Leon Trotski

“Ik zet mijn leven op het spel”



Geschreven: 1937
Bron: Marxisme.net, artikelen in De Nieuwe weg.
Vertaling, transcriptie, taal en spelling: Marxisme.net
HTML: Adrien Verlee voor het Marxists Internet Archive, januari 2006


In een opmerkelijke toespraak van Leon Trotski uit 1937 wordt weerwerk geboden tegen de beschuldigingen van de stalinistische Moskouse processen van eind jaren 1930. Bij die processen werd de oude bolsjewistische garde volledig uitgemoord en vervolgd door de stalinistische bureaucratie. Ook Trotski werd van allerhande sabotagedaden en verraad beschuldigd in die processen. In een toespraak die Trotski telefonisch vanuit Mexico hield voor een publiek in New York, biedt hij een bijzonder scherpe repliek. Daarin worden de stalinistische vervalsingen op ontluisterende wijze ontmaskerd. Trotski’s toespraak “Ik zet mijn leven op het spel”, verschijnt nu voor het eerst online.

Waarde luisteraars, kameraden en vrienden!

Mijn eerste woord is een verontschuldiging voor mijn slecht Engels spreken. Mijn tweede woord is er een van dank aan het Comité dat het mij mogelijk heeft gemaakt uw vergadering toe te spreken. Het onderwerp van mijn toespraak is het Moskouse proces. Ik denk er geen ogenblik aan buiten de grenzen van dit onderwerp te gaan, dat op zichzelf al te uitgebreid is. Ik wil geen beroep doen op de harstochten, noch op uw zenuwen, maar op uw verstand. Ik twijfel er niet aan dat het verstand gevonden zal worden aan de kant van de waarheid.

Het Zinovjev-Kamenev proces heeft in de publieke opinie schrik, opwinding, verontwaardiging, wantrouwen of tenminste ontsteltenis gaande gemaakt. Het proces van Pjatakov-Radek heeft deze gevoelens nog meer versterkt. Dit is het onbetwistbare feit. Twijfel aan gerechtigheid betekent in dit geval vermoeden van een maakwerk. Kan men een vernederender vermoeden vinden jegens een regering die onder de vlag van het socialisme verschijnt? Waar ligt het belang van de Sovjetregering zelf? In het wegnemen van deze vermoedens? Wat is de plicht van de ware vrienden van de Sovjet-Unie? Om vastberaden tot de Sovjetregering te zeggen: het is noodzakelijk om het koste wat het wil, het wantrouwen van de Westerse wereld jegens de sovjetrechtspraak weg te nemen?

Op deze eis te antwoorden met “Wij hebben onze rechtspraak en de rest gaat ons niet aan”, betekent zich bezig te houden niet met de socialistische opklaring van de massa’s, maar met de politiek van het opgeblazen prestige in de stijl van Hitler of Mussolini.

Zelfs de “Vrienden van de USSR” die in hun eigen hart overtuigd zijn van de rechtvaardigheid van de Moskouse processen (en hoeveel zijn het er? Hoe jammer dat men geen telling van de gewetens kan houden!) , zelfs deze onwrikbare vrienden van de bureaucratie zijn verplicht om met ons de instelling van een gevolmachtigde commissie van onderzoek te eisen. De Moskouse autoriteiten moeten aan zulk een commissie alle noodzakelijke bewijzen voorleggen. Daar is stellig geen gebrek aan, want op grond daarvan zijn 49 personen doodgeschoten in de Kirov-processen, zonder de 150 mee te rekenen die zonder proces werden terechtgesteld.

Laten wij er aan herinneren, dat bij wijze van waarborg voor de rechtvaardigheid van de Moskouse vonnissen voor de publieke opinie in de wereld twee advocaten zich aanmelden: Pritt van Londen en Rosenmark van Parijs, om nog maar te zwijgen van de Amerikaanse journalist Duranty. Maar wie waarborgt deze waarborgen? De twee advocaten Pritt en Rosenmark erkenden dankbaar dat de Sovjetregering alle noodzakelijke verklaringen tot hun beschikking stelde. Laten we hieraan toevoegen dat de “Rijksadvocaat” Pritt op een gelukkige datum uitgenodigd was naar Moskou te komen, immers de datum van het proces werd zorgvuldig tot op het laatste ogenblik voor de gehele wereld geheim gehouden. De Sovjetregering meende dus niet aan de waardigheid van haar rechtspraak tekort te doen, door achter de schermen haar toevlucht te nemen tot buitenlandse advocaten en journalisten. Maar toen de Socialistische en Vakverenigingsinternationales gelegenheid vroegen om haar advocaten naar Moskou te zenden, werden zij behandeld - niet meer of minder - dan als verdedigers van moordenaars en van de Gestapo! Gij weet natuurlijk dat ik geen lid ben van de Tweede Internationale of van het Internationale Vakverbond. Maar is het niet duidelijk dat hun moreel gezag verre staat boven het gezag van advocaten met een buigzame ruggengraat? Hebben wij geen recht te zeggen: de Moskouse regering vergeet haar “prestige” voor autoriteiten en deskundigen, van wier goedkeuring zij van te voren verzekerd kan zijn: zij wil graag van de “Rijksadvocaat” Pritt een raadsman van de GPOe maken. Maar aan de andere kant wijst zij ruw elk onderzoek af dat waarborgen van objectiviteit en onpartijdigheid zou meebrengen. Dit is het onbetwistbare en ontzettende feit! Misschien is deze gevolgtrekking onjuist? Niets gemakkelijker dan haar te weerleggen: laat de Moskouse regering aan een internationale commissie van onderzoek ernstige, juiste en concrete verklaringen voorleggen inzake al de duistere punten van de Kirovprocessen. En anders dan duistere punten is er - helaas - niets. Daarom neemt Moskou juist zijn toevlucht tot alle soorten van maatregelen om mij, de voornaamste beschuldigde, te dwingen tot zwijgen

