Leon Trotski
Resultaten en vooruitzichten


IX. Europa en de revolutie

In juni 1905 schreven we:

“Sinds 1848 is er meer dan een halve eeuw verstreken, een halve eeuw van niet-aflatende veroveringen van het kapitalisme over de hele wereld. Een halve eeuw van wederzijdse aanpassing tussen de krachten van de kapitalistische reactie en die van de feodale reactie. Een halve eeuw waarin de burgerij waanzinnige honger naar overheersing en haar bereidheid om daar hard voor te vechten heeft onthuld.

“Net zoals iemand die zoekt naar eeuwige beweging, met nieuwe obstakels te maken krijgt en de ene machine na de andere ontwerpt om die te overwinnen, net zo heeft de burgerij haar staatsapparaat veranderd en opnieuw opgebouwd, terwijl zij ‘niet-juridische’ conflicten vermeed met de machten die vijandig gezind waren. Maar net zoals onze zoeker naar eeuwige beweging uiteindelijk te maken krijgt met de laatste onoverwinnelijke hindernis van de wet van het behoud van de energie, net zo moet de burgerij uiteindelijk te maken krijgen met de laatste onoverwinnelijke hindernis op haar pad: de klassentegenstelling, die onvermijdelijk door een confrontatie zal worden beslist.

“Door alle landen met elkaar te verbinden door middel van haar productiewijze en handel, heeft het kapitalisme de hele wereld veranderd in een enkel economisch en politiek organisme. Net zoals het moderne krediet duizenden ondernemingen bindt met onzichtbare banden en aan het kapitaal een ongelooflijke bewegelijkheid geeft die veel kleine faillissementen voorkomt, maar tegelijkertijd de oorzaak is van de weergaloze golf van algemene economische crises, net zo heeft de economische en politieke inspanning van het kapitalisme met haar stelsel van monsterachtige staatsschulden en de politieke groeperingen van naties, die alle krachten van de reactie betrekken bij een wereldwijde naamloze vennootschap, niet alleen alle individuele politieke crises doorstaan, maar ook de basis gelegd voor een maatschappelijke crisis van ongehoorde omvang. Door alle ziekteprocessen onder de oppervlakte te drijven, door alle moeilijkheden te vermijden, door alle grote vraagstukken van binnenlandse en internationale politiek op de lange baan te schuiven en alle tegenstellingen onder de tafel te werken, is de burgerij erin geslaagd om de ontknoping uit te stellen, maar heeft daarmee een radicale beëindiging van haar heerschappij op wereldschaal voorbereid. De burgerij heeft zich gretig vastgeklampt aan elke reactionaire kracht zonder naar diens achtergrond te informeren. De Paus en de Sultan waren niet de minsten van haar vrienden. De enige reden waarom zij geen ‘vriendschapsbanden’ aanknoopte met de keizer van China was omdat die geen macht vertegenwoordigde. Het was voor de burgerij veel voordeliger om zijn bezittingen te plunderen dan om hem in dienst te houden als haar politieagent en hem uit zijn eigen geldkist te betalen. Zo zien we dat de internationale burgerij de stabiliteit van zijn staatssysteem sterk afhankelijk heeft gemaakt van de instabiele voorkapitalistische bolwerken van de reactie.

“Dit verleent meteen aan de zich nu ontwikkelende gebeurtenissen een internationaal karakter en opent een wijde horizon. De politieke bevrijding van Rusland, geleid door de arbeidersklasse, zal die klasse tot een in de geschiedenis tot nog toe ongekende hoogte verheffen, zal kolossale macht en hulpbronnen geven en de initiatiefneemster maken van de liquidatie van het wereldkapitalisme, waarvoor de geschiedenis alle objectieve voorwaarden heeft vervuld”. [1]

