Qr-MIA
       
Leest u dit met een smartphone?
Met (enkele) smartphones moet u zelf uitmaken welke modus voor u geschikt is


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:

NE TOUCHEZ PAS

Vorige maand deed ik inkopen in een supermarkt, Jawa geheten, te Edegem, even buiten Antwerpen. In een van de gangen gilde een overbezorgde moeder met twee bengels van vier-vijf jaar voortdurend: ‘Ne touchez pas’. Nergens aankomen, was haar gebod. Uit protest tegen zoveel terreur van een vrouw die overtuigd was van haar gelijk, riep ik nog harder: ‘Mais si, si, touchez, touchez.’ Knetterende ruzie: ‘Waar bemoeit u zich mee?’ Twee weken geleden was ze er weer met haar kroost en het ‘ne touchez pas’ kwam me van ver tegemoet. Sindsdien heb ik het plan uitgedacht om elk jaar een les te besteden aan de vraag ‘hoe raken we uit het niet aanraken?’

Het begin van mijn betoog gaat over de verhouding tussen aanraken en kijken, twee operaties met verschillende zintuigen. Er is een langzame maar gestadige verschuiving ten gunste van ons gezichtsvermogen. Met onze ogen mogen we de hele wereld verkennen, maar onze handen moeten overal afblijven. Ons tastzintuig wordt afgestompt, een gevaarlijke verarming. Mijn ouders, onderwijzers en leraren hebben me nooit geleerd alles zorgvuldig te betasten; een stuk hout, een kluwen wol, een dikke pels, een tere huid met je handen te bevoelen. Je moet het in het donker doen, zonder te kijken met je vingers heel traag en heel langdurig over verschillende oppervlakten wandelen. Geduldig en voorzichtig aanraken of knijpen, in de palm van je hand laten rollen of kneden, met je lippen zoenen.

Het kijken verwerft een dominante machtspositie in ons zintuiglijk bestaan. Vijfennegentig percent van mijn studenten heeft nooit de geboorte van een baby meegemaakt, velen zagen het wel eens op de buis. Wat er op het scherm gebeurt kun je niet aanraken, je kunt het alleen met je ogen volgen. Het gevaar schuilt erin dat de multisensoriële wereld systematisch gereduceerd wordt tot één dimensie van de werkelijkheid, namelijk tot beelden. Er zijn tegenwoordig tientallen winkels vol met plaatjes. Hoeveel avonden bestaan uit niets dan tv-prentjes? Hoeveel mensen zouden er tegenwoordig seks bedrijven met foto’s en films? Zelfs in onze dromen moeten we ons tevreden stellen met visuele fictie.

Ik bewonder kinderen die overal aan willen komen. Dat er wel eens iets misloopt is geen reden om alles voortdurend te verbieden. Laat ze hun vingers maar gretig gebruiken. Ik observeer mijn kleinkinderen ook niet louter visueel, maar pak ze af en toe vast. En als je op een grasveld wandelt wil je er ook wel eens op gaan zitten.

Niet alleen ons aanraken wordt sterk beknot, ook ons horen. In het ouderlijk huis van mijn jeugd waren er vloeren met linoleum, met tapijten, in de keuken lagen er steentjes, in de eetkamer en de salon was er parket en als de zeven kinderen rondliepen was er een bonte wereld van geluiden. Aan de stap op het hout, de stenen, het linoleum en het tapijt kon je zonder op te kijken, horen wie van de huisgenoten aan kwam lopen. In het moderne appartement is alles bedekt met vast tapijt. Je schrikt je een ongeluk als iemand je op je schouders tikt, want je hoorde hem of haar niet naderen. Verarming van onze geluidswereld door het tapijt, maar ook door de airconditioning en de diesel- en benzinemotoren.

Om je gehoor voor afstomping te behoeden heb je boven alles stilte nodig, maar die is er, blijkens wetenschappelijke rapporten, nergens meer. Verder is er, boven de drempel van de stilte, om ons auditief onderscheidingsvermogen te ontwikkelen, een zeer gevarieerd klankengamma nodig, maar dat soort omgeving werd ons door industrialisering en urbanisatie afgenomen. In steeds meer sociale situaties zijn we verplicht ons horen te vervangen door een bewust niet-willen-horen. Wie zijn luistercapaciteit gaaf wil houden, moet tegenwoordig voortdurend zijn best doen om allerlei geluiden niet op te vangen.

Er zijn nog andere zintuiglijke operaties die in de verdrukking komen, zoals het ruiken en proeven. Bij mijn grootvader, een tuinman, rook ik in huis allerlei bloemen, maar ook de wc, de stank van menselijke uitwerpselen en koeienmest, en op een feestdag rook ik urenlang tot op de tweede etage de kip die met grote zorg werd klaargemaakt. In de Wetstraat 16 in Brussel of de villa van een bankier valt er voor je neus niets te beleven, geen bloemengeur, geen etensgeur, geen wc-stank, gewoon niks. Ruik je niks dan ruik je goed, is de algemene norm. Alle moderne keukens hebben kappen om de ongewenste luchtjes uit te drijven. Misschien is er in de buurt van het fornuis toch nog iets op te snuiven, maar elders in het huis is alles perfect geurloos. En de smaken? Wie kan er met zijn ogen dicht proeven of de wijn in zijn glas een Bordeaux of een Bourgogne is en of het jonge of oude wijn is? Bij McDonald’s en Quick bestaat er maar één soort hamburger en de hele zaal drinkt dezelfde cola. Stel je voor, een cola die van smaak zou veranderen zoals melk, of koffie. Welke smaak heeft tegenwoordig een kip bij een doorsnee Chinees? Geen. Ik herinner me de ongelooflijke smaak van een goede goudreinette uit de jaren dertig: niet meer te vinden. En dan de frituur op de hoek van de Guido Gezellestraat in Mortsel tijdens de jaren 1936-1939! In de buurt rook het verrukkelijk, nu knijp ik mijn neus dicht, als ik er langsloop. Waar is het heerlijke aroma gebleven van een jonge aardappel? Telkens is er aan tafel die vervelende ervaring van ‘dit proeft nergens naar’. Het lijkt inderdaad nergens op. Afstomping noemt men dat. Door de industrialisering van de landbouw, de veeteelt en de tuinbouw worden de smaken gestandaardiseerd en geüniformiseerd. Ik bedank voor die ‘emancipatie’, die triomf van het smakeloze in de betekenis van: zonder enige smaak.

Beseffen we waarheen we evolueren? Al onze zintuigen hebben recht op een volwaardige ontwikkeling. Het visuele mag gestimuleerd en geperfectioneerd worden, maar niet ten koste van de andere benaderingen van de werkelijkheid via het auditieve, het tactiele, ons ruiken en proeven. We laten ons afstompen en merken niets.

Nette mensen hebben geleerd niets aan te raken. Ik wou daarop reageren. Geef mij maar flinke kinderen, die hun handen niet thuis houden. Is dat het hele verhaal? Neen. Terwijl de keurige middenstanders hun kroost met veel ijver tot het niveau van het respect voor de onaantastbaarheid verheffen, gaan boven hun hoofd de winstjagers gewoon door alles wél aan te raken, te exploiteren en te verloederen. Nooit hebben menselijke roofdieren vanuit een tomeloze consumptiedrift zoveel aangeraakt als in onze tijd.

Als je dat ziet, verliest de keurige opvoeding elke zin. We mogen niet dromen.

Tekst voor de VPRO, programma De Vlaamse Connectie
Uitgezonden op 27 oktober 1991