Verenigd Secretariaat van de 4e Internationale

Resolutie – Politieke crisis en revolutionaire perspectieven in Argentinië

Aangenomen door het congres

Bron: De Internationale, 1975, nr. 3-4, 1ste kwartaal [?], jg. 3
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Qr-MIA


1 Historische crisis van het systeem


1 Argentinië wordt in beroering gebracht door een economische, sociale en politieke crisis die, buiten veelvuldige conjuncturele schommelingen zich uitstrekt over twee decennia en die, wat sommige aspecten betreft, teruggaat naar de dertiger jaren.

In het kader van een kapitalistisch regime, dat tengevolge van de greep van het imperialisme slechts een verwrongen en onbestendige ontwikkeling had gekend, bood voor de industriële bourgeoisie het peronisme de meest geschikte politieke formule. Het regime van generaal Peron maakte inderdaad een belangrijke versterking van het binnenlandse kapitaal mogelijk, zowel in verhouding tot de traditionele conservatieve klassen als tot het buitenlandse kapitaal. Door een geforceerde bonapartistische techniek slaagde het erin een betrekkelijk evenwicht tussen de bourgeoisie en de uitgebuite klassen tot stand te brengen. Een evenwicht dat, hoewel het in laatste analyse, het zo efficiënt mogelijk functioneren van het systeem onder de gegeven omstandigheden waarborgde, niettemin de arbeidersklasse en andere volkslagen reële voordelen verschafte. Peron kon door de steun van de massa’s deze sociale en politieke herstructurering tot stand brengen die het mogelijk maakte de in die periode door de internationale situatie geschapen uitzonderlijke omstandigheden uit te buiten. Maar teneinde die steun te verwerven was hij gedwongen concessies te doen aan de gemobiliseerde arbeidersklasse die de belangrijkste overwinningen uit haar geschiedenis in de wacht sleepte (veralgemening van de vakbondsorganisatie, interne commissies, rechten binnen de ondernemingen, sociale wetten, aanzienlijke verhoging van het levenspeil, enz.).

Juist deze werkelijkheid verklaart waarom het peronisme voor burgerlijke lagen ook nu nog een op korte en middellange termijn bruikbare oplossing kan lijken en zeer brede sectoren van de volksmassa’s hoop geeft op een radicale sociale en politieke verandering.


Het succes van de peronistische formule werd nauwkeurig bepaald door de tijdens de tweede wereldoorlog bestaande situatie, door de dwingende economische noodzakelijkheden van de Europese kapitalistische landen in hun opbouwfase vlak na de oorlog en, in mindere mate, door de met de Koreaanse oorlog verbonden economische hausse. Zodra deze situatie verandert, zodra de wereldmarkt niet meer dorst naar bepaalde landbouwproducten en de kapitalistische concurrentie opnieuw losbarst wordt het Argentijnse sociaaleconomische evenwicht verbroken en tekent zich een ernstige crisis af. Vanaf het begin van de jaren vijftig moet Peron zich oriënteren op een “rationalisatie” en op het zoeken naar imperialistische kapitalen. Een dergelijke politiek veroorzaakt ernstige spanningen tussen zijn regime en sectoren van de arbeidersklasse.


2 De val van Peron, het resultaat van meerdere en tegenstrijdige factoren, opent een etappe van voortdurende instabiliteit. De objectieve bases van het bonapartistische regime, dat de politiek van het industriële kapitalisme de steun van het volk had verschaft, bestaan niet meer en de heersers slagen er niet in een nieuwe formule, hoe weinig stabiel ook, te vinden. De industriële bourgeoisie wordt diep geschokt door de crisis, is niet in staat oplossingen aan te geven en moet een harde strijd leveren met de arbeidersklasse die zich in het defensief bevindt maar in staat is om in de vijf jaar na de omverwerping van Peron met buitengewone kracht strijd te leveren. Het leger begint naar voren te komen als waarborg voor het in stand houden en functioneren van het systeem maar het is op zijn beurt onderworpen aan verschillende sociale en politieke bepaaldheden, brengt geen gemeenschappelijke strategie tot uitdrukking, aarzelt om zich op directe wijze met de uitoefening van de macht te belasten en is verdeeld in tegenstrijdige stromingen. Het regime van Frondizi is een kortstondige poging om opnieuw de hegemonie van de industriële bourgeoisie te vestigen op basis van de steun van de geradicaliseerde kleine burgerij en lagen van het proletariaat die trouw zijn aan de peronistische parolen. Het frondizisme valt doordat het aan de ene kant spoedig in open conflict met de massa’s komt en er aan de andere kant niet in slaagt de economische impasse te overwinnen en aldus de tegenstoot van de meest conservatieve sectoren van de heersende klassen uitlokt.

De industriële bourgeoisie toont haar intrinsieke sociale en politieke zwakte en zij moet zich op bepaalde sectoren van het leger verlaten tot de vestiging – even kortstondig als dat van Frondizi – van het regime van Ilia dat op directer wijze de belangen van de plattelandsbourgeoisie en de lagen van de kleine plattelands- en stedelijke burgerij uitdrukt.

Het enige succes dat de heersende klasse boekt is dat vanaf 1959-60 de arbeidersklasse, hard getroffen door de werkloosheid en de verlaging van het levenspeil, in toenemende mate haar dynamiek en strijdvaardigheid verliest en aan een etappe begint van relatieve stagnatie en demoralisatie waarin zij slechts is om [een], in het algemeen, gedeeltelijke en in wezen defensieve strijd te leveren.

Het regime van Ongania, dat in juni 1966 wordt geïnstalleerd, brengt het leger op het voorste plan in een context die relatief gunstiger is voor een poging tot stabilisatie. Het nieuwe bonapartistische regime heeft als wezenlijk doel deze rationalisatie en modernisering die vóór alles tegemoetkomt aan de belangen van de meest “moderne” kapitalistische sectoren die min of meer direct met het imperialisme zijn verbonden. Behalve de betrekkelijke passiviteit van de brede massa’s, de neutraliteit of zelfs gunstige vooringenomenheid van de meerderheid van de vakbondsbureaucratie en de gedurende een hele periode minstens dubbelzinnige houding van de peronistische beweging vergemakkelijken de taak van de nieuwe regering aanzienlijk.

De beperkende maatregelen ten aanzien van de suikerindustrie in het noorden, de pogingen tot herstructurering van de spoorwegen en de reorganisatie van de havens, de invoering van een strengere controle op de universiteiten geven duidelijk de politiek aan van de dictatuur en vormen de oorzaak van de sociale en politieke conflicten van die periode.

Het bonapartisme van Ongania – die in een geheel verschillende context optrad als die van het peronistisch bonapartisme – kon slechts de belangen dienen van een zeer beperkte minderheid. Indien Ongania erin slaagde de economie gedeeltelijk weer op gang te brengen en het inflatiepeil aanzienlijk te verlagen, dan werd dat gerealiseerd door een toegenomen verpaupering, niet alleen van het proletariaat maar ook van brede lagen van de kleine burgerij.


3 Mei 1969 markeert een radicale ommekeer. In Rosario, Cordoba en Tucumán moboliseren de massa’s zich in de meest grandioze bewegingen die Argentinië ooit heeft gekend. De “cordobazo” is een grootse krachtmeting van de arbeiders en de studenten met de militaire dictatuur. Het is de uitbarsting van een nieuwe etappe van onstuimige opgang die een voorrevolutionaire situatie kenmerkt, die de na 1966 opgedrongen evenwichten doorbreekt en met name haar uitdrukking vindt in explosieve herhaalde mobilisaties.

Zowel in de traditionele aardbevingscentra van de arbeidersbeweging als in de minder geradicaliseerde steden, door harde strijd in sectoren van de arbeidersvoorhoede en in algemene stakingen die in aantallen deelnemers alle voorgaande in Argentinië en Latijns-Amerika overtreffen (november 1970 en september 1971).

In deze samenhang begint de klassenstrijd uit te lopen op de gewapende strijd en de stadsguerrilla ontwikkelt zich in alle belangrijke centra van het land.


De bourgeoisie stond aldus voor de noodzaak haar gehele oriëntatie opnieuw onder ogen te zien. Voor de arbeidersklasse deed zich de vraag voor te weten hoe, in het kader van een globale anti imperialistische en antikapitalistische strategie, de nieuwe voorrevolutionaire crisis en de nieuwe, slopende onevenwichtigheden van het systeem uitgebuit moesten worden.


4 De heersende klasse en de tegenstrijdigheden van het neoperonisme moesten het hoofd bieden aan een machtige opgang van de massabeweging en aan de stoutmoedige initiatieven van de organisaties van de gewapende strijd. Dit zonder politieke leiding, als zodanig weinig stevig en homogeen en in een economische situatie die werd gekenmerkt door een heroptreden op een hoger inflatiepeil. Zij deed haar best om, middels een beperkte techniek, afwisselend gebruik te maken van de meest brute onderdrukking en demagogische, populistische en liberalistische verlokkingskunst. Maar zij slaagde er niet in de periodieke mobilisaties van de massa’s, de radicalisatie van brede lagen van de kleine burgerij, de wederopleving van de studentenbeweging te blokkeren, noch de organisaties van de gewapende strijd te breken.

In deze context ging Lanusse over tot de politiek van het GAN (Gran Acuerdo Nacional = groot nationaal akkoord) die uitliep op de verkiezingen van maart 1973. In feite bracht de oplossing die een verharding van de onderdrukking inhield, met het aanvaarden van een reactionaire oplossing op zijn Braziliaans, te grote risico’s mee. In een situatie waarin machtige mobilisaties van de massa’s elkaar opvolgden en waarin gewapende organisaties bestonden die reeds over een rijke ervaring beschikten zou een gorilla-coup een boemerangeffect kunnen hebben en een burgeroorlog met onzekere uitkomst kunnen uitlokken.

Het GAN had met de aanvaarding van het herstel van het officiële politieke leven tot doel een overeenkomst tot stand te brengen tussen het peronisme en andere traditionele politieke stromingen (onder wie in de eerste plaats de radicalen), het invoeren van een constitutioneel kader op basis van dat compromis en van een nauwe samenwerking met de vakbondsbureaucratie en het verschaffen van essentiële controleposten aan de militairen. Door deze operatie hoopte men de voorhoeden en met name de gewapende voorhoeden te kunnen isoleren en verpletteren.

2 De arbeidersklasse, drijvende kracht van de revolutie


5 De arbeidersklasse, de fundamentele drijvende kracht van de revolutie, heeft in de laatste dertig jaar een buitengewoon rijke ervaring opgedaan. Zij was de hoofdpersoon in een uiterst breed scala van strijd voor haar eisen, lopende van het normale vakbondsconflict tot fabrieksbezettingen en gijzelingen, van grote mobilisaties en plotselinge, aan opstand grenzende uitbarstingen, van harde defensieve strijd, van initiatieven tot embryonale gewapende strijd, lopend van de meest elementaire sabotage tot de stoutmoedigste vormen van stadsguerrilla. Zij heeft machtige vakbonden opgebouwd die, ondanks hun ontstaansgeschiedenis en de door hen aanvaarde ideologie, voor het bewustzijn van de breedste massa’s waardevolle instrumenten gebleken zijn en in bepaalde perioden de taak hebben vervuld van de verdediging van de onmiddellijke belangen en de elementaire rechten van de arbeiders. Zij vertegenwoordigt een relatief homogene sociale kracht met een enorm specifiek gewicht in het politieke leven van het land: haar mobilisatie, samen met de loontrekkers van het transport – en van de dienstverlenende bedrijven, is op zich in staat iedere activiteit te verlammen zoals de meest betekenisvolle algemene stakingen dat bij meerdere gelegenheden hebben aangetoond. De tegenstrijdigheid van de Argentijnse arbeidersbeweging is te vinden in het feit dat het proletariaat een hoog organisatieniveau heeft bereikt en haar beslissendste politieke mobilisaties heeft gerealiseerd onder de hegemonie van het peronisme waarvan de leiding de belangen van de industriële bourgeoisie tot uitdrukking bracht.

Vanaf het begin der jaren zestig begonnen zich belangrijke veranderingen voor te doen. Uit een structureel gezichtspunt was het de arbeidersklasse van de grote steden in het binnenland die, opgenomen in de moderne industriële sectoren, een steeds groter specifiek gewicht bereikte. Politiek gezien hadden de mobilisaties hun haard eerst in de streek van Tucumán, met een strijd die met een grote strijdlust gevoerd werd maar strategisch defensief was en dus gedoemd om buiten adem te raken, vervolgens vooral in Cordoba dat ontegenzeggelijk het zenuwcentrum van de sociale en politieke botsing werd.

Dat ging hand in hand met de opkomst van jonge arbeiderslagen die niet geleden hadden onder de negatieve druk van de stagnatie en demoralisatie. Brede voorhoeden rijpten politiek onder de invloed van de Cubaanse revolutie en de door het castrisme in verscheidene landen van Latijns-Amerika aangemoedigde gewapende strijd. De crisis van de communistische beweging en het China-Sovjetconflict hadden eveneens repercussies in de milieus van de KP. Aldus viel in de bewegingen van Cordoba en Rosario in 1968 een belangrijke rol toe aan zeer strijdbare arbeiders die niet in de traditionele arbeidersbeweging waren opgenomen. Op die manier kwam er in de vakbonden een steeds duidelijker differentiatie naar voren door manifestaties van ongelijk belang die echter in het algemeen in dezelfde richting gingen: versterkte radicalisering van de regionale leidingen, vorming van de CGTA (Confederacion General del Trabajo de los Argentinos – een linkse vakbondsorganisaties geleid door Raimundo Ongaro), vorming van antibureaucratische stromingen, vorming van bedrijfsvakbonden die uitdrukking gaven aan de druk van onderop en de revolutionaire aspiraties van arbeiderslagen van de politieke voorhoede. Zij besloten te breken met de routinepraktijken, het geweld van de onderdrukkingsapparaten te beantwoorden en stelden in een kort termijn perspectief de problemen van de gewapende strijd aan de orde en begonnen op dat terrein te opereren. Het voorbeeld van de Tupamaros in Uruguay was een bijkomende stimulans.

