Leen Kempers

‘Kontrast’ en Trotski


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, mei 1965, jg. 8. Dank aan Rob Gerretsen
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren? — Graag bronvermelding !

Qr-MIA

       


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Twee opeenvolgende nummers van Kontrast, het blad voor jonge CPN-intellectuelen, hebben ons duidelijk gemaakt hoe zeer men in de stalinistische hoek nog met het “probleem-Trotski” worstelt.

Het eerste nummer van Kontrast (1964, nr. 5) waar de naam Trotski in voorkomt is bijna geheel gewijd aan Herman Gorter. Als H. v. Maren Gorters politieke opvattingen behandelt en diens conflict met Lenin, komt uiteraard ook Gorters bezoek aan Moskou (november 1920) ter sprake. Gorter verdedigt in Moskou tijdens twee zittingen van het Uitvoerend Comité van de Communistische Internationale de opvattingen van de KAPD.

Wat meldt Van Maren ons nu over de manier waarop Gorter werd bestreden?

“De belangrijkste repliek werd uitgesproken door Trotski. Deze begaafde redenaar, in wiens latere kritiek op de Komintern en de CPSU overigens een aantal elementen van Gorters hier door hem zo bestreden opvattingen terugkeerde, hield, extra uit zijn tent gelokt door Gorters zelfingenomenheid en neerbuigende houding jegens de “Aziatische” Russen, een scherp, niet van sarcasme ontbloot betoog, dat van Gorters stellingen niet veel overeind liet.”

Dit citaat is een wonderlijke mengeling van juistheid en geschiedvervalsing. Het is wáár dat de belangrijkste repliek van Trotski kwam en dat hij van de KAP-opvattingen zoals die door Gorter werden verdedigd niets heel liet. Dat Trotski een “begaafd redenaar” was? Och, het lijkt ons niet het belangrijkste; wel is het interessant om te zien dat de destalinisatie in Nederland nu ook al zover gevorderd is dat deze kwalificatie kennelijk de censuur kon passeren. Maar wat belangrijker is: Van Maren beweert dat Trotski later (in zijn “kritiek op de Komintern en de CPSU”) elementen van Gorter overnam! En dat nu hadden we juist zo graag door de schrijver in Kontrast eens aangetoond willen zien aan de hand van citaten uit de kritiek die Trotski inderdaad had op de Komintern en de CPSU. Van Maren waagt zich daar niet aan en volstaat met een bewering die door het gros van de Kontrast-lezers, onkundig van de werkelijke geschiedenis van de Russische Communistische Partij en de Komintern, wel geslikt zal worden.

Deze zelfde Van Maren brengt in een volgend nummer van Kontrast (februari 1965) Trotski opnieuw ter sprake. Ditmaal in verband met het verschijnen van een boek van de Engelse CP’er R. Palme Dutt waarin ook de Comintern en het stalinisme worden behandeld. De criticus van het boek neemt enige argumenten van Palme Dutt over, o.a. waar deze de Komintern verwijt een foute analyse gemaakt te hebben m.b.t. de beoordeling van het fascisme en de sociaaldemocratie. (Deze kritiek is evenwel nauwelijks schokkend meer, sinds ook Paul de Groot – in Politiek en Cultuur – de theorie van het “sociaalfascisme” heeft bestreden. Dit weliswaar dan allemaal na dertig jaar en nadat Hitler aan de macht is gekomen!)

“Gelukkig”, deelt van Maren mee, werd “enkele jaren later” deze “theorie” van het “sociaalfascisme” losgelaten, maar hij zegt er niet bij dat het juist Trotski was die tegen deze “theorie” onophoudelijk ageerde.[1]

Uit zijn artikeltje blijkt ook dat criticus Van Maren instemt met dat wat Palme Dutt schrijft over “bepaalde onwikkelingen en gebeurtenissen in de Sovjet-Unie”. Palme Dutt is namelijk van mening dat men deze “gebeurtenissen” (bedoeld is uiteraard de terreur waarvan tienduizenden, waaronder honderden vooraanstaande bolsjewieken, het slachtoffer zijn geworden, de verbureaucratisering, de anti-internationalistische politiek van de Komintern etc. etc.) niet alleen maar uit de persoonsverheerlijking verklaard kan worden en dat er een “complex van verschijnselen” is geweest die voor de degeneratie van de eerste arbeidersstaat verantwoordelijk is: kapitalistische omsingeling, economische en culturele achterlijkheid van de Sovjet-Unie in de beginjaren enz. Het zijn factoren die ook Trotski in zijn beoordeling van de situatie in de Sovjet-Unie en bij zijn verklaring voor het ontstaan van het stalinisme, steeds heeft betrokken. Van Maren maakt dan gewag van een “gespannen waakzaamheid tegen binnen- en buitenlandse vijanden” die vereist was. En nu komt Trotski weer ter sprake, en om een goed inzicht te kunnen krijgen in de verwarring die er bij deze (en ongetwijfeld ook andere) jonge CPN-intellectueel bestaat, laten we het volledige citaat volgen. Gespannen waakzaamheid dus:

