Leon Trotski

Het karakter van de Duitse Socialistische Arbeiderspartij (SAP)



Geschreven: 27 januari 1932
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 3. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands
Vertaling: onbekend
Deze versie: spelling en punctuatie
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, augustus 2007


Ter beoordeling van het karakter van de SAP in Duitsland, uit de strijd van de linkse oppositie tegen de SPD ontstaan en met welke formatie zich zelfstandig bestaande links-socialistische organisaties als die van Liebknecht en Ledebour zowel als de communistische oppositiegroep Fröhlich, Walcher verenigd hebben, laten wij hieronder zowel een hoofdstuk uit het belangrijke jongste geschrift van L. Trotski Wat nu? [De volledige Wat nu?-tekst] als een ons toegezonden artikel van de Russische links-sociaal-revolutionnair I. Steinberg volgen. Zoals de lezers van het tijdschrift weten heeft de SAP gedurende de paasdagen een congres gehouden, waarin de beginselverklaring van de partij werd vastgesteld. De omstandigheid, dat de over geringe financiële hulpmiddelen beschikkende nieuwe partij bij de verkiezingen van 24 april jl. nog geen 100.000 stemmen verwierf, verandert niets aan het feit, dat het voor de arbeidersbeweging internationaal van belang is om van de ontwikkelingsgang van deze partij kennis te nemen.
Redactie Nieuwe Weg.

De Sozialistische Arbeiterpartei door L. Trotski [1]

De SAP een ‘sociaalfascistische’ of ‘contrarevolutionaire’ partij noemen kunnen alleen dol geworden beambten, die van oordeel zijn, dat hun alles veroorloofd is, of domme papegaaien, die scheldwoorden herhalen zonder hun zin te verstaan. Maar van tevoren vertrouwen te schenken aan een partij, die na haar breuk met de sociaaldemocratie eerst op weg is van het reformisme naar het communisme en die een leiding heeft, welke dichter staat bij het reformisme dan bij het communisme — het zou een niet te vergeven lichtzinnigheid en goedkoop optimisme zijn. De linkse oppositie draagt ook in deze kwestie niet de geringste verantwoordelijkheid voor de politiek van Urbahns[2].

De SAP bezit geen program. Het gaat daarbij niet om een formeel document. In een program is slechts kracht opgesloten, wanneer zijn tekst verbonden is met revolutionaire ervaring der partij, met uit de strijd getrokken lessen, die vlees en bloed geworden zijn van het partijkader. Daarvan is bij de SAP niets te bespeuren.

De Russische revolutie, haar op elkaar volgende etappen, de strijd van haar fracties, de Duitse crisis van 1923; de burgeroorlog in Bulgarije, de geschiedenis van de Chinese revolutie; de worstelingen van het Engelse proletariaat 1926; de Spaanse revolutionaire crisis — al deze gebeurtenissen, die in het bewustzijn van een revolutionair leven moeten als lichtende mijlpalen op de politieke weg, zijn voor het kader van de SAP slechts bleke herinneringen uit de dagbladpers, doch geen verwerkte revolutionaire ervaringen.

Dat een arbeiderspartij eenheidsfrontpolitiek moet voeren is niet te bestrijden. Toch heeft de eenheidsfrontpolitiek haar gevaren. Met succes kan deze politiek slechts door een gestaalde revolutionaire partij gevoerd worden. In ieder geval kan de eenheidsfrontpolitiek niet het program uitmaken van een revolutionaire partij. Toch gaat daarvan de gehele werkzaamheid der SAP uit. Als resultaat wordt het eenheidsfront in het innerlijke leven der partij gebracht, d.w.z. dient zij tot uitwisseling van de tegenstellingen tussen de verschillende stromingen. Maar dat is juist de eigenlijke functie van het centrisme.

