Leon Trotski

De Vierde Internationale en de oorlog



Geschreven: 1 Mei 1934
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 2. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2006. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands
Vertaling: onbekend
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, november 2007


Thesen aangenomen door het secretariaat van de
Internationale Liga der Communisten-Internationalisten (bolsjewiek-leninisten)

1 Mei 1934 Genève


De voorbereiding van de nieuwe oorlog
De USSR en de imperialistische oorlog
De “nationale verdediging”
De nationale vraag en de imperialistische oorlog
Verdediging der democratie
De verdediging der kleine en neutrale staten
De Tweede Internationale en de oorlog
Het centrisme en de oorlog
De Sovjetdiplomatie en de internationale revolutie
De USSR en de imperialistische groeperingen
De Derde Internationale en de oorlog
Het “revolutionaire” pacifisme en de oorlog
Het kleinburgerdom en de oorlog
Het “defaitisme” in de imperialistische oorlog
Oorlog, fascisme en de bewapening van het proletariaat
De revolutionaire politiek tegen de oorlog
De Vierde Internationale en de oorlog

De catastrofale handels-, industrie-, landbouw- en financiële crisis, de liquidatie der internationale economische betrekkingen, het verval van de productieve krachten der mensheid, de ondraaglijke toespitsing der klassen zowel als der internationale tegenstellingen kenmerken de neergang van het kapitalisme en bevestigen ten volle Lenins karakteristiek van ons tijdperk als het tijdperk van oorlogen en revoluties.

De oorlog van 1914-1918 leidde officieel een nieuw tijdperk in, welke belangrijkste politieke gebeurtenissen tot nu toe waren: de verovering der macht door het Russische proletariaat in het jaar 1917 en het neerslaan van het Duitse proletariaat in het jaar 1933. De ontzettende ellende der volksmassa’s in alle delen der aarde en de nog ontzettender gevaren, die de dag van morgen in zich bergt, zijn het resultaat van het feit dat de revolutie van 1917 op het Europese en wereldstrijdperk geen zegenrijke ontplooiing vond.

In de afzonderlijke landen komt het historische slop van het kapitalisme tot uitdrukking in de permanente werkloosheid, de daling van de levensstandaard van de arbeiders, de ondergang van de boerenklasse en van het kleinburgerdom in de steden, in de ontbinding en verrotting van de parlementaire staat, in afschuwelijke vergiftiging van het volk door “sociale” en “nationale” demagogie bij feitelijke liquidatie der sociale hervormingen, in de verdringing en vervanging der oude regeringspartijen door het zuivere militaire en politionele apparaat (het bonapartisme van de kapitalistische neergang), in de groei van het fascisme, zijn machtsverovering en de vernietiging van iedere proletarische organisatie.

Dezelfde processen spoelen op het wereldtoneel de laatste overblijfselen van de hechtheid der internationale betrekkingen weg, drijven ieder conflict tussen de staten op de spits, leggen de nutteloosheid der pacifistische pogingen om tot een oplossing te geraken, bloot, veroorzaken toenemende bewapening op nieuwe, technisch hogere grondslagen en voeren op die manier tot een nieuwe imperialistische oorlog. Het fascisme is zijn consequente voorbereider en organisator.

Aan de anderen kant plaatsen het openbaar worden der door en door reactionaire, van verval getuigende roversnatuur van het huidige kapitalisme, de ineenstorting der democratie, van het reformisme en pacifisme, de urgente en brandende noodzakelijkheid voor het proletariaat om de reddende uitweg uit het onafwendbare verderf te vinden, met nieuw geweld de internationale revolutie op de dagorde. Alleen de val der bourgeoisie door het zich verheffende proletariaat kan de mensheid voor de nieuwe verwoestende volkerenmoord bewaren.

De voorbereiding van de nieuwe oorlog

1. De van het huidige kapitalisme niet te scheiden oorzaken, die de laatste imperialistische oorlog te voorschijn riepen, hebben thans een onvergelijkelijk grotere spanning bereikt dan in het midden van 1914. De vrees voor de gevolgen van een nieuwe oorlog is de enige factor die de wil van het imperialisme in toom houdt. Doch de kracht van deze rem is beperkt. De spanning der innerlijke tegenstellingen stoot het ene land na het andere op de weg van het fascisme, hetwelk zich niet anders aan de macht kan handhaven dan door de voorbereiding van internationale explosies. Alle regeringen vrezen de oorlog. Doch geen enkele regering heeft de vrije keus. Zonder de proletarische revolutie is een nieuwe wereldoorlog onvermijdelijk.

2. Europa, onlangs het toneel van de grootste van alle oorlogen, tuimelt, geduwd door overwinnaars en overwonnenen, zonder ophouden zijn verval tegemoet. De Volkerenbond, die volgens het officiële program “de vrede organiseren”, in werkelijkheid echter het systeem van Versailles vereeuwigen, de heerschappij der Verenigde Staten neutraliseren en een dam tegen het rode Oosten opwerpen moest, heeft tegen de druk der imperialistische tegenstellingen geen stand gehouden. Slechts de meest cynische sociaalpatriotten (Henderson, Vandervelde, Jouhaux, enz.) trachten nog met de Volkerenbond perspectieven van ontwapening en pacifisme te verbinden. In werkelijkheid werd de Volkerenbond tot een figuur van ondergeschikt belang op het schaakbord der imperialistische combinaties. De voornaamste diplomatieke arbeid in Genève bestaat in het zoeken naar militaire bondgenoten, d.w.z. in de krampachtige voorbereiding van de nieuwe slachting. Parallel daarmee gaat een permanente toeneming der bewapeningen, die uit het fascistische Duitsland een nieuwe reusachtige stoot gekregen heeft.

3. De ineenstorting van de Volkerenbond is onscheidbaar verbonden aan de beginnende ineenstorting der Franse heerschappij op het Europese continent. De demografische en economische macht van Frankrijk bleek, zoals te verwachten was, een te smalle basis voor het systeem van Versailles. Het tot aan de tanden gewapende Franse imperialisme met zijn schijnbaar “verdedigings” karakter, blijft, voor zover het gedwongen is de door verdragen gelegaliseerde vruchten van zijn buit en roof te beschermen, volgens zijn wezen een belangrijke factor van de nieuwe oorlog.

Gedreven door ondragelijke tegenstellingen en de gevolgen der nederlaag, was het Duitse kapitalisme gedwongen het dwangbuis van het democratische pacifisme weg te rukken; thans treedt het op als de voornaamste bedreiger van het systeem van Versailles. De groepering der staten op het Europese continent geschiedt thans nog overwegend op de lijn: overwinnaar en overwonnene. Italië neemt de positie in van de trouweloze bemiddelaar om op het beslissende ogenblik zijn vriendschap aan de sterkere zijde aan te bieden, zoals het dat gedurende de wereldoorlog deed. Engeland tracht zijn “onafhankelijkheid”, schaduw van zijn eertijds “splendid isolation” te bewaren, in de hoop de antagonismen in Europa, de tegenstellingen tussen Europa en Amerika en de uitbrekende conflicten in het Verre Oosten voor zichzelf uit te buiten. Doch steeds minder slagen de plannen van het heersende Engeland. Verschrikt door het verval van zijn imperium, de revolutionaire beweging in Indië, de onzekerheid van haar posities in China, bemantelt de Britse bourgeoisie met de walgelijke pacifistische schijnheiligheid van MacDonald en Henderson de hebzuchtige en laffe politiek van afwachten en laveren, die van haar kant de voornaamste oorzaak der huidige algemene onzekerheid en der catastrofe van morgen is.

4. De grootste veranderingen hebben de oorlog en de naoorlogse periode in de binnenlandse en buitenlandse toestand der Verenigde Staten van Noord-Amerika teweeggebracht. Het reusachtige economische overwicht over Europa en bijgevolg op de wereld maakte het de bourgeoisie der Verenigde Staten mogelijk in de eerste periode na de oorlog te verschijnen als onpartijdige “vredesstichtster”, beschermster van de “vrijheid der zeeën” en van de “open deuren”. De handels- en industriecrisis openbaarde echter met een verschrikkelijke kracht de storing in het oude economische evenwicht, waarvoor de binnenlandse markt een voldoende steun was. Deze weg is volkomen uitgeschakeld.

Het economische overwicht der Verenigde Staten is vanzelfsprekend ook thans niet verdwenen, integendeel, potentieel groeide het zelfs tengevolge van het verdere verval van Europa; doch de oude vormen, waarin dit overwicht zich deed gevoelen (industrietechniek, handelsbalans, onwrikbare dollar, de schuld van Europa) hebben hun werkkracht verloren: de hoog ontwikkelde techniek wordt niet gebruikt, de balans is ongunstig, de dollar is gevallen, de schulden worden niet betaald. Het overwicht der Verenigde Staten moet zich in nieuwe vormen uitdrukken, waartoe alleen de oorlog de weg kan banen.

De leuze van de “open deur” in China blijkt machteloos tegenover enige Japanse divisies. Bij zijn politiek in het Verre Oosten laat Washington zich leiden door de overweging, in het gunstigste ogenblik in staat te zijn een militaire botsing tussen de USSR en Japan te ontketenen, zowel Japan als de USSR te verzwakken en al naar de afloop van de oorlog zijn verdere strategische plannen te ontwerpen. Terwijl zij, de wet der traagheid volgend, de discussie over de bevrijding der Filippijnen voortzetten, bereiden de Amerikaanse imperialisten zich er in werkelijkheid op voor, zich in China een territoriale basis te verschaffen, om dan de volgende etappe, in het geval van een conflict met Groot-Brittannië de vraag van de “bevrijding” van Indië te stellen. Het kapitalisme van de Verenigde Staten is dicht de taak genaderd, die Duitsland in 1914 op het oorlogspad drong. De wereld is reeds verdeeld? Dan moet men haar opnieuw verdelen! Voor Duitsland geldt “Europa te organiseren”. De Verenigde Staten valt het te beurt “de wereld te organiseren”. De geschiedenis drijft de mensheid regelrecht naar de vulkanische uitbarsting van het Amerikaanse imperialisme.

5. Onverdraaglijke zweren en etterbuilen drijven het Japanse kapitalisme, dat zich van de sappen der achterlijkheid, der armoede en der barbarij voedt, op de weg van onophoudelijke roof van land. Het ontbreken van een eigen industriebasis en de uiterste onzekerheid der gehele maatschappelijke orde maken het Japanse kapitalisme het meest agressief en teugelloos van allen. Toch zal de toekomst bewijzen, dat achter deze begerige vechtlust al te weinig reële krachten staan. Japan kan wel als eerste het signaal tot de oorlog geven; doch uit het halffeodale Japan, dat verscheurd wordt door alle tegenstellingen, die het tsaristische Rusland reeds kende, kan ook eerder dan uit andere landen het signaal tot de revolutie weerklinken.

6. Het zou echter toch te gewaagd zijn om te raden waar en wanneer het eerste schot zal vallen. Onder de invloed van de overeenkomst tussen Sovjet-Rusland en Amerika, zowel als onder die van de innerlijke moeilijkheden kan Japan voorlopig terugtrekken; doch dezelfde omstandigheden kunnen omgekeerd ook de Japanse camarilla ertoe brengen haast te maken met de slag, voordat het te laat is. Zal de Franse regering tot een “preventieve” oorlog besluiten, die met medewerking van Italië in een algemene slachting zal eindigen? Of zal Frankrijk omgekeerd, afwachtend en laverend, onder de druk van Engeland met Hitler tot een overeenkomst zien te komen, terwijl het hem daarmee juist de weg van de aanval tegen het Oosten opent?

