Joseph K Roberts

Multilateraal Akkoord over Investeringen

Een levensgevaarlijke ontwikkeling


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, 1999, winter, (nr. 71), jg. 43
Oorspronkelijke titel: Multilateral Agreement on Investment
Deze versie: Vertaling en bewerking Rob Gerretsen, (toen) lid van de redactie van De Internationale.
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren?

Qr-MIA

       


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Verwant
Neoliberale globalisering en armoede
Globalisering, rechtvaardigheid en milieu
Mondialisering, de nefaste sociale gevolgen en de aangeboden remedies ertegen

Het Multilateraal Akkoord overinvesteringen (MAI) is er uiteindelijk niet gekomen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO, de club van de rijke imperialistische landen) heeft het MAI moeten terugtrekken onder druk van de sociale bewegingen en van de publieke opinie (en ook wel omwille van belangentegenstellingen tussen de rijke landen onderling). Toch gaf het MAI de marsrichting aan die het internationale kapitaal uitwil. Daarom blijft het hier afgedrukt artikel interessant. Bovendien kwam deze problematiek weer op tafel met de ‘Millenium Round’, de mislukte onderhandelingen over de liberalisering van de wereldhandel die in Seattle gelanceerd werden in het kader van de Wereld Handelsorganisatie (WHO).

Zoals bekend heeft Marx geen analyse gemaakt van het economische imperialisme, want dat ontwikkelde zich na 1885. Maar hij ontdekte tendensen binnen het negentiende eeuwse kapitaal, die wij tegenwoordig als oorzaken van dat imperialisme zien. We denken dan aan concentratie en centralisatie van kapitaal, de buitenlandse uitbreiding van markten en de tendens van de daling van de winstvoet als voorbeeld van begrippen die door zijn opvolgers werden gebruikt om een completere twintigste-eeuwse imperialismetheorie te ontwikkelen. Zijn beeldende passage in het Communistisch Manifest die de verspreiding van de burgerlijke waarden en praktijken beschrijft, lijkt opmerkelijk actueel aan het eind van de twintigste eeuw:

“De bourgeoisie trekt door de snelle verbetering van alle productiewerktuigen, door de oneindig vergemakkelijkte communicaties, alle, ook de meest barbaarse naties binnen de civilisatie. De lage prijzen van haar waren zijn de zware artillerie waarmee zij alle Chinese muren plat schiet, waarmee zij de hardnekkigste vreemdelingenhaat van de barbaren tot capituleren dwingt. Zij dwingt alle naties zich de productiewijze van de bourgeoisie eigen te maken, indien zij niet te gronde willen gaan; zij dwingt hen de zogenaamde beschaving bij zichzelf in te voeren, dat wil zeggen bourgeois te worden. In één woord, zij schept zich een wereld naar haar eigen beeld.”

Op het ogenblik probeert een nieuwe golf van globale orde, die aanzwelt sinds de jaren 1960, en die bevrijd is van internationale communistische oppositie, een wettig politieke systeem in het leven te roepen om daarmee kapitalistische handelaren en investeerders te bevrijden van niet gewenste sociale en politieke controle. De meest uitgesproken uitdrukking van deze nieuwe investeringsorde is het Multilateral Agreement on Investment (MAI). Daarover wordt in Parijs onderhandeld door de 29 landen van de OECD (Organization for Economie Co-operation and Development) en die zouden in mei 1998 moeten worden afgerond.

De belangrijkste kenmerken van dit verdrag komen voort uit de ervaringen met het US-Canada Free Trade Agreement uit 1988 en het daaropvolgende North American Free Trade Agreement (NAFTA) uit 1993. Het doel van MAI is om met de handtekeningen van alle 29 staten een wederzijdse Most Favored Nations status te garanderen. In dat opzicht breidt het MAI voor alle buitenlandse kapitalen het recht uit op een nationale behandeling op ieder wettelijk gebied. Dat betekent een onbeperkt recht op de hulpbronnen van alle ondertekenende naties.

