Sen Katayama

De positie van Japan bij de komende sociale wereldrevolutie

Verslag van Sen Katayama aan het Derde Congres van de Komintern te Moskou


Bron: De Nieuwe Tijd, 26e jaargang, 1921 - Via: kb.nl
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
In het Publieke Domein
| Hoe te citeren?

Laatst bijgewerkt:


Verwant:
De werkelijke Siberische politiek van Japan

Japan wordt tegenwoordig beheerst door een goed georganiseerde, hebzuchtige imperialistische kapitalistische klasse, die het land tot een voorwerp van vrees heeft gemaakt voor de blanke volken en de Japanners tot het meest verachte en gehate volk van de wereld. Dit is voornamelijk het geval in de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Australië en andere Britse bezittingen. In de meeste van deze landen zijn de Japanners niet alleen veracht en gehaat, maar als zij tot de arbeidende klasse behoren, worden zij geheel van de toegang tot het land buitengesloten.

De vrees voor imperialistisch Japan is niet onredelijk, bekeken vanuit het standpunt van mededingende landen, die eveneens door imperialisme en kapitalisme geleid worden. Maar de buitengewone haat, waarvan het proletariaat van andere landen ten opzichte van de Japanse arbeiders blijk geeft, is in geen enkel opzicht redelijk.

De laatste volkstelling, die in 1920 in Japan gehouden werd, toont dat er van de zeventig miljoen Japanners ongeveer een half miljoen buiten Japan wonen. Van deze bevinden zich minder dan een kwart miljoen in de Verenigde Staten van Amerika en de territoria, voornamelijk op de Hawaïaanse eilanden. De Japanse arbeiders in de suikerplantages waren grotendeels door de Amerikaanse kapitalisten geïmporteerd, vóór Hawaï door de Amerikaanse imperialisten geannexeerd was. De rest van de Japanners is over de hele aardbol verspreid. Het is absurd om te beweren dat een honderdvijftigduizend Japanners in Amerika, een land van over de honderd miljoen inwoners, de oorzaak zouden zijn van een bloedige rassenoorlog!

Nu hebben de Chinezen en de Koreanen zich bij de over de hele wereld uitgebreide anti-Japanbeweging aangesloten. Zij hebben ogenschijnlijk goede redenen om de Japanners te haten naar aanleiding van de beestachtige onderdrukkingspolitiek van het Japanse imperialisme. Maar zelfs in dit geval mogen zij het arme Japanse proletariaat niet tot het voorwerp van hun haat maken. Het Japanse proletariaat is machteloos onder het huidige imperialisme. Het is te beklagen, maar niet te verachten en te haten. Het is het Japanse imperialisme, en kapitalisme, dat zij, evengoed als wij, moeten verachten en haten, en dat we met vereende krachten moeten trachten te vernietigen, nationaal en internationaal samenwerkend. Het proletariaat, misleid door opportunistische vakverenigingsleiders, vooringenomen tegen de arbeiders van andere landen, wordt in vredestijd door de kapitalistische klasse voor de eigen winstmakerij uitgebuit en dus gebruikt voor de voorbereiding van een nieuwe oorlog.

Het Engelssprekende proletariaat van de Ver. Staten van Amerika, Canada, Australië en andere Britse koloniën, wordt voortdurend opgevoed in vooroordeel en haat tegen alle andere rassen, door de leiders van de Tweede Internationale, zoals Hillquit, Berger en co, zo goed als door de “geelste” vakverenigingsleider, Sam Gompers.

Het is een urgente zaak voor de Derde Communistische Internationale om deze verkeerde begrippen van de blanke overheersing, benevens de daarmee samengaande rassenhaat en het rassenvooroordeel, uit te roeien en in plaats hiervan de beweging van het Wereldcommunisme op te bouwen. Ons voornaamste doel en werk moet zijn de vernietiging van het imperialisme en het kapitalisme, de grondslag van de Communistische Internationale gebaseerd op het Sovjetsysteem.

