Leon Trotski

Leo Sedov - zoon, vriend, strijder



Geschreven: februari 1938
Eerste publicatie: In de Verenigde Staten (in het Engels) als pamflet, uitgegeven door de Young People’s Socialist League (Fourth Internationalists), maart 1938
Bron: Overgenomen uit: Trotski - Leo Sedov - zoon, vriend strijder. En andere geschriften rond de dood van Leo Sedov. Nieuwe Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 1. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007
Vertaling: Karel ten Haaf, uit het Engels
Transcriptie: Karel ten Haaf
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, mei 2007


Zie ook: Mijn leven  |  Documenten aangaande Leo Sedov


Opgedragen aan de Proletarische Jeugd

[20 februari 1938]

Terwijl ik deze regels schrijf, met Leo Sedovs moeder naast mij, blijven condoleancetelegrammen binnenkomen uit verschillende landen. En voor ons roept elk telegram dezelfde verschrikkelijke vraag op: “Is het echt zo dat onze vrienden in Frankrijk, Nederland, Engeland, de Verenigde Staten, Canada, Zuid-Afrika en hier in Mexico voor waar aannemen dat Sedov er niet meer is?” Elk telegram is een nieuw blijk van zijn dood, maar we kunnen het nog niet geloven. En niet alleen omdat hij onze zoon was, eerlijk, toegewijd, liefhebbend; maar vooral omdat hij als niemand anders op aarde deel van ons leven geworden, ermee vervlochten was. Hij was onze geestverwant, onze medewerker, onze bewaker, onze adviseur, onze vriend.

Van de oudere generatie tot wier rangen wij aan het eind van de vorige eeuw toetraden — op weg naar de revolutie — is iedereen, zonder uitzondering, van het toneel geveegd. Dat wat tsaristische werkkampen en wrede verbanningen, de ontberingen van emigratie, de burgeroorlog en ziektes niet voor elkaar wisten te krijgen, is in de afgelopen jaren bereikt door Stalin, de ergste gesel van de revolutie. Volgend op de vernietiging van de oudere generatie, werd het beste deel van de daaropvolgende, d.w.z. de generatie die ontwaakte in 1917 en die zijn training kreeg in de vierentwintig legers aan het revolutionaire front, eveneens vernietigd. Ook vertrapt en volkomen uitgewist werd het beste deel van de jeugd, Leo’s leeftijdgenoten. Hij overleefde zelf slechts als door een wonder: doordat hij ons vergezelde in de verbanning en vervolgens naar Turkije. Gedurende de jaren van onze laatste emigratie maakten we vele nieuwe vrienden, sommigen zijn een belangrijk deel van ons leven geworden; ze werden als het ware familie. Maar we leerden ze allen kennen tijdens deze laatste paar jaar, toen we onze oude dag naderden. Leo was de enige die ons kende toen we jong waren; hij werd deel van ons leven op het allereerste moment van zijn zelfbewustwording. Hoewel jong in jaren, leek hij toch onze leeftijdgenoot. Samen met ons maakte hij onze tweede emigratie mee: Wenen, Zürich, Parijs, Barcelona, New York, Amherst (concentratiekamp in Canada), en ten slotte Petrograd.

Hoewel nog maar een kind - hij was nog geen twaalf - had hij, op zijn eigen manier, de overgang van de februarirevolutie in die van oktober bewust meegemaakt. Zijn jongensjaren gingen onder hoge druk voorbij. Hij voegde een jaar toe aan zijn leeftijd zodat hij eerder lid kon worden van de Communistische Jeugdbond, die op dat moment bruiste van de passie van de ontwaakte jeugd. De jonge bakkers, onder wie hij propaganda bedreef, plachten hem te belonen met een vers witbrood; hij kwam er dolgelukkig mee thuis, het brood, tevoorschijnpiepend uit de gescheurde mouw van zijn jas, onder zijn arm geklemd. Het waren onstuimige en barre, grootse en hongerige jaren. Uit eigen wil verruilde Leo het Kremlin voor een proletarisch studentenhuis, om niet anders te zijn dan de anderen. Hij wilde niet bij ons in een auto zitten, hij weigerde gebruik te maken van dat privilege van de bureaucraten. Maar hij nam hartstochtelijk deel aan alle Rode Zaterdagen en andere “arbeidsmobilisaties": sneeuwruimen in de straten van Moskou, de “liquidatie” van analfabetisme, het uitladen van brood en brandhout uit goederenwagons, en later, tijdens zijn ingenieursopleiding, het repareren van locomotieven. Dat hij tijdens de oorlog niet naar het front ging, was alleen omdat zelfs het toevoegen van twee of zelfs drie jaar aan zijn leeftijd hem niet geholpen zou hebben; want hij was nog geen vijftien toen de burgeroorlog eindigde. Hij vergezelde me echter wel diverse malen naar het front, de grimmige indrukken in zich opnemend, en zeer goed begrijpend waarom deze bloedige strijd werd gevoerd.

De laatste perspublicaties spraken over Leo Sedovs leven onder “de meest bescheiden omstandigheden” - veel bescheidener, wil ik toevoegen, dan die van een geschoold arbeider. Zelfs in Moskou, tijdens de jaren waarin zijn vader en moeder hoge posten bezetten, leefde hij niet beter maar slechter dan de afgelopen paar jaar in Parijs. Gold dat dan misschien voor alle kinderen van de bureaucratie? Absoluut niet. Zelfs toen was hij een uitzondering. In dit kind, opgroeiend tot puber en adolescent, kwamen plichtsbesef en resultaatgerichtheid vroeg tot ontwikkeling.

