Leon Trotski

Syndicalisme en communisme



Geschreven: 1929
Bron: Tijdschrift De Nieuwe Weg
Vertaling: onbekend
Deze versie: Spelling. Uit: Nieuwe Nederlandstalige Trotski Bibliotheek deel 3. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, juni 2007


Nu wij in dit tijdschrift de vertaling hebben gepubliceerd van een artikel over het laatste congres van de CGTU, dat door Chambelland, een van de voormannen van de Syndicalistische Liga, in La Revolution Prolatarienne was gepubliceerd, lijkt het ons goed de stellingen over de verhoudingen van het revolutionaire syndicalisme tot het communisme op te nemen, die door Trotski op 14 oktober jl. werden geformuleerd en in het blad van zijn richting La Vérité van 1 november werden geplaatst. Hoewel deze stellingen speciaal op de Franse verhoudingen slaan, zijn zij van voldoende algemene betekenis om ook de lezers van ons tijdschrift daarvan in kennis te stellen. De toenemende teleurstelling, welke door de communistische beweging internationaal wordt gewekt, leidt aan de ene kant tot een terugval in het reformisme en aan de andere kant tot het opkomen van vroegere syndicalistische inzichten. Wij hebben daarmee ook in ons land te maken. Miskenning van de noodzakelijkheid van een revolutionaire partij, onjuiste waardering van de ‘onafhankelijkheid der vakbeweging’ zijn hiervan het gevolg. Indien de publicatie van de stellingen van Trotski aanleiding zou geven tot een polemiek over deze belangrijke kwestie in ons tijdschrift zal de redactie daarvoor ruimte beschikbaar stellen.
Redactie De Nieuwe Weg.


Het vakbondsvraagstuk is een van de meest belangrijke voor de arbeidersbeweging en, bij gevolg, voor de oppositie. Zonder een juist omschreven plaats in het vakbondsvraagstuk, zou de oppositie geen reële invloed op de arbeidersklasse weten te krijgen. Juist daarom acht ik het noodzakelijk hier enige beschouwingen over het vakbondsvraagstuk te geven.


De partij en de vakverenigingen

1. De communistische partij is het fundamentele wapen van de revolutionaire actie van het proletariaat, de strijdorganisatie van zijn voorhoede, die moet optreden in de rol van gids der arbeidersklasse in alle fasen van haar strijd en bijgevolg op syndicaal gebied.

2. Hij die, uit principe, de onafhankelijkheid der vakbeweging stelt tegenover de leiding van de communistische partij, stelt inderdaad — of hij het wil of niet — de meest achterlijkste proletarische lagen tegenover de voorhoede der arbeidersklasse, de strijd voor de onmiddellijke eisen tegenover de strijd voor de gehele bevrijding der arbeiders, het reformisme tegenover het communisme, het opportunisme tegenover het revolutionaire marxisme.


Revolutionair syndicalisme en communisme

3. Het syndicalisme van voor de oorlog, in het enthousiaste tijdperk van zijn opbloei, strijdende voor onafhankelijkheid der vakbeweging, streed inderdaad voor de vrijmaking uit de burgerlijke regeringen en van zijn partijen, waaronder de parlementaire socialistische partij. Dit was de strijd tegen het opportunisme — voor de revolutionaire methoden. Bovendien maakte het revolutionaire syndicalisme van de onafhankelijkheid der massaorganisaties geen afgod. Integendeel, het begreep en verkondigde de leidende rol van de revolutionaire minderheid ten opzichte van de massaorganisaties, welke de arbeidersklasse weerspiegelden met al haar tegenstrijdigheden, haar zwakheden, haar achterlijkheid.

4. De theorie van de handelende minderheid werd, in werkelijkheid, een onvoltooide theorie van de proletarische partij. Het revolutionaire syndicalisme werd in zijn gehele praktijk, het eerste stadium van een revolutionaire partij, in tegenstelling met de opportunistische, die niet anders was dan een karikatuur van het revolutionaire communisme.

5. De zwakheid van het anarchosyndicalisme, zelfs in zijn klassieke periode, was de afwezigheid van een theoretische basis en, bij gevolg, een slecht begrijpen van de natuur der regering en van haar rol in de klassenstrijd; onvoldoende en bij gevolg verkeerd begrijpen van de rol van de revolutionaire minderheid, bijvoorbeeld, de partij. Vandaar de tactiekfouten, zoals het tot afgod maken van de algemene staking, het onvoldoende begrip van de noodzakelijke verbinding tussen de opstand en het grijpen van de macht.