Zal het Balkanschiereiland weer de aansteker van de oorlog zijn? Of zou het initiatief ditmaal aan de Donaulanden te beurt vallen? De veelvuldigheid der factoren en de ineenstrengeling der elkaar vijandig zijnde krachten, sluiten de mogelijkheid van een concrete prognose uit. Doch de algemene ontwikkelingstendens is heel duidelijk: de naoorlogse periode werd slechts een pauze tussen twee oorlogen en deze pauze loopt voor onze ogen ten einde. Het planmatige, corporatieve of staatskapitalisme, dat hand in hand gaat met de autoritaire, bonapartistische of fascistische staat, blijft een utopie en een leugen, voor zover het zich als officieel doel stelt de harmonische nationale huishouding op de grondslag van de private eigendom. Toch is het een dreigende realiteit, voor zover het gaat om de samenvatting van alle economische krachten der natie ter voorbereiding van de nieuwe oorlog. Dit werk is thans in volle gang. Een nieuwe grote oorlog klopt aan de deur. Hij zal verbitterder, verwoestender dan zijn voorganger zijn. De houding ten opzichte van de naderende oorlog wordt daarom de centrale vraag der proletarische politiek.

De USSR en de imperialistische oorlog

7. Van historisch standpunt beschouwd is de tegenstelling tussen het wereldimperialisme en de Sovjet-Unie onvergelijkelijk scherper dan de antagonismen, welke de afzonderlijke kapitalistische landen tegenover elkaar plaatsen. Doch de scherpte der tegenstelling tussen de arbeidersstaat en de staten van het kapitaal verandert overeenkomstig de ontwikkelingsgang van de arbeidersstaat en de veranderingen in de wereldtoestand. De enorme ontwikkeling van het sovjetbureaucratisme en de moeilijke levensvoorwaarden van de werkenden hebben de aantrekkingskracht van de USSR voor de arbeidersklasse van de wereld buitengewoon verminderd. De zware nederlagen der Komintern en de nationaal-pacifistische buitenlandse politiek der Sovjetregering moesten van haar kant de bezorgdheid van de wereldbourgeoisie doen afnemen. Tenslotte dwingt de nieuwe verscherping der innerlijke tegenstellingen in de kapitalistische wereld de regeringen van Europa en Amerika in de huidige etappe de USSR niet van het standpunt: “kapitalisme of socialisme?” tegemoet te treden, doch van het standpunt van de huidige rol van de Sovjetstaat in de strijd der imperialistische machten. De uitdrukking van deze internationale toestand waren juist de niet-aanvalsverdragen, de erkenning van de USSR door de regering te Washington, enz. De hardnekkige bemoeiingen van Hitler, Duitslands bewapening met verwijzing naar het “gevaar in het Oosten” te rechtvaardigen, hebben tot nu toe geen weerklank gevonden, vooral niet bij Frankrijk en zijn satellieten, juist omdat het revolutionaire gevaar van het communisme, ondanks de verschrikkelijke crisis, zijn scherpte verloren heeft. De diplomatieke successen van de Sovjet-Unie laten zich daarom — ten minste voor de helft — verklaren uit de buitengewone verzwakking der internationale revolutie.

8. Een noodlottige fout zou het echter zijn te geloven dat de militaire interventie tegen de Sovjet-Unie geheel van de agenda was. Al nam de ogenblikkelijke scherpte der betrekkingen af, de tegenstelling der maatschappelijke ordeningen blijft ten volle van kracht. Het onvermijdelijke verval van het kapitalisme zal de burgerlijke regeringen op de weg van radicale oplossingen dringen. Iedere grote oorlog zal, onafhankelijk van zijn oorspronkelijke motieven, scherp de vraag stellen van militaire interventie in de USSR met het doel vers bloed in de verkalkte aderen van het kapitalisme te brengen.

De onbetwistbare en diepe bureaucratische ontaarding van de Sovjetstaat en het nationaal-conservatieve karakter van zijn buitenlandse politiek veranderen de sociale natuur der Sovjet-Unie als de eerste arbeidersstaat niet. Ieder soort van democratische, idealistische, ultralinkse, anarchistische theorie, die het in wezen socialistische karakter der Sovjet-Russische eigendomsverhoudingen ontkent en de klassentegenstelling tussen de USSR en de burgerlijke staten loochent of verbergt, moet onvermijdelijk, vooral in geval van oorlog, tot contrarevolutionaire politieke consequenties voeren.

De verdediging der Sovjet-Unie tegen de aanslagen van de kant der kapitalistische vijanden is, onafhankelijk van de omstandigheden en onmiddellijke oorzaken van de botsing, een elementaire en gebiedende plicht van iedere eerlijke arbeidersorganisatie.

De “nationale verdediging”

9. Als klassiek strijdperk schiep het kapitalisme in de strijd met het middeleeuwse particularisme de nationale staat. Doch nauwelijks goed en wel samengesteld, begon hij reeds een rem te worden voor de economische en culturele ontwikkeling. Uit de tegenstelling tussen de productieve krachten en het raam van de nationale staat, tezamen met de principiële tegenstelling — tussen de productieve krachten en de private eigendom der productiemiddelen — sproot juist de crisis van het kapitalisme als de maatschappelijke ordening der wereld voort.

10. Indien het mogelijk zou zijn met één haal alle staatsgrenzen weg te vagen, dan zouden de productieve krachten, ook onder het kapitalisme, gedurende een zekere periode — weliswaar ten koste van ontelbare offers — zich nog op een hoger niveau kunnen verheffen. Bij afschaffing van de private eigendom der productiemiddelen kunnen de productieve krachten, zoals de ervaring van de USSR bewijst, zelfs binnen het raam van een afzonderlijke staat tot grotere ontplooiing geraken. Doch slechts de opheffing zowel van de private eigendom als van de staatsgrenzen tussen de naties is in staat de voorwaarden voor de nieuwe economische ordening te scheppen: de socialistische maatschappij.

11. De verdediging van de nationale staat is, vooral in het gebalkaniseerde Europa, zijn vaderland, in de volle betekenis van het woord een reactionaire onderneming. De nationale staat met zijn grenzen, passen, geldsystemen, douanekantoren en troepen ter verdediging der invoerrechten is een afschuwelijke belemmering geworden op de weg der economische en culturele ontwikkeling der mensheid. De taak van het proletariaat is niet de verdediging van de nationale staat, doch zijn volkomen en definitieve opheffing.

12. Betekende de huidige nationale staat een vooruitstrevende factor, dan zou men hem moeten verdedigen onafhankelijk van zijn politieke vormen en absoluut onafhankelijk van de vraag wie als eerste de oorlog “begon”. Het is onzin de kwestie der historische functie van de nationale staat te vermengen met de kwestie van de “schuld” der betreffende regering. Mag men nalaten een bruikbaar woonhuis te redden alleen omdat de brand uit onvoorzichtigheid of uit boos opzet van de eigenaar ontstond? Doch dat is het juist: het betreffende huis deugt niet als woonhuis, doch slechts als plaats om te sterven. Opdat de volkeren kunnen leven, moet het huis van de nationale staat met de grond gelijk worden gemaakt.

13. Een “socialist”, die de nationale verdediging predikt, is een kleinburgerlijke reactionair in de dienst van het rottende kapitalisme. Gedurende de oorlog zich niet aan de nationale staat ketenen, zich niet laten leiden door de oorlogskaart, doch door de kaart van de klassenstrijd, dat kan alleen de partij, welke de nationale staat reeds in vredestijd de onverzoenlijke oorlog heeft verklaard. Slechts wanneer zij de objectief reactionaire rol van de imperialistische staat ten volle begrijpt, kan de proletarische voorhoede gevrijwaard zijn tegen elk soort sociaalpatriottisme. Dat betekent: de werkelijke breuk met ideologie en politiek der “nationale verdediging” is slechts mogelijk van het standpunt der internationale proletarische revolutie.

De nationale vraag en de imperialistische oorlog

14. Het proletariaat staat niet onverschillig tegenover de natie. Integendeel, juist omdat de historie het lot der natie in de handen van het proletariaat legt, weigert het de zaak van haar vrijheid en onafhankelijkheid toe te vertrouwen aan het imperialisme, dat de natie slechts “redt” om haar morgen reeds aan nieuwe levensgevaren bloot te stellen uit naam van de belangen van een nietige uitbuitersminderheid.

15. Terwijl het de natie voor zijn ontwikkeling exploiteert, heeft het kapitalisme nergens, op geen enkel plekje der aarde, de nationale vraag opgelost. De grenzen van het Europa van Versailles zijn dwars door het levende vlees der naties getrokken. Het kapitalistische Europa zo te verknippen, dat de grenzen der staten samenvallen met de grenzen der naties, dat is je reinste utopie. Langs vreedzame weg zal geen enkele staat ook maar een duimbreed grond afstaan. Een nieuwe oorlog zou Europa echter weer verdelen volgens de oorlogskaart en niet volgens de grenzen der naties. De taak der volkomen nationale zelfbestemming en der vreedzame samenwerking van alle volkeren van Europa is slechts op te lossen op grond van de economische aaneensluiting van een van burgerlijke staten gezuiverd Europa. De leuze van de Verenigde Sovjetstaten van Europa is niet alleen de reddende leuze voor de Balkan- en Donaulanden, doch ook voor de volkeren van Duitsland en Frankrijk.

16. Een bijzondere en inderdaad grote plaats neemt de vraag der koloniale en half koloniale landen van het Oosten in, die eerst om de onafhankelijke nationale staat strijden. Hun strijd is dubbel vooruitstrevend: terwijl hij de achtergebleven volkeren van het Aziatendom, het particularisme en het juk van vreemde landen ontrukt, geeft hij geweldige meppen aan de staten van het imperialisme. Men moet er zich echter van tevoren duidelijk rekenschap van geven, dat de vertraagde revoluties in Azië of Afrika niet in staat zijn een nieuwe bloeitijd van de nationale staat te bewerkstelligen. De bevrijding der koloniën zal slechts een luisterrijke episode zijn in de socialistische wereldrevolutie, zoals de vertraagde democratische omwenteling in Rusland, dat ook een halfkoloniaal land was, slechts de inleiding der socialistische omwenteling vormde.

17. In Zuid-Amerika, waar het vertraagde en reeds rottende kapitalisme de verhoudingen van een halfkoloniaal, d.w.z. halfslaafs bestaan in stand houdt, veroorzaken de wereldtegenstellingen een heftige strijd der compradorenklieken, onophoudelijke omwentelingen in de staten en chronische militaire schermutselingen tussen de staten. De Amerikaanse bourgeoisie, die in het tijdperk van haar historische opbloei het verstond om de noordelijke helft van het Amerikaanse vasteland in één bond te verenigen, gebruikt thans al haar op deze grond verworven macht voor de verdeeldheid, verzwakking en slavernij van de zuidelijke helft. Zuid- en Midden-Amerika kunnen zich alleen uit de achterlijkheid en slavernij losrukken door de vereniging van al hun staten in één machtige bond. Het vervullen van deze grootse historische taak is niet van de achterlijke Zuid-Amerikaanse bourgeoisie te verwachten, dat omkoopbare agentuur van het buitenlandse imperialisme, doch van het jonge Zuid-Amerikaanse proletariaat, als de competente leider der onderdrukte volksmassa’s. De leuze van de strijd tegen de gewelddaden en listen van het wereldimperialisme en tegen het bloedige drijven der inheemse compradorenklieken luidt daarom: de Verenigde Sovjetstaten van Zuid- en Midden-Amerika.