Onder verschrikkelijke economische druk van Moskou zette de Noorse regering mij achter slot en grendel. Wat een geluk dat de grootmoedige gastvrijheid van Mexico mij en mijn vrouw toestond het nieuwe proces mee te maken, niet in gevangenschap, maar in vrijheid! Maar alle middelen om mij nogmaals het zwijgen op te leggen zijn weer beproefd. Waarom vreest Moskou zo de stem van één enkele mens? Alleen omdat ik de waarheid ken, de volle waarheid. Alleen omdat ik niets te verbergen heb. Alleen omdat ik bereid ben te verschijnen voor een openbare en onpartijdige commissie van onderzoek met documenten, feiten en getuigenissen in mijn hand en de waarheid bloot te leggen tot het einde. Ik verklaar: indien deze commissie besluit, dat ik schuldig ben in de geringste graad aan de misdaden die Stalin mij toeschrijft, verbind ik mij van te voren plechtig mijzelf vrijwillig te stellen in de handen van de beulen van de GPOe. Dat is, hoop ik, duidelijk. Hebben jullie het alleen gehoord? Ik verklaar dit voor de gehele wereld. Ik verzoek aan de pers mijn woorden te publiceren tot in de verste uithoeken van onze planeet. Maar als de commissie vaststelt dat de Moskouse processen bewust en vooraf beraamd in elkaar gezet zijn, gebouwd met de beenderen en zenuwen van menselijke wezens, dan zal ik mijn beschuldigers niet vragen zichzelf vrijwillig te plaatsen voor een vuurpeloton. Neen, de eeuwige schande in de herinnering van menselijke generaties zal voldoende voor hen zijn! Horen de beschuldigers van het Kremlin mij? Ik werp hun mijn uitdaging in het gezicht. En ik wacht hun antwoord af!

* * *

Door deze verklaring beantwoord ik in het voorbijgaan de vele bezwaren van oppervlakkige twijfelaars: “Waarom moeten wij Trotski geloven en niet Stalin?” Het is belachelijk zich bezig te houden met psychologische gissingen. Het is geen zaak van persoonlijk vertrouwen Het is een zaak van verificatie! Ik stel een verificatie voor! Ik eis de verificatie!

Luisteraars en vrienden! Vandaag verwacht gij van mij noch een weerlegging van de “bewijzing” die in deze zaak niet bestaan, noch een omstandige analyse van de “bekentenissen”, deze onnatuurlijke, kunstmatige, onmenselijke monologen, die hun eigen weerlegging inhouden. Ik zou meer tijd nodig hebben dan de aanklager voor een concrete analyse van de processen, omdat het moeilijker is te ontwarren dan in de war te maken. Dat werk zal ik volbrengen in de pers en voor de komende commissie. Mijn taak voor vandaag is de fundamentele, oorspronkelijke boosaardigheid van de Moskouse processen te ontmaskeren, de drijfkrachten van het maakwerk, zijn ware politieke bedoelingen, de psychologie van zijn deelnemers en van zijn slachtoffers aan te tonen.

Het proces van Zinovjev-Kamenev was geconcentreerd op “terrorisme”. Het proces van Pjatakov-Radek plaatste niet langer de terreur in het middelpunt, maar de verbinding van de trotskisten met Duitsland en Japan tot oorlogsvoorbereiding, de verbrokkeling van de Sovjet-Unie, de sabotage in de industrie en de uitroeiing van arbeiders. Hoe deze schreeuwende tegenstrijdigheid te verklaren? Want na de terechtstelling van de 16 werd ons gezegd dat de verklaringen van Zinovjev, Kamenev en de andere vrijwillig, oprecht en in overeenstemming met de feiten waren. Bovendien vroegen Zinovjev en Kamenev de doodstraf voor zichzelf. Waarom spraken zij dan met geen enkel woord over de belangrijkste zaak: de verbinding van de trotskisten met Duitsland en Japan en het complot om de Sovjet-Unie te verbrokkelen? Zouden zij zulke “bijzonderheden” van de samenzwering hebben kunnen vergeten? Zouden zij zelf, de leiders van het zogenaamde centrum niet hebben geweten wat wel bekend was aan de beschuldigden in het laatste proces, mensen van een secundaire categorie? Het raadsel is gemakkelijk op te lossen: nieuwe verbindingen werden uitgedacht na de terechtstelling van de 16 in de loop van de laatste vijf maanden als antwoord op de ongunstige stemmen in de wereldpers.

Het zwakste punt in het vonnis van de 16 is de beschuldiging tegen oude bolsjewieken van een contact met de geheime politie van Hitler, de Gestapo. Noch Zinovjev, noch Kamenev, noch Smirnov, noch één van de andere beschuldigden met politieke namen bekende dit contact: zij onthielden zich van deze uiterste zelfvernedering! Dan volgt dat ik door duistere onbekende tussenpersonen als Oldberg, Berman, Fritz David en anderen in verbinding was getreden met de Gestapo voor een zo belangrijke zaak als het verkrijgen van een paspoort van Honduras voor Oldberg. De hele opzet was al te dwaas. Niemand wenste dat te geloven. Het gehele proces was in diskrediet gebracht. Het werd nodig de grote fout van de regisseurs ten koste van alles te verbeteren. Het was nodig het gat te dichten. Jagoda werd vervangen door Jesjov. Een nieuw proces werd op de agenda geplaatst. Stalin besloot de critici op deze wijze te antwoorden: “Gij gelooft niet dat Trotski in staat is contact te zoeken met de Gestapo ter wille van een Oldberg en een paspoort naar Honduras? Goed, ik zal u aantonen dat het doel van zijn verbinding met Hitler bestond uit het aanzetten tot oorlog en verdeling vanuit het buitenland.”

Maar voor deze tweede, grootser opzet, ontbraken Stalin de voornaamste acteurs: hij had hen terechtgesteld. In de hoofdrollen van de grote voorstelling kon hij slechts tweederangs acteurs plaatsen! Het is niet overbodig op te merken dat Stalin veel waarde hechtte aan Pjatakov en Radek als medewerkers. Maar hij had geen andere mensen met bekende namen die, al was het slechts uit hoofde van een ver verleden, voor trotskisten konden doorgaan. Daarom trof Pjatakov en Radek zo’n hard lot.

De lezing van mijn aanraking met het uitschot van de Gestapo door onbekende, willekeurige bemiddelaars werd losgelaten. De zaak werd plotseling gebracht op de hoogten van het wereldtoneel! Het is nu niet langer een zaak van een paspoort naar Honduras, maar van de verdeling van de Sovjet-Unie en zelfs de nederlaag van de Verenigde Staten van Amerika. Met behulp van een reusachtige lift stijgt in vijf maanden de samenzwering uit het vuile politieschuim tot de hoogten waar het lot der naties wordt beslist. Zinovjev, Kamenev, Smirnov, Mratskovski daalden ten grave, onbekend met deze grootse schema’s, verbindingen en perspectieven. Dat is het fundamentele bedrog van de laatste verbindingsconstructies.