In 1923 wierp Leo zich volledig op het werk van de Oppositie. Het zou volstrekt onjuist zijn om hierin niets meer te zien dan ouderlijke invloed. Immers, toen hij een comfortabel appartement in het Kremlin verruilde voor zijn armetierige, koude en sjofele studentenhuis, deed hij dat tegen onze wil, hoewel we ons niet verzet hebben tegen zijn beslissing. Zijn politieke oriëntatie werd bepaald door hetzelfde instinct dat hem dwong om eivolle trams te verkiezen boven de limousines van het Kremlin. Het programma van de Oppositie gaf gewoonweg politieke uitdrukking aan trekken die inherent waren aan zijn karakter. Leo brak onverbiddelijk met studentenvrienden die door hun bureaucratische vaders met kracht werden weggerukt van “trotskisme”, en vond een weg naar zijn bakkersvrienden. Zo begon hij op zijn zeventiende het leven van een volkomen bewust revolutionair. Hij leerde vlug de kunst van samenzweerdersarbeid, illegale bijeenkomsten, en het in het geheim uitgeven en distribueren van Oppositiedocumenten. De Communistische Jeugdbond ontwikkelde in hoog tempo zijn eigen leidende Oppositiekaders.

Leo had een buitengewone wiskundige aanleg. Hij werd het nooit moe de vele arbeiderstudenten te helpen die niet meer dan lager onderwijs hadden gevolgd. Hij deed dit werk vol overgave; aanmoedigend, leidend, degenen die lui waren berispend - de jonge leraar beschouwde zijn werk als een dienst aan zijn klasse. Zijn eigen studie aan de Hogere Technische Academie verliep zeer voorspoedig. Maar die studie legde beslag op slechts een deel van zijn werkdag. Zijn meeste tijd, kracht en energie besteedde hij aan de zaak van de revolutie.

In de winter van 1927 begon de politieoperatie om de Oppositie te verpletteren en werd Leo tweeëntwintig. In die tijd werd hij vader en hij placht trots met zijn zoon naar het Kremlin te komen om hem aan ons te laten zien. Zonder echter een moment te twijfelen, besloot Leo zijn school en zijn jonge gezin te verlaten om ons lot te delen in Centraal Azië. Hiermee handelde hij niet alleen als zoon, maar vooral als geestverwant. Het was essentieel om tegen elke prijs onze verbinding met Moskou in stand te houden. Zijn werk in Alma Ata gedurende dat jaar, was werkelijk zonder weerga. We noemden hem onze minister van buitenlandse zaken, minister van justitie, en minister van communicatie. En bij het uitoefenen van al deze functies moest hij vertrouwen op een illegaal apparaat. In opdracht van het Moskouse bureau van de Oppositie, kocht kameraad X, zeer toegewijd en betrouwbaar, een wagen en drie paarden; en werkte hij als zelfstandig koetsier tussen Alma Ata en de stad Froenze (Pisjpek), toentertijd het eindpunt van de spoorlijnen. Het was zijn taak om eens per twee weken de geheime post uit Moskou naar ons te vervoeren en om onze brieven en manuscripten mee terug te nemen naar Froenze, waar een koerier uit Moskou hem opwachtte. Soms arriveerden er ook speciale koeriers uit Moskou. Hen te ontmoeten was geen eenvoudige zaak. We woonden in een huis dat aan alle kanten omgeven werd door de kantoren van de GPOe en de verblijven van haar agenten. Onze verbinding met de buitenwereld werd volledig door Leo onderhouden. Hij verliet het huis soms laat op een regenachtige avond of tijdens hevige sneeuwval; ook gebeurde het dat hij zich overdag in de bibliotheek verborg, om zich te onttrekken aan de oplettendheid van de spionnen — om de koerier te ontmoeten in een openbaar badhuis, of tussen de dichte begroeiing aan de rand van de stad, of op de oosterse markt waar de Kirgiezen samendromden met hun paarden, ezels en handelswaar. Iedere keer kwam hij opgewonden en gelukkig thuis, met de glans van de overwinnaar in zijn ogen en de kostbare buit onder zijn kleren. En zo ontweek hij een jaar lang alle vijanden. Daarbij komt nog, dat hij uiterst “beleefde”, bijna “vriendschappelijke” relaties onderhield met deze vijanden die “kameraden” van gisteren waren, aldus buitengewone tact en zelfbeheersing tentoonspreidend, ons zorgvuldig beschermend tegen verstoringen van buitenaf.

Het ideologische leven van de Oppositie tierde welig in die tijd. Het was het jaar van het Zesde Wereldcongres van de Communistische Internationale. De pakketjes uit Moskou waren gevuld met grote aantallen brieven, artikelen en stellingen, van bekende en onbekende kameraden. Tijdens de eerste paar maanden, voor de grote verandering in het gedrag van de GPOe, ontvingen we zelfs via de officiële posterijen een groot aantal brieven uit verschillende verbanningsoorden. Het was noodzakelijk om het gevarieerde materiaal zorgvuldig te schiften. En het was door dit werk dat ik me realiseerde, niet zonder verbazing, dat dit jongetje haast ongemerkt was opgegroeid: hoe goed hij mensen kon beoordelen - hij kende veel meer Oppositionelen dan ik - hoe betrouwbaar zijn revolutionaire instinct was dat hem in staat stelde om, zonder enige aarzeling, echt van vals te onderscheiden, het wezenlijke van de uiterlijke schijn. De ogen van zijn moeder, die onze zoon het best kende, glommen van trots tijdens onze gesprekken.