De vernietiging van het Japanse imperialisme is niet alleen van belang voor de Koreanen en de Chinezen, maar ook voor het Japanse proletariaat. De vernietiging van het Britse imperialisme zou voor heel wat meer volken en rassen van belang zijn dan de vernietiging van het Japanse imperialisme. De vernietiging van het Amerikaanse imperialisme zou van belang zijn voor de negers, Mexicanen, de volken van Cuba, Haïti, San Domingo, de Filippijnen en Centraal Amerika. Evenwel zal de vernietiging van het ene imperialisme door een ander het overwinnende imperialisme versterken, zoals in de laatste imperialistische oorlog bewezen is, en het proletariaat van alle landen, overwinnend zowel als verslagen, zal er door lijden en meer dan ooit uitgebuit worden.

Het Engelse proletariaat is langer dan een eeuw door het Engelse imperialisme bevoordeeld. De meerderheid der Engelse proletariërs heeft gevoeld dat zij er van profiteerden. De Engelse arbeiders hebben inderdaad gevoeld, en niet zonder redenen, dat zelfs hun leven van het Britse imperialisme afhing. Dit is de voornaamste reden geweest waarom de Engelse arbeiders zelfs het socialisme van de Tweede Internationale niet aanvaardden, nog minder het communistische principe van de Derde Communistische Internationale. Zij weten zeer goed dat de hele industrie op het wereldimperialisme berust. Het voortbestaan en de bloei van het Engelse imperialisme betekent dus het leven en de bloei van hun industrie en handel. Dat was en is nog de werkelijke reden waarom de Engelse arbeiders de laatste wereldoorlog steunden, zoals zij ook de Transvaaloorlog steunden. Daarom laten zij toe dat de Engelse soldaten thans de Ierse proletariërs slachten!

Het Engelse proletariaat zal vroeger of later moeten tonen, dat het Britse imperialisme niet eeuwig zal blijven bestaan. Het zal en moet zien, dat het proletariaat van Indië reeds het licht van de communistische dageraad ziet gloren. Iedere dag ontglipt Indië meer aan de greep van het Brits imperialisme en komt meer onder de invloed van communistisch of bolsjewistisch Rusland.

Het Engelse proletariaat zal moeten inzien dat het niet kan en niet behoort te leven op de imperialistische uitbuiting van Indië of welke andere Britse kolonie! Het vonnis van het Britse imperialisme ten opzichte van de macht en de invloed van de Derde Communistische Internationale is getekend en dit is gebleken bij de volslagen machteloosheid in het kleine Ierland, waar het zijn toevlucht moest nemen tot ruwheid en barbaarsheid en verder bij het tekenen van het Russisch-Britse handelsverdrag op 16 maart 1921.

Het Britse imperialisme is een concreet product van het moderne kapitalisme en van historische omstandigheden. Met het onvermijdelijke noodlot van het modern kapitalisme moest het Britse imperialisme meedoen aan de vernietiging, tezamen met alle andere imperiums en imperialismen.

Het Amerikaanse imperialisme verschilt met het Britse imperialisme. Het eerste heeft onbegrensde rijke hulpbronnen binnen het grondgebied van zijn eigen land, terwijl het laatste er, met uitzondering van steenkool en ijzer, bijna geen heeft. Het laatste moest er op uittrekken en zijn levensbehoeften halen, óf uit eigen koloniën óf uit vreemde gebieden. Het halen van zijn eigen benodigdheden uit eigen koloniën liever dan uit vreemde, is voor het Brits imperialisme een kwestie van leven of dood geweest, terwijl dit voor het Amerikaanse imperialisme een bijzaak is. Het Amerikaanse imperialisme wil vóór alles afzetmarkten voor zijn producten, terwijl het Engelse én afzetmarkten én koloniën nodig heeft. We kunnen constateren dat het Amerikaanse imperialisme al maar meer koloniënhonger krijgt, ook, nu de arbeiders het niet eens zijn met de begeerten der imperialisten, zoals het Britse proletariaat het stilzwijgend wel is. Tegenwoordig wenst ieder imperialisme zijn eigen markt met uitsluiting van anderen. Amerika interesseert zich méér voor de markt dan voor koloniën. Het Engelse is openlijk en aanmatigend en vóór alles agressief, terwijl het Amerikaanse zijn honger naar afzetgebieden bevredigt onder het mom van de vermaarde monroeleer.