Ten einde, zij het slechts lichtelijk, de duidelijke tegenspraak tussen de twee processen te verbergen, verklaarden Pjatakov en Radek op voorschrift van de GPOe dat zij een “parallel” centrum hadden gevormd met het oog op Trotski’s gebrek aan vertrouwen in Zinovjev en Kamenev. Het is moeilijk een dommer en bedrieglijker verklaring te bedenken! Ik had werkelijk geen vertrouwen in Zinovjev en Kamenev na hun capitulatie en ik had geen contact met hen sinds 1927. Maar ik had nog minder vertrouwen in Radek en Pjatakov! Reeds in 1929 leverde Radek de oppositioneel Blumkin aan de GPOe uit, deze werd in alle stilte doodgeschoten zonder proces. Het volgende schreef ik toen in het Bulletin van de Russische Oppositie dat in het buitenland verschijnt: “Na de laatste overblijfselen van moreel evenwicht te hebben verloren, staat Radek nergens meer voor.” Het is afschuwelijk gedwongen te zijn zo’n harde woorden aan te halen over de ongelukkige slachtoffers van Stalin. Maar het zou misdadig zijn de waarheid te verbergen uit gevoelsoverwegingen... Radek en Pjatakov zelf beschouwden Zinovjev en Kamenev met hooghartige meerderheid en in deze zelfwaardering waren zij niet abuis. Meer dan dat. Tijdens het proces van de 16 noemde de aanklager Smirnov als “de leider van de trotskisten in de Sovjet-Unie”. De beschuldigde Mratsjkovski verklaarde, als bewijs voor zijn nauwe verwantschap met mij, dat ik alleen te bereiken was door zijn tussenkomst en de aanklager stelde op zijn beurt dit feit nog eens vast. Hoe was het dan mogelijk dat niet alleen Zinovjev en Kamenev, maar Smirnov als “leider van de trotskisten” en ook Mratsjkovski niets wisten van de plannen, over welke ik Radek openlijk door mij als verrader gebrandmerkt, instructies had gegeven? Dit is de eerste leugen in het laatste proces. Hij komt in het volle daglicht vanzelf te voorschijn. Wij kennen zijn bron. Wij zien de draden achter de coulissen. Wij zien de ruwe hand die er aan trekt.

Radek en Pjatakov bekenden verschrikkelijke misdaden. Maar vanuit het gezichtspunt van de beschuldigden en niet van de beschuldigers, hadden hun misdaden geen zin. Met behulp van terreur, sabotage en contacten met de imperialisten zouden zij het kapitalisme in de Sovjet-Unie hebben willen herstellen. Waarom? Hun leven lang vochten zij tegen het kapitalisme. Misschien werden ze gedreven door persoonlijke motieven: machtswellust? Dorst naar de winst? Onder geen ander regime konden Ojatakov en Radek hopen hogere posities in te nemen, dan die ze voor hun gevangenschap innamen. Offerden zij zich misschien zo dom op uit vriendschap voor mij? Een dwaze veronderstelling! In hun daden, redevoeringen en artikels gedurende de laatste acht jaren toonden Radek en Pjatakov dat zij mijn bittere vijanden waren.

Terreur? Maar is het mogelijk dat de oppositionelen na al hun revolutionaire ondervinding in Rusland niet zouden hebben voorzien dat dit alleen zou dienen als voorwendsel voor de uitroeiing van de beste strijders? Neen, dat wisten ze, dat voorzagen ze, ze stelden het honderden malen vast. Neen, terreur hadden we niet nodig. Aan de andere kant was die volstrekt nodig voor de heersende kliek. Op 4 maart 1929, acht jaar geleden, schreef ik: “Eén ding slechts blijft Stalin over: te trachten een streep van bloed te trekken tussen de officiële partij en de oppositie. Hij moet de oppositie verbinden met pogingen tot moord, toebereidselen voor gewapende opstand, ...” Denk er aan: bonapartisme heeft in de geschiedenis nooit bestaan zonder politieel op touwzetten van samenzweringen.

De oppositie moest wel uit idioten zijn samengesteld om te denken dat een verbond met Hitler of Mikado, die beiden in de volgende oorlog tot nederlaag gedoemd zijn, dat zulk een dwaas, onbegrijpelijk, zinloos verbond aan revolutionaire marxisten iets anders zou kunnen brengen dan schade en verderf. Aan de andere kant was zo’n verbond - van de trotskisten en Hitler - zeer nodig voor Stalin. Voltaire zegt: “Indien God niet bestond, zou het noodzakelijk zijn hem uit te vinden.” De GPOe zegt: “Als het verbond niet bestaat, is het nodig het in elkaar te zetten.”

In het wezen van de Moskouse processen is een ongerijmdheid. Overeenkomstig de officiële lezing hadden de trotskisten het monsterachtige complot sinds 1931 georganiseerd. Maar allen spraken, als op commando, op de ene wijze, maar handelden op de andere. Hoewel honderden personen in het complot betrokken waren, in een periode van vijf jaren, werd er geen spoor van ontdekt: geen verraad, geen aanbrenging, geen in beslag genomen brieven tot het uur van de algemene bekentenissen kwam! Dan gebeurde er een nieuw wonder. Mensen, die moorden hadden georganiseerd, oorlog voorbereid, de Sovjet-Unie verdeeld, deze verharde misdadigers bekenden plotseling in augustus 1936, niet onder druk van de bewijzen - neen, want er waren geen bewijzen - maar door zekere geheimzinnige redenen, die naar schijnheilige psychologen verklaren bijzonder eigenschappen zijn van de “Russische ziel”. Denk eens aan: gisteren lieten zij spoortreinen ontsporen en vergiftigden arbeiders - op een onzichtbaar bevel van Trotski. Vandaag zijn ze Trotski’s aanklagers en belasten hem met hun pseudo-misdaden. Gisteren droomden ze alleen van het doden van Stalin. Vandaag zingen ze allen lofliederen op hem. Wat is het: een gekkenhuis? Neen, de heren Duranty vertellen ons dat het geen gekkenhuis is, maar de “Russische ziel”.

