbeidsvermogen waarover de mensheid beschikt, ongeveer vijf maal groter dan de mensheid zelf in arbeidsvermogen omgerekend, of liever als motor beschouwd. Hoe is dit mechanisch arbeidsvermogen verdeeld? De bevolking van de Verenigde Staten overtreft enkel een weinig de 100 miljoen; deze van de rest van de wereld bedraagt 1,600 miljoen. De verhouding is dus van 1 tot 16. De 500 miljoen paardenkrachten zijn zodanig verdeeld dat de ene helft aan de Verenigde Staten behoort, en de andere helft aan de rest van de mensheid. Zoals men ziet, verzekert het mechanisch arbeidsvermogen, basis van de moderne techniek een geweldig overwicht van de Verenigde Staten op de rest van de wereld. Men begrijpt welke de weerklank van dit overwicht op de militaire krachten is. Ik zal een ander cijfer aanhalen dat betrekking heeft op het goud, metaal met hetwelk men alles kopen kan. De hoeveelheid goud welke op de wereld bestaat wordt geschat op 18 miljard roebel. Van die 18 miljard bevindt zich de helft, dat wil zeggen 9 miljard, in de kelders van de Amerikaanse schatkist en Federale Bank. Het geld echter, ge weet het, is de zenuw van de oorlog. Ik geloof dat het Frederic II is, die het gezegd heeft maar ik sta er niet voor in. De mechanische drijfkracht, het goud en al wat er betrekking mee heeft, zijn voornamelijk in de Verenigde Staten samengetrokken. Het goud is in zekere mate de bekroning der koepel van de kapitalistische tempel, de mechanische drijfkracht is er de grondvesting van, en al wat er tussen de grondvesting en de koepel is, is ongeveer in dezelfde verhouding tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld verdeeld. Dit kenmerkt op een voldoende manier de technische en economische basis van het Amerikaanse militarisme, dat later dan de anderen te voorschijn trad, maar dat zich monsterachtig voor onze ogen ontwikkelt.

De Verenigde Staten waren, tot vóór enige tijd geen militaristisch land. Maar sedert de imperialistische oorlog, ondergingen zij op dit terrein een schielijke evolutie. Zij kwamen op het einde van die oorlog tussen, en bereikten hun doel, de volledige ondergang van Duitsland, wat niet in de bedoeling van Engeland, voornaamste hinderpaal der Verenigde Staten, was. Wat Engeland wilde, was een verzwakt maar geen geruïneerd Duitsland tegen Frankrijk; de Verenigde Staten hebben helemaal hun doel bereikt, en nu ofschoon dit doel bereikt is of liever omdat het bereikt is, laat men het militarisme vrij spel op het grondgebied en in de wateren van Amerika. Kortelings nog publiceerde de Izvestia een zeer belangrijke briefwisseling uit New York, gewijd aan de beschrijving van de jongste ‘Verdedigings Dag’ in de Verenigde Staten. Deze briefwisseling had geen technisch karakter; nochtans laat ze ons terloops belangwekkende politieke- en militaire vooruitzichten zien. Ter gelegenheid van het nationaal feest van het Amerikaans militarisme, verklaarde de staatssecretaris van de marine, Wilbur, dat op verscheidene punten in de wereld zich hartstochten tegen de Verenigde Staten verhieven, en dat niets beter is dan koud staal om de hartstochten te koelen. Bij het lezen van de rede van die vroegere vreedzame filistijn (Wilbur verkocht waarschijnlijk voor de imperialistische oorlog gecondenseerde melk of worsten van Chicago) is men verstomd over de stiptheid waarmee die eerbare staatssecretaris de toespraken van de keizer van Duitsland nabootst. Ten andere, gans de militaire parade die die dag plaats had, herinnert wonderwel aan de werkwijzen, de gewoonten en de manieren van het Duitse militarisme gedurende de tien laatste jaren die de oorlog voorafgingen. Het is niet lang geleden dat ik deed opmerken dat de psychologie van de Amerikaanse burger ver op zijn macht ten achteren was, maar voegde ik er aan toe de psychologie berust per slot van rekening op de objectieve factoren. Maar ik dacht toen niet dat de militarisatie zulke vooruitgang in Amerika gemaakt had, en dat enkele weken voor de presidentsverkiezing, de openbare opinie van dit land, die enige tijd geleden zich nog door de menslievendheid, door de veertien punten van Wilson, enz., liet beet nemen, niet alleen zulk een militaristische toneelschikking en oorlogszuchtige rede als deze van de minister van Zeewezen toelaten, maar ook goedkeuren zou. Rechtuit gesproken, enige weken geleden had ik niet kunnen geloven, dat dergelijke dingen in 1924 nog mogelijk waren, nu dat de lastenbetaler nog de gedurende de laatste oorlog gebroken potten moet betalen. Aldus, worden de rijkdommen van de Amerikaanse burgerij, haar 250 miljoen paardenkrachten, haar 9 miljard in de kelders van de bank opgestapelde roebels, de locomotief van het Amerikaans militarisme. Het Amerikaans kapitaal verstikt door volbloedigheid. In het kader van de binnenlandse markt heeft het een zekere grens bereikt. Het kan zich nog gedeeltelijk ontwikkelen, tot nu toe ontwikkelde het zich volgens een spiraal met immer groter wordende straal, maar opdat die spiraal zich niet op het kader van de wereldmarkt zou verbrijzelen, moet het Amerikaans kapitaal al de anderen uit de weg ruimen, het moet de wereldmarkt verbreden, want zij is reeds veroverd en verdeeld, men moet dus de mededingers met geweld uit de weg ruimen. Vandaar de onbeteugelde ontwikkeling van het militarisme als materieel apparaat en als aanvallende mentaliteit. De Amerikaanse vloot werd zoals ge weet de gelijke van de Engelse. In het militaire vliegwezen bekleden de Verenigde Staten de eerste plaats, dit is ook het geval voor de scheikunde. Op de ‘Verdedigings Dag’ hielden de Amerikaanse scheikundigen een congres waarop zij dachten twee militaristische demonstraties te moeten houden. Eerst en vooral hebben de 69 secties van de Amerikaanse scheikundige vereniging verklaard dat ze elk in hun specialiteit aan de verdediging van het land werkten, daarna verzekerde de voorzitter van het congres in naam van de 15.000 leden van de vereniging, de bestuurder van de scheikundige afdeling van het ministerie van Oorlog, dat al de krachten van de vereniging ter beschikking van de nationale verdediging stonden. Het valt gemakkelijk te begrijpen wat het woord ‘verdediging’ voor Amerika betekent, geweldig land dat geen enkele nabuur bezit die in staat is het te bedreigen.

