Ernest Mandel

Korte analyse van de Tsjechische crisis



Geschreven: 10 augustus 1968
Bron: La Gauche, La crise thècque
Vertaling: Valeer Vantyghem
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2008


Zie ook:
Arbeiderscontrole, arbeidersraden, arbeiderszelfbeheer
Wordt de Sovjet-Unie kapitalistisch?
Het socialisme dat wij willen
Socialisme en vrijheid
De bureaucratie
Audiobestand van Ernest Mandel over de Hongaarse Arbeidersopstand van 1956

Welk is het resultaat van de conferentie van Cierna en Bratislava? Naar de vorm was er in het uitgebrachte persbericht (zie de lange ‘Verklaring van de zes communistische partijen in Le Monde van 6 augustus 1968) tot een compromis gekomen. Maar was er ook sprake van een compromis naar de inhoud? Dat is de vraag die de Tsjecho-Slowaakse arbeiders en intellectuelen zich moeten stellen, evenals de socialisten en communisten van over heel de wereld. En dit na een week van verscherpte spanning die hen op de rand heeft gebracht van een militaire Sovjet interventie.

Hoe dan ook, er werden twee belangrijke punten gescoord, tenminste voorlopig. De Sovjet troepen werden uit de Socialistische Republiek van Tsjecho-Slowakije teruggetrokken. Het recht van de Socialistische Republiek van Tsjecho-Slowakije om het socialisme op te bouwen ‘met in acht name van de nationale kenmerken en omstandigheden’ werd erkend.

Dit betekent dat de ‘Vijf Machten Verklaring’ van Warschau die dit experiment veroordeelde begraven is, zonder meer. Dit betekent dat de ‘broeder partijen’ beslist hebben om te stoppen met hun ophitsende campagne, met hun laster en dreigementen tegen de leiders van de ‘nieuwe koers’ die aan de macht zijn in Praag.

In ruil verbinden de Tsjechische leiders er zich ertoe om het grondbeginsel te steunen van de nodige en groter wordende samenhang van het ‘socialistische kamp’, en eveneens van de ‘leidende rol van de communistische partij’ in de opbouw van de socialistische samenleving.

Het eerste punt stelt het klaar en duidelijk. Tsjecho-Slowakije zal het Warschaupact niet verlaten, evenmin als de Comecon. Binnen het kader van beide verdragen zal het zich neerleggen bij de genomen beslissingen ook al zijn die niet naar haar zin (zoals de militaire oefeningen die nu op Tsjechisch grondgebied plaatsvinden).

Hoe groot is in dit opzicht de bewegingsruimte voor Tsjecho-Slowakije? Zal Tsjecho-Slowakije het recht hebben om aan het Westen de vijfhonderd miljoen dollars te vragen die door de technocraten in Praag als onmisbaar worden beschouwd voor de modernisering van de economie. Een recht dat door de USSR werd afgewezen. Heeft de USSR haar weigering terug ingetrokken? We zullen binnen onafzienbare tijd weten hoe het zit.

Belangrijker - en minder duidelijk - zijn de gevolgen van het tweede punt waarmee de Tsjecho-Slowaken hebben ingestemd: de leidende rol van de communistische partij. Ongetwijfeld betekent dit dat het stichten van nieuwe partijen niet zal toegelaten zijn tenzij ze door een eenheidspact aan de Tsjecho-Slowaakse KP verbonden zijn. Doch het echte probleem ligt elders. De twistappel tussen de Tsjecho-Slowaakse KP en de ‘vijf broeder partijen’ is niet zozeer de ‘leidende rol’ van de communistische partij als wel de interne structuur en de rechten van haar leden.

Betekent de bevestiging van de leidende rol van de communistische partij de terugkeer van de censuur? Betekent dit dat er voor de communisten, socialisten en de arbeiders een einde komt aan de vrije meningsuiting en de persvrijheid? Met onderdrukking, repressie en terreur zoals onder Novotny, of door overreding, discussie en dialoog zoals Dubcek en zijn vrienden hebben gepoogd?

Voor het ogenblik kunnen we zeggen dat de Tsjecho-Slowaakse ‘liberalen’ op dit punt hun slag hebben thuisgehaald. Is dit zo, dan kunnen zij die het socialisme genegen zijn enkel verheugd zijn.

Niettemin moeten we hier voorzichtig blijven. De situatie waarin Dubcek zich verkeert is vergelijkbaar met die van Gomulka [1] in oktober 1956. Toen werd Gomulka sterk gesteund door het volk en hij was erin geslaagd om altijd binnen bepaalde grenzen te blijven, zodat de USSR, ondanks de bedreiging met zijn volledig wapenarsenaal (zelfs met klaarstaande tanks), uiteindelijk het experiment kon dulden.

Wat er verder gebeurd is, dat weet iedereen. Gomulka, om deze wankele situatie in evenwicht te houden, is opgetreden tegen de linkerzijde, met de warme steun van Moskou. De bevolking voelde zich in de steek gelaten en verviel in apathie. Van een vermetele rebel werd Gomulka al snel de meest waardevolle bondgenoot van het Kremlin. De verworvenheden van oktober 1956 werden een voor een teruggeschroefd.

Uiteindelijk bleef er niks over van de vrije meningsuiting zoals die in 1956 was afgedwongen. De gevangenissen raakten vol studenten, intellectuelen en oppositionele communisten. Gomulka moest wel struikelen onder druk van de ‘partizanen’ fractie die hem zonder ophouden naar rechts had geduwd.

Dubcek die niks heeft van de kwaliteiten van een onverschrokken revolutionair kan hetzelfde overkomen. Hij kan aan de verleiding bezwijken om tegen de linkerzijde op te treden, niet enkel met het oog op de versterking van de kwetsbare ‘vrede van Pressburg’ [2], maar ook omdat de linkerzijde zijn evenwichtsoefening verstoort.

Op den duur kunnen enkel de radicalisering en de politisering van de Tsjecho-Slowaakse arbeiders, hun groter wordende medezeggenschap in het bestuur van de economie en de Staat, het opduiken van arbeidersraden, de uitbouw van arbeidersmacht en arbeiderszelfbeheer binnen de raden garanderen dat de verworvenheden door hen in februari 1968 bekomen blijvend zijn zoals de verworvenheden van februari 1948.

Voetnoten zijn van de vertaler.
[1] Wladyslaw Gomulka (1905-1982): leidde vanaf 1939 in het door de Duitsers bezette deel van Polen het antinazistische verzet, tegen de wil van de Sovjet-Unie. In 1943 werd hij secretaris generaal van de Poolse KP. In 1948 viel hij in ongenade en van 1951 tot 1954 zat hij gevangen om in 1956 terug secretaris-generaal te worden van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. In de eerste jaren van zijn bewind woei er een liberale wind door Polen, de Poolse belangen werden voor de Sovjet-Russische belangen gesteld en er werden arbeidersraden gevormd. In de jaren 60 begon Gomulka een pro-Russische politiek te voeren waardoor zijn populariteit afnam en hij steunde de ‘Partizanen’, een groep nationale-communisten. In december 1970 kwam hij ten val.
[2] vrede van Pressburg: Pressburg, vroegere naam van Bratislava, Ernest Mandel verwijst hier ironisch naar het verdrag dat op 26 december 1805 werd getekend tussen Frankrijk en Oostenrijk na de nederlaag van dit laatste land tegen de Fransen te Austerlitz. Hoewel dit bestand niet lang stand zou houden betekende het toch het formele einde van het Heilig Roomse Rijk.