Meer in het bijzonder eist het verdrag dat regeringen investeerders het recht gunnen:
- Om hun waren of diensten te exporteren over alle grenzen heen, zonder enkele voorwaarde.
- Om eenzijdig iedere vorm van productiecapaciteit te kopen en in eigendom te hebben in alle ondertekenende landen, zonder dat er eisen worden gesteld aan het in werking houden daarvan, of aan de werkgelegenheid of de locatie ervan.
- Om iedere verkoopbare natuurlijke hulpbron van andere landen in eigendom te kunnen hebben en om haar olie, bossen, mineralen of andere hulpbronnen te kunnen exploiteren, zonder verplichting om dergelijke bronnen in stand te houden of die te gebruiken in het belang van dat land.
- Om winst te kunnen maken uit iedere mogelijke commerciële onderneming, zonder verplichting om te herinvesteren in het land waar de hulpbronnen vandaan komen of waar de winst is gemaakt.
- Om krediet te verschaffen en daarmee de geldhoeveelheid in een land te vergroten zonder dat er beperkingen worden opgelegd aan de geldvraag die zo in een land ontstaat, hoeveel inflatie dat ook veroorzaakt.
- Om te bieden op en eigenaar te worden van geprivatiseerde openbare infrastructuur, sociale of culturele goederen, zonder enige beperking of buitenlandse controle.
- Om toegang te verkrijgen tot iedere vorm van nationale regeringssubsidie, lening of belastingvoordeel als alle binnenlandse bedrijven en met dezelfde rechten en op dezelfde basis.
- Om geen beperkingen opgelegd te krijgen wat betreft werkgelegenheid, aankoop van binnenlandse producten, import-export vergoedingen en de overdracht van kennis of technologie.
- Om als illegaal aan de kaak te stellen iedere nationale standaard voor mensenrechten, arbeidsrechten of milieubescherming ten opzichte van goederen die in andere gebieden of landen zijn geproduceerd en worden geïmporteerd.

Het MAI is ontworpen om investeerders te beschermen tegen politiek en praktijken van regeringen uit het verleden, het heden of de toekomst, die winsten beperken. Daarom legt het plechtig “standstill”- en “rollback”-voorschriften vast. Met standstill wordt bedoeld dat regeringen geen nieuwe wetten, politiek of programma’s mogen invoeren die niet overeenkomen met de normen die door de ondertekenaars zijn overeengekomen.

Rollback vereist dat iedere wetgeving of regulerende maatregel van een land die niet overeenkomt met de basisprincipes en voorwaarden van het MAI beperkt en uiteindelijk afgeschaft dient te worden. Van de lidstaten wordt verwacht dat ze van te voren al een lijst aanleggen van alle lopende wetgeving, politiek of programma’s die beschouwd worden als “niet in overeenstemming” met de discipline van het MAI.

Zoals het er nu uitziet is het verdrag ongebruikelijk streng tegenover de lagere overheden. Andere verdragen die in de moderne tijd zijn aangegaan door federale systemen als de USA en Canada, bevatten een “federal-state” clausule, die de constitutionele verdeling van de macht in dergelijke systemen erkent en sluit staten, provincies en steden uit van verplichtingen waarin zij geen partij zijn. In Canada zijn provincies verantwoordelijk voor de gezondheidszorg, onderwijs, sociale voorzieningen en voor het grootste deel van de arbeidswetgeving.

Er zullen onvermijdelijk conflicten ontstaan als investeerders of regeringen proberen meningsverschillen op te lossen. Omdat dit een verdrag is dat regeringen verplichtingen oplegt, maar investeerders ontziet, kunnen regeringen klachten hebben over de praktijken van een andere regering; of investeerders kunnen klachten hebben over een regering. In dat geval kiezen ze beide een vertegenwoordiger en die kiezen allebei een derde partij en dit panel doet een uitspraak over het conflict en komt met een regeling. Als dat niet voldoet in de ogen van de investeerder, kan deze de betreffende regering in zijn land voor de rechter dagen. Anders dan het Europese Hof of het Internationaal Gerechtshof bestaat er hier geen legaal tribunaal van onafhankelijke en ongebonden figuren die gevestigde wetten, jurisprudentie en procedures toepassen. Door uiteindelijke jurisdictie te geven aan de rechterlijke macht in het thuisland van de investeerder wordt er een keizerlijke macht gegeven aan de gerechtshoven in de USA. De belangrijkste investeerders zullen altijd kunnen kiezen uit de beschikbare rechtspraak door bedrijfsstructuren aan te passen aan een bepaalde zaak. De federale gerechtshoven uit de Verenigde Staten, die ideologisch geheel op de lijn van het meest extreme neoliberalisme zitten en die minachting hebben voor de claims van alle buitenlandse staten, zullen zeker de voorkeur krijgen. De zeer grote wettelijke honoraria die nodig zijn om voor een dergelijk hof te procederen, zullen van invloed zijn op de resultaten. Want anders dan in zelfs in de meeste Westerse rechtsstaten, moet in de VS de overwinnaar in een proces zijn eigen kosten betalen. Dat betekent dat voor de meeste regeringen in de wereld zelfs een overwinning een nederlaag zou betekenen. En de “onderzoekspraktijken”, die in de VS aan een proces vooraf gaan, duren eindeloos, zijn barok, zeer kostbaar en graven diep in de gegevens van iedereen die procedeert. Deze praktijken zullen volledig worden gemobiliseerd in het belang van de investeerder. Voor dit forum maakt zelfs een toekomstige afwijkende links-socialistische regering van Canada of Denemarken (laat staan van een Derde Wereldland) geen schijn van kans. De geboorte van het MAI komt voor een groot deel voort uit de weigering van de VS om welke wetgeving dan ook te erkennen, zolang het niet de eigen is.

