Jasper Schaaf
Karl Marx, Bekend en onbekend
Hoofdstuk 14


LENIN: LIEVER MINDER, MAAR BETER!

— Men moet zich tegenover de met onbezonnen snelheid voorwaarts strevende beweging, tegenover iedere praalzucht enzovoorts met een heilzame argwaan opstellen; men moet die stappen voorwaarts, die wij ieder uur verkondigen en iedere minuut doen, terdege controleren, teneinde iedere seconde te bewijzen hoe onhoudbaar, onbetrouwbaar en onbegrepen ze zijn. —

W.I. Lenin[195]

Hier vermelde titels raadplegen?
Meer weten over een onderwerp? Ga naar de tabel: Algemeen archief
of de: Zoekpagina

Er is wel vaker iets te doen om een testament. De aardigste leden van keurige families kunnen zich als hongerige wolven storten op het testament van hun geliefde familielid dat iets na te laten had. Men bestudeert grondig de kleine lettertjes. Waar heeft de erfgenaam zoal recht op en welke materiële rijkdommen loop je spijtig mis? De wijze woorden die de zojuist overledene op het laatste moment nog dacht te moeten uitspreken, worden lang niet altijd gehoord of na de begrafenis al te gauw vergeten.

Bij Lenin is dit in zekere zin nog erger. Hij heeft niet eens een (politiek) testament nagelaten, maar omdat over zijn laatste korte geschriften veel te doen is, en te doen geweest is, noemt men deze vaak Lenins testament. En bij deze eerst tot testament opgewaardeerde teksten bestaat vervolgens toch weer het risico de echte boodschap te missen.

Lenins laatste artikel, gepubliceerd op 4 maart 1923 in de Pravda, heet Liever minder, maar beter.[196] Het allerlaatste gepubliceerde artikel? Dat roept de vraag op of de tekst serieus te nemen is. Net als bij de gefortuneerde oudtante die haar testament op het laatst toch weer veranderde, waardoor de erfgenaam zijn mooiste buit dreigt te missen en dus de waarheid van het testament betwijfelt, kan de vraag rijzen: was de auteur nog voldoende scherp bij verstand om in ingewikkelde vragen nog iets zinvols te berde te brengen? Lezing van het artikel van Lenin kan hierover echter geen twijfel laten bestaan. Het is goed geschreven, krachtig geformuleerd en consistent.

Minstens in tweeërlei zin is Liever minder, maar beter van belang. In de eerste plaats tracht Lenin direct in te grijpen in de politieke actualiteit van de jonge revolutionaire staat. Het artikel raakt de vorming van de Sovjet-Unie, de (deskundige) ontwikkeling van het staatsapparaat, de vorming van centrale en decentrale controle-organen van dit staatsapparaat waarin de arbeiders en boeren duidelijk vertegenwoordigd moeten zijn, en de (nieuwe) economische politiek. Kortom, Lenin geeft in een moeilijke overgangsperiode vanaf zijn ziekbed aanwijzigingen over de omzetting van de oorlogseconomie naar de (verdere) opbouw van het socialisme. Lenins artikel, net als andere uit deze tijd, richt zich op de discussies die in deze periode plaatsvinden in het Centraal Comité van de RCP(b) en op het twaalfde partijcongres dat gehouden zal worden van 17 tot en met 25 april 1923.

Ten tweede, vanuit een iets ander perspectief bezien, geeft Lenin tactisch-strategische aanwijzigingen hoe (vaak) in lastige situaties opgetreden moet worden: haast en ongeduld leiden ondanks de voortvarende inzet al te makkelijk tot verkeerde resultaten. De interpretatie van Lenins opmerkingen over de directe situatie in Rusland bij het ontstaan van de Sovjet-Unie blijft hier terzijde. Hier wordt gekeken naar enkele uitspraken, welke ongetwijfeld ook voor geheel andere situaties waardevol kunnen zijn.