Het zou verkeerd zijn om hieruit de conclusie te trekken dat de politieke en ideologische invloed van het peronisme slechts een overblijfsel uit het verleden is. Maar de banden tussen het peronisme en brede arbeiderslagen zijn veel minder stevig geworden dan in het verleden en de aanhang van het justicialisme is veel kritischer. Er bestaan tenslotte belangrijke lagen die gebroken hebben met het peronisme en met name in de doorslaggevende haarden zoals de grote fabrieken van Cordoba is op het vakbondsvlak de hegemonie aan de peronistische bureaucraten ontsnapt. Dat alles komt er op neer dat het peronisme niet langer zijn invloed op de arbeidersvoorhoede uitoefent.

De Argentijnse arbeidersklasse is en blijft dus de ruggengraat van de revolutionaire mobilisaties en haar rol zal in de naderende stukken strijd beslissend zijn. Haar zwakte zit nog fundamenteel in het ontbreken van een organisatie die op nationale schaal uitdrukking geeft aan een politiek die onafhankelijk is van iedere burgerlijke of kleinburgerlijke leiding of stroming, in het ontbreken van een revolutionaire leiding die in staat is de strategische lijnen aan te geven voor het omverwerpen van de macht en die in de praktijk te vertalen. Maar de krachten zijn gerijpt die de noodzaak begrijpen van een strijd die tegelijk anti-imperialistisch en antikapitalistisch is én de noodzaak om een globale strategie te hebben van de gewapende strijd om de macht.


6 Het boerendom vertegenwoordigt geen belangrijke macht en zijn sociaaleconomisch gewicht heeft de neiging uiteindelijk te verminderen. De Argentijnse revolutionairen hebben geen, ook de laatste jaren niet, analyse ontwikkeld van het geheel van de agrarische structuren hetgeen niet zonder consequentie voor wat betreft de politieke uitwerking is gebleven. Het valt in ieder geval niet tegen te spreken dat de arme boeren, met name in bepaalde streken in het noorden waar zij nauw verbonden zijn met de arbeiders, beschouwd moeten worden als bondgenoten van het proletariaat. Hun mobilisatie, zowel in de politieke als de gewapende strijd, is een dwingende noodzaak die de revolutionairen niet zouden mogen onderschatten onder het voorwendsel van de specifieke sociale samenstelling van het land en van het verpletterende gewicht van de in de stedelijke economie opgenomen loontrekkers.

Een aanzienlijke rol zal gespeeld worden door de kleine burgerij. In de jaren veertig was deze sociale laag in grote mate de basis van de antiperonistische bewegingen en organisaties die zich objectief op een conservatief, zo niet vierkant reactionair standpunt stelden. De economische teruggang die ook deze lagen geraakt heeft die soms minder in staat zijn zich te verdedigen dan de arbeidersklasse, de versterking van de monopolistische sectoren, de voortgaande onderdrukking van iedere vrijheid en ieder democratisch recht door de militaire dictaturen, de weerslag van de Cubaanse revolutie en de situatie in andere landen van het continent, hebben hun toenemende radicalisering teweeggebracht, evenals de radicalisering van die marginaal genoemde lagen die hun plaats vinden tussen het armste proletariaat en de armoedigste kleinburgerij. Deze verschijnselen verklaren de rol die door kleinburgerlijke elementen in de stukken strijd van de laatste jaren en zelfs in de organisaties van de gewapende strijd werd gespeeld en de invloed die het peronisme in die sociale lagen gewonnen heeft.

De studentenbeweging zelf – die als zodanig niet als kleinburgerlijk gekenschetst zou kunnen worden – heeft deze radicalisering in grote mate weerspiegeld en uitgedrukt. De belangrijkheid van het verbond van de arbeidersklasse met deze geradicaliseerde kleine burgerij en de studenten werd met name gedemonstreerd, zowel door de deelname van de kleinburgerlijke lagen aan de grote mobilisaties van 1970-72 als door de verbindingen die tussen de arbeiders en de studenten werden gelegd tijdens de revolutionaire uitbarstingen van 1969. Het is overigens duidelijk dat de welwillende houding van de kleine burgerij het tot ontwikkeling komen van de guerrilla in de grote stedelijke concentraties aanzienlijk heeft vergemakkelijkt.

3 Permanente revolutie, gewapende strijd en massabeweging


7 In een situatie van structurele crisis en revolutionaire spanningen zoals die in Argentinië bestaat wordt het vraagstuk van de macht – van de omverwerping van het kapitalistische systeem en de oprichting van een arbeidersstaat – objectief gesteld. Maar er is geen enkele positieve oplossing mogelijk zonder een strategie van de macht die een oriëntatie van de gewapende strijd inhoudt en zonder het ingrijpen van een revolutionaire partij die deze strategie toepast. De fundamentele oriëntatie in de strijd vloeit vóór alles voort uit de aard van de Argentijnse revolutie. De revolutionaire marxisten verwerpen meer dan ooit iedere opvatting die gebaseerd is op de hypothese van een democratische etappe die een tweede etappe, de socialistische, voorbereidt. Zij bevestigen opnieuw de opvatting van een permanente revolutie, namelijk een antikapitalistische en socialistische dynamiek van het zich ontwikkelende revolutionaire proces. Alle ervaringen van de laatste dertig jaar – zowel in Argentinië als in andere landen van Latijns Amerika – tonen aan dat een revolutie die stil blijft staan bij de “democratische”, “anti-oligarchische” en “anti-imperialistische” fase en niet langer het kapitalistische systeem als zodanig in het vizier houdt, onvermijdelijk in het slop raakt, teruggeworpen wordt en met een nederlaag eindigt. In de landen waar de democratische taken nog voortbestaan – in Argentinië bestaan zij in mindere mate voort dan in bijna alle andere landen van het continent – kunnen deze taken slechts worden vervuld in het kader van een dynamiek van permanente revolutie en onder de hegemonie van het proletariaat. Daaruit volgt dat ieder perspectief van een alliantie met de zogenaamde nationale bourgeoisie of met de zogenaamde progressieve sectoren daarvan moet worden verworpen. De arbeiders- en revolutionaire beweging moet er natuurlijk niet van afzien de tactische voordelen uit te buiten die de tegenstrijdigheden van de tegenstander bieden zoals bijvoorbeeld, in het geval van een reactionaire dictatuur, de eventuele deelname aan de oppositiestrijd van burgerlijke organisaties of bewegingen.

Maar dat houdt in geen geval in dat aan lagen of politieke formaties van de bourgeoisie de rol van bondgenoot in een revolutionair perspectief kan worden toegekend. Iedere aarzeling of twijfel in deze kwestie komt, in laatste analyse, neer op het discutabel stellen van de opvatting van de permanente revolutie. Aangezien de revolutionaire dynamiek niet alleen leidt tot het verbrijzelen van het kader van het kapitalistische systeem als zodanig, is de botsing met de bourgeoisie onvermijdelijk en moet men zich in zulk een perspectief wapenen. De kritiek van de revolutionairen op de opvattingen van de Chileense Unidad Popular en het Uruguese Frente Amplio richt zich niet alleen tegen de methode van de “democratische weg” maar ook en vooral tegen de aard van een politieke strategie die de toepassing meebrengt van het handhaven van de essentiële – economische en politieke – mechanismen van het systeem en, op die basis, van het verbond of compromis met de bourgeoisie of belangrijke delen van de bourgeoisie.


8 De oriëntatie van de gewapende strijd, waarvan het IXe Congres slechts de zeer algemene lijnen kon schetsen, wordt in Argentinië geplaatst in een samenhang waarin zich een voorrevolutionaire situatie ontwikkelde, de klassenstrijd het stadium van gewapende botsingen bereikte en zich embryonale vormen van burgeroorlog aftekenden. De bourgeoisie had overigens niet alle manoeuvreerruimte uitgeput en het imperialisme en de bourgeoisie van andere landen van het continent waren bereid zich politiek en, in laatste analyse, zelfs militair in te zetten om de geboorte van een tweede arbeidersstaat in Latijns-Amerika te verhinderen.

Er bestond geen revolutionaire partij met beslissende invloed op de massa’s die in staat was om op korte termijn, in een perspectief van de strijd om de macht, de sociale uitbarstingen die zich voordeden en in aantocht waren uit te buiten. In dat kader verklaarden de revolutionaire marxisten dat het ontketenen van de gewapende strijd een specifieke taak is van de voorhoede, die er het initiatief toe moet nemen waarbij zij van het eerste moment af het accent legt op die vormen van gewapende strijd die het mogelijk maken de banden met belangrijke lagen van de massa’s aan te knopen of te versterken. Zij schetsten tegelijkertijd het perspectief van een gewapende strijd die zich, met hoogte- en dieptepunten en met vele varianten, over een lange periode ontwikkelt.

Vooral vanaf de ommekeer van 1969 was het een dringende noodzaak de gewapende strijd op korte termijn voor te bereiden. De revolutionaire marxisten hebben dat in alle duidelijkheid onderstreept, waarbij zij de noodzaak bevestigden om zowel iedere foquistische of spontaneïstisch-insurrectionalistische afwijking te vermijden als een isolering van de organisaties van de gewapende strijd met betrekking tot de massa’s. Tezelfdertijd was het noodzakelijk om in te grijpen in de massabeweging door iedere legale of half legale mogelijkheid uit te buiten die de massa’s traditioneel waardevol achten of die zich normaliter voordoen in het verloop van mobilisaties in etappes van verscherpte sociale conflicten en in voorrevolutionaire situaties. Concreter gezegd hield dat een activiteit van de vakbonden in, een hardnekkige strijd tegen de verrotte bureaucratie, initiatieven tot het stimuleren van de polarisatie en de rijping van arbeidersvoorhoedelagen of platforms die effectief corresponderen met de noodzakelijkheden van de strijd en hun veralgemening in het raam van de politieke strijd tegen de dictatuur. Dat hield ook een systematische activiteit in om de vorming van democratische basisorganen te ondersteunen en voorwaarts te stuwen, die het product zijn van de behoefte die met name de meest dynamische arbeiderslagen voelen om niet vast te blijven zitten in het routinematige functioneren van de verbureaucratiseerde structuren, om op directer wijze en doeltreffender manier hun aspiraties tot uitdrukking te brengen, om meer hun wil tot het bieden van een eenheidsbasis voor een bredere strijd te laten voelen.

4 Peronisme terug in de regering


9 De resultaten der verkiezingen van maart 1973 drukten, ondanks hun frauduleuze aard, een massale verwerping van de militaire dictatuur uit. Het ontbreken van een revolutionair alternatief bracht mee dat de massa’s zich dwars door de verkiezingen en vóór het peronisme uitspraken, dat als de geloofwaardigste politieke formules naar voren kwam. Men zag dan ook dat de massa-aanhang die het peronisme nog steeds heeft, werd versterkt door jonge, geradicaliseerde sectoren die de toon van zijn verkiezingskampanje aangaven. De aanvaarding van het presidentschap door Campora op 25 mei werd gemarkeerd door dramatische gebeurtenissen die onthullend waren voor de diepte van de politieke crisis. Onder druk van de massa’s die zich krachtig mobiliseerden – met actieve deelname van de gewapende organisaties – verlieten de meest representatieve leiders van de dictatuur het toneel zonder dat zij de gedeeltelijke nederlaag konden camoufleren die hun terugkeer naar de kazernes betekende. De politieke gevangenen werden onmiddellijk zonder enige discriminatie bevrijd. Allende en Dorticós werden toegejuicht terwijl Rogers zich genoodzaakt zag achter de schermen te blijven. De door de bourgeoisie, door middel van een nieuw peronistisch regime tot stand gebrachte koersverandering en de terugkeer naar de parlementaire democratie kondigde zich aan, vanaf het begin vol gevaren.


10 Zodra de tijdens de periode vóór de verkiezingen gebruikte demagogische fraseologie overboord gezet was, werden de plannen van Peron duidelijker. Het ging er om de eenheid van de voornaamste sectoren van de heersende klassen tot stand te brengen teneinde een oplossing te vinden voor de economische crisis die het land overspoelde en voor de crisis van de politieke overheersingsmechanismen van de bourgeoisie na zoveel jaren van nederlagen, van “democratische” of dictatoriale pogingen. Op het economische vlak probeerde men opnieuw te gaan onderhandelen over de afhankelijkheidsverhouding tot het imperialisme, waarbij men steun zocht bij niet-Amerikaanse imperialistische kapitalen en bij een actievere rol van de staat op het terrein van de economische strategie. Men trachtte de inflatie te beteugelen en een nieuwe fase van economische expansie te bevorderen. Dit zou een diepgaande modernisering en rationalisatie van het productieapparaat veronderstellen.
De economische situatie wordt gekarakteriseerd door:
a) de zwakke groei van het binnenlandse brutoproduct (BBP) in het raam van een toestand van stabilisatie, ten koste van een afremmen van de productie-expansie;
b) zeven miljard dollar aan buitenlandse schuld;
c) een groot begrotingstekort dat in strijd is met een politiek van economische stimulering, naarmate de openbare uitgaven worden verminderd;
d) een goede deviezenreserve (1.300 miljoen dollar) en het vooruitzicht van een overschot op de betalingsbalans;
e) ernstige problemen voor de traditionele graanexporten in het komende jaar;
f) goede perspectieven voor de uitvoer van fabrieksgoederen (Cuba, Chili, Roemenië);
g) de noodzaak om het prijscontrolesysteem te veranderen door het toestaan van verhogingen;
h) de noodzaak om het huidige loonpeil te handhaven;
i) anderhalf miljoen werklozen;
j) de investeringen van buitenlands kapitaal nog in een staat van voornemens en voorstellen.