Het nationale probleem verstrengelt zich alom met het sociale. Slechts de verovering van de macht door het wereldproletariaat is in staat aan alle naties van onze aardbol werkelijke en onverstoorbare ontwikkelingsvrijheid te geven.

Verdediging der democratie

18. De leugen der nationale verdediging dekt zich in alle gevallen, waar het mogelijk is, met de aanvullende leugen van de verdediging der democratie. Als de marxisten thans, in het imperialistische tijdperk, democratie niet gelijkstellen met fascisme en ieder ogenblik bereid zijn het de democratie bedreigende fascisme weerstand te bieden, moet dan het proletariaat ook niet in geval van oorlog de democratische regeringen tegen de fascistische ondersteunen?

Een grof sofisme! De democratie beschermen wij voor het fascisme door middel van de organisaties en methoden van het proletariaat. In tegenstelling met de sociaaldemocratie dragen wij deze bescherming niet over aan de staat der bourgeoisie (“Staat, grijp toe!”). Staan wij echter reeds in vredestijd onverzoenlijk tegenover “de meest democratische” regering, kunnen wij dan ook maar een schijn van verantwoordelijkheid voor haar in oorlogstijden op ons nemen, wanneer alle laaghartigheid en alle misdaden van het kapitalisme de beestachtigste en bloeddorstigste gedaante aannemen?

19. Een moderne oorlog tussen grootmachten is geen botsing tussen democratie en fascisme, doch de strijd van twee imperialismen om nieuwe verdeling van de wereld. De oorlog moet bovendien onvermijdelijk een internationaal karakter aannemen, waarbij in beide kampen, zowel fascistische (halffascistische, bonapartistische, enz.) als “democratische” staten zullen staan. De republikeinse vorm van het Franse imperialisme verhinderde het niet in vredestijd te steunen op de burgerlijke militaire dictaturen in Polen, Joegoslavië en Roemenië, zoals hij het Franse imperialisme zo nodig niet zal verhinderen de Oostenrijk-Hongaarse monarchie weer te herstellen als dam tegen de aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland. Tenslotte zal in Frankrijk zelfs de ook thans reeds aanzienlijk verzwakte parlementaire democratie zonder twijfel het eerste offer van de oorlog blijken te zijn, indien zij niet reeds vóór het begin ineengestort is.

20. De bourgeoisie van verscheidene beschaafde landen bewees reeds en zal verder bewijzen, dat zij in geval van binnenlandse gevaren zich niet bedenken zou de parlementaire vorm van haar heerschappij te verwisselen tegen de autoritaire, dictatoriale, bonapartistische of fascistische. Des te eerder en beslissender zal zij een dergelijke omwisseling in de oorlog bewerkstelligen, als haar principieel klassenbelang buitenlandse en binnenlandse gevaren van tienmaal groteren omvang bedreigen. Ondersteunen onder dergelijke omstandigheden arbeiderspartijen “haar” nationaal imperialisme ter wille van zijn breekbare democratische bolster, dan is dat hetzelfde als het afstand doen van zelfstandige politiek en chauvinistische demoralisering der arbeiders, d.w.z. als de vernietiging van de enige factor die in staat is de mensheid van de ondergang te redden.

21. “Strijd om de democratie” gedurende de oorlog zal vooral betekenen: strijd om het behoud der arbeiderspers en de arbeidersorganisaties tegen het woeden der militaire censuur en het militaire geweld. Op grond van deze taken zal de revolutionaire voorhoede streven naar het eenheidsfront met de overige arbeidersorganisaties tegen de eigen “democratische” regering, in geen geval echter naar de eenheid met haar regering tegen het vijandige land.

22. De imperialistische oorlog staat boven de vraag naar de vorm van de staatsmacht van het kapitaal. Hij legt aan iedere nationale bourgeoisie de vraag naar het lot van het nationale kapitalisme voor en aan de bourgeoisie van alle landen de vraag naar het lot van het kapitalisme in het algemeen. Slechts zo mag het proletariaat de vraag stellen: kapitalisme of socialisme, triomf van een der imperialistische kampen of proletarische revolutie.

De verdediging der kleine en neutrale staten

23. De gedachte der nationale verdediging kan, vooral wanneer zij met de gedachte der verdediging der democratie samenvalt, makkelijk de arbeiders der kleine en neutrale staten misleiden (Zwitserland, ten dele België, de Scandinavische landen), die, daar zij niet in staat zullen zijn een zelfstandige veroveringspolitiek te voeren, aan de bescherming van hun nationale grenzen het karakter van een onaanvechtbaar en absoluut dogma geven. Juist aan het voorbeeld van België zien wij evenwel hoe geheel natuurlijk de formele neutraliteit vervangen wordt door een systeem van imperialistische overeenkomsten en hoe onvermijdelijk een oorlog om de “nationale verdediging” tot een annexatievrede voert. Het karakter van de oorlog wordt niet bepaald door het geïsoleerd genomen moment van zijn begin (“Schending der neutraliteit”, “vijandelijke opmars”, enz.), doch door zijn voornaamste drijfkrachten, zijn gehele ontwikkeling en de resultaten, waartoe hij tenslotte voert.

24. Wij geloven graag dat de Zwitserse bourgeoisie niet het initiatief tot de oorlog zal nemen. In deze betekenis heeft zij formeel meer dan elke andere bourgeoisie het recht van haar verdedigingspositie te spreken. Doch op het ogenblik dat Zwitserland zich in het verloop der gebeurtenissen in de oorlog mee gerukt ziet, zal het zich in de strijd der wereldmachten inschakelen, die aan deze en aan gene zijde imperialistische doeleinden nastreven. Wordt de neutraliteit geschonden, dan zal de Zwitserse bourgeoisie zich bij de sterkste der beide aanvallers aansluiten, onafhankelijk ervan, op wie meer verantwoordelijkheid voor de schending der neutraliteit valt en in welk kamp er meer “democratie” is. Zo heeft in de laatste oorlog België, bondgenoot van het tsarisme, het kamp der Entente volstrekt niet verlaten, toen deze het in het verloop van de oorlog gepast vond de neutraliteit van Griekenland aan te tasten.

Slechts een volkomen stomme kleinburger van een Zwitserse kleine stad (zoals bv. Robert Grimm) kan zich ernstig verbeelden, dat de wereldoorlog, waarin hij meegerukt werd, een middel is ter bescherming van de onafhankelijkheid van Zwitserland. De oorlog zal van de Zwitserse neutraliteit geen spoor overlaten, zoals de vorige oorlog de neutraliteit van België wegvaagde. Of Zwitserland zich na de oorlog als staatsgeheel kan staande houden, zij het ook onder het inboeten van zijn zelfstandigheid, óf dat het tussen Duitsland, Frankrijk en Italië opgedeeld zal worden, dat hangt af van een reeks van Europese en wereldfactoren, waaronder de “nationale verdediging” der Zwitsers een verdwijnend plaatsje inneemt.

Wij zien dus, ook voor het neutrale, democratische Zwitserland, dat geen koloniën heeft, waar de gedachte der nationale verdediging voor ons staat in haar zuiverste vorm, maken de wetten, van het imperialistische tijdperk geen uitzondering. De eis van de bourgeoisie zich bij de politiek der nationale verdediging aan te sluiten, moet het Zwitserse proletariaat beantwoorden met de politiek der klasseverdediging, om dan tot de revolutionaire aanval over te gaan.

De Tweede Internationale en de oorlog

25. Het gebod der nationale verdediging gaat van het dogma uit, dat de nationale solidariteit boven de klassenstrijd zou staan. In waarheid heeft geen bezittende klasse ooit de verdediging van het vaderland als zodanig, d.w.z. onder alle voorwaarden erkend, doch achter deze formule slechts de verdediging van haar bevoorrechte positie in het vaderland verborgen. Ten val gebrachte heersende klassen werden steeds “defaitisten”, d.w.z. waren steeds bereid haar bevoorrechte positie met behulp van vreemde wapens weer te herstellen.

De onderdrukte klassen, onbewust van haar belangen en aan offers gewend, nemen de leus van de “nationale verdediging” voor goede munt, d.w.z. voor een onvoorwaardelijke, schijnbaar boven de klassen staande plicht. De voornaamste historische misdaad der Tweede Internationale bestaat daarin, dat zij met behulp der ideeën van het patriottisme de slavengebruiken van de traditie der onderdrukten voedt en versterkt, hun revolutionaire opstand neutraliseert en hun klassebewustzijn vervalst.

Als het Europese proletariaat de bourgeoisie bij het einde van de groten oorlog niet ten val gebracht heeft, als de mensheid krimpt van de crisispijnen, als een nieuwe oorlog dorp en stad in puinhopen dreigt te veranderen, dan draagt de Tweede Internationale de voornaamste schuld voor deze misdaden en verwoestingen.

26. De politiek van het sociaalpatriottisme heeft de massa’s ideologisch weerloos gemaakt tegenover het fascisme. Moet men gedurende de oorlog breken met de klassenstrijd in naam van de belangen der natie, dan moet men ook afstand doen van het “marxisme” in het tijdperk der grote economische crisis, die de natie niet minder bedreigt dan een oorlog. Rosa Luxemburg loste deze vraag reeds in april 1915 in de volgende woorden op: “Of de klassenstrijd is ook in de oorlog de oppermachtige bestaanswet van het proletariaat... of de klassenstrijd is ook in de vrede een misdaad tegen de ‘nationale belangen’ en de ‘veiligheid van het vaderland’ ... “. De gedachte der “nationale belangen” en der “veiligheid van het vaderland” veranderde het fascisme in hand- en voetboeien voor het proletariaat.

27. De Duitse sociaaldemocratie ondersteunde de buitenlandse politiek van Hitler zolang, tot hij haar wegjoeg. De definitieve vervanging der democratie door het fascisme toonde aan, dat de sociaaldemocratie slechts zolang patriottisch blijft, als het politieke regime haar winsten en voorrechten garandeert. In de emigratie geplaatst, slaan de vroegere Hohenzollernse patriotten plotseling om en zijn bereid een preventieve oorlog der Franse bourgeoisie tegen Hitler welkom te heten. De Tweede Internationale kostte het niet veel moeite Wels en Co te amnestieën, die reeds morgen, als de Duitse bourgeoisie hun de pink reikte, weer in vurige patriotten zouden veranderen.

28. De Franse, Belgische en andere socialisten beantwoordden de Duitse gebeurtenissen met een openlijk verbond met hun bourgeoisie met betrekking tot de “nationale verdediging”. Terwijl het officiële Frankrijk een “kleine”, “onbetekenende”, doch door buitengewone laaghartigheid gekenmerkte oorlog tegen Marokko voerde, weidden de Franse sociaaldemocratie en de reformistische vakverenigingen op haar congressen uit over de onmenselijkheid van de oorlogen in het algemeen, waarbij zij voornamelijk de revancheoorlog van de kant van Duitsland bedoelden. Partijen die de gruwelijkheden der koloniale roverij ondersteunen, waar het slechts gaat om nieuwe winsten, zullen met geblinddoekte ogen iedere nationale regering steunen in de groten oorlog, waar het gaan zal om het lot van het burgerlijke regiem.

