Rosa Luxemburg
Massastaking, partij en vakbonden


3. De ontwikkeling van de massastaking in Rusland

De massastaking, zoals ze meestal in de huidige discussies voor ogen wordt gehouden, is een zeer duidelijk en eenvoudig voorgesteld, scherp afgetekend en op zichzelf staand verschijnsel. Er wordt daarbij gedacht aan een grootse staking van het industrieproletariaat, die in de grootste onderlinge verstandhouding uitgeroepen wordt. Staking aangegaan naar aanleiding van een politieke gebeurtenis van buitengewone draagwijdte, en wel op grond van een ten gepaste tijde gesloten wederzijdse overeenkomst van partij- en vakbondsinstanties, dan in een geest van discipline met de grootste orde doorgevoerd en in nog betere orde afgebroken wanneer de leidende instanties het gepast vinden haar op te heffen, terwijl de regeling van ondersteuningen, kosten en offers, met één woord het hele materiële bilan van de massastaking op voorhand nauwkeurig vastgesteld wordt.

Wanneer we nu dit theoretische schema met de werkelijke massastaking vergelijken, zoals ze zich in Rusland sinds vijf jaar voordoet, dan moeten we zeggen dat de voorstelling die in het middelpunt van de Duitse discussie staat, bijna met geen enkele van de vele gehouden massastakingen overeenstemt, en dat anderzijds de massastakingen in Rusland een zo grote verscheidenheid van soorten vertonen dat het helemaal onmogelijk is van ‘massastaking’, van een abstracte, schematische massastaking te spreken. Alle factoren, alsmede het karakter van de massastaking, verschillen niet alleen volgens stad en streek van het rijk, maar het is vooral haar algemeen karakter dat zich in de loop van de revolutie meermaals gewijzigd heeft.

De massastakingen hebben in Rusland een bepaalde geschiedenis achter zich, geschiedenis die ze nog steeds verder doormaken. Wie dus over massastakingen in Rusland spreken wil, moet in de eerste plaats hun geschiedenis voor ogen houden.

De huidige, om zo te zeggen officiële periode van de Russische revolutie, dateert men met vol recht van de opstand van het Petersburgse proletariaat op 22 januari 1905. Van de stoet van de 200.000 arbeiders voor het tsarenslot, die in een vreselijk bloedbad eindigde. Deze bloedige slachting was, zoals bekend, het teken voor het uitbreken van de eerste reeks grote massastakingen, die zich in enkele dagen over heel Rusland uitbreidden en de stormroep van de revolutie uit Petersburg in alle hoeken van het rijk en in de breedste lagen van het proletariaat hebben doen doordringen.

De Petersburgse opstand van 22 januari was echter ook slechts het hoogste moment van een massastaking die voorheen het proletariaat van de tsarenhoofdstad in januari 1905 aangegaan had. Deze januari-massastaking ontwikkelde zich nu zonder twijfel onder de rechtstreekse indruk van de reusachtige massastaking die kort daarvoor, in december 1904, in de Kaukasus te Bakoe uitgebroken was en een tijdlang heel Rusland de adem benam.

De decembergebeurtenissen in Bakoe waren echter op hun beurt niets anders dan een laatste en krachtige uitloper van de geweldige massastakingen die als periodieke aardbevingen in de jaren 1903 en 1904 heel Zuid-Rusland deden wankelen. En de proloog hiervan was de massastaking in Batum (Kaukasus) van maart 1902.

Deze eerste massastakingsbeweging in de doodlopende keten van de huidige revolutionaire uitbarstingen is eindelijk slechts vijf tot zes jaar van de grote algemene werkstaking van de Petersburgse textielarbeiders in 1896 en 1897 verwijderd, en zo deze beweging uiterlijk ook van de huidige revolutie door enkele jaren schijnbare stilstand en starre reactie gescheiden zijn, toch zal iedereen die de innerlijke politieke ontwikkeling van het Russisch proletariaat tot op de tegenwoordige trap van zijn klassenbewustzijn en zijn revolutionaire energie kent, de geschiedenis van de huidige periode van de massastakingen met de Petersburgse algemene stakingen beginnen. Zij zijn voor het probleem van de massastaking al daarom gewichtig, omdat zij al alle hoofdfactoren van de laatste massastaking in de kiem bevatten.

Op het eerste gezicht lijkt de Petersburgse algemene staking van het jaar 1896 een zuiver economische, partiële loonstrijd. Haar oorzaken waren de ondraaglijke arbeidsvoorwaarden van de spinners en wevers van Petersburg. Een 13-, 14- en 15-urenwerkdag, erbarmelijke stuklonen en een hele aaneenschakeling van waardeloze ondernemersvitterijen. Maar deze toestand verdroegen de textielarbeiders lange tijd geduldig tot een schijnbaar nietige omstandigheid de maat deed overlopen. In het jaar 1896, in mei, ging namelijk de twee jaar lang, uit angst voor de revolutionairen, uitgestelde kroning van de tegenwoordige tsaar Nicolas II door. Bij deze gelegenheid betuigden de Petersburgse ondernemers hun vaderlandslievende ijver door hun arbeiders drie dagen lang gedwongen feestdagen op te leggen, terwijl ze nochtans merkwaardigerwijze voor deze dagen geen loon wilden betalen.

De daardoor geprikkelde textielarbeiders kwamen in beweging na een bespreking waaraan ongeveer 300 van de meest bewuste arbeiders deelnamen, in de Jekaterinenhoftuin werd tot staking besloten, en volgende eisen werden geformuleerd: 1. Uitbetalen van de lonen voor de kroningsdagen; 2. 10 urenwerkdag; 3. verhoging van de stuklonen.

Dit gebeurde op 24 mei. Na een week lagen alle weverijen en spinnerijen stil, en 40.000 arbeiders waren in algemene staking. Tegenwoordig kan deze gebeurtenis, vergeleken met de geweldige massastakingen van de revolutie, een kleinigheid lijken. In de politieke ijsstarre onbeweeglijkheid van het toenmalige Rusland was een algemene staking iets ongehoord, ze was zelfs een revolutie in het klein.

Vanzelfsprekend begonnen de brutaalste vervolgingen. Ongeveer 1.000 arbeiders werden aangehouden en naar hun streek teruggezonden, en de algemene werkstaking werd onderdrukt.

Hier zien we reeds alle hoofdtrekken van de latere massastakingen. De onmiddellijke aanleiding tot de beweging was van toevallige, ja ondergeschikte, haar uitbreken van elementaire aard. Maar in het tot stand komen van de beweging vertoonden zich de vruchten van een jarenlange agitatie van de sociaaldemocraten. In de loop van de algemene werkstaking stonden de sociaaldemocratische agitators aan de spits van de beweging, leidden en gebruikten ze tot levendige revolutionaire agitatie. Verder was de staking uiterlijk een gewone economische loonstrijd, alleen de stelling van de regering en de agitatie van de sociaaldemocratie hebben haar tot een politiek verschijnsel van eerste rang gemaakt. Ten slotte, de staking werd onderdrukt, de arbeiders leden een ‘nederlaag’. Maar al in januari van het volgende jaar, 1897, herhaalden de Petersburgse textielarbeiders nogmaals de algemene staking, en behaalden deze keer een bijzonder succes: de wettelijke invoering van de 11-urendag in heel Rusland.

