E.J.

De resoluties van de CPN


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, juni 1965, jg. 8. Dank aan Rob Gerretsen
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren? — Graag bronvermelding !

Qr-MIA

       


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Het zou een zeer lang artikel worden indien wij alle orakeltaal en tegenstrijdigheden zouden moeten ontmaskeren in de resoluties die het partijbestuur van de CPN op 15 en 16 mei jl. heeft aangenomen.

Dit woord “ontmaskeren” is helaas het enige woord dat bij de situatie past. Laat ons dit met enige voorbeelden aantonen.

In de resolutie “over de op 1 maart jl. te Moskou gehouden conferentie van 19 communistische partijen” staat:
Het partijbestuur stelt vast dat na de afzetting van Chroesjtsjov als 1ste secretaris, door de CPSU stappen zijn gedaan tot verbeteringen op het gebied van de politiek en de ideologie, inzake de landbouw, de opvatting over kunst, de beoordeling van de Stalinperiode en de betrekkingen tussen de Sovjet-Unie en China op staatsgebied.”

Welke stappen gedaan zijn vermeldt de resolutie niet. Evenmin wordt men gewaar waaruit de verbeteringen op politiek en ideologisch gebied bestaan. Maar wie dat wil is een kniesoor zullen wij maar denken. Als wij de kritiek van de Chinezen op Breznjev en Kosygin moeten geloven is in de Sovjet-Unie na Chroesjtsjov niets veranderd. Zij vergissen zich.

Op het gebied van de ideologie werd Doedintsjev afgezet. De lijfbioloog van Stalin, Lysenko werd eindelijk naar huis gestuurd. De toepassing van de theorieën van Liberman over het winstprincipe werd vergroot.

Talrijke nieuwe rehabilitaties van slachtoffers van Stalins moordpartijen vonden plaats. Het zijn echter niet deze stappen die De Groot en zijn vrienden bedoelen, daarvoor was er teveel vreugde in “huize Felix” toen op 10 mei jl. in Moskou de naam van Stalin werd genoemd en er applaus op volgde. Is dit niet de verbetering in de beoordeling van de Stalin-periode waarvan in de resolutie sprake is?

Zoals bij stalinisten gebruikelijk is wordt ook in deze resoluties alles op een hop gegooid om de arbeiders te verwarren. Laat ons verder gaan met citeren.
Alleen reeds uit de aard en de motivering van deze stappen blijkt dat Chroesjtsjov zich aan revisionistische praktijken heeft schuldig gemaakt en dat de kritiek die daarop door andere communistische partijen jarenlang werd geoefend volkomen gerechtvaardigd en noodzakelijk was.”

Wij kunnen ons niet herinneren ooit van enige communistische partij de eis tot afzetting van Lysenko en Doedintsjev gehoord te hebben. Evenmin durven bekritiseren. Wel missen wij nog steeds vele rehabilitaties van bolsjewieken zoals Trotski, Zinovjev, Kamenev, Radek, enz. enz. Inderdaad hebben zij die door De Groot revisionisten genoemd worden pogingen gedaan de relaties met China te verbeteren. Mao eist echter ongedaanmaking van de destalinisatie en daaraan kunnen de Russische leiders niet meer voldoen, zelfs als zij het zouden willen. De communistische partijen die nu gelijk krijgen van De Groot hadden helemaal geen gelijk. Hadden zij wel gelijk dan zijn alle misdaden van Stalin, waaronder het uitroeien van de oude garde van bolsjewieken, de opheffing van de Komintern enz. enz. geen misdaden geweest, en dat bedoelt Paul de Groot. Want hij is medeplichtig aan al deze misdaden.

Wat is de aard van de anti Chroesjtsjov lijn in Rusland en wat is de motivering waarvan de resolutie spreekt?

De opvolgers van Chroesjtsjov hebben als voornaamste bezwaar tegen hem aangevoerd, dat hij te grillig was, dat hij teveel op eigen houtje deed. Wij laten in het midden of deze kritiek juist is, fundamenteel is hij niet. Tegen de liberalisering en democratisering hebben de nieuwe leiders zich niet uitgesproken. Als de Chinezen spreken over revisionisme, dan bedoelen zij de economische en politieke decentralisering, de aanvang van het herstelproces van de proletarische, leninistische-democratie in Rusland en vooral in Joegoslavië. De Groot papegaait de Chinezen na. Bewijs?

In de reeds geciteerde resolutie wordt voornamelijk gesproken over de strijd tegen het revisionisme. Het meest belangrijke fenomeen in de communistische wereld op dit moment: de destalinisatie wordt maar dan ook niet één keer genoemd. Beter gezegd, hij is er wel maar onder de naam: revisionisme.

