G.v.d. Sluis

Amilcar Cabral was in Nederland


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, mei 1965, jg. 8. Dank aan Rob Gerretsen
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren? — Graag bronvermelding !

Qr-MIA

       


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


In Afrika is het Portugese imperialisme, gesteund door NAVO-wapens, in een strijd op leven en dood gewikkeld met de revolutionairen in Angola, Mozambique en “Portugees” Guinee. Op leven en dood, en dat wil in dit geval zeggen: de dood van het Portugese fascisme dat, als een der laatste West-Europese landen, geconfronteerd wordt met de voorhoede van de Afrikaanse revolutie die vastbesloten is alle resten van het eeuwenoude kolonialisme op te ruimen; zowel op politiek als op economisch terrein.

De lezers van De Internationale weten dat wij regelmatig berichten brengen over de strijd tegen Salazars Portugal, en dat wij, waar we kunnen, deze strijd ondersteunen. Het was voor ons dan ook een bijzonder groot genoegen Amilcar Cabral, de secretaris-generaal van de PAIGC, de partij die de strijd, op “Portugees” Guinee leidt, te ontmoeten tijdens zijn bezoek aan Amsterdam waar hij uitgenodigd was door het Angola Comité.

Men heeft inmiddels kunnen lezen dat door allerlei machinaties de heer Van Hall, de zogenaamd socialistische burgemeester van Amsterdam, de filmvoorstelling die het Angola Comité over de strijd in “Portugees” Guinee had willen geven verbood. De VARA (in de uitzending Achter het Nieuws) besloot toen fragmenten van de film voor de televisie uit te zenden en ook Cabral aan het woord te laten. De maatregelen van de arbeidsvijandige Van Hall, die in het verleden ook meende diverse leuzen van antiatoombom demonstranten te moeten verbieden, werkten dus averechts. Nu hebben tienduizenden Nederlanders kennis genomen van de dappere strijd die de PAIGC voert.

De gewapende strijd in “Portugees” Guinee is in 1962 begonnen, nadat de Portugese kolonialisten een bloedige slachting hadden aangericht onder de deelnemers aan een vreedzame betoging van havenarbeiders.

De strijd, die in het land zelf begonnen is, was zwaar en is dat nog. Maar het bijzonder verheugende is dat de PAIGC (de Afrikaanse Partij voor de onafhankelijkheid van Guinee en de Kaapverdische Eilanden), uiteraard dankzij de actieve steun van de bevolking, erin is geslaagd de Portugese heersers zulke zware slagen toe te brengen: Cabral vertelde dat zijn partij nu al bijna de helft van het land onder controle heeft.

“Portugees” Guinee is veel kleiner dan de twee andere Afrikaanse kolonies, maar de toestand waarin de autochtone bevolking verkeert is niet beter; er is dwangarbeid, de kindersterfte is hoog en ondervoeding komt geregeld voor onder de 800.000 inwoners (waarvan ruim 3.000 blanken zijn). In de op de Portugezen veroverde gebieden reorganiseert de PAIGC onmiddellijk het sociale en economische leven. In elk dorpje probeert men een school op te richten (wat vaak moeilijk is door gebrek aan materiaal), waar mogelijk wordt een coöperatieve productievorm ingevoerd, de productie zelf wordt opgevoerd (de rijstproductie in de bevrijde gebieden is al aanzienlijk toegenomen!), en de bevolking wordt geleerd dat ze zelf medeverantwoordelijk is voor de situatie. Dat de PAIG bij de uitvoering van een dergelijk program met enorme moeilijkheden te kampen heeft is duidelijk: een primitieve bevolking die eeuwen lang onderdrukt is, kan men niet in een paar weken alle aspecten van de vrijheid bijbrengen.

Kameraad Cabral vertelde ons dat er eigenlijk aan alles gebrek is in zijn land, uitgezonderd aan het hoofdvoedsel, rijst. “Maar vooral textiel hebben we nodig, kleding, en Holland is een belangrijk productieland van textiel. Wij staan open voor elke soort van hulp. Ik hoop ook dat nu en in de toekomst technisch kader naar ons land zal komen, ik denk aan de ervaring die men in Holland heeft opgedaan met de droogleggingen, maar ook aan de kennis die velen bezitten over de tropische gebieden.” (Het westen van “Portugees” Guinee is bijzonder moerassig met vele eilanden).