Waar komt het MAI vandaan en in welke kader past het? De hele eeuw al heeft het internationale kapitaal gebruik gemaakt van het kartel om het ongemak van concurrentie tegen te gaan. De VS heeft een aanzienlijke geschiedenis van antitrustwetgeving, die bedoeld is om het monopoliekapitalisme te ondersteunen, zowel binnenlands als internationaal. Het MAI is gedeeltelijk een overeenkomst van de grootste bedrijven om een legaal en gebruiksvriendelijk wereldwijd legaal systeem te verkrijgen van het soort dat kartels probeerden voor individuele industrieën.

Maar er is meer aan de hand. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er veel bilaterale verdragen gesloten om het pad van de investeerders te effenen, onder regie van het IMF en International Bank for Reconstruction and Development. Het was de Consensus van Washington, geïnspireerd door de Trilaterale Commissie begin jaren zeventig, die de aandacht richtte op een omvattend en gedetailleerd handvest met rechten voor het kapitaal. Deze Consensus bracht een ontwikkelingsmodel naar voren dat gebaseerd was op het geloof dat de liberale markteconomie de enige economische hoop is voor alle landen, ook voor de arme landen.

De Consensus van Washington betreft volgens de econoom Paul Krugman niet alleen de Amerikaanse regering, maar alle instellingen en netwerken van opinieleiders in de daadwerkelijke denktanks van het kapitaal, politiek gesofisticeerde investeringsbankiers en wereldlijke ministers van financiën, al diegenen die elkaar in Washington tegen komen en die met elkaar de waan van de dag bepalen. Deze Consensus verspreidt een politieke monocultuur. Het is de globalisering van een ideologie, een economische wereldorde die ontworpen is door en voor kapitaalexporteurs.

De langdurige onderhandelingen over de liberalisering van de wereldhandel in het kader van de General Agreement on Tariff and Trade waren de broedmachine van het MAI. Op het hoogtepunt van de neoliberale economische orthodoxie van Reagan en Thatcher poogde de Uruguay Ronden van deze onderhandelingen tevergeefs om de Trade Related Investment Measures (TRIM’s) te controleren. Dit slaat op het brede scala regelgeving dat landen ontwikkelen om hun eigen economieën en sociale waarden te beschermen en te versterken op het gebied van landbouw, gezondheid en productnormen, veiligheidsmaatregelen en culturele normen. In het algemeen vallen ze in de categorie kwaliteitseisen.

In een vlaag van verbeeldingskracht kwam de voorhoede van de onderhandelaars over vrije wereldhandel met het idee van een aparte overeenkomst die alle investeringen moest beschermen tegen de kwaliteitseisen van de landen waarin werd geïnvesteerd. Toen in 1995 de GATT werd omgevormd tot de WTO met 130 leden, leek dat het meest voor de hand liggende forum om de details van het MAI verder uit te werken. Maar de VS wilden “een multilateraal investeringsakkoord van hoge kwaliteit, dat de Amerikaanse investeerders in het buitenland zal beschermen” en de VS was bang dat dit niet bereikt zou kunnen worden in zo’n divers forum.

