Discussie

EZLN en een spiegel voorhouden / De reële klassenstrijd


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, 1997, zomer, (nr. 61), jg. 41
Deze versie: spelling
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
Creative Commons License 3.0.
Algemeen: u mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; remixen en/of afgeleide werken maken; mits naamsvermelding.
| Hoe te citeren?

Qr-MIA

       
Leest u dit met een smartphone?
Met (enkele) smartphones moet u zelf uitmaken welke modus voor u geschikt is


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:



Onder de veelzeggende titel Zapatismo: Opstand zonder program? stond er in nummer 59 van De Internationale een uitgebreid artikel van de hand van Barend de Voogd over het Ejército Zapatista de Liberación Nacional uit Chiapas, Mexico. Ik reken het tot het krediet van de Zapatistas dat zij aan de basis stonden van de eerste linkse guerrillaopstand na de verkiezingsnederlaag van de sandindisten in Nicaragua en de val van het stalinisme in Oost-Europa. Ik denk dat in het artikel ook overtuigend aangegeven wordt welk belang het Indianen- of nationale vraagstuk inneemt op het Latijns-Amerikaanse continent.

Stalinisme?


Toch blijven er na het lezen van het overigens zeer informatieve artikel enkele vragen over. Aanleiding daarvoor vormt Barends opmerking, dat de Zapatistas niet het grijpen van de staatsmacht centraal stellen, maar een radicale democratie. Hij vergelijkt dat met het stalinisme dat wel het veroveren van de staatsmacht centraal zou stellen. Volgens mij is nou juist het kenmerkende van het contrarevolutionaire karakter van het stalinisme, dat ze het probleem van het vernietigen van de kapitalistische staatsmacht niet stelde. Het is Lenin, één van de belangrijkste leiders van de Russische bolsjewieken, die in tegenstelling tot Stalin de kwestie van de revolutionaire omverwerping van de burgerlijke staat stelde. Dit raakt dan ook meteen aan enkele van de grote onduidelijkheden van het EZLN/FZLN als het gaat om haar doelen en programma. De aangehaalde uitspraken van de leider van de Zapatistas over revolutie en machtsovername waarin Marcos zelf zegt geen idee te hebben, versterken dit alleen maar.

Radicale democratie


Ik denk dat de Zapatistas daadwerkelijk een progressieve rol spelen en ook proberen een beweging van onderaf op te bouwen. Dat zijn uitstekende uitgangspunten. We zullen hen ook onvoorwaardelijk moeten steunen bij pogingen van het Amerikaanse imperialisme en haar Mexicaanse handlangers om hen militair te vernietigen.

Echter veel van het ‘vertoog’ of ‘discours’ van de Zapatistas lijkt op geluiden uit de hoek van voormalige aanhangers van het euro‘communisme’. In plaats van over revolutie en socialisme wordt er gesproken over ‘radicale democratie’ en ‘civil society’. Is dat ingegeven door tactische overwegingen? Mijzelf doen de uitspraken van deze boerenbeweging en de positie die haar leider Marcos inneemt sterk denken aan vroegere premarxistische bewegingen.

Het militaire vraagstuk


Op militair gebied is er volgens mij na het aanvankelijk initiatief van het EZLN begin 1994 nauwelijks sprake geweest van grootscheepse militaire confrontaties met het Mexicaanse leger. Ik ben bang dat het EZLN zich militair gezien heeft laten opsluiten in het oerwoud van Chiapas. Het Mexicaanse leger zal zich zeker op de langere termijn geen betwisting van het geweldsmonopolie laten welgevallen. Dit, samen met de onduidelijke revolutionaire strategie, creëert illusies en doet het ergste vrezen.

Kritiekloos


Al met al vind ik het artikel kritiekloos naar de Zapatistas toe. Er wordt kwistig gebruik gemaakt van ambivalente citaten van hun leider Marcos, bijvoorbeeld: “Als er geen arbeiders zijn, is niets mogelijk, politiek noch militair”, of “Het nieuwe sociale systeem zal het resultaat zijn van het nieuwe politieke spel.”

Op die manier is het logisch dat de conclusie van Barends artikel luidt dat revolutionair-marxistische organisaties zich op moeten lossen om op te gaan in het FZLN, zoals een deel van de Mexicaanse sectie van de Vierde Internationale ondertussen gedaan heeft. Dan bestaat er ook geen noodzaak meer om een autonome revolutionaire stroming en partij verbonden met de Vierde Internationale op te bouwen. Ik denk dan ook dat we de spiegel die Barend het EZLN wil voorhouden beter kunnen gebruiken voor onszelf.

Ron Blom

De reële klassenstrijd


Ron Blom vraagt naar de houding van het EZLN in de kwestie van de staatsmacht. Kennelijk is een van de centrale ideeën in mijn artikel bij hem niet overgekomen. Ik probeerde juist aan te geven dat de kwestie van het grijpen van de staatsmacht zich op dit moment in Mexico niet stelt.