Kortom, liever minder, maar beter. Dit is Lenins grondstelling hier, die hij steeds herhaalt. De stelling klinkt algemeen, maar Lenin zet deze scherp neer. Het betreft de verhouding van kwaliteit en kwantiteit. Hij neemt, gerelateerd aan de moeilijke politieke verhoudingen van Rusland, een algemeen, maar toch scherp standpunt in over deze verhouding van kwaliteit en kwantiteit. Dit luidt in feite: een overmatige kwantitatieve benadering leidt tot een te geringe verbetering van de kwalitatieve ontwikkeling, terwijl omgekeerd een kwalitatieve benadering de algehele, dus ook de kwantitatieve ontwikkeling van Rusland helpt bevorderen. Als strategie, als houding en als inzet gaat kwaliteit vóór kwantiteit, ook al zijn beide aspecten van politiek en maatschappij in het geding. Meer concentratie, beter nadenken, grondiger en aandachtiger handelen, dát levert een insteek op die beklijft. De opbouw moet werkelijk opbouwend zijn.

Liever minder, maar beter. Een wijs standpunt, maar ook risicovol. Wie bepaalt wat kwaliteit is? Wanneer de controle-organen, instanties als ‘Tsjeka’ en KGB, in verkeerde handen komen, of wanneer daarin verkeerde besluiten worden genomen, dan kan een verkeerde kwalitatieve keuze rampen veroorzaken. Het bijzondere hierbij is dat Lenin, wél vasthoudend aan zijn weloverwogen pleidooi voor het bereiken van meer kwaliteit, kennelijk ook een risico daarvan onderkent en de kwaliteitscontrole door een kwantitatieve aanvulling in evenwicht tracht te houden. De controleorganen van arbeiders en boeren moeten honderden leden tellen. Lenin spreekt zelfs over driehonderd of vierhonderd leden van de Arbeiders- en Boereninspectie, die op hun beurt ook weer op hun betrouwbaarheid, kennis en kunde moeten worden bevraagd. Ogenschijnlijk onwerkbare hoeveelheden, maar anderzijds waarschijnlijk precies de oplossing voor het werkelijk moeilijke vraagstuk hoe tot een grondige werkwijze te komen in deze complexe verhoudingen. Een breed gedragen en controleerbare kwalitatieve inzet als oplossing. Eenheid van kwaliteit en kwantiteit, maar met als dominante invalshoek: kwaliteit.

Lenin verwoordt op een prachtige, ongetwijfeld ook provocerende manier zijn pleit: ‘Tot dusver zijn we er zo weinig toe gekomen over de kwaliteit van ons staatsapparaat na te denken en ons daarom te bekommeren, dat het wel gerechtvaardigd is er ons bijzonder ernstig mee bezig te houden en in de Arbeiders- en Boereninspectie mensenmateriaal van werkelijk moderne kwaliteit te concentreren, dat wil zeggen van een kwaliteit die niet onderdoet voor de beste West-Europese voorbeelden.’[197] Lenin ziet dit breed: ‘Op het gebied van culturele vraagstukken is er niets zo nadelig als overhaasting en lichtvaardigheid.’[198] ‘Wat de kwestie van het staatsapparaat betreft – uit de tot dusver opgedane ervaringen moeten we de conclusie trekken: liever wat langzamer.’[199]

De kwaliteitseis van Lenin gaat diep en reikt ver: ‘Men moet zich tegenover de met onbezonnen snelheid voorwaarts strevende beweging, tegenover iedere praalzucht enzovoorts met een heilzame argwaan opstellen; men moet die stappen voorwaarts, die wij ieder uur verkondigen en iedere minuut doen, terdege controleren, teneinde iedere seconde te bewijzen hoe onhoudbaar, onbetrouwbaar en onbegrepen ze zijn.’[200] In dit artikel weigert Lenin over te gaan tot de orde van de dag. Nergens een toon van ‘het is nog niet perfect en nu moeten we het iets beter doen’. Het moet zonder meer veel beter, en partij en staat moeten ophouden zich te verliezen in geredeneer eromheen, want de kern is: ‘Al vijf jaar zijn we druk doende ons staatsapparaat te verbeteren, maar het is niet meer dan drukdoenerij, die in die vijf jaar louter haar ondeugdelijkheid of zelfs haar nutteloosheid, zo niet schadelijkheid heeft bewezen.’[201]