Gij liegt heren, over de Russische ziel. Gij liegt over de menselijke ziel in het algemeen.

Het wonder bestaat niet alleen in de gelijktijdigheid en algemeenheid van de bekentenissen. Het wonder is bovenal dat overeenkomstig de algemene bekentenissen de samenzweerders iets deden wat juist noodlottig was voor hun eigen politieke belangen, maar uiterst nuttig voor de leidende kliek. Nogmaals zeiden de samenzweerders voor de rechtbank juist wat de meest slaafse agenten van Stalin zouden hebben gezegd. Normale mensen, de inspraken van hun eigen wil volgend, zouden nooit in staat zijn geweest zich te gedragen als Zinovjev, Kamenev, Radek, Pjatakov en de anderen deden. Toewijding aan hun beginselen, politieke waardigheid, het eenvoudige instinct van zelfbehoud zou hen dwingen voor zichzelf te vechten, voor hun persoonlijkheid, voor hun belangen, voor hun leven. De enige redelijke en gepaste vraag is deze: Wie bracht deze mensen in een toestand waarin alle menselijke reflexen zijn verwoest en hoe deed hij dat?

Er is een zeer eenvoudig beginsel in de rechtspraak, dat de sleutel is tot veel geheimen: is fecti cui prodest, hij die er voordeel bij heeft, is de schuldige. Het gehele gedrag van de beklaagden is van het begin tot het einde voorgeschreven, niet door hun eigen gedachten en belangen, maar door de belangen van de regerende kliek. En het pseudo-complot en de bekentenissen, het theatrale vonnis en de volkomen reële terechtstellingen, alles was geregeld door één en dezelfde hand. Wiens hand? Cui prodest? Diegene die er voordeel bij heeft? De hand van Stalin! De rest is leugen, valsheid en leeg gepraat over de “Russische ziel”. In de vonnissen traden niet de strijders op, noch de samenzweerders, maar poppen in de hand van de GPOe. Zij spelen voorgeschreven rollen. Het doel van de schandelijke voorstelling: de gehele oppositie uitschakelen, de bron van kritische gedachte vergiftigen, het totalitaire regime van Stalin afdoende verbergen.

Wij herhalen. De beschuldiging is een vooraf beraamd maakwerk. Dit maakwerk moet onvermijdelijk verschijnen in elk van de bekentenissen van de beklaagden, wanneer zij onderzocht worden met de feiten. De aanklager, Vysjinski, weet dit heel goed. Daarom richtte hij geen enkele concrete vraag tot de beschuldigden, die hen ernstig in verlegenheid zou hebben gebracht. De namen, documenten, data, plaatsen, verkeersmiddelen, omstandigheden van de samenkomsten - deze beslissende feiten heeft Vysjinski bedekt met een dekmantel van schaamte of juister met een schaamteloze dekmantel. Vysjinski ging met de beklaagden om niet in de taal van de jurist maar in de conventionele taal van de aartsschelm van het maakwerk in het jargon van de dief. Het insinuerende karakter van Vysjinski’s vragen - naast de volkomen afwezigheid van materiële bewijzen - dit vertegenwoordigt het tweede verpletterende bewijs tegen Stalin.

Maar ik ben niet van plan mijzelf te beperken tot deze negatieve bewijzen. O nee! Vysjinski heeft niet aangetoond en kan niet aantonen, dat de subjectieve bekentenissen echt waren, d.w.z. in overeenstemming met de objectieve feiten. Ik onderneem een veel moeilijker taak: aan te tonen dat elk van de bekentenissen vals is, d.w.z. in tegenspraak is met de werkelijkheid. Waarin bestaan mijn bewijzen? Ik zal u enkele voorbeelden geven. Ik zou tenminste een uur nodig hebben om u de twee voornaamste episodes uiteen te zetten: de pseudo-reis van de beschuldigde Goltzman om mij in Kopenhagen te bezoeken ten einde terroristische instructies te ontvangen en de pseudo-reis van de beschuldigde Pjatakov om mij in Oslo te bezoeken ten einde instructies te krijgen omtrent de verbrokkeling van de Sovjet-Unie. Ik heb tot mijn beschikking een compleet arsenaal van bewijzen dat Goltzman niet in Kopenhagen bij mij op bezoek kwam en dat Pjatakov niet in Oslo bij mij op bezoek kwam. Nu noem ik slechts de eenvoudigste bewijzen, zoveel als de beperkte tijd toelaat.

Anders dan de overige beklaagden, wijst Goltzman de datum aan: 23 tot 25 november 1932. Het geheim is eenvoudig, door de kranten was bekend wanneer ik in Kopenhagen aankwam. En de volgende concrete bijzonderheden: Goltzman zich mij op dor bemiddeling van mijn zoon Leo Sedov, die hij in het Hotel Bristol had ontmoet. Voor die ontmoeting in Hotel Bristol is voorafgaande afspraak gemaakt met Sedov in Berlijn. Toen hij in Kopenhagen kwam, ontmoette Goltzman Sedov inderdaad in de vestibule van dit hotel. Vandaar kwamen beiden bij mij. Tijdens Goltzmans onderhoud met mij, liep Sedov - volgens Goltzmans woorden - herhaaldelijk in en uit de kamer. Welke levendige bijzonderheden. Wij slaken een diepe zucht van verlichting, ten slotte hebben we nu eens geen verwarde bekentenissen, maar ook iets dat lijkt op een feit. De droevige kant ervan is echter, waarde luisteraars, dat mijn zoon niet in Kopenhagen was, noch in november 1932 noch op enig ander tijdstip in zijn leven. Ik vraag u dit goed in gedachten te houden! In november 1932 was mijn zoon in Berlijn, dit is in Duitsland en niet in Denemarken. Hij deed er vergeefse pogingen om mij en zijn moeder in Kopenhagen te ontmoeten, vergeet niet dat de Weimarse democratie reeds haar laatste adem uitblies en dat de Berlijnse politie strenger en strenger werd. Al die omstandigheden van het optreden van mijn zoon inzake zijn vertrek zijn met juiste bewijzen vastgesteld. Onze dagelijkse telefonische verbindingen met mijn zoon van Kopenhagen naar Berlijn kunnen worden vastgesteld door het telefoonkantoor van Kopenhagen. Tientallen getuigen, die toen mijn vrouw en mij te Kopenhagen omringden, wisten dat wij onze zoon met ongeduld verwachtten, maar tevergeefs. Tegelijk weten al de vrienden van mijn zoon in Berlijn dat hij tevergeefs probeerde een visum te krijgen.