Hoewel het economische plan van de bourgeoisie voorziet in een voortgaande herverdeling van het inkomen veronderstelt dit een daaraan voorafgaande economische expansie die er nog steeds niet is. De eerste acht maanden van de peronistische regering werden dan ook afgesloten met enkele reddingsmaatregelen met betrekking tot de economische situatie van de massa’s. De bourgeoisie heeft de arbeidersklasse opnieuw offers gevraagd voor de “nationale wederopbouw” van het Argentijnse kapitalisme. Het “Sociale Pact”, getekend door de zakenlieden van het CGE (Algemeen Verbond van Ondernemingsleiders), de ambtenaren voor de economische uitrusting van de regering en de bureaucraten van de CGT geeft de toon aan van de sociale politiek van het peronisme. De armzalige loonsverhoging van zo’n 200 pesos is niet in staat om de daling van de koopkracht te compenseren die veroorzaakt wordt door de inflatiestijging van de laatste maanden van de dictatuur. Men schorste de paritaire commissies voor nog twee jaar (dat was al door de dictatuur gedaan) en men bevroor de lonen.

Zowel het Sociale Pact als het Landbouwpact en het Driejarenplan tonen aan dat de door Peron gevoerde politiek niet leidt tot het aantasten van de fundamentele belangen van welke van de belangrijkste sectoren der heersende klassen dan ook. Wat de houding tegenover het imperialisme betreft: geen enkele radicale maatregel zoals nationalisaties, weigering om de schuld aan het buitenland af te lossen, enz., maar integendeel nieuwe garanties voor de buitenlandse investeringen door zich te voegen naar de eisen van de internationale financiële organen. Dat komt doordat de rationalisatie van het productieapparaat en de expansie van de exporten het noodzakelijk maken dat men steunt op de monopolistische ondernemingen (voorbeeld: het akkoord met de autofabrieken), afgezien nog van de noodzaak om nieuwe imperialistische kapitalen aan te trekken. Hetzelfde geldt voor de grote bourgeoisie die na vele jaren gedwongen is Peron te erkennen als de enige uitkomst uit de crisis. De “agrarische” bourgeoisie heeft gedaan gekregen dat de privé-eigendom van de grond zonder beperking wordt gerespecteerd, dat de stemming over de belasting op de potentiële grondrente werd uitgesteld en garanties kwamen voor het handhaven van de prijzen ten opzichte van de productiefluctuaties door toevallige oorzaken, maatregelen die de interventie van de staat in de verkoop van granen naar het buitenland compenseren. De middel- en kleine bourgeoisie is degene die, hoewel haar rol als ondergeschikte vennoot wordt erkend, op korte termijn het meest van de gedeeltelijke stabilisatie te lijden heeft. De wezenlijke voorwaarde voor een meer solide stabilisatie en voor een nieuwe expansieperiode is een intensivering van de uitbuitingsgraad die zowel de arbeidersklasse als de lagen van de kleine burgerij aanpakt. Dat wil zeggen dat de voorwaarde voor het succes van de economische plannen in wezen politiek is: men moet erin slagen die plannen aan de massa’s op te leggen.


11 De doelstelling van te slagen in de politieke “institutionalisering”, dat wil zeggen de politieke chaos te boven komen en op te lossen die Argentinië de laatste twintig jaar in beroering gebracht heeft, weerspiegelt de crisis van het systeem en lijdt aan een reeks tegenstrijdigheden. De voornaamste daarvan is dat het aan de regering komen alle innerlijke spanningen van de peronistische beweging verscherpt, uitlopend op een fase van openlijke crisis. De veelsoortige en tegengestelde belangen die er binnen het peronisme bestaan leiden tot een openlijke strijd om hun verlangens aan de regering op te leggen.

De interne botsingen van het peronisme hebben de maanden na 25 mei 1973 gekenmerkt. De strijd plaatst hoofdzakelijk de vakbonds- en politieke bureaucratie tegenover de jonge en strijdbare sectoren van de beweging. Hun onverzoenlijke tegenstelling werd gemarkeerd door het bloed van de slachting van Ezeiza op 20 juni 1973, de dag waarop Peron terugkeerde, toen de gewapende benden van rechts één van de meest dramatische gebeurtenissen uit de Argentijnse geschiedenis teweegbrachten. Van daar uit begon een vastbesloten offensief van peronistisch rechts dat er op uit was het monopolie van de leiding van het proces te veroveren. Aldus kwam het tot de staatsgreep van 13 juli 1973 met het ontslag van Campora en het weer aan de macht komen van Peron. De tussenregering van Lastiri als president voorkwam dat Peron het “vuile werk” moest opknappen, de “ideologische schoonmaak” van het peronisme, het mccarthyisme, de terugkeer van de censuur en het obscurantisme in het culturele leven en vooral de escalatie van aanslagen en aanvallen van de gewapende benden van peronistisch rechts. Dezelfde uitbarsting van de innerlijke conflicten van het peronisme bracht het instabiele karakter van de nieuwe periode van burgerlijke democratie snel aan het licht. Maar boven de inwendige strijd in de boezem van de peronistische beweging is de escalatie van de parapolitiële benden en van de bureaucratie gericht op het uitdelen van selectieve maar doeltreffende klappen tegen sectoren van de sociale voorhoede die weigeren de noodzakelijkheden van de kapitalistische “nationale wederopbouw” te aanvaarden. De moord op militanten, de ontvoeringen en rechtse aanslagen van allerlei soort volgen elkaar op in een onder de dictatuur nog nooit gezien ritme. Wonderlijke “democratie” die de witte terreur ontwikkelt vanuit de hoogste regeringskringen. De selectieve onderdrukking onder de dekmantel van de activiteit van de parallelbenden wordt gecompleteerd door een nieuwe, repressieve wetgeving op verschillende niveaus. Vanaf de nieuwe wet op de beroepsassociaties, die de macht van de vakbondsbureaucratie, belast met het controleren en onderdrukken van de arbeidersbeweging consolideren, tot aan de hervorming van de strafwet die opnieuw nieuwe opvattingen ten aanzien van politieke “misdrijven” invoert via de wet op de “prescindibilidad” (beschikbaarheid) van de functionarissen die hun werkgelegenheidsgaranties afschaft en het mogelijk maakt “ongewenste” elementen te verwijderen en het staatsapparaat te “rationaliseren”.

Wanneer de versluierde onderdrukking tegenover de massabeweging onvoldoende blijkt, aarzelt de nieuwe peronistische regering niet de traditionele onderdrukkingskrachten (politie en gendarmerie) te gebruiken, hetzij om de Franciscazo te verpletteren (een dode), hetzij om de arbeidersstakingen in de verschillende delen van het land te onderdrukken. Merkwaardige “volksregering” die haar politie op haar kiezers afstuurt. De houding tegenover de massabeweging lokt de eerste meningsverschillen uit tussen de verschillende burgerlijke sectoren die de plannen van Peron steunen. Zij zal ook spanningen veroorzaken binnen de strijdkrachten die aanwezig blijven als reservepartij van de heersende klassen die het hele proces beheersen. De sectoren van de kleine burgerij die geloofd hebben in de anti-imperialistische aanvechtingen van het peronisme zien nu, in plaats van hun aspiraties het reactionaire offensief tegen de universiteit, het mccarthyisme en de verspreiding van het rechtse terrorisme. De grote plannen van Peron betreffende een onafhankelijke buitenlandse politiek openbaren zich als hulp aan de Chileense militaire junta en als een schandalige houding tegenover de vluchtelingen, als de ontvangst van de beul Banzer en de bezoeken van de marionet Bordaberry en Stroessner. Bovenop de mislukte diplomatieke plannen van Peron ondervindt Argentinië grote moeilijkheden bij haar pogingen om op de Latijns-Amerikaanse markt tegen Brazilië te concurreren.


12 De arbeidersklasse heeft in meerderheid voor het peronisme gestemd. Tijdens de laatste maanden van de dictatuur heeft zij haar verwachtingen voor de periode na de verkiezingen tot uiting gebracht. Maar die verwachtingen waren verbonden met het verlangen concrete, lang verworpen eisen verwezenlijkt te zien. Vanaf de Mendozazo (maart 1972) is de arbeidersstrijd in het hele land zeer zeldzaam geweest. De bureaucratie remde de strijd en alleen Cordoba bleef actief. Na 25 mei was er een verandering. De arbeiders interpreteerden de verkiezingsuitslagen en het aan de macht komen van Campora als hun overwinning. Het afnemen van de onderdrukking en de terugkeer naar de democratische vrijheden voegden zich bij de relatieve zwakte van de vakbondsbureaucratie die afwezig was in de verkiezingsactie en tot aan het moment van de regeringswisseling als gevolg van haar geringe mobilisatiekracht en haar afwijzing door de basis. Dat alles zal een aansporing zijn tot de heropleving van de strijd die een nieuwe opgang van de arbeidersklasse aangeeft. Het belangrijkste kenmerk van deze nieuwe periode van toenemende strijd is de integratie van de arbeiders van Groot Buenos Aires (bijna 70 % van de arbeidersklasse) in de strijd. De meeste conflicten in de eerste maanden van de peronistische regering zijn door hen ontketend. Dit is van fundamenteel belang als men in aanmerking neemt dat de arbeidersstrijd na 1969 beperkt was tot het binnenland waar de proletarische concentratie kleiner is dan in Buenos Aires. Het grootste deel van de strijd mobiliseert het industriële proletariaat dat botst met de privépatroons en niet met de staat. In het algemeen duren de stukken strijd kort en zijn ze geïsoleerd door het ontbreken van eenheidsleuzen die het mogelijk zouden maken ze op nationale schaal uit te breiden. De werkers van het staatsapparaat hebben de stoot gegeven tot het grootste deel van de eenheidsstrijd vanwege het feit dat zij tegenover één en dezelfde baas stonden, d.w.z. de staat. Maar in het kader van de opkomende strijd vermenigvuldigden zich sinds 25 mei de bedrijfsbezettingen die aantoonden dat belangrijke lagen van de arbeiders zich de meest strijdvaardige strijdmethoden eigen maakten die geschikt waren voor het tijdperk van de dictatuur. De strijd werd in het algemeen gevoerd om directe eisen zoals de verdediging van de werkgelegenheid, het weer in dienst nemen van de ontslagenen om politieke of vakbondsredenen, de betaling van loonachterstanden, enz. Maar een karakteristieke trek is dat een groot aantal ervan een dimensie van politieke strijd verkregen en botsten met de bureaucratie. De botsingen tussen de bureaucratie en de basis waren bijna altijd gewelddadig, met gewapende botsingen die met doden en gewonden eindigden. Tenslotte kwamen weer die stukken explosieve strijd, met steun van het volk, naar boven die tijdens de dictatuur waren begonnen voor te komen maar die door de onderdrukking en de houding van de bureaucratie steeds meer geïsoleerd waren geraakt en moeilijker gemaakt. De meest betekenende was de volksmobilisatie van San Francisco (Cordoba) maar soortgelijke feiten deden zich reeds voor in andere plaatsen, zoals hele streken van de provincie Tucumán (Villa Carmela, Villa Quinteres, enz.).

Hoewel de meeste mobilisaties in het begin een defensief karakter hadden droegen zowel het kader van het Sociale Pact als de houding van de vakbondsbureaucratie ertoe bij dat zij belangrijk werden. Deze stukken strijd tonen aan de ene kant het verzet van de arbeidersklasse tegen het aanvaarden van nieuwe offers, ondanks de herhaalde oproepen van Peron zelf en aan de andere kant de extreme situatie waarin de Argentijnse bourgeoisie is geraakt door het voortdurend afremmen van het voldoen aan de eisen, zelfs de meest elementaire, van de arbeiders. Maar het ontbreken van een “klassistische”, op nationale schaal erkende leiding en van eenheidsleuzen maakt het de arbeiders nog niet mogelijk te begrijpen dat zij in werkelijkheid tegenover de staat als hun vijand staan; zij zijn zich slechts bewust van de noodzaak zich op lokaal niveau tegen zijn maatregelen op te stellen. Niettemin hebben ook deze beperkte stukken strijd een explosieve dynamiek die voor de staat en de vakbondsbureaucratie onaanvaardbaar is. Zij zijn voldoende om de noodzakelijke politieke stabilisatie van het land te verhinderen die een onontbeerlijke voorwaarde is voor het succes van de regeringsplannen. Dat is de reden waarom zij de furie van de parapolitiële benden en de bureaucratie tegen de meest bekende arbeidersactivisten en de meest strijdvaardige sectoren ontketenden om te pogen de arbeidersklasse van haar nieuwe, in de laatste jaren naar voren gekomen voorhoede te beroven.


13 De conclusie dringt zich op: de instelling van het “constitutionele” regime zal slechts een tussenspel zijn dat de heersende klasse opnieuw op losse schroeven zal moeten zetten. Het openen van een hele etappe van burgerlijke democratie – waarin de partijen en de vakbonden een waarlijke vrijheid en autonomie zouden genieten en zich geleidelijk zouden kunnen versterken – blijft een geheel en al onwaarschijnlijke variant. Dat zou een nederlaag van de arbeidersklasse veronderstellen, hetzij geconcretiseerd door de fysieke vernietiging van haar voorhoede, hetzij door de politieke aanvaarding van de plannen der bourgeoisie. Deze laatste hypothese blijkt nogal moeilijk te verwerkelijken en de bourgeoisie zelf geeft zich er rekenschap van dat zij de situatie niet zal kunnen “saneren” door middel van ideologische operaties, zelfs niet met de hulp van Peron.

In deze samenhang is het voornaamste gevaar voor de arbeidersklasse en de revolutionaire beweging dat de dynamiek en de strijdvaardigheid van de massa’s slechts uitdrukking vinden in sectoriële stukken strijd, zonder coördinatie, geneigd om zichzelf uit te putten of te eindigen met zeer beperkte resultaten, of dat zij uitlopen op spontane uitbarstingen die het gevaar lopen van de isolering, de onderdrukking en die in elk geval geen enkele uitkomst bieden.

De klassebotsing tussen de arbeidersbeweging en de heersende klassen die bezig is zich onder het nieuwe peronistische regime te ontwikkelen zal beslissend zijn voor wat betreft de ontwikkeling van de krachtsverhoudingen in het zuidelijk deel van het continent. In feite heeft, na de Chileense nederlaag het stormcentrum van de klassenstrijd in Latijns-Amerika zich naar Argentinië verplaatst.