Onlangs overleed Fidel Velasquez op 97-jarige leeftijd. Deze voorzitter van de belangrijkste Mexicaanse vakbondsfederatie CTM was hét symbool van het probleem waarvoor Mexico staat. De overgrote meerderheid van de boeren en arbeiders staat onder directe controle van de regeringspartij PRI. Bijvoorbeeld via vakbonden als de CTM, die zelfs statutair als onderdeel van de regeringspartij wordt beschouwd, net zoals de belangrijkste boerenbond. Dat is het resultaat van de specifieke geschiedenis van Mexico: een bevroren revolutie en een bonapartistisch regime. Daardoor kent het land geen zelfbewuste en onafhankelijke arbeidersklasse die haar eigen staatsmacht tegenover die van de PRI stelt.

Dat brengt ons meteen op het contrast tussen de stalinistische/maoïstische guerrillagroeperingen in Mexico in de jaren zeventig en de Zapatistas vandaag. Destijds probeerde een kleine zelfgeproclameerde voorhoede met autoritaire en militaire middelen de politieke rol van de verlamde arbeidersklasse over te nemen. Ze bombardeerde zichzelf en de armste boeren tot de sociale actor van de revolutie. Het fiasco waarop dat uitliep bevestigt de klassieke marxistische stelling dat alleen de arbeidersklasse in staat is het kapitalisme omver te werpen en de emancipatie van de gehele samenleving te brengen. Het interessante is nu juist dat het EZLN die ervaring verwerkt heeft. Ze weigert pertinent zichzelf of de Chiapaneekse boeren als de revolutionaire agent te zien, maar zoekt in plaats daarvan naar manieren om die onafhankelijke tegenkrachten vrij te maken.

Het is zeker waar dat de taal van de Zapatistas nieuw is en daarom soms wat verwarrend. Maar als je goed kijkt naar de betekenis die het EZLN toekent aan de begrippen ‘mandar obediciendo’ en ‘soevereiniteit’, kan er geen misverstand over bestaan: in hun benadering is geen ruimte voor ‘een beetje ander’ Mexico. Ik deel Rons vrees dat het EZLN militair geïsoleerd is. Dat is ze altijd geweest. De enige uitgang voor de ‘levende doden uit de bergen’ bestaat uit het vinden van politieke steun in de rest van het land, niet uit een geforceerde militaire doorbraak. Dat is geen illusies creëren, integendeel. In mijn artikel wees ik er al op hoe Emiliano Zapata in die val trapte. Zapata bereikte de hoofdstad en bezette het presidentiële paleis, maar in politiek isolement zijn dat niet meer dan symbolen van macht, niet de macht zelf.

Ron laat zich desoriënteren door het ‘discours’ en het ‘vertoog’. Een groepering als het EPR heeft gezegd ‘de macht te willen grijpen’, maar beperkt zich tot gewapend propagandisme. Het EZLN zegt ‘niets voor ons, alles voor iedereen’, en heeft een forse heropleving van een reële tegenmacht in Mexico te weeg gebracht. ‘Radicale democratie’ en ‘civil society’ zijn woorden die weliswaar in het boekje van de eurocommunisten voorkomen, maar hebben in de benadering van de Zapatistas niets te maken met reformisme of klassensamenwerking. Dat het EZLN bij Ron herinneringen oproept aan de premarxistische stromingen is een interessante opmerking. Waar is dat morele en religieuze elementen een grote rol spelen – ik vind dat na het morele fiasco van het stalinisme ook normaal – maar het grote verschil is natuurlijk dat Owen, Fourier en Saint Simon nog moesten leren dat onafhankelijkheid van de kapitalisten een conditio sine qua non is.

Tot slot: ik heb in het artikel niet in willen gaan op de keuze van een deel van de Mexicaanse sectie van de Vierde Internationale om in het FZLN op te gaan. Ik vond dat destijds een te snelle stap onder onvoldoende garanties. Naar ik heb begrepen kent het FZLN inmiddels tendensrechten en spelen onze kameraden van de voormalige Democracia Radical een sleutelrol in de (helaas nog zwakke) organisatie. Onze kameraden van de PRT werken zeer nauw met het FZLN samen. In die zin heb ik opgeroepen tot deelname aan het project van het FZLN, en deelname aan de schepping van een civiel zapatisme op basis van mandar obediciendo. Ik heb nooit gezegd dat er geen noodzaak meer zou bestaan om een autonome revolutionaire stroming en partij verbonden aan de Vierde Internationale op te bouwen. Maar ik stel wel dat als we het EZLN nietszeggend blijven complimenteren als ‘de eerste linkse opstand na de val van het stalinisme’, en niet inzien op grond van welke politieke conclusies haar poging de revolutie van 1918 weer op te pakken waar ze was achtergelaten zo cruciaal is, dan hebben we niets geleerd en stellen we ons buiten de reële klassenstrijd in Mexico.

Barend de Voogd