Het dagblad van de SAP is doortrokken van de geest van halfheid. Ondanks het heengaan van Ströbel is de kracht half pacifistisch en niet marxistisch. De op zichzelf staande revolutionaire artikelen veranderen het gezicht der partij niet, maken het integendeel nog markanter. De krant toont zich vol bewondering voor de smakeloze, in zijn geest door en door kleinburgelijke brief van Küster aan Brüning met betrekking tot het militarisme. Zij juicht een Deens ‘socialist’ toe, voormalig minister door de gunst van de koning wegens het afwijzen van deelneming aan een regeringsdelegatie op grond van te vernederende voorwaarden. Het centrisme is met weinig tevreden. De revolutie echter eist veel. De revolutie eist alles.

De SAP veroordeelt de vakverenigingspolitiek der KPD: splijting der vakverenigingen en de stichting van de RVO. Er is geen twijfel aan, dat de politiek der KPD ook op dit gebied tot in diepste wezen onjuist is, het leiderschap van Losowsky komt de internationale proletarische voorhoede duur te staan. Toch is de kritiek van de SAP niet minder onjuist. Het gaat volstrekt niet daarom, dat de KPD de rijen van het proletariaat ‘splijt’ en de sociaaldemocratische bonden ‘verzwakt’.

Dit is geen revolutionaire maatstaf, want onder de bestaande leiding dienen de bonden niet de belangen der arbeiders, maar die van de kapitalisten. De misdaad van de KPD bestaat niet daarin, dat zij de organisatie van Leipart ‘verzwakt’, maar dat zij zichzelf verzwakt. Het meedoen van communisten aan reactionaire vakbonden is niet noodzakelijk op de grondslag van een abstract eenheidsbeginsel, doch voor het voeren van strijd teneinde de organisaties te zuiveren van de agenten der bourgeoisie. Bij de SAP treedt dit actieve, revolutionaire offensieve element op de achtergrond voor het blote principe van eenheid der organisaties, welke door agenten van het kapitaal worden geleid.

De SAP klaagt de KPD aan wegens haar neiging naar het putchisme. Een dergelijke aanklacht steunt eveneens op bekende feiten en methoden; voordat zij echter het recht verkrijgt om aan te klagen, moet de SAP nauwkeurig omschrijven en met de daad tonen, hoe zijzelf stelling neemt tot de doorslaggevende vragen van de proletarische revolutie. Altijd hebben de mensjewieken de bolsjewieken beschuldigd van blanquisme en avonturiersdom, dus van putchisme. Toch was de strategie van Lenin, zover van het putchisme verwijderd, als hemel en aarde. Maar Lenin verstond de betekenis van de ‘kunst van de opstand’ in de proletarische strijd en leerde anderen die kunst verstaan.

De kritiek van de SAP is in deze opzichten nog te meer van verdachte aard, naarmate zij sterker op Paul Levi steunt, die geschrokken door de kinderziekten der communistische partij, de voorkeur gaf aan het moeras van de hoge leeftijd der sociaaldemocratie. In intieme besprekingen over de gebeurtenissen van maart 1921 in Duitsland zei Lenin van Levi: “De man heeft beslist het hoofd verloren.” Doch Lenin voegde daarbij onmiddellijk de uitspraak: “Hij had tenminste iets te verliezen, wat men van de anderen nog zelfs niet beweren kan.” Onder de ‘anderen’ kwamen Bela Kun, Thalheimer, enz. voor. Dat Paul Levi een hoofd op de romp had, is niet te bestrijden. Maar een mens, die het hoofd verloren heeft en uit de rijen van het communisme naar die van het reformisme overspringt, is wel weinig geschikt als leermeester van een proletarische partij op te treden. Het tragische einde van Levi: de sprong uit het venster in een toestand van ontoerekenbaarheid versymboliseert zijn politieke loopbaan.

Terwijl voor de massa het centrisme slechts de overgang van de ene etappe naar de andere is, kan voor enkele politici het centrisme een tweede natuur worden. De leiding van de SAP is in handen van een groep radeloze sociaaldemocratische beambten, advocaten, journalisten, lieden van een leeftijd, waarop men de politieke opvoeding als voltooid moet beschouwen. Een radeloos geworden sociaaldemocraat is daarom nog geen revolutionair.

