Leon Trotski

Zal het fascisme werkelijk overwinnen?



Geschreven: 26 november 1931
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 2. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2006. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands
Vertaling: onbekend
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, november 2007


Duitsland, de sleutel tot de internationale toestand

Het doel van deze regels is, aan te duiden — al is het dan ook in zeer algemene trekken — hoe op dit moment de politieke wereldtoestand er uit ziet als gevolg van de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme, verward en verscherpt door de verschrikkelijke handels-, industriële- en financiële crisis. De volgende vluchtig geschetste overwegingen, die lang niet alle kanten en alle vragen omvatten, liggen ten grondslag aan een verdere, ernstige, collectieve behandeling.

1. De Spaanse revolutie heeft de algemene politieke voorwaarden voor de onmiddellijke strijd van het proletariaat om de macht geschapen. De syndicalistische tradities van het Spaanse proletariaat hebben zich terstond ontpopt als een van de voornaamste hindernissen op de ontwikkelingsweg der revolutie. De Komintern werd door de gebeurtenissen verrast. De bij het begin van de revolutie volkomen machteloze communistische partij nam in alle principiële vragen een onjuiste positie in. De Spaanse ervaring heeft getoond — weer wordt daaraan herinnerd — welk een verschrikkelijk wapen voor de desoriëntatie van het revolutionaire bewustzijn der vooruitstrevende arbeiders de tegenwoordige Kominternleiding betekent! Het buitengewone achterblijven van de proletarische voorhoede bij de gebeurtenissen, de politieke versplintering van de heroïsche strijd van de arbeidersmassa, de daadwerkelijke wederkerige verzekering tussen anarchosyndicalisme en sociaaldemocratie — dat zijn de voornaamste politieke voorwaarden, die het de republikeinse bourgeoisie in verbinding met de sociaaldemocratie mogelijk maakten een onderdrukkingsapparaat op te richten en, terwijl zij de opstandige massa slag op slag toebrengt, in de handen der regering een beduidende politieke macht te concentreren.

Aan dit voorbeeld zien wij, dat het fascisme volstrekt niet het enige middel van de bourgeoisie is in de strijd tegen de revolutionaire massa. Het thans in Spanje heersende regime beantwoordt het meest aan de kerenskiade[1], d.w.z. de laatste (of ‘voorlaatste’) ‘linkse’ regering, die alleen door de bourgeoisie in de strijd tegen de revolutie kan worden gevormd. Doch een dergelijke regering betekent volstrekt niet onvoorwaardelijke zwakte en verslapping. Bij het ontbreken van een sterke revolutionaire partij van het proletariaat kan een combinatie van half-reformisten, linkse frases, nog linkser gebaren en van onderdrukkingen der bourgeoisie een meer effectvolle dienst bewijzen dan het fascisme.

Onnodig te zeggen dat de Spaanse revolutie nog niet beëindigd is. Zij heeft haar meest elementaire taken nog niet volbracht (agrarische-, kerk-, nationale kwestie) en nog lang niet de revolutionaire hulpbronnen van de volksmassa uitgeput. De burgerlijke revolutie zal niet meer, dan zij gegeven heeft, geven kunnen. Met betrekking tot de proletarische revolutie daarentegen kan de tegenwoordige binnenlandse positie in Spanje voorrevolutionair genoemd worden, doch niet meer dan dat. Het is hoogst waarschijnlijk, dat de voortschrijdende ontwikkeling van de Spaanse revolutie een min of meer slepend karakter zal aannemen. Daarmee opent het historische proces als het ware aan het Spaanse communisme een nieuw krediet.

2. De positie van Engeland kan men eveneens met zeker recht voorrevolutionair noemen, als men het slechts duidelijk daarover eens wordt, dat tussen de voorrevolutionaire en de onmiddellijk revolutionaire situatie een periode van verscheidene jaren verlopen kan met tijden van vloed en tijden van eb. Engelands economische positie is tot het uiterste toegespitst. Doch de politieke bovenbouw van dit oerconservatieve land blijft buitengewoon achter bij de veranderingen van de economische basis. Voor zij nieuwe politieke vormen en methoden in werking stellen, proberen de klassen van de Engelse natie steeds weer, de oude voorraadkamers door te snuffelen, de oude gewaden van grootvader en grootmoeder te keren en dergelijke. Het is een feit, dat in Engeland trots het verschrikkelijke nationale verval noch een beduidende revolutionaire partij bestaat noch haar antipode — de fascistische partij. Dankzij deze omstandigheid behield de bourgeoisie de mogelijkheid, de meerderheid van het volk onder de ‘nationale’ vaan te mobiliseren, d.w.z. met behulp van de holst van alle mogelijke parolen. In de voorrevolutionaire situatie heeft het meest bekrompen conservatisme de heerschappij verworven. Om de politieke bovenbouw aan te passen bij de reële economische internationale toestand van het land zal naar alle waarschijnlijkheid meer dan een maand, misschien meer dan een jaar nodig zijn.

Er is geen reden om aan te nemen, dat de ineenstorting van het ‘nationale’ blok — en deze ineenstorting is onvermijdelijk in betrekkelijk nabije toekomst — direct óf tot de proletarische revolutie (een andere revolutie kan er natuurlijk in Engeland niet komen) óf tot de overwinning van het ‘fascisme’ zal voeren. Integendeel, het is verreweg met groter waarschijnlijkheid aan te nemen, dat op de weg naar de revolutionaire bevrijding Engeland nog een lange periode door zal maken van radicaal-democratisch-sociaal-pacifistische demagogie van de Lloyd-Georgiade en van het labourisme. Men kan er dus niet aan twijfelen, dat Engelands historische ontwikkeling aan het Britse communisme nog een belangrijke periode zal geven, om zich te veranderen in de wezenlijke partij van het proletariaat voor het moment, dat de bevrijding naderbij zal zijn. Daaruit vloeit zeker niet voort, dat men ook verder tijd verliezen kan voor verderfelijke experimenten en centristische zigzags. In de huidige wereldsituatie is tijd de duurste grondstof.