Het heeft steeds de economische belangen van heel Centraal-Amerika, Mexico en enige zwakkere Latijns-Amerikaanse landen benadeeld. De komende oorlog om afzetmarkten zal in China zijn en om de Stille Zuidzee.

Het Amerikaanse proletariaat staat in het algemeen ver ten achter bij dat uit de Europese landen, vooral dat gedeelte dat leiders heeft zoals Sam Gompers. Inderdaad zijn de Amerikaanse proletariërs opportunisten, zoals de meesten van hun leiders. Dat is niet alleen het geval in de vakbeweging, maar ook in de radicale beweging met inbegrip van de socialisten en zelfs van de communisten. Het Amerikaanse opportunisme heeft veel te danken aan de historische omstandigheden en aan het onderwijs. Iedere Amerikaanse jongen wordt op school geleerd dat hij recht heeft om president van de Verenigde Staten en zijn zuster om mevrouw de presidente te worden! Iedere onderwijzer vertelt trots aan zijn leerlingen, dat die president een arme kleermaker was, deze president in een blokhuis groot werd, een koeherder of een arme portier aan een kweekschool was. Dit voedsel voor opgeschroefd opportunisme in de politieke sfeer is niet de enige vorm waardoor het geforceerd wordt; er zijn een massa sprekende voorbeelden van in industriële en handelskringen, waarbij eerzuchtige jongelieden op dezelfde manier misleid werden. De buitengewoon snelle groei en ontwikkeling van het Amerikaanse kapitalisme in het nieuwe rijke land heeft een ontelbaar aantal miljonairs en multimiljonairs als paddenstoelen na de regen uit de grond doen verrijzen. Menigeen van hun is van eenvoudige arbeider, straatveger of krantenjongen opgeklommen. Bourgeoisonderwijzers wijzen erop, zowel in als buiten de school, als op voorbeelden, die iedereen kan navolgen als hij maar ijverig is en zijn best doet.

Dergelijk onderwijs vergiftigt de mening van de Amerikaanse jeugd. Iedereen in Amerika jaagt naar roem en geld. De Amerikaan is altijd trots op zijn gezond verstand. Het gezond verstand van de Amerikaan betekent de geschiktheid om zonder moeite van het ene baantje op het andere over te springen. En niet alleen dat, maar ook dat hij van standpunt of overtuiging kan veranderen, om zich bij de omstandigheden aan te passen. Een goed, degelijk republikein, die over de “Mason and Dixieline” heen is, wordt een goed en volbloed democraat bij de algemene staats verkiezingen, terwijl hij nog een republikein is bij de nationale presidentsverkiezingen! Het is in het Verre Oosten een welbekend feit, vooral in China, dat de Amerikaan in het algemeen een veranderlijk mens is. Vandaag is hij een goed missionaris, die het evangelie onderwijst; morgen een vertegenwoordiger van een of ander handelshuis die Amerikaanse waren verkoopt, overmorgen weer een officier of een journalist, of een spion of wat niet al. De Amerikanen bogen op hun pienterheid en plooibaarheid. Dit is de voornaamste oorzaak, waarom onze communistische beweging in Amerika zo langzaam gegroeid is ondanks de vele Russische kameraden die er voor de grote zaak werken en hoewel er zo vele boeken over het bolsjewisme en zijn daden verspreid zijn. In het bijzonder is dit het geval geweest sinds de beweging illegaal werd. Het ledental daalde na de grote drijfjacht van januari 1920 tot een onbeduidend cijfer. Zij, die in de Partij bleven, waren meest vreemdelingen, die geschoold waren in het ondergrondse partijwerk in hun eigen land. De Amerikaanse proletariërs zijn meest opportunist naar aard en gedachte; zij bekommeren zich niets om de theorie van het communisme. Zij zijn tevreden met hoog loon en met de leiding van Gompers en co. Wegens hun grote haat en buitengewoon vooroordeel tegen de Aziaten, vooral tegen de “Damned Japs”, stemmen de Amerikaanse proletariërs zwijgend toe in de enorme versterking van de bewapening en ondersteunen zij de bourgeoisregering.