Juist dankzij deze onophoudelijke pogingen en hindernissen, blijft het feit dat de ontmoeting nooit tot stand kwam in de herinnering van tientallen mensen bewaard. Zij zijn allen in het buitenland en hebben reeds schriftelijke verklaringen afgelegd. Is dat voldoende? Ik zou hopen van wel! Pritt en Rosenmarck zeggen misschien “Neen"? Omdat zij alleen toegevelijk zijn voor de GPOe! Goed: ik wil ze halverwege tegemoet komen. Ik heb nog rechtstreekser en nog onbetwistbaarder bewijzen. De ontmoeting met onze zoon had in wekelijkheid plaats nadat wij Denemarken verlieten, in Frankrijk, op weg naar Turkije. Die ontmoeting was alleen mogelijk gemaakt dankzij de persoonlijke tussenkomst van de toenmalige Franse premier Herriot. In het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken, is het telegram van mijn vrouw aan Herriot gedateerd op 1 december bewaard, evenals Herriot’s telegrafische opdracht aan het Franse consulaat in Berlijn op 3 december om mijn zoon ogenblikkelijk een visum te verstrekken. Een tijdlang vreesde ik dat agenten van de GPOe in Parijs deze documenten in handen zouden krijgen. Gelukkig zijn ze er niet in geslaagd. De twee telegrammen werden gelukkig enige weken geleden gevonden in het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Begrijpt u mij goed? Ik heb nu afschriften van beide telegrammen bij de hand. Ik zal ze morgen aan de pers overhandigen. Op het paspoort van mijn zoon is een visum verleend door het Franse consulaat op 3 december. In de morgen van de 4e verliet mijn zoon Berlijn. Op zijn paspoort zijn stempels op dezelfde dag aan de grens ontvangen. Het paspoort is in zijn geheel bewaard. Burgers van New York, hoort gij mijn stem uit de stad Mexico? Ik wens dat jullie ieder woord van mij zouden horen, ondanks mijn slecht Engels.

De ontmoeting met onze zoon vond plaats in Parijs in het Noorderstation in een tweedeklas trein, die ons van Duinkerken had gebracht, in de aanwezigheid van tientallen vrienden, die ons vergezelden en ons ontvingen. Ik hoop dat dit genoeg is? Noch de GPOe, noch Pritt kan het negeren. Zij zitten in de klem. Goltzman kon mijn zoon niet in kopenhagen zien omdat mijn zoon in Berlijn was. Mijn zoon kon niet in en uitlopen, gedurende de samenkomst. Wie zal dan het feit van de samenkomst zelf geloven? Wie zal enig geloof hechten aan de hele bekentenis van Goltzman?

Maar dat is niet alles. Overeenkomstig Goltzman’s woorden, had zijn ontmoeting met mijn zoon plaats, zoals jullie hebben gehoord, in de vestibule van Hotel Bristol. Prachtig... Maar toevallig is Hotel Bristol in Kopenhagen met de grond gelijk gemaakt in 1917! In 1932 bestond dit hotel slechts als een geliefde herinnering. Het hotel werd pas herbouwd in 1936, juist in de dagen toen Goltzman zijn ongelukkige verklaringen aflegde. De beleefde Pritt uit de veronderstelling van een waarschijnlijke “slip of the pen": de Russische stenograaf moet het woord Bristol onduidelijk hebben verstaan en bovendien geen van de verslaggevers en uitgevers herstelde de vergissing. Goed! Maar, hoe dan met mijn zoon? Ook een “slip of the pen” van een stenograaf? Hier bewaart Pritt in navolging van Vysjinski een welsprekend stilzwijgen. In werkelijkheid wist de GPOe door zijn agenten te Berlijn van de pogingen van mijn zoon en veronderstelde dat hij mij in Kopenhagen ontmoette. Dat is de bron van de “slip of the pen"! Goltzman kende waarschijnlijk het Hotel Bristol door de herinneringen uit zijn emigratie lang geleden en daarom noemde hij het. Vandaar de tweede “slip of the men”. Deze twee “fouten” voegden zich samen om een catastrofe te maken: van Goltzman’s bekentenis blijft slechts een wolk kolenstof over, evenals van Hotel Bristol op het ogenblik van zijn verwoesting. En ondertussen - vergeet dit niet - dit is de belangrijkste bekentenis in het proces van de zestien: van al de oude revolutionairen had alleen Goltzman mij ontmoet en terroristische opdrachten ontvangen.

Laten wij tot de tweede episode overgaan. Pjatakov kwam per vliegtuig van Berlijn naar Oslo om mij te bezoeken in het midden van december 1935. Van de dertien duidelijke vragen die ik richtte tot de Moskouse rechtbank, terwijl Pjatakov nog in leven was, werd er geen enkele beantwoord. Elk van deze vragen vernietigt de mythische reis van Pjatakov. Ondertussen hebben Konrad Knudsen, mijn Noorse gastheer, een parlementslid, en Erwin Wolff, mijn oud-secretaris, reeds in de pers vastgesteld dat ik geen Russische bezoeker heb gehad in december 1935 en dat ik zonder hen niet op reis ging. Voldoen deze verklaringen u niet? Hier is er nog een: de directie van het vliegveld van Oslo heeft officieel vastgesteld op basis van deze gebeurtenissen dat in de loop van december 1935 geen enkel buitenlands vliegtuig op hun vliegveld landde! Misschien is er in deze verklaring ook sprake van een “slip of the pen"? Meneer Pritt met uw “slips of the pen”, bedenk eens iets verstandiger! Maar uw verbeelding zal u hier niet helpen. Ik heb tot mijn beschikking tientallen directe en indirecte getuigenissen, die de verklaringen van de ongelukkige Pjatakov ontmaskeren. Hij werd door de GPOe gedwongen te vliegen om mij te bezoeken in een denkbeeldig vliegtuig, evenals de Heilige Inquisitie heksen dwong naar haar rendez-vous te gaan met de duivel op een bezemsteel. De techniek is veranderd, maar het wezen is hetzelfde.

