Walter Ulbricht

Het betrekken van alle mensen bij de socialistische opbouw



Geschreven: 1961
Bron: Uit de slotopmerkingen op een bijeenkomst met vertegenwoordigers van Staal- en Walsbedrijven te Berlijn, uitgegeven in Probleme der sozialistischen leitungtatigkeit, Dietz Verlag Berlin 1968
Vertaling: uit het Duits door Rick Denkers
Transcriptie:Rick Denkers
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, februari 2007


De diverse sprekers van verschillende bedrijven hebben ons een zeer interessant beeld geschetst van de invoering van de concurrentie tussen de staalproducenten.

Wij hebben slechts een wens en dat is dat nu niet alleen voor de staalproducenten maar ook voor alle andere takken van de Industrie die onder leiding staan van de VVB[1] — bij bepaalde vraagstukken ook onder de leiding van de economische districtsraad — raadplegingen van de zaakvoerders, de werkleiding, de partijsecretaris en de werkfunctionarissen plaatsvinden, waarop het hoofdprobleem van de vervulling van het plan van de invoering van de onderlinge concurrentie behandeld wordt. Er zijn in alle industrietakken belangrijke ervaringen opgedaan, maar de uitspraken in enige industrietakken tonen aan dat weliswaar de werkleiding maar nog niet de arbeiders zich bewust zijn van onze opgave, zoals het plan in samenhang met de standaardisering, mechanisering en automatisering vervult wordt.

U kent vele verbanden niet, en het gevolg daarvan is dat een deel van de ingenieurs en ook de arbeiders, die aan de onderlinge concurrentie deelnemen, hun initiatieven niet zodanig kunnen ontwikkelen als dat nodig is. Daarom is het een uitwisseling van ervaringen, de bemiddeling van de voortschrijdende ervaringen, het optekenen van de onderlinge samenhang het belangrijkste.

Wanneer in de programmatische verklaring van de staatsraad de arbeid met de mensen bijzondere betekenis toegekend wordt, dan heeft dat zo verscheidende oorzaken. Een oorzaak voor alles is de volgende: Wij hebben in de Duitse Democratische Republiek in de ontwikkeling van onze industrie en bij de invoering van de volkseconomie plannen een zulk stadium bereikt, ook in betrekking met een steeds groter wordend bewustzijn, dat het niet meer genoeg is, dat de voorhoede — de socialistische activisten, de bewuste ingenieurs — aan de invoering van concurrentie en aan het vorm geven van een nieuw leven deelneemt, maar we moeten allen daaraan deelnemen. Daarom staat de arbeid met de mensen op de voorgrond.

Dat is de concretisering van wat, op de vijfde partijdag in betrekking op de betekenis van de Brigaden en over de vraag van de wetten van het socialistische moraal, gezegd werd. Het eerder gezegde heeft zich als juist bewezen. Sindsdien zijn uitstekende voorbeelden ontstaan, uitmuntende voorbeelden in de ontwikkeling van productie, de concurrentie, de gemeenschapsarbeid, het socialistische leren en het socialistische leven. Nu is onze opgave dat naar deze voorbeelden de ganse massa van de werkenden in deze beweging te betrekken, door met eenieder van hen te werken om hem te overtuigen.

Wij hebben ons tot opdracht gesteld dat te bereiken, dat alle burgers van de Duitse Democratische Republiek voorwaarts gaan op de weg van het socialisme. De burgers van de Duitse Democratische Republiek hebben echter totaal verschillende tradities, verschillende gewoonten, een onderscheidenlijke ontwikkeling; Zij zijn ook in hun ganse arbeid en levenshouding vaak een verschillende temperament.