6. Na de oorlog, heeft het Franse syndicalisme niet alleen zijn kritiek gevonden maar ook zijn ontwikkeling en zijn voltooiing in het communisme. Beproeven het revolutionaire syndicalisme te doen opleven, zou zijn beproeven de geschiedenis in achterwaartse richting te herhalen. Voor de arbeidersbeweging kunnen deze pogingen slechts een reactionaire betekenis hebben.


De epigonen van het syndicalisme

7. De epigonen van het syndicalisme vervormen (in woorden) de onafhankelijkheid van de vakverenigingen jegens de bourgeoisie en de reformistische socialisten, in onafhankelijkheid in algemene zin, in absolute onafhankelijkheid ten opzichte van alle partijen, de communistische partij inbegrepen. Als het syndicalisme zich in zijn periode van opkomst beschouwde als voorhoede, en streed voor de leiding van de minderheid van de voorhoede met betrekking tot de achtergebleven massa’s, strijden de epigonen van het syndicalisme tegenwoordig tegen precies dezelfde eisen van de communistische voorhoede, trachtende, ofschoon zonder succes, zich te steunen op het gebrek aan ontwikkeling en de vooroordelen van de meest achterlijke lagen der arbeidersklasse.

8. De vrijmaking van de invloed der bourgeoisie kan niet een lijdelijke toestand zijn. Deze kan zich slechts door politieke acties uitdrukken, bijvoorbeeld: door de strijd tegen de bourgeoisie. Deze strijd moet voortvloeien uit een juist programma, dat voor zijn uitvoering, organisatie en tactiek nodig heeft. Het is de eenheid van het programma, van de organisatie en van de tactiek die de partij maakt. Op deze wijze kan de wezenlijke onafhankelijkheid van het proletariaat met betrekking tot de burgerlijke regering slechts verwezenlijkt worden, indien het proletariaat zijn strijd voert onder de leiding van een revolutionaire en niet opportunistische partij.

9. De epigonen van het syndicalisme proberen te doen geloven dat de vakverenigingen op zich zelf voldoende zijn. Theoretisch wil dit niets zeggen, maar in de praktijk betekent dit de oplossing van de revolutionaire voorhoede in de achtergebleven massa’s, evenals het Engelse vakbondswezen aantoont.

Door brede massa’s op te nemen vervullen de vakverenigingen het best haar roeping. Een proletarische partij verdient deze naam slechts indien zij ideologisch homogeen is, gebonden door de eenheid van actie en organisatie. De vakverenigingen voorstellen als kunnende zelf geheel voldoende zijn, alsof het proletariaat reeds zijn ‘meerderheid’ had bereikt, dat is het proletariaat in het gevlei komen, dat is in werkelijkheid het tonen anders dan het is en kan zijn onder het kapitalisme, dat de enorme massa’s van arbeiders in een toestand houdt van achterlijke onwetendheid, slechts aan de voorhoede van het proletariaat de mogelijkheid latende zich een weg te banen door alle moeilijkheden tot aan het klare begrijpen van de taak van zijn klasse.


De werkelijke onafhankelijkheid van de vakverenigingen wordt door de leiding der partij niet aangetast

10. De werkelijke praktische en niet abstracte onafhankelijkheid van de vakvereniging wordt niet in het minst vertroebeld en vermindert door de strijd der communistische partij voor invloed. Elk lid der vakvereniging heeft het recht te stemmen, zoals hij het nodig denkt en hem te kiezen, die hem het geschiktst lijkt. De communisten hebben dit recht evengoed als de anderen. De verovering van de meerderheid door de communisten in de leidende organen gaat volkomen volgens de principes van de onafhankelijkheid, bijvoorbeeld de eigen administratie van de vakverenigingen. Anderzijds kan geen enkel vakbondsreglement de partij beletten de secretaris-generaal van het hoofdbestuur van de CGT op te nemen in haar bestuur, want hier is men geheel op het terrein van de onafhankelijkheid der partij.

