Leon Trotski

Het vijfjarenplan en de internationale werkloosheid



Geschreven: maart 1930
Bron: Nieuwe Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 3. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf
Vertaling: onbekend
Deze versie: Spelling
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, agustus 2007


De innerlijke ontwikkeling van de Sovjet-Unie heeft een kritiek punt bereikt. Het is precies hetzelfde, hoe men de tegenwoordige gang van de collectivisering beoordeelt, die in één jaar reeds het 21/2 voudige overschreden heeft van het voor de gehele vijf jaren gemaakte plan (thans reeds 50 % van de boerenhoeven in plaats van 20 % aan het eind van de vijf jaren). Het is duidelijk dat het tempo van de collectivisering het gehele vijfjarenplan reeds heeft doen springen. De officiële leiding zwijgt er nog over. Lang zal men echter niet kunnen zwijgen.[1] Indien men zou aannemen dat alle andere elementen van het plan, industrie, transport en financiën zich volgens de vroeger afgebakende maatstaf ontwikkelen kunnen, terwijl het boerenbedrijf geheel onvoorziene sprongen maakt, dan zou dat beduiden dat men het economische plan niet als een organisch geheel ziet, doch slechts als de eenvoudige samenvatting van voor de verschillende bedrijfstakken geldende besluiten. De wederzijdse betrekkingen tussen de industrie en het boerenbedrijf (“aaneensluiting”) werden tot in principe als de spil van het gehele plan erkend. Wat is er nu van deze spil geworden? Indien in het plan gezorgd werd voor “Smytschka” (aaneensluiting) dan is zij thans door de dolle sprong van de collectivisering die niemand voorzien had, doorbroken geworden. De “algemene collectivisering” heeft thans reeds een achterwaartse zwenking van de geschrokken leiding ten gevolge gehad. In welke richting zal men het herstel van de lijn van het plan bewerken? Men kan nog niet vooruit zeggen, hoe de aangevangen terugtocht eindigen zal. Volgens alle waarschijnlijkheid zal hij ook dit keer veel verder gaan dan de objectieve noodzakelijkheid eist. Op zichzelf is een terugtocht evenwel onafwendbaar. Het is zeer waarschijnlijk, dat onder de inwerking van de inflatie spoedig begonnen zal worden met een nieuw onderzoek van de leus: “het vijfjarenplan - in vier jaar.” Een terugtocht blijft altijd een zware operatie, zowel in de oorlog als in de politiek. Doch een terugtocht, die op tijd en ordelijk doorgevoerd wordt, kan overbodige verliezen voorkomen en de ontwikkelingsmogelijkheid van een latere aanval voorbereiden. Een te late terugtocht, welke in een paniekstemming onder vijandelijk vuur, met de vijand in de rug ondernomen wordt, betekent daarentegen steeds een dodelijk gevaar. Om deze reden, schromen wij ons niet als linkse oppositie om de bureaucratie, die zich dit keer te ver gewaagd heeft, een “Terug!” toe te roepen. Men moet ophouden met de wedstrijd in de industrialisering. Men moet de tempo’s op grond van de ervaring en van het theoretische vooruitzicht controleren. Men moet de gang van de collectivisering met technische en andere hulpmiddelen in overeenstemming brengen en de politiek tegenover de koelakken ondergeschikt maken aan de werkelijke mogelijkheden van de collectivisering. In een woord, men moet na de perioden van het achter de feiten aanhinken en van het avonturisme de weg van het marxistische realisme opgaan. Een op de uiteengezette wijze verbeterde uitgave van het plan zal het minimum van de afwijkingen aangeven. Zij zal noodzakelijkerwijze uitgaan van de situatie, die ontstaan is in deze dagen door de grote successen en de niet minder grote fouten. Een zodanig plan kan de tegenstrijdigheden, die uit het historische verleden en de algemenen politieke toestand voortkomen, niet uit de weg ruimen. Het kan echter de gevolgen van deze tegenstrijdigheden tot een minimum reduceren en de crisis verschijnselen deels verzachten, deels verhinderen, om op deze wijze voor de geïsoleerde arbeidersstaat een rustpoos te brengen. Een planmatige terugtocht uit de positie van het avonturisme — dat is de taak van het ogenblik.