5 De crisis van de revolutionaire leiding, de brede nieuwe voorhoede en de opbouw van de revolutionaire partij


14 De nieuwe politieke conjunctuur, begonnen met de terugkeer van het peronisme, heeft eens te meer de crisis van de revolutionaire leiding van de Argentijnse arbeidersbeweging aan het licht gebracht. Terwijl de Argentijnse bourgeoisie haar inspanningen verveelvoudigt bij het zoeken naar een stabiele vorm van politieke overheersing die het haar mogelijk zou maken een aanhoudende accumulatie van kapitaal te waarborgen, blijft de meerderheid van de Argentijnse arbeiders illusies omtrent het peronisme hebben. Het stalinisme heeft, bij het ontbreken van een revolutionaire leiding der Argentijnse arbeidersklasse, een historische verantwoordelijkheid, die aldus een ontwikkeling van het burgerlijk nationalisme in de rijen van de arbeidersbeweging mogelijk gemaakt heeft. Voor de tweede wereldoorlog was de Argentijnse KP erin geslaagd het belangrijkste deel van de arbeidersvoorhoede voor zich te winnen waar zij voor de klasse de tradities, het prestige en de invloed van de Russische revolutie belichaamde.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden de wendingen van de stalinistische politiek nagevolgd door de KP die zich geheel van de dynamiek van de arbeidersstrijd losmaakte en openlijk de klassencollaboratie in praktijk bracht: een weerspiegeling van het verbond van de USSR met de “democratische” imperialistische landen. Deze opportunistische en verraderlijke politiek van de voornaamste arbeiderspartij verklaart waardoor de bonapartistische operatie van Peron tijdens zijn eerste regering succes had wat betreft het winnen van de belangrijkste arbeidersleiders en de grote meerderheid van de arbeidersvoorhoede, naar voren gekomen tijdens de massamobilisaties van die tijd, voor een nieuwe burgerlijk-nationalistische partij, gevormd onder zijn invloed.

De manoeuvreerruimte die het losser worden van haar banden met het imperialisme de bourgeoisie verschafte en de gunstige voorwaarden voor de traditionele handel van het land als gevolg van de wereldoorlog en de in de internationale conjunctuur opgetreden veranderingen maakten het de eerste peronistische regering mogelijk om aan een zeer strijdlustige arbeidersbeweging concessies te doen. Parallel daarmee bracht de beweging van generaal Peron een diepgaande verandering tot stand in de structuur van de georganiseerde arbeidersbeweging door de voorwaarden te scheppen voor de opkomst van een nieuwe vakbondsbureaucratie die direct verbonden was met het burgerlijke staatsapparaat. Deze bureaucratie werd het voornaamste voertuig voor een politiek van klassencollaboratie onder de arbeiders.

In tegenstelling tot wat er met de leiders van de MIR in Bolivia gebeurde, viel Peron voordat er een breuk was tussen zijn beweging en de massa’s. Zijn opvolgers probeerden de veroveringen van de justicialistische periode te ontrukken en die organisaties te raken welke nu meer dan ooit als de waardevolste verdedigingsinstrumenten voorkwamen. Voor het peronisme opende zich een lange periode van 18 jaar, van vogelvrijverklaring en vervolging van zijn strijdbaarste militanten. Deze factoren hebben jarenlang een open crisis binnen de arbeidersbeweging vertraagd.


15 De Cubaanse revolutie heeft in heel Latijns-Amerika een bepalende rol bij het verschijnen van nieuwe voorhoedesectoren en -organisaties gehad. Op continentaal niveau was het de voornaamste factor – en tegelijk het product – van de crisis van het stalinisme. Zij veroorzaakte een breuk in de hegemonie van het burgerlijke nationalisme over de massabeweging. Zij polariseerde, door de aanwezigheid van de eerste Latijns-Amerikaanse arbeidersstaat, het terrein van de klassenstrijd. Op die manier leidde de Cubaanse revolutie tot een radilcaliseringsproces van de strijd die zich in Argentinië zowel in het peronisme als in het stalinisme en de sociaaldemocratie ging weerspiegelen evenals, gedeeltelijk, in de trotskistische sectoren. Aldus verschenen de eerste elementen van de huidige Argentijnse voorhoede, te beginnen met vooral de rijen van het peronisme en het stalinisme. Maar een brede nieuwe voorhoede zal in Argentinië niet alleen te voorschijn komen onder de invloed van de Cubaanse revolutie maar fundamenteel ook met de strijd van de massa’s die zich zal uitbreiden en concentreren bij het front maken tegen de militaire dictatuur (66-73).


16 Daarom is het juist om de uitbarsting van de Cordobazo te beschouwen als sleuteldatum voor het begrijpen van de huidige situatie van de voorhoede in Argentinië. Omdat in de Cordobazo het naar voren komen van een nieuwe sociale voorhoede of brede voorhoede voor de eerste keer op massale schaal tot uitdrukking komt.

Wij noemen brede voorhoede het geheel van de geradicaliseerde sectoren der massabeweging die een actieve rol in de strijd spelen en die, in meerdere of mindere mate, er toe neigen in actie te komen waarbij zij ontsnappen aan de controle van de traditionele leidingen, of die nu nationalistisch of reformistisch zijn. Deze voorhoede met massakarakter gaat uit boven het aantal in groepen of duidelijk gestructureerde partijen georganiseerde militanten. Wat de Cordobazo en de daarna gevolgde stukken strijd aantonen is dat deze brede voorhoede zich in Argentinië niet beperkt tot de geradicaliseerde sectoren van de studentenbeweging of die van de kleine burgerij; zij omvat ook elementen die een plaats hebben in belangrijke sectoren van de arbeidersklasse. In laatste instantie weerspiegelt deze arbeidersradicalisatie het sociale gewicht van het Argentijnse proletariaat en zijn actieve rol in de massastrijd gedurende de laatste dertig jaar. De voortekens van deze radicalisering zijn te vinden in de arbeidersdeelname aan het peronistische verzet, aan de algemene staking met bedrijfsbezetting in 1964, ervaringen die men vindt in de programs van La Falda en Huerta Grande, evenals in de strijd van de dokwerkers en de suikerrietarbeiders tijdens de eerste jaren van de dictatuur van Ongania en het tot ontwikkeling brengen van de CGT van de Argentijnen, enz.

Dwars door deze stukken massastrijd die elkaar tegen de militaire dictatuur opvolgden zal deze brede nieuwe voorhoede ontstaan die de ervaringen in zich opneemt en het vraagstuk van de bureaucratische leidingen ter discussie gaat stellen. Thans doet niet alleen het kraken van de traditionele organisaties de rijen van de voorhoede zwellen maar voornamelijk de sectoren die zich radicaliseren en in de loop van die massastrijd zelf naar voren komen, die van de studenten zowel als die van de arbeiders.


17 De gewapende strijd verkrijgt in Argentinië een reële belangrijkheid en betekenis naarmate hij zich verbindt met de traditie van het gebruik van revolutionair geweld in de arbeidersklasse (het peronistische verzet) en met een snelle ontwikkeling van de massabeweging in het kader van een voorrevolutionaire situatie.

De guerrilla-organisaties vinden hun weerslag in de massa’s met inbegrip van hun eigen oriëntatie die bepaald wordt door de ontwikkeling van de massabeweging. De snelle ontwikkeling van de arbeidersbeweging en de studentenbeweging botst vele malen met het onderdrukkingsapparaat van de militaire dictatuur waardoor objectief de noodzaak van het organiseren van het revolutionaire geweld aan de orde gesteld wordt. Alleen op die manier kan men begrijpen tot op welk punt massasectoren en in het bijzonder deze voorhoede, opgekomen in de strijd zelf, zich met de guerrillastrijd, als het verlengstuk van hun eigen strijd tegen de dictatuur, vereenzelvigd hebben. Op die manier zijn dus de vereenzelviging met de gewapende strijd en, concreter, de steun aan de guerrilla-organisaties één van de voornaamste aanknopingspunten van de meerderheid van de brede nieuwe voorhoede geworden.


18 Maar de gewapende strijd is geen voldoen de ophelderingsas om de homogeniteit en de samenhang van deze brede nieuwe voorhoede te waarborgen. Vanaf het moment waarop de verkiezingsmanoeuvre van generaal Lanusse zich duidelijker aftekent komen de politieke tegenstrijdigheden naar voren die het aanvankelijke eenheidskader in de strijd tegen de dictatuur zullen breken. Op dit punt wordt het ontbreken van een revolutionair-marxistische pool in de Argentijnse voorhoede duidelijk zichtbaar. Deze rol werd niet vervuld door de PRT, de sector die reële mogelijkheden had om een hegemoniepositie binnen deze brede nieuwe voorhoede te verkrijgen. De centristische oriëntatie van haar leiding maakte dat zij niet in staat was, niet alleen om haar eigen prestige te doen gelden dat zij via de acties van het ERP verkregen had, maar ook om op te treden als een politiek ophelderende kracht tegenover het peronisme en het reformisme. Op die manier gaat de natuurlijke heterogeniteit en verwarring, de historische vrucht van de overheersing door het stalinisme van de internationale arbeidersbeweging en de jarenlange zwakte van het revolutionaire marxisme, voort zich te kristalliseren in uiteenlopende politieke stromingen. Het is op dit ogenblik onmogelijk de kenmerken van deze brede nieuwe voorhoede te analyseren zonder een analyse te maken van de voornaamste politieke stromingen die er een rol in spelen. De gedeeltelijke terugtocht van de militaire dictatuur en de terugkeer van een regime van burgerlijke democratie, met een zekere verzwakking van de onderdrukking en het herstel van de democratische vrijheden, hoe wankel ook, zullen het tot uiting komen in bredere mobilisaties en massastrijd mogelijk maken van de bredere sectoren van deze sociale voorhoede en op die manier de grenzen van die werkelijkheid aangeven. Zelfs indien een diepe atomisering kenmerkend blijft voor de situatie van de voorhoede in Argentinië dan is de nieuwe conjunctuur, die veeleisender is met betrekking tot de politieke antwoorden dan de voorgaande periode (de militaire dictatuur), begonnen een nieuwe polarisatie tot stand te brengen. Er verschijnen dan ook belangrijkere en meer omlijnde organisaties met een proces van fusies, scheuringen, crises, wegloop, enz.

Rond deze sectoren die de belangrijkste polen vormen van de brede voorhoede blijven er niettemin talrijke groepen en organisaties bestaan waarmee wij rekening moeten houden als wij op een nauwkeuriger manier een eenheidstactiek en een politieke interventie in de verschillende massafronten vaststellen.


19 De grote meerderheid van deze brede nieuwe voorhoede vereenzelvigt zich met het revolutionaire peronisme en met het geradicaliseerde peronisme. Naarmate de geradicaliseerde sectoren van de jongerengroepen van het peronisme zich vereenzelvigden met de gewapende peronistische organisaties konden zij een meerderheidssector van deze brede nieuwe voorhoede, zowel van studenten- als van arbeidersafkomst, in goede banen leiden en tot kapitaal vormen.

De ontwikkeling van verschillende antibureaucratische arbeidersstromingen, vereenzelvigd met het geradicaliseerde of revolutionaire peronisme, weerspiegelt de moeite die sectoren van de arbeidersklasse hebben met het breken met de nationalistische burgerlijke ideologie na dertig jaar vorming van het arbeidersbewustzijn in het kader van het peronisme, zonder “klassistisch” massa-alternatief. Dat was reeds eerder te zien, bijvoorbeeld bij de vorming van de CGT der Argentijnen. De radicalisering van sectoren van de kleine burgerij en van de studentenbeweging werd gevolgd door haar “peronisatie”.

Dit verschijnsel weerspiegelt op misvormde wijze het gewicht van de arbeidersbeweging in de sociale strijd. Het is een opportunistische poging om zich via een aanpassing aan haar huidige bewustzijnspeil met de arbeidersklasse te verbinden. De nieuwe conjunctuur, gekenmerkt door het aan de regering zijnde burgerlijke en bureaucratische peronisme, onder leiding van generaal Peron zelf, heeft de neiging om de politieke tegenstrijdigheden van het geradicaliseerde peronisme steeds meer te verscherpen. De afstand tussen de strevingen van de strijdvaardige sectoren en de harde werkelijkheid van de burgerlijke doelstellingen van de opbouw van het nationale kapitalisme onder beschermheerschap van Peron wordt voortdurend aanzienlijker. De zovele jaren lang afgewezen eisen die thans door de arbeidersbasis naar voren worden gebracht botsen met de vereisten van het “sociale pact”, getekend tussen het bazendom en de vakbondsbureaucratie, onder volledige garantie van Peron. De gehele inhoud van de strijd tegen de militaire dictatuur wordt verraden door de straffeloosheid van de moordenaars en folteraars die schuldig zijn aan bloedbaden tegen het volk, die trouwens tot wet worden verheven door de nieuwe golf van onderdrukking waarmee parapolitiële benden en het rechtse peronisme zich belasten. Onder deze omstandigheden hebben zich binnen het “geradicaliseerde peronisme” twee duidelijk onderscheiden standpunten losgemaakt. Eén daarvan is die van de leiding van de peronistische jeugd, de peronistische werkende jeugd, de peronistische universitaire jeugd en van de organisaties FAR en Monteneros. Zij trachten vergeefs de wankele politieke ruimte die er binnen het peronisme is ontstaan te bestendigen, ten koste van een zich voortdurend in alle bochten wringen om de persoon van Peron van de verantwoordelijkheid voor de regeringspolitiek te ontlasten. Zij vinden hun plaats in de logica van het plan voor de “nationale wederopbouw” van Peron dat een stap-voor-stap opvatting van de revolutie geeft waarin een verbond met de nationale bourgeoisie op zijn plaats zou zijn. Dat brengt hen ertoe steeds opportunistischer standpunten in te nemen, zoals de samenwerking met het leger, in het geval van de “operatie-Dorego”, het versjacheren van stukken arbeiders- en studentenstrijd, verzoeningsgezinde stellingnames tegenover de meest reactionaire sectoren van het peronisme waarvan de rol en het openlijke verraad door henzelf aan het licht werden gebracht, zich ondergeschikt maken aan hun “tactische” belangen en steun voor de wet op beroepsassociaties van de bureaucratie.

