Manifest van de Vierde Internationale

“Voor een socialistisch Europa”


Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, juni 1989, nr. 31
Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive
| Hoe te citeren? — Graag bronvermelding !

Qr-MIA

       


Deel deze tekst met een kennis
Het e-mailadres:


Ter gelegenheid van de komende verkiezingen voor het Europees parlement publiceerde de Vierde internationale een uitgebreide verklaring ondertekend door vijftien Europese secties, waaronder de Nederlandse Socialistische Arbeiderspartij (SAP). Op deze pagina’s publiceren we de belangrijkste passages.

De Europese verkiezingen van juni 1989 zullen voornamelijk worden toegespitst op het thema van de gemeenschappelijke markt van 1992 en de Europese Eenheidsakte. Na jaren van bezuinigingspolitiek en groeiende werkloosheid wordt de Europese eenwording gepresenteerd als de grote hoop op nieuwe groei en een drastische reductie van de werkloosheid. De belofte van een grote interne markt wordt in sommige landen flink opgeblazen in een ideologisch offensief van de burgerij. De Europese verkiezingen zijn zo de aanleiding om Europa voor te stellen als internationaal wondermiddel tegen de nationaal niet op te lossen crisis.

Al vele jaren verdedigen wij het idee van de Verenigde Socialistische Staten van Europa tegen elk “nationaal chauvinisme” en tegen concepten van “nationale eenheid”. Wij zijn voor een Europa zonder grenzen, waarin kameraadschap tussen arbeid(st)ers wordt gestimuleerd, kunstmatige tegenstellingen tussen volkeren worden opgeheven en waarin nationale minderheden zich kunnen bevrijden uit het keurslijf van de oude staten. Wij zijn voor een Europa dat nieuwe brede perspectieven opent voor de ontwikkeling van materiële welvaart, technologie en menselijke capaciteiten, die op dit moment door enge nationale kaders versnipperd en beperkt worden gehouden. Wij zijn voor een Europa waarin sociale verworvenheden (lonen, banen en sociale zekerheid) worden opgetrokken tot het hoogste niveau, waarin iedereen gelijke kansen heeft op banen, gezondheidszorg en onderwijs – de meest elementaire mensenrechten. Wij zijn voor een Europa dat zich richt op de toekomst, dat in staat is regionale ongelijkheden op te heffen en dat de schade voorziet die wordt aangericht door de zucht naar winst en de ongeremde uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Wij zijn voor een Europa van vrede en ontwapening, waarin de middelen die nu worden verspild aan militaire troep worden gebruikt voor de bevrediging van echte behoeftes, voor onderzoek en om het milieu te beschermen. We zijn – tot slot – voor een Europa waarin de scheiding die sinds bijna vijftig jaar bestaat tussen het imperialistische “Westen” en het bureaucratische en stalinistische “Oosten” verdwijnt in plaats van wordt verdiept.

Het Europa van de Eenheids Akte is een stap in de richting van een ander Europa. De Europese “Gemeenschap” is een Europa van kapitalistische plundering. Dit “Europa” verdeelt Europa!

Het is het Europa van de scherpe concurrentie, dat al heeft geleid tot 16 miljoen werklozen en dat zal leiden tot nieuwe concentraties en herstructureringen en tot de ontmanteling van sociale verworvenheden – met meer werkloosheid. Het is het Europa van de toegenomen ongelijkheid tussen de landen, regio’s en volkeren: het Europa dat migranten buitensluit en vrouwen discrimineert. Het Europa van de nucleaire en conventionele wapenwedloop dat over de ruggen van de Derde Wereld uit de crisis probeert te komen. Het Europa dat wordt verscheurd door toegenomen concurrentie tussen individuele belangen, waarin de verspilling van nationale hulpbronnen samengaat met de ongelimiteerde uitbuiting van menselijke arbeid. Het Europa dat zichzelf presenteert als een vrij jachtgebied voor alle multinationale speculanten. Het Europa dat culturele scheppingen niet aanmoedigt, maar zich juist openstelt voor de invasie van Amerikaanse audiovisuele programma’s en het debiliserende effect van alleen op commerciële criteria gebaseerde productie van cultuur. Het Europa dat de muren die haar verdelen niet omlaag haalt maar juist versterkt en nieuwe tegenstellingen en verdeeldheid schept. Het Europa dat zich simpelweg beperkt tot “West-Europa” op het moment dat de volkeren en jongeren van Oost-Europa ook naar een dialoog en uitwisseling zoeken om de dubbele crisis van de kapitalistische markt en de autoritaire bureaucratische planning te kunnen opheffen.