In het Hippodrome bevinden zich ongetwijfeld bekwame juristen. Ik verzoek hun aandacht voor het feit dat noch Goltzman, noch Pjatakov ook maar enige aanwijzing omtrent mijn adres gaf, d.w.z. omtrent de tijd en plaats van samenkomst. Noch de een, noch de ander sprak over het juiste paspoort of de juiste naam onder welke hij in het buitenland reisde. De aanklager ondervroeg hen zelfs niet over hun paspoorten. De reden is duidelijk: hun namen zouden niet gevonden worden op de lijst van reizigers naar het buitenland. Pjatakov had in Noorwegen moeten overnachten, want de decemberdagen zijn er zeer kort. Toch noemde hij geen hotel. De aanklager ondervroeg hem zelfs niet over het hotel. Waarom niet? Omdat de geest van Hotel Bristol boven Vysjinski’s hoofd zweeft! De aanklager is geen aanklager, maar Pjatakovs inquisiteur en inblazer, zoals Pjatakov slechts het ongelukkige slachtoffer is van de GPOe.

Ik kan een ontzaglijk aantal getuigenissen en documenten overleggen die in de grond de bekentenissen ontzenuwen van een hele reeks beklaagden: Smirnov, Mratsjkovski, Dreitzer, Radek, Vladimir Romm, Olberg, kortom van al degenen die in de geringste mate trachtten feiten, omstandigheden van tijd en plaats te geven. Zo’n werk kan echter alleen met succes worden gedaan voor een commissie van onderzoek en met medewerking van advocaten, die de nodige tijd hebben voor een gedetailleerd onderzoek van de documenten en voor het horen van de verklaringen van getuigen.

Maar wat ik nu reeds heb gezegd, geeft hopelijk een voorproef van de aanstaande ontwikkeling van het onderzoek. Aan de ene kant een beschuldiging die fantastisch is tot in de kern; de gehele oude generatie van bolsjewieken wordt beschuldigd van afschuwelijk verraad zonder zin of doel. Om deze beschuldigingen vast te stellen, heeft de aanklager geen materiële bewijzen tot zijn beschikking, ondanks de duizenden en duizenden arrestaties en onderzoekingen. Het volmaakte gemis aan bewijs is het verschrikkelijkste bewijs tegen Stalin! De terechtstellingen zijn uitsluitend gebaseerd op afgedwongen bekentenissen. En waar in deze bekentenissen feiten worden genoemd, verteren ze tot stof bij de eerste aanraking met kritisch onderzoek.

De GPOe is niet alleen schuldig aan maakwerk Zij is schuldig aan het smeden van een gemeen, grof, dwaas maakwerk. Straffeloosheid is demoraliserend. Het ontbreken van controle verlamt de kritiek. De vervalsers voeren hun werk uit, het doet er niet toe hoe. Zij vertrouwen op het totale effect van de bekentenissen en... de terechtstellingen. Vergelijkt men zorgvuldig de verzonnen aard van de beschuldiging in haar geheel met het duidelijke bedrog van de feitelijke verklaringen, wat blijft er dan over van al deze eentonige bekentenissen? De verstikkende lucht van de inquisitoriale terechtstelling en niets anders.

* * *

Maar er is een ander soort van bewijs, dat mij niet minder belangrijk schijnt. In het jaar van mijn verbanning en de acht jaren van mijn emigratie schreef ik aan intieme en minder intieme vrienden ongeveer 2.000 brieven, gewijd aan de brandende vraagstukken van de politiek van de dag. De door mij ontvangen brieven en de afschriften van mijn antwoorden bestaan. Dank zij hun opeenvolging openbaren deze brieven bovenal de diepe tegenspraak, het anachronisme en de rechtstreekse ongerijmdheden van de beschuldiging, niet alleen voor wat mijzelf en mijn zoon betreft, maar ook inzake de andere beschuldigden. Toch gaat de belangrijkheid van deze brieven nog boven dit feit uit. Mijn gehele theoretische en politieke activiteit in deze jaren is zonder hiaat in deze brieven weerspiegeld. De brieven vullen mijn boeken en artikelen aan. Het onderzoek van mijn correspondentie, schijnt mij toe, is van beslissend belang voor het karakteriseren van de politieke en morele persoonlijkheid — niet enkel van mijzelf. Maar ook van mijn correspondenten. Vysjinski heeft geen enkele brief aan de rechtbank kunnen overleggen. Ik zal aan de commissie of aan een rechtbank duizenden brieven overleggen, bovendien gericht tot de mensen, met wie ik het intiemst ben en voor wie ik niets te verbergen had, in het bijzonder tot mijn zoon Leo. Deze correspondentie doodt alleen al door haar innerlijke overtuigingskracht het stalinistisch weefsel in de kiem. De aanklager met zijn kunstgrepen en zijn beledigingen en de beschuldigden met hun alleenspraken vol bekentenissen blijven in de lucht hangen. Dat is de betekenis van mijn briefwisseling. Dat is de inhoud van mijn archieven. Ik vraag niemands vertrouwen. Ik doe een beroep op verstand, logica, kritiek. Ik leg feiten en documenten over. Ik vraag een verificatie.

* * *

Onder u, waarde luisteraars, zullen niet weinigen zijn die rechtuit zeggen: “De bekentenissen van de beklaagden zijn vals, dat is duidelijk; maar hoe kon Stalin zo’n bekentenissen verkrijgen; daar ligt het geheim.” In werkelijkheid is dat geheim niet zo groot.

De Inquisitie perste met een veel eenvoudiger techniek haar slachtoffers alle soorten van bekentenissen af. Daarom verwierp de democratische strafwet de methoden van de middeleeuwen, omdat deze niet leiden tot het vaststellen van de waarheid, maar alleen tot bevestiging van de beschuldigingen, gedicteerd door de ondervragende rechter. De GPOe-processen hebben een door en door inquisitoriaal karakter: dat is het hele geheim van de bekentenissen!

De gehele politieke atmosfeer van de Sovjet-Unie is doordrongen van de geest van de Inquisitie. Hebben jullie André Gide’s boekje Terug uit de Sovjet-Unie gelezen?