Bovendien keuren zij de meest vijandige houding van Samuel Gompers, de voorzitter van de Amerikaanse Arbeidersfederatie, ten opzichte van de Russische Sovjetrepubliek, de enigste arbeidersregering in de wereld, goed.

Het Amerikaanse parlementarisme, samen met ingewikkelde wetsbepalingen, heeft een uitstekende gelegenheid geboden om radicale bewegingen onder de massa’s in de Amerikaanse Arbeidersfederatie te onderdrukken.

De radicale beweging in Amerika wordt grotendeels door vreemdelingen gedragen; maar deze vreemdelingen zijn, op enkele uitzonderingen na, naar Amerika gekomen voor hun eigen belangen. Zij waren zeer goede kameraden zolang zij vrij waren om de “Almighty Dollar” na te jagen en voornamelijk tot aan de bolsjewistische revolutie in Rusland. Na die tijd hebben de beste kameraden van de Tweede Internationale, zoals Hillquit, Boudin, Debs en Ab. Cahn en vele anderen, het revolutionaire kamp verlaten en zijn naar de reactionairen overgelopen. Hoort, hoe verstandig en sluw de Amerikaanse professor Nearing en de nog veel scherpzinniger en logischer Hillquit redeneren en het Amerikaanse proletariaat leren, dat “de Russische Sovjetrepubliek en de Derde Internationale of bolsjewistische partij geheel van elkaar verschillen”; zij zeggen: “wij steunen de Russische regering, maar wij bestrijden de bolsjewieken of de Derde Internationale.” Als het bolsjewisme in Amerika zou binnendringen, zegt de verstandige Hillquit, dan zou hij naar het geweer grijpen om het te bestrijden. Op deze wijze heeft het imperialisme in Amerika een schone toekomst zolang als Hillquit en zijn bende de socialistische partij leiden. Als we al deze factoren bezien, dan heeft het proletariaat van Amerika verscheidene jaren nodig om in een klassenbewust revolutionair leger te veranderen. En het gevaar bestaat dat er een nieuwe wereldoorlog zal komen, gefinancierd en in beweging gezet door het krachtigste Amerikaanse kapitalistische imperialisme. Het imperialisme en het kapitalisme van Japan zijn nieuw; Japan leerde het van het Westen lang na de revolutie van 1868.

De oude geschiedenis van Japan verhaalt, dat vele eeuwen geleden een keizerin van Japan in Korea binnenviel en het land schatplichtig maakte, maar dit kan men nauwelijks imperialisme noemen in de betekenis die tegenwoordig aan het woord gehecht wordt. Meer dan drie eeuwen geleden wilde Toyotomi, na geheel Japan onder zijn juk gebracht te hebben, nog groter roem als krijgsman oogsten en deed daartoe een inval in Korea. Hij deed eveneens een poging om China binnen te vallen, maar in deze poging heeft hij jammerlijk gefaald. Dit kan men niet Japans imperialisme noemen, omdat het slechts een persoonlijk streven van Toyotomi betrof.

Het Japan dat na drie eeuwen eindigde met de revolutie van 1868 was in het geheel niet imperialistisch of kapitalistisch. Na de regering van Toyotomi, vóór ongeveer drie eeuwen, sloot Japan alle deuren af en liet geen enkele vreemdeling in, noch iemand van zijn onderdanen uit het land gaan. Het werd door de Amerikaanse kanonnen genoodzaakt de poorten te openen, nu ongeveer zestig jaar geleden. Toen begon het inderdaad de Westerse manieren te leren, waaronder natuurlijk het imperialisme en het kapitalisme. Het Japanse imperialisme begon zijn loopbaan na de afloop van de Chinees-Japanse oorlog van 1894-5. Tot die tijd leed Japan onder het juk van vreemde landen. Het juk van zeventien naties dat op de schouders van Japan drukte was een uitvinding van een Amerikaan, de Amerikaanse gezant in Japan, mr. Towsend Harris, de naam van het juk is “Extra Territoriality.” Door dit juk heeft Japan op zijn eigen grondgebied, namelijk behalve zijn vijf voornaamste traktaatshavens, zeventien onafhankelijke naties, met zeventien verschillende wetgevingen, belastingen en rechtbanken afzonderlijk in stand te houden.