Zorgvuldige staatsopbouw vereist grondig werken en daarom veel geduld: ‘Wanneer men geen geduld oefent, wanneer men aan deze zaak niet enkele jaren besteden wil, is het beter er helemaal niet aan te beginnen.’[202] De grondtoon is daarmee positief, want Lenin zegt hier gelijk mee dat met de gevraagde houding en inzet een definitief goed resultaat bereikt kan worden, de opbouw van de socialistische staat. Hij doet hierbij concrete voorstellen om grondig te experimenteren met één volkscommissariaat, dat bij succes als voorbeeld moet gelden voor andere. Dus rustig aan en grondig, maar wel doortastend en praktisch. Dat kan alleen als men bereid is te leren. ‘Of we laten nu blijken dat we op het gebied van de opbouw van de staat werkelijk iets geleerd hebben (het is geen zonde in vijf jaar iets geleerd te hebben), of daarentegen dat we daartoe nog niet rijp zijn; en dan is het de moeite niet waard aan het werk te gaan.’[203]

De machtsgreep van een revolutie plegen kan snel gaan, maar de hele revolutie voltrekken is een veel langer verhaal. Immers, tal van diepe tegenstellingen zullen ontstaan, waaronder die van ‘het oude’ versus ‘het nieuwe’. ‘En hoe radicaler deze revolutie, hoe langer de spanne tijds zal zijn gedurende welke een hele reeks van zulke tegenstellingen zich zal handhaven.’[204] In de praktijk ziet men ook, zo meent Lenin, dat het ‘verschrikkelijk’ revolutionaire nog samengaat met de ‘dufste routine’, met alle tegenstrijdigheden van dien.[205] In het revolutionaire Rusland ‘kan men vaak het hoogst merkwaardige verschijnsel waarnemen, dat in het maatschappelijk leven de grootste sprong voorwaarts gepaard gaat met een geweldige vrees ten aanzien van de kleinste veranderingen.’[206]

Alle veranderingen die noodzakelijk zijn vereisen een sterke gereorganiseerde Arbeiders- en Boereninspectie met vérgaande bevoegdheden ‘door haar op een zeer hoog niveau te brengen, haar een bestuur met partijbestuursrechten te geven.’[207] De rechtvaardiging hiervoor is dat slechts dan de ‘zuivering’ mogelijk is ‘van ons (staats)apparaat, door het drastisch afschaffen van alles, wat daarin niet absoluut nodig is.’[208] Dan kan de socialistische staat zich niet alleen handhaven, maar zich ontwikkelen tot een moderne grote industriële staat. Dit betreft, zegt Lenin, de taken ‘waarvan ik droom’. Hij eist vooruit te kijken, en daarin grondigheid, kwaliteit en doortastendheid voorop te stellen. Het gaat er hierbij ook zeker niet om de nu geponeerde inhoudelijke stellingen vervolgens jarenlang als vanzelfsprekendheid aan te nemen. Neen, de vragen en inzet reiken verder, om steeds weer kwaliteit, doeltreffendheid én controle aan de orde te stellen, en de ‘dufste routine’ te overwinnen. Liever minder, maar beter.

_______________
[195] W.I. Lenin, De laatste brieven en artikelen, 23 december 1922 – 2 maart 1923, p. 55.
[196] Zie W.I. Lenin, Werke, deel 33, Berlin DDR 1977, pp. 474-490. Deze uitgave van de Werke is conform de vierde Russische uitgave van de werken van Lenin. Nederlandse vertaling van Liever minder, maar beter in W.I. Lenin, De laatste brieven en artikelen, 23 december 1922 – 2 maart 1923, Moskou 1979, pp. 54-73.
[197] Pag. 54.
[198] Pag. 54.
[199] Pag. 55.
[200] Pag. 55.
[201] Pag. 57.
[202] Pag. 60.
[203] Pag. 61.
[204] Pag. 68.
[205] Zie pag. 66-67.
[206] Pag 67.
[207] Pag. 72.
[208] Pag. 72-73.