Van april tot en met oktober ontvingen we ongeveer duizend politieke brieven en documenten, en zo’n zevenhonderd telegrammen. In deze zelfde periode verzonden we vijfhonderd vijftig telegrammen en niet minder dan achthonderd politieke brieven, waaronder een aantal substantiële werken, zoals Kritiek op het Ontwerpprogramma van de Communistische Internationale en andere. Zonder mijn zoon had ik nog niet de helft van deze arbeid kunnen verzetten.

Zo’n intensieve samenwerking betekende echter niet dat we geen meningsverschillen hadden, en zo nu en dan zelfs zeer heftig botsten. Toen, en ook later tijdens de emigratie - dit moet openhartig gezegd worden - was mijn verhouding met Leo allerminst van een gelijkmatig en evenwichtig karakter. Tegen zijn stellige oordelen, vaak zonder enig respect, over sommige van de “oude mannen” van de Oppositie, maakte ik niet alleen even stellige voorbehouden en bezwaren, maar ook spreidde ik tegenover hem de pedante en veeleisende benadering ten toon die ik mij had eigengemaakt in vraagstukken van praktische aard. Vanwege deze eigenschappen, die misschien bruikbaar en zelfs onmisbaar zijn voor werk op grote schaal maar absoluut onverdraaglijk in de persoonlijke omgang, hadden de mensen in mijn directe omgeving het vaak erg zwaar te verduren. En aangezien de mij het meest na staande van alle jongeren mijn zoon was, had hij het gewoonlijk het zwaarst te verduren. Voor een oppervlakkige toeschouwer kan het zelfs hebben geleken alsof onze verhouding was doortrokken van kilte en afstandelijkheid. Maar onder de oppervlakte gloeide een diepe wederzijdse gehechtheid, gebaseerd op iets onmetelijk veel belangrijkers dan bloedbanden - een overeenkomst van opvattingen en beoordelingen, van sympathieën en antipathieën, van gedeelde vreugde en gedeeld verdriet, van grote verwachtingen die we allebei koesterden. En deze wederzijdse gehechtheid laaide van tijd tot tijd op tot een warme vriendschap, als om ons drieën honderdvoudig te compenseren voor de kleine fricties tijdens de dagelijkse arbeid.

Zo, vierduizend kilometer van Moskou, tweehonderd vijftig kilometer van de dichtstbijzijnde spoorlijn, brachten we een moeilijk en onvergetelijk jaar door dat ons in het geheugen geprent staat onder het teken Leo [Leeuw], of eigenlijk Levik of Levusjatka zoals we hem noemden.


In januari 1929 besloot het Politiek Bureau om mij te deporteren “buiten de grenzen van de USSR”. - naar Turkije, zoals uiteindelijk bleek. Gezinsleden werd het toegestaan om mij te vergezellen. Opnieuw zonder enige aarzeling besloot Leo om ons te vergezellen in ballingschap, zichzelf aldus voorgoed scheidend van de vrouw en het kind van wie hij zoveel hield.

In ons leven begon een nieuw hoofdstuk, waarvan de eerste bladzijden vrijwel onbeschreven waren. Contacten, kennissenkring en vriendschappen moesten van de grond af worden opgebouwd. En alweer werd onze zoon alles voor ons: onze tussenpersoon bij contacten met de buitenwereld, onze bewaker, medewerker en secretaris — als in Alma Ata, maar op een onvergelijkbaar veel grotere schaal. Vreemde talen, waarmee hij in zijn jeugd vertrouwder was dan met Russisch, was hij vrijwel geheel vergeten in het tumult van de revolutionaire jaren. Het werd nodig ze helemaal opnieuw te leren. Onze gezamenlijke schrijfarbeid begon. Mijn archief en bibliotheek waren geheel in Leo’s handen. Hij had een gedegen kennis van de werken van Marx, Engels en Lenin, was zeer goed bekend met mijn boeken en manuscripten, met de geschiedenis van de partij en de revolutie, en de geschiedenis van het Thermidoriaanse vervalsen. In de chaos van de openbare bibliotheek van Alma Ata had hij reeds de leggers van Pravda [de Waarheid] bestudeerd over de Sovjetjaren, en de nodige citaten en verwijzingen verzameld met niet aflatende nauwgezetheid. Zonder dit waardevolle materiaal en zonder Leo’s aanvullende onderzoeken in archieven en bibliotheken, eerst in Turkije, later in Berlijn en tenslotte in Parijs, had ik niet één van mijn werken van de afgelopen tien jaar kunnen schrijven. Dit geldt met name voor De Geschiedenis van de Russische Revolutie. Kolossaal in kwantitatief opzicht, was zijn medewerking absoluut niet alleen maar van “technische” aard. Zijn autonome selectie van feiten, citaten en karakteriseringen, bepaalde regelmatig de wijze van mijn presentatie zowel als de conclusies. De verraden revolutie bevat niet weinige bladzijden die ik schreef op basis van enkele regels uit de brieven van mijn zoon en de citaten die hij stuurde uit voor mij ontoegankelijke Sovjetkranten. Hij voorzag me van zelfs nog meer materiaal voor de biografie van Lenin. Zulke samenwerking was alleen mogelijk doordat onze ideologische eensgezindheid ons gehele wezen had doortrokken. De naam van mijn zoon kan met recht naast die van mij vermeld worden op vrijwel al mijn sinds 1928 geschreven boeken.