29. De onverenigbaarheid der sociaaldemocratische politiek met de historische taken van het proletariaat is thans onvergelijkelijk duidelijker en scherper dan aan de vooravond van de imperialistische oorlog. De strijd tegen het patriottische bijgeloof der massa’s betekent vooral onverzoenlijke strijd tegen de Tweede Internationale als organisatie, als partij, als program, als vaan.

Het centrisme en de oorlog

30. De eerste imperialistische oorlog heeft de Tweede Internationale als revolutionaire partij volkomen geliquideerd en daardoor de noodzakelijkheid en mogelijkheid geschapen voor de vorming van de Derde Internationale. Doch de republikeinse “revolutie” in Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, de democratisering van het kiesrecht in een reeks van landen, de concessies van de kant der zeer geschrokken Europese bourgeoisie op het gebied der sociale wetgeving in de eerste jaren na de oorlog — dit alles bezorgde, tezamen met de verderfelijke politiek der epigonen van het leninisme, de Tweede Internationale een aanzienlijk uitstel, wel niet meer als revolutionaire, doch wel als conservatief-liberale arbeiderspartij der vreedzame hervormingen. Zeer snel echter — definitief met het uitbreken van de laatste wereldcrisis — bleken alle mogelijkheden op het terrein der hervormingen uitgeput te zijn. De bourgeoisie ging tot de aanval over. De sociaaldemocratie gaf verraderlijk de ene positie na de andere prijs. Alle variëteiten van het reformisme — van het parlements-, het vakverenigings-, het gemeente-, het coöperatieve “socialisme” — ondergingen in de laatste jaren een reeks van niet meer goed te maken bankroeten en catastrofen. Ten slotte treft de voorbereiding van de nieuwe oorlog door het imperialisme de Tweede Internationale met gebroken ruggengraat aan. In de sociaaldemocratische partijen vindt een intensief ruien plaats. Het consequente reformisme verandert van kleur, verstomt of scheidt zich af. In zijn plaats treden de verschillende schakeringen van het centrisme, nu eens in de vorm van talrijke fracties binnen de oude partijen, dan weer in de vorm van zelfstandige organisaties.

31. In de vraag van de vaderlandsverdediging grijpen de gemaskeerde reformisten en rechtse centristen (Léon Blum, Hendrik de Man, Robert Grimm, Martin Tranmael, Otto Bauer, enz.) naar steeds diplomatischer, verwarder, aan steeds meer voorwaarden gebonden formuleringen, die zowel berekend zijn op de bevrediging der bourgeoisie als op de misleiding der arbeiders. Zij stellen economische “plannen” of een reeks van sociale eisen op en beloven daarvoor, voor zover de nationale bourgeoisie hun program zal ondersteunen, het vaderland tegen het openlijke “fascisme” te beschermen. Het doel van het stellen van de kwestie op deze wijze is: de vraag van het klassenkarakter van de staat weg te wissen, het probleem van de machtsverovering te ontwijken en onder de dekmantel van een “socialistisch” plan de verdediging van het kapitalistische vaderland er door te smokkelen.

32. De linkse centristen, die zich van hun kant door een groot aantal kleurschakeringen kenmerken (SAP in Duitsland, OSP in Holland, ILP in Engeland, de groepen van Zyromski en Marceau Pivert in Frankrijk, enz. enz.) gaan met de mond tot de afwijzing van de vaderlandsverdediging. Doch zij trekken uit deze naakte afwijzing niet de noodzakelijke praktische consequenties. Hun internationalisme draagt voor de helft, zo niet voor negentiende een platonisch karakter. Zij vrezen zich van de rechtse centristen af te scheiden; in naam van de strijd tegen het “sektariërsdom” voeren zij een strijd tegen het marxisme, doen zij afstand van de strijd om de revolutionaire Internationale of blijven in de Tweede Internationale, aan wier spits de koninklijke lakei Vandervelde staat. Op zekere ogenblikken uitdrukking verlenend aan de opschuiving der massa’s naar links, remmen de centristen tenslotte de revolutionaire hergroepering in het proletariaat en bijgevolg ook de strijd tegen de oorlog.

33. Volgens zijn gehele wezen betekent het centrisme halfheid en zwenken. Intussen is het oorlogsprobleem het allerminst geschikt voor een politiek van zwenkingen. Voor de massa’s is het centrisme nog steeds een korte overgangsetappe. Het groeiende oorlogsgevaar zal een steeds scherpere differentiatie in de centristische groeperingen, die thans in de arbeidersbeweging heersen, bewerkstelligen. De proletarische voorhoede zal voor de strijd tegen de oorlog des te beter gewapend blijken te zijn, naarmate zij haar denken sneller en beter uit de netten van het centrisme bevrijdt. Het duidelijke en onverzoenlijke stellen van alle met de oorlog verbonden vragen is de noodzakelijke voorwaarde voor succes op deze weg.

De sovjetdiplomatie en de internationale revolutie

34. Na de machtsverovering betrekt het proletariaat zelf de positie van de “vaderlandsverdediging”. Doch achter deze formule steekt van dat tijdstip af een geheel nieuwe historische inhoud. De geïsoleerde arbeidersstaat is geen zelfgenoegzaam geheel, doch slechts een troepenverzamelplaats der wereldrevolutie. In de gedaante der USSR verdedigt het proletariaat geen nationale grenzen, doch de voorlopig in nationale grenzen geperste socialistische dictatuur. Slechts een helder begrip van het feit dat de proletarische revolutie in het nationale raam niet voltooid kan worden, dat zonder de overwinning van het proletariaat in de voornaamste landen alle successen van de socialistische opbouw in de USSR aan de ondergang gewijd zijn, dat er voor geen enkel land een andere redding is dan de internationale revolutie, dat de socialistische maatschappij slechts op grond van internationale samenwerking opgericht kan worden — slechts deze onwrikbare, in vlees en bloed overgegane overtuiging — kan aan de revolutionaire proletarische politiek gedurende de oorlog een betrouwbare grondslag geven.

35. De buitenlandse politiek van de Sovjets, die uitgaat van de theorie van het socialisme in één land, d.w.z. van het feitelijke negeren van de taken der internationale revolutie, is op twee gedachten gebouwd: de algemene ontwapening en de non-agressie. Dat de Sovjetregering op het gebied der diplomatieke garanties haar toevlucht tot een zuiver formeel stellen van de vragen van oorlog en vrede nemen moet, vloeit voort uit de kapitalistische omsingeling. Doch nimmer zou men deze methoden van aanpassing aan de vijand, die zich opdrongen door de zwakte der internationale revolutie en in aanzienlijke mate door de voorafgegane fouten der Sovjetmacht zelf rot een universeel systeem mogen uitbouwen. Intussen vormden de daden en redevoeringen der Sovjetdiplomatie, die reeds lang de grenzen der onvermijdelijke en toelaatbare praktische compromissen overschreden heeft, de heilige en onaantastbare grondslag der internationale politiek der Derde Internationale en werden de bron van de grofste pacifistische illusies en sociaalpatriottische dwalingen.

36. Ontwapening is geen middel tegen de oorlog, want, zoals ons de ervaring van Duitsland aantoont, is een episodische ontwapening alleen een etappe op de weg naar nieuwe bewapening. De mogelijkheid naar nieuwe en wel zeer snelle bewapening is in de huidige industrietechniek aanwezig. De “algemene” ontwapening zou, zelfs wanneer zij verwezenlijkt zou kunnen worden, slechts een versterking van het militaire overwicht der machtigste industrielanden betekenen. Een “ontwapening” voor 50 % is niet de weg naar volkomen ontwapening, doch naar meer volkomen bewapening voor 100 %. De ontwapening voorstellen als het “enig doeltreffende middel ter verhindering van de oorlog”, betekent de arbeiders misleiden in naam van een gemeenschappelijk front met de kleinburgerlijke pacifisten!

37. Men kan geen ogenblik de Sovjetstaat het recht betwisten in deze of gene verdragen met de imperialisten met de grootst mogelijke nauwkeurigheid het begrip van de aanval te definiëren. Doch te trachten deze aan voorwaarden gebonden, juridische formule tot de opperste regulator der internationale betrekkingen te maken, betekent het revolutionaire criterium met een conservatief te verwisselen en de internationale politiek van het proletariaat tot de bescherming der bestaande annexaties en machtsgrenzen terug te voeren.

38. Wij zijn geen pacifisten. Wij houden zowel de revolutionaire oorlog als de opstand voor een middel der proletarische politiek. Onze houding ten opzichte van de oorlog wordt niet bepaald door de rechtsformule van de “aanval”, doch daardoor, welke klasse de oorlog voert en met welk doel. Zowel bij botsingen tussen staten als in de strijd der klassen zijn “aanval” en “verdediging” vragen der praktische doeltreffendheid en geen wettige of zedelijke normen. Het lege criterium van de aanval is slechts een steun voor de sociaalpatriottische politiek der heren Léon Blum, Vandervelde, enz., die dankzij Versailles de mogelijkheid bezitten, de imperialistische buit te verdedigen onder de schijn van handhaving van de vrede.

39. Stalins beruchte formule: “Geen plekje vreemde bodem willen wij, geen duimbreed grond staan wij af”, is een conservatief program van het behoud van de status-quo, dat geheel en al in strijd is met het aanvalskarakter van de proletarische revolutie. De ideologie van het socialisme in één land voert onvermijdelijk tot het verdoezelen van de reactionaire rol van de nationale staat, tot verzoening met hem, tot zijn idealisering, tot verzwakking van de betekenis van het revolutionaire internationalisme.

40. De leiders van de Derde Internationale rechtvaardigen de politiek der Sovjetdiplomatie daarmee, dat de arbeidersstaat de tegenstellingen in het kamp der imperialisten moet uitbuiten. Dit op zichzelf onbetwistbare feit behoeft echter concretisering.

De buitenlandse politiek van iedere klasse is de voortzetting en verdere ontwikkeling van haar binnenlandse politiek. Moet het proletariaat aan de macht de tegenstellingen in het kamp van zijn buitenlandse vijanden opsporen en uitbuiten, dan moet het om de macht strijdende proletariaat de tegenstellingen in het kamp van zijn binnenlandse vijanden weten op te sporen en uit te buiten. De omstandigheid dat de Derde Internationale absoluut onbekwaam bleek de tegenstelling tussen reformistische democratie en fascisme te begrijpen en uit te buiten, heeft onmiddellijk tot de grootste nederlaag van het proletariaat gevoerd en het gevaar van een nieuwe oorlog dichtbij gebracht.

Het uitbuiten der tegenstellingen onder de imperialistische regeringen is aan de anderen kant niet anders te bewerkstelligen dan van het standpunt der internationale revolutie. De verdediging van de USSR is slechts denkbaar bij algehele onafhankelijkheid der internationale proletarische voorhoede van de politiek der Sovjetdiplomatie, bij volledige vrijheid om haar nationaal-conservatieve, tegen de belangen der internationale revolutie en daarmee ook tegen de belangen der Sovjet-Unie gerichte methoden, te ontmaskeren.