Wij treden het tijdperk van de aanvallende ontwikkeling van het Amerikaanse militarisme in. Om beter die ontwikkeling te begrijpen moet men zich herinneren met welke snelheid het Duitse militarisme zich dank zij de versterking van het Duitse kapitalisme uitbreidde. Dit laatste dat na de anderen gekomen was, was verplicht met de ellebogen en zelfs met de vuisten te werken om zich een plaats onder de zon te verwerven. De toestand is dezelfde voor het Amerikaanse kapitaal, maar in veel grootser afmetingen. Tezelfdertijd dank zij de geografische toestand en de bijzonderheden van de historische evolutie van het land, heeft het Amerikaans kapitalisme nog de mogelijkheid een pacifistisch masker op te zetten, wat een zeer groot voordeel is. Vandaag nog, verwekt en onderhoudt de aanvallende indringing van het Amerikaans financieel kapitaal in de zaken van Europa, pacifistische illusies in de schoot van dit laatste. Nochtans zijn het Amerikaans kapitalisme en zijn militarisme, nu in werkelijkheid de vernielers van het kapitalistische evenwicht, of van de anarchie welke men dusdanig noemt. Het Amerikaans imperialisme verheft zich nu boven de wereld als de meest aanvallende, onbeteugelde en meest vernielende kracht, kracht die rijk is aan omkeringen en bloedige schokken. En wij militairen van de Sovjet-Unie, moeten zonder het onmiddellijk en rechtstreeks gevaar uit het oog te verliezen, met die factor rekening houden in de waardering van de militaire wereldvooruitzichten, want het Amerikaans kapitaal zal zijn werk van pacificatie, dat wil zeggen van plundering en verknechten van de mensheid niet alleen met ‘pacifistische’ middelen kunnen verrichten; wanneer het op tegenstand zal botsen, zal het het ene Aziatisch of Europees land tegenover het andere stellen, het zal de oorlogen als handelsondernemingen financieren. Wij zijn echter niet de kleinste hinderpaal op de weg van de Verenigde Staten die de wereldhegemonie betrachten. Ziedaar waarom we op onze hoede moeten zijn.

* * *

In de huidige periode zijn er, zoals altijd, diepingrijpende processen en ook minder belangrijke tijdelijke of oppervlakkige. In Europa en Amerika beleven we op het ogenblik een verandering van regering. Wie zal in Amerika aan het bewind komen? Naar alle waarschijnlijkheid zal Coolidge tot president verkozen worden. Maar indien de president de democraat Davis was of zelfs La Follette, zou het Amerikaans militarisme zijn opmars voortzetten en zijn aanvallend karakter verdubbelen. La Follette werd als onze vriend aanzien, want gedurende de laatste jaren had hij propaganda voor de erkenning van de Sovjet-Unie gevoerd, maar op het ogenblik van de presidentsverkiezingen werd hij stom als een vis en dit is niet toevallig. De Verenigde Staten zijn voor het ogenblik het enig land dat aanvalsplannen koestert, plannen die de hele aardbol omvatten — in afwachting dat men het middel gevonden heeft om zich naar andere planeten te verplaatsen. De Amerikanen trachten in alle richtingen vooruit te gaan en in de eerste plaats in de richting van China, uitgebreid land met 400 miljoen inwoners, dat hun een ontzaglijk afzetgebied kan verschaffen. Ze stellen echter zonder enige vreugde vast, dat er zich op de spoorweg van oostelijk China sovjetarbeiders en bedienden bevinden, dat te Peking, te Kanton en te Sjanghai de sovjetvlag niet alleen op het gezantschap, maar ook reeds op de consulaten wappert. Zij weten heel goed dat de Sovjet-Unie een groot ontzag bij het Chinese volk geniet. Het wereldbolsjewisme is de enige ware en onverzoenlijke vijand van elk imperialisme en bijgevolg ook van het Amerikaans imperialisme het aanvallendste van alle. Vandaar de haat die de Amerikaanse leiders zoals Hughes ons toedragen.