Een vertegenwoordiger van dit type — zijn beste vertegenwoordiger — is George Ledebour. Pas kort geleden heb ik het verslag van zijn proces van 1919 kunnen lezen. En meer dan eens tijdens de lectuur juichte ik in gedachte de oude strijder, zijn eerlijkheid, zijn temperament, zijn voorname persoonlijkheid toe. Toch heeft Ledebour de grenzen van het centrisme nooit overschreden. Zodra het om massa-acties gaat, om hogere vormen van klassenstrijd, de voorbereiding daarvan, om de overname van de openlijke verantwoordelijkheid voor de leiding van de massa-acties door de partij — blijft Ledebour alleen maar de beste vertegenwoordiger van het centrisme. Dat scheidde hem van Liebknecht en Luxemburg, dat scheidt hem thans van ons.

Verontwaardigd over het feit, dat Stalin de radicale vleugel van de oude sociaaldemocratie beschuldigt van een passieve houding inzake de strijd der onderdrukte naties, beroept Ledebour zich erop juist in de nationale kwestie steeds het meeste initiatief te hebben getoond. Dat is niet te ontkennen. Persoonlijk heeft Ledebour met de grootste hartstochtelijkheid gereageerd op het chauvinisme in de oude sociaaldemocratie, waarbij hij zeker het in hem aanwezige Duitse nationale gevoel niet verborg. Ledebour was steeds de beste vriend van de Russische, Poolse en van andere revolutionaire emigranten en velen van hen denken tot nu toe met warmte aan de oude revolutionair, die men in de rijen van de sociaaldemocratische bureaucratie met verachtelijke ironie nu eens ‘Ledebourow’ of ‘Ledeboursky’ noemde.

En toch heeft Stalin, die zomin de feiten als de literatuur van die tijd kent, gelijk in deze vraag, althans voor zover hij de beoordeling van Lenin herhaalt. Terwijl hij probeert die beoordeling te weerleggen bevestigt Ledebour haar slechts. Hij beroept er zich op, in zijn artikelen meer dan eens uiting te hebben gegeven aan zijn verontwaardiging tegen de partijen der IIe Internationale, die met de grootste gemoedsrust toezagen bij het werk van hun partijgenoot Ramsay Mac Donald, die het nationale probleem van Indië met bombardementen uit vliegtuigen oploste. In deze verontwaardiging en in dit proces is het duidelijke en eervolle verschil opgesloten tussen Ledebour en een Otto Bauer om maar niet te spreken van Hilferding of Weis. Aan deze heren ontbreekt voor een democratisch bombardement alleen maar een Indië.

Maar toch komt de positie van Ledebour ook in deze kwestie niet verder dan de grenzen van het centrisme. Ledebour eist strijd tegen de koloniale onderdrukking; hij zal in het parlement tegen koloniale kredieten stemmen; hij zal dapper de verdediging van de offers van een onderdrukte koloniale opstand, op zich nemen. Maar nooit zal Ledebour deelnemen aan de voorbereiding van zo’n opstand. Dergelijk werk ziet hij als putchisme, avonturiersdom, bolsjewisme. En hier ligt de kern der zaak.

Wat kenmerkend is voor het bolsjewisme in de nationale kwestie, is dat het de onderdrukte volken zelfs de achterlijkste niet alleen als object maar ook als subject van de politiek beschouwt. Het bolsjewisme neemt geen genoegen met de erkenning van hun ‘recht’ op zelfbeschikking of met parlementaire protesten tegen schending van dit recht. Het bolsjewisme dringt door in de onderdrukte volkeren, treedt op tegen de onderdrukkers, verbindt hun strijd met de strijd van het proletariaat der kapitalistische landen, onderwijst de onderdrukte Chinezen, Indiërs, Arabieren in de kunst van de opstand en neemt de volle verantwoordelijkheid van dit werk tegenover de beschaafde beulsknechten op zich. Hier begint eerst het ware bolsjewisme, dat wil zeggen het revolutionaire marxisme van de daad: Wat deze grens niet bereikt, blijft centrisme.