Gide is een vriend van de Sovjet-Unie, maar geen lakei van de bureaucratie. Bovendien heeft deze kunstenaar ogen. Een kleine episode in Gide’s boek is van onberekenbaar nut bij het begrijpen van de Moskouse processen. Aan het einde van zijn rondreis wilde Gide een telegram aan Stalin zenden, maar daar hij geen inquisitoriale opvoeding had genoten, wendde hij zich tot Stalin met het eenvoudige democratische woord “jij”. Men weigerde het telegram aan te nemen! De vertegenwoordigers van het gezag verklaarden aan Gide: “Als men Stalin schrijft, moet men zeggen: leider der arbeiders, of hoofd van het volk, niet het eenvoudige democratische woord ‘jij’.” Gilde probeerde te argumenteren: “Is Stalin niet boven zo’n vleierij verheven?”. Het baatte niet. Ze bleven weigeren om zijn telegram aan te nemen. Tenslotte zei Gide: “Ik geef toe in deze vermoeiende strijd, maar neem geen enkele verantwoordelijkheid...”

Zo’n algemeen erkend schrijver en geëerde gast in enkele minuten afgemat en gedwongen het telegram te tekenen, niet dat hijzelf wenste te zenden, maar dat hem gedicteerd werd door kleinzielige inquisiteuren.

Laat hij, die ook maar een greintje fantasie bezit voor zichzelf uittekenen niet een welbekend toerist, maar een ongelukkige Sovjetburger, een oppositioneel, geïsoleerd en vervolgd, een paria, die wordt gedwongen te schrijven geen begroetingstelegrammen aan Stalin, maar tientallen, twintigtallen bekentenissen van zijn misdaden. Misschien zijn er in deze wereld veel helden, die alle soorten martelingen, fysiek en moreel, kunnen verdragen, die henzelf, hun vrouwen, hun kinderen worden aangedaan. Ik weet het niet...

Mijn persoonlijke ervaringen leren mij dat de draagkracht van het menselijk zenuwgestel beperkt is. Door de GPOe kan Stalin zijn slachtoffer in een afgrond van zwarte wanhoop, vernedering, schande brengen, zodanig dat hij de monsterachtigste misdaden op zich neemt, met het vooruitzicht van dreigende dood of een zwakke straal van hoop voor de toekomst als enige uitkomst. Wanneer hij althans geen zelfmoord pleegt, zoals Tomski verkoos! Joffe ging al vroeger dezelfde weg, evenals twee leden van mijn militair secretariaat, Glazman en Boetov. Zinovjevs secretaris, Bogdan, mijn dochter Zinaida en tientallen anderen. Zelfmoord of morele vernedering: een andere keuze is er niet! Maar vergeet niet dat in de gevangenissen van de GPOe zelfs zelfmoord vaak een onbereikbare weelde is.

De Moskouse processen onteren niet de revolutie, want ze zijn de nasleep van de reactie. De Moskouse processen onteren niet de oude generatie van bolsjewieken; zij tonen alleen aan dat zelfs bolsjewieken van vlees en bloed zijn gemaakt en dat zij niet eindeloos weerstand bieden als de slinger van de dood boven hun hoofden zweeft.

De Moskouse processen onteren het politieke regime dat ze heeft voortgebracht: het bonapartistische regime zonder eer en zonder geweten! Al de terechtgestelden stierven met vervloekingen voor het regime op hun lippen.

Laat hem die dat wenst, bittere tranen wenen omdat de geschiedenis zich zo ontstellend voorwaarts beweegt: twee stappen vooruit, één achteruit. Maar tranen helpen niet. Het is nodig volgens de raad van Spinoza niet te lachen, niet te wenen, maar te begrijpen.

Wie zijn de voornaamste beschuldigden? Oude bolsjewieken, bouwers van de partij, van de Sovjetstaat, van het Rode Leger, van de Komintern. Wie is hun aanklager? Vysjinski, burgerlijk advocaat die zich na de Oktoberrevolutie mensjewiek noemde en zich bij de bolsjewieken aansloot toen deze definitief hadden overwonnen. Wie schreef de weerzinwekkende laster over de beschuldigden in de Pravda? Zaslavski, voormalig steunpilaar van een bankierskrant die door Lenin in zijn artikels als “schurk” werd betiteld.

De voormalige uitgever van de Pravda, Boecharin, is gearresteerd. De steunpilaar van de Pravda is nu Koltzov, burgerlijk schrijver die tijdens de burgeroorlog in het kamp van de Witten verbleef. Sokolnikov, een deelnemer aan de Oktoberrevolutie en de burgeroorlog is veroordeeld als verrader. Rakovski wacht een aanklacht. Sokolnikov en Rakovski waren gezanten in Londen. Hun plaats wordt nu ingenomen door Maisky, rechtse mensjewiek, die in de burgeroorlog minister van de Witte Regering was in het gebied van Koltsjak. Troyanovski, sovjetgezant te Washington, behandelt de trotskisten als contrarevolutionairen. Hijzelf was in de eerste jaren van de Oktoberrevolutie lid van het Centrale Comité van de mensjewieken en sloot zich pas bij de bolsjewieken aan toen deze aantrekkelijke jobs begonnen uit te delen. Voor hij gezant werd, was Sokolnikov Volkscommissaris van Financies. Wie bezet nu die post? Grinko, die samen met de witgardisten streed in het Comité van Welvaart in 1917-18 tegen de sovjets. Een van de beste diplomaten was Joffe, eerste gezant in Duitsland, die door de vervolgingen tot zelfmoord werd gedwongen. Wie verving hem in Berlijn? Eerst de tot berouw gekomen oppositioneel Krestinksi, daarna Khinsjoek, oud-mensjewiek en deelnemer aan het contrarevolutionaire Comité van Welvaart en tenslotte Soeritz die in 1917 ook aan de andere kant van de barricade stond. Ik kan deze lijst onbepaald aanvullen.