11. In de vakverenigingen onderwerpen de communisten zich natuurlijk aan de discipline van de partij, onverschillig welke posten zij bekleden. Dit sluit onderwerping aan de vakbondsdiscipline niet uit maar veronderstelt haar. Met andere woorden, de partij schrijft hun geen enkele gedragslijn voor die in tegenspraak is met de stemming of de meningen van de meerderheid der leden van de vakverenigingen. In geheel buitengewone gevallen, wanneer de partij veronderstelt dat het voor haar leden onmogelijk is een reactionair besluit van de vakvereniging te onderschrijven, wijst zij de leden openlijk op de consequenties die er uit voortvloeien — wanneer het bv. gaat om uitgevaardigde maatregelen tegen de communisten die vakbondsposten bekleden, uitsluitingen, enz.

Met juridische formuleringen — en de onafhankelijkheid is een zuiver juridische formulering — in deze kwesties kan men niets bereiken.
Men moet de kwestie zuiver stellen, in de concrete werkelijkheid van de vakbondspolitiek. Tegenover een onjuiste politiek moet een juiste politiek gesteld worden.


Het wezen van de leiding der partij hangt af van bijzondere omstandigheden

12. Het wezen van de leiding der partij, haar methodes en haar vormen kunnen verschillen al naar de algemene omstandigheden van een gegeven land of naar de ontwikkelingsperiode van dat land. In de kapitalistische landen, waar de communistische partij geen enkel dwangmiddel bezit, kan zij de leiding niet anders krijgen dan door de communisten die in de vakverenigingen zitten als lid of als bestuurder.

Het aantal communisten op de leidende posten der vakbonden blijkt slechts een van de middelen om de invloed van de partij in de vakverenigingen te meten. De meest belangrijke factor van de schatting is het percentage communisten ten opzichte van het totale aantal in vakverenigingen georganiseerde. Maar de voornaamste toets is de totale invloed van de partij op de arbeidersklasse, die bepaald wordt door de oplage van de communistische pers, het bezoek aan de partijvergaderingen, het aantal stemmen bij verkiezingen en, wat heel belangrijk is, het aantal arbeiders en arbeidsters dat gevolg geeft aan oproepen tot strijd van de partij.

13. Het is duidelijk dat de totale invloed der communistische partij, en vooral in de vakverenigingen, zal stijgen naarmate de toestanden meer revolutionair zullen worden. Deze voorwaarden veroorloven de graad en de vorm van de werkelijke en niet abstracte onafhankelijkheid der vakverenigingen te schatten. In de jaren van ‘vrede’, wanneer de meest strijdbare vormen van de vakbondsactie zijn de geïsoleerde beroepsstakingen, komt het directe aandeel der partij in de vakbondsactie op de tweede plaats.

Volgens de algemene regel neemt de partij geen beslissing aangaande iedere partiële staking. Zij helpt de vakvereniging om de kwestie op te lossen, om te weten of de staking doelmatig is en goed is ingezet, met behulp van haar economische en politieke informatie en door haar raadgevers. Zij dient de staking door haar agitatie, enz. De eerste plaats in de stakingen komt natuurlijk de vakvereniging toe.

De situatie verandert geheel wanneer de beweging overgaat in de algemene staking en nog meer in de directe strijd om de macht. Onder deze omstandigheden wordt de leidende rol van de partij geheel en al een directe en een onmiddellijke. De vakverenigingen — natuurlijk niet die welke staan aan de andere kant van de barricade — worden organisatieapparaten van de partij, die ten aanzien van de gehele klasse optreedt als gids van de revolutie op zich nemende de gehele verantwoordelijkheid. Op het terrein dat zich uitstrekt tussen de geïsoleerde beroepsstaking en de revolutionaire opstand der klasse zijn alle mogelijke vormen van wederkerige betrekkingen tussen de partij en de vakverenigingen mogelijk. Verschillende graden van directe en onmiddellijke leiding enz.

Maar onder alle omstandigheden bedoelt de partij de algemene leiding te veroveren, steunende op de reële zelfstandigheid van de vakverenigingen, die, als organisaties, dat spreekt van zelf, niet ‘ondergeschikt’ aan haar zijn.