Maar wat nochtans een veel gewichtiger gevolg was: sinds de eerste algemene staking van 1896, die zonder een spoor van organisatie en strijdkassen werd ondernomen, begint in het eigenlijke Rusland een intensieve syndicale strijd die zich weldra uit Petersburg op het overige landsgebied uitbreidt en voor de sociaaldemocratische agitatie en organisatie heel nieuwe vooruitzichten schept, daarbij echter in de schijnbare kerkhofvrede van de volgende periode door onzichtbaar mollenwerk de proletarische revolutie voorbereidt.

Het uitbreken van de Kaukasische staking in mei van het jaar 1902 was schijnbaar een toevallig en door zuiver economische, partiële, zij het dan ook heel andere factoren bepaald, als die van het jaar 1896. Het hangt met de zware industriële- en handelscrisis samen, die in Rusland de voorgangster van de Japanse oorlog was en met hem samen de machtigste factor van de beginnende revolutionaire gisting vormde. De crisis veroorzaakte een enorme werkloosheid die in de proletarische massa de agitatie voedde, en daarom ging de regering ertoe over de ‘overbodige handen’ in drommen naar hun respectievelijke geboortestreken te transporteren, dit om de arbeidersklasse tot bedaren te brengen. Het was juist een dergelijke maatregel, die ongeveer 400 petroleumarbeiders zou treffen, die in Batum een massaprotest uitlokte dat tot demonstraties, aanhoudingen, een slachting en ten slotte tot een politiek proces leidde, waarin plotseling de zuiver economische, partiële aangelegenheid tot een politieke en revolutionaire gebeurtenis werd.

De naklank van de hele ‘zonder resultaat’ verlopen en neergeslagen staking in Batum was een reeks revolutionaire massademonstraties van de arbeiders in Nischni-Novgorod, in Saratov, en andere steden. Dus een krachtige stoot voor de algemene golf van de revolutionaire beweging.

Al in november 1902 volgt de eerste echte revolutionaire naklank in de vorm van een algemene staking in Rostov aan de Don. Aanleiding tot deze beweging gaven loongeschillen in de werkhuizen van de Vladikausische spoorwegen. De beheerraad wilde de lonen verlagen. Daarop deed het Don-comité van de sociaaldemocratie een oproep voor staking met volgende eisen: 9-urendag; loonsverbetering; afschaffen van de straffen; afdanking van onpopulaire ingenieurs.

Alle spoorwegwerkhuizen legden het werk neer. Bij hen sloten zich weldra alle andere beroepen aan. En plotseling heerste in Rostov en nooit geziene toestand. Alle industrie-arbeid ligt stil, en langs een andere kant worden dag op dag monstermeetings van 15.000 tot 20.000 arbeiders in open lucht gehouden, dikwijls omsingeld door een kordon Kozakken, waarbij voor het eerst sociaaldemocratische volksredenaars openlijk het woord voeren, gloeiende redevoeringen over socialisme en politieke vrijheid houden, die met ongehoorde begeestering worden opgenomen. Revolutionaire oproepen worden op tienduizenden exemplaren verspreid. Middenin het starre absolutisme verovert het proletariaat van Rostov voor de eerste maal verenigingsrecht en vrijheid van het woord.

Weliswaar loopt het hier ook niet zonder een slachtpartij af. De loongeschillen van de Vladikaukasische spoorwegwerkplaatsen hebben zich in enkele dagen tot een politieke algemene staking en tot een revolutionaire straatoorlog ontwikkeld. Als naklank doet zich onmiddellijk daarop een algemene werkstaking voor op het station Tichoretzkaja van dezelfde spoorweglijn. Ook hier komt het tot een bloedig neerslaan, verder tot een proces, en zo heeft Tichoretzkaja zich als episode eveneens in de onbreekbare keten van de revolutie-knooppunten vastgevlochten.

De lente 1903 geeft het antwoord op de neergeslagen stakingen in Rostov en Tichoretzkaja. Heel Zuid-Rusland was in mei, juni en juli in opstand. Bakoe, Tiflis, Batum, Jelissavetgrad, Odessa, Kiev, Nikolajev, Jekaterinoslav zijn in letterlijke betekenis in algemene staking.

Maar ook hier ontstaat de beweging niet naar een of ander uit een centrum of vooropgezet plan, ze vloeit samen uit afzonderlijke punten, telkens naar aanleiding van verschillende oorzaken, en in andere vormen. Het eerst begint Bakoe, waar talrijke partiële loonstrijden in afzonderlijke fabrieken en bedrijfstakken tenslotte in een algemene staking uitmonden. In Tiflis vatten 2.000 handelsbedienden, die van ‘s morgens 6 tot ‘s avonds 23 uur moeten werken, het eerst de strijd aan. Zij verlaten allen op 4 juli om 8 uur ‘s avonds de winkels en houden een optocht door de stad om de magazijnpatroons tot sluiting van hun zaak aan te zetten.

De overwinning is volledig: de handelsbedienden veroveren een arbeidsdag van 8 tot 20 uur, onmiddellijk gevolgd door al de fabrieken, werkhuizen, kantoren, enz. De dagbladen verschijnen niet, het tramverkeer kan slechts onder bescherming van de militairen gebeuren. In Jelissawetgrad begint op 10 juli in alle fabrieken de staking met zuiver economische eisen. Deze worden grotendeels ingewilligd en op 14 juli houdt de staking op. Maar twee weken later breekt zij weer uit. Deze keer geven de bakkers het parool, gevolgd door de steenarbeiders, meubelmakers, ververs, molenaarsknechten en ten slotte weer alle fabrieksarbeiders.

In Odessa begint de beweging met een loonstrijd waarin de door de regeringsagenten naar het programma van de beroemde gendarm Soebatov opgerichte ‘legale’ arbeidersvereniging verwikkeld werd. De historische dialectiek heeft het zich hier weer veroorloofd een van haar lieftallige slechte streken uit te halen. De economische kampen van de vroegere periode — waaronder de grote Petersburgse algemene staking van 1896 — hadden de Russische sociaaldemocratie tot overdrijving van het zogenaamde ‘economisme’ verleid, iets waardoor ze voor de demagogische drijverijen van Soebatov de bodem had voorbereid. Na enige tijd keerde echter de grote revolutionaire stroom het scheepje met de valse vlag om en dwong het nu juist aan de spits van de revolutionaire proletarische vloot te varen.

De Soebatov-vereniging gaf in de lente van 1904 het parool tot een grote algemene staking van Odessa. Zij die in de waan van de oprechte arbeidersgenegenheid van de regering en van haar sympathie voor de zuiver economische strijd gewiegd werden, wilden plotseling de proef op de som zetten en dwongen de Soebatovse ‘arbeidersvereniging’ in een fabriek de staking voor de meest bescheiden eisen uit te roepen. Ze werden daarop door de ondernemer eenvoudig op straat gezet, en toen zij van de leider de beloofde bescherming van de overheid eisten, verzwond het heertje en liet de arbeiders in wilde gisting achter.

Weldra zetten zich de sociaaldemocraten aan het hoofd en de stakingsbeweging sprong op andere fabrieken over. Op 1 juli staken 2.500 spoorwegarbeiders, op 4 juli gaan de havenarbeiders in staking voor een loonsverhoging van 80 kopeken op twee roebel en een verkorting van werktijd van een half uur. Op 6 juli sluiten de zeelui zich bij de beweging aan. Op 13 juli begint de staking van het trampersoneel.

