Leon Trotski

Meer bewijs voor GPOe schuld aan de dood van Sedov



Geschreven: 24 augustus 1938
Eerste publicatie: Socialist Appeal, 10 september 1938.
Vertaling: Karel ten Haaf
Deze versie: Overgenomen uit: Trotski - Leo Sedov - zoon, vriend strijder. En andere geschriften rond de dood van Leo Sedov. Nieuwe Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 1. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007.
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, mei 2007


24 augustus 1938

Edelachtbare,

Ik heb de eer om aan mijn verklaring van 19 juli de volgende overwegingen toe te voegen, ter aanvulling:
1. Ik heb vakkundige artsen geconsulteerd. Geen van hen wilde, dat spreekt vanzelf, hun oordeel-van-een-afstand stellen tegenover het oordeel van de hooggekwalificeerde Franse specialisten die de autopsie verricht hebben. Maar de artsen die ik consulteerde zijn het er unaniem over eens dat het verloop van de ziekte en de doodsoorzaak door het onderzoek niet zijn vastgesteld met de zekerheid die door de uitzonderlijke omstandigheden van deze zaak vereist wordt.
2. De onvolledigheid van het onderzoek wordt het duidelijkst geïllustreerd aan de hand van de houding van de chirurg, de heer Thalheimer, zelf. Hij weigerde een verklaring af te leggen, waarbij hij zich beriep op ‘beroepsgeheim’. De wet geeft een arts dat recht. Maar de wet verplicht een arts niet om gebruik te maken van dat recht. In de onderhavige zaak moet de arts een bijzondere reden gehad hebben om zich te verschuilen achter het beroepsgeheim. Wat is de reden van de heer Thalheimer? Er kan in deze zaak geen enkele sprake zijn van het beschermen van de patiënt of zijn verwanten. Het is dus een kwestie van de bescherming van het geheim van de arts zelf. Wat is dit geheim? Ik heb geen enkele reden om de heer Thalheimer te verdenken van criminele handelingen. Maar het is nogal voor de hand liggend dat als de dood van Sedov het natuurlijke en onafwendbare gevolg was van zijn ziekte, de chirurg absoluut geen belang of psychische aandrang zou hebben om te weigeren de noodzakelijke informatie te geven. Door zich te verschuilen achter zijn beroepsgeheim maakt de heer Thalheimer duidelijk dat er bijzondere omstandigheden zijn in het verloop van de ziekte en de doodsoorzaak, aan de opheldering waarvan hij niet wil meewerken. Het is onmogelijk om het gedrag van de heer Thalheimer op een andere manier te duiden. Zuiver logisch redenerend, kunnen we alleen tot de conclusie komen dat de arts zich in de huidige omstandigheden slechts in één van de drie volgende gevallen zou kunnen beroepen op het beroepsgeheim:

a. als hij zijn eigen misdaad wilde verbergen;
b. als hij zijn eigen nalatigheid wilde verbergen;
c. als hij de misdaad of nalatigheid wilde verbergen van zijn collega’s, medewerkers, etc.