Deze houding zal leiden tot een toenemende verwijdering der leidende kringen van het geradicaliseerde peronisme ten opzichte van hun strijdbare bases, vooral van die van arbeidersorigine. Het andere, nog in de minderheid zijnde standpunt is dat wat wordt uitgewerkt door de consequentere sectoren van het revolutionaire peronisme: Peronistische Strijdkrachten, Revolutionaire Beweging van 17 Oktober, Peronistisch Revolutionair Front. Dezen tonen zich het trouwst aan de strijdbare en revolutionaire aspiraties van hun bases en beginnen de noodzaak te stellen van een onafhankelijk alternatief van de arbeidersklasse in een dynamiek van breuk met het burgerlijke en bureaucratisch peronisme en met Peron zelf. Op deze wijze manifesteren zich de nieuwe voorwaarden van de conjunctuur die, naarmate er een revolutionair-marxistische pool bestaat die in staat is haar voor zich te winnen en haar nieuwe perspectieven te openen, de breuk van bredere sectoren van de sociale voorhoede met de ideologie van het burgerlijk nationalisme bevorderen.

Op die wijze manifesteert zich een nieuwe en beslissende etappe in de open crisis van het peronisme, een burgerlijk nationalistische stroming die bezig is de controle over fundamentele sectoren van de arbeidersbeweging en van de massabeweging in het algemeen te verliezen.


20 Het reformistische stalinisme heeft nieuwe krachten voor zich gewonnen in het bijzonder onder de studentenbeweging en onder sectoren van de nieuwe voorhoede.

Deze opgang van de KP is een verschijnsel dat zich niet tot Argentinië beperkt maar zich ook in andere landen van Latijns-Amerika voordoet. Dit bewijst het vermogen van de KP om zich van haar ernstige crises te herstellen of haar eigen verbindingen met het internationale stalinisme te verhullen.

In laatste analyse weerspiegelt deze opgang het gewicht van de USSR in de internationale krachtsverhouding en het feit dat de crisis van het stalinisme niet automatisch het verdwijnen van deze reformistische stroming betekent. Op nauwkeuriger en conjuncturele wijze bewijst deze opgang een zeker herstel van het reformisme tegenover de crisis van de castristische stroming die, op Latijns-Amerikaans niveau, aan de oppervlakte is gekomen onder de indruk van de Cubaanse revolutie als product – en tegelijk als motor – van de crisis van het stalinisme. Deze opleving vindt ook een basis in de afhankelijkheid van de Cubaanse arbeidersstaat ten opzichte van de USSR: de huidige politiek van de Cubaanse leiding verzwakt niet het stalinisme zoals dat in de voorgaande jaren het geval was. Het opnieuw opkomen van reformistische illusies heeft ook zijn rol gespeeld vanaf de ervaring van de Unidad Popular in Chili. Deze conjuncturele groei stelt opnieuw het probleem aan de orde van de kracht van de politieke en ideologische strijd tegen het stalinisme in het Argentinië van vandaag.

De politiek van de KP blijkt absoluut suivistisch ten opzichte van het peronisme in het kader van een traditionele oriëntatie van de revolutie in etappes en van klassencollaboratie met sectoren van de bourgeoisie. In die zin zal haar huidige groei haar tegenstrijdigheden en crisis verdiepen naarmate, zoals in Chili, de mislukking van haar huidige bourgeoisproject en de hachelijkheid van de burgerlijk-parlementaire democratie aan het licht zullen komen.


21 De Revolutionaire Arbeiderspartij (PRT) vertegenwoordigt de belangrijkste centristische kracht van revolutionair links. Juist omdat zij in haar stellingen centraal de optie opneemt van de gewapende strijd, die één van de voornaamste politieke referenties vormt van de brede nieuwe voorhoede, heeft zij de neiging rondom zich militaire sectoren te polariseren zonder overwegend autonome perspectieven in de huidige conjunctuur. Ondanks de toenemende rechtse ontwikkeling van haar leiding (zie verderop “Eerste zelfkritische balans van het Argentijnse trotskisme”) heeft de PRT door haar strijd tegen de militaire dictatuur een groot prestige verworven. Ondanks vele tekortkomingen uit revolutionair-marxistisch oogpunt is zij in de nieuwe conjunctuur tot belangrijke politieke initiatieven in staat gebleken, zoals de arbeidersassemblee van Cordoba, verschillende militaire acties, haar deelname aan de massamobilisaties voor Trelew en de schepping van het Anti-imperialistische Front voor het Socialisme. Op korte termijn is voor de PRT de belangrijkste bron van tegenstrijdigheden het onvermogen om een correcte alomvattende tactiek vast te stellen en te ontwikkelen die aan de behoeften van de conjunctuur beantwoordt. Op die manier wordt de afstand tussen de betrekkelijk abstract blijvende propagandistische initiatieven en een onvoldoende of suivistisch ten opzichte van het reformisme blijvende politiek in de massabeweging vergroot.

Het is echter van belang te onderstrepen dat zolang er geen duidelijk revolutionair-marxistisch alternatief is dat evenzeer een politieke kracht moet zijn, in staat om belangrijke sectoren van de brede voorhoede naar zich toe te halen, de PRT zal blijven verschijnen als de verst ontwikkelde en meest geloofwaardige keuze die er bij revolutionair links bestaat.


22 De andere belangrijke georganiseerde sectoren met invloed in de brede nieuwe voorhoede, waarvan het voornaamste kenmerk hun centrisme ten opzichte van het vraagstuk van de gewapende strijd is, hebben zich geradicaliseerd tegenover zowel het geradicaliseerde peronisme en het stalinistisch reformisme als tegenover de PRT en andere gewapende organisaties. Dit maakt dat hun samenhangendheid en hun voornaamste referenties zich uitgekristalliseerd hebben in het aangezicht van de voornaamste tekortkomingen van die stromingen en gezamenlijke politieke en ideologische plaatsbepalingen doen ontstaan, zo goed als een perspectief van “serieus” werk in de massabeweging. Geplaatst tegenover het peronistisch populisme, tegenover het reformisme en het ideologisch eclecticisme zoeken organisaties als PCR en VC hun samenhang in het maoïsme, terwijl PO, PST en anderen die in het trotskisme zoeken. Hoewel zij in hun strategische perspectieven van stellingname kunnen wisselen, lopend van de “volksoorlog” tot aan insurrectionalistische standpunten en van de revolutie in etappes tot aan de permanente revolutie, is hun activiteit dezelfde wat de gewapende strijd betreft. Zij hebben niet de noodzaak begrepen van de gewapende strijd, op gang gebracht door voorhoedegroepen in de periode van de dictatuur. Zij begrijpen niet de noodzaak om thans de zelfverdediging van de massa’s tegenover de aanvallen van de parapolitiële groepen en van de vakbondsbureaucratie impulsen te geven. Deze politiek ontwapent en desoriënteert hun eigen militanten en door hen beïnvloede sectoren van de brede voorhoede zowel in de arbeidersbeweging als in de studentenbeweging. Dit komt tot uiting in een totaal gebrek aan antwoorden op de sleutelvragen van de huidige periode of in het beste geval in een geïmproviseerd suivisme tegenover consequentere revolutionaire sectoren.


23 De crisis van de revolutionaire leiding die de Argentijnse arbeidersbeweging ondergaat betekent niet alleen dat de meerderheid der arbeiders illusies heeft ten aanzien van het burgerlijk nationalisme. Het wil ook zeggen dat geen van de thans bestaande krachten zich aftekent als het embryo van een revolutionaire partij, in staat de arbeidersklasse naar de machtsverovering en naar de opbouw van het socialisme te leiden en daardoor af te rekenen met het kapitalistische systeem van afhankelijkheid en uitbuiting. Zelfs de verst ontwikkelde krachten hebben diepe misvormingen die hun verhinderen een waarlijk revolutionaire leiding van de massa’s te worden.

Een dergelijke karakteristiek legt de nadruk op het vraagstuk dat de centrale taak van de revolutionaire marxisten in de huidige etappe vormt: de opbouw van een revolutionaire partij die in staat is de crisis van de leiding van het proletariaat te overwinnen en het naar de definitieve overwinning op het imperialisme en de bourgeoisie te leiden. De gehele activiteit van de revolutionaire marxisten moet de opbouw van de partij als voornaamste as hebben.

De revolutionaire marxisten vorderen de volle actualiteit van de leninistische organisatietheorie. Dat betekent dat men zich het probleem stelt van de opbouw van een partij die geleid wordt door de principes van het democratisch centralisme, in zich opgenomen door militanten die in en door hun praktijk in de klassenstrijd geselecteerd worden waardoor de versmelting van het revolutionaire marxisme en de arbeidersvoorhoede mogelijk gemaakt wordt.


24 De opbouw van een revolutionaire partij in Argentinië vindt plaats in het kader van een harde politieke strijd. Het gaat er ook om de sectoren die reeds aan de controle van de traditionele bureaucratische leidingen ontsnappen, d.w.z. de brede nieuwe voorhoede, te betwisten zowel aan het geradicaliseerde peronisme als aan het reformisme en de verschillende centristische stromingen. De opbouw van de partij vindt plaats onder omstandigheden waarin er reeds op het niveau van de voorhoede polen bestaan die relatief uitgekristalliseerd zijn of op zijn minst een betekenende politieke kracht hebben.

Deze omstandigheden leggen, als fundamenteel aspect van de opbouw van de partij, de taak van politieke opheldering van de brede voorhoede op, gegeven het feit dat zij de essentiële basis vormt waarop de revolutionaire marxisten hun krachten moeten verzamelen. De politieke opheldering van deze brede nieuwe voorhoede kan slechts plaatsvinden vanuit het gezichtspunt van het revolutionaire marxisme. Alleen het revolutionaire marxisme biedt een solide kritische basis en een samenhangend politiek alternatief tegenover het burgerlijk nationalisme, het stalinistisch reformisme en het centrisme. In het Argentinië van vandaag is er geen plaats voor nieuwe centristische opties indien men daadwerkelijk de crisis van de revolutionaire leiding te boven wil komen. Alleen een revolutionair-marxistische partij zal in staat zijn het Argentijnse proletariaat naar de arbeidersmacht en naar het socialisme te leiden.


25 De explosieve dynamiek van de klassenstrijd in een land als Argentinië bepaalt de manier waarop zich een politieke accumulatie van krachten kan voordoen met als doel de opbouw van een revolutionair-marxistische partij. Zelfs een beperkte organisatie, maar één die ervoor strijdt voorhoede te worden, stoot zeer snel op dramatische verantwoordelijkheden. Bovendien vereist het bestaan van voorhoedepolen, die reeds over een betekenende politieke kracht en vermogen tot initiatief beschikken, dat de revolutionaire marxisten, die met hen willen strijden om sectoren van de brede voorhoede, een reëel, concreet alternatief opbouwen en zich niet alleen als “theoretisch” alternatief voordoen. Deze twee factoren stellen de mogelijkheid aan de orde van een accumulatie van krachten voor de opbouw van een revolutionair-marxistische partij die in “etappen” plaats zou kunnen vinden, met inbegrip van een eerste etappe van zuivere, eenvoudige opheldering. De politieke opheldering en het verzamelen van krachten binnen de brede voorhoede hangen niet alleen af van het vermogen om de noodzakelijke politieke strijd rond revolutionair-marxistische posities te voeren maar ook van het vermogen ze om te vormen in initiatieven in de actie die in de ogen van de sectoren van de massa’s en van de brede voorhoede de revolutionair-marxistische oriëntatie concretiseren door haar levensvatbaarheid en superioriteit te tonen én het vermogen van de organisatie om ze tot een goed einde te brengen.

Deze initiatieven in de actie moeten geplaatst worden in een globale tactiek voor de conjunctuur. Slechts wanneer men in de praktijk in staat is de stoot te geven tot een dergelijke tactiek en aldus binnen sectoren van de massa’s resultaten te bereiken, hoe beperkt ook, zal men voortgang kunnen boeken bij de opbouw van de revolutionaire partij. In die zin moeten de revolutionaire marxisten in staat zijn de taken en verantwoordelijkheden die in de huidige periode met de voorhoede van de klassenstrijd in Argentinië corresponderen op zich te nemen. Zij moeten hun organisatie opbouwen als strijdorganisatie, gevormd door militanten die de revolutionaire zaak volledig zijn toegewijd en vastbesloten alle taken van de periode op zich te nemen. In het Argentinië van vandaag is geen plaats meer voor dilettantistische noch voor propagandistische organisaties.

6 De taken van de revolutionaire marxisten in de huidige periode


26 In de, door de installatie van het nieuwe peronistische regime, begonnen etappe is de centrale taak voor de revolutionaire marxisten de verovering van een massabasis, al is het maar in enkele haarden van klassenstrijd. Dit doel kan slechts worden bereikt indien de revolutionaire marxisten erin slagen een alternatieve pool te vormen tegenover het peronisme, het reformisme en het centrisme die in staat is voor de revolutionaire organisatie of haar invloed kaders van deze brede nieuwe voorhoede te winnen die vanaf de Cordobazo (mei 1969) een leidende rol in de strijd hebben gespeeld. Ieder succes van de revolutionaire marxisten zal bijdragen tot de versterking van de massabeweging als geheel, tot het bevorderen van de politieke rijping van brede lagen arbeiders en werkers, tot hulp aan het bevrijden van de invloed die de bourgeoisie, middels de peronistische ideologie, nog steeds op hen blijft uitoefenen.