De USSR en de imperialistische groeperingen

41. De Sovjetregering verandert thans haar koers met betrekking tot de Volkerenbond. De Derde Internationale herhaalt als steeds slaafs de woorden en gebaren van de Sovjetdiplomatie. “Ultralinksen” van elke schakering gebruiken deze wending om nog eens weer de USSR tot de burgerlijke staten te rekenen. De sociaaldemocratie verklaart de “verzoening” der USSR met de Volkerenbond al naar de nationale overwegingen, nu eens voor een bewijs voor het burgerlijk-nationale karakter der Moskouse politiek, dan weer daarentegen voor een rehabilitatie van de Volkerenbond en in het algemeen van de gehele ideologie van het pacifisme. Het marxistische standpunt heeft ook in de onderhavige kwestie niets gemeen met een van deze kleinburgerlijke beschouwingen.

Onze principiële houding ten opzichte van de Volkerenbond onderscheidt zich niet van die tot iedere afzonderlijke imperialistische staat, bij de Volkerenbond aangesloten of niet. Het laveren van de Sovjetstaat tussen de antagonistische groeperingen van het imperialisme vereist ook een manoeuvrepolitiek met betrekking tot de Volkerenbond. Zolang Japan en Duitsland tot de bond behoorden, dreigde deze een strijdperk van overeenkomst tussen de belangrijkste imperialistische rovers te worden ten koste van de USSR. Met het uittreden van Japan en Duitsland, de voornaamste en onmiddellijke vijanden van de Sovjet-Unie, veranderde de Volkerenbond deels in een blok van bondgenoten en vazallen van het Franse imperialisme, deels in een arena van de strijd tussen Frankrijk, Engeland en Italië. De een of de andere combinatie met de Volkerenbond kan voor de Sovjetstaat, die tussen hem even vijandelijke imperialistische kampen laveert, noodzakelijk blijken.

42. Terwijl zij zich zuiver realistisch rekenschap aflegt over de ontstane toestand, moet de proletarische voorhoede tevens de volgende overwegingen op de voorgrond plaatsen:
a. De noodzakelijkheid voor de USSR, meer dan zestien jaar na de Oktoberomwenteling, toenadering tot de Volkerenbond te zoeken en deze toenadering met de formules van het pacifisme te dekken is een gevolg van de buitengewone verzwakking van de internationale proletarische revolutie en daarmee van de internationale posities van de USSR.
b. De abstracte pacifistische formuleringen van de Sovjetdiplomatie en haar complimenten aan de Volkerenbond hebben niets gemeen met de politiek van de internationale proletarische partij, die generlei verantwoordelijkheid voor haar op zich neemt, eerder haar leegheid en huichelarij aan de kaak stelt, om des te zekerder het proletariaat te mobiliseren op grond van een duidelijk begrip der reële krachten en van de reële antagonismen.

43. Bij de thans ontstane toestand kan men in geval van oorlog een verbond van de USSR met een imperialistische staat of met de ene imperialistische groepering tegen de andere absoluut niet voor uitgesloten houden. Door de druk van dergelijke omstandigheden kan een tijdelijk bondgenootschap een ijzeren noodzakelijkheid worden, zonder daarom evenwel op te houden een zeer groot gevaar te zijn zowel voor de USSR zelf als voor de wereldrevolutie.

Het internationale proletariaat zal geen afstand doen van de verdediging van de USSR, ook zelfs niet in geval deze zich gedwongen zou zien tot een militair bondgenootschap met de ene imperialist tegen de anderen. Doch in dit geval nog meer dan in ieder ander zal het internationale proletariaat zich volledige politieke onafhankelijkheid van de sovjetdiplomatie en bijgevolg van de bureaucratie der Derde Internationale verzekeren.

44. Ten allen tijde besliste en onvoorwaardelijke verdediger van de arbeidersstaat in de strijd tegen het imperialisme, wordt het internationale proletariaat echter geen bondgenoot van de imperialistische geallieerden der USSR Het proletariaat van het in bondgenootschap met de USSR staande kapitalistische land handhaaft ten volle zijn onverzoenlijke vijandschap tegenover de imperialistische regering van het eigen land. In dit opzicht zal er geen verschil zijn met de politiek van het proletariaat van het land dat de USSR bestrijdt. Doch in het karakter der praktische acties kunnen zich belangrijke verschillen voordoen, welke te voorschijn worden geroepen door de concrete oorlogstoestand. Absurd en misdadig zou het bijvoorbeeld zijn, als in geval van oorlog tussen de USSR en Japan het Amerikaanse proletariaat het verzenden van Amerikaanse wapens voor de USSR saboteerde. Daarentegen zouden acties als stakingen, sabotage, enz. onvoorwaardelijke plicht zijn voor het proletariaat van het tegen de USSR oorlog voerende land.

45. De onverzoenlijke proletarische oppositie tegen de imperialistische bondgenoten der USSR moest zich aan de ene kant ontplooien op de bodem der binnenlandse klassenpolitiek aan de andere kant op de bodem der imperialistische doeleinden der betreffende regering, van het ontrouwe karakter van haar “verbond”, van haar speculatie op de burgerlijke omwenteling in de USSR, enz. De politiek der proletarische partij in het bondgenootschappelijke als in het vijandige imperialistische land moet dus gericht zijn op de revolutionaire val der bourgeoisie en de verovering der macht. Slechts op deze wijze kan men een werkelijk verbond met de USSR scheppen en de eerste arbeidersstaat voor de ineenstorting redden.

46. In de USSR zal de oorlog tegen de imperialistische interventie zonder twijfel een uitbarsting van echte strijdgeest te voorschijn roepen. Alle tegenstellingen zullen overwonnen schijnen of ten minste weggeschoven zijn. De uit de revolutie voortgekomen jonge generaties van arbeiders en boeren zullen op het slagveld een machtige dynamische kracht aan de dag leggen. De gecentraliseerde industrie zal trots al haar leemten en gebreken in de oorlogslevering grote voordelen blijken te bezitten. De regering der USSR verschafte zonder twijfel aanzienlijke voedselvoorraden, die voor de eerste oorlogsperiode voldoende zullen zijn. In de generale staven van de imperialistische staten is men er zich natuurlijk van bewust, dat men in het Rode Leger een machtige tegenstander heeft, waarmee de strijd veel tijd en ontzettende krachtsinspanning zal eisen.

47. Doch juist de lange duur van de oorlog zal onvermijdelijk de tegenstellingen van de overgangseconomie der USSR met haar bureaucratische plannenmakerij blootleggen. De nieuwe reuzenbedrijven kunnen in vele gevallen dood kapitaal blijken te zijn. Onder de invloed van de dringende behoefte van de staat aan de aller noodzakelijkste voorwerpen zullen de individualistische tendensen van het boerenbedrijf een aanzienlijke versterking ondergaan en de middelpuntvliedende krachten in de kolchozen met iedere oorlogsmaand groeien. De heerschappij der ongecontroleerde bureaucratie zal in militaire dictatuur veranderen. Het ontbreken van een levende partij als de politieke controleur en regulateur zal tot buitengewone ophopingen verscherping der tegenstellingen voeren. In de oververhitte oorlogsatmosfeer mag men voorbereid zijn op plotselinge wendingen naar het individualistische principe in landbouw en kleinbedrijf, op het aannemen van buitenlands, bondgenootschappelijk kapitaal, bressen in het buitenlandse handelsmonopolie, verzwakking der staatscontrole over de trusts, verscherping der concurrentie onder de trusts, haar botsing met de arbeiders, enz. Op de politieke lijn kunnen deze processen de voltooiing van het bonapartisme betekenen met een of meer overeenkomstige omwentelingen van de eigendomsverhoudingen. Met andere woorden: in geval van een lang durende oorlog, bij passiviteit van het wereldproletariaat, zouden de innerlijke sociale tegenstellingen in de USSR niet tot een burgerlijk-bonapartistische contrarevolutie kunnen voeren, doch moeten voeren.

48. De daaruit af te leiden politieke consequenties zijn algemeen bekend:
a. De USSR als arbeidersstaat redden in geval van een lang durende, inspannende oorlog kan alleen de proletarische revolutie in het Westen;
b. de voorbereiding der proletarische revolutie in de “bevriende”, neutrale, zowel als in de vijandelijke landen is slechts denkbaar bij volkomen onafhankelijkheid der voorhoede van het wereldproletariaat van de sovjetbureaucratie;
c. de tot offers bereide ondersteuning van de USSR tegen de imperialistische legers moet hand in hand gaan met een revolutionaire marxistische kritiek op de militaire en diplomatieke politiek der Sovjetregering, en in de USSR met de vorming van een echt revolutionaire partij van bolsjewiek-leninisten.

De Derde Internationale en de oorlog

49. In de oorlogsvraag zonder principiële lijn, zwenkt de Derde Internationale tussen defaitisme en sociaalpatriottisme. In Duitsland maakte men van de strijd tegen het fascisme een kwakzalverachtige concurrentie op de bodem van het nationalisme. De leuze der “nationale bevrijding”, naast de leuze der “sociale bevrijding”, misvormt op de grofste wijze de revolutionaire perspectieven en sluit het defaitisme in ieder geval uit. In de kwestie van het Saargebied begon de communistische partij met slaafse kruiperij voor het nationaalsocialisme en slechts ten gevolge van innerlijke splijtingen gaf zij deze houding prijs.

Welke leuze zal de Duitse sectie der Derde Internationale in geval van oorlog opstellen: “Hitlers nederlaag het kleinere kwaad”? Doch als de leuze der nationale bevrijding onder de “fascisten” Müller en Brüning juist was, hoe zou zij dan buiten werking kunnen treden onder Hitler? Of deugen de nationale leuzen alleen voor vredestijden en niet voor de oorlog? Waarlijk, de epigonen van het leninisme hebben alles gedaan om zichzelf en de arbeiders zo grondig mogelijk in de war te brengen.

50. De revolutionaire onmacht van de Derde Internationale is het directe gevolg van haar verwoestende politiek. Na de Duitse catastrofe werd de politieke nietigheid der zogenaamde communistische partijen bewezen in alle landen waar zij op de proef gesteld werd. De Franse sectie, die volkomen onbekwaam bleek enige tienduizenden arbeiders tegen de koloniale roof in Afrika op de been te brengen, zal zonder twijfel nog meer bankroet blijken te zijn in de eerste minuut van het zogenaamde “nationale gevaar”.

51. De strijd tegen de oorlog, ondenkbaar zonder de revolutionaire mobilisatie van de brede arbeidersmassa’s van stad en land, eist tevens onmiddellijke invloed op leger en vloot aan de ene kant, op het transport aan de andere kant. Doch invloed op de soldaten is ondenkbaar zonder invloed op de arbeiders- en boerenjeugd. De invloed op het transportwezen maakt sterke posities in de vakverenigingen nodig. Intussen heeft de Derde Internationale met medewerking van de RVI alle posities in de vakbeweging verloren en zich de toegang tot de arbeidersjeugd afgesneden. Onder deze omstandigheden over strijd tegen de oorlog spreken, betekent zeepbellen blazen. Voor illusies mag geen plaats zijn: in geval van een imperialistische aanval op de USSR zal de Derde Internationale een grote nul blijken te zijn.