Aldus, ik herhaal het, er zijn diep ingrijpende en minder belangrijke processen voor zoveel als het politieke zijn, mogen we ook de tijdelijke processen niet verwaarlozen. Het aan het bewind komen van MacDonald is ook niet toevallig. Wij hebben getracht een verdrag met hem te sluiten, maar zijn val heeft de onderhandelingen onderbroken. Dat Curzon aan het bewind kome, en wij zullen ook onderhandelingen met hem aanknopen. Dit zijn processen van tweede en derde rang, maar wat essentieel is, is de verscherping der tegenstrijdigheden, de ongebreidelde ontwikkeling van het militarisme, de onmogelijkheid voor de productiekrachten een uitweg te vinden, de voorbereiding van een wereldoorlog. De politiek is verplicht rekening te honden met de ontwikkelingsverschijnselen van tweede en derde rang, zo niet is het geen politiek, maar het is volgens de doorslaggevende processen dat wij onze fundamentele lijn moeten trekken. Daaruit volgt dat het Rode Leger en onze vloot voortgaan een essentiële factor voor het vrijwaren van de revolutie en de Sovjetrepubliek te zijn. Er kan geen sprake van zijn onze militaire krachten te ontbinden. Wij zonden bewijs geven van een onvergeeflijke lichtzinnigheid, indien, onder voorwendsel dat vele staten ons erkend hebben, dat men reeds aan ons gewoon is, dat wij reeds zeven jaar bestaan, wij verklaarden dat wij stilaan onze militaire krachten kunnen verminderen en ze bijna tot niets terug brengen... Zeker de erkenning van de Sovjet-Unie is voor ons ook een verovering, maar van welke orde? Van tweede of van derde rang, het belangrijke is dat aan de basis van de internationale betrekkingen zich een opeenhoping van antagonismen en een versterking van het militarisme voordoet.

Maar, zou men kunnen zeggen, wat zijn we met onze vloot en ons leger, met onze militaire techniek in vergelijking met het militarisme van het kapitalistisch Europa en de Verenigde Staten, wat zijn we tegenover de Verenigde Staten die aan het overige deel der mensheid slechts de helft van de op de aardbol bestaande mechanische krachten, goud en andere waarden gelaten hebben? Natuurlijk, indien we alleen stonden met onze gewapende machten, onze techniek en onze hulpmiddelen tegenover de Verenigde Staten en de gehele kapitalistische wereld zouden we reeds lang gevallen zijn. Maar zolang we door kapitalistische landen omringd zullen zijn, schuilt de voornaamste waarborg van onze onoverwinnelijkheid, in de diepgaande tegenstellingen die de kapitalistische wereld verscheuren, en de ene staat en de ene klasse tegenover de andere stellen. Dit is de voornaamste praktische waarborg van onze stabiliteit.

Waar gaat Engeland heen?

(Uittreksel van het werk: Waar gaat Engeland heen? — 24 mei 1925)

Indien men de verantwoordelijken zoeken wil, indien men zich afvraagt wie Engeland op de weg van de revolutie stuwt, moet men antwoorden: het is niet Moskou maar New York.

Dit antwoord kan paradoxaal schijnen, nochtans komt het met de werkelijkheid overeen. De immer groter wordende druk van de Verenigde Staten op de wereld maken de toestand van de Britse nijverheid, handel, financies en diplomatie meer en meer onhoudbaar.

De Verenigde Staten moeten zich kost wat kost op de wereldmarkt uitbreiden, zo niet wordt hun nijverheid met bloedopdrang bedreigd. Zij kunnen zich echter niet dan ten koste van de andere uitvoerende landen en in de eerst plaats van Engeland uitbreiden. Tegenover een gebrevetteerd systeem Dawes voor hetwelk heel het economisch leven van een groot volk, helemaal onder het bestuur van Amerika ligt, kan men glimlachen om de revolutionaire brochures van Moskou. Onder voorwendsel van pacificatie en gezondmaking van Europa, zijn het militaire conflicten en revolutionaire omkeringen die zich voor morgen voorbereiden. M. Julius Barness, invloedrijk persoon bij het ministerie van Handel der Verenigde Staten, stelt voor aan de Europese schuldenaars der Verenigde Staten sectors van de wereldmarkt aan te duiden, die die armen bloedverwanten zullen beletten de uitbreiding van hun overzeese schuldeisers te bemoeilijken. Wanneer zij aan de herstelling van het muntstelsel van Europa meewerken, doen de Verenigde Staten niets anders dan de inflationistische illusies de ene na de andere verbreken, en Europa helpen zijn afhankelijkheid en zijn armoede in de taal van een stabiele munt uit te drukken. Door drukking op, hun schuldenaars uit te oefenen, hun uitstellen te verlenen, de Europese landen kredieten toe te staan of te weigeren, brengen de Verenigde Staten deze laatsten in een groter en groter afhankelijkheid ten hunne opzichte en in een toestand zonder uitweg, die ten lange laatste een factor van revolutionaire sociale omkeringen is. Nu is de Communistische Internationale bijna een behoudsgezinde instelling in vergelijking met de Beurs van New York. Morgan, Dawes, Julias Barness, ziedaar de smeden van de toekomende Europese revoluties.

