Daniel Bensaïd / Carlos Rossi / Charles-André Udry

Portugal - Arbeiderscontrole in de praktijk


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, januari 1976, nr. 2/3, jg. 3
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Qr-MIA


Verwant



Sinds begin 1975 is heel de arbeidersstrijd in Portugal doordrenkt van de dynamiek van de arbeiderscontrole. In de Portugese context is dit goed te begrijpen: een buitengewone strijdbaarheid van een arbeidersklasse die vol vertrouwen en met onaangetaste krachten strijdt tegen de ontwikkeling van de economische crisis; en de politisering van die strijd doorheen de ervaringen van 28 september en 11 maart, waar het proletariaat zich moest meten net de reactie.


De verslechtering van de economische toestand leidt tot een hele reeks motieven voor de ontwikkeling van de eisenstrijd. In een jaar tijd bedroeg de inflatie meer dan 30 %, een zware belasting voor de kosten van levensonderhoud. Daarbij komt dat door de crisis op Europese schaal de Portugese emigranten heel wat minder geld doen toestromen. De dreiging van de werkloosheid leeft alom: er zijn reeds meer dan 250.000 werklozen op een bevolking van 10 miljoen. Daar moeten nog aan worden toegevoegd de kleine kolonisten uit Angola, een mogelijke terugkeer van emigranten als de crisis in Europa zich verder zet, de gedemobiliseerde soldaten van de koloniale troepen. In 1974 werd het minimumloon op 3.300 escudo’s gebracht, in mei 1975 op 4.000. Maar in verschillende sectoren, zoals de textiel, liggen de lonen nog steeds niet hoger dan 2.100 escudo’s.

In heel wat gevallen ligt de werkweek nog boven de 48 uur. Het is moeilijk om overal, in de pers, in redevoeringen, te horen spreken over socialisme, zelfbeheer en controle, en tegelijk zo’n toestand te moeten ondergaan. Sinds begin 1975 woedt er dus een golf van strijd die dieper en machtiger is dan ooit. Zij is begonnen in januari en versterkt na 11 maart.


De overwinning van 11 maart heeft geleid tot een grondige zuivering op alle niveau’s. En wie zuivering zegt, zegt controle...

De strijd tegen de dreigende werkloosheid leidt tot de preventieve strijd tegen al dan niet bedrieglijke faillissementen, tegen de sabotage, tegen de bedrijfssluitingen. Wie systematische strijd tegen de werkloosheid zegt, zegt controle.
Deze twee mechanismen zijn nauw verbonden, zonder dat het steeds mogelijk is te zeggen op welke manier de beweging juist gestart is.


Bij Econave-Uniman-Frenave is na 11 maart de strijd begonnen doordat de arbeiders de verwijdering eisten van de directeur, vroeger leraar Engels bij de PIDE. Bij een keten supermarkten nemen de arbeiders en bedienden de controle over nadat vier directeurs zijn weggezuiverd. Bij Estoril-Sol, een hotelketen “beslist” de arbeiderscommissie, verontrust door diverse inlichtingen, en door de onverwachte afwezigheid van vier administrateurs, om zelf rechtstreeks de verantwoordelijkheid voor de uitbating op te nemen.

Op andere plaatsen wordt het vuur aan de lont gestoken door het spook van de werkloosheid. In Fogueteiro hebben de arbeiders van het metaalbedrijf Aluferco met algemene stemmen in een algemene vergadering beslist om het bedrijf te bezetten en om piketten te vormen, onder controle van een democratisch verkozen arbeiderscommissie. Zij hadden onregelmatigheden vastgesteld in de boekhouding van het bedrijf, een vervalst bilan over het voorbije boekjaar, vervalste inventarissen. Bij het verpakkingsbedrijf Ormis heeft de arbeiderscommissie “gezien de opeenvolgende administrateurs zware beleidsfuten hebben begaan” besloten tot een “productieve bezetting” van het bedrijf. De vakbond van de arbeiders van de papiernijverheid in het district van Santarem heeft vastgesteld dat de cellulose-industrie niet meer de nodige grondstoffen leverde voor de papiernijverheid, maar wel 80 % van hun productie exporteerde. De vakbond heeft dus geëist dat de nationale bedrijven in de eerste plaats bevoorraad zouden worden, en heeft de arbeiders van de cellulosebedrijven opgeroepen de waakzaamheid te organiseren, de voorraden en hun bestemming te controleren. In andere bedrijven was het de onmiddellijke dreiging van een faillissement die aanleiding heeft gegeven tot het oprichten van waakzaamheidspiketten.