Nu grijpt een vergadering van alIe stakers (7 8.000 man) plaats. Een stoet wordt gevormd die van fabriek tot fabriek gaat en die, als een lawine aangegroeid, zich weldra met een massa van 40 45.000 koppen naar de haven begeeft om al het werk te doen stilleggen. In de hele stad heerst de algemene staking. In Kiev begint op 21 juli de staking in de spoorwegwerkplaatsen.

Ook hier is de directe aanleiding de miserabele arbeidersvoorwaarden, en looneisen worden gesteld. De volgenden dag volgen de gieterijen dit voorbeeld. Op 23 juli grijpt een voorval plaats dat het teken voor de algemene staking wordt.

’s Nachts worden twee afgevaardigden van de spoorwegarbeiders aangehouden, de stakers eisen onmiddellijk hun vrijlating. Als deze niet verleend wordt, besluiten ze de treinen niet uit de stad te laten vertrekken. Aan het station zetten zich al de stakers met vrouw en kind op het spoor, een mensenzee. Men dreigt met geweersalvo’s. De arbeiders ontbloten daarop hun borst en roepen: “Schiet!” Een salvo wordt op de weerloze, zittende menigte afgevuurd en 30 40 lijken, waaronder vrouwen en kinderen, blijven ter plaatse liggen. Bij dit verhaal staat heel Kiev op voor de staking. De lijken van de vermoorden worden door de menigte opgenomen en in een massaoptocht rondgedragen. Vergaderingen, redevoeringen, aanhoudingen, enkele straatgevechten, Kiev staat midden in de revolutie.

De beweging loopt gauw ten einde. De boekdrukkers hebben er een verkorting van 1 uur werktijd en een loonsverhoging van 1 roebel bij gewonnen. In een gistfabriek is de 8-urendag ingevoerd. De spoorwegwerkplaatsen worden bij een besluit van het ministerie gesloten.

Andere bedrijfstakken gingen met partiële stakingen verder. In Nikolajev breekt de algemene staking onder de rechtstreekse indruk van de berichten uit Odessa, Bakoe, Batum en Tiflis uit, trots de weerstand van het sociaaldemocratische comité dat het uitbreken van de beweging wilde verschuiven tot op het ogenblik dat het leger de stad zou verlaten voor de manoeuvres. De massa liet zich niet weerhouden. Een fabriek begon, en de stakers gingen van werkplaats tot werkplaats, de weerstand van de troepen goot slechts olie op het vuur. Weldra vormden zich massaoptochten met revolutionair gezang, die alle arbeiders, bedienden, trampersoneel, mannen en vrouwen meetrokken. Het neerleggen van het werk was volledig. In Jekaterinoslav gaan op 5 augustus de bakkers, op 7 augustus de arbeiders van de spoorwegwerkplaatsen, daarop alle andere fabrieken in staking. Op 8 augustus houdt het tramverkeer op, de kranten verschijnen niet meer. Zo kwam de grootse algemene staking van Zuid-Rusland in 1903 tot stand. Uit vele kleine kanalen van partiële economische strijd en kleine ‘toevallige’ gebeurtenissen vloeide ze snel tot een geweldige zee samen en veranderde heel het zuiden van het tsarenrijk voor enige weken in een zonderlinge, revolutionaire arbeidersrepubliek.

“Broederlijke omarmingen, uitroepen van bewondering en begeestering, vrijheidsliederen, vrolijk gelach, humor en vreugde hoorde men in de duizendkoppige menigte, die van ‘s morgens tot ‘s avonds door de stad golfde. De stemming was verheven, men kon bijna geloven dat een nieuw, beter, leven op aarde begon. Een diep ernstig en tegelijk idyllisch, roerend beeld.”

Zo schreef toen de correspondent in het liberale Oswoboshdenje van de Heer Peter von Struve.

Het jaar 1904 bracht vanaf het begin de oorlog met zich, en voor een tijd een rustpauze in de massastakingsbeweging. Aanvankelijk verspreidde zich een troebele golf door de politie ineengestoken ‘patriottische’ demonstraties over het land. De ‘liberale’ burgerlijke maatschappij werd door het tsaristisch officieel chauvinisme tegen de grond geslagen. Weldra neemt echter de sociaaldemocratie het strijdterrein weer in. Tegenover de door de politie aangelegde demonstraties van het vaderlandslievende lompenproletariaat worden revolutionaire arbeidersdemonstraties gesteld. Eindelijk wekken de schandelijke nederlagen van het tsaristische leger ook de liberale maatschappij uit haar verdoving. Het tijdperk van de liberale en democratische congressen, banketten, redevoeringen, adressen en manifesten begint.

Het door de smaad van de oorlog tijdelijk terneergedrukt absolutisme laat de heren in zijn wankelmoedigheid vrije teugel, en reeds zien ze de hemel vol liberale violen.

Voor een half jaar neemt het burgerlijke liberalisme de politieke voorgrond in bezit, het proletariaat treedt in de schaduw. Maar na deze lange depressie richt het absolutisme zich op zijn beurt weer op, de camarilla hervat kracht en voor een enkele stevige stamp van een kozakkenlaars vlucht in december de hele liberale actie in het muizenhol. De banketten, redevoeringen, congressen worden gewoonweg als een ‘onbeschaamde aanmatiging’ verboden, en het liberalisme ziet zich plotseling aan het einde van zijn Latijn.

Maar juist daar waar het liberalisme de kluts kwijt raakt, begint de actie van het proletariaat. In december 1904 breekt op grond van de werkloosheid de grootste algemene staking in Bakoe uit: de arbeidersklasse is weer op het strijdterrein. Toen het spreken verboden werd en verstomde, begon het handelen weer. In Bakoe heerste gedurende enkele weken midden in de algemene staking de sociaaldemocratie als onbegrensde meesteres van de toestand, en de eigenaardige gebeurtenissen van december in de Kaukasus hadden een ongehoorde opschudding teweeggebracht. Waren zij niet zo snel door de stijgende golf van de revolutie overtroffen geworden, een golf die zij zelf opgezweept hadden. De fantastische, onduidelijke berichten van de algemene staking in Bakoe hadden nog niet alle hoeken van het land bereikt, toen in januari 1905 de massastaking in Petersburg losbrak.

Ook hier was de aanleiding van gering belang. Twee arbeiders van de Poetilov-fabrieken werden wegens hun lidmaatschap van de legale Soebatov-vereniging ontslagen. Deze maatregel lokte op 16 januari een solidariteitsstaking van de 12.000 arbeiders van deze fabriek uit. De sociaaldemocraten begonnen naar aanleiding van de staking een heftige agitatie voor de uitbreiding van de eisen en zetten de eisen voor een 8-urendag, verenigingsrecht, woord- en persvrijheid door. De gisting van de Poetilov-fabrieken zette zich gauw op het overige proletariaat over, en in enkele dagen waren 140.000 arbeiders in staking. Gemeenschappelijke beraadslagingen en stormachtige discussies leidden tot de uitwerking van het proletarische charter van de burgerlijke vrijheden, met de 8-urendag vooraan, waarmee op 22 januari 200.000 arbeiders, aangevoerd door de priester Gapon, voor het tsarenslot verschenen. Het conflict van de twee gestrafte Poetilov-arbeiders had zich in een week tot de proloog van de geweldigste revolutie van de nieuwe tijd omgevormd.