Het is, in grote mate door de medewerking van Engeland of door zijn bemiddeling, dat de Verenigde Staten hun werk in Europa en in de gehele wereld verrichten. Maar voor Engeland is die medewerking slechts een vorm van groter en groter wordende afhankelijkheid. Engeland rekent zich om zo te zeggen verovering van het gebied door de Verenigde Staten tot een eer aan. Van hun wereldoverheersing afstand doende, bevelen de Engelse diplomaten en zakenmannen de nieuwe meesters der wereld aan hun oude klanten aan. De samenwerking van Engeland en Amerika bedekt een diepgaand antagonisme tussen die twee grootmachten en bereidt dreigende conflicten voor die misschien niet lang op zich zullen laten wachten.

Ik zal hier niet spreken over de toekomst van Amerika zelf. Het is duidelijk dat nergens het kapitaal zich zo stevig gevoelt als in dat land. Het Amerikaans kapitalisme heeft zich verbazend uitgebreid en versterkt eerst en vooral dank zij de oorlog in Europa, en daarna dank zij de ‘heropbouw’ en de ‘pacificatie’ van dit laatste. Nochtans, niettegenstaande zijn macht is het geen onafhankelijk geheel, maar een deel van de wereldeconomie. Hoe machtiger de Amerikaanse industrie wordt, hoe meer ze van de wereldmarkt afhangt. Door Europa in het nauw te drijven, bereidt het Amerikaans kapitaal oorlogen en revolutionaire omkeringen voor, die door hun terugslag de economie der Verenigde Staten zelf zullen treffen. Dit is het vooruitzicht van Amerika zelf. In de ontwikkeling van de revolutie komt Amerika slechts op de tweede plaats. De Amerikaanse burgerij zal de instorting van haar oudere zuster, die van Europa, beleven. Maar het fataal uur zal ook voor het Amerikaans kapitaal slaan. De magnaten der trusts, de grote planters, de petroleumkoningen, de miljardairs van San Francisco, Chicago en New York vervullen zonder het te weten hun rol van revolutionaire factor. Het Amerikaans proletariaat zal per slot van rekening ook de zijne vervullen.

* * *

Gedurende de oorlog hielden de Verenigde Staten niet op zich te ontwikkelen, en hun geweldig economisch overwicht te bevestigen. Het was voor hen voldoende uit hun vasteland te komen waar zij zich verschansten opdat onmiddellijk Engeland op het tweede plan zou geschoven worden.

De samenwerking van Engeland en Amerika is de vredelievende vorm onder dewelke zich de toenemende aftocht van het eerste voor dit laatste voltrekt.

Die samenwerking kan op een gegeven ogenblik ook tegen een derde persoon gericht zijn Nochtans het voornaamste wereldantagonisme is de Anglo-Amerikaanse tegenstelling, en de andere antagonismen misschien scherper en dreigender op het huidig ogenblik kunnen slechts gewaardeerd en begrepen worden op de basis van deze Anglo-Amerikaanse tegenstelling.

De Anglo-Amerikaanse samenwerking bereidt de oorlog voor, zoals het tijdperk der hervormingen dit van de revolutie voorbereidt. Het feit dat Engeland zich op de weg van de ‘hervormingen’, dat wil zeggen van de gedwongen overeenkomsten met Amerika, bevindt en dat het verplicht zal zijn opeenvolgend zijn stellingen te verlaten, zal het ten lange laatste verplichten zich te verzetten.

De productiekrachten van Engeland, zijn proletariaat vooral, komen niet meer overeen met de plaats dat het op de wereldmarkt bekleedt. Vandaar de chronische werkloosheid die in het land heerst.

* * *

Een der voorwaarden van de samenwerking van Engeland met Amerika, is voor dit eerste, de noodzakelijkheid om zijn geweldige schuld aan dit laatste te betalen, zonder de hoop zelf door zijn schuldenaars van Europa betaald te worden. En alzo verandert de verhouding der economische krachten nog meer in het voordeel van Amerika.

Daar de Federale Bank van New York de rentevoet van de korting van 3 op 3 1/2 % gebracht had, zag de Engelse Bank zich genoodzaakt de 5e maart van dit jaar de zijne van 4 op 5 % te brengen. Deze plotselinge herinnering aan de financiële afhankelijkheid ten opzichte van de neef van Amerika heeft John Bull pijnlijk getroffen. Maar wat gedaan? De goudreserve van Amerika vertegenwoordigt 9 miljard roebel, terwijl die van Engeland de anderhalf miljard roebel niet te boven gaat. In Amerika bestaat de omloop van het goud, terwijl Engeland wanhopige pogingen doet om de zijne weer in voege te brengen. Ook is het natuurlijk dat wanneer Amerika de rentevoet van de korting van 3 op 3 1/2 % brengt, Engeland verplicht is met een vermeerdering van 4 op 5 % te antwoorden. Deze maatregel treft de Engelse handel en nijverheid, door de prijs van het geld te verhogen. Zodoende duidt Amerika Engeland elk ogenblik zijn plaats aan, nu eens door een werkwijze van diplomatische drukking, dan eens door maatregelen van een financieel karakter, altijd en overal door de drukking van zijn geweldige economische superioriteit .[3]

Engeland wordt meer en meer op het achterplan geschoven. Het is juist dit onvermijdelijk proces dat een revolutionaire toestand schept. Verplicht om voor Amerika te buigen, terug te wijken, achteruit te gaan, is de Engelse burgerij in een staat van uitzinnigheid die zich onder hevige vormen in de burgeroorlog zal uiten.