Iedere burger van deze zeventien naties of van de traktaats mogendheden mag de Japanner slaan, doden of beroven. Hij wordt niet veroordeeld door de Japanse rechtbank volgens de Japanse wetten. Japan kan de moordenaar niet veroordelen, noch hem straffen, omdat hij een burger van een van deze zeventien naties is. Hij wordt formeel door zijn eigen consul veroordeeld, die natuurlijk geen rechter is en helemaal geen begrip omtrent rechtspraak heeft.

Praktisch betekent dit dat hij gewoonlijk vrijgesproken wordt. En niet alleen hieronder had Japan te lijden, het was in die dagen zelfs niet eens autonoom ten opzichte van zijn buitenlandse handel. Het kon niet meer dan vijf procent invoerrechten heffen op geïmporteerde goederen. De vox populi van Japan tijdens de oorlog met China was de revisie van het hatelijk traktaat – het vreemde juk. Er bestond zover ik weet, noch een verlangen, noch een hoop voor imperialisme in Japan.

Ik geef de feiten liever zo nauwkeurig mogelijk aan omdat ik de kameraden er op wil wijzen dat er precies zo’n toestand momenteel in China bestaat. De burgers van de Russische Sovjetrepubliek in China zijn de enige onderdanen van vreemde mogendheden, die onderricht zijn om niet te doen wat zij willen in het uitgestrekte Chinese gebied. Het Chinese proletariaat zou belang hebben bij de vernietiging van het imperialisme, niet alleen van het Japanse, maar ook van het Amerikaanse en het Engelse.

Als overwinningsresultaat van de oorlog, kreeg Japan herziening van de traktaten, eerst met Groot-Brittannië, daarna met andere landen. Japan nam het Liaoyang-schiereiland van China als oorlogsbuit, maar werd door de verenigde druk van de keizer en de tsaar genoodzaakt om het terug te geven. Vóór de oorlog met Japan was China een sluimerende reus. Zijn vloot was onder een Duits generaal, von Hannecken, gebouwd. Het was toen de machtigste vloot van het Verre Oosten, daar de Japanse vloot kinderspeelgoed was. De bevolking van China was tien maal zo groot als die van Japan en het grondgebied was twintigmaal zo uitgebreid. Een Engelse boer zei mij, toen ik in de zomer van 1894 door Yorkshire reisde, dat Japan gek geworden moest zijn om tegen China te gaan vechten.

Ondanks de uitspraak van de Engelse boer won Japan de oorlog en voor het eerst in zijn geschiedenis kwam de drang op naar imperialisme en kapitalisme. Thans heeft het beiden, gepaard met de haat van de gehele wereld. De anti-Japanse wereldkreet is de vergelding, op het Japanse imperialisme. Gelukkig heeft het Japanse proletariaat sinds kort de vloek van het imperialisme ondervonden en tracht thans het te vernietigen.

De eerste oorlog van het Japanse imperialisme werd gevoerd met het tsaristische Rusland in 1904-5. Zeven uitstekende professoren van de keizerlijke universiteit te Tokio werden door de autoriteiten gestraft, omdat zij als hun imperialistische mening verkondigden dat Japan het oosten van het Baikalmeer moest bezetten. Dat was misschien de eerste uiting van Japanse imperialisten van een beetje extreme type.

In het algemeen beschouwde het volk hen toen als “jingo” fanatici. Die oorlog gaf de Japanse kameraden de eerste mooie gelegenheid om antioorlog propaganda te maken en om met de Russische kameraden in aanraking te komen.