3. Frankrijk, dat de wijzen van de Komintern anderhalf jaar vroeger ‘in het eerste gelid van de revolutionaire opleving’ geplaatst hebben, is in werkelijkheid het meest conservatieve land, niet alleen van Europa, doch wel van de gehele wereld. De betrekkelijke bestendigheid van het kapitalistische regime van Frankrijk wortelt in een beduidende mate in zijn achterlijkheid. De crisis uit zich hier zwakker dan in andere landen. Op financieel gebied wil Parijs zelfs New York evenaren. De huidige financiële ‘welvaart’ van Frankrijk vindt haar onmiddellijke oorsprong in de rooftocht van Versailles. Doch juist de vrede van Versailles bevat het voornaamste gevaar voor het gehele regime van de Franse republiek. Tussen Frankrijks bevolkingsaantal, productiekrachten en nationaal inkomen aan de ene kant, zijn tegenwoordige internationale positie aan de andere kant bestaat een schreeuwende tegenstelling, die onvermijdelijk tot een explosie zal leiden. Om zijn jonge hegemonie te bewaren is Frankrijk, zowel het ‘nationale’ als het radicaal socialistische, gedwongen in de gehele wereld te steunen op de meest reactionaire krachten, op de oeroude uitbuitingsvormen, de afschuwelijke Roemeense kliek, het verdorven Pilsudski regime, op de dictatuur van de Joegoslavische soldateska; gedwongen de verbrokkeling van de Duitse natie (Duitsland en Oostenrijk) in stand te houden, de Poolse corridor in Duitsland te handhaven, de Japanse interventie in Mandsjoerije hulp te verlenen, de Japanse militaire kliek tegen de Sovjet-Unie te richten, als voornaamste vijand van de bevrijdingsbeweging der koloniale volkeren op te treden, enz. enz. De tegenstelling tussen Frankrijks tweederangsrol in de wereldeconomie en zijn afschuwelijke voorrechten en aanspraken in de wereldpolitiek zal zich met iedere maand steeds duidelijker openbaren, gevaar op gevaar stapelen, de innerlijke bestendigheid schokken, bezorgdheid en ontevredenheid van de volksmassa verwekken en steeds diepere politieke verschuivingen te voorschijn roepen. Deze processen zullen zich zonder twijfel reeds bij de komende parlementsverkiezingen uiten.

Aan de andere kant echter dwingt alles tot de opvatting dat, indien geen grote gebeurtenissen in het buitenland plaatsvinden, (overwinning van de revolutie in Duitsland of het tegendeel: overwinning van het fascisme), de ontwikkeling van de innerlijke verhoudingen van Frankrijk zelfs in de naaste periode betrekkelijk ‘normaal’ verlopen zal; daaruit ontspruit voor het communisme de mogelijkheid om een beduidende voorbereidingsperiode te benutten voor zijn vestiging tot aan de komst van de voorrevolutionaire en revolutionaire situatie.

4. In de Verenigde Staten, het machtigste land van het kapitaal, heeft de tegenwoordige crisis met ontzettende kracht verschrikkelijke sociale tegenstellingen blootgelegd. Van een nog nooit voorgekomen periode van welvaart, die de gehele wereld door een vuurwerk van miljoenen en miljarden in verbazing bracht, zijn de Verenigde Staten ineens in een periode van miljoenenwerkloosheid, het verschrikkelijkste fysische verval der arbeiders geraakt. Een dergelijke reusachtige sociale schok kan niet spoorloos voorbijgaan aan de politieke ontwikkeling van het land. Thans kan men moeilijk, vooral vanuit de verte, de een of andere betekenende radicalisering van de Amerikaanse arbeidersmassa vaststellen. Men kan aannemen, dat de massa zelf door de catastrofale ommekeer van de conjunctuur zo zeer verrast is, zo terneergedrukt en verdoofd door de werkloosheid of de angst voor werkloosheid, dat zij nog niet in staat is om de meest elementaire gevolgtrekkingen uit de over haar uitgestorte ellende te trekken. Daarvoor is een zekere tijd nodig. Doch de gevolgtrekkingen zullen getrokken worden. De geweldige economische crisis, die het, karakter van een sociale crisis aangenomen heeft, zal onvermijdelijk omslaan in een crisis van het politieke bewustzijn van de Amerikaanse arbeidersklasse. Het is zeer zeker mogelijk, dat de revolutionaire radicalisering van brede lagen der arbeiders zich niet zal uiten in de periode van de grootste neergang der conjunctuur, doch tijdens de ommekeer naar opleving en bloei. Op de een of andere manier zal de tegenwoordige crisis een nieuw tijdperk openen in het leven van het Amerikaanse proletariaat en van het gehele volk. Ernstige verschuivingen en botsingen onder de regerende partijen zijn te verwachten, nieuwe pogingen tot het oprichten van een derde partij, enz. De vakbeweging zal bij het eerste teken van de ommekeer in de conjunctuur naar boven scherp de noodzakelijkheid ondervinden om zich aan de klauwen van de lafhartige bourgeoisie van de Amerikaanse Unie te onttrekken. Tegelijkertijd openen zich voor het communisme onoverzienbare mogelijkheden.