* * *

De politiek van een proletarische partij is nooit juist te beoordelen met het aanleggen van een nationale maatstaf. Dit is een axioma voor marxisten. Welke zijn de internationale verbindingen en sympathieën van de SAP?

Noorse, Zweedse, Hollandse centristen, organisaties, groepen, enkelingen, die door haar passieve en provinciale natuur in staat zijn staande te blijven tussen reformisme en communisme — ziedaar de naaste vrienden. Angelica Balabanova is een symbolische figuur voor de internationale verbindingen van de SAP Zij is ook nu doende de nieuwe partij met de overblijfselen van de II 1/2e Internationale te verenigen.

Leon Blum, kampioen van de reparaties, socialistisch peetoom van de bankier Oustric, wordt in het blad van Seydewitz als ‘Genosse’ aangeduid. Wat is dat? Beleefdheid? Neen, beginselloosheid, karakterloosheid, ruggengraatloosheid.

“Klein gemier,” zal een of ander wijs man zeggen, neen, in zulke kleinigheden spreekt het diepste wezen van de politiek veel oprechter en duidelijker dan in abstracte, door geen revolutionaire ervaring bekrachtigde erkenning der Sovjets. Het is zinloos, Blum een ‘fascist’ te noemen en zichzelf belachelijk te maken. Wie echter nog wat anders voelt dan geringschatting en haat voor dit politieke creatuur, is geen revolutionair. De SAP onderscheidt zich van ‘Genosse’ Otto Bauer op dezelfde wijze als Max Adler zich van Bauer onderscheidt. Voor Rosenfeld en Seydewitz is Bauer alleen maar een waarschijnlijk tijdelijk geestelijke tegenstander, voor ons is hij een onverzoenlijk vijand, die het Oostenrijkse proletariaat in het afschuwelijkste moeras geleid heeft.

Max Adler is een vrij gevoelige centristische barometer. Men mag geen afstand doen van het gebruik van een instrument, moet echter scherp in het oog houden, dat het de verandering van weer wel registreert, doch niet beïnvloedt. Onder de druk der kapitalistische radeloosheid, is Max Adler — niet zonder filosofische bitterheid — bereid de onvermijdelijkheid der revolutie te erkennen. Wat is dat echter voor een erkenning? Hoeveel clausules en zuchten! Het best zou zijn, indien IIe en IIIe Internationale zich verenigden. Het voordeligst zou zijn het socialisme met democratische middelen tot stand te brengen. Maar ach, deze methode is klaarblijkelijk onvoldoende. Blijkbaar zal ook in de beschaafde landen en niet alleen in de Barbaarse de arbeidersklasse, helaas, helaas, de revolutie tot stand moeten brengen. Maar ook deze melancholieke erkenning der revolutie blijft slechts een literair feit. Zulke voorwaarden, waarin Max Adler zou kunnen zeggen: “Het uur heeft geslagen,” waren er in de geschiedenis nog nooit en zullen zich nooit voordoen. Lieden van het type Adler zijn in staat voorbijgegane revoluties te rechtvaardigen, haar toekomstige onvermijdelijkheid te erkennen, nooit kunnen zij echter daartoe oproepen. Deze gehele groep van oude linkse sociaaldemocraten, die noch door de imperialistische oorlog, noch door de Russische revolutie verandering ondergingen, is als hopeloos te beschouwen. Barometers — misschien, revolutionaire leiders — nooit.

* * *

Eind december richtte zich de SAP tot alle arbeidersorganisaties met de oproep in het gehele land vergaderingen te organiseren, waar sprekers van alle richtingen dezelfde spreektijd zouden hebben. Het is duidelijk; langs deze weg valt niets te bereiken. Welke zin zou het voor de communistische of de sociaaldemocratische partij hebben dezelfde sprekersrechten met een Brandler, Urbahns, enz. te krijgen, de vertegenwoordigers van organisaties en groepen, welke te weinig betekenen om aanspraak te kunnen doen gelden op een bijzondere plaats in de beweging? Het eenheidsfront is de eenheid der communistische en sociaaldemocratische massa en niet het onderhandelen van politieke groepen die geen massa achter zich hebben.