De 29 leden van de OECD zijn het thuisland van 477 van de 500 grootste bedrijven uit de Global Fortune lijst. Dit is het forum dat de voorkeur geniet van degenen die bedrijfsvriendelijke regelgeving willen maken. Als de overeenkomst van de OECD tot succes leidt, zal die gebruikt worden als standaard en als middel om deze aan de hele wereld op te leggen.

De bredere historische context van deze ontwikkeling kan worden samengevat als de hernieuwde verschijning van een onbelemmerd monopolie-imperialisme. In het kort gezegd is dit de eeuw van het staatsmonopoliekapitalisme. Het is ook de eeuw van de opkomst en verspreiding van de electorale democratie. Het is de eeuw van de eerste niet- en antikapitalistische staat, die het zeventig jaar uithield tegen het economische imperialisme. Het is het tijdperk dat de ontwikkelde kapitalistische staten het “fordisme” hanteerden als binnenlandse strategie om het probleem van groei en van klassenstrijd de baas te worden. Maar na een korte periode van economische en sociale voorspoed, kwam het kapitalisme in de jaren zeventig in stagnatie terecht, die in de jaren tachtig werd verlicht door de hypertrofie van financiële speculatie. Maar de georganiseerde antikapitalistische beweging en haar theorie zijn in elkaar gestort en dat resulteerde in een verschrompeling van de tegenkrachten van de kapitalistische staatscontrole. Deze crisis van de sociale beweging heeft de bevrijding van het kapitaal mogelijk gemaakt, die nu een extra impuls krijgt van de grote sprong vooruit in de communicatietechnologie die de rol van de financiële handel, maar ook van de goederenhandel sterk heeft doen toenemen.

Zo moet het MAI gezien worden als uitdrukking van een groter project om bewegingsvrijheid voor het kapitaal te verkrijgen niet alleen in de historische natiestaat, maar nu onbeperkt op wereldschaal. Het verbieden van beperkingen is geen kleine zaak en gaat verder dan alleen de economie. Het gaat over de menselijke maatschappij als geheel. En dat betekent een confrontatie met het idee van democratie en de potenties die daarin besloten liggen. Vanaf het begin van de democratie betekent het geven van macht aan gewone mensen het beperken van de macht van een kleine klasse geprivilegieerde kapitalisten. Als tegenwicht tegen de last die de huidige democratie betekent, hebben Amerikaanse strategen het oude democratiebegrip van Joseph Schumpeter in de naoorlogse werkgroep van Robert Dahl weer opgepoetst, en ze kwamen met het idee van polyarchie.

Dit democratiebegrip is in mekaar gezet op basis van het abstracte begrip van de markt als een systeem van concurrentie om schaarse goederen. De burger wordt ingeperkt tot consument. De politicus is een ondernemer die zijn politiek en program vent aan rationele stemmers met eigenbelang. Stemmers hebben alleen maar de rol van het accepteren of weigeren van (vooral) de mannen die hun gaan regeren. De politici zijn, als ze eenmaal zijn gekozen, niet meer gebonden aan bemoeienis van het electoraat tussen twee verkiezingen in en de macht van de regering is beperkt, zodat ze niet makkelijk kan optreden in de gestaag expanderende economische markten.

Deze strategie wordt door William I. Robinson beschreven in Promoting Polyarchy: “Over de gehele wereld prijzen de VS tegenwoordig hun versie van “democratie” aan als manier om de druk van onderliggende groepen om meer fundamentele politieke, sociale en economische veranderingen te verlichten. De impuls voor deze “aanprijzing van democratie” is de herschikking van politieke systemen en heeft als onderliggend doel het in stand houden van wezenlijk ondemocratische maatschappijen binnen een onrechtvaardig internationaal systeem. De reclame voor “lage intensiteit-democratie” is niet alleen bedoeld voor het verlichten van de sociale en politieke spanningen die voortkomen uit de elitaire en ondemocratische status quo, maar ook voor het onderdrukken van aspiraties bij de bevolking voor een verdergaande democratisering van het sociale leven in de internationale orde van de volgende eeuw. Polyarchie is een structureel kenmerk van de opkomende globale maatschappij. Net zoals de marionettenregimes en de rechtse dictaturen die door de VS aan de macht werden gebracht of werden gesteund kenmerkend waren voor een hele periode van de Amerikaanse buitenlandse politiek in de periode na de Tweede Wereldoorlog, is nu de reclame voor “lage intensiteits-democratieën” in de Derde Wereld een hoeksteen aan het worden van de Amerikaanse buitenlandse politiek.”