De fundamentele krachtsinspanning van de revolutionaire marxisten bij de taak een massabasis te veroveren zal gericht moeten zijn op de opneming in de arbeidersbeweging. Dit houdt een gecentraliseerde en planmatige interventie in die gericht is op het winnen van de beste kaders van de nieuwe arbeidersvoorhoede voor de revolutionair-marxistische partij in opbouw. Deze interventie moet plaatsvinden in de richting van die sectoren van de arbeidersklasse waar het mogelijk is krachten te verzamelen, met daaraan verbonden een interventie in de richting van de minder ver ontwikkelde sectoren die echter een grote radicalisering en belangrijke stukken strijd hebben doorgemaakt.

De voortdurende zorg van de revolutionaire marxisten zal zijn het stimuleren en ondersteunen van de strijd. Het natuurlijke uitgangspunt van die strijd is het gewettigde streven om de door de bourgeoisie en de dictaturen twintig jaar lang vertrapte arbeidersveroveringen te herstellen, als uitgangspunt voor het behalen van nieuwe veroveringen. Het is van wezenlijk belang dat het herstel van de verloren gegane veroveringen en het behalen van nieuwe de vrucht is van de strijd omdat daarvan zal afhangen of de arbeidersbeweging haar ondergeschiktheid aan de bourgeoisie vergroot of dat zij integendeel het vertrouwen in haar eigen kracht en in de methoden van de klassenstrijd vergroot. Bovendien houdt de strijd tegen de hoge kosten van het levensonderhoud en voor het herstel van het levenspeil de weigering in om de arbeidersbeweging te onderwerpen aan de dwingende eisen van de burgerlijke economische politiek en dat men breekt met het tegen het volk gerichte, door de patroons en de peronistische vakbondsbureaucratie gesloten “Sociale Pact”. Uit dat gezichtspunt hebben dergelijke stukken strijd, naast hun intrinsieke doelen, een overwegend politieke betekenis en leiden zij tot de confrontatie met de peronistische regering en haar plannen. De revolutionaire marxisten zullen de nadruk moeten leggen op de overgangseisen die een antikapitalistische dynamiek van de strijd stimuleren. In een context van voorrevolutionaire crisis gaan zulke eisen boven het niveau van de propaganda uit en krijgen zij de vorm van een kampanjedoel van de politieke agitatie. De problemen van de moderne industrie en de strijdervaringen van de laatste jaren maken het mogelijk vast te stellen dat de as van zulke overgangsleuzen zich zal richten op het thema van de arbeiderscontrole. Dit kan, uitgaande van verscheidene thema’s, worden ontwikkeld. Het weer in dienst stellen van de ontslagenen met het recht van veto ten aanzien van de ontslagen en het openen van de boeken en het opheffen van het handels- en bankgeheim. De strijd voor loonsverhogingen en tegen de hoge kosten van levensonderhoud, met de glijdende loonschaal onder controle van de arbeiders, permanente door de algemene vergadering gecontroleerde paritaire commissies, huurcontrolecommissies, arbeiderscontrole over de productie als controlemechanisme van kosten en prijzen. De strijd voor de arbeids- en veiligheidsomstandigheden, met vaststelling van de normen en ritmen door de arbeiders zelf, arbeiderscontrole over de hygiënische en veiligheidsomstandigheden, de uitschakeling van het bewakingspersoneel en de opneming daarvan in de productie, enz., enz. De anti-imperialistische strijd met de nationalisaties en het onder staatsbeheer brengen onder arbeiderscontrole. Alle gelegenheden, alle incidenten moeten worden gebruikt om deze en andere leuzen naar voren te brengen die het vraagstuk van de arbeiderscontrole in concrete termen vertalen. De strijd voor de overgangseisen moet worden begeleid door de strijd voor de onafhankelijkheid van de arbeidersbeweging tegenover de bourgeoisie en haar staat. De revolutionaire marxisten zullen dan ook tegelijkertijd de vorming bevorderen van democratische basisorganen die bij uitstek de instrumenten zijn voor de revolutionaire mobilisatie en die kunnen uitgroeien tot het embryo van de alternatieve arbeidersmacht. Men zal gebruik moeten maken van alle stukken strijd om de zelforganisatie van het proletariaat impulsen te geven, daarbij uitgaande van hun meest elementaire vormen, zoals democratisch gekozen stakingscomités, strijdcomités, enz. De revolutionaire marxisten zullen in hun strijd voor het ontrukken aan de handen van de bureaucratie van de vakbonden als verdedigingswerktuig voor de arbeidersbelangen de gunstige omstandigheden moeten uitbuiten. De integratie van de bureaucratische leidingen in het staatsapparaat en hun omvorming in functionarissen die medeverantwoordelijk zijn voor de goede gang van zaken van het kapitalistische systeem geven het belang en de draagwijdte aan van de strijd tegen de bureaucratie. Een goed doel van de huidige arbeidersstrijd zal onvermijdelijk een antibureaucratische dimensie krijgen en op die manier zijn aanvankelijke economische kader te boven gaan om zich te transformeren in een voor de arbeidersbeweging beslissende strijd. Indien het juist is dat de bureaucratie niets anders is dan de vertegenwoordigster van de bourgeoisie in de arbeidersbeweging en dat achter haar de fundamentele klassevijand zich aftekent dan geeft de huidige manier waarop de bourgeoisie over de massa’s heerst haar een beslissende rol. Dat verklaart het explosieve karakter van de antibureaucratische strijd, zijn dynamiek van gewelddadige botsingen met de gewapende benden van de bureaucraten en zijn botsing met de burgerlijke staat zelf wanneer de vakbondsbureaucratie de massabeweging niet binnen de perken weet te houden.

De revolutionaire marxisten zullen aan de basis de strijd tegen de vakbondsbureaucratie organiseren doordat zij de vorming van hergroeperingen, lijsten, fronten, mobilisatieorganen enz. tegen de bureaucratie bevorderen, steunen en er aan deelnemen, waarbij zij iedere identificatie met evenzeer bureaucratische oppositionele stromingen vermijden. Teneinde bij te dragen aan het breken van de remmende, door de bureaucratie gespeelde rol zullen zij al het mogelijke doen om de veralgemening, de solidariteit en de centralisatie van de strijd te organiseren, waardoor zij zich nieuwe perspectieven en nieuwe mogelijkheden verschaffen. De dynamiek van de klassenstrijd zelf en het karakter van de klassenconfrontatie die thans in Argentinië plaatsvindt, plaatsen de revolutionaire marxisten voor de noodzaak zich als centrale taak te stellen de verantwoordelijkheid voor het voorzien van impulsen en organiseren van de zelfverdediging der massa’s. De gewapende zelfverdediging tegen de aanvallen van de benden der bureaucratie en van het kapitaal, tegen de politiële en militaire onderdrukking moet in iedere strijd van enige omvang aan de orde gesteld worden. Zij moet begeleid worden door eisen die het mogelijk maken weer aan te knopen bij de traditie van militante strijdvormen die het vraagstuk van de burgerlijke legaliteit aan de orde stellen: fabrieksbezettingen, inbeslagnames, stakingspiketten tot en met de vorming van arbeidersdetachementen en -strijdcommando’s die offensieve acties ondernemen. Voor de revolutionaire marxisten leidt de zelfverdediging tot de voorbereiding van de bewapening der massa’s in het perspectief van de gewapende strijd voor de machtsverovering. Het beslissende karakter van de zelfverdediging en haar actualiteit houden in dat de revolutionaire marxisten zich niet kunnen beperken tot de propaganda ervoor, noch op een spontaneïstische wijze kunnen wachten tot “de massa’s” of “de mobilisatie” zichzelf “automatisch” gaan verdedigen. Integendeel, zij moeten concrete en besliste initiatieven in die richting nemen om geleidelijk aan sectoren van de massa’s bij de taken van de gewapende zelfverdediging in te lijven.


27 In de huidige etappe zullen belangrijke inspanningen moeten worden gewijd aan een gecentraliseerde en planmatige interventie in de studentenbeweging. Voor de revolutionaire marxisten verschaft de studentenbeweging, behalve dat het een onschatbare bron van snelle toeneming van kaders is, de mogelijkheid om in betrekkelijk korte tijd politieke initiatieven met belangrijke uitwerking op de massa’s te nemen.

De revolutionaire marxisten zullen de strijd tegen de plannen van de bourgeoisie, die tracht de studenten om te vormen tot elementen van het rationaliseringsproces van het afhankelijke kapitalistische systeem, van impulsen voorzien. Zij zullen langs de weg van de mobilisatie en organisatie trachten de rol die de studentenbeweging de laatste jaren als politiseringsfactor en hulptroep van de in de strijd staande arbeidersbeweging heeft gespeeld, te bewaren. Tegen de universiteit in dienst van het kapitalistische systeem en van de met het imperialisme bekonkelde afhankelijkheid. Zij zullen ervoor strijden dat de universiteit wordt omgevormd tot een werktuig ten dienste van de arbeiders- en volksstrijd. Zij zullen strijd leveren, zowel tegen de imperialistische als tegen de burgerlijk-nationalistische plannen. In het kader van de kritiek op de inhoud van de opleiding en het ter discussie stellen van de imperialistische overheersing zullen zij strijden voor het invoeren aan de universiteit van het marxisme als fundamenteel politiek en ideologisch wapen tegen de burgerlijke ideologie. De deelname aan de legale, vertegenwoordigende lichamen zal, zodra deze de vrijheid van meningsuiting verzekeren, worden benut voor het bevorderen van de mobilisatie en de strijd, steunend op de ervaring van de laatste jaren wat betreft de democratische organisatievormen van de basis der studentenbeweging. Bij de strijd tegen iedere vorm van obscurantisme moet de ontmaskering worden gevoegd van de plannen en agenten van het imperialisme en de bourgeoisie. Tegenover de gewapende benden van de reactie zal men de mobilisatie en gewapende zelfverdediging der studenten van impulsen voorzien.


28 De waarde en de actualiteit van de gewapende strijd worden door de kenmerken van de periode zelf aangegeven; door het explosieve karakter van de klassenstrijd en door de verantwoordelijkheden die voor de voorhoede daaruit voortvloeien.

De eerste plicht die op dat niveau voor de revolutionaire marxisten gesteld wordt is het waarborgen van de gewapende zelfverdediging der massabeweging en van haar eigen activiteit als voorhoede. Wie niet in staat is een dergelijke rol op zich te nemen zal niet kunnen pretenderen een effectieve voorhoede rol te spelen.

De revolutionaire organisatie moet de verschillende noodzakelijke niveaus van de gewapende strijd combineren met haar eigen politieke interventie wat, behalve de vorming van agitators, propagandisten en organisatoren, de vorming van revolutionaire strijders meebrengt. Van daaruit gezien kan nu in Argentinië het feit dat men profiteert van de legale of halflegale mogelijkheden in het nadeel van het illegale karakter van de organisatie, vooral van haar leiding, haar apparaat en haar infrastructuur uitpakken.

Behalve de zelfverdediging van de massabeweging en haar eigen activiteit als voorhoede zal de revolutionaire organisatie een reeks gewapende actie initiatieven ondernemen waarvan de noodzaak zal voortvloeien uit de kenmerken van de periode en van de voorwaarden waaronder de opbouw van de partij plaatsvindt. De fundamentele betekenis van deze acties is het tot stand brengen van een gewapende agitatie en propaganda die de opvattingen van de revolutionaire marxisten verbreiden. Deze acties zullen kunnen worden geconcentreerd in milieus waar een politieke interventie wordt ontwikkeld, of een grotere reikwijdte kunnen hebben met een algemener karakter. In alle gevallen mogen zulke initiatieven niet tot doel hebben de activiteit en de strijd van de massa’s te vervangen maar juist ze te stimuleren. Hun karakter zal dus fundamenteel het realiseren zijn van politieke ontmaskeringen en het bijdragen tot de rijping van de brede voorhoede waarmee aldus de opbouw van de partij wordt bevorderd.

De politieke assen van zulke acties moeten in ieder geval afzonderlijk worden geëvalueerd in verband met de conjunctuur en de situatie van de revolutionaire marxisten.