Hoe is de samenwerking met de andere bevrijdingsbewegingen in de Portugese koloniën? “Die samenwerking is goed, en ze is nog beter geworden nu in alle drie gebieden de gewapende strijd is begonnen. De samenwerking manifesteert zich in de CONCP, het overkoepelend orgaan waarin behalve de PAIGC ook de bevrijdingsbeweging van Mozambique en de MPLA, die de strijd in Angola voert, zijn vertegenwoordigd. Eind mei is er een conferentie van de CONCP in Dar es Salaam in Tanganyika. Ik hoop dat we het eenheidsfront tegen het Portugese kolonialisme dan nog meer kunnen verstevigen.”

Cabral heeft ons verder uitvoerig van de strijd in zijn land verteld. Zijn partij wordt geholpen door o.a. de regeringen van Algerije en Guinee die wapens en ander materiaal leveren. In het begin van het vorig jaar is de strijd om het eiland Como bijzonder zwaar geweest. De Portugezen hebben toen gedurende 75 dagen het door de PAIGC bezette eiland aangevallen met vliegtuigen en artillerie. De aanvallen werden echter afgeslagen, 600 Portugezen sneuvelden. Wij vroegen kam. Cabral wat de vooruitzichten van de strijd op de Kaapverdische eilanden zijn: “De strijd is er eigenlijk al begonnen, dat wil zeggen de politieke strijd. We bereiden onder de bevolking de opstand voor, die weldra zal beginnen. De eilanden zijn ook strategisch voor ons van belang omdat we moeten verhinderen dat, als “Portugees” Guinee bevrijd zal zijn, de Portugezen deze eilanden als basis zullen gebruiken om het vasteland weer aan te vallen.”

Desertie

Hoe is de toestand bij de Portugese soldaten?
“Die is, zoals in elk koloniaal leger, slecht. Vooral als de soldaten enige tijd in Afrika zijn, demoraliseren ze snel. Er zijn er bij die deserteren en naar PAIGC komen. Maar de meesten deserteren eigenlijk al in Portugal. Er zijn tientallen jongens die, als ze worden opgeroepen, onderduiken of vluchten naar Frankrijk en andere landen.” Een van die gedeserteerde soldaten, Tridade Tavarès, heeft, toen hij gevlucht was en in Conakry (de hoofdstad van het aangrenzende Guinee) was aangekomen verklaard: “De gedachte om te deserteren kwam het eerst bij mij op, toen ik zag hoe een Afrikaanse moeder met een kind op haar rug werd neergeschoten... We hadden de opdracht te schieten op alles wat bewoog. Oude mensen, vrouwen, kinderen, elke Afrikaan werd als vijand beschouwd.” Zó hard zijn de slagen die het Portugese imperialisme in “Portuges” Guinee te incasseren krijgt dat zelfs de communiqués van het ministerie van Oorlog te Lissabon niet meer ontkennen dat de nationalisten in vele gebieden (en die worden dan met name genoemd) “actief” zijn: de parades die de fascistische troepen regelmatig houden in Bissau, de hoofdstad, kunnen aan dit feit niets veranderen. De situatie voor de kolonialisten is reeds zo ernstig dat door de ontwrichting van de economie (sabotage van transporten, vernietigen van opslagplaatsen etc.) in hetzelfde Bissau nú rijst moet worden geïmporteerd terwijl dit vroeger juist een exportproduct was.

De strijd in “Portugees” Guinee gaat door, ze is zwaar, maar tegelijkertijd hoopvol omdat een bevrijd Guinee, waar door de PAIGC socialistische maatregelen doorgevoerd zullen worden, een voorbeeld zal zijn voor de Afrikaanse volkeren die nog gebukt gaan onder het kolonialistische of neokolonialistische juk. En ze zal bovendien het reeds bestaande verzet in Portugal aanwakkeren. Het zijn vooral de studenten van de universiteiten van Lissabon en Coimbra geweest die de laatste maanden zulke heldhaftige demonstraties hebben gehouden tegen het Salazar-regiem. Het zijn deze zelfde studenten die ook opkomen voor de vrijheid van de Afrikanen die nu nog onder koloniale verhoudingen leven. Dit gemeenschappelijk optreden, ondanks de afstand, is een van de meest verheugende gebeurtenissen: het fascisme wordt bestreden: in het moederland én in de koloniën.

G. v. d. Sluis

(Enkele van de hier bovenstaande gegeven zijn ontleend aan het speciale bulletin dat het Angola Comité heeft uitgegeven over “Portugees” Guinee. Ook de andere uitgaven van dit comité – [adres] – bevatten waardevolle informatie).