In Moskou was Leo anderhalf jaar tekort gekomen om zijn ingenieursopleiding te voltooien. Zijn moeder en ik stonden erop dat hij, toen we in het buitenland waren, terugkeerde tot zijn in de steek gelaten wetenschap. Op Prinkipo was ondertussen, in nauwe samenwerking met mijn zoon, met succes een nieuwe groep van jonge medewerkers uit verschillende landen gevormd. Leo ging ermee akkoord om te vertrekken, alleen maar vanwege het zware argument dat hij in Duitsland waardevolle diensten zou kunnen verlenen aan de Internationale Linkse Oppositie. Zijn wetenschappelijke studie weer opnemend in Berlijn (hij moest helemaal opnieuw beginnen), wierp Leo zich tegelijkertijd vol overgave op het revolutionaire werk. In het Internationaal Secretariaat werd hij al snel de vertegenwoordiger van de Russische sectie. Zijn brieven uit die tijd aan zijn moeder en mij laten zien hoe snel hij zich aanpaste aan de politieke atmosfeer van Duitsland en West Europa, hoe goed hij mensen kon inschatten en de meningsverschillen en talloze conflicten uit die vroege periode van onze beweging taxeerde. Zijn revolutionaire instinct, al versterkt door aanzienlijke ervaring, stelde hem in staat om in vrijwel alle kwesties autonoom de juiste weg te vinden. Regelmatig waren we blij verrast wanneer we na opening van een net ontvangen brief daarin precies die ideeën en conclusies lazen die ik hem net onder de aandacht had gebracht. En hoe intens en stil gelukkig hij was over zulk een samenvallen van onze ideeën! De verzameling van Leo’s brieven zal zonder twijfel één van de meest waardevolle bronnen zijn voor de studie van de intellectuele voorgeschiedenis van de Vierde Internationale.

Maar de Russische kwestie bleef het leeuwendeel van zijn aandacht in beslag nemen. Al toen hij nog op Prinkipo was werd hij de feitelijke hoofdredacteur van het Biulleten Oppozitsii [Bulletin van de Oppositie] vanaf de oprichting (halverwege 1929), en hij nam de leiding van dit werk helemaal op zich vanaf zijn aankomst in Berlijn (begin 1931), waarheen het Biulleten onmiddellijk werd verplaatst vanuit Parijs. De laatste brief die we van Leo ontvingen, geschreven op 4 februari 1938, twaalf dagen voor zijn dood, begint met de volgende woorden: “Ik stuur jullie drukproeven van het Biulleten, want het volgende schip zal pas over enige tijd vertrekken, terwijl het volgende Biulleten morgen van de pers komt.” De verschijning van elk nummer was een klein hoogtepunt in zijn leven, een klein hoogtepunt dat grote inspanningen vroeg; de opzet van het nummer, polijsten van het ruwe materiaal, schrijven van artikelen, zeer nauwgezette correctie van de drukproeven, aansporende correspondentie met vrienden en medewerkers, en, niet in de laatste plaats, het verzamelen van fondsen. Maar wat was hij trots op elk “geslaagd” nummer!

Tijdens de eerste jaren van emigratie onderhield hij een omvangrijke correspondentie met leden van de Oppositie in de USSR. Maar tegen 1932 had de GPOe vrijwel al onze verbindingen vernietigd. Het werd nodig om nieuwe informatie te verkrijgen via omslachtige wegen. Leo was altijd op de uitkijk, gretig zoekend naar verbindingsdraden met Rusland, terugkerende toeristen opsporend, in het buitenland studerende Sovjetstudenten, of ons goedgezinde functionarissen in de buitenlandse vertegenwoordigingen. Om het compromitteren van zijn informanten te voorkomen, haastte hij zich urenlang door de straten van Berlijn en later van Parijs om de GPOe-spionnen die hem achtervolgden af te schudden. In al die jaren was er niet één geval van iemand die geleden heeft ten gevolge van indiscretie, onverschilligheid of onvoorzichtigheid van zijn kant.

In de dossiers van de GPOe werd naar hem verwezen met de bijnaam “Sinok” of “Zoontje” Volgens wijlen Ignace Reiss zei men in de Lubjanka [gevangenis] meer dan eens: “Het Zoontje doet zijn werk slim. De Oude Man zou het veel moeilijker hebben zonder hem.” Zo was het inderdaad. Zonder hem zou het niet gemakkelijk geweest zijn. Zonder hem zal het moeilijk zijn. Het was precies daarom dat agenten van de GPOe, die zelfs wisten binnen te dringen in de organisaties van de Oppositie, Leo omgaven met een fijnmazig netwerk van observatie, kuiperijen en samenzweringen. In de Moskouse processen figureerde zijn naam onveranderlijk naast die van mij. Moskou wilde tegen elke prijs van hem af!