Wanneer de Russische arbeidersklasse als ze tijdelijk de macht heeft verkregen niet op eigen initiatief de revolutie naar Europese bodem brengt, zal zij gedwongen worden om dat te doen door de krachten van de Europese feodaal-kapitalistische reactie. Natuurlijk zou het op dit moment tevergeefs zijn om vast te stellen met welke methodes de Russische revolutie zich op het oude kapitalistische Europa zal werpen. Deze methodes kunnen zich op geheel onverwachte wijze voordoen. Laten we het voorbeeld nemen van Polen als een band tussen het revolutionaire Oosten en het revolutionaire Westen, hoewel we die nemen als een illustratie van ons idee in plaats van als een concrete voorspelling. De triomf van de revolutie in Rusland zal de onvermijdelijke overwinning van de revolutie in Polen betekenen. Het is niet moeilijk om zich voor te stellen dat het bestaan van een revolutionair bewind in de tien provincies van Russisch Polen moeten leiden tot de opstand van Galicië en Poznan. De regeringen van Hohenzollern en van Habsburg zullen hierop antwoorden door militaire krachten te sturen naar de Poolse grens om ze er dan over te sturen met het doel om hun vijand in zijn centrum te verpletteren — Warschau. Het is heel duidelijk dat de Russische revolutie zijn westerse voerhoede niet in de handen van de Pruisisch-Oostenrijkse soldatenbende kan laten. Onder dergelijke omstandigheden zou een oorlog tegen de regeringen van Wilhelm II en van Franz-Josef een daad van zelfverdediging van Rusland betekenen. Welke houding zouden de Oostenrijkse en de Duitse arbeidersklassen dan innemen? Het is duidelijk dat ze niet rustig kunnen blijven terwijl de legers van hun landen met een contrarevolutionaire kruistocht bezig zijn. Een oorlog tussen het feodaal-kapitalistische Duitsland en het revolutionaire Rusland zou onvermijdelijk leiden tot een arbeidersrevolutie in Duitsland. We willen tegen degenen die deze stelling te categorisch lijkt, zeggen zich een andere historische gebeurtenis in te denken, die de Duitse arbeiders en de Duitse reactionairen er nog waarschijnlijker toe zou brengen om tot een open krachtmeting te komen.

Toen onze Oktoberregering Polen onverwachts onder militair bewind plaatste, ging er een uiterst geloofwaardig gerucht rond dat dit gedaan werd op rechtstreekse instructies van Berlijn. Aan de vooravond van het uiteenjagen van de Doema publiceerden de regeringskranten, alsof het dreigementen waren, berichten over onderhandelingen tussen de regeringen van Berlijn en Wenen over een gewapende interventie in de binnenlandse zaken van Rusland met als doel om oproer tegen te gaan. Geen officiële ontkenning kon de gevolgen wegnemen van de schok die deze berichten achterlieten. Het was duidelijk dat in de paleizen van drie aangrenzende landen een bloedige contrarevolutionaire wraakneming werd voorbereid. Hoe kon het ook anders? Konden de aangrenzende halffeodale monarchieën passief aan de kant staan, terwijl de vlammen van de revolutie de grenzen van hun rijken likten?

De Russische revolutie heeft, terwijl zij nog verre van de overwinning is, al haar effect gehad op Galicië via Polen. “Wie kon een jaar geleden hebben voorzien”, riep Daszynski op de conferentie van de Poolse sociaaldemocratische partij in Lvov in mei van dit jaar, “wat er nu in Galicië plaatsvindt? Deze grote boerenbeweging heeft heel Oostenrijk verbaasd. Zbaraz kiest een sociaaldemocraat als vice-maarschalk van de regionale raad. Boeren geven een socialistisch-revolutionaire krant uit voor boeren, getiteld De Rode Vlag, grote massameetings van boeren, 30.000 sterk, worden gehouden, optochten met rode vlaggen en revolutionaire liederen paraderen door Galicische dorpen die ooit zo kalm en apathisch waren... Wat zal er gebeuren wanneer vanuit Rusland de roep van de nationalisatie van de grond deze door armoede geteisterde boeren bereikt?”.

In zijn meningsverschil met de Poolse socialist Lusnia meer dan twee jaar geleden zette Kautsky uiteen dat Rusland niet langer gezien moet worden als een boei aan de voeten van Polen, of Polen gezien moet worden als een oosterse afdeling van het revolutionaire Europa, die als een wig doorstoot naar de steppen van het Moskovitische barbarisme. Wanneer de Russische revolutie zich ontwikkelt zal volgens Kautsky de Poolse kwestie “acuut worden, maar niet in de zin waarin Lusnia dat zag. Het zal niet tegen Rusland gericht zijn, maar tegen Oostenrijk en Duitsland en voorzover Polen de zaak van de revolutie zal dienen, zal zijn taak niet zijn de revolutie tegen Rusland te verdedigen, maar die verder te dragen in Oostenrijk en Duitsland.” Deze voorspelling is veel dichterbij haar realisatie dan Kautsky gedacht zal hebben.