* * *

Op het ogenblik van zijn beslissende strijd met het proletariaat zal de Engelse bourgeoisie gesteund worden door de machtigste burgerij, deze van de Verenigde Staten, terwijl het Engelse proletariaat in de eerste plaats op de werkende klasse van Europa zal steunen en op de verdrukte massa’s van de Britse koloniën.

De stabilisatie van het wereldkapitalisme

(Uittreksel van een rede 25 mei 1925 uitgesproken)

Kameraad Varga heeft de volgende vraag gesteld: zijn de kapitalistische productiekrachten in staat van ontwikkeling? Daarna maakte hij het bilan van de productie van 1900, 1913 en 1924 voor Amerika, Europa, Azië en Australië. Het is niet op die manier dat het vraagstuk van de stabilisatie van het kapitalisme opgelost wordt. Het is niet aldus dat men de revolutionaire toestand kan meten; men kan de wereldproductie meten maar niet de revolutionaire toestand; omdat in de huidige historische voorwaarden de revolutionaire toestand in Europa in grote mate bepaald wordt door het antagonisme van de Amerikaanse en de Europese productie, evenals door de verhouding van de Engelse tot de Duitse productie, de concurrentie tussen Frankrijk en Engeland enz. Het zijn die antagonismen die de revolutionaire toestand rechtstreeks bepalen, tenminste in zijn economische grondslag. Het valt niet te betwijfelen dat in de loop van de tien laatste jaren, de productiekrachten in Amerika, in Japan, in Indië vermeerderden. Maar in Europa? In Europa, over het algemeen, vermeerderen ze niet. Het is daarom dat het niet opgaat de som van de productie te maken, maar door het economisch antagonisme te ontleden dat men er toe komen kan de voornaamste kwestie op te lossen; die is dat Amerika en in een zekere mate Japan, Europa in het nauw drijven, en alle uitweg aan zijn productiekrachten die gedeeltelijk gedurende de oorlog vermeerderden, versperren.

* * *

Zeker er kan voor Amerika geen sprake zijn er toe te komen de chaos van de wereldmarkt te organiseren om aldus de stabiliteit van het kapitalisme voor lange jaren zoniet voor altijd te verzekeren. Integendeel, door de Europese landen op steeds engere sectors terug te stoten, bereidt Amerika een verslechtering zonder voorgaande der internationale betrekkingen voor, van zijn betrekkingen met Europa, en van de innerlijke betrekkingen van Europa. Maar in het huidig stadium van ontwikkeling bereikt het een deel van zijn imperialistische objectieven op een pacifistische bijna ‘filantropische’ manier.

* * *

Het plan Dawes, dat officieel op Duitsland toegepast werd en voor hetwelk Frankrijk rijp is, begint voor Engeland gedeeltelijk ontworpen te worden. Daaruit volgt heel zeker niet dat Amerika de ‘dawisatie’ van Europa tot een goed einde zal weten te brengen. Daar kan geen sprake van zijn. Integendeel, de ‘dawisatie’ die nu het overwicht aan de pacifistische strekkingen geeft, maakt de toestand van Europa nog onverdraaglijker en bereidt geweldige revolutionaire uitbarstingen voor.

* * *

Maar door hun elementaire economische functies te herstellen, doen de Europese landen hun antagonismen herleven, en botsen de ene op de andere. Daar de macht van Amerika het proces van herstel van Europa tot een beperkt kader inkrimpt, kunnen de antagonismen die de imperialistische oorlog veroorzaakten, herleven vooraleer de productie en de handel de hoogte van voor de oorlog bereikt hebben. Wat zich onder de financiële controle van Amerika voordoet, is niettegenstaande de schijn, een verergering in plaats van een verbetering van de internationale tegenstrijdigheden.

Heel de pacifistische samenwerking van Amerika met Engeland bestaat voor Amerika in het in het nauw drijven van Engeland, door het als leidsman, als tussenpersoon op het diplomatisch en handelsgebied te gebruiken... De betrekkelijke belangrijkheid van de Engelse economie en in het algemeen van de Europese economie in zijn geheel, is in dalende lijn in de wereld, terwijl de economische structuur van Engeland, van midden en westelijk Europa voortsproot uit de wereldhegemonie van Europa en die hegemonie nodig heeft. De fatale onvermijdelijke tegenstrijdigheid is de economische voorwaarde van een revolutionaire toestand in Europa. Bijgevolg de revolutionaire toestand kenmerken zonder rekening te houden met het antagonisme van Europa en de Verenigde Staten is volgens mij een onmogelijk iets, en dit is de voornaamste fout van kameraad Varga.