Adolf Hitler nam de macht over, het Biulleten Oppozitsii werd onmiddellijk verboden. Leo bleef nog verscheidene weken in Duitsland, zich verbergend voor de Gestapo in verschillende appartementen. Zijn moeder en ik trokken aan de bel, we drongen erop aan dat hij onmiddellijk uit Duitsland zou vertrekken. In het voorjaar van 1933 besloot Leo uiteindelijk om het land te verlaten dat hij had leren kennen en liefhebben, en hij verhuisde naar Parijs, waarheen het Biulleten hem volgde. Hier nam Leo opnieuw zijn studie op. Hij moest een Frans toelatingsexamen halen, waarna hij voor de derde keer begon met het eerste semester, nu aan de Faculteit voor Wis- en Natuurkunde van de Sorbonne. In Parijs leefde hij onder zeer moeilijke omstandigheden, in voortdurende armoede, zich tijdens vrije uren bezighoudend met wetenschappelijke studie aan de universiteit; maar dankzij zijn buitengewone aanleg voltooide hij zijn studie, d.w.z. hij haalde zijn diploma.

Verreweg de meeste energie besteedde hij, in Parijs zelfs nog meer dan in Berlijn, aan de revolutie en de literaire samenwerking met mij. De laatste jaren begon Leo zelf regelmatiger te schrijven voor de pers van de Vierde Internationale. Enkele losse aanwijzingen, in het bijzonder zijn voor mijn autobiografie op papier gezette herinneringen, deden me toen ik nog op Prinkipo zat al vermoeden dat hij begiftigd was met schrijftalent. Maar hij werd bedolven onder allerhande ander werk, en aangezien onze ideeën en onderwerpen overeenkwamen, liet hij het schrijfwerk aan mij over. Ik herinner me dat hij in Turkije maar één groot artikel schreef: “Stalin en het Rode Leger - of Hoe Geschiedenis Geschreven Wordt”, onder het pseudoniem N. Markin, een revolutionaire matroos met wie hij in zijn jeugd verbonden was door een vriendschap die gepaard ging met een enorme bewondering. Dit artikel werd opgenomen in mijn boek De Stalin-school van het Vervalsen. Daarna begonnen zijn artikelen met steeds grotere frequentie te verschijnen in het Biulleten en in andere publicaties van de Vierde Internationale; telkens geschreven omdat het moest — Leo schreef alleen als hij wat te zeggen had en als hij wist dat niemand anders het beter kon zeggen. In de tijd dat wij in Noorwegen verbleven kreeg ik van verschillende kanten het verzoek om een analyse van de stachanovistische beweging, die onze organisaties min of meer verraste. Toen het duidelijk werd dat mijn langdurige ziekte mij zou beletten om deze taak te vervullen, zond Leo me de eerste versie van een door hem geschreven artikel over het stachanovisme, met een uiterst bescheiden begeleidende brief. Het werk scheen mij voortreffelijk, zowel voor wat betreft zijn serieuze en grondige analyse, als wat betreft de bondige en heldere presentatie. Ik herinner me hoe blij Leo was met de lof die ik hem toezwaaide! Dit artikel werd in meerdere talen gepubliceerd en bood meteen een juist standpunt over dit “socialistische” stukwerk onder de zweep van de bureaucratie. Grote aantallen latere artikelen hebben niets wezenlijks toegevoegd aan deze analyse.

Leo’s belangrijkste geschrift was zijn Roodboek over het Moskouse Proces, gewijd aan het proces van de zestien (Zinovjev, Kamenev, Smirnov, e.a.). Het werd gepubliceerd in het Frans, Russisch en Duits. Toentertijd waren mijn vrouw en ik gevangenen in Noorwegen, aan handen en voeten gebonden, het doelwit van de meest schandelijke laster. Er bestaan bepaalde vormen van verlamming waarin mensen alles zien, horen en begrijpen, maar niet in staat zijn een vinger te bewegen om dodelijk gevaar af te weren. Het was aan zo’n politieke verlamming dat de Noorse “socialistische” regering ons onderwierp. Wat een onbetaalbaar geschenk was voor ons, onder deze omstandigheden, Leo’s boek: het eerste vernietigende antwoord aan de vervalsers in het Kremlin. De eerste paar bladzijden, zo herinner ik me, vond ik nogal mat. Dat kwam doordat er alleen maar een politieke beoordeling herhaald werd die al eerder gemaakt was van de algemene toestand van de USSR. Maar vanaf het moment dat de auteur een onafhankelijke analyse van het proces begon te maken, werd ik volkomen gegrepen. Elk volgende hoofdstuk leek me beter dan het voorafgaande. “Goed gedaan, Levusjatka!” zeiden mijn vrouw en ik. “We hebben een verdediger!” Hoe zijn ogen gestraald moeten hebben van plezier toen hij onze prijzende woorden las. Een aantal kranten, en in het bijzonder het centrale orgaan van de Deense sociaaldemocratie, stelden als een feit dat ik blijkbaar, ondanks de strikte condities van mijn internering, een manier gevonden had om mee te werken aan het geschrift dat onder Sedovs naam verscheen. “Men herkent de pen van Trotski...” Dit alles is: fictie. In het boek staat geen regel van mij. Veel kameraden die ertoe neigden Sedov te beschouwen als niet meer dan “de zoon van Trotski” - zoals Karl Liebknecht lange tijd beschouwd werd als slechts de zoon van Wilhelm Liebknecht - waren in staat zichzelf ervan te overtuigen, al was het alleen maar door dit boekje, dat hij niet alleen een onafhankelijke maar ook een bijzondere figuur was.

Leo schreef zoals hij alles deed, dat wil zeggen nauwgezet, studerend, reflecterend, controlerend. De ijdelheid van het schrijverschap was hem vreemd. Hij hield zich verre van holle retoriek. Tegelijkertijd is elke regel die hij schreef bezield door een warme gloed, de bron waarvan Leo’s onvervalste revolutionaire temperament was.