Maar een revolutionair Polen is helemaal niet het enige beginpunt voor een revolutie in Europa. We hebben hiervoor uiteengezet dat de burgerij er stelselmatig van heeft afgezien om veel ingewikkelde en acute problemen op te lossen, die zowel de binnenlandse als de internationale politiek raken. Nadat ze grote hoeveelheden mensen onder de wapenen gebracht hebben, zijn de burgerlijke regeringen echter niet in staat om met het zwaard de knoop van de internationale politiek door te hakken. Alleen een regering die de steun heeft van een natie waarvan de levensbelangen op het spel staan, of een regering die de grond onder de voeten heeft verloren en voortgedreven wordt door de moed der wanhoop, kan honderdduizenden mensen in het gevecht sturen. Onder de moderne omstandigheden van de politieke cultuur, militaire wetenschap, algemeen kiesrecht en algemene dienstplicht kunnen alleen een sterk zelfvertrouwen of waanzinnig avonturisme twee naties in een conflict storten. In de Frans-Duitse oorlog van 1870 hadden we aan de ene kant Bismarck die streed voor het verpruisen van Duitsland, wat uiteindelijk nationale eenheid betekende, een elementaire noodzaak die door elke Duitser werd ingezien, en aan de andere kant de regering van Napoleon II, onbeschaamd, machteloos, veracht door de natie, klaar voor een avontuur, dat haar een verlenging van haar levensduur met 12 maanden beloofde. Dezelfde rolverdeling was er in de Russisch-Japanse oorlog. Aan de ene kant hadden we de regering van de Mikado, die nog niet te maken had met verzet van een revolutionaire arbeidersklasse, die streed voor de overheersing door het Japanse kapitaal in het Verre Oosten, en aan de andere kant een absolutistische regering, die zichzelf overleefd had en ernaar streefde haar binnenlandse nederlagen te compenseren met overwinningen in het buitenland.

In de oude kapitalistische landen zijn er geen ‘nationale’ eisen, d.w.z. eisen van de burgerlijke samenleving als geheel, waarvan de burgerij zich de kampioen zou kunnen noemen. De regeringen van Frankrijk, Engeland, Duitsland en Oostenrijk zijn niet in staat om nationale oorlogen te voeren. De levensbelangen van de massa’s, de belangen van de onderdrukte minderheden, of de barbaarse binnenlandse politiek van een buurland zijn niet in staat om ook maar één burgerlijke regering tot een oorlog te bewegen die een bevrijdend, en daardoor een nationaal karakter kan hebben. Aan de andere kant kunnen belangen van de kapitalistische grabbelpartijen, die van tijd tot tijd nu eens de ene dan weer de andere regering ertoe verleiden om tegenover de wereld met de sporen en de sabels te rammelen, geen respons opwekken onder de massa’s. Om die reden kan of wil de burgerij geen nationale oorlogen uitroepen of leiden. Welke moderne antinationale oorlogen zij wel zal leiden, hebben we onlangs in twee voorbeelden gezien: in Zuid-Afika en in het Verre Oosten.

De zware nederlaag van het imperialistische conservatisme in Engeland is niet in de geringste plaats te wijten aan de lessen van de Boerenoorlog; een veel belangrijker en dreigender gevolg van het imperialistische beleid (dreigend tegenover de burgerij) is de politieke zelfbeschikking van de Britse arbeidersklasse die, wanneer die eenmaal onderweg is, met zevenmijlslaarzen zal voortsnellen. Wat betreft de gevolgen van de Russisch-Japanse oorlog voor de regering van St.-Petersburg, deze zijn zo goed bekend dat het niet nodig is erop in te gaan. Maar zelfs zonder deze twee ervaringen hebben de Europese regeringen vanaf het moment dat de arbeidersklasse op eigen benen begon te staan, altijd gevreesd haar voor de keuze tussen oorlog of revolutie te stellen. Het is precies deze angst voor de opstand van de arbeidersklasse, die de kapitalistische partijen dwingt om zelfs terwijl ze stemmen voor monsterlijke bedragen voor militaire uitgaven, plechtige verklaringen af te leggen voor de vrede, om te dromen van Internationale Arbitrage en zelfs van de organisatie van een Verenigde Staten van Europa. Deze armzalige verklaringen kunnen natuurlijk noch de tegenstellingen tussen de staten, noch de gewapende conflicten afschaffen.