De direct daarop volgende gebeurtenissen zijn bekend. Het Petersburgse bloedbad heeft in januari en februari in alle nijverheidscentra en steden van Rusland, Polen, Litouwen, van de Baltische provinciën, de Kaukasus, Siberië, van het Noorden tot het Zuiden, van het Westen tot het Oosten reusachtige massastakingen en algemene stakingen verwekt.

Maar bij nader inzien verschijnen de massastakingen nu in andere vormen als in de vorige periode. Ditmaal gingen overal de sociaaldemocratische organisaties met oproepen vooraan. Overal werd de revolutionaire solidariteit met het Petersburgse proletariaat uitdrukkelijk als oorzaak en doel van de algemene staking aangegeven. Overal kreeg men tegelijkertijd demonstraties, redevoeringen, gevechten met het leger. Maar ook hier was van een vooraf vastgesteld plan voor een georganiseerde actie geen spraak. Want de partijoproepen waren nauwelijks in staat met de spontane opstandsbewegingen van de massa gelijke tred te houden. De leiders hadden nauwelijks de tijd de eisen van de vooruitstormende proletariërsmassas te formuleren.

Verder, de vroegere massa- en algemene stakingen ontstonden uit afzonderlijke, samenvloeiende loonconflicten, die in de algemene stemming van de revolutionaire situatie en onder de indruk van de sociaaldemocratische agitatie snel tot politieke manifestaties uitgroeiden. De economische factor en de versplintering van de vakbonden waren het uitgangspunt, de samentrekkende klassenactie en de politieke leiding het slotresultaat.

Thans is de beweging omgekeerd. De januari- en februari-stakingen braken van voren af aan uit als een samenhangende revolutionaire actie onder leiding van de sociaaldemocratie. Alleen viel deze actie weldra uiteen in een oneindige reeks lokale, partiële, economische stakingen in afzonderlijke streken, steden, bedrijfstakken en fabrieken. De hele lente van het jaar 1905 tot in de late zomer toe heerste in heel het reuzenrijk een onvermoeibare economische strijd van bijna heel het proletariaat tegen het kapitaal, een strijd die naar boven toe alle kleinburgerlijke en liberale beroepen: handelsbedienden, bankbedienden, technici, toneelspelers, kunstambachten, aantast. Naar beneden toe tot in het dienstpersoneel, tot bij de politieambtenaars van lagere graad, ja tot in de laag van het lompenproletariaat doordringt en tegelijkertijd uit de stad op het platteland stroomt en zelfs aan de ijzeren poort van de kazernen aanklopt.

Het is een reusachtig bont beeld van een algemene uiteenzetting van arbeid met kapitaal, dat heel de veelzijdigheid van de sociale bouw en het politieke bewustzijn van iedere laag en iedere hoek afspiegelt, en heel de lange ontwikkelingsladder van directe vakbondstrijd, van een beproefde grootindustriële elite van het proletariaat tot de vormeloze protestuiting van een hoop landproletariërs en tot de eerste donkere verzetsopwelling van een opgewonden soldatengarnizoen doorloopt. Van de deftige elegante revolte in manchetten en stijve boord in het bankkantoor tot het schuwdriest morren van een onbehouwen vergadering van ontevreden politieagenten, in een doorrookte, donkere en vuile politiewachtkamer.

Naar de theorie van de liefhebbers van ‘ordelijke en goed gedisciplineerde’ kampen naar plan en schema, van deze in het bijzonder die van verre altijd beter willen weten hoe het ‘had moeten gedaan worden’, was het uit elkaar vallen van de grote politieke algemene stakingsactie van januari 1905 in een menigte economische kampen waarschijnlijk ‘een grove fout’, die deze actie ‘lamgelegd’ en in ‘een strovuur’ veranderd had.

Ook de sociaaldemocratie in Rusland, die de revolutie wel meemaakt maar niet ‘maakt’, en haar wetten eerst uit haar verloop zelf leren moet, was op het eerste ogenblik door het schijnbaar onsuccesvol terugvloeien van de eerste stormvloed van de algemene staking voor een tijd iet of wat uit haar lood geslagen. Maar de geschiedenis, die deze ‘grove fout’ gemaakt heeft, verricht daardoor, zonder zich te bekommeren om het geredeneer van ongeroepen schoolmeesters, een even onvermijdelijk als in zijn gevolgen onberekenbaar reuzenwerk van de revolutie.

De plotselinge algemene opstand van het proletariaat in januari onder de geweldige druk van de Petersburgse gebeurtenissen was naar buiten toe de politieke daad van de revolutionaire oorlogsverklaring aan het absolutisme. Maar deze eerste algemene directe klassenactie werkte juist als dusdanig naar binnen des te krachtiger terug terwijl zij voor de eerste maal het klassengevoel en klassenbewustzijn bij miljoenen en miljoenen als door een elektrische schok wakker maakte. En dit ontwaken van het klassengevoel uitte zich onmiddellijk in het feit dat de miljoenen sterke proletarische massa zich heel plotseling scherp en snijdend van de onverdraaglijkheid van het sociaal en economisch bestaan, dat zij tientallen jaren in de ketens van het kapitalisme geduldig verdroeg, bewust ging worden.

Vandaar een spontaan, algemeen wringen en trekken aan deze ketens. Al het duizendvoudige lijden van het moderne proletariaat herinneren het aan oude bloedende wonden. Hier wordt voor de 8-urendag gestreden, daar tegen het stukwerk, hier worden brutale meesters op een stootwagen in de zak ‘buitengereden’, ergens anders gaat het tegen schandelijke strafsystemen. Overal voor betere lonen, hier en daar voor afschaffing van huisarbeid. Verouderde, vervallen beroepen in grote steden, kleine provinciesteden, die tot dan toe in een idyllische slaap voortsluimerden, het dorp met zijn overblijfselen van het lijfeigendom — dit alles bezint zich plots, door de januaribliksem gewekt, op zijn rechten en beproeft nu koortsachtig het verzuimde te achterhalen.

De economische strijd was hier in werkelijkheid dus niet een uiteenvallen, een versplintering van de actie, maar slechts een frontwisseling, een plots en natuurlijk omslaan van de eerste algemene slag met het absolutisme in een algemene afrekening met het kapitaal die, in overeenstemming met haar karakter, de vorm van gescheiden loonkampen aannam. Niet de politieke klassenactie werd in januari door het uiteenvallen van de algemene staking in economische stakingen gebroken, maar omgekeerd, nadat de in de gegeven toestand en op de gegeven trap van de revolutie mogelijke inhoud van de politieke actie uitgeput was, viel zij uiteen. Beter, sloeg zij in een economische actie om.

Inderdaad, wat kon de algemene staking in januari verder bereiken? Slechts volledige gedachteloosheid kon een vernietiging van het absolutisme met één slag door een enkele ‘volgehouden’ algemene staking naar het anarchistische schema verwachten. Het absolutisme moet in Rusland door het proletariaat omvergeworpen worden. Maar daarvoor heeft het proletariaat een hoge graad van politieke scholing, klassenbewustzijn en organisatie nodig. Al deze voorwaarden kan het zich niet uit brochures en vlugschriften, maar slechts uit de levende politieke school, uit de strijd en in de strijd, in het voortschrijdende verloop van de revolutie scheppen. Verder kan het absolutisme niet op ieder gewenst ogenblik, waarvoor slechts een voldoende ‘inspanning’ en ‘uithoudingsvermogen’ geëist wordt, omvergeworpen worden.