Dit zijn slechts enkele voorbeelden van wat er zich heeft afgespeeld in de maanden maart-april 1975.
Waarop slaat deze eis tot controle? Wij sommen enkele aspecten op die het meeste voorkomen in de verslagen over de verschillende conflicten.

Controle over de boekhouding


Allereerst is er de controle over de boekhouding en de administratieve documenten. De bankbedienden hebben dit gedaan toen zij hun eisen na 11 maart hebben opgesteld. De arbeiders van de elektriciteitsbedrijven en de typografen hebben dit gedaan door piketten te organiseren om elk in- of uitgaan van de documenten te controleren bij bedrijven die op het punt stonden om genationaliseerd te worden.

In andere bedrijven hebben de arbeiders de werkelijke behaalde winsten gepubliceerd, of dubieuze politieke bindingen van de directie aan het licht gebracht. De “Jornal de Noticias” van 22 maart brengt een typisch bericht: tijdens een bijeenkomst op het ministerie van Arbeid hebben de arbeiders van Costa en Cardoso de officiële erkenning verworven van hun controle op het bedrijf elke cheque uitgegeven door de patroon moet op voorhand gecontroleerd worden door de arbeiders: in- en uitgangen van het bedrijf worden bewaakt door een piket.

Controle op de stocks


Een tweede aspect is de controle op de stocks. Wij hebben het reeds gehad over het geval van de papierarbeiders, en hun contact met hun kameraden van de cellulosenijverheid. Bij Firestone in Alochete werden de arbeiders verontrust door de aankomst van een administrateur uit Canada die orde op zaken kwam stellen. Zij ontzegden hem de toegang tot het bedrijf, organiseerden piketten om te beletten dat de machines zouden gedemonteerd worden (de directie had beslist die over te brengen naar haar filiaal in Zwitserland). Zij besloten het buitengaan van banden te verhinderen, en tevens te verhinderen dat er importbanden zouden worden opgeslagen.

De arbeiderscommissie van de melkerij Martins en Rebelo, die 75 % van de Portugese melk collecteerde, hebben door de controle op de stocks een sabotage op grote schaal ontdekt: “miljoenen ‘contos’ verbrande of begraven kaas, duizenden liters melk in de goot, dat is het resultaat van het slechte beheer van Martins en Rebelo”. Er werden zelfs bulldozers gehuurd om de kaas de grond in te krijgen! De arbeiders hebben de nationalisatie geëist.

Controle op de tewerkstelling


Een derde aspect: de controle op de tewerkstelling. Nadat zij de gebouwen bezet hadden om vier gerants “weg te zuiveren”, heeft de arbeiderscommissie van Transal (transport) zelf bepaald hoeveel personeel er nodig was om het publiek een redelijke service te bieden. Zij heeft de aanwerving van nieuw personeel geëist, en de aankoop van nieuwe autocars.


De strijd- en organisatievormen vloeien logisch voort uit het perspectief van de controle. Wij hebben gezien hoe bezettingen, waakzaamheidspiketten schering en inslag zijn in deze strijd.

We moeten hieraan toevoegen dat de syndicale structuur dikwijls te weinig vertakt is om alle sectoren van het leven in het bedrijf onder permanente controle te houden. Een orgaan dat beter verbonden is met de arbeidersbasis, dienst per dienst, atelier per atelier, van het magazijn tot in de bureaus van de boekhouding, is beter in staat om de controletaken op te nemen. De eis van controle vereist een organisatie van de collectiviteit van de arbeiders in haar geheel; een werkelijke praktijk van arbeidersdemocratie, met een systeem van verkozen afgevaardigden op alle niveau’s, die gemakkelijk te vervangen of af te zetten zijn.


De praktijk van de arbeiderscontrole leidt snel tot strategische overgangseisen.