Dit temperament was gevormd en gehard door gebeurtenissen van een privé- en familieleven dat volkomen verweven was met de grote politieke gebeurtenissen van onze tijd. In 1905 zat zijn moeder zwanger in een Petersburgse cel. Dankzij een korte opleving van liberalisme kwam ze vrij in de herfst. In februari van het daaropvolgende jaar werd de jongen geboren. Op dat moment was ik al opgesloten in de gevangenis. Ik zag mijn zoon voor het eerst pas dertien maanden later, toen ik ontsnapte uit Siberië. Zijn eerste indrukken droegen het stempel van de eerste Russische revolutie, na de nederlaag waarvan we naar Oostenrijk uitweken. De oorlog, die ons naar Zwitserland joeg, hamerde in het bewustzijn van de achtjarige jongen. De volgende grote les voor hem was mijn deportatie uit Frankrijk. Aan boord van het schip converseerde hij, in gebarentaal, met een Catalaanse stoker over de revolutie. De revolutie vertegenwoordigde voor Leo alle mogelijke zegeningen, in de eerste plaats een terugkeer naar Rusland. Op weg daarheen vanuit Amerika, in de buurt van Halifax, gaf de elf jaar oude Levik een Britse officier een vuistslag. Hij wist wie hij moest slaan: niet de matrozen die mij van het schip droegen, maar de officier die het bevel gaf. In Canada, tijdens mijn internering in het concentratiekamp, leerde Leo hoe hij brieven moest verbergen voor de politie en hoe hij ze ongezien in de brievenbus kon gooien. In Petrograd werd hij onmiddellijk geconfronteerd met de atmosfeer van het bolsjewiekenpesten. Op de burgerlijke school waarop hij toevallig werd ingeschreven meteen na onze aankomst, sloegen zonen van liberalen en sociaal-revolutionairen hem in elkaar omdat hij Trotski’s zoon was. Op een dag kwam hij naar de Timmerlieden en Schrijnwerkers Vakbond, waar zijn moeder werkte, met zijn hand onder het bloed. Hij had op school een politieke discussie gehad met de zoon van Kerenski. Hij deed mee aan alle bolsjewistische demonstraties op straat, zocht dekking voor de gewapende troepen van het toenmalige volksfront (de coalitie van kadetten, sociaal-revolutionairen en mensjewieken). Na de julidagen, bleek en dun geworden, kwam hij me bezoeken in de gevangenis van Kerenski-Tseretelli. In het huis van een kolonel die ze kenden, wiepen Leo en Sergej zich tijdens de maaltijd, met het mes in de hand, op een officier die had verklaard dat de bolsjewieken agenten van de Kaiser waren. Ze gaven ongeveer hetzelfde antwoord aan de ingenieur Serebrovski, tegenwoordig lid van het stalinistische Centraal Comité, toen hij hun probeerde wijs te maken dat Lenin... een Duitse spion was. Levik leerde al vroeg om met zijn jonge tanden te knarsen wanneer hij lasterpraatjes in de kranten las. Hij bracht de oktoberdagen door in gezelschap van de matroos Markin die hem, tijdens vrije uren, in de kelder onderwees in de kunst van het schieten.

Aldus kreeg de toekomstige strijder vorm. Voor hem was de revolutie geen abstractie. Absoluut niet! Hij was ervan doordrenkt. Vandaar zijn serieuze benadering van revolutionaire plicht, beginnend met de Rode Zaterdagen en het onderwijzen van de minder ontwikkelden. Dat is waarom hij later zo hartstochtelijk deelnam aan de strijd tegen de bureaucratie. In het najaar van 1927 maakte Leo een “Oppositionele” reis naar de Oeral in gezelschap van Mrachkovski en Beloborodov. Na hun terugkeer spraken beiden met oprecht enthousiasme over Leo’s gedrag tijdens de felle en hopeloze strijd, zijn compromisloze toespraken tijdens de bijeenkomsten van de jeugd, zijn lichamelijke onverschrokkenheid tegenover de knokploegen van de bureaucratie, zijn morele moed die het hem mogelijk maakte om verlies onder ogen te zien met zijn jonge hoofd geheven. Toen hij terugkeerde uit de Oeral, volwassener geworden tijdens die zes weken, was ik al uit de partij gezet. Het was nodig om ons voor te bereiden op ballingschap. Hij was niet geneigd tot onvoorzichtigheid, noch maakte hij een show van moed. Hij was wijs, behoedzaam en berekenend. Maar hij wist dat gevaar onderdeel uitmaakt van revolutie zoals van oorlog. Wanneer het nodig was, en dat was regelmatig het geval, wist hij hoe hij gevaar tegemoet moest treden. Zijn leven in Frankrijk, waar de GPOe vrienden heeft op elke etage van het regeringsgebouw, was een vrijwel onafgebroken aaneenschakeling van gevaren. Beroepsmoordenaars achtervolgden hem overal. Ze woonden in appartementen naast de zijne. Ze stalen zijn brieven en archief en luisterden zijn telefoongesprekken af. Toen hij, na een ziekte, twee weken doorbracht aan de kust van de Middellandse Zee - zijn eerste vakantie in jaren - betrokken de agenten van de GPOe kamers in hetzelfde pension. Toen hij regelde om naar Mulhausen te gaan voor een overleg met een Zwitserse advocaat in verband met gerechtelijke stappen tegen de smaad van de stalinistische pers, stond een hele bende van GPOe agenten hem op het station op te wachten. Het waren dezelfde agenten die later Ignace Reiss vermoordden. Leo ontsnapte aan een zekere dood enkel en alleen doordat hij ziek werd aan de vooravond van zijn vertrek, hoge koorts had, en Parijs niet kon verlaten. Al deze feiten zijn vastgesteld door de gerechtelijke autoriteiten van Frankrijk en Zwitserland. En hoeveel geheimen zijn nog steeds niet onthuld? Zijn beste vrienden schreven ons drie maanden geleden dat het in Parijs te gevaarlijk voor hem was, en ze drongen erop aan dat hij naar Mexico zou gaan. Leo antwoordde: het gevaar is niet te ontkennen, maar op dit moment is Parijs een te belangrijk strijdtoneel; dat nu te verlaten zou een misdaad zijn. We konden niet anders dan buigen voor dit argument.

