Ernest Mandel

De kapitalistische economie in het begin van 1977: massale en blijvende werkloosheid


Geschreven: 1977
Deze versie: Rood 14 januari 1977, 9e jg., nr. 2, p. 10
Transcriptie: Ernest Mandel Internet Archief: www.ernestmandel.org
HTML: F., voor het Marxists Internet Archive, april 2005


De internationale economische conjunctuur kent een steeds sterker uiteenlopend ritme. De economische toestand verloopt niet op dezelfde manier in de meest welvarende landen en in de andere. In de eerste categorie zitten vooral de Verenigde Staten, West-Duitsland en Japan, en ook enkele minder belangrijke kapitalistische landen (imperialistische of half-kolonie) die sterk afhankelijk zijn van die grote drie (Zwitserland, Zweden, Canada, Zuid-Korea, Taiwan, grote olie-uitvoerende landen). In de tweede categorie zitten alle andere imperialistische landen: Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Benelux, Spanje, Australië,... en de grote meerderheid van de halfkoloniale landen.

De economie van de eerste categorie landen evolueert in het teken van een herneming die zich doorzet zelfs al is ze vertraagd. De verwachte beslissing van de regering Carter om de kraan van de overheidsuitgaven open te draaien, zal ongetwijfeld maken dat die herneming zich in de USA ook in 1977 doorzet. Hierdoor zal een voortijdige recessie vermeden worden, tenminste in de ‘rijke’ landen. Voor de minder welvarende en minder stabiele kapitalistische landen zijn de vooruitzichten daarentegen bijzonder somber. De herneming is daar al voor een groot deel afgebroken op het einde van 1976 door de combinatie van de nieuwe crisis op wereldschaal in de staalnijverheid en de inflatie die op de binnenlandse markt elke stijging van het verbruik verstikt.

Maar deze afgeremde herneming moet nu het hoofd bieden aan de maatregelen die de regeringen van die landen moeten treffen om een einde te maken aan het slinken van hun deviezenvoorraad. Want de hogere inflatiegraad van die landen leidt tot een constant tekort op hun betalingsbalans. De regeringen reageren met soberheidsmaatregelen: brutale vermindering van de consumptie van de massa’s (in Italië is er zelfs sprake van het vlees op de bon te zetten, zoals in oorlogstijd!), daling van het reële loon, vermindering van de uitgaven in de sociale sector. Al deze maatregelen zullen ongetwijfeld leiden tot een economische stagnatie in het begin van 1977.

Meer dan 17 miljoen werklozen

Wij gaan naar een stijging van de werkloosheid in heel Europa, en ongetwijfeld ook in Japan. Het rekord van 17 miljoen werklozen tijdens het dieptepunt van de recessie 1974-’75 dreigt gebroken te worden.Het gaat hier niet alleen, om een ongeluk in de conjunctuur. Het gaat om een draai op lange termijn om de economische realiteit in de imperialistische landen, om de politiek van de burgerlijke regeringen. De mythe van de volledige werkgelegenheid, als eerste doel van de economische politiek, is opgegeven. Een massale en permanente werkloosheid moet de arbeidersklasse opnieuw ‘tot de rede brengen’.

Maar die arbeidersklasse zal zich niet laten doen. Haar reacties zullen sterker worden, zowel op het economische als op het politieke vlak. En in dat geval zal de bourgeoisie haar terugkeer naar een deflatiepolitiek duur betalen. In de verscheidene landen zullen linkse regeringen aan de macht komen, met verschillende varianten. Maar die regeringen zullen zich ermee vergenoegen de structurele crisis van het kapitalisme te beheren, of, in het beste geval, aan te passen. De ontgoocheling die hiervan het gevolg zal zijn in de rangen van de arbeiders dreigt daarna de politieke slingerbeweging naar rechts te laten doorslaan, of zelfs naar uiterst rechts als er geen massale reactie komt van anti-kapitalistische, revolutionaire aard. Het is dus uiterst belangrijk voor de arbeidersbeweging en voor de revolutionaire marxisten die reactie tegen het offensief van de kapitalisten voor te bereiden en te organiseren, en de strijd om te vormen in de strijd voor de omverwerping van het kapitalisme.

De internationale bourgeoisie vestigt haar hoop op het stimulerende effect dat moet uitgaan van de betrekkelijk gunstige conjunctuur in de drie belangrijkste imperialistische machten. Als de inflatoire herneming in 1977 in de USA, West-Duitsland en Japan sterker wordt, denken zij, zal die zich tijdens de tweede helft van 1977 uitbreiden tot het geheel van de internationale kapitalistische economie. Maar zelfs als dat het geval is, zal de verergering van inflatie en speculatie die daarmee gepaard gaat een terugkeer uitlokken tot deflatoire maatregelen, en tot een recessie op het einde van 1978 of het begin van 1979.

Maar het is helemaal niet zeker dat die mogelijkheid, de minst nadelige voor het internationaal kapitalisme, in 1977 werkelijkheid wordt. Het is zeer wel mogelijk dat de herneming zo voorzichtig blijft in de USA, en vooral in West-Duitsland en Japan, dat ze niet voldoende is om de zieke economieën van Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië en de Benelux te stimuleren.

In dat geval zou het tegenovergestelde kunnen gebeuren. De inkrimping van de wereldhandel zou kunnen leiden tot het einde van de expansie in de USA, West-Duitsland en Japan. Dan zou de nieuwe recessie uitbreken van in het begin van 1978.

In beide gevallen wordt de verslechtering op lange termijn van de economische toestand van het kapitalisme nog eens voor een nieuw jaar bevestigd. En het wordt lang niet de laatste in een lange reeks.