Doch naast deze zwakst mogelijke variatie moet eveneens een andere, duurzamer variatie voorbereid worden, welke niet alleen met de binnenlandse, doch ook met de buitenlandse hulpmiddelen rekening houdt. Het perspectief van een proletarische revolutie in Europa is volstrekt niet minder reëel, dan een perspectief van de collectivisering der Russische boeren.

Of juister gezegd: de realiteit van dit laatste perspectief bestaat slechts bij zijn verbinding met het eerste. De politiek van de officiële leiding van de Komintern is er op gericht, alsof reeds morgen een opstand van het Europese proletariaat te wachten stond. Tezelfdertijd wordt echter een economisch plan voor 10 tot 15 jaar opgemaakt met het doel om de gehele kapitalistische wereld te overvleugelen met de middelen van de geïsoleerde arbeidersstaat. Deze tegenstrijdigheid, die voorkomt uit de reactionair-utopische theorie van het socialisme in één land, gaat als een leidraad door het program van de Komintern en door haar gehele politiek.

Niemand kent het tijdstip. Doch eens kan men met zekerheid beweren: de verovering van de macht door het Europese proletariaat ligt thans zonder twijfel dichterbij, dan de liquidatie van de klassen in de USSR.

Bij de uitwerking van de geringste afwijkingen ter verzwakking van de naderbij komende crisis moet men noodzakelijker wijze uitgaan van de voorwaarden van de tegenwoordige geïsoleerde positie van de Sovjethuishouding. Gelijktijdig moet men echter een wijziging aanbrengen, die rust op een brede samenwerking van de Sovjethuishouding en de wereldeconomie. Een algemeen plan, dat op 10 tot 15 en nog meer jaren berekend wordt, kan over het algemeen niet anders gezien worden.

Zeker, een omvangrijke en systematische internationale economische samenwerking zal slechts na de verovering van de macht door het proletariaat van de meest vooruitstrevende kapitalistische landen mogelijk zijn. Doch ten eerste kan men niet weten, wanneer deze omkeer zal plaats vinden en moet men daarom zich vroegtijdig zowel politiek als economisch daarop voorbereiden. Ten tweede is er alle reden om te hopen, dat de Sovjetregering bij een juiste politiek onder de voorwaarden van de tegenwoordige handels- en industriecrisis vooral in geval van verdere verscherping daarvan, veel makkelijker tot de hulpmiddelen der wereldmarkt kan verkrijgen.

De werkloosheid is een factor van reusachtige betekenis die op de gehele politiek van de volgende jaren haar zegel zal drukken. Onder de slagen van de werkloosheid zal het machtige gebouw van de conservatieve vakverenigingen en van de sociaal democratie diepe scheuren bekomen, veel eerder, dan het nog veel machtiger gebouw van de kapitalistische staat begint te wankelen. Doch van zelf zal dat niet gebeuren. De goede leiding van de strijd der arbeidersklasse krijgt in een periode van de sociale crisis een beslissende betekenis. De algemene strategische lijn van het communisme moet natuurlijk meer dan ooit gericht zijn op een revolutionaire verovering van de macht. Doch deze revolutionaire politiek moet door de concrete voorwaarden en problemen van de overgangsperiode, waarin de werkloosheid altijd mee de centrale plaats inneemt, onderhouden worden. Een van de gewichtigste parolen van de overgangsperiode zal en moet de eis van de economische samenwerking met de USSR worden.

De propaganda van deze parolen zal harerzijds een geheel concreet karakter dragen en met alle feiten en cijfers uitgerust zijn. Zij moet steunen op een economisch algemeen plan, dat op een gestadig groeiende onderlinge verhouding tussen de Sovjet- en de wereldeconomie gebaseerd is. Voor dit doel moet het algemene plan op een werkelijk marxistische grondslag opgesteld worden, doch niet op de theorie van een geïsoleerde socialistische gemeenschap.

Bij de tegenwoordige Europese en internationale werkloosheid vallen de conjunctuurverschijnselen samen met de organische werkingen van het kapitalistische verval. Wij hebben reeds meermalen herhaald, dat alle stadiums van ontwikkeling van het kapitalisme overeenstemmen met een bepaalde conjunctuurcyclus. Het karakter van deze cyclus evenwel is in de afzonderlijke stadiums geheel verschillend. Zoals aan het eind van een mensenleven iedere opflikkering slechts onzeker en voorbijgaand is, iedere ziekte daarentegen sterk op het gehele organisme inwerkt, zo bezitten ook de conjunctuurcyclussen van het imperialistische kapitalisme, vooral in Europa, de tendens, dat ieder crisisverschijnsel ziekelijk opzwelt en dat de periodes van bloei onevenredig kort zijn. Onder deze voorwaarden kan de kwestie van de werkloosheid voor de meeste kapitalistische landen voor lange tijd een centrale kwestie worden.