Toen in de herfst van vorig jaar een aantal in het buitenland gestationeerde Sovjetagenten begon te breken met het Kremlin en de GPOe, zat Leo er natuurlijk bovenop. Enkele vrienden protesteerden tegen zijn omgang met “ongeteste” nieuwe bondgenoten: er zou mogelijk sprake kunnen zijn van een provocatie. Leo antwoordde dat er ongetwijfeld een zeker risico bestond, maar dat het onmogelijk was om deze belangrijke beweging vooruit te helpen als we aan de kant bleven staan. Ook dit keer moesten we Leo accepteren zoals de natuur en de politieke situatie hem gemaakt hadden. Als waarachtig revolutionair vond hij het leven alleen waardevol voor zover het in dienst stond van de strijd van het proletariaat voor bevrijding.

Op 16 februari stond in de Mexicaanse avondbladen een kort bericht over de dood van Leo Sedov na een chirurgische ingreep. In beslag genomen door dringende arbeid, zag ik deze kranten niet. Diego Rivera controleerde dit bericht eigener beweging per radiogram en kwam me het verschrikkelijke nieuws brengen. Een uur later vertelde ik Natalja over de dood van onze zoon - in dezelfde maand februari waarin zij mij tweeëndertig jaar eerder in de gevangenis het nieuws van zijn geboorte bracht. Zo eindigde voor ons de dag van 16 februari, de zwartste dag in ons beider privé-leven.

We hadden veel dingen verwacht, bijna alles, maar dit niet. Want kort geleden had Leo ons nog geschreven over zijn voornemen om een baan te zoeken als arbeider in een fabriek. Tegelijkertijd sprak hij de hoop uit de geschiedenis van de Russische Oppositie te schrijven voor een wetenschappelijk instituut. Hij zat vol plannen. Slechts twee dagen voor het nieuws van zijn dood kregen we een brief van hem, gedateerd 4 februari, bruisend van moed en levenslust. Hij ligt hier voor me. “We bereiden ons voor,” schreef hij, “op het proces in Zwitserland waar de situatie erg gunstig is wat betreft zowel de zogenaamde ‘publieke opinie’ als de autoriteiten.” En hij vervolgde met de opsomming van een aantal gunstige feiten en indicaties. “En somme, nous marquons des points[Alles bij elkaar gaan we vooruit]. De brief ademt vertrouwen in de toekomst. Waar kwamen dan deze kwaadaardige ziekte en plotselinge dood vandaan? In twaalf dagen? Voor ons is de zaak in zware nevelen gehuld. Zal het ooit worden opgehelderd? De eerste en voor de hand liggende veronderstelling is dat hij werd vergiftigd. Het leverde voor de agenten van Stalin geen grote problemen op om toegang te krijgen tot Leo, zijn kleding, zijn eten. Zullen gerechtelijke deskundigen, zelfs als ze niet gehinderd worden door “diplomatieke” overwegingen, in staat zijn om een definitieve conclusie te trekken op dit punt? In samenhang met chemische oorlogsvoering heeft de kunst van het vergiftigen heden ten dage een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Zeker, de geheimen van deze kunst zijn ontoegankelijk voor gewone stervelingen. Maar de gifmoordenaars van de GPOe hebben toegang tot alles. Het is absoluut mogelijk om vergif te ontwikkelen dat niet ontdekt kan worden na de dood, zelfs niet met de meest zorgvuldige analyse. En wie zal zulk een zorgvuldigheid garanderen?

Of hebben ze hem vermoord zonder hun toevlucht te nemen tot scheikunde? Dit jonge en enorm gevoelige en zachtmoedige wezen had veel te veel te verdragen gekregen. De jarenlange leugencampagne tegen zijn vader en de beste van de oudere kameraden, die Leo al vanaf zijn kindertijd respecteerde en liefhad, raakte hem diep. Ook de lange serie capitulaties door leden van de Oppositie hakte er bij hem in. Toen volgde in Berlijn de zelfmoord van Zina, mijn oudste dochter, die Stalin ingemeen, uit je reinste wraakzucht, afsneed van haar kinderen, haar familie, haar persoonlijke omgeving. Leo was plotseling opgescheept met het lijk van zijn zuster en de verantwoordelijkheid voor haar zesjarige zoon. Hij besloot om te proberen zijn jongere broer Sergej in Moskou per telefoon te bereiken. Of het nou kwam doordat de GPOe tijdelijk de kluts kwijt was door Zina’s zelfmoord, of omdat men hoopte enkele geheimen af te luisteren; tegen alle verwachtingen in kwam een telefoonverbinding tot stand, en Leo was in staat om het tragische nieuws naar Moskou over te brengen met zijn eigen stem. Zo ging het laatste gesprek tussen onze twee jongens, verdoemde broers, over het nog warme lijk van hun zuster.

