F. Levi

Een handboek voor strijd aan de universiteit


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, januari 1976, nr. 2/3, jg. 3
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Qr-MIA


Verwant
Leuven Vlaams: de diepere betekenis van een revolte
Studenten: situatie A – tactiek a / situatie B – tactiek a?
Rudi Dutschke: de SDS en de kritische universiteit

Uitgegeven midden in de grootste beweging aan de universiteiten die men in België ooit gekend heeft – de strijd tegen de laatste regeringsmaatregelen, samengevat in de “programmawet” – geeft deze laatste uitgave van het Fonds Léon Lesoil een overzicht van de universitaire politiek van de Belgische bourgeoisie, en een analyse van de sociale factoren die daarin een rol hebben gespeeld.

Voor mensen die rechtstreeks bij de universitaire “hervormingen” betrokken zijn – studenten en personeel – is één van de belangrijke verdiensten van dit boekje, het op een rij zetten van de opeenvolgende maatregelen van verschillende regeringen in de naoorlogse periode, van de wetten op de universitaire expansie, via de hervorming van de beheersorganen, het “clandestien” stemmen van de financieringswet en de aankondiging van de daaruit voortvloeiende uitvoeringsbesluiten, de amendementen op de financieringswet, tot het nieuwe hoofdstuk 3 van de “programmawet”. Zo krijgen de betrokkenen een houvast, niet enkel in het overzicht zelf van de verschillende, soms zeer ingewikkelde, etappes van de regeringspolitiek, maar ook doorheen het situeren van die etappes in een globaal maatschappelijk kader.

Maar het boekje is meer dan een overzicht. Geschreven door een lid van het Politiek Bureau van de RAL die zelf nauw betrokken geweest [is] bij de verschillende stadia van de strijd aan de universiteiten van 1965 af, heeft het de functie van een politiek instrument. Het maatschappelijke kader van de inwendige tegenstellingen van de Belgische bourgeoisie en van de klassenstrijd zelf wordt niet “afgeleid” uit de universitaire strijd, maar vormt het vertrekpunt en de basisveronderstelling van het werk: Hierdoor krijgt het boekje, naast zijn verklarende functie een programmatorisch aspect: wat is de plaats van de strijd aan de universiteiten in de algemene strijd voor het socialisme? Reeds in de inleiding komt deze leidraad tot uiting: “De verbinding met de historische strijd van de arbeidersklasse tegen de kapitalistische maatschappelijke ordening, is de dwingende taak van al diegenen die doorheen de universitaire crisis bewust zijn geworden. En zo creëert het kapitalisme niet alleen de arbeidersklasse die het moet vernietigen. Zo creëert het kapitalisme ook de bondgenoten van de arbeidersklasse bij de intellectuelen die het had voorbeschikt om aan zijn zijde de uitbuiting van de werkende bevolking te organiseren en te motiveren.”


Deze leidraad geeft aan de conceptie zelf van de huidige onloochenbare crisis van de universiteit naar politieke dimensie. De universitaire crisis wordt van het begin af geplaatst in de slepende algemene superstructurele crisis van het kapitalisme, die de laatste jaren versterkt en versneld werd door de economische crisis zelf. Vandaar dat het in dit boek mogelijk wordt de beperkingen (en tegenstellingen) van de “zuiver” universitaire discussie te doorbreken, en zo een perspectief te bieden aan de velen die de strijd aan de universiteiten voortzetten.
Deze uitgave zal onontbeerlijk blijken in de strijd van de volgende twee jaar, die de Belgische regering zojuist heeft aangekondigd.


Over: Eric Corijn: Meer maar minder – De universitaire politiek van de Belgische burgerij, uitg. Fonds Léon Lesoil, 80 blz., 65 BF.