Deze grootse persoonsverwisselingen, buitengewoon opmerkelijk in de provincies, hebben diepe sociale oorzaken. Wat zijn die? Het wordt tijd, luisteraars, hoog tijd tenslotte, te erkennen dat in de Sovjet-Unie een nieuwe aristocratie is gevormd. De Oktoberrevolutie trok op onder de banier van de gelijkheid. De bureaucratie is de belichaming van monsterachtige ongelijkheid. De revolutie vernietigde de adel. De bureaucratie schept een nieuwe bevoorrechte stand. De revolutie vernietigde titels en ridderorden. De nieuwe aristocratie brengt maarschalken en generaals voort. De nieuwe aristocratie slorpt een enorm deel van het nationale inkomen op. Haar positie tegenover het volk is bedrieglijk en vals. Haar leiders zijn gedwongen de werkelijkheid te verbergen, zwart wit noemende. De gehele politiek van de nieuwe aristocratie is maatwerk.

Vrees voor kritiek is vrees voor de massa’s. De bureaucratie is bang voor het volk. De lava van de revolutie is nog niet koud. De bureaucratie kan de ontevredenen en critici niet verpletteren door bloedige onderdrukking alleen, omdat zij een besnoeiing van voorrechten vragen. Daarom zijn de valse beschuldigingen tegen de oppositie geen toevallige daden, maar een systeem, voortvloeiend uit de huidige situatie van de regerende kaste.

Laten wij ons herinneren hoe de thermidorianen van de Franse Revolutie optraden tegen de jacobijnen. De geschiedschrijver Aulard schrijft: “De vijanden stelden zich niet tevreden met de moord op Robbespierre en zijn vrienden, zij belasterden hen, hen in de ogen van Frankrijk voorstellend als royalisten, als mensen die hadden uitgevoerd naar het buitenland.”

Stalin heeft niets uitgevonden. Hij heeft alleen royalisten vervangen door fascisten.

Wanneer de stalinisten ons “verraders” noemen, is in die beschuldiging niet alleen haat, maar ook een zeker soort van oprechtheid. Zij denken dat wij de belangen verraden van de heilige kaste van generaals en maarschalken, de enige die “socialisme kunnen opbouwen”, maar die feitelijk de gedachte alleen al van socialisme compromitteren. Wat ons betreft, wij beschouwen de stalinisten als verraders van de belangen van de sovjetmassa’s en van het wereldproletariaat. Het is onzinnig zo’n verwoede strijd door persoonlijke motieven te verklaren. Het is niet enkel een zaak van verschillende programma’s, maar ook van verschillende sociale belangen, die op steeds vijandiger wijze tegen elkaar ingaan.

* * *

“En wat is uw algemene diagnose?”, zal u mij vragen. “Wat is uw voorspelling?” Ik zei eerder: mijn toespraak is alleen gewijd aan de Moskouse processen. De sociale diagnose en voorspelling vormen de inhoud van mijn nieuwe boek: De Verraden Revolutie: Wat is de Sovjet-Unie en waar gaat zij heen?

Maar in een paar woorden zal ik u zeggen wat ik denk. De fundamentele aanwinsten van de Oktoberrevolutie, de nieuwe eigendomsverhoudingen die de ontwikkeling van productieve krachten toestaan, zijn nog niet vernield, maar zijn reeds in een onverzoenlijk conflict gekomen met het politiek despotisme.

Socialisme is onmogelijk zonder de onafhankelijke activiteiten van de massa’s en het bloeien van de menselijke persoonlijkheid. Het stalinisme vertrapt beide. Een openlijke revolutionaire strijd tussen het volk en het nieuwe despotisme is onvermijdelijk. Stalins regime is veroordeeld. Zal de kapitalistische contrarevolutie of de arbeidersdemocratie het vervangen? De geschiedenis heeft deze vraag nog niet betwist. De beslissing hangt ook af van de activiteit van het wereldproletariaat.

Nemen we voor een ogenblik aan dat het fascisme in Spanje zal zegevieren en daardoor ook in Frankrijk, dan zou de Sovjet-Unie omgeven door een fascistische ring, veroordeeld zijn tot verdere achteruitgang, die zich moet uitstrekken van de politieke bovenbouw tot de economische fundamenten. Met andere woorden, de ondergang van het Europese proletariaat zou waarschijnlijk de vernietiging van de Sovjet-Unie betekenen.

Overwinnen daarentegen de werkende massa’s van Spanje het fascisme, kiest de arbeidersklasse van Frankrijk voorgoed het pad van haar bevrijding, dan zullen de onderdrukte massa’s van de Sovjet-Unie haar ruggen strekken en haar hoofden opheffen! Dan zal het laatste uur van Stalins despotisme slaan. Maar de zege van de sovjetdemocratie zal niet vanzelf gebeuren. Zij hangt ook van u af. De massa’s hebben uw hulp nodig. De eerste hulp is haar de waarheid te zeggen.

De zaak is deze: de gedemoraliseerde bureaucratie helpen tegen het volk of de vooruitstrevende krachten van het volk tegen de bureaucratie. De Moskouse processen zijn een teken. Wee degenen die er geen acht op slaan! Het Rijksdagproces was stellig van groot belang. Maar het betrof slechts het verachtelijke fascisme, deze belichaming van al de ondeugden van duisternis en barbarisme. De Moskouse processen zijn gevoerd onder de vlag van het socialisme. Wij willen deze vlag niet overlaten aan de meesters in de valsheid! Indien dit geslacht te zwak is om het socialisme op aarde te vestigen, dan willen we de onbevlekte vlag overgeven aan onze kinderen. De strijd die nu gaande is, overtreft verre het belang van mensen en partijen. Het is de strijd voor de toekomst van de gehele mensheid. Hij zal ernstig zijn, hij zal lang zijn. Hij die fysiek gemak en geestelijke kalmte zoekt, laat hij terzijde gaan. In tijd van reactie is het gemakkelijker op de bureaucratie te steunen dan op de waarheid. Maar al degenen voor wie het woord socialisme geen holle klank is, maar de inhoud van hun moreel leven - voorwaarts! Noch bedreigingen, noch vervolgingen, noch geweldpleging kan ons tegenhouden. En al zal het ook over onze verblekende beenderen zijn, de waarheid zal zegevieren. Wij zullen haar weg aankondigen. Zij zal overwinnen! Onder alle zware slagen van het lot zal ik blij zijn, als in de beste dagen van mijn jeugd, indien ik samen met u kan bijdragen tot de overwinning! Want, vrienden, het hoogste menselijke geluk is niet de uitbuiting van het heden, maar de samenwerking van de toekomst.