29 De noodzakelijkheden van de politieke en ideologische strijd tegen het peronisme, het reformisme en het centrisme vereisen, naast de actieve interventie van de revolutionaire marxisten in de klassenstrijd een intense propagandistische arbeid. De legale of halflegale marges moeten in die zin tot in hun kleinste gebruiksmogelijkheden uitgebuit worden. Naast de bijzondere inspanning die nodig is voor het verzekeren van de kwaliteit, de regelmaat en de breedst mogelijke verspreiding van het centrale orgaan zullen de revolutionaire marxisten andere middelen voor de propaganda van hun standpunten verveelvoudigen.
Enkele fundamentele assen van deze propaganda zullen worden gevormd door:
a) Een constante strijd voor de demystificatie van het peronisme en van de aard van het regime dat voortgekomen is uit de verkiezingen van 1973, hetgeen tegelijkertijd een bepaling betekent van het voorrevolutionaire proces in Argentinië, het doel van de strijd voor de arbeidersmacht. De demystificatie van het peronisme mag niet alleen plaatsvinden via algemene uiteenzettingen over de eerste regeringen van Peron (1945-1955) maar fundamenteel door zich te baseren op de concrete ervaring die massa’s bezig zijn te ondergaan. Onderstreept moet worden dat iedere mogelijke aanpassing aan het door de massa’s bereikte peil alleen maar schijnbaar het probleem zal oplossen van het aanknopen van verbindingen met de massa’s; dit loopt onvermijdelijk uit op een suivistische houding, verstoken van revolutionaire oriëntatie en methoden;
b) Een demystificatie van alle parlementaire illusies. Er moet systematisch de nadruk gelegd worden op de hachelijkheid van het “democratische” tussenspel en op de onvermijdelijkheid van gewapende botsingen. De continuïteit van het klassekarakter van de staat en zijn rol als repressief overheersingsinstrument in dienst van het imperialisme en de bourgeoisie moeten concreet aangetoond worden. De straffeloosheid van de repressieve elementen die tijdens de militaire dictatuur gemarteld en gemoord hebben en hun benutting in nieuwe vormen met hetzelfde doel moet ontmaskerd worden. De voortdurende aanwezigheid van de strijdkrachten als militaire reservepartij van de heersende klassen, gereed om actief tussenbeide te komen als beslissende waarborg voor de continuïteit van het systeem, moet gesignaleerd worden;
c) Een propagandakampanje met de leuze van de revolutionaire arbeiders- en volksregering. De sociale inhoud van deze formule is een regering waarvan de vertegenwoordigers der heersende klassen zijn uitgesloten en die is samengesteld uit vertegenwoordigers van het proletariaat en die lagen van arme boeren en geradicaliseerde kleine burgerij die de enige bondgenoten zijn waarop de arbeidersklasse kan rekenen. De formule van de revolutionaire arbeiders- en volksregering zal uitdrukkelijk tegengesteld zijn aan iedere formule die welbewust de juiste klasse-inhoud verdoezelt en een verbond tussen de bourgeoisie en de uitgebuite klassen inhoudt. De propaganda voor deze formule moet worden begeleid door de propaganda over de organen van de arbeidersmacht, vanaf de fabrieks- en buurtraden en -comités tot aan een Volksassemblee waarvan de arbeiders- en volksregering de legitieme uitdrukking moet zijn. Tegelijkertijd moet er de nadruk op gelegd worden dat zulke organen slechts naar voren kunnen komen uit de mobilisatie zelf en uit de revolutionaire strijd van de arbeidersklasse en haar bondgenoten en de bewapening van de massa’s noodzakelijk maken. Zo gezien zal een waarlijke arbeiders- en volksregering slechts tot stand kunnen komen en kunnen steunen op een gewapend volk en georganiseerd aan de basis;d) Een propaganda over de vormen en inhoud van het socialisme waarvoor wij strijden. De macht van de georganiseerde en democratisch gecentraliseerde arbeidersraden zal gesteld moeten worden tegenover de farce van het “nationale socialisme” van het burgerlijk en bureaucratisch peronisme, tegenover de dubbelzinnigheid van het “socialistische vaderland” van het geradicaliseerde peronisme en tegenover het bureaucratische model dat door het internationale stalinisme wordt aangeboden, een karikatuur die in de arbeidersbeweging tot nul en generlei waarde is gereduceerd;
e) Een systematische strijd met betrekking tot het geheel der standpunten van het revolutionaire marxisme. Meer in het bijzonder een strijd voor het proletarisch internationalisme en de solidariteit met de strijd in de andere door het imperialisme overheerste landen en in de verbureaucratiseerde arbeidersstaten. Dit houdt een actieve verdediging in van de actualiteit van de opbouw van een revolutionaire massa-internationale en van de rol die de IVe Internationale op dit niveau speelt.


30 De huidige krachtsverhouding tussen revolutionaire marxisten en peronisten, reformisten en centristen laat niet toe dat een systematische eenheidsfronttactiek wordt toegepast op straffe van te vervallen in suivistische stellingnames. Onder deze omstandigheden moet een flexibele tactiek worden gevolgd van eenheid – overvleugeling op verschillende niveaus. Het gaat erom dynamisch een juiste dialectiek van impulsen te bieden, die de eenheid van actie op nauwkeurige punten van een actieprogram combineert met autonome initiatieven. Het ondergeschikt maken van de revolutionaire houding aan de eenheid tot iedere prijs leidt tot suivisme ten opzichte van de politieke meerderheidsstromingen. De onafhankelijke, exclusieve houding leidt tot sektarisme, tot isolement en ondoeltreffendheid in de politieke en ideologische strijd zelf. De eenheid van actie op nauwkeurig omschreven punten en de autonome initiatieven die de politieke meerderheidsstromingen overvleugelen moeten gecombineerd worden opdat zij de mobilisatie, de organisatie en de politieke opheldering van de massasectoren waarin men intervenieert ondersteunen. Wij zeggen eenheid van actie – overvleugeling op verschillende niveaus omdat het erom gaat voordeel te trekken uit de overeenkomsten en tegenstellingen tussen de verschillende politieke krachten die het spectrum van de brede voorhoede vormen. De verspreidheid van de revolutionair-marxistische krachten, hun beperkte gewicht in de massabeweging en de betekenis van de huidige politieke situatie maken een proces van toenadering en voortgaande eenheid van deze sectoren uiterst belangrijk opdat zij ertoe kunnen komen zich vast te zetten als pool die in staat is de brede voorhoede te beïnvloeden. Zo’n proces moet plaatsvinden op stevige politieke bases die mede de bepaling inhouden van de periode zoals die in de revolutie worden aangegeven.


31 De opbouw van de revolutionair-marxistische partij en de interventie in de klassenstrijd met het vermogen om initiatieven te nemen vereisen een bijzondere inspanning voor de politieke vorming van de kaders en militanten van de brede voorhoede die voor de organisatie gewonnen worden. Behalve de inspanning om hun theoretische peil en hun politieke capaciteit te verhogen omvat dit tevens het verdiepen van de opheldering door het debat en de verwerking van de strijdervaring der laatste jaren, één van de rijkste uit de geschiedenis van het land en van heel Latijns-Amerika. In dat kader zal men het uitwerken van een strategie van de macht als één van de allerbelangrijkste taken moeten benaderen.

7 Een eerste zelf kritische balans


32 Er bestaat in Argentinië een grote traditie van trotskistische organisaties, waarvan er verscheidene zijn met een reeds oude loopbaan, in meerder of minder mate verbonden met de IVe Internationale. Noch het posadisme (dat in 1962 met de IVe Internationale brak), noch de tendens die uitmondde in de PST van vandaag hebben evenwel een continuïteit met betrekking tot een revolutionair-marxistische politiek tot stand gebracht.

De IVe Internationale heeft een ernstige nederlaag geleden: de afsplitsing van de Revolutionaire Werkerspartij (PRT, – Partido Revolucionaria de los Trabajadores) met de meerderheid van haar militanten van de Internationale. Dat op een moment dat Argentinië een politieke situatie doorleeft die een klassenconfrontatie inhoudt waarvan de uitkomst zijn weerslag zal vinden in de krachtsverhoudingen in heel Latijns-Amerika na de staatsgrepen in Bolivia, Uruguay en Chili. De politieke context en de omstandigheden en vormen van de breuk geven de belangrijkheid van de nederlaag aan. Dit feit moet op een zelfkritische manier door de gehele IVe Internationale en in het bijzonder door de leiding worden geanalyseerd. In het kader van deze resolutie is er reden een eerste zelfkritische balans op te maken.


33 De PRT werd unaniem erkend door het IXe Wereldcongres als de Argentijnse afdeling van de IVe Internationale omdat het overwoog dat deze organisatie de continuïteit van de afdeling vertegenwoordigde daar haar nationale congres door de meerderheid van het centrale comité der verenigde afdeling bijeengeroepen was en daar de minderheid van het centrale comité, die de groep “La Verdad” gevormd heeft, de autoriteit van het congres weigerde te erkennen. In die periode reeds was er een reeks standpunten van de leiding der PRT, waarvan er vele van de leiding der verenigde afdeling geërfd waren, die in tegenspraak waren met de essentiële opvattingen en analyses van de IVe Internationale; foutieve waardering van het maoïsme en in het bijzonder van de theoretische draagwijdte van Mao’s opvatting inzake de volksoorlog; rechtvaardigende waardering van het castrisme; centristische en eclectische opvatting van de opbouw van de Internationale; opportunistische opvatting van de strijd tegen de bureaucratie van de verworden arbeidersstaten, gesymboliseerd door de invasie van Tsjecho-Slowakije door de strijdkrachten van het Kremlin, enz. Hoewel die standpunten gedeeltelijk bekend waren hebben noch het IXe Wereldcongres noch de leiding van de IVe Internationale een politieke kritiek van de PRT tot uitdrukking gebracht. Men had de PRT dus reeds kunnen karakteriseren als een centristische partij maar één van een centrisme dat van de castristische stroming in het algemeen verschilde. De wortels van dit centrisme zijn vele: de uitwerking van de Cubaanse en Vietnamese revoluties, de internationale invloed van het maoïsme, tot nieuw leven gewekt door de culturele revolutie en het China Sovjetconflict, het gewicht van het peronisme in Argentinië dat de opbloei van een manifest revolutionair populisme in de ideologie van de PRT begunstigde. Maar door haar verbindingen met de trotskistische beweging had de PRT een definitie van de partij en haar noodzaak behouden die tegengesteld is aan de onnauwkeurigheid van de partijopvattingen van de MIR, de Tupamaros, om niet te spreken van de castristische stroming in het algemeen. Uit dat gezichtspunt is de PRT objectief blijven vasthouden aan de noodzaak van de leninistische partij op het niveau van de nieuwe voorhoede die na de Cubaanse revolutie in Latijns-Amerika begonnen is met de gewapende strijd, een nieuwe voorhoede die zich in het algemeen kenmerkte door een miskenning van de noodzaak van de partij. Zelfs in de verwarde vormen van het 5e congres (1970), waar zij in “haar” internationale beleidsplan de Chinezen, de Vietnamezen, de Cubanen en de Albanezen insloot, behield de PRT een visie op de Internationale en haar noodzaak die de horizon van de OLAS te boven gaat. Tenslotte heeft de PRT, zij het op een verwarde en onvoldoende manier, de opvatting van de permanente revolutie in zich opgenomen hetgeen haar er thans toe brengt tegenover het peronisme een klassenstrijdpositie te bewaren. Bovendien is de PRT in staat gebleken, ondanks politieke fouten die we zullen analyseren, betaald met verliezen en scheuringen, werkelijk met de gewapende strijd te beginnen. Deze dimensie van de politieke interventie correspondeert met een diepe noodzaak van de periode: het zou anders onmogelijk zijn te begrijpen waar, ondanks haar fouten, de invloed en het prestige van de PRT op dit moment vandaan komen. Op die manier kon de PRT een geheel van representatieve militanten voor zich winnen onder de besten van de nieuwe voorhoede die de laatste jaren in Argentinië in de loop van de strijd naar voren is gekomen. Om dit geheel van redenen was de erkenning van de PRT als afdeling van de IVe Internationale gerechtvaardigd. In het kader van de groei van de IVe Internationale van een propagandaorganisatie naar een strijdorganisatie, in staat tot actieve interventie in de klassenstrijd en in staat initiatieven te nemen in de actie zoals de gewapende strijd in Argentinië, zijn de integratie en de politieke opvoeding binnen de IVe Internationale van sectoren die representatief zijn voor de nieuwe voorhoede en, zoals de PRT, hun programmatische overeenstemming met de IVe Internationale betuigen, correct. Maar onmiddellijk na het IXe Wereldcongres had er naar aanleiding van alle theoretische en politieke verschillen een openhartige discussie met de Argentijnse kameraden moeten zijn, waarbij vermeden had moeten worden dat men zich zou beperken tot het populariseren van de heldhaftige acties van het ERP zonder tegelijkertijd de bestaande politieke problemen aan de orde te stellen. Een correcte karaktisering van de PRT als centristische partij hield de noodzaak in te begrijpen dat een waarlijke politieke slag geleverd moest worden om de standpunten en definities op te helderen, zelfs indien dat zou leiden tot de breuk met een belangrijke sector van haar leiding en leden. De voorwaarden voor deze politieke ophelderingsstrijd waren in de periode van het IXe Wereldcongres onvergelijkelijk veel gunstiger dan in een recent verleden doordat de graad van kristallisatie rond castristische standpunten en rond de vaststelling van de oriëntatie der PRT toen nog meer embryonaal waren. Er waren toen nog steeds elementen die vatbaar waren voor het aannemen van een welwillende houding tegenover de IVe Internationale in het kader van een politieke ophelderingsstrijd. De houding van de IVe Internationale tegenover de PRT moet als opportunistisch wonden gekwalificeerd. Het ontbreken van de noodzakelijke discussie met de Argentijnse kameraden is nog ernstiger indien men in aanmerking neemt dat behalve de standpunten van het IVe congres der PRT, reeds gedeeltelijk bekend op het moment van het IXe Wereldcongres, er andere feiten waren die opnieuw de aandacht hadden kunnen vestigen op de gevaren van de oriëntatie der PRT. Voor en na het IXe Wereldcongres maakte de PRT ernstige crises door die ernstige breuken met zich meebrachten en de moeilijkheden weerspiegelden die zij in het begin, bij het vaststellen van haar strategie en later bij de praktische vertaling daarvan, ontmoette. Het belangrijkste waarschuwingssignaal waren de voorafgaande discussies en resoluties van het Ve congres van de PRT (juli 1970), die vergezeld gingen van de scheuring van belangrijke sectoren, met inbegrip van de meerderheid der leden van het in ’68 gekozen centrale comité. Op het niveau van de Internationale waarvan het centrum weliswaar een grote vertraging bij de informatie dienaangaande opliep, is van dat congres geen enkele balans opgemaakt. Men negeerde op administratieve wijze de gescheurde sectoren en erkende de meerderheid als wettige opvolger zonder de politieke betekenis van wat er gebeurd was ook maar enigszins te hebben geanalyseerd. Niettemin had de kritiek die bepaalde schrijvers van de Communistische Tendens toen reeds leverden vele deugdelijke punten (kenschetsing van de etappe, rol van de gewapende strijd bij de opbouw van de strijd, enz.), aldus vooruitlopend op sommige kenschetsen die wij thans kunnen geven. Ondanks het eclectische karakter van de Communistische Tendens dat tot het verspreid raken of onbezonnenheid van de meerderheid van haar leden leidde (behalve enkele uitzonderingen), zou het belangrijk geweest zijn een analyse te hebben van de toen bediscussieerde standpunten. Reizen en contacten tussen de leiders van de IVe Internationale en de PRT richtten niets meer uit wat betreft de manier waarop de discussie werd gevoerd. Toen de eerste elementen voor een discussie naar voren werden gebracht kwamen zij te laat om nog invloed van betekenis in de PRT te hebben.