In het verleden heeft Amerika meer dan eens stormachtige uitbarstingen van revolutionaire of halfrevolutionaire bewegingen gekend. Zij zijn telkens snel verdwenen, zowel omdat Amerika telkens in een nieuw tijdperk van stormachtige economische bloei trad als omdat de bewegingen op zichzelf gekenmerkt waren door grof empirisme en door theoretische hulpeloosheid. Deze beide voorwaarden behoren tot het verleden. Een nieuwe economische opbloei (en men kan hem niet van tevoren voor uitgesloten houden) zal niet moeten steunen op het innerlijke ‘evenwicht’, doch op de tegenwoordige economische wereldchaos. Het Amerikaanse kapitalisme treedt een periode binnen van een afschuwelijk imperialisme, van een ononderbroken toenemen van de bewapening, van de inmenging in aangelegenheden van de gehele wereld, militaire conflicten, schokken. Aan de andere kant: in de vorm van het communisme bezit de massa van het Amerikaanse proletariaat — beter, op voorwaarde van een juiste politiek kan zij bezitten: niet meer het oude mengsel van empirisme, mystiek en charlatanerie, doch een wetenschappelijk gevestigde leer, die op de hoogte van de gebeurtenissen is. Deze fundamentele veranderingen doen met zekerheid vooruitzien, dat de onvermijdelijke en betrekkelijk snelle revolutionaire ommekeer in het Amerikaanse proletariaat niet meer het vroegere, licht uitdovende, ‘strovuur’ zal zijn, doch het begin van een werkelijk revolutionaire brand. Het communisme kan in Amerika met zekerheid zijn grote toekomst tegemoet gaan.

5. Het tsaristische avontuur in Mandsjoerije heeft tot de Russisch-Japanse oorlog geleid; de oorlog — tot de revolutie van 1905. Het huidige Japanse avontuur in Mandsjoerije kan tot de revolutie in Japan leiden.

Het feodaal-militairistische regime van dit land kon in het begin van deze eeuw nog met succes de belangen van het jonge Japanse kapitalisme dienen. Doch in de loop van de laatste kwarteeuw bracht de kapitalistische ontwikkeling een buitengewone ontbinding in de oude sociale en politieke vormen. Japan was reeds enige malen sedert die tijd op de revolutie af gegaan. Doch er ontbrak een sterke revolutionaire klasse, om de door de ontwikkeling gestelde taken te volbrengen. Het Mandsjoerijse avontuur kan de revolutionaire catastrofe van het Japanse regime verhaasten.

Het tegenwoordige China, hoe verzwakt het door de dictatuur van de Kwomintang kliek ook is, onderscheidt zich sterk van het China, dat Japan tezamen met de Europese staten in het verleden geweld heeft aangedaan. China’s krachten zijn niet toereikend om de Japanse expeditietroepen direct terug te dringen, doch het nationaal bewustzijn en de activiteit van het Chinese volk zijn buitengewoon gegroeid; honderdduizenden, miljoenen Chinezen hebben een militaire scholing doorgemaakt. De Chinezen zullen steeds nieuwe en nieuwe legers improviseren. De spoorwegen zullen veel meer voor oorlogs- dan voor economisch doel dienen. Men zal steeds nieuwe en nieuwe troepen moeten zenden. De zich uitbreidende Mandsjoerijse expeditie zal Japans economisch organisme beginnen uit te putten, de ontevredenheid in het land vergroten, de tegenstellingen verscherpen en daarmee de revolutionaire crisis verhaasten.

6. In China zal de noodzakelijkheid van gesloten afweer van de imperialistische inbreuk eveneens ernstige innerlijke politieke gevolgen met zich moeten slepen. Het Kwomintangregime is uit de nationaalrevolutionaire massabeweging ontstaan, die door de burgerlijke militaristen (met behulp van de stalinistische bureaucratie) uitgebuit en gewurgd werd. Juist daarom is het tegenwoordige regime — vol tegenstellingen en wankelend — onbekwaam tot oorlogsrevolutionaire initiatieven. De noodzakelijkheid van afweer der Japanse geweldenaars zal zich steeds meer tegen het Kwomintangregime keren en de revolutionaire stemmingen van de massa voeden. Onder deze voorwaarden kan de proletarische voorhoede bij een juiste politiek dat inhalen, wat zo tragisch in de loop der jaren 1924-27 verzuimd is.

7. De huidige gebeurtenissen in Mandsjoerije tonen vooral aan, hoe naief die heren waren, die van de Sovjetregering de teruggave verlangden van de Oost-Chinese spoorweg aan China. Dat zou betekend hebben hem vrijwillig aan Japan uit te leveren, in welks handen de spoorweg een belangrijk wapen tegen China zowel als tegen Sovjet-Rusland geworden zou zijn. Als tot nu toe iets de militaire klieken van Japan van de interventie teruggehouden heeft en hen nog thans binnen de grenzen van de voorzichtigheid houdt, dan is dat het feit, dat de Oost-Chinese spoorweg eigendom van de Sovjets is.

8. Kan toch het Mandsjoerijse avontuur niet tot de oorlog met Sovjet-Rusland voeren? Natuurlijk is dit, zelfs bij de bekwaamste en voorzichtigste politiek van de Sovjetregering niet uitgesloten. De innerlijke tegenstellingen van het feodaal-kapitalistische Japan hebben zijn regering, zoals algemeen bekend, uit het evenwicht gebracht. Aan aanstokers (Frankrijk) is geen gebrek. En uit de historische ervaring van het tsarisme in het Verre Oosten weten wij, waartoe de uit het evenwicht geraakte militair-bureaucratische monarchie in staat is.

De in het Verre Oosten ontstane strijd wordt natuurlijk niet terwille van de spoorweg, doch om het lot van geheel China gevoerd. In deze reusachtige historische strijd kan de Sovjetregering niet neutraal blijven, zich niet in dezelfde verhouding tot Japan als tot China plaatsen. Zij is verplicht geheel en al aan de zijde van het Chinese volk te gaan staan. Slechts de onwrikbare trouw van de Sovjetregering aan de bevrijdingsstrijd van de onderdrukte volkeren kan de Sovjet-Unie werkelijk vanaf het Oosten beschermen tegen Japan, Engeland, Frankrijk, de Verenigde Staten.