De politieke onafhankelijkheid der vakverenigingen is een legende

14. De feiten tonen aan dat politiek onafhankelijke vakverenigingen nergens bestaan. Zij zijn er nooit geweest.

De ondervinding en de theorie zeggen dat zij er nooit zullen zijn. In de Verenigde Staten zijn de vakverenigingen, door hun apparaat, direct verbonden met de leiders van de industrie en van de burgerlijke partijen. In Engeland vormen de vakverenigingen, die in het verleden de liberalen ondersteunden, de materiële basis van de Labour Party. In Duitsland marcheren de vakverenigingen onder de vaan van de sociaaldemocratie. In de Sovjetrepubliek is hun leiding bij de bolsjewieken. In Frankrijk, volgt een der vakcentrales de socialisten, en de andere de communisten. In Finland zijn de vakverenigingen slechts de laatste tijd gesplitst, om het ene gedeelte naar de sociaaldemocratie en het andere gedeelte naar het communisme te doen gaan. Zo is het overal.

De theoretici van de ‘onafhankelijkheid’ der vakbeweging hebben zich tot nu toe de moeite niet gegeven, tot op dit ogenblik, aan deze vraag te denken: waarom niet alleen hun parool nergens zijn verwezenlijking nadert in de praktijk, maar waarom integendeel de afhankelijkheid der vakverenigingen van de leiding van een partij overal, zonder uitzondering, meer en meer vanzelfsprekend en openlijk wordt? Inmiddels beantwoordt dit geheel en al aan het karakter van de imperialistische periode, die alle klassenrelaties blootlegt en die, in de boezem van het proletariaat zelf, de tegenstellingen doet uitkomen tussen de arbeidersaristocratie en de meer uitgebuite lagen.


De Syndicalistische Liga, kiem van een partij

15. De meest recente uiting van het syndicalisme, dat thans overwonnen is, is de Syndicalistische Liga. In al haar trekken verschijnt zij als een politieke organisatie die tracht de vakbeweging aan haar invloed ondergeschikt te maken. Inderdaad rekruteert de Liga haar leden niet naar het principe der vakbeweging, maar naar het principe van politieke groeperingen: zij heeft haar platform, zo niet haar programma, en zij verdedigt het in haar geschriften; zij heeft haar eigen inwendige discipline in de boezem van de vakbeweging. In de congressen der vakcentrales handelen haar aanhangers als een politieke fractie op dezelfde wijze als de communistische fractie. Indien wij ons niet verliezen in woorden, loopt de tendens van de Syndicalistische Liga uit op de strijd om de twee vakcentrales vrij te maken van de leiding der socialisten en communisten en hen te verenigen onder de leiding van de groep Monatte. De Liga handelt niet openlijk om in naam van het recht en van de noodzakelijkheid, voor de minderheid van de voorhoede, te strijden om haar invloed op de meest achterlijke massa’s te vergroten; zij dient zich gecamoufleerd aan door wat men noemt ‘vakbewegingsautonomie’. Van uit dit gezichtspunt komt de Liga nader tot de socialistische partij, die ook haar leiding uitoefent onder de dekmantel: ‘onafhankelijkheid der vakbeweging’. De communistische partij, daarentegen zegt openlijk tot de arbeidersklasse: ziehier mijn programma, mijn tactiek en mijn politiek die ik aan de vakverenigingen voorstel.

Het proletariaat moet nooit iets blindelings geloven. Het moet elke partij en elke organisatie beoordelen naar haar werk. Maar de arbeiders moeten zich slechts richten met een dubbel en drievoudig wantrouwen tot die gegadigden voor de leiding die incognito handelen, en die het proletariaat doen geloven, dat het in het algemeen geen leiding nodig heeft.


Het proletariaat eist geen ‘onafhankelijkheid’ van de vakverenigingen, maar een juiste leiding

16. Het recht van een politieke partij om te strijden voor haar invloed op de vakverenigingen, kan niet ontkend worden, maar deze vraag moet gesteld worden: met welk programma en met welke tactiek strijdt deze organisatie? Van uit dit gezichtspunt geeft de Syndicalistische Liga niet de nodige garanties. Haar programma is buitengewoon vaag evenals haar tactiek. In haar politieke waardering handelt zij slechts naar de omstandigheden. Aanvaardende de proletarische revolutie en zelfs de dictatuur van het proletariaat ontkent zij de rol van de partij en strijdt zij tegen de communistische leiding, zonder welke de proletarische revolutie gevaar loopt een holle frase te blijven.