Het “revolutionaire” pacifisme en de oorlog

52. Het kleinburgerlijke “linkse” pacifisme als zelfstandige stroming gaat ervan uit dat men door bijzondere, speciale middelen buiten de socialistische revolutie de vrede zou kunnen verzekeren. De pacifisten gieten door artikelen en redevoeringen “afschuw voor de oorlog” in, ondersteunen de individuele oorlogsdienstweigering, prediken boycot en algemene staking (juister: de mythe van de algemene staking) tegen de oorlog. Vooral “revolutionaire” pacifisten hebben er zelfs niets op tegen te spreken over opstand tegen de oorlog. Doch allen met elkaar en ieder op zichzelf hebben zij geen notie van de onscheidbare verbinding van de opstand met de klassenstrijd en met de politiek der revolutionaire partij. De opstand is voor hen niet een kwestie van lange en systematische voorbereiding, doch een literaire bedreiging aan het adres der heersende klasse.

Terwijl zij de natuurlijke liefde voor de vrede bij de volksmassa’s uitbuiten en haar niet de juiste uitweg tonen, worden de kleinburgerlijke pacifisten tenslotte onbewust een steun van het imperialisme. In geval van oorlog zullen de pacifistische “bondgenoten” in hun overwegende meerderheid in het kamp der bourgeoisie staan en het aanzien, dat de reclame van de Derde Internationale hun verleende, uitbuiten voor de patriottische desorganisering van de proletarische voorhoede.

53. Het door de Derde Internationale georganiseerde Amsterdamse congres tegen de oorlog evenals het Parijse congres tegen het fascisme zijn klassieke voorbeelden van de verwisseling van de revolutionaire klassenstrijd met een kleinburgerlijke politiek van vertoningen, effectvolle parades, Potemkimse dorpen. De dag na de rumoerige protesten tegen de oorlog stuiven in het algemeen de bonte, door een coulisseregie kunstmatig bijeengetrommelde, elementen in alle windrichtingen uiteen en blijken onbekwaam te zijn om ook maar de pink tegen de werkelijke oorlog te verroeren.

54. De vervanging van het proletarische eenheidsfront, d.w.z. van een strijdovereenkomst van arbeidersorganisaties, door een blok der communistische bureaucratie met kleinburgerlijke pacifisten, waar op ieder eerlijk warhoofd dozijnen baantjesjagers voorkomen, voert tot volkomen eclecticisme in de vragen der tactiek. De Barbusse-Münzenberg congressen rekenen het zich tot een bijzondere verdienste alle soorten van de “strijd” tegen de oorlog samen te vatten: humanitaire protesten, individuele oorlogsdienstweigering, beïnvloeding der “openbare mening”, algemene staking en zelfs opstand. Methoden, die in het leven onverzoenlijk tegenover elkaar staan en praktisch alleen in de strijd met elkaar te gebruiken zijn, worden voor bestanddelen van een harmonisch geheel uitgegeven. De Russische “sociaal-revolutionairen”, die in de strijd tegen het tsarisme een “synthetische tactiek” predikten: verbond met de liberalen, individuele terreur en massastrijd, waren het voorbeeld van een ernstige groepering daar in vergelijking met de geestelijke vaders van het Amsterdamse blok. De arbeiders moeten echter vast in hun geheugen prenten dat het bolsjewisme opgroeide in de strijd tegen de narodniki[1].

Het kleinburgerdom en de oorlog

55. De strijd tegen het oorlogsgevaar kan het makkelijkst de boeren en de onderste lagen van het kleinburgerdom nader tot de arbeiders brengen, voor wie de oorlog niet minder verderf brengt dan voor het proletariaat. Ook alleen op deze wijze kan men — algemeen gesproken — de oorlog door middel van de opstand voorkomen. Doch het is de boeren nog veel en veel minder gegeven dan de arbeiders zich op de revolutionaire weg mee te laten rukken met behulp van abstracties, klaargemaakte sjablonen en lege commando’s. De epigonen van het leninisme, die in 1923-1924 een omwenteling der Komintern doorvoerden onder de leuze: “Het gezicht naar het dorp”, bleken niet alleen volkomen onbekwaam om de boeren, doch ook om de landarbeiders naar de vaan van het communisme te voeren. De Krestintern (boeren internationale) stierf ongemerkt zonder grafrede. De al te blufferig verkondigde “verovering” der boerenmassa’s in de afzonderlijke landen bleek telkens een eendagsvlieg te zijn, zo niet eenvoudig een verzinsel. Juist op het gebied der boerenpolitiek kreeg het bankroet van de Derde Internationale een bijzonder aanschouwelijk karakter, ofschoon het in wezen slechts het onvermijdelijke gevolg was van de breuk tussen Komintern en proletariaat.

De boerenklasse zal de weg van de revolutionaire strijd tegen de oorlog slechts in dat geval betreden, als zij zich inderdaad van de bekwaamheid der arbeiders om deze strijd te voeren, overtuigd heeft. De sleutel tot de overwinning bevindt zich dus in de fabrieken en bedrijven. Het revolutionaire proletariaat moet een werkelijke kracht worden, vóór de boerenklasse en de kleine luiden uit de stad met het proletariaat in het gelid marcheren.

56. Het kleinburgerdom van stad en land is verschillend van samenstelling. Het proletariaat kan slechts de onderste lagen van dat kleinburgerdom op zijn hand brengen: de arme boeren, halfproletariërs, kleine beambten, straatventers, onderdrukte en verspreide mensengroepen, die krachtens al hun bestaansvoorwaarden de mogelijkheid missen een zelfstandige strijd te voeren. Boven deze brede laag van het kleinburgerdom steken zijn toppen uit, die naar de midden- en grootbourgeoisie neigen en waarvan zich de politieke baantjesjagers afzonderen, zowel die van het democratische en pacifistische als die van het fascistische type. Zolang deze heren in de oppositie zijn, grijpen zij naar de meest tomeloze demagogie als het zekerste middel om later in de ogen der grootbourgeoisie hogere prijs te bedingen.

De misdaad der Derde Internationale bestaat daarin, dat zij de strijd om de revolutionaire invloed op het werkelijke kleinburgerdom, d.w.z. op zijn plebejische massa’s, vervangt door het theatrale blok met haar huichelachtige, pacifistische leiders. In plaats van de laatsten in diskrediet te brengen, wapent zij zich met de autoriteit van de Oktoberrevolutie en laat de onderdrukte onderste lagen van het kleinburgerdom politiek het offer van haar trouweloze vooraanstaanden worden.

57. De revolutionaire weg naar de boerenklasse gaat over de arbeiders. Om het vertrouwen van het dorp te winnen, moeten de vooruitstrevende arbeiders zelf weer vertrouwen in de banier der proletarische revolutie krijgen. Dat is alleen te bereiken door juiste politiek in het algemeen en juiste antimilitaristische politiek in het bijzonder.

Het “defaitisme” in de imperialistische oorlog

58. In de gevallen, waar het gaat om de strijd van kapitalistische landen, wijst het proletariaat van ieder dezer landen het beslist van de hand om namens de militaire overwinning der bourgeoisie zijn eigen historische belangen op te offeren, die tenslotte met de belangen der natie en der mensheid samenvallen. Lenins formule: “De nederlaag van het kleinere kwaad” betekent niet, dat de nederlaag van het eigen land het kleinere kwaad zou zijn in vergelijking met de nederlaag van het vijandelijke land, doch dat de door de ontwikkeling der revolutionaire beweging veroorzaakte militaire nederlaag voor het proletariaat en het gehele volk onvergelijkelijk voordeliger is dan de door de “godsvrede” verzekerde militaire overwinning. Karl Liebknecht heeft de onovertroffen formule der proletarische politiek in de oorlog gegeven: “De voornaamste vijand van ieder volk staat in zijn eigen land”. De zegenrijke proletarische revolutie zal niet alleen de door de nederlaag veroorzaakte schade weer goed maken, doch ook een definitieve garantie tegen verdere oorlogen en nederlagen scheppen. Deze dialectische houding tot de oorlog is het belangrijkste bestanddeel der revolutionaire opvoeding en dus ook van de strijd tegen de oorlog.

59. De omzetting van de imperialistische oorlog in de burgeroorlog is de algemene strategische taak, waaraan de gehele arbeid der proletarische partij gedurende de oorlog ondergeschikt moet worden gemaakt.

De gevolgen van de Frans-Pruisische oorlog van 1870-71, zowel als van de imperialistische oorlog van 1914-18 (Parijse Commune, Februari- en Oktoberrevolutie in Rusland, revoluties in Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, opstanden in een reeks van oorlogvoerende landen) bewijzen onweerlegbaar dat de tegenwoordige oorlog tussen kapitalistische naties de klassenoorlog in iedere natie met zich meebrengt en dat de taak der revolutionaire partij daarin bestaat in deze oorlog de overwinning van het proletariaat voor te bereiden.

60. De ervaring der jaren 1914-18 bewijst verder dat de vredesleuze de strategische formule van het “defaitisme” in geen geval weerspreekt, integendeel, geweldige revolutionaire kracht tot ontplooiing brengt, vooral als de oorlog langer duurt. Een pacifistisch, d.w.z. een bedrieglijk, in slaap sussend, verlammend karakter draagt de leuze van de vrede slechts in dat geval, wanneer de democratische en andere politici ermee jongleren, wanneer de priesters schietgebedjes voor de spoedige beëindiging van de slachting ten hemel zenden, wanneer de “mensenvrienden”, waaronder ook de sociaalpatriotten, jammerend hun regeringen smeken zo spoedig mogelijk vrede te sluiten “op rechtvaardige grondslag”. Doch de vredesleuze heeft niets met pacifisme gemeen, zodra zij uit de arbeiderswijken en loopgraven aangeheven wordt, met de leuze van de verbroedering der soldaten der vijandelijke legers verbonden wordt en zij de onderdrukten tegen de onderdrukkers verenigt. De revolutionaire strijd om de vrede, die steeds massaler en koenere vormen aanneemt, is een der belangrijkste paden ter “omzetting van de imperialistische oorlog in de burgeroorlog”.

Oorlog, fascisme en de bewapening van het proletariaat

61. Oorlog vereist “godsvrede”. Die kan de bourgeoisie bij de huidige verhoudingen slechts bereiken door het fascisme. Daarom wordt het fascisme de belangrijkste politieke factor van de oorlog. Strijd tegen de oorlog eist strijd tegen het fascisme. Ieder revolutionair program van de strijd tegen de oorlog (“defaitisme”, “omzetting van de imperialistische oorlog in de burgeroorlog”, enz.) wordt een holle frase als de proletarische voorhoede niet in staat blijkt te zijn het fascisme met succes weerstand te bieden.

Van de burgerlijke staat de ontwapening der fascistenbenden te eisen, zoals de stalinisten doen, betekent de voetsporen van de Duitse sociaaldemocratie en van het austromarxisme te drukken. Juist Wels en Otto Bauer “eisten” van de Staat, dat hij de nazi’s zou ontwapenen en zo de vrede in het binnenland zou verzekeren. Een “democratische” regering kan weliswaar — als het voordelig voor haar is — afzonderlijke fascistische groepen ontwapenen, doch slechts om met des te grotere woede de arbeiders te ontwapenen of bij het bewapenen te hinderen. Morgen reeds zal de burgerlijke staat aan de gisteren “ontwapende” fascisten de gelegenheid geven, zich dubbel, te wapenen en hun wapens op het weerloze proletariaat neer te laten suizen. Zich tot de Staat, d.w.z. tot het kapitaal met de eis van ontwapening der fascisten te wenden, betekent de slechtste democratische illusies zaaien, de waakzaamheid van het proletariaat in slaap sussen, zijn wil demoraliseren.