Deze opgave die wij ons gesteld hebben is tevens zeer gecompliceerd. De gecompliceerdheid bestaat uit dat de functionarissen van de Partij, zo ook alle vakverenigingen, leren moeten met alle mensen zo te werken, dat zij stap voor stap voorwaarts gaan, hun initiatieven ontwikkelen kunnen. Wellicht denken sommige mensen over deze afzonderlijke vraag anders dan wij. Dat is zeer wel mogelijk, maar in de praktische doorvoering van de opbouw van het socialisme gaat het erom dat allen dezelfde weg bewandelen. Onder onze burgers zullen er ook mensen zijn die een ander wereldbeeld hebben dan wij. Maar dat wij een wereld zonder oorlog willen hebben, dat het socialisme vrede betekent, en dat daarom het socialisme tot de overwinning zal leiden, daarover zijn wij allen het eens. In de grondvraag heerst dus volledige overeenstemming. Dat is het nieuwe in de ontwikkeling van de Duitse Democratische Republiek. Daarom heeft de leiding van de partij en de Staat de verplichting de verdere ontwikkeling van de Duitse Democratische Republiek tot een succes te maken.

De weg naar de overwinning van het socialisme, het overtuigen van alle mensen en het motiveren van alle mensen om ten volle mee te werken, betekent dat we met sommige lagen van de bevolking geduld moeten hebben. Voor ons als leden van de arbeidersklasse is de vraag van de uitbouw van het socialisme verhoudingsgewijs redelijk eenvoudig. Maar dat betekent niet dat het voor een boer, die vroeger een middelgrote of een herenboer was, ook zo eenvoudig is, laat staan voor een arts of voor een onderwijzer. Jullie, die uit de bedrijven komen, weten toch, welke veranderingen in samenhang met de organisatie en de invoering van de polytechnische onderwijs betekenen. Vele leraren zijn voor het eerst in een bedrijf gekomen en moeten alle moeite doen om alle problemen te leren kennen. Maar dit moeilijke ‘omdenken’[2] moeten we in overweging nemen.

Vanzelfsprekend betekenen de voor ons liggende opgaven een grote inspanning voor ons. De partij- en bedrijfskader, maar ook de medewerkers van het staatsapparaat moeten leren dat zij in hun arbeid rekenschap dienen te houden met deze veranderende voorwaarden. De partijfunctionaris moet nu een hogere vakkennis maar ook een hoger cultureel niveau hebben, anders wordt hij ingehaald door degenen die na het bezoek aan de tienklassenscholen[3]

een vakhogeschool of hoger onderwijs hebben bezocht. Wanneer partij- en bedrijfsfunctionarissen niet hun kennis vergroten dan zijn zij niet in staat om de gecompliceerde problemen op te lossen die voor ons liggen.

Wij zien dat de programmatische verklaring van de staatsraad een grote betekenis heeft, en we signaleren dat we op een zeker omslagpunt zijn aangekomen, waar de arbeid kwalitatief veranderd word en dat het werken met de mensen wezenlijk verbeterd dient te worden. Het formele administreren, ik moet eigenlijk zeggen het ambtelijk administreren, zoals dat bij vele organen gebruikelijk was, moet men voorgoed terzijde schuiven en op een levendige, op wetenschap gebaseerde arbeid overgaan. Daarom gaat het, en juist daarom schatten wij de concurrentie in de staalindustrie maar ook bij de machinebouwers zo hoog in, omdat in deze bedrijfstakken de nieuwe arbeidsmethoden al tot uitdrukking zijn gekomen. Lichtvaardigheid of oppervlakkige gedrag tegenover de veranderingsmethoden of onderzoeksproblemen moeten daarom scherp veroordeeld worden.

De leidende organen moeten tegelijkertijd die nieuwe problemen, die tegenwoordig voor ons van bijzondere betekenis zijn, erkennen en bij de oplossing daarvan helpen. Wij dulden het niet, dat de leidende organen die zaken op de lange baan schuiven. Dat is het ergste wat ons overkomen kan. Er zal vanzelfsprekend ontwikkeling- en onderzoekarbeid zijn, die niet bruikbaar is, dan zal men het evalueren daarvan moeten bespoedigen en de betreffende persoon zeggen, dat het zo niet langer kan en dat niets op de lange baan geschoven kan worden.