De ondergang van het absolutisme is slechts een uiterlijke uitdrukking van de innerlijke sociale en klassenontwikkeling van de Russische maatschappij. Voor en opdat het absolutisme omvergeworpen kan worden, moet het toekomstige burgerlijke Rusland in zijn binnenbouw, in zijn moderne klassenscheiding opgericht, gevormd worden.

Daartoe is nodig de afbakening van de verschillende sociale lagen en belangen, de vorming van de proletarische, revolutionaire, ook even noodzakelijk van de liberale, kleinburgerlijke, conservatieve en reactionaire partijen, daartoe hoort de zelfbezinning, het zelfbewustzijn en het klassenbewustzijn niet alleen van de volks- maar ook van de burgerlijke lagen. Maar ook deze kunnen zich slechts in de strijd, in het proces van de revolutie zelf, door de levende school van de gebeurtenissen, in de botsing met het proletariaat en ook onderling, in onophoudelijke wederzijdse wrijving vormen en tot rijpheid komen.

Deze klassensplitsing en klassenrijpwording van de burgerlijke maatschappij zoals haar actie tegen het absolutisme, wordt door de eigenaardige leidende rol van het proletariaat en zijn klassenactie enerzijds bemoeilijkt en belemmerd, anderzijds opgezweept en bespoedigd. De verschillende grondstromingen van het sociale proces van de revolutie doorkruisen elkaar, remmen elkaar, verhogen de verschillende tegenstellingen van de revolutie, per slot van rekening bespoedigen en verhogen ze er echter slechts hun eigen geweldige uitbarstingen mee.

Zo eist het schijnbaar zo eenvoudig en naakt, zuiver mechanisch probleem: het omverwerpen van het absolutisme, een heel lang sociaal proces, een totale omwoeling van de maatschappelijke bodem, het onderste moet naar boven, het bovenste naar onderen gekeerd, de schijnbare ‘orde’ tot een chaos, en schijnbare ‘anarchistische’ chaos tot een nieuwe orde herschapen worden.

En nu speelde in dit proces van de sociale gedaanteverwisseling van het oude Rusland niet slechts de januari bliksem van de eerste algemene staking, maar nog meer het daarop volgende lente- en zomeronweer van de economische stakingen, een grote rol. De bittere algemene uiteenzetting van de loonarbeid met het kapitaal heeft in dezelfde mate tot de afbakening van de verschillende volkslagen als van de burgerlijke lagen, tot het klassenbewustzijn van het revolutionaire proletariaat als van de liberale en conservatieve bourgeoisie bijgedragen. En zoals de stedelijke loonconflicten tot de vorming van de sterke monarchistische Industrieëlen-partij bijgedragen hebben, zo heeft de rode vaan van de geweldige landopstand in Lijfland [Vidzeme of Liivimaa, provincie verdeeld in 1918 tussen Estland en Letland, nvdr.] tot de snelle liquidatie van het beroemde adellijk-agrarisch Zemstvo-liberalisme geleid.

Tegelijkertijd heeft echter de periode van economische strijd in de lente en de zomer van het jaar 1905 het stadsproletariaat onder de vorm van sterke sociaaldemocratische agitatie en leiding, de mogelijkheid gegeven zich de hele som van de lessen van de januariproloog blijvend eigen te maken, zich de verdere taak van de revolutie bewust te worden. In samenhang daarmee is nog een ander resultaat van blijvende sociale aard: een algemene verhoging van het levensniveau van het proletariaat, zowel economisch als sociaal en intellectueel. De lentestakingen van het jaar 1905 zijn bijna alle zegerijk verlopen. Als bewijs van het enorme en meestal nog onoverzienlijk zakenmateriaal zijn hier slechts enkele data over een paar van de alleen in Warschau door de sociaaldemocratie van Polen en Litouwen geleide voornaamste stakingen aangehaald.

In de grootste fabrieken van de metaalbranche van Warschau: de vennootschap Lilpop, Rau en Löwenstein, Rudzki en Co, Bormaan, Geisler, Eberhard, Wolski en Co, Vennootschap Konrad en Jarmuskiewicz, Schwede en Co, Handtke, Gerlach en Pulst, Gebroeders Weber en Dachn, Gwizdzinski en Co, Draadfabriek Wolanowski, Vennootschap Gostynski en Co, R. Bruhn en Zoon, Fraget, Norblin, Werner, Buch, Gebroeders Kanneberg, Labor, Lampenfabriek Dittmar, Serkowski, Weszyski, samen 22 fabrieken, veroverden de arbeiders na een vier vijf weken lange staking (vanaf 25 en 26 januari) de negenurendag, een loonsverhoging van 15 tot 25%, en zagen verschillende kleinere eisen ingewilligd.

In de grootste werkhuizen van de houtbewerking van Warschau, nl. bij Karmanski, Damiecki, Gromel, Szerbinski, Tremerovski, Horn, Bevensee. Yworkowski, Daab en Martens, samen 10 werkplaatsen, veroverden de stakers al op 22 februari de 9-urendag; ze verklaarden zich nochtans niet voldaan en bleven staan op de 8-urendag, die ze na een week ook verwierven, samen met een loonsverhoging.

Het hele metsersbedrijf begon de staking op 27 februari, eisten volgens het programma van de sociaaldemocratie de 8-urendag en bekwam op 11 maart de negenurendag, een loonsverhoging voor alle categorieën, regelmatige wekelijkse uitbetalingen enz. enz. De schilders, wagenmakers, zadelmakers en smeden veroverden tegelijkertijd de 8-urendag zonder loonsvermindering. De telefoonwerkplaatsen staakten tien dagen en veroverden de 8-urendag en een loonsverhoging van 10 tot 15 %. De grote linnenweverij Hielle en Dietrich (10.000 arbeiders) veroverde na negen weken staking een verkorting van de arbeidsdag en een loonsverhoging van 5 tot 10 %. En hetzelfde resultaat in oneindige varianten zien we in alle overige bedrijven van Warschau, in Lodz, in Sosnowitz.

In het eigenlijke Rusland werd de 8-urendag veroverd in december 1904 door enige categorieën van nachtarbeiders in Bakoe, in mei 1905 door de suikerarbeiders van rond Kiev, in januari 1905 door al de boekdrukkerijen van de stad Samara (waar tegelijkertijd een verhoging van de stukwerklonen en afschaffing van de straffen verkregen werd), in februari in de fabriek van oorlogsheelkundige instrumenten, in een meubelmakerij en in de patronenfabriek te Petersburg, verder werd een achturenploeg in de groeven van Vladivostok ingevoerd, in maart in de mechanische staatswerkplaats van de staatspapieren, in april bij de smeden van de stad Bobrusjk, in mei de bedienden van de elektrische tram in Tiflis, eveneens in mei de 81/2-urendag in de reusachtige katoenfabriek van Morosov (bij gelijktijdige afschaffing van nachtarbeid en loonsverhoging van 8 %), in juni de 8-urendag in enkele oliemolens te Moskou en Petersburg, in juli de 81/2-urendag bij de smeden van de haven van Petersburg, in november in al de private drukkerijen van de stad Orel (bij gelijktijdige verhoging van het uurloon van 20% en van de stukwerklonen van 100 %, samen met de invoering een paritaire commissie).