De relaties tussen de PRT en de IVe Internationale brachten het niet bestaan aan het licht van een als collectief centrum optredende leiding. Niettemin hielden de doelen van het IXe w.c. een diepgaande omvorming van het centrum van de Internationale en het functioneren daarvan in. Alleen een werkelijke dagelijkse leiding, met nieuwe middelen aan mensen en financiën, zou het mogelijk gemaakt hebben een doeltreffend antwoord te geven op de nieuwe noodzakelijkheden die voortvloeiden uit de ontwikkeling en uit onze oriëntatie. In deze situatie werd het werk van het centrum met betrekking tot Argentinië zelden collectief bediscussieerd en wat er gedaan werd was toevallig en ver achter bij wat nodig was. Maar hoezeer het ook een organisatorische zwakte was, het is een politieke zwakte van de leiding van de Internationale die zich in de administratieve houding bij de opbouw van de Argentijnse afdeling manifesteerde. Het niet begrijpen van de rol die de leiding bij de uitgroei van de Internationale moet spelen, het handhaven van ambachtelijke en routinematige werkmethoden, het ontbreken van een uitgesproken politieke karakterisering van de PRT die ertoe leidde dat men ging hopen op een voortgaande en spontane assimilatie van het marxisme, verhinderden vast te stellen wat dat betekende. Het is de onderschatting van de grote tekortkomingen van het IXe wereldcongres bij het vaststellen van de oriëntatie voor Latijns-Amerika en de gevaren die de toepassing van de gewapende strijd, een nieuwe ervaring voor de gehele Internationale, omringden.

Om dit geheel van redenen zal de IVe Internationale op zelfkritische wijze de omstandigheden op zich moeten laten inwerken waarin sinds de scheuring van haar Argentijnse afdeling is geopereerd. Uit het gezichtspunt van de centristische leiding van de PRT is haar breuk met de IVe Internationale zowel een consequentie als een noodzakelijke stap in een toenemend rechtse ontwikkeling. De druk van de Cubaanse leiding heeft in die richting en bij de breuk met de IVe Internationale een belangrijke rol gespeeld.


34 Kort na het Ve congres (juli 70) zette zij, met het ERP als woordvoerder, haar acties in. Zij slaagde erin militanten te vormen in een geest van strijd en was aldus in staat om systematisch en doeltreffend een strijd van aanzienlijke omvang op gang te brengen. In de loop van enkele maanden kwam het ERP naar voren als de meest dynamische organisatie van de gewapende strijd, won het brede sympathie bij proletarische en volkslagen en werd het een reële factor in de politieke strijd in het land.

Het wezenlijke deel van de PRT-ERP-initiatieven werd gevat in een kader van stadsguerrilla tegen de militaire dictatuur die in grote trekken werd uitgedrukt in vormen die op reële wijze overeenkwamen met de taken van de voorhoede in die periode:
a) acties met als doel het verkrijgen van financiële middelen;
b) acties met als doel het verkrijgen van wapens, medicamenten, medische apparatuur, enz.;
c) acties verbonden met massamobilisaties;
d) strafacties tegen de beulen van de dictatuur, bekend en gehaat om hun misdaden.


In het bijzonder sommige acties gingen in de richting van een integratie van de gewapende strijd in de concrete dynamiek van de massastrijd. Veelbetekenende episoden (zoals tijdens de mobilisaties van 1971 in Cordoba) hielden overigens een verwerping in van de opportunistische argumenten volgens welke gewapende acties als door het ERP gevoerd niet door de arbeidersklasse worden begrepen of goedgekeurd en het isolement van de voorhoeden met zich meebrengen. Integendeel, onder de omstandigheden van opgang en voorrevolutionaire crisis versterkten het bestaan en de interventie van de gewapende detachementen van de voorhoede de mobilisaties van de massa’s en deden hun strijdlust toenemen.

De PRT-ERP voerde ook acties uit voor schadeloosstellingen en distributie in de armenwijken en bidonvilles van levensmiddelen, kleding, waarbij het doel was het winnen van de sympathie der armste lagen van de bevolking en het scheppen van sociale bases voor steun aan de guerrilla. De oriëntatie bij voorkeur op de meest achtergebleven sectoren van de arbeidersbeweging ten koste van de verder ontwikkelde sectoren van de arbeidersbeweging is op zichzelf discutabel. De bedoeling om stedelijke sociale steunbases te scheppen correspondeert eveneens met een onjuiste kenschetsing van de etappe. Militaristische afwijkingen in de gewapende activiteit kwamen tot uiting in empirisme en improvisatie. Sommige acties van grote omvang werden in gevaar gebracht door hun voluntarisme of té ambitieuze opzet. Men hield bij het besluiten tot sommige acties niet steeds rekening met de toestand van de organisatie wat het verlies van kameraden betekend heeft. Het sinds 1971 aanvaarde organisatiesysteem (vorming van ‘pelotons’) verscherpte wrijving tussen de krachtsinspanningen, gewijd aan de militaire activiteit en het opgaan in de massa’s, hetgeen afwijkingen bij de opbouw van de partij veroorzaakte. De balans van de periode van gewapende strijd, die loopt van 1969 tot 1973, geeft aan dat de organisaties die die strijd tot een goed einde hebben gevoerd weerklank hebben gevonden bij de massa’s wat onder meer hen in staat heeft gesteld een belangrijke rol bij de massamobilisaties van mei ’73 en tijdens de eerste maanden van de peronistische regering te spelen. Nog belangrijker is dat, zo het beslissende moment voor de nederlaag van de militaire dictatuur gevormd werd door de mobilisaties van de massa’s sinds de eerste Cordobazo, de strijd van de guerrillero’s heeft bijgedragen tot het verdiepen van de crisis van het regime. Tegelijkertijd werkte hij als politieke rijpingsfactor van de brede arbeiders- en studentenvoorhoede.


35 Ondanks de gunstige objectieve voorwaarden en het door de stoutmoedige acties van het ERP verworven prestige slaagde de PRT er niet in duurzame verbindingen met belangrijke sectoren van de massa’s tot stand te brengen. Met andere woorden: de PRT was niet in staat de mogelijkheden van de etappe tot op de bodem uit te buiten in het kader van de gegeven krachtsverhouding met als doel de opbouw van een revolutionair-marxistische partij met massa-invloed. Dat is het gevolg van de strategische oriëntaties en gezamenlijke foutieve opvattingen van de leidende ploeg, vertegenwoordigd door kameraad Santucho. Reeds voor de scheuring van 1968 had de partij, schijnbaar eenstemmig, de conclusie getrokken dat het probleem van de gewapende strijd op de dagorder gesteld moest worden. De analyse van de situatie van dat moment – relatieve stagnatie van de arbeidersbeweging, scherpe sociale conflicten in de streek van Tucumán, het bestaan van een guerrillakern in Bolivia in het kader van een als voorrevolutionair gekenmerkte situatie in Argentinië – suggereerde het perspectief van een gewapende strijd in de vorm van een guerrilla, voor enige tijd geconcentreerd in het noorden. Het IVe congres, gehouden vóór het IXe Wereldcongres, ontwikkelde een harde polemiek over de noodzaak om de oriëntatie op de gewapende strijd te concretiseren (de door Moreno vertegenwoordigde minderheid had de organisatie intussen verlaten) waarbij een opvatting tot gelding werd gebracht die probeerde de tegengestelde klippen van het foquistische avonturisme en het insurrectionalistische spontaneïsme te vermijden. Op grond van niet alleen technische, maar ook en vooral sociale en politieke overwegingen (die in feite een betrekkelijk statische kijk hadden op de stromingen die in het proletariaat rijpten en onbegrip voor de sociale samenstelling van het land en voor de fundamentele rol van de stedelijke arbeidersklasse) gaf het prioriteit aan de plattelandsguerrilla. Het vasthouden aan dat perspectief, zelfs na de Cordobazo, was de oorzaak van de nieuwe crisis die de partij in de eerste helft van 1970 schokte. Het Ve congres markeerde een beslissende etappe voor de oprichting van het ERP. Deze koerswijzigingen, op empirische wijze uitgevoerd, bleken onvoldoende en verhinderden niet een reeks fouten en een ernstige misvorming. Ten eerste werd de ontwikkeling van de revolutionaire strijd uitgewerkt met als uitgangspunt een analogie met de ervaringen van de Chinese revolutie en de Vietnamese revolutie. Dit hield de veronachtzaming of minimalisering in van de wezenlijke verschillen (de sociale samenstelling van het land, de aanwezigheid, zelfs voor het uitbarsten van de revolutionaire oorlog, van een partij met een brede massa-invloed, de verlamming van de heersende klassen door binnenlandse zowel als internationale oorzaken, enz.). Vervolgens verdoezelde een schematische analyse voortdurend het onderscheid dat voor de hand ligt tussen voorrevolutionaire situatie en de eerste etappen van gewapende botsingen aan de ene kant en de eigenlijke revolutionaire oorlog aan de andere. Vandaar de illusies omtrent de mogelijkheid van een snelle en trapsgewijze groei van het ERP als gewapende massaorganisatie. Met voorbijzien van de noodzaak om een tactiek voor de opbouw van de partij vast te stellen was er een opvatting van de PRT als zelfgeproclameerde voorhoede. De opbouw van het ERP werd in wezen opgevat als het resultaat van de initiatieven die het zelf door de acties van zijn militanten nam met als gevolg dat de militaire strategie werd uitgewerkt zonder nauwkeurig verband met de politieke ontwikkeling. Dit leidde tot een dynamiek van vervanging van de partij door het ERP. Men begreep niet dat de opneming van massasectoren in de gewapende strijd fundamenteel via hun eigen ervaring van de verscherping van de klassenstrijd verloopt. Men begreep niet de wezenlijke rol van opstanden en halve opstanden bij het verzamelen van ervaringen door de massa’s en het in praktijk brengen van het voorhoedekarakter van de revolutionaire organisatie als stap naar de veralgemening van de gewapende strijd. Een andere consequentie was dat de partij slechts met veel vertraging de ommekeer in de situatie begreep en zij heeft vooral niet met de nodige snelheid en tact de nieuwe prioriteiten in haar oriëntatie kunnen vaststellen. In feite onderging zij in de tweede helft van 1971 en in 1972 een militaire afwijking en veronachtzaamde zij de noodzaak van gewapende strijdvormen die steeds meer verbonden moesten zijn met de massabeweging (zelfverdedigingsploegen, enz.) die niettemin objectief mogelijk waren (dat werd o.a. vertaald in haar volledige afwezigheid met betrekking tot tactische problemen die door de verkiezingen van maart jl. gesteld werden).

Op het terrein van de politieke opvattingen nam de PRT foutieve, of op zijn minst dubbelzinnige standpunten in ten aanzien van belangrijke problemen. Zij gebruikte vierkant opportunistische formules terwijl zij in een resolutie van haar uitvoerend comité de ENA (inclusief de KPA), kleinburgerlijke formaties en zelfs bourgeoissectoren karakteriseerde als strategische bondgenoten. De leiding van de PRT gebruikte de illegaliteit als voorwendsel om de circulatie van politieke ideeën en vooral van kritische stellingnamen te beperken. Zij aanvaardde steeds bureaucratischer methoden waardoor zij zich in feite verzekerde van buitensporige machtsmiddelen en gebruiken invoerde die vreemd zijn aan een leninistische organisatie. Om de opposanten beter te kunnen raken theoretiseerde zij in bijna karikaturale vormen de idee van de klassenstrijd binnen de partij. Zodra belangrijke sectoren van de partij zich vragen begon te stellen omtrent de lijn, de methoden en omtrent de verhouding tot de Internationale maakte zij, hoewel zij zelf de opening van de voorbereidingsperiode voor het congres had aangekondigd, snel een eind aan de discussie door administratieve maatregelen die scheuringen uitlokten. Zij schoof tenslotte het congres op, meer dan de statuten toelieten. Wat nog betekenisvoller is: de Santucho-leiding belette de militanten kennis te nemen van kritische teksten, door leden van de leiding der Internationale gestuurd en zij besloot, zodra de politiek de meer met de situatie in Argentinië verbonden vraagstukken begon te raken, op bureaucratische wijze te breken met de Internationale waarmee zij niet alleen het komende congres maar ook het centrale comité voor een voldongen feit stelde. Dit geheel van fouten en afwijkingen dat voortvloeide uit haar centristische oriëntatie verhinderde op die manier dat de PRT een hegemoniale positie verkreeg binnen de brede nieuwe voorhoede die voortkwam uit de stukken strijd van de laatste jaren, doordat zij, ondanks haar belangrijkheid en prestige, niet in staat was een wezenlijk alternatief op te bouwen tegenover het peronisme, het reformisme en diverse centristische sectoren.


36 Punt 36 van de resolutie is intern en gepubliceerd in een I.B. van de IVe Internationale.


37 Argentinië is het land in Latijns-Amerika, dat in de loop van de laatste twintig jaar de breedste mobilisaties van de arbeidersklasse meegemaakt heeft, waar voorhoeden gerijpt zijn als gevolg van veelvuldige nationale en internationale ervaringen en waar talrijke militanten zich beroepen op het revolutionaire marxisme. De vorming van een revolutionaire partij met een massabasis staat op de dagorde en de IVe Internationale zal als één van haar prioriteiten de opbouw moeten beschouwen van een afdeling die, door te breken met de misvormingen en zwakheden van de trotskistische beweging in het verleden, op strikte wijze alle opvattingen van het revolutionaire marxisme verdedigt en de dienovereenkomstige politieke en organisatorische conclusies trekt uit de dwingende noodzakelijkheden van dit tijdperk.


Dit houdt in dat de Internationale zich de materiële en politieke middelen moet verschaffen om bij de opbouw van haar Argentijnse afdeling te helpen. De politieke middelen lopen ten principale via de versterking van de internationale leiding, het openen van een discussie over de strategie van de macht in de landen van Latijns-Amerika en een diepgaande balans van de PRT-ervaring. Deze ervaring kan, indien haar lessen worden getrokken en verwerkt, omgezet worden in een fundamentele verovering voor de IVe Internationale in Latijns-Amerika omdat dat, politiek gesproken, de rijkste ervaring van de gewapende strijd op het continent is sinds de Cubaanse revolutie.