E.J.

Een regering met “socialisten”


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, mei 1965, jg. 8. Dank aan Rob Gerretsen
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren? — Graag bronvermelding !

Qr-MIA

       


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Met z’n dertienen hebben ze het niet aangedurfd en daarom heeft Vondeling Cals Bot laten vangen. Of hebben Vondeling en z’n vrienden bot gevangen? De nieuwe regeerders hebben nog niet de gelegenheid gehad zich aan de kamer te presenteren of de ondernemers hebben reeds laten weten, dat de “socialisten” geen grapjes moeten uithalen.

Wij doelen op de verklaring van de voorzitter van het CSWV (Centraal Sociaal Werkgevers Verbond), ir. Bosma. Deze is namelijk van mening “dat we toegroeien naar een situatie van scherpere verhoudingen tussen werkgevers en werknemers”.

Allicht. Als wij in de plaats waren geweest van de heer Bosma hadden wij hetzelfde beweerd na zulk een schaamteloze capitulatie van de PvdA.

De grote bourgeoisie in VVD en CHU heeft Marijnen ten val gebracht. Het kleinburgerdom in de KVP en de AR was echter niet bereid om de ruk naar rechts, die ook hun eigen rechtervleugels wilden, mee te maken. Het zocht steun bij de PvdA die gek van geluk nagenoeg alles slikte om maar in de regering te komen waaronder twee forse huurverhogingen van 10 %. De bourgeoisie is, nadat hij de commerciële televisie niet heeft kunnen doordrukken, niet bij de pakken gaan neer zitten en heeft integendeel de aanval geopend op de vakbeweging. Deze heeft op de meest lamlendige manier gereageerd. Roemers zei op 17 april in een gesprek met een redacteur van Het Vrije Volk: “Ik heb er geen bezwaar tegen dat de werkgevers om huurverhoging vragen, maar dan moet ir. Bosma zich in zijn censuur op de vakbeweging wel iets matigen.”

Kan van zulk een voorzitter van het NVV verwacht worden dat hij strijd zal voeren tegen de huurverhoging, die de arbeiders niet willen? De heer Roemers dekt de schandelijke uitverkoop die de PvdA-leiders hebben gehouden. Roemers stelt Bosma gerust: Vreest ons niet, wij zullen geen eisen stellen die u onwelgevallig zijn. Onze ministers zullen uw kapitalistische staat niet ondermijnen. Op ons laatste partijcongres hebben wij aangekondigd de verhouding met de VARA en het NVV nog losser te maken. Het mei-feest houden wij centraal in Utrecht, waar maar weinig mensen naar toe kunnen en de VARA speelt alleen op zon- en feestdagen nog maar de oude strijdliederen waarin sprake is [van] socialisme enz. enz.

Het Vrije Volk schreef op 3 april: “Bij de eisen waarmee het nieuwe kabinet rekening zal moeten houden behoort stellig de eis van een uitkering ineens die de drie vakcentrales op tafel hebben gelegd.”

Bosma slaat Roemers met zijn eigen woorden onder tafel. Wij citeren weer Het Vrije Volk (15 april): “Vorig jaar hebben we afgesproken, aldus ir. Bosma, dat we deze zaak (de uitkering ineens) na een half jaar nog eens zouden bekijken. Maar nu al komt de eis van een uitkering ineens in de publiciteit, enz. De heer Bosma die niet ontkende dat ook de werkgeversorganisaties spanningen kennen, had de indruk dat de vakbeweging al heftig begint te reageren als de werkgevers eens een keer “neen” zeggen. En dat terwijl NVV-voorzitter drs. D. Roemers ongeveer een jaar geleden zei, DAT DE WERKGEVERS OOK EENS “NEEN” MOETEN DURVEN ZEGGEN.” (Vet van ons, E. J.). Vondeling is minister van Financiën geworden en het is uitgesloten dat hij stelling zal nemen vóór de arbeiderseisen. De ondernemers staan op het standpunt, dat hoewel het tekort op de betalingsbalans op 1 miljard was geraamd en het in feite maximaal 750 miljoen zal bedragen over 1965, er een overschot van 500 miljoen behoort te zijn. Vondeling kan aan het spel meedoen of de tent weer verlaten. Voor zo’n stoere jongen zien wij hem niet aan.

Voor de arbeiders is er niet veel veranderd. Voor ons blijven dezelfde problemen bestaan. De sluipende inflatie, die de werkelijke waarde van de lonen ondermijnt gaat voort. Geen glijdende loonschaal in het programma van de socialistische minister van Financiën om de lonen tegen de inflatie te beschermen. Geen nationalisatie van het woningbezit en de woningbouw om een einde te maken aan de woningnood en de praktijken van bouwondernemers en huisbazen. Geen uittreden uit de NAVO om het oorlogsgevaar te verminderen. Geen verhoging van de AOW en andere sociale uitkeringen tot de basis van de kosten van levensonderhoud. Geen volledige erkenning van het stakingsrecht. Geen vermindering van de diensttijd, geen studieloon voor arbeiderskinderen. Neen voor de arbeiders is er geen reden tot vreugde, maar wel tot strijd en vertrouwen in eigen kracht.

E. J.