De gewapende vrede die na de Frans-Pruisische oorlog in Europa ontstond, was gebaseerd op een Europees machtsevenwicht, dat niet alleen de onschendbaarheid van Turkije, de verdeling van Polen en het behoud van Oostenrijk, die lappendeken van volkeren, als voorwaarde had, maar ook het overeind houden van het Russische despotisme, tot de tanden bewapend, als de politieagent van de Europese reactie. De Russisch-Japanse oorlog bracht echter een zware slag toe aan dit kunstmatig in stand gehouden stelsel, waarin de autocratie een vooraanstaande positie innam. Rusland viel na een tijdje buiten het zogenaamde concert der machten. Het machtsevenwicht was vernietigd. Aan de andere kant wekten Japans successen de agressieve instincten op van de burgerij, vooral die van de effectenbeurzen, die een zeer grote rol spelen in de moderne politiek. De kans op oorlog op Europees grondgebied nam in hoge mate toe. Overal zijn conflicten aan het rijpen en wanneer ze tot nu toe met diplomatieke middelen zijn onderdrukt, dan is er echter geen garantie dat deze middelen lang succesvol zullen zijn. Maar een Europese oorlog betekent onvermijdelijk een Europese revolutie. Tijdens de Russisch-Japanse oorlog verklaarde socialistische partij van Frankrijk dat wanneer de Franse regering tussenbeide kwam ten gunste van de autocratie, zij de arbeidersklasse zou oproepen de meest besliste maatregelen te nemen, zelfs tot de opstand toe. In maart 1906, toen het Frans-Duitse conflict over Marokko op een hoogtepunt kwam, nam het Internationaal Socialistisch Bureau een motie aan om bij het gevaar van oorlog “de meest gunstige methode voor optreden vast te stellen voor alle internationale socialistische partijen voor de hele georganiseerde werkende klasse om de oorlog te voorkomen of om deze te beëindigen”. Natuurlijk was dit maar een motie. Er is een oorlog nodig om de echte betekenis ervan te testen, maar de burgerij heeft alle reden om zo’n test te vermijden. Helaas voor de burgerij is echter de logica van de internationale verhoudingen sterker dan de logica van de diplomatie. Het staatsbankroet van Rusland zal — en het maakt niet uit of het het gevolg zal zijn van de voortzetting van de gang van zaken door de bureaucratie of dat dit afgekondigd wordt door een revolutionaire regering, die zal weigeren om te betalen voor de zonden van oude bewind — een verschrikkelijk effect hebben op Frankrijk. De Radicalen die nu de politieke toekomst van Frankrijk in hun handen hebben, hebben door het nemen van de macht ook alle functies op zich genomen om de belangen van het kapitaal te beschermen. Om deze reden is er alle reden om aan te nemen dat de financiële crisis, die ontstaat door het bankroet van Rusland, zich meteen in Frankrijk zal herhalen in de vorm van een acute politieke crisis, die alleen kan eindigen met de overgang van de macht in handen van de arbeidersklasse. Op de ene manier of op de andere, hetzij door een revolutie in Polen, hetzij als gevolg van een Europese oorlog, hetzij als gevolg van het staatsbankroet van Rusland, zal de revolutie overslaan naar het gebied van het oude kapitalistische Europa.

Maar zelfs zonder de druk van buitenaf door gebeurtenissen zoals oorlog of bankroet kan in de nabije toekomst de revolutie de kop opsteken in een van de Europese landen ais gevolg van de extreme verscherping van de klassenstrijd. We zullen niet proberen te gissen welk van de Europese landen de eerste zal zijn om de weg van de revolutie in te slaan. Over één ding kan geen twijfel bestaan en dat is dat de klassentegenstellingen in alle Europese landen in de afgelopen tijd een hoog niveau van intensiteit hebben bereikt.