Men zal ons zeggen: het blok Rosenfeld-Brandler-Urbahns is alleen maar een blok van eenheidsfront propaganda. Maar juist op het gebied van de propaganda is een blok uit de boze. De propaganda moet steunen op duidelijke beginselen, een bepaald program. Gescheiden marcheren, verenigd slagen. Het blok is alleen bruikbaar voor praktische massa-acties. Overeenkomsten van leiders zonder principiële grondslag kunnen alleen verwarring brengen.

Het denkbeeld een kandidatuur voor rijkspresident op te stellen door een eenheidsfront van arbeiders is een in de grond fout denkbeeld. Een kandidaat kan men slechts stellen op de basis van een bepaald program. De partij mist het recht tijdens de verkiezingen de mobilisatie van haar aanhangers en de vaststelling van haar krachten prijs te geven. Een overeenkomst met andere organisaties over onmiddellijke strijddoeleinden kan niet belet worden door de opstelling van een partijkandidatuur tegen alle andere kandidaturen. Of de communisten aangesloten zijn bij de officiële partij of niet, toch zullen zij uit alle kracht de kandidatuur van Thälmann moeten ondersteunen. Het gaat niet om Thälmann maar om de vaan van het communisme. Dit zullen wij tegen alle andere partijen verdedigen. De linkse oppositie zal de weg weten te vinden tot de door de stalinistische bureaucratie met vooroordelen besmette eenvoudige communisten. In het blad Permanente Revolution is helaas een niet-redactioneel artikel verschenen voor de verdediging van een gemeenschappelijke arbeiderskandidaat. Er kan geen twijfel aan bestaan dat de Duitse bolsjewistische leninisten die stellingname beslist zullen afwijzen.

* * *

Welke politiek voerden de bolsjewieken met betrekking tot arbeidersorganisaties of ‘partijen’, die zich in linkse richting van het reformisme of het centrisme naar het communisme ontwikkelden?

In Petrograd bestond in 1917 de organisatie der ‘interrayonisten’, die tegen de 4000 arbeiders telde. De bolsjewistische organisatie omvatte in Petrograd tienduizenden arbeiders. En toch overlegde het Petrograder comité der bolsjewieken over alle vragen met de interrayonisten, hield het hen op de hoogte van al zijn plannen en bevorderde daardoor de samensmelting.

Men zou kunnen aanvoeren, dat de interrayonisten politiek dicht bij de bolsjewieken stonden. Deze zaak beperkte zich echter niet tot de interrayonisten. Toen de groep van de internationalistische mensjewieken (groep Martov) tegenover de sociaalpatriotten ging staan, deden de bolsjewieken alles om gemeenschappelijke acties met die groep te bewerken. Als dit in de meeste gevallen niet gelukte, lag dat zeker niet aan de bolsjewieken. Men moet hierbij nog in ogenschouw nemen, dat de internationalistische mensjewieken formeel tot dezelfde partij behoren als Tsereteli en Dan.

Dezelfde tactiek, doch op nog veel bredere basis werd toegepast jegens de linkse sociaal-revolutionairen. De bolsjewieken namen een deel van deze linkse sociaal-revolutionairen in het revolutionaire oorlogscomité op, dus in het orgaan van de omwenteling, ofschoon zij toen nog altijd tot de partij behoren van Kerenski, waartegen de omwenteling gericht was.