62. De juiste revolutionaire politiek bestaat daarin, uitgaande van het feit der bewapening der fascistische benden, gewapende arbeidersafdelingen in het leven te roepen voor de zelfverdediging en onvermoeid de arbeiders tot zelfbewapening aan te sporen. Hier ligt het zwaartepunt van de gehele politieke toestand van vandaag de dag. De sociaaldemocraten, zelfs de linksen, d.w.z. diegenen, die bereid zijn de algemene frasen van de revolutie en de dictatuur van het proletariaat na te zeggen, ontwijken voorzichtig de vraag van de bewapening der arbeiders of verklaren deze taak eenvoudig voor “hersenschimmig”, “avontuurlijk”, “romantisch”, enz. Zij stellen in plaats van (!) de bewapening der arbeiders propaganda onder de soldaten voor, die zij niet in werkelijkheid voeren noch in staat zijn te voeren. De blote verwijzing naar de arbeid in het leger dient de opportunisten alleen daartoe de vraag van de bewapening der arbeiders te begraven.

63. De strijd om het leger is onbetwistbaar het belangrijkste bestanddeel van de strijd om de macht. Taaie en zelfopofferende arbeid onder de soldaten is een revolutionaire plicht van iedere waarlijk proletarische partij. Deze arbeid is met van tevoren verzekerd succes alleen dan te verrichten onder voorwaarde van een juiste algemene politiek van de partij, zeer in het bijzonder onder de jeugd. Van geweldige betekenis voor het resultaat van de arbeid in het leger is in de landen met sterke landbevolking het agrarische program der partij en een systeem van overgangseisen in het algemeen, welke de eerste belangen der kleinburgerlijke massa’s beroeren en haar de reddende perspectieven wijzen.

64. Het zou echter kinderlijk zijn te geloven, dat men door enkel propaganda het gehele leger aan de zijde van het proletariaat zou kunnen trekken en daardoor de revolutie onnodig maken. Het leger is ongelijksoortig en zijn ongelijksoortige elementen worden door de ijzeren band der discipline bijeengehouden. De propaganda kan in het leger revolutionaire cellen vormen en naar de sympathie der meest vooruitstrevende arbeiders dingen. Meer kunnen propaganda en agitatie niet bewerken. Er op te rekenen, dat het leger uit eigen beweging de arbeidersorganisaties voor het fascisme zal beschermen of zelfs het overgaan van de macht in de handen van het proletariaat zal verzekeren, betekent de rauwe lessen van de historie tegen zoete illusies verwisselen. Het leger kan in de revolutieperiode slechts dan voor een beslissend deel aan de kant van het proletariaat gaan staan, als het proletariaat zelf met de daad zijn bereidheid en bekwaamheid tot de strijd om de macht tot aan de laatste druppelbloed aan het leger bewijst. Een dergelijke strijd stelt als noodzakelijke voorwaarde de bewapening van het proletariaat.

65. Het is de taak der bourgeoisie het proletariaat af te houden van het winnen van het leger. Deze taak volbrengt het fascisme niet zonder succes door middel van gewapende bonden. De onmiddellijke, eerste taak van de dag van het proletariaat is niet de machtsverovering, doch de verdediging van zijn organisaties tegen de fascistische benden, waarachter op zekere afstand de kapitalistische staat staat. Wie beweert dat de arbeiders niet in de gelegenheid zijn zich te wapenen, die spreekt daarmee uit: de arbeiders zijn weerloos tegenover het fascisme. Dan moet men niet over socialisme, proletarische revolutie, strijd tegen de oorlog spreken. Dan moet men het communistische program verscheuren en een kruis door het marxisme halen.

66. Een revolutionair kan zich niet afmaken van de taak der arbeidersbewapening, dat kan alleen een machteloze pacifist, morgen capitulant voor fascisme en oorlog. Op zichzelf is de kwestie der bewapening — zoals de geschiedenis bewijst — wel degelijk op te lossen. Als de arbeiders juist inzien, dat het om leven of dood gaat, zullen zij zich wel wapens verschaffen. Hun de politieke toestand te verklaren, zonder iets te verbergen of te verzachten, alle troostende leugens afschaffen, dat is de eerste plicht van een revolutionaire partij. Hoe kan men zich in feite anders tegen de doodsvijand verdedigen dan doordat men tegenover ieder fascistisch mes, twee messen en tegenover iedere fascistische revolver, twee revolvers stelt? Schaffen de fascisten zich geweren aan, dan moeten de arbeiders dezelfde wapens hebben. Een ander antwoord is er niet en kan er niet zijn.

67. Waar de wapens vandaan te halen? In de eerste plaats van de fascisten zelf. De ontwapening der fascisten is een schandelijke leuze, als zij tot de burgerlijke politie gericht wordt. De ontwapening der fascisten is een uitstekende leuze, zodra zij zich tot de revolutionaire arbeiders richt. Doch de fascistische arsenalen zijn niet de enige bron. Het proletariaat heeft honderden en duizenden kanalen voor zijn zelfbewapening. Men vergeten niet dat het toch de arbeiders en zij alleen zijn, die met eigen hand alle wapensoorten maken. Nodig is slechts dat de proletarische voorhoede duidelijk begrepen heeft dat zij de taak der zelfbewapening niet uit de weg mag gaan. Het is de plicht van de revolutionaire partij het initiatief te nemen voor de bewapening van de arbeidersstrijdafdelingen. Daartoe moet zij eerst zichzelf van alle vormen van scepticisme, van besluiteloosheid en van het pacifistische geleuter in de kwestie der arbeidersbewapening los maken.

68. De leuze der arbeidersmilitie of zelfverdedigingsreserves heeft in zoverre revolutionaire betekenis als het om een bewapende militie gaat; anders vervalt zij tot theatervoorstellingen, parades, wordt derhalve zelfbedrog. Natuurlijk zal de bewapening in de eerste tijd zeer primitief zijn. De eerste verdedigingsreserves der arbeiders zullen noch over houwitsers, noch over tanks, noch over vliegtuigen beschikken. Toch hebben op 6 februari in Parijs, het centrum van een machtige militaire staat, met revolvers en met op stokken bevestigde scheermessen toegeruste benden het parlement bijna bestormd en de val der regering bewerkt. Dergelijke benden kunnen morgen de redacties der proletarische kranten of de vakverenigingsgebouwen verwoesten. De sterkte van het proletariaat ligt in zijn aantal. In de handen der massa kan zelfs het primitiefste wapen wonderen verrichten. Bij gunstige omstandigheden kan het de weg tot meer volkomen bewapening banen.

69. De leuze van het eenheidsfront ontaardt tot een centristische frase, indien zij bij de huidige verhoudingen niet aangevuld wordt met de propaganda en de praktische toepassing van zeer bepaalde methoden van de strijd tegen het fascisme. Het eenheidsfront is in de eerste plaats nodig voor de vorming van plaatselijke verdedigingscomités. De verdedigingscomités zijn noodzakelijk voor de opbouw en de aaneensluiting der reserves der arbeidersmilitie. Deze reserves moeten reeds bij hun eerste schrede wapens zoeken en vinden. De verdedigingsreserves zijn slechts een etappe op de weg naar de bewapening van het proletariaat. Andere wegen kent de revolutie absoluut niet.

De revolutionaire politiek tegen de oorlog

70. Eerste voorwaarde voor succes is de opvoeding van de partijkaders tot het juiste begrip van alle voorwaarden van de imperialistische oorlog en alle hem begeleidende processen. Wee de partij die in deze brandende vraag zich tot algemene frasen en abstracte leuzen beperkt! De bloedige gebeurtenissen zullen zich boven haar hoofd ontladen en haar vermorzelen.

Noodzakelijk is de vorming van speciale groepen ter bestudering der politieke ervaring van de oorlog van 1914-18 (ideologische voorbereiding van de oorlog door het imperialisme, het onjuist inlichten der openbare mening door de staven door middel van de patriottische pers, de rol der antithese: verdediging en aanval, groeperingen in het proletarische kamp, isolering der marxistische elementen, enz. enz.).

71. Voor de revolutionaire partij bijzonder kritiek is het ogenblik van het uitbreken van de oorlog. De burgerlijke en sociaalpatriottische pers zal tezamen met radio en bioscoop stromen van chauvinistisch gif over de werkenden uitstorten. De meest revolutionaire en de meest gestaalde partij zal in een dergelijk ogenblik niet volkomen kunnen standhouden. De huidige door en door vervalste geschiedenis der bolsjewistische partij dient niet om de vooruitstrevende arbeiders realistisch op de beproeving voor te bereiden doch om hen met een verzonnen ideaalschema in slaap te sussen.

Ofschoon het tsaristische Rusland noch voor een democratie, noch voor cultuurdrager, noch tenslotte voor de zich verdedigende zijde kon worden aangezien, liet de bolsjewistische Doemafractie tezamen met de mensjewistische bij het begin van de oorlog een sociaalpatriottische verklaring van stapel, verdund met rose pacifistisch internationalisme. De bolsjewistische fractie nam spoedig een revolutionaire houding aan, doch in het rechtsgeding tegen de fractie scheidden buiten Moeralov alle aangeklaagde afgevaardigden met inbegrip van hun theoretische aanvoerder Kamenev zich van de defaitistische theorie van Lenin categorisch af. De illegale arbeid van de partij was in de eerste tijd bijna gestorven. Eerst langzamerhand verschenen revolutionaire oproepen, welke de arbeiders, zonder defaitistische leuzen op te stellen, onder de vaan van het internationalisme riepen.

De beide eerste oorlogsjaren ondergroeven in de ernstigste mate het patriottisme van de massa’s en stoten de partij naar links. Doch de Februarirevolutie, die Rusland in een democratie veranderde, bracht een nieuwe machtige golf van “revolutionair” patriottisme voort. In hun overwegende meerderheid hielden ook ditmaal de leiders der bolsjewistische partij geen stand. Stalin en Kamenev gaven in maart 1927 aan het centraal orgaan der partij een sociaalpatriottische richting. Op grond hiervan voltrok zich in het gehele land een toenadering en in de meeste steden zelfs een samensmelting der bolsjewistische en mensjewistische organisaties. Het protest der standvastigste revolutionairen, voornamelijk van de vooruitstrevende secties van Petrograd, de aankomst van Lenin in Rusland en zijn onverzoenlijke strijd tegen het sociaalpatriottisme waren nodig om de partij haar internationalistisch front te doen herstellen. Zo was het met de beste, de meest revolutionaire en de meest gestaalde partij gesteld!

72. De studie van de historische ervaring van het bolsjewisme is van een onschatbare opvoedende betekenis voor de vooruitstrevende arbeiders: zij toont hun al het geweld van de druk der burgerlijke openbare mening, die zij hebben te overwinnen en leert hun gelijktijdig niet de moed te verliezen, niet de wapens te strijken trots volkomen isolering bij het begin van de oorlog.

Niet minder zorgvuldig moet de strijd der politieke groeperingen in het proletariaat der andere landen bestudeerd worden, zowel van de oorlogvoerende als van de neutrale. Bijzonder belangrijk is de ervaring van de strijd van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht in Duitsland, waar de gebeurtenissen een andere wending namen dan in Rusland, tenslotte echter tot dezelfde conclusie voeren: men moet leren tegen de stroom op te zwemmen.