In welke vormen de Sovjetregering in de komende periode de strijd van het Chinese volk ondersteunen zal, hangt van de concrete historische omstandigheden af. Indien het vroeger onzinnig geweest zou zijn om vrijwillig de Oost-Chinese spoorweg aan Japan uit te leveren, dan zou het even onzinnig zijn de gehele politiek in het Verre Oosten aan de Oost-Chinese spoorweg ondergeschikt te maken. Veel wijst erop dat het optreden van de Japanse militaire kliek in deze kwestie een bewust provocerend karakter draagt. Achter deze provocatie staat onmiddellijk het heersende Frankrijk. Doel van de provocatie is de Sovjet-Unie in het Oosten te binden. Des te meer standvastigheid en voorzichtigheid is van de kant der Sovjetregering vereist.

De wezenlijke verhoudingen in het Oosten: geweldige vlakten, ontelbare mensenmassa’s, economische achterlijkheid — bezorgen alle processen een langzaam, slepend, kruipend karakter. Een onmiddellijk of acuut gevaar bedreigt het bestaan van de Sovjet-Unie vanaf het Verre Oosten in ieder geval niet. De belangrijkste gebeurtenissen zullen zich in de komende tijd in Europa ontplooien. Hier kunnen zich grote mogelijkheden openen; hier vandaan dreigen ook grote gevaren. Voorlopig heeft in het Verre Oosten slechts Japan zijn handen gebonden. De Sovjet-Unie moet voor het ogenblik haar handen vrijhouden.

9. Op de volstrekt niet vredige politieke wereldachtergrond verheft zich scherp de positie van Duitsland. De economische en politieke tegenstellingen hebben in dit land een ongekende scherpte bereikt. De oplossing komt naderbij. Het moment nadert waarop de voorrevolutionaire situatie omslaan moet in de revolutionaire of — de contrarevolutionaire. In welke richting de oplossing van de Duitse crisis zich ontwikkelen zal, daarvan zal vele, vele jaren lang niet alleen het lot van Duitsland zelf, doch het lot van Europa, het lot van de gehele wereld afhangen.

De socialistische opbouw in de Sovjet-Unie, het verloop van de Spaanse revolutie, de ontwikkeling van de voorrevolutionaire situatie in Engeland, het verdere lot van het Franse imperialisme — dat alles zinkt in het niet bij de vraag wie in de loop der volgende maanden in Duitsland overwinnen zal: het communisme of het fascisme?

10. Na de rijksdagverkiezingen van het vorige jaar beweerde de leiding van de Duitse communistische partij, dat het fascisme zijn hoogtepunt bereikt had, van nu af zou het snel vervallen en de weg vrij maken voor de proletarische revolutie. De linkse communistische oppositie (bolsjewieken-leninisten) bespotte toen dit lichtvaardig optimisme. Het fascisme is het product van twee factoren: de scherpe sociale crisis enerzijds, de revolutionaire zwakte van het Duitse proletariaat aan de andere kant. De zwakheid van het proletariaat bestaat weer uit twee elementen: uit de bijzondere historische rol der sociaaldemocratie, dit almachtig kapitalistisch agentuur in de rijen van het proletariaat en uit de onbekwaamheid van de centrische leiding der communistische partij om de arbeiders onder het vaandel van de revolutie te verenigen.

De subjectieve factor is voor ons de communistische partij, want de sociaaldemocratie is een objectieve hinderpaal, die men uit de weg moet ruimen. Het fascisme zou wezenlijk in stukken vallen, als de communistische partij het zou verstaan de arbeiders te verenigen en daardoor alleen te veranderen in een sterk werkende revolutionaire magneet voor alle onderdrukte massa’s van het volk. Doch de politiek van de communistische partij heeft sedert de septemberverkiezingen slechts haar ontoereikendheid verdiept: het zinloze gezwam over ‘sociaalfascisme’, het spelen met chauvinisme, het na-apen van het echte fascisme met de bedoeling om voor schreeuwerige concurrentie te zorgen, het misdadige avontuur van het ‘rode volksreferendum’ — dat alles belet de communistische partij om leidster van het proletariaat en het volk te worden. Zij heeft in de laatste maanden slechts die elementen onder haar vaandel gebracht, die de grote crisis bijna gewelddadig in haar gelederen heeft gestoten. De sociaaldemocratie heeft ondanks de voor haar noodlottige politieke verhoudingen, dankzij de hulp van de communistische partij de grote massa van haar aanhang bewaard en is er tot nu toe afgekomen met weliswaar betekenend verlies, doch in ieder geval verlies van tweede rang. Wat het fascisme betreft, dit heeft tegen de kortzichtige bluf in van de Thälmanns, de Remmeles, e.a. en in volkomen overeenstemming met de beoordeling van de bolsjewieken-leninisten sedert september van het vorige jaar een nieuwen belangrijken sprong voorwaarts gemaakt. De leiding van de Komintern heeft dit evenmin kunnen voorzien als verhinderen. Zij regelt slechts de nederlagen. Haar resoluties en overige documenten zijn helaas slechts fotografieën van het achterste deel van het historische proces.