De Japanse kameraden begroetten de Russische makkers als volgt:

“Waarde kameraden. Uw regering en de onze zijn met elkaar in oorlog gekomen om aan haar imperialistische verlangens te voldoen; maar tussen ons is geen scheiding van ras, gebied of nationaliteit. Wij zijn kameraden, broeders en zusters en hebben geen reden om elkaar te bestrijden. Ons militarisme en ons zogenaamd patriottisme zijn jullie vijanden, maar niet het Japanse volk. Wij voelen dat jullie volk hetzelfde van ons denkt. Inderdaad zijn vaderlandsliefde en militarisme onze gemeenschappelijke vijanden; ja, zelfs alle socialisten in de hele wereld beschouwen hen als gemeenschappelijke vijanden. Wij socialisten moeten hen dapper bestrijden. De beste en schitterendste gelegenheid daartoe hebben wij thans. Wij vertrouwen dat u deze gelegenheid niet zult laten voorbijgaan.”

Op bovengenoemde groeten, antwoordden de Russen: “Te midden van het jingoïstische koor van beide landen klinken de stemmen van de Japanse kameraden als van een heraut van die betere wereld, die, hoewel heden slechts bestaande in de gedachten van het klassenbewuste proletariaat, morgen werkelijkheid zal worden. Wij weten niet wanneer deze “morgen” zal komen, maar wij sociaaldemocraten werken er over de gehele wereld aan om hem al nader te brengen. Vandaag graven wij een graf voor de tegenwoordige ellendige sociale orde. Wij organiseren de krachten die haar ten slotte zullen begraven.”

De Russisch-Japanse oorlog van 1904-5 bracht over het proletariaat van het overwinnende Japan niets dan plagen, algemene ellende, zwaardere belastingdruk, ontaarding der zedelijkheid en de opperheerschappij van het militarisme. Ons proletariaat heeft de bitterste lessen opgedaan in de overwinningsoorlog. Het leven werd veel moeilijker dan vóór de oorlog; de Japanse regering verdrukte steeds meer het volk en de arbeidersbeweging werd bijna geheel vernietigd; het was vooral het militarisme dat het proletariaat onderdrukte en zwaar belastte. Dit was de werkelijke gang van zaken toen de oorlog van 1914-18 uitbrak.

Het is dan ook niet te verwonderen dat het Japanse volk weinig voelde voor de oorlog van 1914-18 en meer belang stelde in de Russische revoluties, die eerst de tsaar en daarna het kapitalisme en het militarisme aan de kant zetten. Na de ellendige val van de keizer en zijn “onoverwinbaar” leger, dat de afgod geweest was van de Japanse imperialisten, verloor het Japanse volk volslagen zijn vertrouwen in het militarisme.

Van verzwakking van het militarisme in Japan is geen sprake. Integendeel! De Europese oorlog maakte Japan tot een kredietgevend in plaats van een lenend land, zoals het voor de oorlog was. De oorlogsindustrie van Japan versterkte het Japanse militarisme geweldig, zowel materieel als financieel. Uitbreiding van de weermacht was aan de orde van de dag. De imperialistische bende van Japan is goed voldaan over de resultaten van de afgelopen oorlog, tenminste financieel. Zij zijn in staat geweest om leger en vloot uit te breiden, zoals zij gedacht hadden het pas in een eeuw te kunnen doen.

Dit alles is slechts oppervlakkig beschouwd; de Japanse imperialisten zijn van schrik vervuld over de gewijzigde houding van het volk sinds de oorlog. En het volk krijgt niet alleen zienderogen een afschuw van het militarisme, maar ook de militaire academie en de Marineopleidingsinstituten hebben grote moeite om nieuwe leerlingen te krijgen, hoewel eerst de toelatingsexamens verzwaard moesten worden, om een teveel van leerlingen af te weren.

Het kazerneleven is nooit populair geweest bij de proletarische jeugd. Deze impopulariteit van de militaire opleiding bij de jongelui van de bemiddelde klassen is niet de enige factor van verontrusting voor de imperialisten van Japan. De jonge en veelbelovende officieren beginnen ook al hun baantje vaarwel te zeggen. Het benodigde kanonnenvoer kan door een gedwongen loting verkregen worden, maar de officieren komen uit de bovenste maatschappelijke laag en daar is dus nooit over gedacht om die door dwang te rekruteren. Daar de militaire autoriteiten echter niet konden verhinderen dat de jonge officieren leger en vloot verlieten, maakten zij gauw een wet, die bepaalde dat iedere officier, die zonder wettige redenen de dienst verliet, elk recht op militaire rang en eer, tegelijk met zijn pensioen zou verliezen. Zelfs met zo’n strenge, willekeurige wet kon men met moeite de jonge officieren verhinderen om hun post, zowel bij het leger als bij de vloot, te verlaten.