Met alle kans, op excessen van dien. Deze omstandigheden hebben zeker de negatieve eigenschappen, die in Stalin in de kern aanwezig waren, zeer versterkt. Evenals trouwens binnenlandse opposities, waarvan die in de partij het gevaarlijkst waren. Het staat vast, ook al zullen mogelijk, t.z.t. enkele van de beschuldigingen tegen de in de grote processen veroordeelde oppositiegroepen worden ingetrokken, dat deze uit waren op de omverwerping van het socialistische regiem. Men leze er de geschriften van Trotski maar op na. Van diens rol en de politieke richting, waaraan zijn naam verbonden is, geeft Palme Dutt een interessante karakteristiek. Overigens lijkt ons het gebruik van deze naam in de huidige discussie in de internationale communistische wereld onnodig. Het heeft lange tijd zin gehad in een bepaalde fase in de ontwikkeling van de Sovjet-Unie en de communistische partijen. Het heeft deze zin voor een goed deel verloren. Door het veelvuldig gebruik van de naam houdt men de mythe Trotski, die in 1940 in Mexico bevestigd werd, kunstmatig in leven.”

We hebben hier zo uitvoerig geciteerd om alle elementen: angst, onzekerheid, vervalsing, tot hun recht te laten komen.

Het is ongetwijfeld een stap vooruit dat Van Maren, mét Palme Dutt, de degeneratie van de eerste arbeidersstaat uit meer dan één factor verklaart, al is deze analyse bij lange na nog niet toereikend. Wat dat betreft zijn verschillende groepen onder de Franse communistische studenten (blijkens artikelen in hun blad Clarté) veel verder. Wat Van Maren schrijft over de opposities in de Russische communistische partij is onthullend. Hij acht het “mogelijk” dat “t.z.t.” enkele van de beschuldigingen, zo als die zijn geuit tijdens de grote monsterprocessen in de jaren dertig, zullen worden ingetrokken. Van Maren blijkt hier toch wel bijzonder slecht op de hoogte van de geschiedenis van de laatste jaren. Want – nog afgezien van de “onthullingen” die Chroesjtsjov deed op het XXste partijcongres – de laatste jaren zijn al veel van die beschuldigingen ingetrokken: Krestinski, Toechatsjewski, Boecharin en vele andere minder bekenden werden geheel of gedeeltelijk gerehabiliteerd. De grote angst van Van Maren voor nog verdere “onthullingen” blijkt echter uit de onbeschaamde stelligheid waarmee hij beweert dat wat er ook nog gebeuren zal – het karakter van de oppositiegroepen, namelijk de wil om het socialistische regiem “omver te willen werpen”, vast staat.

En als bewijs volgt daar dan op: “Men leze er de geschriften van Trotski maar op na.”! Dit is een grove leugen die de schrijver op geen enkele manier waar kan maken.[2] Er is geen enkel geschrift van Trotski (met Lenin de voornaamste leider van de Russische Oktoberrevolutie en de grote organisator van het Rode Leger) te vinden waarin hij een dergelijke omverwerping propageert. Integendeel, Leon Trotski heeft zijn hele leven, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden, opgeroepen tot de onvoorwaardelijke verdediging van de Sovjet-Unie. Hij deed dat toen hij uit de staat die hij had helpen opbouwen, werd verbannen, hij verdedigde de SU toen zijn zoon Leo Sedov vermoord werd door de GPOe de stalinistische terreurorganisatie waarvan hij ten slotte ook zelf het slachtoffer werd, en hij bleef zijn standpunt verdedigen ook toen het Molotov-Ribbentroppact werd gesloten.

Wij tarten de heer Van Maren een geschrift van Trotski te noemen dat zijn bewering zou staven. Dat kan deze Kontrast-schrijver niet en waarschijnlijk weet hij dat want hoe is anders zijn angst verklaarbaar als hij aanraadt de naam Trotski maar niet meer te bezigen: er zouden eens CPN’ers kunnen zijn die nu eindelijk willen weten wat deze jarenlang belasterde Trotski wél heeft geschreven en beweerd. Voor deze waarheid is Van Maren, en de hele leidende CPN-kliek, bang. De laatste zin, waarin gesproken wordt van de “mythe Trotski” die in 1940 in Mexico “bevestigd” zou zijn, is voor ons onbegrijpelijk; men moet wel bijzonder ingewijd zijn om dit orakeltaaltje van Felix Meritis te begrijpen.

Vast staat dat in 1940 Trotski op last van Stalin werd vermoord en dat de moordenaar enige jaren geleden, nadat hij zijn straf had uitgezeten, kon afreizen naar Tsjecho-Slowakije.

Als Van Maren werkelijk een einde wil maken aan wat hij noemt de “mythe Trotski” dan is er slechts één methode: de opvattingen en theorieën van Trotski bestuderen en ter discussie brengen. Dat de denkbeelden van deze grote revolutionair, deze eerste bestrijder van het stalinisme, ook zullen doordringen in de CPN, daarvan zijn wij overtuigd. De democratisering van het communisme kan niet tegengehouden worden; zeker niet door dom geschrijf als dat van Van Maren.

Leen Kempers

_______________
[1] Het is deze “theorie” van het “sociaalfascisme” geweest die het aan de macht komen van Hitler mogelijk maakte, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien.
[2] Het was Wysjinski die deze beschuldiging als openbare aanklager in de Moskouse processen op last van Stalin formuleerde. En het is deze zelfde Wysjinski waarvan enkele weken geleden in de Sovjetpers is geschreven dat hij bij herhaling de Sovjetlegaliteit heeft overtreden!