11. Het uur van de beslissing is dicht genaderd. De Komintern wil zich echter geen, juister gezegd, vreest zich rekenschap te geven van het feitelijke karakter van de huidige wereldsituatie. Het presidium van de Komintern behelpt zich met nietszeggende propagandalectuur. De leidende partij van de Komintern, de Russische, heeft generlei standpunt ingenomen. Het is alsof de ‘leiders van het wereldproletariaat’ hun mond vol water hebben genomen! Zij denken te zwijgen. Zij gaan zich verschansen. Zij hopen af te wachten. Lenins politiek hebben zij vervangen door... struisvogelpolitiek. Wij staan dicht bij een van die knooppunten, waarop de Komintern na een gehele reeks van grote, doch nog altijd ‘partiële’ fouten, die de krachten, welke in de eerste vijf jaren van haar bestaan bijeengebracht zijn, hebben ondergraven en geschokt, het gevaar loopt de grote noodlottige fout te begaan, die haar als revolutionaire factor voor een geheel historisch tijdvak van de politieke kaart kan wegvagen. Laten de blinden en de lafaards dat niet bemerken. Laten lasteraars en gehuurde journalisten ons wegens verbond met de contrarevolutie aanklagen! Het is immers bekend dat de contrarevolutie volstrekt niet datgene is wat het wereldimperialisme versterkt, doch dat, wat de spijsvertering van de communistische beambten belemmert. Laster kan de bolsjewieken-leninisten noch afschrikken noch terughouden van de vervulling van hun revolutionairen plicht. Niets mag verzwegen, niets verzwakt worden. Men moet het luid en verstaanbaar aan de vooruitstrevende arbeiders zeggen: Na de ‘derde periode’ van het avonturisme en de bluf, is reeds de ‘vierde periode’ — de paniek en capitulatie — aangebroken.

12. Zet men het zwijgen van de tegenwoordige leiders van de WKP [staat op deze wijze in de tekst, gaat wellicht over de Russische communistische partij — MIA] om in gearticuleerde taal, dan betekent het: “Laat ons met rust!” De innerlijke moeilijkheden van de Sovjet-Unie zijn buitengewoon groot. De ongeregelde economische en sociale tegenstellingen spitsen zich toe. De demoralisatie van het apparaat, als onvermijdelijk product van het onderdrukkingsregime, heeft werkelijk dreigende afmetingen aangenomen. De politieke verhoudingen en voor alles de verhoudingen binnen de partij, de verhoudingen tussen het gedemoraliseerde apparaat en de versplinterde massa zijn gespannen als een strakke snaar. Alle wijsheid van de bureaucraten bestaat in wachten, in opschuiven. De toestand in Duitsland dreigt openlijk met schokken. Doch juist schokken vreest het stalinistische apparaat boven alles. “Laat ons met rust! Laat ons uit de scherpste innerlijke tegenstellingen geraken! En dan... wij zullen zien!” Dat is de stemming aan de top van de stalinistische fractie, juist zij verbergt zich achter het schandelijke zwijgen van de ‘leiders’ op een moment, dat haar meest elementaire revolutionaire plicht daarin bestaat, zich klaar en duidelijk uit te spreken.

13. Het is niet te verwonderen dat het trouweloze zwijgen van de Moskouse leiding tot het paniek verwekkende signaal voor de Berlijnse leiders werd. Thans, nu men zich gereed moet maken om de massa’s in de beslissende strijd te voeren, demonstreert de leiding van de Duitse communistische partij verwarring, kronkelt zij zich er met frases doorheen. Aan zelfstandige verantwoordelijkheid zijn deze mensen niet gewoon. Zij peinzen er thans voornamelijk over, of niet op de een of andere wijze bewezen kan worden, dat het ‘marxisme-leninisme’ het uit de weg gaan van de strijd betekent...

Hieromtrent hebben zij echter nog geen complete theorie gevonden. Doch zij hangt reeds in de lucht. Zij gaat van mond tot mond en schemert door in artikelen en redevoeringen. De bedoeling van deze theorie is het volgende: het fascisme groeit onweerstaanbaar; zijn overwinning is toch onvermijdelijk; in plaats van zich ‘blind’ in de strijd te storten en zich te laten verslaan, is het beter, voorzichtig uit te wijken, aan het fascisme over te laten de macht te veroveren en zich te compromitteren. Dan — o, dan! — zullen wij ons vertonen.

Avonturisme en lichtzinnigheid lossen elkaar volgens de wetten van de politieke psychologie met knieval en capitulatie af. De overwinning van de fascisten, een jaar van tevoren voor onmogelijk gehouden, wordt thans reeds als zeker beschouwd. De een of andere Kuusinen, achter de coulissen door de een of andere Radek geïnspireerd, maakt voor Stalin de geniale strategische formule klaar: tijdig uitwijken, de revolutionaire troepen uit de gevechtszone wegvoeren, het fascisme een val zetten, in de vorm van... de staatsmacht.

Indien deze theorie zich in de Duitse communistische partij nestelt, haar koers voor de volgende maanden bepaalt, dan betekent dit van de kant der Komintern een verraad van niet kleineren historische omvang dan het verraad van de sociaaldemocratie van 4 augustus 1914 en met nog verschrikkelijker gevolgen.

Het is de plicht van de linkse oppositie alarm te blazen; de leiding van de Komintern voert het Duitse proletariaat tot een geweldige catastrofe, wier kern de panische capitulatie voor het fascisme is!

14. Het aan de macht komen van de Duitse ‘nationaalsocialisten’ zou voor alles de verdelging van de bloei van het Duitse proletariaat betekenen, de verwoesting van zijn organisaties, de vernietiging van zijn geloof aan zichzelf en de toekomst. Overeenkomstig de veel grotere rijpheid en scherpte van de sociale tegenstellingen in Duitsland zou de helse werking van het Italiaanse fascisme waarschijnlijk een zwak en bijna menslievend experiment zijn in vergelijking met de werking van het Duitse nationaalsocialisme.