Ik wil nog eenmaal onderstrepen dat de concurrentie tussen de staalbedrijven, maar ook in de machinebouw, in de zin van de programmatische verklaring van de staatsraad, van grote betekenis is, omdat dit aangetoond heeft hoe men het in de praktijk invoert. Daarop komt het aan. Daarom wil ik jullie voor jullie grote prestatie in het bijzonder bedanken en ik hoop dat de concurrentie een verdere stimulans is voor de ontwikkeling van de gemeenschapsarbeid en ook tot verbetering van het werk van de partij, het bedrijf en de economische organen van de staat zal leiden.

Lieve genodigden! Breng aan alle werknemers van de bedrijven onze hartelijke groeten over. Leg aan hun uit, hoe hoog wij hun prestaties waarderen, en waarom de vervulling van het plan 1961 en het verstevigen van de vrede een zulke betekenis heeft. Wij wensen alle genodigden en vrienden al het goede, verdere successen in het werk maar ook in het persoonlijke leven. En vergeet niet, ook de vrouwen van de staalarbeiders en de arbeiders die op dit moment in de fabrieken werken hartelijk te groeten.

stenogram.

Voetnoten


[1] Vereinigung Volkseigener Betriebe
[2] letterlijke vertaling van het Duitse begrip ‘umdenken’. Umdenken werd vooral in het DDR jargon frequent gebruikt, hoewel het geen officieel Duits woord is. Umdenken, daarmee wordt bedoeld een plotselinge revolutionaire verandering in het denkproces bij mensen. Bij het bij ‘umdenken’ horende veranderingsproces gaat het vooral om een enorme omslag van het denkproces, zoals bijvoorbeeld het ineenstorten/veranderen van een wereldbeeld wat mensen hebben.
[3] Vanaf de eerste onderwijswet (1946) in de toenmalige sovjetzone van Duitsland tot aan het begin van de 80er jaren vonden er constant verbeteringen plaats aan het schoolsysteem in Oost-Duitsland. Voor 1946 was er een traditioneel systeem van kleuter- basis- en voortgezet onderwijs. Het werd in dat jaar vervangen door een 8-jarige Grundschule en een vierjarige Oberschule. In een poging om gelijkheid tussen de klassen te bewerkstelligen en de macht van het bourgeoisie te breken in het onderwijs werden de meeste leraren ontslagen en vervangen. Zeker omdat de meeste onderwijzers in de nazi-tijd lid waren geweest van een Nationaal -Socialistische organisatie. Acht en twintig duizend mannen en vrouwen, de zogenaamde Heu-lehrer (hooi leraar), werden door middel van spoedopleidingen klaargestoomd om het schoolonderwijs in het schooljaar ’46-’47 te verzorgen. Uiteindelijk waren er een 40.000 van deze ‘Heu-lehren’.
Dit was echter maar een tijdelijke oplossing. In 1950 werd het schoolsysteem opnieuw op de kop gezet. Omdat de maatschappij beter opgeleide jongeren nodig had, en omdat het ‘nieuwe’ systeem gebreken vertoonde, werd de zehnklassenschule (vergelijkbaar met het Nederlandse basis school) nieuw leven ingeblazen. Met de tweede onderwijswet van 1959 werd dit vastgelegd. Het was een volgende stap in de strategie van het ministerie van Onderwijs om gelijke kansen te creëren tussen de kinderen uit de steden en de kinderen uit de landelijke gebieden. Het kwam er op neer dat het onderwijs, en de manier waarop het georganiseerd was, letterlijk uniform werd. Daarna volgde in 1965 nog een derde Onderwijswet (De wet van de geïntegreerde socialistische onderwijssysteem van de DDR) die van de uniforme tienjarenschool — inmiddels omgedoopt tot Oberschule- het centrale element maakt van het Oost-Duitse onderwijssysteem. Er werd met deze wet wijzing nog een tweetal extra klassen toegevoegd, het 11e en 12e leerjaar (Erweiterte Oberschule). Dit was een soort postopleiding bedoeld om een klein aantal leerlingen klaar te stomen voor de universiteit. Het aantal leerlingen wat deze Erweiterte Oberschule mocht doen werd ieder jaar door de Oost-Duitse Staat bepaald.