Leon Trotski

Tegen de verwarring van de Antwerpse kameraden [1]



Geschreven: 4 januari 1936
Bron: het Engelstalige Trotski-archief
Vertaling: J. Piet Andries 13/03/08
HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, april 2008


4 januari 1936

Waarde kameraden [2]

De laatste uitgave van de Spartacus (België) [3] van 28 december 1935 maakt de kwestie van de Antwerpse kameraden [4] publiek en noopt mij ertoe het probleem op een formele wijze aan U te stellen.

De Antwerpse kameraden hebben zoals U weet hun ongenoegen geuit over de houding van onze Belgische kameraden en onze internationale organisatie tegen Vereeken [5], wat hun recht is. Maar niet overeenkomstig hun recht om kritiek te leveren, wilden zij tegelijkertijd zowel tot de LCI als tot de rivaliserende Spartacus-organisatie behoren. Een dergelijke vorm van democratie gaat wel op voor intellectuele anarchisten maar heeft niets te maken met democratisch centralisme. In een dergelijke situatie had kameraad Polk [6] geen andere keuze dan te breken met de intellectuele anarchisten die noch de regels, noch de besluiten van de organisatie respecteerden. Hoe kan men anders een organisatie van revolutionairen handhaven? In België evolueren de zaken heel snel. De Lesoil-Dauge groep wordt wellicht vlug geroyeerd.[7] We mogen ervan uitgaan dat zij er krachtiger uit zullen komen dan toen ze erin gestapt zijn, wat hun juiste intredepolitiek zou aantonen. Maar dat is het probleem niet. De uitsluiting kan en moet voorwaarden creëren voor een fusie met de Vereeken-groep, tenminste als Vereeken zijn verantwoordelijkheden tegenover de organisatie serieus neemt.

In deze zaak vormen de Antwerpse kameraden een probleem omdat zij [] de normale relaties tussen organisaties en Vereekens negatieve pogingen aanmoedigen. Juist op het moment dat onderhandelingen voor een fusie kunnen beginnen, moet dit gestopt worden. We moeten duidelijk weten waar onze organisatie begint en de andere eindigt. Ik heb al duidelijk gemaakt dat de ongeduldige en verzoenende anarchisten buiten een echte fusie blijven. Vermits ik geïmpliceerd ben in deze vervelende affaire, zal ik u een klein voorbeeld geven van de sfeer bij de Antwerpse kameraden: in mijn eerste brief over hun bezwaren, verantwoordde ik de onmogelijkheid van een directe samenwerking in de volgende termen: “de Charleroi [8] groep wil in de ogen van de linkervleugel niet overkomen als een agent van een groep buiten de partij”. De Antwerpse harde kern zegt ons dat zij “geen onzinnige eisen” stellen, dat ik dit alles aan hen “toeschrijf”, enzovoort. De hierboven aangehaalde frase, met de term overkomen als, sluit deze interpretatie uit. In deze context kan er geen sprake zijn van “beweringen”. Maar in hun geschriften veroorloven de Antwerpenaars zich het soort methodes die gebruikt worden tussen rivaliserende organisaties. Ze tonen dat ze zich dichter bij Vereekens groep voelen staan dan bij ons. Want het is hij die ze verdedigen en ons die ze aanvallen, onloyaal, in hun brief en via Vereeken in Spartacus.

Ze leggen ons uit dat ze een “nauwe en geheime organisatorische samenwerking” voor ogen hadden tussen de groep van Charleroi en Spartacus. Ik wil niet brutaal overkomen, maar ik kan het niet helpen te stellen dat een dergelijke opvatting kinderachtig is. Zou een geheime meeting tussen Vereeken en Lesoil de enige samenwerking tussen de twee organisaties zijn? Als het een kwestie is van geheime contacten aan de top, hoe kunnen de Antwerpenaren maar iets te weten komen en controleren? Zij behoren niet [...] [9] Belgen. Misschien heeft zoiets plaatsgehad zonder hun medeweten. En als zij dan vragen geïnformeerd te worden van deze geheime samenwerking moet hetzelfde recht voor elk lid van de twee organisaties gegarandeerd worden. Wat blijft er dan nog over van het grote “geheim”? In de ogen van de Dauge groep zou het erop lijken dat Lesoil in het geheim met Vereeken aan het complotteren is tegen hen. En de ASR zou onmiddellijk in elkaar stuiken. Daarbij moet je ook rekening houden met tussenpersonen die document na document verzamelen en al de geheimen op papier zetten alvorens ze het licht zien.