Leo’s brieven aan ons op Prinkipo waren bondig, pover en ingetogen wanneer ze zijn beproevingen beschreven. Hij ontzag ons veel te veel. Maar in elke zin voelde men een ondraaglijk geestelijk leed.

Financiële problemen en gebrek droeg Leo zonder klagen, lachend, als een echte proletariër; maar natuurlijk lieten ook zij hun sporen na. Oneindig veel ingrijpender waren de effecten van opeenvolgende geestelijke kwellingen. Het Moskouse proces van de zestien, de schandalige aard van de beschuldigingen, de nachtmerrieachtige verklaringen van de aangeklaagden, onder wie Smirnov en Mrachkovski, die Leo zo goed kende en van wij hij hield; de onverwachte internering van zijn vader en moeder in Noorwegen, de periode van vier maanden zonder enig nieuws; de diefstal van het archief; de geheimzinnige verscheping van mijn vrouw en mij naar Mexico; het tweede Moskouse proces met de zelfs nog krankzinniger aanklachten en bekentenissen; de verdwijning van zijn broer Sergej, beschuldigd van “het vergiftigen van arbeiders”; de executie van talloze mensen die ofwel goede vrienden geweest waren ofwel vrienden bleven tot het einde toe; de achtervolgingen en de aanslagen van de GPOe in Frankrijk, de moord op Reiss in Zwitserland, de leugens, de laagheid, de trouweloosheid, de valse beschuldigingen - nee, “stalinisme” was voor Leo geen abstract politiek begrip maar een eindeloze reeks geestelijke dreunen en beledigingen van zijn intellect. Of de Moskouse machthebbers hun toevlucht zochten tot scheikunde, of dat alles wat ze eerder gedaan hadden genoeg bleek te zijn, de conclusie blijft één en dezelfde: zij zijn het die hem hebben vermoord. De dag van zijn dood schreven ze bij op de Thermidoriaanse kalender als een belangrijke feestdag.

Voordat ze hem vermoordden deden ze alles wat in hun macht lag om onze zoon te belasteren en zwart te maken in de ogen van tijdgenoten en van het nageslacht. Kaïn-Dzjoegasjvili [Stalin] en zijn handlangers probeerden Leo af te schilderen als een agent van het fascisme, een geheime strijder voor herstel van het kapitalisme in de USSR, de organisator van sabotage van de spoorwegen en van moorden op arbeiders. De inspanningen van de schoften waren tevergeefs. Tonnen Thermidoriaans vuil kaatsten terug van zijn jonge gestalte, zonder een vlekje op hem achter te laten. Leo was een door en door fatsoenlijk, eerlijk, puur mens. Hij kon tijdens elke arbeidersbijeenkomst het verhaal van zijn helaas zo korte leven vertellen, dag na dag, zoals ik het hier beknopt verteld heb. Hij had niets om zich voor te schamen of om te verbergen. Geestelijke adel was zijn voornaamste karaktereigenschap. Hij diende standvastig de zaak van de onderdrukten, door trouw te blijven aan zichzelf. De natuur en de geschiedenis vormden hem tot een man met heldhaftig karakter. De grootste, ontzagwekkende gebeurtenissen die ons te wachten staan zullen vragen om zulke mensen. Had Leo geleefd om deel te hebben aan deze gebeurtenissen, dan zou hij zijn ware grootheid hebben laten zien. Maar hij leeft niet meer. Onze Leo, jongen, zoon, heroïsche strijder, is er niet meer!

Zijn moeder - die hem nader stond dan wie ook ter wereld - en ik brengen deze verschrikkelijke uren door met het ons voor de geest halen van zijn beeltenis, trek na trek, niet in staat om te geloven dat hij er niet meer is en huilend omdat het onmogelijk is om het niet te geloven. Hoe kunnen we wennen aan het idee dat op deze aarde niet langer het warme menselijke wezen rondloopt, met ons verbonden via zulke onverbrekelijke draden van gedeelde herinneringen, wederzijds begrip en tedere gehechtheid? Niemand kende ons en niemand kent ons, onze sterke en onze zwakke punten, zo goed als hij ons kende. Hij was een deel van ons allebei, ons jeugdige deel. Via honderden kanalen tastten onze gedachten en gevoelens elke dag naar hem in Parijs. Samen met onze jongen is alles wat er nog aan jeugdigheid in ons was gestorven.

Dag Leo, dag lieve en onvervangbare vriend. Je moeder en ik hebben nooit gedacht, nooit verwacht dat het lot ons de verschrikkelijke taak zou opleggen om jouw necrologie te schrijven. We leefden in de stellige overtuiging dat jij nog lang na onze dood onze gemeenschappelijke zaak zou dienen. Maar we waren niet in staat om je te beschermen. Dag Leo! We vermaken je onberispelijke nagedachtenis aan de jonge generatie van de arbeiders van de wereld. Je zult met recht voortleven in de harten van allen die werken, lijden en strijden voor een betere wereld. Revolutionaire jeugd aller landen! Aanvaard van ons de nagedachtenis van onze Leo, adopteer hem als jullie zoon - hij is het waard - en laat hem vanaf nu onzichtbaar deelnemen aan jullie strijd, nu het lot hem de vreugde heeft ontnomen om deel te hebben aan jullie uiteindelijke overwinning.