V.I. Lenin

Is een verplichte officiële taal nodig?



Geschreven: 1914
Bron: Over kunst en literatuur - verzamelbundel. Uitgeverij Progres, Moskou 1976 - Afgedrukt op 18 januari 1914. Werken, 5de uitgave, deel 24, blz. 293-295.
Vertaling: Progres
Deze versie: spelling, voetnoten zijn hernummerd en overgenomen, behoudens deze die verwijzen naar al bekende zaken
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, mei 2008


De liberalen verschillen van de reactionairen in zoverre, dat zij het recht erkennen op onderwijs in de moedertaal, tenminste op de basisscholen. Maar zij zijn het volkomen met de reactionairen eens wat betreft de noodzakelijkheid van een verplichte officiële taal.

Wat houdt een verplichte officiële taal in? Het komt er in de praktijk op neer, dat de taal van de Groot-Russen, die op de bevolking van Rusland een minderheid vormen, wordt opgelegd aan de hele overige bevolking van Rusland. Op elke school moet het onderwijs in de officiële taal verplicht zijn. Alle officiële correspondentie moet worden gevoerd in de officiële taal en niet in die van de plaatselijke bevolking.

Op welke gronden rechtvaardigen de partijen die een verplichte officiële taal voorstaan de noodzaak daarvan?

De ‘argumenten’ van de Zwarte-Honderdmensen zijn natuurlijk kort en krachtig. Zij zeggen: alle niet-Russen moeten worden geregeerd met de knoet, anders ‘lopen ze uit de hand’. Rusland moet ondeelbaar zijn en alle volkeren moeten zich onderwerpen aan de overheersing van de Groot-Russen, want het zijn de Groot-Russen geweest, die het Russische land hebben opgebouwd en verenigd. Vandaar dat de taal van de heersende klasse ook de verplichte officiële taal moet zijn. De heren Poerisjkevitsj zouden er zelfs niet op tegen zijn om de ‘achterlijke dialecten’ maar meteen helemaal uit te bannen, hoewel deze worden gesproken door ongeveer zestig procent van de totale bevolking in Rusland.

Het standpunt van de liberalen is veel ‘beschaafder’ en ‘subtieler’. Zij zijn voor de toelating van het gebruik der moedertalen binnen bepaalde grenzen (bijvoorbeeld op de basisscholen)., Maar tegelijkertijd staan zij een verplichte officiële taal voor, die — naar hun zeggen — noodzakelijk is in het belang van de ‘cultuur’ en in het belang van een ‘verenigd’ en ‘ondeelbaar’ Rusland, enzovoorts.

‘Het wezen van de staat vormt een bevestiging van de culturele eenheid... Een officiële taal is een integrerend onderdeel van de cultuur van de staat... Het wezen van de staat is gebaseerd op de eenheid van het gezag, waarbij de officiële taal een werktuig tot die eenheid vormt. De officiële taal beschikt over dezelfde dwingende en universeel verplichtende kracht als alle andere vormen van het staatswezen...
Wil Rusland verenigd en ondeelbaar blijven, dan moeten wij de politieke doelmatigheid van het Algemeen Beschaafde Russisch sterk voorstaan.’

Dit is typisch de filosofie van een liberaal over de noodzaak van een officiële taal.

Wij citeren bovenstaande passage uit een artikel van de heer S. Patrasjkin in het liberale blad ‘Djenj’[1] (nr. 7). Om zeer begrijpelijke redenen heeft de ‘Nowoje Wremja’ van de Zwarte Honderd de auteur van deze ideeën beloond met een vette zoen. De heer Patrasjkin geeft uitdrukking aan ‘zeer gezonde ideeën’, verklaarde het blad van Mensjikov (nr. 13588). Een ander blad dat door de Zwarte-Honderdlieden voortdurend wordt geprezen vanwege zulke zeer ‘gezonde’ ideeën is de nationaal-liberale ‘Roesskaja Myslj’. En wat kunnen zij ook anders wanneer de liberalen met behulp van ‘culturele’ argumenten dingen verdedigen, die de mensen van de ‘Nowoje Wremja’ zo bijzonder goed aanstaan?

Het Russisch is een grote en machtige taal vertellen de liberalen ons. Wilt u dan niet dat iedereen die in de grensgebieden van Rusland woont deze grote en machtige taal kent? Ziet u dan niet in dat de Groot-Russische taal een verrijking zal betekenen voor de literatuur van de niet-Russen, dat zij de grote cultuurschatten binnen hun bereik zal brengen, enzovoorts?

Dat is allemaal wel waar, mijne heren, zeggen wij in antwoord tegen de liberalen. Wij weten beter dan u dat de taal van Toergenjev, Tolstoj, Dobroljoebov en Tsjernysjevski een grote en machtige taal is. Wij verlangen nog meer dan u naar de instelling van een zo nauw mogelijk verkeer en een broederlijke eenheid tussen de onderdrukte klassen van alle naties die Rusland bewonen, zonder enige discriminatie. En wij zijn er natuurlijk zonder meer voor, dat iedere inwoner van Rusland de gelegenheid krijgt om de Russische taal te leren.

Maar wat wij niet willen, dat is het element van de dwang. Wij willen niet dat de mensen naar het paradijs gedreven worden met behulp van een knuppel; want hoeveel schone frasen u ook laat horen over de ‘cultuur’, toch houdt een verplichte officiële taal dwang in en ook het gebruik van de knuppel. Wij zijn van mening dat de grote en machtige Russische taal er geen enkele behoefte aan heeft dat wie dan ook haar bestudeert met de stok achter de deur. Wij zijn ervan overtuigd dat de ontwikkeling van het kapitalisme in Rusland en het hele verloop van het maatschappelijke leven in het algemeen zal leiden tot de toenadering tussen alle naties. Honderdduizenden mensen verhuizen van het ene einde van Rusland naar het andere; de verschillende nationale bevolkingen vermengen zich met elkaar; exclusiviteit en nationaal conservatisme moeten verdwijnen. Mensen, wier levens- en werkomstandigheden het nodig maken dat zij de Russische taal kennen, zullen deze leren zonder dat zij daartoe worden gedwongen. Maar dwang (de knuppel) zal slechts tot één resultaat leiden: zij zal verhinderen dat de grote en machtige Russische taal zich verbreidt onder andere nationale groeperingen en — wat nog het belangrijkste is — zij zal de vijandschap verscherpen, zij zal in een miljoen nieuwe vormen wrijving veroorzaken, zij zal de rancune en het wederzijdse onbegrip aanwakkeren, enzovoorts.

En wie heeft daar behoefte aan? Niet het Russisch volk, niet de Russische democraten. Zij erkennen geen nationale onderdrukking, in welke vorm dan ook, zelfs niet ‘in het belang van de Russische cultuur en het Russische staatswezen.’

Daarom zeggen de Russische marxisten, dat er geen verplichte officiële taal moet komen, dat de bevolking voorzien moet worden van scholen waar het onderwijs wordt gegeven in alle nationale talen en dat er een grondwet in de constitutie moet worden opgenomen, die alle voorrechten van de ene natie boven de andere ongeldig verklaart, tezamen met alle schendingen van de rechten van nationale minderheden.

_______________
[1] ‘Djenj’ (‘De Dag’) — een dagblad van de liberaal-burgerlijke richting. Het verscheen in Sint-Petersburg tussen 1912 en oktober 1917. Aan het blad werd meegewerkt door mensjewistische liquidatoren, in wier handen de krant na 1917 geheel overging.