Juist hier vormt zich natuurlijk daardoor het knooppunt, dat de belangen van de Sovjet-Unie en de belangen van het internationale proletariaat verenigt.

Op zichzelf is onze taak duidelijk en onbestrijdbaar. Men moet slechts deze taak juist aanpakken. Doch juist daarin bestaat immers de hele moeilijkheid. Tegenwoordig steunt de vorming van de internationale voorhoede hoofdzakelijk op twee gedachten: “De USSR zal het socialisme zonder u opbouwen” en “De USSR is het vaderland van alle werkenden.” De eerste gedachte is fout, de tweede te abstract. Bovendien spreken zij elkaar wederkerig tegen.

Daarmee laat zich ook dat verwonderlijke feit verklaren, dat de strijd tegen de werkloosheid tegenwoordig volgens een zakkalender der Koesinens en Manuilski’s gevoerd wordt (bv. 6 maart), zonder enige betrekking tot de economische problemen der Sovjetrepubliek. De samenhang tussen de eerste en de tweede taak is ondertussen geheel duidelijk.

Een “algemene” collectivisering op de grondslag van de inventaris der boeren is een avontuur, dat de crisis van de landbouw met haar gevaarlijke politieke gevolgen, met zich meebrengt. Alleen wanneer het mogelijk zou zijn het collectieve landbouwbedrijf vruchtbaar te maken met een tijdige toevoer van moderne techniek, zou het gecollectiviseerde landbouwbedrijf de periode van de “kinderziekten” veel gemakkelijker doorstaan en zouden reeds de volgende jaren een grote verhoging van de oogstopbrengsten en zodanige stijgende exportcijfers opbrengen, dat de laatste het totale beeld van de graanmarkt in Europa radicaal zouden veranderen en in het verdere verloop de voeding van de arbeidende massa op een nieuwe grondslag zouden stellen. De dringende wanverhouding tussen de grote sprong van de collectivisering en de toestand der techniek komt direct te voorschijn uit het economische isolement van de Sovjet-Unie. Zelfs wanneer aan de Sovjetregering slechts de in het internationale verkeer “normale” kapitalistische kredieten ter beschikking zouden staan, zou men het tempo van de industrialisatie kunnen verhaasten en het raam van de collectivisatie reeds thans beduidend kunnen verwijden.

De invoer van machines, evenals de uitvoer van grondstoffen en levensmiddelen kunnen door passende verdragen, op grond van een omvangrijk plan, dat even toegankelijk is voor de controle en het begrip van de sovjetarbeider als van de buitenlandse arbeider, in een direct wederkerige afhankelijkheid gebracht worden.

De reeds door de Sovjetindustrie verworven successen waarborgen, de voor het optreden in de internationale arena noodzakelijke basis. Het gaat hier niet om een zuiver agitatorische leuze, doch om een economisch voorstel, dat ernstig doordacht is, dat op de opgedane ervaring steunt en duidelijk gegrondvest wordt in de taal van de techniek, economie en statistiek. Vanzelfsprekend moet de Sovjetregering daarbij verkondigen, dat zij bereid is de arbeidersorganisaties (vakverenigingen, bedrijfsvertegenwoordigingen, enz.) de mogelijkheid te geven tot omvangrijke informatie over het verloop van de uitvoering van het economische verdrag.

Wanneer men deze kwestie politiek, allereerst van het standpunt der verhouding tot de sociaaldemocratie en de Amsterdammers zou beschouwen, zou men het probleem zien als de aanwending van de politiek van het eenheidsfront in een zodanige vorm, en op zo brede basis als het tot nu toe nog niet geweest is en ook niet kon zijn.