De 9-urendag in al de spoorwegwerkplaatsen (in februari), in vele staatsmilitaire- en marinewerkplaatsen, in de meeste fabrieken van de stad Berdjansk. In al de drukkerijen van de stad Poltawa en van de stad Minsk. 91/2 uren op de scheepswerf, mechanische werkplaats en gieterij van de stad Nicholajew, in juni na een algemene kelnerstaking in Warschau in vele restaurants en koffiehuizen (bij gelijktijdige loonsverhoging van 20 tot 40 % en een jaarlijks verlof van 2 weken).

De 10-urendag in bijna al de fabrieken van de steden Lodz, Sosnowitz, Riga, Kovno, Reval, Dorpat, Minsk, Charkov, bij de bakkers in Odessa, in de werkplaatsen in Kischinev, in enkele hoedenfabrieken te Petersburg, in de luciferfabrieken te Kovno (met een gelijktijdige loonsverhoging van 10%), in al de staatsmarinewerkplaatsen en bij al de havenarbeiders.

De loonsverhogingen zijn algemeen gesproken geringer dan de verkorting van arbeidsduur, echter toch beduidend. Zo werd in Warschau half maart 1905 door het stedelijke fabrieksambt een algemene loonsverhoging van 15 % aangenomen. In het centrum van de textielindustrie Ivanovo-Voznesensk bereikten de loonsverhogingen van 7 tot 15 %. In Kowno verkregen 73 % van al de arbeiders samen een loonsverhoging. Een vast minimumloon werd ingevoerd in een gedeelte van de bakkerijen van Odessa, in de Neva-scheepswerf te Petersburg, enz.

Weliswaar werden de toegevingen nu hier dan daar teruggenomen. Dit geeft echter slechts aanleiding tot hernieuwde, nog meer verbitterde tegenaanvallen, en zo is de stakingsperiode van de lente 1905 vanzelf tot de proloog van een oneindige reeks zich altijd verder uitbreidende en dooreen slingerende economische kampen geworden, die tot op de huidige dag voortduren. In de periodes van uiterlijke stilstand van de revolutie, waarin de telegrammen geen sensatie berichten van het Russisch strijdperk de wereld inzenden, en waarin de West-Europese lezer met ontgoocheling zijn morgenblad weglegt met de bemerking dat in Rusland ‘niets gebeurd’ was, werd in werkelijkheid in de diepte van heel het rijk het grote mollenwerk van de revolutie zonder verpozen dag in dag uit en uur voor uur voortgezet.

De onophoudelijke intensieve economische strijd zet in vlugge afgekorte methodes de overgang van het kapitalisme uit het stadium van de primitieve accumulatie, van patriarchale roofbouw, naar een hoogmodern beschaafd stadium door. Heden laat de werkelijke arbeidsduur, in de Russische industrie niet slechts de Russische fabriekswetgeving, t.t.z. de wettelijke 111/2-urendag, maar zelfs de Duitse bestaande verhoudingen achter zich. In de meeste bedrijfstakken van de Russische grootindustrie heerst vandaag de 10-urendag, die in Duitsland door de sociaaldemocratie als een onbereikbaar doel beschouwd wordt. Ja, nog meer, het hevig verlangde ‘industrieel constitutionalisme’ waarmee men in Duitsland dweept en waarvoor de aanhangers van de opportunistische tactiek ieder krachtig windje van de stilstaande wateren van het alleen-zaligmakend parlementarisme graag zouden weghouden, wordt in Rusland juist midden in de revolutie storm, uit de revolutie tezamen met het politiek ‘constitutionalisme’ geboren!

In werkelijkheid is niet slechts een algemene verhoging van de levensstandaard of beter van het culturele niveau van de arbeidersmassa ingetreden. Het materiële levensniveau als een blijvende trap van welzijn vindt in de revolutie geen plaats. Vol tegenspraak en contrasten brengen ze tegelijkertijd de verrassendste economische overwinningen en de brutaalste weerwraakmaatregelen van het kapitaal. Vandaag de 8-urendag, morgen massauitsluitingen en grauwe honger voor honderdduizenden.

Het kostbaarste, van blijvende aard, bij deze scherpe revolutionaire op- en neergang van de golf is haar geestelijke neerslag. Het sprongsgewijze intellectueel en cultureel wassen van het proletariaat, dat een ondoorbrekelijke wering voor zijn verder onstuitbaar voortschrijden in de economische en politieke strijd vormt.

Maar niet alleen dat. De verhouding zelf van de arbeiders tot de ondernemer wordt ondersteboven gekeerd. Sinds de januaristakingen en de daarop volgende stakingen van het jaar 1905 is het principe van het kapitalistische ‘huisherendom’ de facto afgeschaft. In de grootste fabrieken van alle belangrijke industriecentra zijn als vanzelf arbeiderscommissies gevormd geworden (waarmee de ondernemer uitsluitend onderhandelt) die over alle conflicten beslissen.

En ten slotte nog meer: de schijnbaar chaotische stakingen en ‘gedesorganiseerde’ revolutionaire actie na de algemene staking van januari werden het uitgangspunt van een koortsachtige organisatiearbeid. Vrouwe Geschiedenis zet de bureaucratische Plan-mensen, die aan de poorten van het Duitse vakbondswelzijn grimmig de wacht houden, van verre lachend een neus. De vaste organisaties, die als onvoorwaardelijke noodzaak voor een gebeurlijke proeve tot een gebeurlijke Duitse massastaking op voorhand als een onneembare vesting omschanst moeten worden, deze organisaties worden in Rusland, juist omgekeerd uit de massastaking geboren!

En terwijl de hoeders van de Duitse vakbonden er de grootste vrees voor hebben dat de organisaties in revolutionaire wervelwind, als kostbaar porselein, stuk zouden gaan toont ons de Russische revolutie juist het omgekeerde beeld. Uit de storm en de wind, uit het vuur en de gloed van de massastakingen, van de straatgevechten, stijgen als de Venus uit het zeeschuim, frisse, jonge, krachtige en levensblije... vakbonden.

Hier nu weer een klein voorbeeld, dat echter voor heel het rijk typisch is. Op de tweede conferentie van de vakbonden van Rusland, die einde februari 1906 plaatsvond, zei de vertegenwoordiger van de Petersburgse vakbonden in zijn verslag over de ontwikkeling van de vakbondsorganisaties van de tsarenhoofdstad:

“22 januari 1905, dag waarop de Gapon-vereniging weggespoeld is, vormt een keerpunt. De arbeiders uit de massa hebben aan de hand van de gebeurtenissen geleerd de betekenis van de organisatie naar waarde te schatten en begrepen dat slechts zij zelf deze organisaties konden scheppen. In onmiddellijke aansluiting met de januari-beweging ontstaat in Petersburg de eerste vakbond: deze van de boekdrukkers. De tot uitwerking van het tarief gekozen commissie werkte de statuten uit en op 19 juni begon de vakbond zijn bestaan. Ongeveer rond dezelfde tijd werd de vakbond van de bedienden en boekdrukkers in het leven geroepen. Naast deze organisaties, die bijna openlijk (wettelijk) bestaan, ontstonden van januari tot oktober 1906 halfwettelijke en onwettelijke vakbonden. Tot de eerste behoort bv. deze van de apothekershelpers en handelsbedienden. Onder de onwettelijke vakbonden moet de vereniging van de uurwerkmakers aangehaald worden, waarvan de eerste geheime zitting op 24 april plaatsvond. Alle pogingen een algemene openlijke bijeenkomst uit te schrijven mislukten door de hardnekkige weerstand van de politie en ondernemers, in de persoon van de ambachtskamer.