De vergelijking met de relaties tussen Lesoil en het IS is belachelijk. Het feit dat Lesoil eens per maand naar oude vrienden in Geneva [10] of naar mij schrijft, is iets anders. Het is heel verschillend van het praktiseren van een geheime samenwerking tussen twee organisaties in België. In dit geval is de absolute loyaliteit van iedereen vereist. De houding van de Antwerpenaren toont op zichzelf dat dit gevaarlijk kan worden.

Deze voorbeelden van een kinderachtig onbegrip van de echte moeilijkheden zeggen genoeg om ons nogmaals te doen stellen: de kameraden moeten tot de orde geroepen worden.


[1] Brief aan het Ausland Komitee (Buitenlands comité) in de IKD, in het Duits. 7905 Harvard Bibliotheek.
[2] De brief is geadresseerd aan de leiding van de Duitse sectie in ballingschap, betreffende de houding van de Antwerpse kameraden, in het bijzonder tegenover één van de uitgesloten leiders, Fritz Besser alias Brink (1908-1977).
[3] Intrede in de POB werd beslist op een algemene vergadering van de Belgische sectie op 10 maart 1935. De minderheid, min of meer de hele Brusselse afdeling, besliste een eigen organisatie te behouden en, na het publiceren van vier edities van de Voix Communiste gedurende twee maanden, begon ze met de publicatie van een 14-daagse Spartacus, ondertiteld als Orgaan van de Internationale Communistische Liga (Trotskistisch) in België.
[4] De groep van de Belgische sectie in Antwerpen was sterk beïnvloed door de Nederlandse partij van Sneevliet die, zoals de Belgische minderheid, vijandig stond tegenover de entrisme politiek in Frankrijk en België. Een minderheid had de oproep voor eenheid tussen de “entristen” en de “onafhankelijke” groepen gesteund. Zij werd geroyeerd op initiatief van Polk. Spartacus had de uitsluiting en het standpunt van de minderheid publiek gemaakt in een artikel Een verzoening die niet zonder gevaar is, over een verzoening tussen de ASR en de Liga als resultaat van de aanvallen op de twee door de POB.
[5] Georges Vereeken (1898-1978), taxichauffeur, was lid van het Centraal Comité van de Belgische KP, één van de pioniers van de Linkse Oppositie in België en tot 1934 één van de belangrijkste leiders van de Belgische sectie (Brusselse federatie) en lid van het IS. Hij leidde de minderheid die zich tegen het entrisme in Frankrijk en België verzette, en was de belangrijkste leider van de LCI die Spartacus uitgaf en die de Open Brief in augustus 1935 ondertekende.
[6] Lodewijk Polk (1902-1942), eens arbeider in de Bell Telefoon maatschappij en daarna diamantslijper in Antwerpen, was één van de leidende arbeiders in de Oppositie, dan de Belgische Liga in Antwerpen waar hij toen actief was namens de Belgische sectie in de POB en de Liga.
[7] Leon Lesoil (1892-1942), was mijntechnieker; werd voor het communisme gewonnen in Rusland waar hij als soldaat diende; hij was één van de stichtende leden van de Belgische KP en daarna van de linkse oppositie en de leider van de Arbeidersfederatie van Charleroi. Hij leidde de befaamde mijnwerkersstaking in de streek in 1932 en was daarna de leider van de Belgische sectie na haar splitsing met de “Brusselaar” Van Overstraeten en Hennaut. Hij was aanhanger van het entrisme en de echte leider van de groep die in de POB actief was en die gegroepeerd was rond de Revolutionaire Socialistische Aktie. Trotski had een speciaal hoge dunk van deze echte arbeidersklasse communist. Walter Dauge (1907-1944), een voormalig student en dan radioreporter die ontslagen werd, was lid van het nationaal comité van de Socialistische Jonge Wacht, en secretaris van de federatie in de Borinage en één van de jonge leiders van Links in de POB. Hij werd de klassieke drager van de tendens die, in de zomer van 1935, zich hergroepeerde rond het weekblad Revolutionair Socialistische Aktie. Hij was gelieerd aan de trotskisten maar won niet helemaal hun vertrouwen, vooral niet die van Trotski.
[8] De uitdrukking “Charleroi groep” sloeg op de entristische Belgische sectie, de Lesoil groep.
[9] Verscheidene onleesbare woorden.
[10] “Geneva” is de codenaam voor het hoofdkwartier van het Internationaal Secretariaat en soms van het IS zelve.