* * *

De stabilisatie van het pond sterling is ontegensprekelijk een orde element, maar tezelfdertijd toont het het algemeen verval van Engeland en zijn afhankelijkheid ten opzichte der Verenigde Staten goed aan.

In onze waarderingen moeten we ons van ons Europees provincialisme weten te bevrijden. Voor de oorlog aanzagen we Europa als de meester over het lot van de wereld en we vatten de kwestie van de revolutie op een nationale manier op, provinciaal Europees, volgens het Erfurterprogramma. Maar de oorlog toonde en versterkte de onverbreekbare band van al de delen van de wereldeconomie. Dit is een voornaam feit en men zou zich het lot van Europa buiten deze banden en tegenstrijdigheden van de wereldeconomie niet kunnen voorstellen. En iedere dag, ieder uur toont ons de groei van de Amerikaanse macht op de wereldmarkt, en de groter wordende afhankelijkheid van Europa ten opzichte van Amerika. De huidige toestand der Verenigde Staten herinnert in zekere opzichten aan die van Duitsland vóór de oorlog. Ook de Amerikaan is een parvenu, die aankwam wanneer de wereld reeds verdeeld was. Maar Amerika onderscheidt zich van Duitsland doordat het oneindig veel machtiger is dan dit laatste en veel dingen kan verwezenlijken zonder zijn toevlucht tot de wapenen te moeten nemen. Het verplichtte Engeland zijn verdrag met Japan te verbreken. Hoe deed het dit? Zonder zijn zwaard te trekken. Hij verplichtte Engeland te erkennen dat de Amerikaanse vloot de gelijke van de zijne moest zijn, en zodoende van zijn overwicht op zee af te zien. Hoe kwam het daartoe? Door een economische druk. Het legde Duitsland het ‘Dawesplan’ op. Het verplichtte Engeland zijn schulden te betalen. Het dwingt Frankrijk hetzelfde te doen, en spoort het met dit doel aan om zo gauw mogelijk tot een stabiele munt weer te keren. Wat betekent dit alles? Een nieuwe reusachtige belasting op Europa ten voordele van Amerika. De verplaatsing der krachten van Europa naar Amerika blijft voortduren. Ofschoon het vraagstuk der afzetgebieden niet primordiaal is, maakt Engeland er voor zich een kwestie van leven of dood van en komt er niet toe het op te lossen. Zijn organisme wordt door de kanker der werkeloosheid ondermijnd. De geestestoestand van zijn economische en politieke middens wordt door het zwartste pessimisme doordrongen.

* * *

Het ‘gevaar’ is niet dat Europa tot een stabilisatie komen kan, tot een regeneratie van de economische krachten van het kapitaal die de revolutie tot op een verafgelegen onbepaalde datum zou verschuiven. Wat te vrezen is, is dat wij tegenover een revolutionaire toestand zullen komen te staan, in een zo dichtbij zijnde toekomst dat wij nog de tijd niet zullen gehad hebben een sterk geharde communistische partij te vormen. Ziedaar het punt waarop wij al onze aandacht moeten vestigen.

De strekkingen der ontwikkeling van de wereldeconomie

(Uittreksel van een rede 18 januari 1926 uitgesproken)

Niettegenstaande al mijn inspanning, kom ik er niet toe de professor Kondratieff te begrijpen, die tracht te bewijzen dat de Amerikaanse productiekrachten zich nu van Amerika naar Europa verplaatsen. Welke zijn de belangrijkheid en de grenzen van deze verplaatsing? Ziedaar wat men bepalen moet, ziedaar wat volgens mij het belangrijkste is. Wat betekenen de gedeeltelijke verplaatsingen? Daar Amerika de hegemonie over de wereld bezit, is iedere voorspelling die men maken zal over de evolutie of de Europese revolutie zonder rekening te houden met die hegemonie op drijfzand gebouwd. Ik denk dat dit nu een door iedereen erkende waarheid is, waarover het nutteloos is te redetwisten.

Wanneer men aldus op die manier Amerika beschouwt en men rekening houdt met het feit dat dit laatste een genoegzaam sterk Europa van doen heeft om zijn schulden te betalen en de goederen te kopen die het niet in de andere landen kwijt geraakt, en tezelfdertijd een genoegzaam zwak Europa om niet een gevaar te wezen, om het niet op de wereldmarkten te kloppen, om niet aan zijn uitbreiding te kunnen weerstaan, is het duidelijk dat Amerika een bepaalde gedragslijn heeft tegenover Europa en dat het Europa een juist werkingsveld moet aanwijzen, goed beperkt, en waar het Europa beletten zal zich uit te werken.

Dit is zijn politiek. Dit verklaart zijn vredelievende wurging van Europa. Het handelt zoals een machtig en omzichtig bankier handelen zou die verscheidene mededingende trusts zou financieren waarvan hij de betaling der interesten die zij hem verschuldigd zijn zou willen bekomen. Door hun mededinging, door hun na-ijver kunnen die trusts elkaar ruïneren. De ondergang van de ene betekent de ondergang van de andere, het is een gevaar van verliezen en bijgevolg een onaanneembare zaak. Deze bankier zal voor alles trachten de betaling van zijn interesten te verzekeren, zonder natuurlijk de mededinging van die trusts te verbreken, trusts die wanneer zij zich zouden verenigen, zulk een macht zouden uitmaken dat zijn overheersing er door bedreigd wezen zou. Van de andere kant, kan hij niet toelaten dat zij elkaar zouden ruïneren, daar dit een einde zou stellen aan zijn eigen winsten. Dit is een grove vergelijking, maar in de grond des te juister daar Amerika van het stadium van het industrieel kapitalisme naar dit van het bank-industriekapitalisme overgaat. Dit is de houding van Amerika tegenover Europa.