Een uitdaging voor de arbeidersbeweging

De belangen van de grote financiële en industriële groepen zijn steeds meer met elkaar verbonden: meer en meer is sprake van allianties die de confrontaties tussen de arbeid(st)ers en hun bazen in toenemende mate bemoeilijken. De groeiende samenwerking tussen Europese multinationals maakt dat de beslissingscentra buiten nationale kaders worden geplaatst, hetgeen de vakbeweging voor nieuwe problemen stelt.

De invoering van een gemeenschappelijke markt is een uitdaging voor de arbeidersbeweging. Nu al gebruiken de bazen het argument van de toegenomen concurrentie om eisen van de hand te wijzen en eerder verkregen verworvenheden aan te pakken. Zij proberen betere krachtsverhoudingen te bewerkstelligen om de arbeidersbeweging te kunnen verdelen en versplinteren. Er staat veel op het spel. We moeten deze kapitalistische projecten en dit over de ruggen van de arbeidersklasse opgebouwde kapitalistisch Europa dan ook keihard aanklagen.

Bij de Europese verkiezingen zal een hoop herrie gemaakt worden over het probleem van de Europese instellingen, de verhoudingen tussen de landen en het functioneren van de Gemeenschap. De bourgeoisie weet waar ze behoefte aan heeft op economisch vlak, maar aarzelt over de verhoudingen tussen de nationale staten en de Europese instellingen. Het perspectief van de gemeenschappelijke markt neemt de regelende functies van de nationale overheden niet weg. Om die reden nemen de tegenstellingen toe tussen het project van een verenigd Europa en de nog steeds onvervangbare functie van de landen die daar deel van uitmaken op het vlak van de sociale controle. De discussies over de Europese Instellingen en over de rol van het Europees Parlement en de Europese Commissie komen hieruit voort. In sommige landen leidt dit dilemma tot een crisis in de rechtse partijen.

Het Europa dat wordt gevestigd is het product van kapitalistische behoeftes. De Europese verkiezingen hebben als bedoeling dit te legitimeren door krediet te geven aan het idee dat de keus voor een verenigd Europa een collectieve en democratische is. Maar je hoeft alleen maar de ongelijkheid in de electorale systemen te zien om je te realiseren dat elke staat de demagogische suggestie dat het volk wordt betrokken bij de “opbouw” van Europa op haar eigen manier invult. De Europese Commissie in Brussel is een nieuwe bureaucratische en technocratische macht buiten iedere controle. Daar is niks democratisch aan.

Voor het Europa van de arbeid(st)ers

Het is belangrijk deel te nemen aan de discussies binnen de arbeidersbeweging. Daarbij moet heel precies bekeken worden in hoeverre het integratieproces al gevorderd is en wat de gevolgen daarvan zijn voor de arbeidersklasse. Het zou verkeerd zijn te denken dat alles alleen maar bluf is. Hoewel er duidelijk tegenstellingen en verdeeldheid bestaan onder de bourgeoisie over de economische integratie en Europese eenwording, dienen we de objectieve behoeften van het kapitalisme en de maatregelen die in dat kader genomen worden door de grote firma’s en de multinationale ondernemingen en dus ook door de Europese Commissie en nationale regeringen niet uit het oog te verliezen. Ons meest directe probleem is niet om te speculeren over de capaciteit van de bourgeoisie om een Europese staat op te bouwen, maar om in te schatten hoeveel politieke en sociale averij de arbeidersbeweging oploopt door deze poging om een Europese integratie door te voeren.