Dit mislukken heeft het bestaan van de vakbond niet verhinderd. Hij hield geheime ledenvergaderingen op 9 juni en 14 augustus, afgezien van de zittingen van het bestuur van de vakbond. De kleermakers- en kleermaakstersbond werd gesticht in de lente van het jaar 1905 op een vergadering in het woud, waarop 70 kleermakers aanwezig waren. Nadat de vraag van de stichting besproken was, verkoos men een commissie die met de uitwerking van het statuut belast werd. Alle pogingen van deze commissie om voor de vakbond een wettelijk bestaan te verkrijgen bleven zonder succes. Haar actie bepaalt zich tot de agitatie en de ledenaanwerving op de verschillende werkplaatsen.

Een gelijkaardig lot werd ook de schoenmakersvakbond beschoren. In juli werd ‘s nachts in een woud buiten de stad een geheime vergadering gehouden. Daarop werd besloten een vakbond te stichten. Twaalf man werd tot een commissie verkozen, die het statuut zou uitwerken en een algemene schoenmakersvergadering moest bijeenroepen. Het statuut werd uitgewerkt maar het gelukte voorlopig nog niet, noch het te drukken, noch een algemene vergadering bijeen te roepen.”

Dat was het eerste moeilijke begin. Dan kwamen de oktoberdagen, de tweede algemene werkstaking, het tsarenmanifest van 30 oktober en de korte ‘grondwetperiode’.

Met vurige ijver storten de arbeiders zich in de golven van de politieke vrijheid om ze direct tot organisatiewerk te benutten. Naast dagelijkse politieke vergaderingen debatten, stichtingsvergaderingen, werd direct tot de uitbouw van vakbonden overgegaan. In oktober en november ontstaan in Petersburg veertig nieuwe bonden. Met vurige ijver stortten de arbeiders zich in de vakbonden. Weldra wordt een centraal bureau, t.t.z. een vakbondskartel gesticht. Verschillende vakbonden duiken op en vanaf november verschijnt ook een centraal orgaan: De Vakbond.

Wat boven over Petersburg gemeld werd, geldt in grote trekken ook voor Moskou en Odessa, Kiev en Nikolajev, Saratov en Voronesch” Samara en Nischni-Novgorod, voor alle grote steden van Rusland en in nog grotere mate voor Polen. De vakbonden van de afzonderlijke steden zoeken voeling met elkaar, conferenties worden gehouden.

Het einde van de ‘grondwetperiode’ en het terugkeren van de reactie in december 1905 stelt tijdelijk ook een einde aan de openlijke brede bedrijvigheid van de vakbonden, maar blaast hun het levenslicht niet uit. Zij werken verder in het geheim als organisaties en voeren gelijktijdig openlijke loonstrijd. Er vormt zich een zonderling mengsel van een wettelijke en onwettelijke toestand van het vakbondsleven, in overeenkomst met de verwarde revolutionaire situatie. Maar midden in de strijd wordt het organisatiewerk met nauwkeurigheid, ja met pedanterie verder uitgevoerd. De vakbonden van de sociaaldemocratie van Polen en Litouwen bv., die op de laatste partijdag (juli 1906) door vijf afgevaardigden van 10.000 betalende leden vertegenwoordigd waren, zijn van behoorlijke statuten, gedrukte lidmaatschapboekjes, zegels enz. voorzien.

En dezelfde Warschause en Lodzer bakkers en schoenmakers, metaalbewerkers en boekdrukkers, die in juni 1905 op de barricade stonden en in december slechts op een parool uit Petersburg voor het straatgevecht wachtten, vinden tussen gevangenis en uitsluiting, onder de staat van beleg, gelegenheid en heilige ernst om hun vakbondsstatuten grondig en opmerkzaam te bediscussiëren. Ja, deze barricadestrijders van gisteren en morgen hebben meer dan eens in vergaderingen hun leiders onbarmhartig de bol gewassen en met uittreden uit de partij gedreigd omdat de ongelukkige vakbondsboekjes niet snel genoeg — in geheime drukkerijen onder onophoudelijke politie-opjagerij — gedrukt konden worden.

Deze ijver en ernst duren tot op het huidige ogenblik voort. In de twee eerste weken van juli 1906 zijn bv. in Jekaterinoslav vijftien nieuwe vakbonden gesticht, in Kostroma zes, meerdere in Kiev, Poltava, Tscherkassy, Proskurov — tot in de kleinste provincienesten. In de zitting van het Moskouse vakbondenkartel van 4 juli van dit jaar werd na het horen van de berichten van verschillende vakbondsafgevaardigden besloten:

“Dat de vakbonden hun leden moeten disciplineren en van straatopstootjes terughouden, omdat het ogenblik voor de massastaking als ongeschikt beschouwd wordt. Ten overstaan van mogelijke provocaties van de regering moeten zij er op waken dat de massa de straat niet opstroomt. Ten slotte besloot het kartel dat gedurende de tijd waarin een vakbond een staking voert, de anderen zich van loonbewegingen moeten terughouden.”

De meeste economische conflicten worden vandaag door vakbonden geleid. [2]

Zo had de van de januaristaking uitgaande grote economische strijd die van toen af tot op heden nog niet opgehouden heeft, de brede achtergrond van de revolutie gevormd, waaruit zich in onophoudelijke wisselwerking agitatie met de politieke en de uiterlijke gebeurtenissen van de revolutie steeds weer, nu hier en daar afzonderlijke uitbarstingen, dan algemene, grote bewegingen van het proletariaat verheffen.

Zo vlammen op deze achtergrond achtereenvolgens op: 1 mei 1905 voor het meifeest een volstrekt algemene staking, zonder voorgaande in Warschau met een totaal vreedzame massademonstratie, die in een bloedige botsing van de weerloze massa met de soldaten eindigt. In juni leidt te Lodz een massa-uittocht, die door soldaten uiteengedreven wordt, tot een betoging van 100.000 arbeiders op de begrafenis van enkele slachtoffers van de soldateska, tot een nieuwe botsing met ‘das Militär’ en ten slotte tot een algemene staking, die op 23, 24 en 25 juni overgaat in de eerste barricadestrijd in het tsarenrijk. Eveneens in juni ontbrandt in de haven van Odessa uit een klein voorval aan boord van het pantserschip Potemkin de eerste grote matrozenopstand van de Zwarte-Zeevloot, die onmiddellijk als terugslag in Odessa en Nikolajev een geweldige massastaking teweegbrengt. Als verdere echo volgen de massastaking en matrozenopstand te Kroonstad, Libau, Vladivostok.