Zeker, dat was niet heel logisch van deze linkse sociaal-revolutionairen en bewees, dat het met hun denken niet in orde was. Indien men echter op het uur gewacht zou hebben, wanneer allen geestelijk tot klaarheid gekomen waren, dan zou er op de wereld nooit een zegenrijke revolutie geweest zijn. De bolsjewieken sloten later met de partij van de linkse sociaal-revolutionairen (in de tegenwoordige terminologie linkse ‘kornilovianen’ of linkse ‘fascisten’) een regeringsblok, dat meerdere maanden intact bleef en eerst na de opstand van de linkse sociaal-revolutionairen tot een eind kwam.

Op de volgende wijze resumeerde Lenin de ondervinding der bolsjewieken met betrekking tot naar links strevende centristen: “Een juiste tactiek van de communisten moet in het exploiteren van deze schommelingen bestaan en zeker niet in het negeren; de exploitatie eist concessies aan die elementen, dan, voor zover en op de wijze, als en in zover zij zich tot het proletariaat wenden.” ... De tactiek van de bolsjewieken heeft ook in dit probleem niets gemeen, met het stelsel van bureaucratische ultimatums.

Nog niet zo lang geleden waren Thälmann en Remmele in de onafhankelijke partij. Indien zij hun geheugen eens inspanden, zou het hun misschien gelukken hun politieke opvattingen van die jaren te reconstrueren, toen zij na hun breuk met de sociaaldemocratie toetraden tot de onafhankelijke partij en deze naar links drongen. Hoe zou het er uit zien, wanneer hun toen iemand gezegd zou hebben dat zij alleen maar “de linkervleugel van de monarchistische contrarevolutie” waren? Wellicht zouden zij ontdekt hebben, dat hun aanklagers beneveld of krankzinnig waren. Maar toch bepalen zij thans zo het karakter der SAP.

Wij willen eraan herinneren welke conclusies Lenin trok uit het ontstaan der onafhankelijke partij: “Waarom heeft in Duitsland een volkomen gelijksoortige ruk van de arbeiders als die van Rusland in 1917 van rechts naar links niet direct gevoerd tot versterking van de communisten, doch eerst naar de tussenpartij van de ‘onafhankelijken’. Blijkbaar was een van de oorzaken de foute politiek der Duitse communisten, die zonder vrees en eerlijk die fouten moeten bekennen en leren verbeteringen aan te brengen. ... De fout bestond in talrijke uitingen van die radicale kinderziekte, die nu uitgebroken is en die hoe eer hoe beter met des te groter nut voor de organisatie genezen moet worden.” Dat is nu precies voor de dag van vandaag geschreven! De tegenwoordige communistische partij is veel sterker dan de toenmalige Spartacusbond. Indien nu een tweede editie der onafhankelijke partij ontstaat, met een ten dele gelijke leiding, drukt de schuld des te zwaarder op de communistische partij.

Het ontstaan van de SAP is een gebeurtenis vol innerlijke tegenstrijdigheden. Het zou natuurlijk beter geweest zijn wanneer de arbeiders direct naar de communistische partij gegaan waren. Doch dan zou de communistische partij een andere politiek en een andere leiding moeten hebben. Bij het beoordelen van de SAP kan men niet uitgaan van een ideale communistische partij, maar van de bestaande. In zoverre de communistische partij blijft staan op het standpunt van het bureaucratische ultimatum, en de middelpuntvliedende krachten binnen de sociaaldemocratie tegenwerkt, was het ontstaan der SAP een onvermijdelijk en in voorwaartse zin schrijdend gebeuren.

De progressiviteit van dit gebeuren wordt buitengewoon verzwakt door de centrische leiding. Indien die vaste voet zou krijgen, zou het op het verderf der SAP neerkomen. Verzoening met het centrisme van de SAP op grond van haar algemene progressieve betekenis zou de liquidatie van die progressieve betekenis brengen.