17. De ideologie van de onafhankelijkheid der vakbeweging heeft niets gemeen met de ideeën en het gevoel van het proletariaat als klasse. Indien de partij in staat is door haar bekwame leiding in de vakverenigingen een juiste politiek te verzekeren, duidelijk en vastberaden, zal niet een arbeider de gedachte hebben om tegen de leiding der partij in opstand te komen. De historische ondervinding van de bolsjewieken heeft dit bewezen. Dit is juist, ook voor Frankrijk, waar de communisten 1.200.000 stemmen hebben behaald bij de verkiezingen, terwijl de CGTU slechts een vierde of derde deel van dit aantal omvat. Het is duidelijk dat het abstracte parool van de zelfstandigheid de massa niet kan beroeren. Een andere zaak is de vakbondsbureaucratie. Zij ziet niet slechts een beroepsconcurrentie in de partijbureaucratie, maar zij tracht zich onafhankelijk te maken van de controle der voorhoede van het proletariaat. Het parool van de onafhankelijkheid is in de grond van de zaak zelfs een bureaucratisch parool en niet een klasseparool.


Het tovermiddel van de vakbondseenheid

18. Naast de afgod ‘onafhankelijkheid’ maakt de Syndicalistische Liga eveneens de vakbondseenheid tot een afgod.

Het spreekt vanzelf dat het handhaven van de eenheid van vakorganisatie enorme voordelen heeft, zowel van uit het oogpunt van de dagelijkse taak van het proletariaat als van de strijd der communistische partij om haar invloed onder de massa’s uit te breiden. Maar de feiten bewijzen dat sedert de eerste successen van de revolutionaire vleugel in de vakverenigingen, de opportunisten opzettelijk de weg naar de splitsing opgaan. De pacifistische betrekkingen met de bourgeoisie zijn hun veel dierbaarder dan de eenheid van het proletariaat. Het is het resultaat van de ervaring na de oorlog.

Wij, communisten, zijn op alle manieren geïnteresseerd om aan de arbeiders te bewijzen dat de verantwoordelijkheid van de splitsing der vakorganisaties volkomen terugvalt op de sociaaldemocratie. Maar er vloeit in het geheel niet uit voort, dat de lege formule van de eenheid voor ons voornamer zou zijn dan de revolutionaire taak der arbeidersklasse.

19. Acht jaren zijn voorbij sedert de scheuring in de vakbeweging in Frankrijk. Gedurende deze tijd zijn deze twee organisaties slaags als twee dodelijk vijandige politieke partijen. Onder deze omstandigheden te denken dat de vakbewegingeenheid verkregen kan worden door het verkondigen van de eenheid zou een zich voeden met illusies zijn! Verklaren dat, zonder de voorafgaande vereniging van de twee vakorganisaties, niet alleen de proletarische revolutie, maar zelfs een voldoende ernstige klassenstrijd onmogelijk is, betekent de toekomst van de revolutie doen afhangen van de corrupte kliek van de vakbewegingsreformisten.

Inderdaad, de toekomst der revolutie hangt niet af van de fusie der twee vakbondsapparaten, maar van de hereniging van de meerderheid der arbeidersklasse rondom revolutionaire parolen en revolutionaire strijdmethoden.

Tegenwoordig is de hereniging van de arbeidersklasse slechts mogelijk door te strijden tegen de voorstanders van de klassensamenwerking, die zich niet alleen bevinden in de politieke partijen, maar ook in de vakverenigingen.

20. De werkelijke weg leidend naar de eenheid van het proletariaat bevindt zich in de ontwikkeling, het herstel, de consolidatie van de revolutionaire CGT en in de verzwakking van de reformistische CGT Het is niet uitgesloten, maar integendeel zeer waarschijnlijk, dat in het tijdperk van zijn revolutie, het Franse proletariaat de strijd zal ingaan met twee vakcentrales; achter de ene zullen zich de massa’s bevinden en achter de andere de arbeidersaristocratie en de bureaucratie.


Het karakter van de vakbewegingsoppositie

21. De nieuwe vakbewegingsoppositie wil klaarblijkelijk niet de weg van het syndicalisme opgaan. Tegelijkertijd breekt zij met de partij — niet met een bepaalde politiek noch met een bepaalde leiding, maar met de partij in het algemeen. Dat wil heel eenvoudig zeggen dat zij zich ideologisch geheel ontwapent en dat zij terugtrekt op de posities van de beroepsorganisatie of het Engelse vakbondswezen.