Het militarisme, en bijgevolg het imperialisme, heeft veel van zijn vroegere geestdrift verloren. Dit is ten minste psychologisch juist.

De voornaamste oorzaak voor de uitbreiding van Japans bewapening was blijkbaar een uitwendige, maar een nauwkeurige studie van de internationale situatie toont, dat hoe onbeduidend Japans uitrusting te land en te water ook is, numeriek vergeleken of bij Engeland, of bij Amerika, het toch een schrik geworden is voor de kapitalistische wereld. En waarom? Omdat de Westerse wereld de invloed en de macht van het Japans leger en vloot niet kan ontkennen, Japan is momenteel de sterkste mogendheid in het Verre Oosten. Indien het de vrije hand werd gelaten, zou Japans leger en vloot gemakkelijk alle liberale en radicale bewegingen in het Verre Oosten, zonder de minste moeite de kop kunnen indrukken. Dit feit alleen is een grote bedreiging voor de zaak van onze beweging. En als we verder nog zien dat deze omstandigheid vast zit aan de hebzuchtige begeerte der Japanse imperialisten die het lot van zeventig miljoen mensen in handen hebben, welke in oorlogstijd gemakkelijk tot kanonnenvoer gemaakt en in vredestijd voor oorlogstoebereidselen uitgebuit kunnen worden, dan moeten we erkennen dat het Japanse imperialisme de grootste bedreiging vormt voor de communistische beweging in het Verre Oosten.

Maar zal de vernietiging van het Japanse imperialisme door enig ander imperialisme, bv. het Amerikaanse of het Engelse, onze communistische beweging iets gemakkelijker maken? Neen, het betekent de overheersing van het Verre Oosten óf door het Amerikaanse, óf door het Engelse imperialisme, in plaats van door het Japanse. Het moge Gompers en het Amerikaanse vakverbond en hun die in de blanke overheersing van de wereld geloven voldoening geven, maar het proletariaat van alle bij deze verdelging betrokken landen zal er geen voordeel bij hebben. Neen, onze positie zou niet zijn als die van de visser die kalmpjes de strijd tussen de ijsvogel en de lijmstok tot zijn eigen voordeel afwacht, wij moeten zowel het imperialisme van Japan, als dat van anderen vernietigen, met onze eigen methodes en door onze eigen kracht, namelijk door de proletarische revolutionaire krachten van de hele wereld.

Het Japanse proletariaat ontwaakt snel en wordt klassenbewust. Deze ontwaking begon ten tijde van de grote rijstoproeren in augustus 1918. Toen bestonden er nauwelijks vakverenigingen, buiten de “gele” Yu-Ai-Kai, en de drukkersorganisatie. Maar thans zijn er drie à vierhonderdduizend georganiseerde arbeiders, waarvan velen klassenbewust zijn. Tot voor kort werd de Yu-Ai-Kai als een gele organisatie beschouwt, maar sinds het begin van dit jaar heeft de “Left Wing”, die met de Derde Internationale sympathiseert, de hele organisatie beheerst en deze gaat snel de rode kant op. Ondanks de uitzonderingswetten tegen de arbeidersbeweging en tegen de vakverenigingen winnen de Japanse arbeiders steeds nieuw terrein. Onze vakverenigingen zijn meestal naar industrieën georganiseerd. Stakingen komen al meer en meer voor en dragen een revolutionair karakter. Het voornaamste doel is de vernietiging van het kapitalisme, zoals uitgedrukt werd in de resolutie, die op een massameeting van werklozen, welke door het Verbond van Vakverenigingen te Osaka en omstreken in de voorgaande herfst uitgeschreven was, werd aangenomen. De 10e december 1920 had, na een door dertig welbekende kameraden gevoerde propaganda van vier maanden om een socialistisch verbond te vormen, de formele stichting van het verbond te Tokio plaats. Daar de opzichters echter de bedoelingen van de politieautoriteiten kenden, veranderden zij door hun beleid en verstand de voorbereidende vergadering, die op 9 december gehouden was in een gewone vergadering en stelden de statuten en het reglement van het socialistisch verbond vast. Op deze manier bleven zij heel handig uit de buurt van de tsaarachtige politieautoriteiten en het socialistisch verbond was na zijn onderdrukking, die in het voorjaar van 1907 plaats vond, met een tussenruimte van veertien jaar, weer behoorlijk georganiseerd. Het socialistisch verbond werd gesticht met een ledental van over de duizend. Het verbond moest heel matig in toon en actie optreden om als algemeen propagandaorgaan legaal te kunnen bestaan; de kameraden die het oprichtten, zochten enige radicale leden uit hun midden uit voor bijzonder werk. Het manifest van het verbond was zodanig opgesteld dat het buiten schot van de politiecensuur bleef, die steeds gestreng en dikwijls wreed is. Het luidde:

“Wij willen de grondslagen van het tegenwoordige kapitalistische systeem vernietigen.

Wij willen de burgerlijke beschaving vernietigen met de verschillende inrichtingen, organisaties, gewoonten, gedachten, kunst, enz. die bij het kapitalistisch systeem behoren.

Teneinde een werkelijk leven te veroveren dat dienstbaar is aan de gehele mensheid, willen wij een maatschappij stichten, die geen rijken noch armen kent, die geen klassen heeft en waarin iedereen verzekerd is van voedsel en kleding en allen door eigen arbeid een bestaan hebben.

Wij nemen ieder bruikbaar middel te baat om tegen het kapitalistisch systeem en zijn ertoe behorende organisaties te strijden.

Wij geloven dat er een sterke en werkelijke kracht bij de arbeiders schuilt en we zullen ons best doen hen wakker te schudden, te organiseren en te disciplineren.

Door aldus het Japanse proletariaat te verenigen zullen wij dapper en moedig, zonder ophouden voorwaarts gaan naar de nieuwe maatschappij, de nieuwe organisatie en de nieuwe beschaving van het proletariaat!”

In weerwil van alles belegt het socialistisch verbond zijn openlijk aangekondigde meetings. Het ledental en zijn invloed groeien gestadig. Het laatstgenoemde ledental bedroeg een weinig meer dan 3000. Naast de openlijke partij, is een krachtige, goed gedisciplineerde, ondergrondse partij in wording en wij, de communisten in Amerika, hebben directe aanraking met haar.

De vernietiging van het imperialisme in ieder land moet het directe werk zijn van het proletariaat van datzelfde land, daarbij geleid door de communistische partij volgens de bepalingen van de Communistische Internationale. Zonder dat zal het in een land als Japan bijna onmogelijk zijn, daar dit beheerst wordt door een krachtig, hoewel verzwakkend imperialisme, en gesteund wordt door het kapitalisme, nationaal als internationaal.

Met de onderwerping van het Japanse imperialisme en kapitalisme zal de sociale revolutie in het Verre Oosten een voldongen feit zijn. Zodra het Verre Oosten ons is, zal het Britse imperialisme uit elkaar vallen. En wanneer het Britse imperialisme dood en begraven is, zal het Amerikaanse imperialisme het niet lang meer maken.

Lang leve de Russische Arbeiders Sovjetrepubliek! Lang leve de Derde Communistische Internationale! Lang leve de komende sociale wereldrevolutie.



een rode leeszetel Lezen
Marxistisch Internet Archief
Algemeen Archief
Selectie marxisten
Documenten
Filosofie
Thema’s
Arbeidersbeweging
Woordenboek
Wat ?
Wat is marxisme
Over ons
Andere talen
Auteurswet
Citeren
Disclaimer
Doen
Zoeken
Nieuwe teksten
Werk mee
Contact
Reclame

RSS