Landen kunnen in deze versie van democratie gemanoeuvreerd worden door de inspanningen van internationale instellingen als het IMF, maar ook door locale elites die er het meest van kunnen profiteren. De veiligheid van dergelijke “democratieën” zal ongetwijfeld worden verzekerd door een heel aantal internationale verdragen en uiteindelijk door de bereidheid van de VS om hun legitimiteit af te dwingen met haar globale politieke macht.

Het MAI moet dus worden begrepen als onderdeel van een bredere doelstelling van de kapitalisten om veel van wat er in de twintigste eeuw is bereikt aan uitbreiding van de electorale democratie, sociale voorzieningen, gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid, pensioenen en speciale zorgprogramma’s die met belastinggeld worden gefinancierd, een regulering van de zakenwereld door de overheid en internationale projecten om de onbalans tussen centrum en periferie recht te trekken, terug te draaien.

Maar het is één ding om een traject of strategie vast te stellen en een ander om de materiële mogelijkheden daarvan te beoordelen. Een terugkerende vraag bij de tegenstanders van het verdrag is waarom in godsnaam bijvoorbeeld de Canadese regering vrijwillig afstand zou doen van haar soevereine macht? Het is duidelijk dat een dergelijk project van groot belang is voor een fractie van de Amerikaanse heersende klasse en haar internationale handlangers. Directe buitenlandse investeringen zijn in de tien jaren sinds 1987 met 80 procent gestegen. De stijging van de Amerikaanse buitenlandse investeringen stegen in die periode met 785 procent. Vijfenzeventig procent van de buitenlandse investeringen worden gedaan in de VS, Europa en Japan. Bedrijven en banken die profiteren van deze groei hebben een tastbaar belang in het succes van een dergelijk liberalisatieproject, maar de politieke en administratieve bestuurders van de plek waar die investeringen gedaan worden hebben dat in zekere zin ook. Onder de 29 leden van de OECD wordt tenslotte als ruim baan gegeven aan private investeerders.

Als het verdrag eenmaal in werking is getreden, zullen politieke en bestuurlijke leiders in de rest van de wereld overtuigd en bedreigd worden om mee te doen. Er zijn ook fracties van het steeds omvangrijkere kapitaal in de agrarische sector over de hele wereld die onderdelen van dit liberalisatie project aantrekkelijk vinden. Zelfs kunnen voor enige tijd sommige arbeiders van dit model overtuigd worden. In ieder geval juichen de steeds meer geconcentreerde commerciële media in de wereld dit model toe.

Het belang van het, MAI en de initiatieven die daarmee samengaan voor de periferie van het imperialisme (zowel voor de landen die een zekere economische groei kennen als voor de allerarmste) is groot en onheilspellend. De recente valuta- en aandelencrises in Azië resulteerde aan de ene kant in structurele aanpassingsmaatregelen van het IMF die veel van de elementen van het MAI opleggen. Aan de andere kant gaan prominente leiders en economen uit dat gebied heftig tekeer tegen de neoliberale opvattingen van de Consensus van Washington over de wereldorde. Het is overbodig om te stellen dat het hier niet om socialisten gaat, maar om kapitalisten die heel goed weten dat zij hun economieën voor zowel hun persoonlijke voordeel als in het nationale belang niet kunnen laten groeien zonder actieve regulering en controle van de staat.

Als het MAI eenmaal is goedgekeurd door de lidstaten van de OECD, wordt het voor de exporterende ontwikkelingslanden vrijwel onmogelijk om te weerstaan aan de eis om alle belemmeringen voor de vrije stroom van investeringen op te heffen. Het MAI is natuurlijk voor een belangrijk deel ontworpen om nationalisaties van economische hulpbronnen – als instrument van nationale, sociale en economische ontwikkeling – tegen te gaan. Zo worden de beschermende en integrerende ontwikkelingsmaatregelen die alle ontwikkelde kapitalistische natiestaten in de geschiedenis hebben gebruikt om een autonome ontwikkeling te bereiken, geweigerd aan die maatschappijen die nu een dergelijke ontwikkeling proberen door te maken.