Uitwijken, zegt gij, profeten van gisteren van de ‘derde periode?’ Leiders en instellingen kunnen uitwijken. Enkele personen kunnen zich verbergen. Doch de arbeidersklasse zal tegenover het fascisme staande, nergens kunnen uitwijken en zich nergens kunnen verbergen. Houdt men werkelijk het monsterachtige en onwaarschijnlijke voor mogelijk, dat de partij inderdaad de strijd zal ontwijken en daarmee het proletariaat op genade en ongenade aan zijn doodsvijand uitleveren, dan betekent dit slechts dit ene: de gruwelijke botsingen zouden niet vóór de machtsverovering door de fascisten plaats vinden, doch daarna, dat wil zeggen: onder voor de fascisten tienmaal gunstiger verhoudingen dan thans. De strijd van het door de eigen leiding verraden, verraste, uit koers geslagen, vertwijfelde proletariaat tegen het fascistische regime zou veranderen in een reeks vleselijke, bloedige stuiptrekkingen, zonder enige uitweg. Tien proletarische opstanden, tien nederlagen, de een na de ander zouden kunnen bewerken dat de arbeidersklasse zó verbloedt en zó verzwakt werd als haar uitwijken voor het fascisme haar in deze omstandigheden zou uitputten, nu eerst de beslissing van de vraag aan de orde is, wie heer in huis in Duitsland moet worden.

15. Nog heeft het fascisme de macht niet. Nog is zijn weg naar de macht niet vrij. De leiders van het fascisme durven het nog niet te wagen: zij begrijpen, dat de inzet zo groot is, dat het om de koppen gaat. Onder deze verhoudingen zouden de capitulatiestemmingen bij de communistische voormannen de taak slechts onverwacht kunnen vereenvoudigen en verlichten.

Als ogenblikkelijk zelfs invloedrijke bourgeoiskringen het fascistische experiment vrezen, vooral daarom, omdat zij geen schokken, geen lange en verschrikkelijke burgeroorlog wensen, dan zou de capitulatiepolitiek van het officiële communisme — de weg naar de macht voor het fascisme vrijmakend — volkomen de middenstand en de nog weifelende lagen van de kleinbourgeoisie en ook grote groepen van het proletariaat zelf naar de kant van het fascisme stoten.

Natuurlijk, eens zal het zegevierende fascisme als offer der objectieve tegenstellingen en van eigen tekortkomingen vallen. Doch onmiddellijk, voor een afzienbare toekomst, voor de eerste tien of twintig jaar zou de overwinning van het fascisme in Duitsland de onderbreking in de ontwikkeling der revolutionaire successen betekenen, de val van de Komintern, de triomf van het wereldimperialisme in zijn afschuwelijkste en bloeddorstige vormen.

16. De overwinning van het fascisme in Duitsland zou de onvermijdelijke oorlog tegen Sovjet-Rusland betekenen.

Het zou inderdaad uitgesproken politieke stompzinnigheid zijn te geloven dat, aan de macht gekomen, de Duitse nationaalsocialisten de oorlog met Frankrijk of ook maar tegen Polen zouden beginnen. De onvermijdelijke burgeroorlog tegen het Duitse proletariaat zal het fascisme in zijn buitenlandse politiek voor de gehele eerste periode van zijn heerschappij aan handen en voeten binden. Hitler zal juist zo Pilsudski gebruiken als Pilsudski Hitler. Beide zullen gelijke wapens voor Frankrijk zijn. Vreest op dit ogenblik de Franse bourgeoisie de machtsverovering door de Duitse fascisten als een sprong in het onzekere — op de dag van Hitlers overwinning zal de Franse reactie, de ‘nationale’ zowel als de radicaal-socialistische, haar ganse inzet op het fascisme zetten.

Niemand van de ‘normale’ burgerlijke parlementaire regeringen kan op dit ogenblik een oorlog met Sovjet-Rusland riskeren: dat zou onoverzienbare innerlijke verwikkelingen ten gevolge kunnen hebben. Als Hitler echter de macht verovert, als hij hierna de voorhoede van de Duitse arbeiders verbrijzelt, voor jaren het gehele proletariaat uit elkaar slaat en demoraliseert, zou de fascistische regering alleen in staat zijn tot een oorlog met Sovjet-Rusland. Vanzelfsprekend zou zij daarbij optreden in een eenheidsfront met Polen en Roemenië, met de andere randstaten en ook met Japan in het Verre Oosten. Bij deze onderneming zou Hitlers regering slechts het uitvoerende orgaan zijn van het gehele wereldkapitaal. Clemenceau, Millerand, Lloyd George, Wilson, konden niet onmiddellijk met de Sovjet-Unie oorlog voeren; zij konden gedurende drie jaar de legers van Koltschak, Denikin, Wrangel ondersteunen. Hitler zou in geval van de overwinning de Opper-Wrangel van de wereldbourgeoisie worden.

Het is onnodig, ja zelfs onmogelijk, thans te raden hoe een dergelijk reusachtig duel zou eindigen. Het is echter volkomen duidelijk: breekt de oorlog van de wereldbourgeoisie tegen de Sovjets na de machtsverovering door de fascisten in Duitsland uit, dan betekent dit voor de Sovjet-Unie een verschrikkelijke isolering en een strijd op leven en dood onder de moeilijkste en gevaarlijkste verhoudingen. Het kapot slaan van het Duitse proletariaat door de fascisten zou minstens reeds in zich sluiten de halve val van de Sovjetrepubliek.

17. Doch vóór de vraag in de Europese arena’s komt, moet zij in Duitsland beslist worden. Daarom zeggen wij dat in Duitsland de sleutel ligt voor de internationale kwestie. In wiens handen? Voorlopig nog in de handen van de communistische partij. Nog heeft zij hem niet laten glippen. Doch hij kan haar ontglijden. De leiding leidt haar op deze weg.

Ieder die het ‘strategische uitwijken’ predikt, d.w.z. de capitulatie, ieder die dergelijke predicaties duldt, is een verrader. De propagandisten van het terugwijken voor de fascisten moeten beschouwd worden als onbewuste agenten van de vijand in de rijen van het proletariaat.

De elementaire revolutionaire plicht van de Duitse communistische partij gebiedt haar uit te spreken: het fascisme kan alleen tot de macht komen door onbarmhartige vernietigende burgeroorlog op leven en dood. Dat moeten voor alles de arbeiders-communisten weten. Dat moeten de sociaaldemocratische arbeiders weten, de partijlozen, het gehele proletariaat. Dat moet tijdig het Rode Leger weten.