Indien in de vijftien volgende jaren Amerika vooruit gaat, zal het ten koste van Europa zijn. Wat zal daaruit voor dit laatste voortspruiten? Het vooruitzicht van de revolutie. En welk ware het gevolg van een belemmering van de economische evolutie van Amerika? Een onbeteugelde groei van het Amerikaans militarisme, want de belemmerde economische krachten zouden een uitweg in die richting vinden. De metaalnijverheid, het kapitaal zouden dan de constructie van oorlogsschepen, de uitbreiding van het militair programma van de president, de regering, de senaat eisen.

Waar gaat Engeland heen?

(Uittreksel van een aldus getiteld artikel)

De geweldige superioriteit zowel op financieel als op industrieel gebied der Verenigde Staten over Engeland is een feit waarvan de invloed zich meer en meer zal laten gelden. Niets zou de noodlottige gevolgen voor Engeland van die geweldige superioriteit kunnen verzwakken.

Indien de zogezegde pacificatie van Europa voort blijft duren, zal ze de herleving en de versterking van de Duitse mededinging teweeg brengen. Indien ze plaats maakt voor een oorlog of voor een revolutie zal Engelands economie er niet minder door getroffen worden.

De nieuwe uitvindingen zullen verdergaan, het overwicht aan de sterkste, bijgevolg aan de Verenigde Staten en niet aan Engeland, te geven. De Engelse burgerij geeft zich natuurlijk rekenschap van het gevaar, en zal het door alle middelen bevechten. Maar dit is juist de belangrijkste voorwaarde voor de uitbreiding van de revolutie. Daar Amerika in geval van burgeroorlog in Engeland, heel waarschijnlijk pogen zal hulp aan de bourgeoisie te verlenen, volgt daar alleen uit dat het Engels proletariaat bondgenoten zal moeten zoeken aan de overzijde van de grenzen. Wij denken dat het ze vinden zal. Daaruit volgt dat de Engelse revolutie onvermijdelijk een internationale draagkracht zal hebben. Daaraan twijfelen we geen ogenblik. Maar onze criticus wil iets anders zeggen. Hij drukt de hoop uit dat Amerika genoegzaam het bestaan van de Engelse burgerij verlichten zal, om ze te helpen de revolutie te vermijden. Mooie vondst, niet waar! Iedere dag overtuigen we ons meer en meer dat het Amerikaans kapitaal, vrijwillig of niet, de historische stormram is, die de geweldigste slagen aan het evenwicht van de wereld en de innerlijke stabiliteit van Engeland toebrengt. Dit belet onze linkse criticus niet te hopen dat het Amerikaanse kapitaal zich opzij zal stellen om plaats te maken voor het Britse kapitaal. We moeten er ons dus aan verwachten dat Amerika van de betaling van de Engelse schuld afziet, dat het gratis in de Britse schatkist 300 miljoen dollar stort die de reserve van het Engels devies uitmaken, dat het in China de politiek van Groot-Brittannië steunt, dat het enkele nieuwe kruisers aan de Engelse vloot afstaat en aan de Engelse firma’s zijn Canadese acties met 50 % vermindering overlaat. In een woord, we moeten er ons aan verwachten dat de regering van Washington een van deze dagen het bestuur van de staatszaken in de handen van de ARA, in de handen van de meest menslievende quakers overgeeft.