Het demonstratieve zwijgen van de heer Thalheimer zou op zichzelf de richting van het onderzoek hebben moeten aangeven. Het is nodig om op zijn minst de omstandigheden bloot te leggen die de chirurg ertoe brachten om zich te verschuilen achter ‘beroepsgeheim’.
3. De getuigenverklaring van de eigenaar van de kliniek, de heer Simkov, is onduidelijk, mager en gedeeltelijk tegenstrijdig. Wist hij wel of niet wie zijn patiënt was? Deze kwestie is volkomen onopgehelderd. Sedov werd opgenomen in de kliniek onder de naam “Martin, Frans ingenieur”. Maar in de kliniek converseerde dokter Simkov in het Russisch met Sedov. Hierdoor kwam de verpleegster Eismont erachter, zoals ze zelf zegt, dat ‘Martin’ een Rus was of Russisch sprak. Zoals de onderzoeksdocumenten laten zien, was Sedov uit veiligheidsoverwegingen geregistreerd onder een andere naam. Was dokter Simkov hiervan op de hoogte? En als hij dat was, waarom sprak hij dan Russisch tegen de patiënt in het bijzijn van de verpleegster Eismont? Als het kwam door onvoorzichtigheid, was hij dan in andere opzichten niet net zo onvoorzichtig?
4. Volgens politie-informatie werd dokter Zjirmunski, de directeur van de kliniek, beschouwd als “sympathisant van de bolsjewieken”. Dit is heden ten dage een zeer ondubbelzinnige karakterisering. Het betekent: een vriend van de Kremlin-bureaucratie en haar vertegenwoordigingen. Zjirmunski verklaarde dat hij de ware identiteit van de patiënt pas vlak voor diens dood vernam van mevrouw Molinier. Als we deze woorden moeten geloven, kunnen we niet anders dan concluderen dat de heer Simkov, die Zjirmunski vooraf per telefoon op de hoogte stelde van de komst van de patiënt, de ware identiteit van de “Franse ingenieur, Martin” verborgen hield voor zijn meest naaste collega. Is dit waarschijnlijk? In het bijzijn van de verpleegster Eismont sprak Simkov, zoals al eerder is opgemerkt, in het Russisch met de patiënt. Zjirmunski beheerst de Russische taal. Of had Simkov bijzondere redenen om op zijn hoede te zijn voor Zjirmunski? Welke redenen precies?
5. Een “sympathisant van de bolsjewieken” - dat is een ondubbelzinnige karakterisering. Hier houdt het onderzoek duidelijk halverwege op. Onder de omstandigheden van de Russische emigratie blijft deze ‘sympathie’ heden ten dage niet platonisch. In het algemeen neemt de ‘sympathisant’ een vijandige houding aan tegenover de Witte emigratie. Uit welke kringen betrekt de heer Zjirmunski zijn cliënten? Mengt hij zich in kringen van de Sovjetambassade, van de handelsvertegenwoordiging, etc.? Zo ja, dan behoren de belangrijkste agenten van de GPOe zonder enige twijfel tot zijn cliënten.
6. Om de één of andere reden wordt er in de documenten niets gezegd over de politieke sympathieën van de eigenaar van de kliniek, de heer Simkov. Dit is een ernstige tekortkoming. De nauwe samenwerking tussen de heren Simkov en Zjirmunski noopt ons ertoe om te veronderstellen dat de heer Simkov eveneens niet vijandig stond tegenover Sovjetkringen en dat hij daar mogelijk connecties had.
7. De heer Simkov schrijft bijdragen voor het medische tijdschrift Oeuvre Chirurgicale Franco-Russe. Wat voor karakter heeft deze publicatie: is het een product van samenwerking tussen Franse artsen en de Sovjetregering; of — het tegendeel — publiceren witte emigranten erin als vertegenwoordigers van de Russische geneeskunde? Deze kwestie blijft volkomen onopgehelderd. Bovendien weet niet alleen de politie maar zelfs een kind dat onder de dekmantel van allerhande medische, juridische, literaire, pacifistische en andere organisaties en publicaties de GPOe steunpunten creëert die haar dienen, vooral in Frankrijk, voor het straffeloos begaan van misdaden.
8. We kunnen niet verder gaan zonder het noemen van één belangrijke omstandigheid waarvan ik het mijzelf toesta, Edelachtbare, om hem speciaal onder uw aandacht te brengen. Zoals bekend had de heer Simkov dit jaar het ongeluk twee zoons te verliezen, slachtoffers van een grondverschuiving. In de periode dat het werkelijke lot van de jongens nog onbekend was, verklaarde de heer Simkov in een interview met de Franse pers, dat als zijn zoons ontvoerd waren, dit alleen gedaan zou kunnen zijn door ‘trotskisten’ uit wraak voor Sedovs dood. Op dat moment trof dit mij door zijn wanstaltigheid. Ik moet onomwonden zeggen dat zo’n veronderstelling alleen zou kunnen opkomen in het hoofd van een persoon wiens geweten niet helemaal zuiver is, of bij een persoon die zich begaf in politieke kringen die uiterst vijandig staan tegenover mij en Sedov, waar agenten van de GPOe de gedachten van de ongelukkige vader konden sturen in de richting van deze bizarre en weerzinwekkende veronderstelling. Maar als de heer Simkov op vriendschappelijke voet staat met kringen die geheel in beslag genomen worden door systematische fysieke uitroeiing van ‘trotskisten’, is het dus niet moeilijk te veronderstellen dat van deze vriendschappelijke betrekkingen gebruik gemaakt zou kunnen zijn, zelfs zonder het medeweten van de heer Simkov, voor een misdaad tegen Sedov.