18. Doch is de strijd niet werkelijk hopeloos? In 1923 heeft BrandIer de kracht van het fascisme vreselijk overschat en daarmee de capitulatie gecamoufleerd. De gevolgen van deze strategie draagt de arbeidersbeweging van de gehele wereld tot aan deze dag. De historische capitulatie van de Duitse communistische partij en van de Komintern in 1923 was de grondslag van de daarop gevolgde groei van het fascisme. Thans bezit het Duitse fascisme een onmetelijk grotere politieke kracht dan acht jaar geleden. Wij hebben de gehelen tijd gewaarschuwd voor de onderschatting van het fascistische gevaar en het is niet aan ons om het thans te ontkennen. Juist daarom kunnen en moeten wij nu aan de Duitse revolutionaire arbeiders zeggen: jullie leiders vallen van het ene uiterste in het andere.

Tot nu toe ligt de voornaamste kracht van de fascisten in het aantal. Ja, zij leveren vele stembiljetten. Doch in de sociale strijd beslist niet het stembiljet. Het hoofdleger van het fascisme vormen nog steeds de kleinbourgeoisie en de nieuwe middenstand: het kleine handwerk- en handelsvolk van de stad, beambten, employés, technisch personeel, intellectuelen, aan lager wal geraakte boeren. Op de balans van de verkiezingsstatistiek wegen duizend fascistische stemmen evenveel als duizend communistische. Doch op de balans van de revolutionaire strijd vormen duizend arbeiders van een grootonderneming een tien maal sterkere kracht dan duizend beambten, schrijvers, hun vrouwen en schoonmoeders. De voornaamste massa van het fascisme bestaat uit menselijk stof.

De sociaal-revolutionairen waren in de Russische revolutie de partij met het grootste aantal! Voor haar stemde in het begin alles, wat niet bewust bourgeois of bewust arbeider was. Zelfs in de constituerende vergadering, d.w.z. na de Oktoberrevolutie, vormden de sociaal-revolutionairen de meerderheid. Zij hielden zich daarom voor een grote nationale partij. Zij bewezen een grote nationale nul te zijn.

Wij denken er niet aan een gelijkheidsteken te zetten tussen de Russisch sociaal-revolutionairen en de Duitse nationaalsocialisten. Doch overeenkomsten, zeer belangrijke voor de oplossing van de aanhangige kwestie, zijn er zonder twijfel tussen hen. De sociaal-revolutionairen waren de partij van de verwarde volksverwachtingen. De nationaalsocialisten zijn de partij van de nationale vertwijfeling. De grootste bekwaamheid om van verwachting naar vertwijfeling over te gaan, bezit de kleinbourgeoisie, die daarbij ook een deel van het proletariaat met zich meetrekt. De voornaamste massa van de nationaalsocialisten is, evenals van de sociaal-revolutionairen, — menselijke stof.

19. Aan een paniek ten prooi, vergeten de ongeluksstrategen de hoofdzaak: de grote sociale en strijdvoordelen van het proletariaat. Zijn krachten zijn niet verteerd. Het is niet alleen bekwaam voor de strijd, doch ook voor de overwinning. De praatjes over moedeloze stemmingen in de bedrijven weerspiegelen voor het grootste deel de moedeloze stemmingen van de waarnemers zelf, d.w.z. van de verwarde partijbestuurders. Doch men moet ook in aanmerking nemen dat de verwarde toestand en de verwikkelingen aan de spits de arbeiders ongerust moeten maken! De arbeiders begrijpen dat de grote strijd een vaste leiding vereist. Niet de kracht van het fascisme en niet de noodzakelijkheid van de gruwelijke strijd doen de arbeiders schrikken. Hen verontrust de onzekerheid en de onbestendigheid van de leiding, de zwenkingen op het meest verantwoordelijke ogenblik. Er zal geen spoor overblijven van de stemmingen van bedruktheid en moedeloosheid in de bedrijven, zodra de partij slechts vast, klaar en zeker haar stem verheft.

20. Zonder twijfel hebben de fascisten ernstige strijdkaders, ervaren stormafdelingen. Daar mag men niet licht over denken: de ‘officieren’ spelen ook in het burgeroorlogsleger een grote rol. Doch niet de officieren beslissen, doch de soldaten. En de soldaten van het proletarische leger zijn veel hoger, veel betrouwbaarder, hebben veel meer uithoudingsvermogen dan de soldaten van het Hitlerleger.

Na de machtsverovering zal het fascisme makkelijk zijn soldaten vinden. Met behulp van het staatsapparaat kan men makkelijk een leger van bourgeoiszoontjes, intellectuelen, kantoorbedienden, gedemoraliseerde arbeiders, lompenproletariërs, enz. samenstellen. Voorbeeld: het Italiaanse fascisme. Doch ook hier moet gezegd worden: een ernstige historische toets van haar strijdwaarde heeft de Italiaanse fascistische militie nog niet doorstaan. Doch het Duitse fascisme is immers nog niet aan de macht. De macht moet veroverd worden in de strijd met het proletariaat. Zal de communistische partij soms voor deze strijd een slechter kader lichten dan dat van het fascisme? En kan men ook maar voor een minuut toegeven dat de Duitse arbeiders, die in hun handen machtige productie- en transportmiddelen houden, die door hun arbeidsvoorwaarden met een leger van ijzer, kolen, spoorwegen, elektriciteitswerken verbonden zijn, in de beslissende strijd niet een enorm overwicht over Hitlers mensenstof zullen behalen?