[1] De 22ste juli, dus voor een heel korte tijd, sprak Hughes voor een vergadering van Engelse ministers en rechtsgeleerden, een volgens hem absoluut niet-officiële redevoering uit. Op een ironische toon sprak hij over de Europeanen die naar Amerika komen om de Yankees te overtuigen, te onderwijzen en raad te geven, maar voornamelijk om hun hulp en hun sympathie te zoeken. Daarna toonde hij de wijze aan waarop de Europese volkeren de hulp en de medewerking van de Verenigde Staten konden verkrijgen. ‘Het westelijk halfrond (Noord- en Zuid-Amerika) is een model van vrede.’ De Amerikanen hebben naar het schijnt datgene kunnen doen, waartoe Europa niet kon komen. ‘Onze betrekkingen met Canada zijn een model van vrede. Zo zeker wij van de loop der planeten zijn, zijn wij zeker van de vrede met Canada.’ Met andere woorden, indien gij Engelsen ooit op het denkbeeld komt tegen ons te vechten, weet dan goed dat uw kolonie Canada met ons zal zijn tegen u... ‘Gij hebt het plan Dawes...’ en gij zijt verplicht het aan te nemen, want indien gij de Amerikaanse aandeelhouders niet voldoet, dan zullen al uw besprekingen tot niets leiden. ‘Mijn zekerheid, dat men de bestaande moeilijkheden zal overwinnen berust op het feit dat een mislukken de volledigste chaos zou teweeg brengen.’ Met andere woorden: indien gij weerstand biedt, laten wij u aan uw lot over, en Europa zal zonder onze hulp ten onder gaan. ‘Ge kunt rekenen...’, ‘Gij moet...’, ‘Gij moet niet...’, ziedaar de toon van die redevoering; die voor een vergadering uitgesproken werd waaraan de troonopvolger en de ministers van zijn Britse Majesteit deelnamen; en die op een treffende wijze de betrekkingen tussen Europa en Amerika weergeeft. De officiële Engelse pers knarsetandde, maar men weet het, het knarsetanden is een zwak strijdmiddel.
[2] In het manifest, dat het vijfde congres mij oplegde te schrijven ter gelegenheid van de 10e verjaring van de oorlog, heb ik die gedachte op de volgende wijze uitgedrukt: ‘Langzaam maar zeker, zoekt het machtigste wereldantagonisme de lijn waarop de belangen van het Britse Rijk op die van de Verenigde Staten stoten. Deze twee laatste jaren kan het schijnen alsof een stabiel akkoord tussen de twee reuzen tot stand was gekomen. Maar die schijn van stabiliteit zal enkel zolang duren als de economische vooruitgang van Amerika, die bijzonder op de binnenlandse markt steunt zich ontwikkelt. Deze periode van vooruitgang nadert duidelijk haar einde. De agrarische crisis die zijn oorsprong heeft in de ondergang van Europa was de voorbode van de nakende handels- en nijverheidscrisis. De productieve krachten van Amerika moeten een hoe langer hoe groter afzetgebied op de wereldmarkt zoeken. De buitenlandse handel van de Verenigde Staten kan zich slechts ten koste van die van Groot-Brittannië ontwikkelen; haar handels- en oorlogsvloot kan zich slechts ten nadele van de Engelse vloot uitbreiden. De periode van Anglo-Amerikaanse overeenkomsten zal plaats maker voor een hoe langer hoe heviger wordende strijd, die op zijn beurt een ongeëvenaard oorlogsgevaar met zich dragen zal. ’
[3] Sedert ons werk geschreven werd, trof het Engels ministerie een reeks maatregelen van wettelijke en financiële aard, om de terugkeer tot het goudgeld te verzekeren. Het schijnt dat dit een grote zegepraal voor het Engels kapitalisme beduidt. In werkelijkheid, treedt nergens het verval van Engeland beter te voorschijn dan in deze financiële maatregel. Engeland werd verplicht deze moeilijke bewerking te vervullen onder de druk van de dollar en de financiële politiek van zijn eigen dominion, die meer en meer koers naar de dollar kiezen en de rug aan het pond sterling toekeren. Engeland kon zonder de financiële hulp van de Verenigde Staten niet tot de goudstandaard terugkeren. Maar daaruit volgt dat het lot van het pond sterling nu rechtstreeks van New York afhangt. De Verenigde Staten hebben een machtig werktuig van financiële drukking in handen. Om zijn afhankelijkheid ten hunnen opzichte is Engeland verplicht een hoge interest te betalen. Deze interest wordt door de industrie gedragen, die zelf reeds in geen schitterende toestand verkeert. Om de vlucht van het goud te beletten, is Engeland verplicht zijn invoer in te krimpen. Maar tezelfdertijd kan het niet weigeren de goudmunt aan te nemen zonder zelf zijn verval op de wereldmarkt der kapitalen te bespoedigen. Deze noodlottige samenloop van omstandigheden veroorzaakt een hevige malaise in de heersende kringen van Engeland, en lokt de woedende maar onmachtige jammerklachten van de behoudsgezinde pers uit. De Daily Mail schrijft: ‘Door de goudmunt aan te nemen geeft de Engelse regering aan de Federale Banken (die praktisch onder de invloed van de regering der Verenigde Staten staan) de mogelijkheid om wanneer zij het verkiezen een geldelijke crisis in Engeland uit te lokken. De Engelse regering maakt geheel de financiële politiek van zijn land aan een andere natie ondergeschikt... Het Britse rijk wordt als pand aan de Verenigde Staten gegeven’. ‘Dankzij Churchill, schrijft het behoudsgezinde dagblad Daily Express, valt Engeland onder de hiel der Amerikaanse bankiers.’ De Daily Chronicle is nog meer categorisch: ‘Engeland’, zegt het, ‘wordt feitelijk de 49ste Staat van de Verenigde Staten.’ Men kan zich niet klaarder uitdrukken. Op die hevige aanvallen antwoordt Churchill, de minister van Financiën, dat aan Engeland niets anders overblijft dan zijn geldelijk systeem in overeenstemming met de werkelijkheid te brengen. Deze woorden van Churchill betekenen: Wij zijn onvergelijkelijk veel armer en de Verenigde Staten onvergelijkelijk veel rijker geworden, wij moeten ofwel met Amerika vechten ofwel ons er aan onderwerpen: door het pond sterling van de Amerikaanse bankiers te doen afhangen vertalen wij slechts ons economisch verval in de taal van onze munt; men kan niet verder springen dan zijn stok lang is, wij moeten in overeenstemming zijn met de werkelijkheid.