De kolossale groei van de sociaaldemocratie in Duitsland, binnen het raamwerk van een halfabsolutistische grondwet, zal de arbeidersklasse met ijzeren noodzakelijkheid tot een openlijke botsing brengen met de feodaal-kapitalistische monarchie. De kwestie van verzet tegen een politieke staatsgreep door middel van een algemene staking is in het afgelopen jaar een van de centrale vraagstukken geworden in het politieke leven van de Duitse arbeidersklasse. In Frankrijk bevrijdt de overgang van de macht naar de Radicalen op besliste wijze de handen van de arbeidersklasse, die lange tijd gebonden waren door samenwerking met de burgerlijke partijen in de strijd tegen nationalisme en klerikalisme. De socialistische partij, rijk door de onsterfelijke tradities van vier revoluties, en de conservatieve burgerij, die zich verborg achter het masker van het radicalisme, staan van aangezicht tot aangezicht. In Engeland, waar voor een eeuw de twee burgerlijke partijen de slinger van het parlementarisme regelmatig hebben gebruikt, heeft de arbeidersklasse pas recent de weg van politieke afscheiding ingeslagen onder de invloed van een hele reeks van factoren. Terwijl dit proces in Duitsland veertig jaar besloeg, kan de Britse werkende klasse, die machtige vakbonden bezit en rijk is aan ervaring, met economische strijd in enkele sprongen het leger van het continentale socialisme inhalen. De invloed van de Russische revolutie op de Europese arbeidersklasse is geweldig. Naast het vernietigen van het Russische absolutisme, de voornaamste kracht van de Europese reactie, zal het de noodzakelijke voorwaarden scheppen voor revolutie in het bewustzijn en het temperament van de Europese arbeidersklasse. Het was en is de functie van de socialistische partijen om het bewustzijn van de werkende klasse te revolutioneren, net zoals de ontwikkeling van het kapitalisme de maatschappelijke verhoudingen revolutioneerde. Maar het werk van agitatie en organisatie in de rijen van de arbeidersklasse kent een ingebouwde beperking. De Europese socialistische partijen, met name de grootste van hen, de Duitse sociaaldemocratische partij, hebben een behoudendheid ontwikkeld in dezelfde mate dat de massa’s het socialisme hebben omhelsd en hoe meer die massa’s georganiseerd en gedisciplineerd zijn geworden. Als gevolg daarvan kan de sociaaldemocratie als een organisatie, die de politieke ervaring van de arbeidersklasse belichaamt, op een gegeven moment een directe hindernis worden voor het open conflict tussen de arbeiders en de kapitalistische reactie. Met andere woorden, het propagandistisch-socialistische conservatisme van de arbeiderspartijen kan op een zeker ogenblik de rechtstreekse strijd van de arbeidersklasse om de macht tegenhouden. De enorme invloed van de Russische revolutie geeft aan dat die deze partijroutine en behoudsgezindheid zal vernietigen en de kwestie van een openlijke krachtmeting tussen de arbeidersklasse en de kapitalistische reactie aan de orde van de dag zal stellen. De strijd voor algemeen kiesrecht in Oostenrijk, Saksen en Pruisen is onder de rechtstreekse invloed van de Oktoberstakingen in Rusland actueel geworden. De revolutie in het Oosten zal de westerse arbeidersklasse besmetten met een revolutionair idealisme en de wens oproepen om ‘in het Russisch’ met haar vijanden te spreken. Wanneer de Russische arbeidersklasse aan de macht zou zijn, ook al is het slechts als gevolg van een tijdelijke samenloop van omstandigheden in onze burgerlijke revolutie, dan zal zij de georganiseerde vijandigheid ontmoeten van de wereldreactie en anderzijds van de kant van de arbeidersklasse van de wereld een bereidheid ondervinden om georganiseerde steun te geven.

Aan eigen middelen overgelaten zal de werkende klasse van Rusland onvermijdelijk worden verpletterd door de contrarevolutie op het moment dat de boeren haar de rug toedraaien. Zij zal geen andere keus hebben dan het lot van haar politieke heerschappij, en daarmee het lot van de hele Russische revolutie, te koppelen aan het lot van de socialistische revolutie in Europa. Zij zal die kolossale staatspolitieke macht die haar gegeven is door een tijdelijke samenloop van omstandigheden in de Russische burgerlijke revolutie in de waagschaal van de klassenstrijd van de gehele kapitalistische wereld werpen. Met de staatsmacht in handen, met de contrarevolutie achter zich en de Europese reactie tegenover zich, zal zij aan haar kameraden over de hele wereld de oude strijdkreet zenden, die ditmaal voor de laatste aanval zal oproepen: Proletariërs aller landen, verenigt u!


Voetnoten

[1] Zie mijn voorwoord bij F. Lassalles Rede voor de jury, gepubliceerd door ‘Molot’ — Noot van Trotski