In de maand oktober gebeurt het grootse experiment van Petersburg met de invoering van de 8-urendag. De raad van de arbeidersafgevaardigden besluit te Petersburg de 8-urendag op revolutionaire wijze te veroveren. Dat betekent: op een vastgestelde dag verklaren al de arbeiders van Petersburg hun ondernemers dat zij niet langer dan drie uur per dag wensen te werken en verlaten op het overeenkomstige uur de werkplaats. De idee geeft aanleiding tot een levendige agitatie, wordt door het proletariaat met begeestering opgenomen en uitgevoerd, waarbij de grootste offers niet geschuwd worden. Zo betekent bv. de 8-urendag voor de textielarbeiders, die tot dan toe elf uren aan stukloon werkten, een geweldige loonsvermindering, die zij nochtans bereidwillig aanvaarden. Op een enkele week heerst in alle fabrieken en werkplaatsen van Petersburg de 8-urendag, en het gejubel van de arbeiders kent geen grenzen. Weldra echter bereiden de aanvankelijk verblufte ondernemers zich voor op het verzet. Overal wordt met uitsluiting uit de fabrieken gedreigd. Een deel van de arbeiders gaat in op onderhandelingen en verkrijgt hier de 10- en daar de 9-urendag. De elite van het Petersburgse proletariaat nochtans, de arbeiders van de grote staatsmetaalbedrijven, blijft rotsvast en er volgt een uitsluiting die 45.000 tot 50.000 man voor een maand op straat zet. Door dit slot vlecht de 8-urendag-beweging zich in de algemene werkstaking van december, die door deze uitsluiting in hoge mate belemmerd werd.

Intussen volgt echter in oktober, in antwoord op het Bulyginsch Doema-project, de tweede geweldige algemene massastaking in heel het tsarenrijk, waartoe de spoorwegarbeiders het parool geven. Deze tweede revolutionaire actie van grote omvang van het proletariaat heeft reeds in wezen een ander karakter dan de eerste in januari. Het element van het politiek bewustzijn speelt al een veel grotere rol.

Weliswaar was ook hier de eerste aanleiding tot het uitbreken van de massastaking van bijkomende aard en daarbij ook schijnbaar toevallig het conflict van de spoorwegarbeiders met het beheer, wegens de pensioenkas.

Maar de daaropvolgende algemene opstand van het industrieproletariaat wordt gedragen door klare politieke opvattingen. De proloog van de januaristaking was een petitieoptocht naar de tsaar voor politieke vrijheid, de eis van de oktoberstaking luidde: Weg met de constitutionele komedie van het tsarisme!

En dankzij het onmiddellijke succes van de algemene staking, het tsaarmanifest van 30 oktober, vloeit de beweging niet terug naar binnen zoals in januari, om eerst het begin van de economische klassenstrijd in te halen, maar stort zich naar buiten in ijverig uitbaten van de juist veroverde politieke vrijheid. Betogingen, vergaderingen, een jonge pers, openlijke discussies, en bloedige afslachtingen tot slot van het lied. Daarop nieuwe massastakingen en demonstraties — dat is het stormachtige beeld van de november- en decemberdagen. In november wordt de oproep van de sociaaldemocratie in Petersburg beantwoordt door de eerste demonstratieve massastaking, uitgevoerd als protestuiting tegen het uitroepen van de staat van beleg in Lijfland en Polen. Het gisten na de korte grondwetdroom en het gruwelijke ontwaken leidt eindelijk in december tot het uitbreken van de derde algemene massastaking in heel het tsarenrijk.

Ditmaal is het verloop en het uitgangspunt weer helemaal anders dan in de beide vorige gevallen. De politieke actie slaat niet meer om in een economische zoals in januari, zij behaalt ook niet meer een snelle overwinning zoals in oktober. De proeven van de tsaristische camarilla met de werkelijke politieke vrijheid worden niet meer gedaan, en de revolutionaire actie stuit daardoor voor de eerste maal in haar volle breedte op de vaste muur van het fysieke geweld van het absolutisme. Door de logische innerlijke ontwikkeling van de voortschrijdende gebeurtenissen slaat de massastaking deze keer om in een openlijke opstand. Een gewapende barricadestrijd en straatoorlog in Moskou.

De Moskou-decemberdagen sluiten als het hoogtepunt van de stijgende lijn van de politieke actie en de massastakingsbeweging, het eerste arbeidsrijke jaar van de revolutie af.

De Moskouse gebeurtenissen tonen op kleinere schaal tegelijkertijd de logische ontwikkeling en de toekomst van de revolutionaire beweging in haar geheel. Haar onvermijdelijk uitlopen in een algemene openlijke opstand, die echter op zijn beurt weer slechts tot stand kan komen door de leerschool van een reeks voorbereidende partiële opstanden, die echter juist daarom voorlopig met partiële uiterlijke ‘nederlagen’ afsluiten en, ieder op zichzelf beschouwd, ‘voorbarig’ kunnen lijken.

Het jaar 1906 brengt de Doema-verkiezingen en de Doema-episode. Het proletariaat boycot uit krachtig revolutionair instinct en klaar inzicht in de toestand de hele tsaristisch-constitutionnele grap, en het liberalisme neemt voor enige maanden weer de voorgrond van het politiek tonele in. De situatie van het jaar 1904 treedt blijkbaar weer in, een periode van de redevoering treedt in de plaats van het handelen, en het proletariaat komt voor een tijd in de schaduw, om zich des te vlijtiger aan de vakbondsstrijd en het organisatiewerk te wijden.

De massastakingen verstommen, terwijl knetterende vuurpijlen dag in dag uit door de liberale retoriek afgevuurd worden. Ten slotte ratelt het ijzeren gordijn plots omlaag, de toneelspelers worden uiteengejaagd, van de liberale vuurpijlen blijft slechts rook en stank over. Een poging van het Centraal Comité van de Russische sociaaldemocratie, als demonstratie voor de Doema en voor het heropenen van de periode van de liberale redevoering een vierde massastaking in heel Rusland aan gang te zetten, mislukt totaal. De rol van de politieke massastakingen alleen is uitgeput, de overgang van de massastaking in een algemene volksopstand en straatoorlog nog niet gerijpt. De liberale episode is voorbij, de proletarische is nog niet opnieuw begonnen. Het toneel blijft voorlopig leeg.


Voetnoten

[2] In de twee eerste weken van juni 1906 alleen werden volgende loonconflicten uitgestreden: bij de boekdrukkers In Petersburg, Moskou, Odessa, Minsk, Saratov. Mogilev, Tambov voor de achturendag en de zondagsrust; een algemene staking van de zeelieden in Odessa, Nikolajev, Kertsch, op de Krim, in de Kaukasus, op de Wolga-vloot in Kroonstad, in Warschau en Plock om de erkenning van de vakbond en de vrijlating van de aangehouden arbeidersafgevaardigden, bij de havenarbeiders van Saratov, Nikolajev, Zaraizin, Archangel, Nischni Novgorod, Rybinsk. De bakkers staakten in Kiev, Archangei, Bialystok, Wilna, Odessa, Charkov, Brest-Litovsk, Radom, Tiflis; de landarbeiders in de districten Verschni-Dneprowsk, Borisovsk, Simferopol, in de gouvernementen Podolsk, Kula, Kursk, in de districten Koslov, Lipovitz, in Finland, in het gouvernement Kiev in het district van Jelissavetgrad. In eerdere steden staakten in deze periode gelijktijdig bijna alle bedrijfstakken, zo in Saratov, Archangel, Kertsch, Krementschug. In Bachmut was er een staking van de koolarbeiders van het ganse district. In andere steden tastte de loonbeweging binnen de genoemde twee weken opeenvolgend alle bedrijfstakken aan, zo in Kiev, Petersburg, Warschau, Moskou, in de ganse kring Ivanovo-Voznesensk. Doel van de staking overal: verkorting arbeidsduur, zondagsrust, looneisen. De meeste stakingen verliepen met succes. Uit de lokale berichten bleek dat zij gedeeltelijk arbeiderslagen betroffen die voor het eerst aan een loonbeweging meededen. — Noot van Luxemburg