Maar we moeten ook niet omgekeerd in de val trappen – zoals sommige eurocommunistische stromingen doen – door dit Europa als een noodlot te accepteren en daarmee de strijd op nationaal niveau op te geven. Het is weliswaar noodzakelijk om zo snel mogelijk op Europees niveau gunstige krachtsverhoudingen voor de arbeiders te bewerkstelligen, maar niettemin blijft de eerste stap daartoe het bevechten van goede krachtsverhoudingen in ieder land. We zijn tegen de EEG en op sommige beslissende momenten van de klassenstrijd in een bepaald land kan het nodig zijn met de eis te komen van een breuk met de EEG. Evenzo moeten we de arbeiders en revolutionaire krachten steunen, die in de landen die nog geen lid van de EEG zijn nu de strijd tegen aansluiting noodzakelijk achten.

Gezien de aanvallen en de risico’s moet de arbeidersbeweging zich verzetten tegen de Europese Eenheidsakte. Tegenover het Europa van de bazen moeten eisen gesteld worden voor samenwerking en eenheid, voor een nieuw internationalisme dat een antwoord biedt op de situatie.

Het is de hoogste tijd dat de vakbeweging op concern-niveau de coördinatie en centralisatie van informatie en acties op gaat zetten. De scheidslijnen en de nationale verdeeldheid moeten worden afgebroken en chauvinistische vooroordelen moeten aan de kant worden gezet. De vakbeweging moet de middelen creëren die nodig zijn om het op te kunnen nemen tegen de multinationals en Europese bedrijven.

Op de bezuinigingspolitiek en de sociale gevaren van de Europese Eenheidsakte moet het antwoord strijd zijn en niet een utopisch idee over een ‘Europese’ sociale dialoog tussen ondernemers en bonden.

De arbeidersbeweging heeft niets te winnen bij een zogenaamd gezamenlijke invoering van de Europese markt. Ze moet zich in de eerste plaats bezig houden met de krachtsverhoudingen tussen bazen en arbeiders. Want alleen door strijd kunnen de kapitalistische plannen worden tegengehouden en niet door eerst de logica van de Europese Eenheidsakte te accepteren en dan een simpel amendement over de sociale dimensie toe te voegen.

Voor 1992 moeten alle belangrijke sociale eisen tegenover de Europese Eenheidsakte worden gesteld en die eisen moeten de basis vormen voor een gemeenschappelijke, onafhankelijke strijd van alle organisaties die zich met de arbeidersklasse identificeren. Gesterkt door deze eenheid kunnen de bonden dan op basis van hun activiteit de formalisering eisen van nieuwe sociale verworvenheden in een Europese sociale wetgeving, waarvan alle arbeiders zouden kunnen profiteren.

Meerdere grote mobilisaties van de arbeiders (de Britse mijnwerkersstaking, de verdediging van de prijscompensatie in Italië, de strijd voor de 35-uren week in Duitsland, de algemene staking in de Spaanse staat) hebben laten zien dat het mogelijk is om te vechten tegen de bezuinigingspolitiek en een halt toe te roepen aan het vrije markt project van 1992, in plaats van de utopische weg te bewandelen van simpel druk uitoefenen op de Europese instellingen.

De verpleegstersstaking in Engeland en later in Frankrijk, West-Duitsland, Nederland en België, hebben laten zien dat het mogelijk is stukken strijd bij elkaar te brengen en die een gemeenschappelijk doel te geven. Datzelfde geldt voor de acties van jongeren tegen de bezuinigingen in het onderwijs, voor de spoorarbeiders (Frankrijk en Italië) en leraren (Frankrijk, Spaanse staat, Italië).

Een van de doelen moet zijn om de trend tegen te gaan om lonen, arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen omlaag te drukken naar het laagste niveau. Die moeten juist opgewaardeerd worden en de verworvenheden die in een land of in een sector bereikt zijn, moeten gaan gelden voor alle arbeid(st)ers in Europa.