22. De vakbewegingsoppositie toont zich tevreden met haar verscheidenheid. Maar zij karakteriseert zich door gemeenschappelijke trekken, die haar niet dichter bij de communistische oppositie van links brengen, maar integendeel haar er van verwijderen en haar er tegenover stellen.

De vakbondsoppositie strijdt niet tegen ondoordachte handelingen en onjuiste methoden der communistische leiding, maar tegen de invloed van het communisme op de arbeidersklasse. Zij strijdt niet tegen de ultralinkse beoordeling van een gegeven situatie en het ritme van haar ontwikkeling, maar neemt in werkelijkheid stelling tegen revolutionaire perspectieven in het algemeen. Zij treedt niet op tegen karikaturale vormen van antimilitarisme, doch stelt de pacifistische oriëntatie op de voorgrond, met andere woorden ontwikkelt zich de vakbondsoppositie klaarblijkelijk in reformistische richting.

23. Absoluut onjuist zijn de beweringen dat zich gedurende de laatste jaren — in tegenstelling met hetgeen in Duitsland, Tsjecho-Slowakije en andere landen zich heeft voorgedaan — in Frankrijk geen rechtse groepering heeft gevormd in het revolutionaire kamp. Het voornaamste punt is dat in overeenstemming met de tradities van de Franse arbeidersbeweging, terwijl zij zich van de revolutionaire politiek van het communisme verwijderde, de rechtse oppositie een vakbondskarakter heeft aangenomen, waarbij het politieke uiterlijk gecamoufleerd werd. In de grond stelt de meerderheid van de vakbondsoppositie de rechtervleugel voor, precies als de Brandlergroep in Duitsland, de Tsjechische vakbondsmannen die na de splitsing een reformistische positie hebben ingenomen, enz.


De politiek van de communistische partij

24. Men kan pogen aan te voeren, dat alle voorafgaande beschouwingen slechts juist zouden zijn op voorwaarde dat de partij een juiste communistische politiek voert. Maar deze tegenwerping is niet gegrond. De kwestie van de verhoudingen tussen de partij, die het proletariaat voorstelt zoals het moet zijn en de vakverenigingen, die het proletariaat voorstellen zoals het is, is de meest fundamentele vraag van het revolutionaire marxisme. Het zou slechts zelfmoord zijn het enig mogelijke antwoord op deze vraag af te wijzen, alleen omdat de communistische partij om objectieve en subjectieve redenen, waarover wij meer dan eens spraken, thans een foute politiek voert met betrekking tot de vakverenigingen zowel als op ander terrein. Tegenover een foute politiek moet de juiste politiek gesteld worden. Daarom heeft de linkse oppositie zich als een fractie gevormd. Indien men oordeelt, dat de Franse communistische partij in haar geheel in zodanige toestand verkeert, dat er geen geneesmiddelen meer zijn en geen hoop — wat wij absoluut niet denken — moet men er een andere partij tegenover stellen. Maar de kwestie van de positie der partij met betrekking tot de klasse verandert door dit feit geen jota.

De communistische oppositie oordeelt dat het beïnvloeden der vakbeweging, het helpen vinden van haar juiste oriëntatie, haar versterking door juiste parolen slechts mogelijk is door middel van de communistische partij (of thans de fractie), die behalve door haar andere kwaliteiten als het centrale laboratorium van de ideologie van de arbeidersklasse gezien moet worden.

25. De welbegrepen taak van de communistische partij bestaat niet alleen in het winnen van invloed in de vakverenigingen, zoals zij zijn, maar in het door middel van de vakverenigingen winnen van invloed op de meerderheid der arbeidersklasse. Dat is slechts mogelijk als de door de partij in de vakverenigingen gebruikte methoden beantwoorden aan de natuur en de taak der vakverenigingen. De worsteling om de invloed van de partij in de vakvereniging wordt objectief geverifieerd door het feit of deze al dan niet bloeien, de ledentallen stijgen en de verbindingen met de brede massa toenemen. Als de partij haar invloed in de vakverenigingen slechts verkrijgt ten koste van een verzwakking der vakverenigingen — door ze voor ogenblikkelijke doeleinden tot werktuigen der partij te maken en te beletten dat zij werkelijk een massaorganisatie worden — wil dat zeggen dat de betrekkingen tussen de partij en de klasse fout zijn. Wij behoeven niet stil te staan bij de oorzaken van een dergelijke situatie. Wij hebben dat meer dan eens gedaan en doen dat alle dagen. De variaties in de officiële communistische politiek weerspiegelen haar avontuurlijke tendens om zich in de kortst mogelijke termijn van de arbeidersklasse meester te maken, met behulp van regie, camouflage, oppervlakkige agitatie, enz.