Er wordt gezegd dat de macht van de VS aan het afnemen is. Of dit waar is of niet, het doel waarvan het MAI een belangrijk deel van uitmaakt, is om een web van normatieve regels, procedures en instituties voor de nieuwe globale orde te spannen. Dit systeem wordt niet gebaseerd op het systeem van een land, een stem. De bestuursmacht zal verdeeld blijven volgens de lijnen van rijkdom, zoals dat steeds het geval is geweest in de instellingen die sinds 1945 buiten de VN zijn opgericht. Als de architecten van deze nieuwe orde hun gelijk krijgen, zullen de concrete klasseregeringen die wij in de 19e en 20ste eeuw democratieën hebben genoemd en die beperkt waren tot natiestaten, voortgezet worden in een beperkte en kreupele polyarchische vorm. Het ideaal van democratie als het collectief van zichzelf besturende producenten die proberen hun volledige potenties te realiseren, kan niet gemakkelijk worden uitgewist, maar als het niet gerealiseerd kan worden als concrete heerschappij, is de bedreiging voor het kapitaal gering.

Vanaf februari 1998 heeft de zakenpers twijfels of het verdrag wel op tijd zal worden of zou moeten worden gesloten, vanwege een groot aantal nationale twijfels en uitzonderingen. Het belangrijkste punt is wel de weigering van de VS om toe te geven wat betreft de beruchte Helms-Burton Act, die degenen die in Cuba investeren straft. Een dergelijke maatregel gaat in tegen de geest van het MAI. Anderen verzetten zich tegen het versterken van de normen op het gebied van arbeid en milieu. Ondanks de deadline van mei blijft dit verdrag een doel van het internationale kapitaal zolang het een positie van ongebreidelde overheersing behoudt.

In feite is het internationale door de VS geleide kapitaal niet zo rationeel en gedisciplineerd dat ze zonder fricties dit project zou kunnen voltooien. En ook zijn de slachtoffers niet zo passief en controleerbaar. De financiële crisis in Azië laat zien hoe ver het kapitaal nog verwijderd is van een gecoördineerd en werkzaam crisismanagement. Het aantal grote bankcrisissen in de ontwikkelde kapitalistische landen in de afgelopen tien jaar illustreert het gebrek aan zelfmanagement in het imperialistische centrum. Het groeiende verzet in de politiek van de VS tegen internationale financiële-, handels- en militaire interventies en initiatieven suggereert dat de kleine minderheid die zo’n enorm belang heeft bij het imperialistische systeem wel eens iets te ambitieus zou kunnen zijn. Sociale bewegingen in het centrum en de periferie hebben vastgesteld wie de globaliserende neoliberale vijand is en raken steeds meer vertoornd over deze strategie. Zelfs ter rechterzijde hebben het Vaticaan en de oligarchieën van het Midden-Oosten en Azië de ongebreidelde markt tot vijand verklaard.

In Canada is in 1997 binnen een paar maanden een belangrijke sociale beweging van de grond gekomen ter bestrijding van het voorgestelde verdrag. De beweging bestaat uit verscheidene landelijke groeperingen, waaronder de Canadian Conference of the Arts, de Council of Canadians, oecumenische kerkelijke groepen, het Canadian Labour Congress, verscheidene milieugroepen, het Canadian Centre for Policy Alternatives en het nationale netwerk van intellectuelen dat dit ondersteunt, de federale New Democratic Party, de provincies British Columbia en Prince Edward Island, het gebied Yukon en ook spontaan georganiseerde coalities van basisgroepen. In de VS is een dergelijke vorm van oppositie ontstaan, met Ralph Nader als een van de woordvoerders. Een internationale coalitie van vakbondsgroepen heeft in april 1998 actiedagen georganiseerd met als eis het niet verder uitbreiden van de vrijhandelsverdragen, het stopzetten van de privatisering van openbare diensten en verzet tegen het MAI.

Kortom, de verwachting van de schepping van een onbetwist ultra-imperialisme aan het eind van de twintigste eeuw ziet er net zo weinig veelbelovend uit als aan het begin van deze eeuw


Noot:
Joseph K. Roberts doceert politieke wetenschap aan de Universiteit van Regina in Canada. Dit artikel verscheen eerder in Monthly Review en werd gepresenteerd op de Internationale Conferentie over Sociale Emancipatie 150 jaar na het Communistisch Manifest (Havana, Cuba, februari 1998).