9. Wat betreft het personeel van de kliniek — in de eerste plaats de heer Zjirmunski — herhaalt het politieonderzoek keer op keer de formulering van het “niet deelnemen” van deze mensen aan de actieve politiek, blijkbaar van mening dat deze omstandigheid hen ontslaat van de noodzaak tot verder onderzoek. Deze zienswijze is absoluut verkeerd. Het gaat niet om openlijke politieke activiteit maar om het uitvoeren van de meest geheime en criminele opdrachten van de GPOe. Dit soort agenten kan zichzelf, net als militaire spionnen, vanzelfsprekend niet compromitteren door deel te nemen aan agitatie etc. Integendeel, in het belang van de samenzwering leiden ze een extreem onopvallend leven. Het constante verwijzen naar het ‘niet deelnemen’ van alle ondervraagde personen aan actieve politieke strijd zou getuigen van extreme naïviteit van de politie, wanneer de wens om gedegen onderzoek te vermijden er niet achter verborgen ging.
10. Maar, Edelachtbare, zonder een gedegen, intensief en moedig onderzoek kunnen de misdaden van de GPOe niet aan het licht gebracht worden. Om bij benadering een idee te geven van de mores en methodes van deze organisatie ontkom ik er niet aan om te citeren uit het officiële Sovjettijdschrift Oktjabr [Oktober] van 3 maart van dit jaar. Het artikel is gewijd aan het showproces dat resulteerde in het doodschieten van het voormalige hoofd van de GPOe, Jagoda. “Hij had de gewoonte om in zijn studeerkamer te blijven,” zegt het Sovjettijdschrift over Jagoda, “alleen of met zijn handlanger Boeljanov, alwaar hij zijn masker afwierp. Hij begaf zich naar de donkerste hoek van de kamer en opende zijn gekoesterde kastje. Vergiften. Hij fantaseerde erover. Dit beest in mensengedaante bewonderde de flesjes in het licht, de inhoud in gedachten toedienend aan zijn toekomstige slachtoffers.” Jagoda is degene die de deportatie van mij, mijn vrouw en mijn zoon organiseerde; de Boeljanov die in het citaat genoemd wordt begeleidde ons van Centraal Azië naar Turkije als vertegenwoordiger van de autoriteiten. Ik ga niet de discussie aan over of Jagoda en Boeljanov schuldig waren aan de misdaden waarvan het nodig geacht werd ze te beschuldigen. Ik vestig slechts de aandacht op het citaat om in de woorden van de officiële publicatie het milieu, de sfeer en de methodes van Stalins geheime dienst te karakteriseren. Het huidige hoofd van de GPOe, Jezjov, de aanklager Visjinski en hun buitenlandse agenten zijn natuurlijk geen haar beter dan Jagoda en Boeljanov.
11. Jagoda joeg één van mijn dochters vroegtijdig de dood in, de andere dreef hij tot zelfmoord. Hij sloot mijn twee schoonzoons op in de gevangenis, en vervolgens verdwenen ze spoorloos. De GPOe arresteerde mijn jongste zoon, Sergej, op de belachelijke beschuldiging van het vergiftigen van arbeiders, waarna hij verdween. De vervolgingen van de GPOe dreven twee van mijn secretarissen, Glazman en Butov, tot zelfmoord; zij verkozen de dood boven het afleggen van door Jagoda gedicteerde schandelijke getuigenissen. Twee andere van mijn Russische secretarissen, Poznanski en Sermuks, verdwenen spoorloos in Siberië. In Spanje arresteerde de GPOe mijn vroegere secretaris, een Tsjechoslowaaks burger, Erwin Wolf, die spoorloos verdween. Nog zeer onlangs ontvoerde de GPOe in Frankrijk een andere vroegere secretaris van mij, Rudolf Klement. Zal de Franse politie hem vinden? Zullen ze bereid zijn om enige inspanning te doen om hem te zoeken? Ik sta mezelf toe dit te betwijfelen. De bovengenoemde lijst van slachtoffers bevat alleen de mensen die mij het meest na staan. Ik heb het niet over de duizenden, de tienduizenden die in de USSR als ‘trotskist’ om het leven gebracht werden door de GPOe.
12. Onder de vijanden van de GPOe en op de lijst met haar beoogde slachtoffers stond Sedov samen met mij op de eerste plaats. De GPOe verloor hem geen moment uit het oog. Tijdens de afgelopen twee jaar joegen de gangsters van de GPOe op Sedov als op een prooi. Deze feiten zijn onweerlegbaar vastgesteld tijdens het onderzoek naar de moord op I. Reiss. Kunnen we zelfs maar een moment aannemen dat de GPOe Sedov uit het oog verloor tijdens zijn verblijf in de kliniek en een zo buitengewoon gunstig moment voorbij liet gaan? De onderzoekende overheidsinstanties hebben het recht niet om dat aan te nemen.
13. Edelachtbare, men kan het rapport van de politie, getekend door Hauret en Boilet, niet lezen zonder verontwaardiging. Met betrekking tot de voorbereiding van een serie aanslagen op Sedovs leven stelt het rapport: “Het lijkt erop dat zijn politieke activiteit inderdaad het onderwerp was van enige observatie van de kant van zijn tegenstanders.” Deze zin alleen al verraadt de politie volkomen! Waar het de kwestie betreft van het voorbereiden van de moord op Sedov in Frankrijk, spreekt de Franse politie van ‘enige observatie’ van de kant van anonieme ‘tegenstanders’ en voegt ze de woorden ‘het lijkt erop’ toe. Edelachtbare! De politie wil de waarheid niet aan het licht brengen, zoals ze hem niet aan het licht bracht bij de diefstal van mijn archief, zoals ze niets aan het licht bracht in de zaak van de moord op I. Reiss, zoals ze niet van plan is iets aan het licht te brengen inzake de ontvoering van Rudolf Klement. Binnen de Franse politie en onder haar leiders heeft de GPOe machtige handlangers. Miljoenen roebels worden uitgegeven om de straffeloosheid van de stalinistische maffia in Frankrijk te verzekeren. Hier moeten overwegingen van ‘patriottische’ en ‘diplomatieke’ aard aan worden toegevoegd, waarvan handig gebruik gemaakt is door de moordenaars in dienst van Stalin, die in Parijs opereren alsof ze thuis zijn. Dat is waarom het onderzoek inzake Sedovs dood geen werkelijk onderzoek is.

L. Trotski