In alle nationalisatie-decreten hebben regering en revolutionaire raad er wel voor opgepast het buitenlandse kapitaal te sparen. Nu hebben we reeds gezien hoe in het geval Firestone de arbeiders hun controle hebben opgedrongen tegenover de maneuvers van het patronaat, en zich daarbij hebben opgesteld tegen de vrijheden die de multinationals nog hadden om met het lot van de arbeiders te spelen. Een ander veelbetekenend voorbeeld is dat van de onderneming Rabor, filiaal van de ITT in Ovar. Een onderzoekscommissie, verkozen door een algemene personeelsvergadering, heeft begin mei een rapport opgesteld over de onregelmatigheden in de bedrijfsvoering, en heeft het ingrijpen van de regering geëist. De arbeiders hebben inderdaad het mechanisme aan het licht gebracht dat gebruikt werd om de kapitaalvlucht te organiseren: de onderfacturatie. Daardoor heeft die firma systematisch de prijs van haar verkopen in het buitenland doen dalen. Het verschil wordt dan “onder de tafel” geïnd in het land waarheen wordt geëxporteerd. Zo raakt het Portugese filiaal in moeilijkheden en kan de firma haar winsten direct omzetten in het buitenland, waar het klimaat veiliger is. Als gevolg van dit rapport hebben de arbeiders de nationalisatie van de onderneming geëist.


Maar deze strijdvorm heeft een logisch gevolg: de eis van het monopolie van de buitenlandse handel. In 1974 heeft de waarde van de Portugese import de 113 miljard contos bereikt, tegen 73 miljard in 1973. Daarentegen is de uitvoer slechts met 13 miljoen contos gestegen. Resultaat: in 1974 zijn voor het eerst de inkomsten uit het toerisme, en de deviezen opgeleverd door de emigratie, niet voldoende geweest om het deficit van de handelsbalans te dempen (deficit dat in 1974 meer dan 56 miljoen contos bedroeg). De goudvoorraden smelten weg: van 67 miljoen contos tot 40 miljoen tussen januari en april 1977. Dit deficit is bijzonder belangrijk in de betrekkingen met de USA en met West-Duitsland.


Deze harde cijfers, en bv. de affaire-ITT Rabor stellen duidelijk het probleem van de buitenlandse handel, en van het staatsmonopolie op de export. De arbeiders van Rabor, op de hoogte van de stocks, kostprijs van de aangewende grondstoffen, lonen, ... zijn in staat geweest om de onderfactureringen te achterhalen. In het raam van een genationaliseerde buitenlandse handel zou de staat rechtstreeks de controle hebben over de facturering van de uitgevoerde producten, en zou dus korte metten kunnen maken met dergelijke maneuvers. Maar, meer algemeen, zou een dergelijk staatsmonopolie de mogelijkheid scheppen om de productie te oriënteren, het volume ervan, de ontwikkeling ervan in functie van de collectieve wil van de werkers. Niet alleen via de export, via het zoeken van afzetmarkten op langere termijn, maar ook via de import. Het is bekend dat in Chili de burgerij haar toevlucht genomen heeft tot een subtiele, weinig achterhaalbare vorm van economische sabotage. Gezien de onmogelijkheid om hun kapitalen te exporteren hebben sommige bourgeois zich geworpen op een ongebreidelde luxeconsumptie, hebben de investeringen bevroren en het onevenwicht van de handelsbalans verergerd. Een analoog verschijnsel heeft zich in Portugal ontwikkeld. De economist Eugenio Rosa schat de overbodige import op 15 % van het totaal: een niet te verwaarlozen som.

De ernst van de economische toestand en de dynamiek van de arbeiderscontrole hebben er duidelijk toe bijgedragen de ordewoorden als “nationalisatie van de buitenlandse handel” kracht bij te zetten, evenals de eis tot vorming van één enkele staatsbank en van het monopolie op de buitenlandse handel, doeltreffende wapens tegen de speculatie.


(“ARBEIDERSCONTROLE IN DE PRAKTIJK” is de vertaling van een hoofdstuk uit het boek “PORTUGAL: LA REVOLUTION EN MARCHE” van DANIEL BENSAID, CARLOS ROSSI en CHARLES-ANDRE UDRY, in het Frans uitgegeven bij “CHRISTIAN BOURGOIS”.)