De vernietiging van het revisionisme (lees: democratisering en ontbureaucratisering) wordt als absolute voorwaarde gesteld voor het verwijderen van enkele dogmatische schoonheidsfoutjes bij de Chinezen. Er staat:
Het belangrijkst is het onverzoenlijk voeren van de principiële strijd tegen het revisionisme en dogmatisme, waartoe in de verklaringen van 1957 en 1960 overeengekomen was (daar was Chroesjtsjov overigens bij! E.J.) in alle communistische en arbeiderspartijen. Het bereiken van een nieuwe eenheid en een gemeenschappelijke marxistische-leninistische algemene lijn hangt thans in eerste instantie af VAN DE ONVOORWAARDELIJKE VEROORDELING EN STOPZETTING VAN DE REVISIONISTISCHE PRAKTIJKEN (dus het onvoorwaardelijk aanvaarden van het Chinese standpunt! E.J.) die Chroesjtsjov in de internationale discussie en in de betrekkingen tussen de communisten in de wereld heeft ingevoerd (hoe is het mogelijk dat alle communisten in de wereld – de slimme De Groot incluis! – zich dat na de ervaring met Stalin hebben laten welgevallen? E.J.) van de strijd tegen de vervlakking van het politieke bewustzijn en de ondermijning van de strijdbaarheid tegen de ondermijning van het democratisch centralisme. (was het Chroesjtsjov of De Groot die Wagenaar, Gortzak, Reuter, Brandsen en vele anderen als Speidelknechten uit de partij zette? E.J.)”.

En ten slotte:
Het partijbestuur is van mening dat ook tegen de dogmatische opvattingen van de Communistische Partij van China de discussie moet worden voortgezet, maar dat de liquidatie van de revisionistische praktijken van Chroesjtsjov de voorwaarde is om dit op vruchtbare wijze te doen.”


De zaak is duidelijk: Met de revisionisten spreekt men niet, die moeten zich onvoorwaardelijk overgeven. Met de dogmatici wordt gediscussieerd. Een fraai staaltje van democratisch centralisme.

Nu de dogmatiek van de Chinezen. Wat bedoelt De Groot met deze dogmatiek waarover gediscussieerd moet worden? De Chinezen hebben mond-kritiek op de politiek van vreedzame co-existentie en op het Russische standpunt van de mogelijkheid om door middel van het burgerlijke parlement in de kapitalistische landen tot de overname van de macht door de arbeiders te komen. Deze kritiek is juist. Beide opvattingen van de Russen zijn inderdaad revisionistisch. Bij de opsomming van revisionistische praktijken van de Russen komen wij deze kritiek bij De Groot niet tegen.

Wij spreken van “mond-kritiek” van de Chinezen omdat wij denken aan de ondersteuning die zij en de pro-Chinese PKI bv. geven aan het regiem van Soekarno in Indonesië terwijl de machtsovername daar reeds jaren voor het grijpen ligt.

Het werkelijke revisionisme wordt door de CPN-leiding niet veroordeeld en wat aan Chinese kritiek op dit revisionisme geleverd wordt, noemt De Groot: dogmatisme.

De Groot gooit de merken door elkaar omdat hij dezelfde revisionistische opvattingen heeft over vreedzame co-existentie en het vreedzaam overnemen van de macht, als de Russen. In de tweede resolutie staat:
Het partijbestuur kennis genomen hebbende van het voornemen om een conferentie van 17 communistische partijen uit de kapitalistische landen van Europa te houden, verklaart zich bereid hieraan deel te nemen en stelt voor de agenda uit de volgende punten samen te stellen: 1. De Europese vraagstukken die van centraal belang zijn voor de veiligheid en de vrede en voor de strijd voor democratie.”

Een aantal regels verder staat:
De solidariteit in de strijd voor de opheffing van alle beperkingen van de parlementaire democratie in alle kapitalistische landen van Europa.”

Geen communist kan bezwaar hebben tegen het gebruik van de burgerlijke democratie ten behoeve van de strijd voor het socialisme. Het is echter niet toevallig dat in beide resoluties het woord socialisme niet eens voorkomt. Men spreekt van strijd voor “de veiligheid, de vrede en de democratie!” Hebben wij toch nog met reformisten te doen die denken de macht te zullen ontvangen uit handen van de aandeelhouders van de Unilever, de Aku en Philips in de Tweede Kamer? Wat de politiek van De Groot c.s. is, is duidelijk. Zij onderschrijven alle onjuiste standpunten van Russen en verwerpen de juiste. Voor alles echter moet de ontbureaucratisering ongedaan gemaakt worden, daarom wordt de destalinisatie verworpen. Het in ere herstellen van Stalin juicht men toe. Men veroordeelt de juiste kritiek van de Chinezen als dogmatiek.

Maar met de destalinisatie wordt ook de hulp van de Sovjet-Unie aan de bevrijdingsbewegingen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika verworpen, want deze is een product van de destalinisatie. Het is daarom dat in Nederland de CPN-leiders ontbreken bij de praktische ondersteuning van de koloniale revolutie. Noch in het Algerije-, Angola-, noch in het Zuid-Afrika of het Cubacomité kan men een vertegenwoordiger van de CPN vinden. En dat zijn de heren die Chroesjtsjov beschuldigen van “proclamatie van proletarisch internationalisme in woorden en de nationale beperktheid in de praktijk.”

De vraag is hoelang de leden van de CPN dit geknoei van hun knoeisjef [Knoeisjef noemde Paul de Groot Chroesjtsjov toen deze secretaris van CPSU werd.] nog zullen aanzien.

18 mei 1965
E.J.