Het middel om aan deze toestand te ontkomen is niet gelegen in de tegenstelling tussen de vakvereniging tot de partij (of tot de fractie), maar in de onafgebroken strijd voor de verandering van de gehele politiek der partij zowel als van de vakverenigingen.


De taak van de linkse communisten

26. De linkse oppositie moet de problemen van de vakbeweging in onverbreekbare verbinding stellen met de problemen van de politieke strijd van het proletariaat. Zij moet een concrete analyse geven van het huidige stadium van ontwikkeling der Franse arbeidersbeweging. Zij moet zowel kwantitatief als kwalitatief een waardering geven van de stakingsbeweging en haar perspectieven met betrekking tot de perspectieven van de economische ontwikkeling van Frankrijk. Onnodig te zeggen dat zij geheel het perspectief afwijst van kapitalistische stabilisatie en pacifisme, zelfs voor tien jaar. Zij is uitgegaan van de beoordeling van dit tijdperk als een revolutionair tijdperk. Zij gaat uit van de noodzakelijkheid van een juiste voorbereiding van de voorhoede van het proletariaat met het oog op plotselinge wendingen, die niet alleen waarschijnlijk maar onvermijdelijk zijn. Hoe sterker en onverzoenlijker haar actie zal zijn tegen het zogenaamde revolutionaire geschetter van de centristische bureaucratie, tegen de politieke hysterie die geen rekening houdt met de voorwaarden, die vandaag met gisteren of met morgen verwart, hoe meer zij resoluut moet optreden tegen de rechtse elementen, die haar kritiek overnemen en er gebruik van maken om hun tendensen in het revolutionair marxisme te doen binnendringen.

27. Nieuwe afbakeningen? Nieuwe polemieken? Nieuwe splijtingen? Zo zullen de goede maar vermoeide zielen klagen, die de oppositie in een rustige aftocht zouden willen vervormen, waarin men kalm zou kunnen uitrusten op zijn lauweren, terwijl men de aanduiding van linksrevolutionair intact houdt. Neen, laat ons tot deze vermoeide zielen zeggen: wij gaan zeker niet dezelfde weg. De waarheid is nog nooit een som van vergissingen geweest. De revolutionaire organisatie is nog nooit uit kleine behoudende groepen samengesteld geweest, die er op uit waren van elkaar te verschillen. Er zijn tijdperken waarin de revolutionaire tendens slechts bij een kleine minderheid van de arbeidersbeweging te vinden is. Maar die tijdperken eisen niet onderlinge schikkingen tussen kleine groepen, die over en weer hun fouten verbergen, maar integendeel een dubbel onverzoenlijke strijd voor een juist perspectief en de opvoeding van het kader in de geest van het ware marxisme. De overwinning is slechts langs deze weg te bereiken.

28. Wat de schrijver van deze regels betreft moet hij erkennen dat de opvatting die hij zich gevormd had van de groep Monatte op het ogenblik van zijn deportatie uit de Sovjet-Unie te optimistisch was en daardoor onjuist.

Gedurende vele jaren had de schrijver niet de gelegenheid de activiteit van deze groep te volgen. Hij beoordeelde haar naar oude herinneringen. De verschillen bleken veel dieper en scherper dan men kon veronderstellen. De gebeurtenissen van de laatste tijd hebben zonder twijfel aangetoond, dat zonder een klare en duidelijke ideologische afbakening van de lijn van het syndicalisme de communistische oppositie in Frankrijk niet vooruit zal komen. Deze stellingen willen een eerste stap zijn op de weg van deze afbakening, die als het voorspel is van de zegevierende worsteling tegen het revolutionaire geklets en het opportunistische wezen van de Cachins, Monmousseaus en co.