Een ernstig element van de sterkte van partij en klasse is ook de voorstelling, die zij van de krachtsverhoudingen in het land hebben. In iedere oorlog doet de vijand er moeite voor om een overdreven voorstelling van zijn krachten te wekken. Daarin bestond het geheim van de napoleontische strategie. Bluffen kan Hitler in ieder geval niet minder dan Napoleon. Doch zijn bluf wordt eerst een militaire factor op het ogenblik dat de communisten hem geloven. Meer dan alles is op het ogenblik een reële krachtenberekening noodzakelijk. Waarover beschikken de nationaalsocialisten in de bedrijven, bij de spoorwegen, in het leger, over hoeveel georganiseerde en bewapende officieren? Een duidelijke sociale analyse van de stand van beide legers, voortdurend en waakzaam berekenen van de krachten — dat zijn de onmisbare bronnen van het revolutionaire optimisme.

De sterkte van de nationaalsocialisten ligt tegenwoordig niet zo zeer in hun eigen leger, dan wel in de versnippering van het leger van hun doodsvijand. Doch juist de werkelijkheid van het fascistische gevaar, zijn groei en zijn naderbij komen, het bewustzijn van de noodzakelijkheid het tot iedere prijs af te wenden, moeten onvermijdelijk de arbeiders tot aaneensluiting in naam van de zelfverdediging brengen. De concentratie van de proletarische krachten zal zich sneller en succesvoller voltrekken, naarmate de betrouwbaarheid van de spil van dit proces, d.w.z. de communistische partij blijkt. De sleutel tot de positie ligt nog in haar handen. Wee haar, als zij hem weg laat glijden!

In de laatste jaren hebben de beambten van de Komintern bij iedere gelegenheid, dikwijls geheel misplaatst over het onmiddellijk dreigende oorlogsgevaar voor de Sovjet-Unie geschreeuwd. Thans neemt dit gevaar een reëel karakter en concrete trekken aan. Het moet een axioma voor iedere revolutionaire arbeider worden: de poging van de fascisten tot machtsverovering in Duitsland kan niet anders dan de mobilisatie van het Rode Leger met zich meebrengen. Voor de proletarische staat zal het hier direct en onmiddellijk om de revolutionaire zelfverdediging gaan. Duitsland is niet alleen Duitsland. Het is het hart van Europa. Hitler is niet alleen Hitler. Hij is kandidaat Opper-Wrangel. Doch ook het Rode Leger is niet alleen het Rode Leger. Het is — het wapen van de proletarische wereldrevolutie.

26 november 1931
L. Trotski

PS

Het werk Tegen het nationaal-communisme van de schrijver van deze regels heeft enige dubbelzinnige bijvalsbetuigingen gekregen in de sociaaldemocratische en democratische pers. Het zou niet alleen zonderling zijn, doch ook tegennatuurlijk, indien de sociaaldemocraten, tezelfdertijd, dat het Duitse fascisme met succes de grofste fouten van het Duitse communisme benut, niet zouden proberen de openlijke en scherpe kritiek op deze fout uit te buiten.

Het is onnodig te zeggen, dat de stalinistische bureaucratie in Moskou zowel als in Berlijn op de artikelen van de sociaaldemocratische en democratische pers over onze brochure beslag heeft gelegd als een waardevol geschenk: thans is er eindelijk een reëel ‘corpus delicti’ van ons eenheidsfront met de sociaaldemocratie en de bourgeoisie. Mensen, die de Chinese revolutie hand in hand met Tsjang Kai-sjek hebben doorgemaakt en de Britse algemene staking hand in hand met Purcell, Citrine en Cook — het ging niet om artikelen, doch om grote historische gebeurtenissen! —, zijn gedwongen zich met vreugde vast te klemmen aan episodes van krantenpolemiek. Nu moet men overleggen en niet schreeuwen, analyseren en niet schimpen.

Voor alles stellen wij de vraag: wie werden door de onzinnige en misdadige deelname van de Duitse communistische partij aan het fascistische volksreferendum geholpen? De feiten hebben reeds een onbetwistbaar antwoord op deze vraag kunnen geven: de fascisten en zij alleen. Juist daarom heeft de voornaamste aanstoker van dit misdadige avontuur laf van het vaderrecht afstand gedaan: in een toespraak voor verantwoordelijke partijarbeiders in Moskou heeft Stalin de deelname aan het volksreferendum verdedigd, zich toen echter vermand en niet alleen de afdruk doch ook de vermelding ervan aan de kranten verboden.

Vanzelfsprekend, Voorwaarts, Berliner Tageblatt, Wiener Arbeiterzeitung - vooral de laatste - citeren onze brochure zeer onnauwkeurig. Kan men ook nauwkeurigheid tegenover de ideeën van de proletarische revolutie verwachten van de burgerlijke en kleinburgerlijke pers? Alleen wij willen niet op het onderscheid letten en op de beschuldigingen van het stalinistische beambtendom ingaan. Wij willen toegeven dat, voor zover de sociaaldemocratie bevreesd was voor de overwinning van de fascisten, zij ook een zeker objectief recht had om onze kritiek op de stalinisten uit te buiten, die het fascisme een afschuwelijke dienst bewezen hebben. De grondslag van dit ‘hun recht’ is echter niet onze brochure, doch uw politiek, o wijze strategen! Gij zegt, wij zouden ons op een ‘eenheidsfront’ getoond hebben met Wels en Severing? Slechts op die grond en binnen die grenzen, waarin gij u op een eenheidsfront met Hitler en zijn Zwarte Honderd bonden hebt laten zien. En ook hier nog met het onderscheid, dat het bij u om een gemeenschappelijke politieke actie ging, bij ons echter de zaak zich slechts beperkte tot een dubbelzinnig gebruik van enige citaten door de vijand.

Toen Socrates het filosofische principe “Ken u zelf” opstelde, heeft hij zeker Thälmann, Neumann en zelfs Remmele op het oog gehad.


[1] De periode van Kerenski, de leider van de laatste burgerlijke regering in Rusland tot de Oktoberrevolutie