De aan de spits der partij staande, in het manoeuvreren ervaren, verzoeningsgezinde elementen zullen op iedere manier de tegenstellingen maskeren en de crisis verschuiven. Maar deze middelen zijn slechts toereikend tot aan de eerste ernstige stormloop der gebeurtenissen. De crisis van de partij zal juist op het kookpunt van de revolutionaire crisis kunnen uitbreken en haar proletarische elementen verlammen. Het is de taak der communisten de arbeiders van de SAP bijtijds te helpen om hun rijen te zuiveren van centrisme en zich van hun centristische leiders te ontdoen. Daarvoor is nodig niets te verzwijgen, de goede bedoelingen niet als feiten te nemen en alles bij de juiste naam te noemen. Maar werkelijk bij de juiste naam en niet bij een uitgedachte naam. Kritiseren maar niet lasteren! Toenadering zoeken, niet wegstoten!

Over de linkervleugel der onafhankelijke partij schreef Lenin: “Een ‘compromis’ met deze vleugel te vrezen is direct belachelijk. Integendeel, de communisten moeten onvoorwaardelijk naar de geschikte vorm van het compromis met hen zoeken, dat aan de ene kant de volle samensmelting met deze vleugel verlichten en bespoedigen zou en aan de andere kant de communisten geen moeilijkheden zou veroorzaken bij hun ideologische en politieke strijd tegen de opportunistische rechtervleugel van de ‘onafhankelijken’.” Aan deze tactische aanwijzing behoeft men ook thans niets toe te voegen. Tot de linkse elementen van de SAP zeggen wij: “Revolutionairen worden niet alleen in stakingen en straatgevechten gestaald; maar bovenal — in de strijd om de juiste politiek van de eigen partij.” Neemt de ‘21 punten’ die indertijd uitgewerkt zijn voor het opnemen van nieuwe partijen in de IIIe Internationale, neemt de werken ter hand van de Linkse Oppositie, waarin de ‘21 punten’ op de politieke ontwikkeling van de laatste acht jaren toegepast zijn. In het licht van deze ‘punten’ opent zich een planmatig offensief tegen het centrisme in de eigen gelederen en doet dit werk consequent. Anders blijft U niets over dan de weinig eervolle rol dienst te doen als linkse dekking van het centrisme.

En verder? Verder: — het gezicht gekeerd naar de KPD. De revolutionairen staan over het algemeen niet tussen SPD en KPD, zoals Rosenfeld en Seydewitz dat wensen. Neen, de sociaaldemocratische leiders zijn het agentschap van de klassenvijand in het proletariaat. De communistische leiders zijn in de war gebrachte, slechte, onbekwame, uit het spoor geraakte revolutionairen of half-revolutionairen. Dat is niet precies hetzelfde. De sociaaldemocratie moet men vernietigen. De communistische partij in orde brengen. Jij zegt dat dit onmogelijk is? Maar heb jij maar geprobeerd om dit werk ernstig te doen?

Juist nu, nu de gebeurtenissen op de communistische partij inwerken, moeten wij door de druk van onze kritiek, die werking versterken. De communistische arbeiders zullen met te meer opmerkzaamheid luisteren, des te sneller zij er zich van overtuigd hebben, dat wij geen ‘derde partij’ zoeken, maar er eerlijk op uit zijn degenen te helpen, die de bestaande communistische partij willen veranderen in de werkelijke leidster van de arbeidersklasse.

En wanneer dat niet gelukt?

Wanneer het niet gelukt zou dat in de gegeven historische situatie bijna onontkoombaar de overwinning van het fascisme betekenen. Doch bij grote acties vraagt de revolutionair niet wat er gebeuren zou, wanneer hij niet slaagt, maar hij vraagt wat gedaan moet worden om te slagen! Het is mogelijk, het is te verwezenlijken en dus moet het gedaan worden.

_______________
[1] Het voorwoord van Trotski bij deze brochure is gedateerd 27 januari 1932. Sedertdien zijn er belangrijke wijzigingen in het leven van de SAP ontstaan.
[2] Wij zijn van oordeel, dat deze kritiek op de door Urbahns en de Leninbond aangenomen houding onjuist is, zouden in verband met de steun van de Leninbond aan de KPD bij de verkiezingen van 24 april in omgekeerde richting willen kritiseren. Vert.