Kan men echter daarop bouwen, dat Macdonald, Hermann Müller en de Amsterdamse vakbondsleiders het met een dergelijke combinatie eens zijn? Is het niet een utopie? Is het geen standpunt dat door de “verzoeners” wordt ingenomen? Dergelijke bedenkingen zullen zonder twijfel door diegenen opgeworpen worden, die gisteren nog gehoopt hadden, dat de Britse vakbondsleiders om de Sovjet-Unie te beschermen hun eigen imperialisme de strijd zouden aanzeggen. (Stalin e.a.) Wij hebben dergelijke armzalige illusies noch vroeger gekoesterd noch tegenwoordig. Men moet echter daarbij altijd toegeven, dat het nog steeds waarschijnlijker is, dat een sociaaldemocratische regering zich verstaat met de Sovjetregering om de werkloosheid in het eigen land te temperen, dan dat de reformisten het imperialisme bestrijden. Indien de crisis zich nog verder verscherpt, dan kan het tijdstip aanbreken, dat de reformistische regeringen, die steunen op miljoenenorganisaties van arbeiders, in een zodanige klem geraken, dat zij bereid zullen zijn tot een economische samenwerking met de Sovjet-Unie in het een of andere geval. Wij beogen echter geenszins om op dit punt te gaan raden, hoever het in werkelijkheid komen zal. Wanneer, hetgeen in de aanvang het meest waarschijnlijke zijn zou, die sociaaldemocratie reeds terugschrikt voor een beraadslaging van het plan, dan wordt dit plan reeds van aanvang af tegen de sociaaldemocratie in de arbeidersmassa gebracht. Het zal de sociaaldemocratie in ieder geval zwaarder vallen zich te weren tegen een agitatie, die gegrond is op een concreet plan van winst brengende economische samenwerking met de Sovjet-Unie dan tegen schreeuwerige frases over het “sociaal fascisme”. Vanzelfsprekend veronderstelt het plan van deze campagne geen verzachting van onze politieke verhouding tot de sociaaldemocratie. Integendeel, een juiste doorvoering van de hier geschetste campagne is in staat om de positie van de internationale sociaaldemocratie ernstig te schokken waaraan de politiek van Stalin-Molotoffs in de laatste jaren zulke onschatbare diensten bewezen heeft.

Een internationale positie van het probleem van de socialistische opbouw komt voort uit de innerlijke behoeften van de economische ontwikkeling van de USSR en vormt tegelijkertijd een bijzonder overtuigende en effectvolle propaganda voor de internationale revolutie. Doch wanneer men de nieuwe weg wil betreden, moet men opnieuw beginnen. In plaats van het in slaap wiegende optimisme moet men een revolutionaire onrust verspreiden. Men mag zich niet bepalen tot rituele bezweringen tegen een militaristische interventie. Men moet het economische probleem tot een centrale kwestie maken. De communistische agitator moet aan de arbeidersmassa’s van het Westen eerlijk zeggen: “Denkt niet, dat men het socialisme in Moskou zonder uw hulp kan opbouwen. Zij hebben weliswaar niet weinig bereikt, doch alles kunnen zij niet maken. Hetgeen, zij tot nu toe gedaan, hebben, is slechts een klein deel van hetgeen nog gedaan moet worden. Arbeiders, de maatregelen, die nodig zijn om hen te helpen zullen u terzelfder tijd helpen tegen de werkloosheid en de duurte. De sovjetregering heeft een economisch plan voor de samenwerking met de buitenlandse industrie opgesteld. Ieder bezit de mogelijkheid om dit plan te leren kennen. Op het enkele woord behoeft gij natuurlijk noch mij, noch de sovjetregering te geloven. Eist van uw vakverenigingen, van uw partij, van uw sociaaldemocratische regering een onderzoek naar het voorstel van de USSR” Men moet met gemeenschappelijke krachten de regering dwingen de weg te gaan van het economische vergelijk met de USSR, want dat is tegenwoordig de beste en doelmatigste weg ter bestrijding van de werkloosheid.

Is er dan nog hoop dat de communistische partijen onder hun tegenwoordige leiding inderdaad nog in staat zijn tot een ernstige mobilisatie van de massa’s? Deze vraag willen wij niet vooruit beslissen. De hier door ons vertegenwoordigde politiek wortelt zo diep in de objectieve positie en in de historische belangen van het proletariaat, dat zij vroeg of laat haar weg over alle hindernissen banen zal. Alles is slechts een kwestie van tijd. Het is echter ongetwijfeld een zeer belangrijke kwestie. En het zal de taak, van de linker communisten zijn om alle krachten in te spannen om deze wachttijd te verkorten.


[1] Het artikel van Trotski was gedateerd 14 maart jl. Stalins waarschuwingen in de Sovjetpers 2 maart.