73. Het is noodzakelijk de thans aan de gang zijnde patriottische voorbereiding van het kanonnenvoer nauwkeurig te volgen; de diplomatieke spiegelgevechten, die ten doel hebben de verantwoordelijkheid op de tegenstander te schuiven; de trouweloze formules der ondubbelzinnige en der heimelijke sociaalpatriotten, die zich een brug bouwen van het pacifisme naar het militarisme; de holle leuzen van de “communistische” leiders, die reeds op de eerste dag van de oorlog niet minder onbezonnen zullen zijn dan de Duitse “leiders” in de nacht van de Rijksdagbrand.

74. Het is noodzakelijk nauwkeurig de voornaamste passages uit de artikelen en redevoeringen der regering en der oppositie te verzamelen en aan de ervaring van de vorige oorlog te toetsen; van te voren te beraadslagen welke richting het volksbedrog verder zal inslaan; vervolgens de verwachting te versterken door het getuigenis van de feiten; de proletarische voorhoede te leren, zich zelfstandig in de gebeurtenissen te oriënteren, om niet onverwachts overrompeld te worden.

75. De versterking der agitatie tegen imperialisme en militarisme moet niet van abstracte formules uitgaan, doch van de concrete, de massa’s rakende feiten. Het is noodzakelijk om niet alleen de publieke militaire huishouding te ontmaskeren doch ook alle gemaskeerde vormen van het militarisme: geen enkele oorlogsmanoeuvre, oorlogslevering, oorlogsbestelling, enz. mag zonder protest blijven.

Het is noodzakelijk door goed voorbereide arbeiders telkens weer de vraag van het oorlogsgevaar en van de strijd daartegen in zonder uitzondering alle organisaties van het proletariaat en in de arbeiderspers te laten opwerpen en van de leiders duidelijke en concrete antwoorden te eisen op de vraag: Wat moeten wij doen?

76. Om het vertrouwen der jeugd te winnen, moet men niet alleen aan de vergiftiging der geesten door de sociaaldemocratie en het stompzinnige bureaucratisme der Derde Internationale de strijd op leven en dood verklaren, doch ook werkelijk een internationale organisatie vormen, die inderdaad op het kritische denken en het zelfstandige revolutionaire handelen der nieuwe generatie steunt.

Het is noodzakelijk de arbeidersjeugd op te wekken tegen alle werkzaamheden en vormen van haar militarisering door de burgerlijke staat. Gelijktijdig daarmee moet men haar mobiliseren en militariseren in het belang der revolutie (verdedigingscomités tegen fascisme, rode strijdreserves, arbeidersmilitie, strijd om de bewapening van het proletariaat).

77. Om revolutionaire posities in de vakverenigingen en andere arbeidersmassaorganisaties te veroveren, moet men onverbiddelijk het bureaucratische ultimatisme opruimen, de arbeiders nemen waar zij zijn en hoe zij zijn, hen voorwaarts voeren van de taken van elke dag naar de algemene taken, van de verdediging naar de aanval, van de patriottische vooroordelen naar de val van de burgerlijke staat.

Daar de leiders van de vakbewegingsbureaucratie in de meeste landen in wezen een onofficieel bestanddeel der kapitalistische politie vormen, moeten de revolutionairen het verstaan hen onverzoenlijk te bestrijden, terwijl zij de legale activiteit met de illegale, moed met conspiratieve voorzichtigheid verbinden.

Slechts door deze gecombineerde methoden kan men werkelijk de arbeidersklasse, te beginnen met haar jeugd om de revolutionaire vaan verenigen, kan men zich de weg in de kapitalistische kazernes banen en alle onderdrukten wakker schudden.

78. De strijd tegen de oorlog kan slechts dan een waarlijk breed, massaal, populair karakter krijgen als de arbeidster, de boerin, de werkende vrouw er aan deelneemt. De burgerlijke degeneratie der sociaaldemocratie evenals de bureaucratische ontaarding der Derde Internationale trof het zwaarst de meest onderdrukte en meest rechteloze lagen van het proletariaat, d.w.z. in de eerste plaats de werkende vrouwen. Haar opwekken, haar vertrouwen veroveren, haar de juiste weg wijzen, betekent tegen het militarisme de revolutionaire hartstochten der meest onderdrukte delen der mensheid mobiliseren.

De antioorlog arbeid onder de vrouwen moet vooral de vervanging der opgeroepen mannen door revolutionaire arbeidsters verzekeren, op wie in geval van oorlog onvermijdelijk een aanzienlijk deel van de partij- en vakbondsarbeid moet overgaan.

79. Als het niet in de macht van het proletariaat zal liggen om de oorlog door het middel van de revolutie te verhinderen — dit is echter het enige middel om de oorlog te verhinderen — dan zijn de arbeiders, tezamen met het gehele volk, gedwongen, aan leger en oorlog deel te nemen. De individualistische en anarchistische leuzen der oorlogsdienstweigering, van de passieve tegenstand, der desertie, der sabotage zijn in strijd met alle methoden der proletarische revolutie. Doch zoals in de fabriek de vooruitstrevende arbeider zich als slaaf van het kapitaal voelt, die zijn bevrijding voorbereidt, zo weet hij zich, ook in het kapitalistische leger slaaf van het imperialisme. Gedwongen thans kracht en zelfs leven te geven, laat hij zich zijn revolutionair bewustzijn niet ontnemen. Hij blijft een strijder, leert met de wapens omgaan, verklaart ook in de loopgraven de klassebetekenis van de oorlog, verzamelt de ontevredenen, sluit hen tot cellen aaneen, is een verspreider der ideeën en leuzen van de partij, volgt nauwlettend de veranderingen in de stemming der massa, het luwen der patriottische golf, de groei van het verzet om op het kritieke ogenblik de soldaten op te roepen ter ondersteuning van de arbeiders.

De Vierde Internationale en de oorlog

80. Voorwaarde voor de strijd tegen de oorlog is een revolutionair strijdwapen, d.w.z. de partij. Zij is er thans noch in nationale, noch in internationale maatstaf. De revolutionaire partij is te scheppen, doordat men op de gehele ervaring van het verleden steunt, waaronder ook de ervaringen der Tweede en Derde Internationale. Het afwijzen van de onmiddellijke en openlijke strijd om de nieuwe Internationale betekent het bewust of onbewust steunen der twee bestaande Internationalen, waarvan de een actief de oorlog ondersteunen zal, de andere echter de proletarische voorhoede slechts ontbinden en verzwakken kan.

81. In de rijen der zogenaamde communistische partijen staan echter niet weinig eerlijke revolutionaire arbeiders. De taaiheid waarmede zij aan de Derde Internationale vasthouden, wordt in vele gevallen door revolutionaire verknochtheid verklaard, die niet de juiste weg vond. Hen om de vaan van de nieuwe Internationale scharen kan men echter niet door concessies, aanpassing aan de hun opgedrongen vooroordelen, doch omgekeerd door de verwoestende internationale rol van het stalinisme (bureaucratisch centrisme) consequent aan de kaak te stellen. Bijzonder scherp en onverzoenlijk moet men daarbij thans de oorlogsvragen stellen.

82. Het is noodzakelijk tezelfdertijd nauwlettend de strijd in het reformistische kamp te volgen en bijtijds de zich naar de revolutie toe ontwikkelende links-socialistische groeperingen in de strijd tegen de oorlog te betrekken. Het belangrijkste kenmerk voor de bepaling der tendensen der betreffende organisatie is haar praktische, daadwerkelijke houding ten opzichte van de nationale verdediging en de koloniën, vooral in die gevallen, waar de bourgeoisie van het betreffende land over koloniale slaven heerst. Slechts de volkomen en werkelijke breuk met de officiële openbare mening in de brandendste kwestie van de “vaderlandsverdediging” is van hetzelfde belang als de overgang, of tenminste het begin van de overgang van de burgerlijke oriëntatie naar de proletarische. De toenadering van dergelijke linkse organisaties moet vergezeld gaan van vriendschappelijke kritiek op iedere halfheid in haar politiek en gemeenschappelijke behandeling van alle theoretische en praktische problemen van de oorlog.

83. In het kamp der arbeidersbeweging zwerven niet weinig politici, die wel in woorden de ineenstorting der Tweede en Derde Internationale erkennen, doch tevens vinden dat het “thans niet de tijd is” tot de opbouw der nieuwe Internationale over te gaan. Een dergelijke houding is niet het kenmerk van een revolutionaire marxist, doch van een verworden stalinist of ontgoochelde reformist. De revolutionaire strijd duldt geen onderbreking. De omstandigheden mogen hem thans ongunstig zijn, doch een revolutionair, die niet in staat is tegen de stroom op te zwemmen, is geen revolutionair. Te zeggen dat de opbouw van de nieuwe Internationale “ontijdig” is, staat gelijk met de klassenstrijd en in het bijzonder de strijd tegen de oorlog voor ontijdig te verklaren. De proletarische politiek kan niet nalaten zich in het huidige tijdperk internationale taken te stellen. De internationale taken kunnen niet nalaten de aaneensluiting van internationale kaders te eisen. Deze arbeid kan men geen dag verschuiven zonder voor het imperialisme te capituleren.

84. Wanneer nu precies de oorlog zal uitbreken en in welk stadium hij de opbouw der nieuwe partijen en der Vierde Internationale zal aantreffen, dat kan natuurlijk niemand voorspellen. Men moet alles doen, opdat de voorbereiding der proletarische revolutie sneller gaat dan de voorbereiding van de nieuwe oorlog. Het is echter mogelijk dat het militarisme ook ditmaal de revolutie overvleugelt. Doch ook een dergelijk verloop, dat grote offers en verwoestingen met zich meebrengt, ontheft ons in geen geval van de verplichting onverwijld de nieuwe Internationale op te bouwen. De omzetting van de imperialistische oorlog in de proletarische revolutie zal des te sneller gaan, hoe verder onze voorbereidingsarbeid gevorderd zal zijn, hoe sterker de revolutionaire kaders reeds bij het begin van de oorlog zullen zijn, hoe planmatiger zij de arbeid in alle oorlogvoerende landen verrichten, hoe zekerder hun arbeid steunen zal op juiste strategische, tactische en organisatiebeginselen.

85. De imperialistische oorlog zal bij de eerste slag de oude ruggengraat der Tweede Internationale verbrijzelen en haar nationale secties in stukken slaan. Hij zal definitief de holheid en de onmacht der Derde Internationale openbaren. Doch ook alle op halfheid berustende centristische groeperingen zal hij niet sparen, die het probleem der Internationale ontwijken, zuiver nationale wortels zoeken, geen enkele vraag geheel oplossen, een perspectief missen en zich intussen alleen met de gisting en verwarring in de arbeidersklasse voeden.

Zelfs als bij het begin van de nieuwe oorlog de echte revolutionairen, weer in de kleine minderheid zullen zijn, kan men er toch geen minuut aan twijfelen, dat de massa’s ditmaal de straat der revolutie veel sneller, beslister en onverzoenlijker zullen inslaan dan gedurende de eerste imperialistische oorlog het geval was. De nieuwe opstandsgolf kan en moet zegenrijk worden in de gehele kapitalistische wereld.

Het is in ieder geval onbetwistbaar dat in ons tijdperk in de nationale bodem alleen die organisatie sterke wortels kan schieten, die steunt op internationale beginselen en in de structuur van een wereldpartij van het proletariaat ingelijfd is. Strijd tegen de oorlog betekent thans strijd om de Vierde Internationale!

_______________
[1] De beweging van de narodniki, vertegenwoordigd door de stroming en het blad Narodnajawolja (volkswil) ging aan de klassebeweging van het Russische proletariaat vooraf.