In dit kader kunnen de vakbonden eisen dat de verworvenheden die in sommige landen zijn bereikt, ook worden toegepast in hun eigen land. Maar ook hier geldt weer dat dit alleen binnengehaald kan worden door middel van strijd en door het opbouwen van gunstige krachtsverhoudingen. En niet door sociale consensus en bezwerende oproepen voor een verenigd Europa in medezeggenschap.

Tegenover het kapitalistisch Europa stellen wij een ander project, een ander Europa. De Europese Akte is niet meer dan een vrije markt project voor de winsten van het kapitaal. Het alternatief voor de markteconomie en haar destructieve gevolgen kan alleen een socialistisch, democratisch, broederlijk, internationalistisch Europa zijn, dat gefundeerd is op politieke en sociale instituties die zich baseren op instrumenten van directe democratie en zelfbeheer.

Een dergelijk Europa zou alle vormen van onderdrukking kunnen bestrijden:
• van vrouwen. De Gemeenschap en de Europese markt zijn niet in staat geweest en zullen dat ook niet zijn – ondanks eeuwigdurende ‘aanbevelingen’ van de instellingen uit Brussel – om hun aspiraties te vervullen: gelijke beloning voor gelijkwaardig werk; recht op werk; recht op onderwijs en opleiding en een stop op deeltijdwerk en tijdelijk werk; gratis voorbehoedmiddelen en vrije abortus; meer sociale voorzieningen, vooral kinderopvang; volledige deelname aan het politieke en maatschappelijke leven;
• van de migranten uit de koloniale en semikoloniale landen, die lijden onder racisme, discriminatie op het werk, bij het verkrijgen van huisvesting en toegang tot sociale zekerheid en die geen gelijke politieke rechten krijgen;
• van de onderdrukte naties en nationaliteiten in de landen van Europa zelf, vooral in Noord-Ierland en in Baskenland; en buiten Europa, in de koloniën zoals Nieuw-Caledonië.

Het Europa dat wij willen is niet het Europa van het grootkapitaal, van imperialistische ambities, van militarisme en repressie. De jacht op grotere winsten houdt niet op met de rationalisering van de gemeenschappelijke markt, maar betekent ook meer samenhang van de verschillende nationale politieke projecten ten opzichte van de Derde Wereld, een grotere agressiviteit van de Europese multinationals en een toenemende militaire integratie.

De landen van de Gemeenschap besteden tussen de twee en vier procent van hun Bruto Nationaal Product (BNP) aan bewapening. Hun militaire uitgaven worden nooit zover beperkt als hun sociale uitgaven. Een groeiend deel van onderzoek wordt gericht op directe militaire toepassing. Frankrijk exporteert 13 % van de wapenverkopen in de wereld, Groot-Brittannië 6 %, Duitsland 2,8 %, Italië 1 %. Een groot deel hiervan gaat naar reactionaire en onderdrukkende regiems in de Derde Wereld. Het Europese project van de bourgeoisie betekent een versterking van deze tendensen, grotere militaire integratie en een centralisering van de wapenindustrie. De Frans-Duitse brigade is een voorloper van een project van toenemende Europese militaire integratie na de wederoprichting van de West-Europese Unie (WEU).

Wij moeten ons verzetten tegen het militaire en imperialistische Europa. Wij eisen dat alle Europese landen die lid zijn van de NAVO en de Atlantische Alliantie, daarmee breken. De Franse en Engelse arbeidersbewegingen moeten vechten voor de eenzijdige vernietiging van de kernwapens in hun eigen landen.

Het Europa dat wij willen betekent ook een complete omvorming van de economie, die rekening houdt met de dringende noodzaak om een eind te maken aan de dramatische vervuiling van het milieu en die een radicale oplossing zoekt voor het energieprobleem. Tegenover de bedreiging van het milieu en de misdaden van de multinationals, tegenover de ongelijkmatige regionale groei moeten we de eis stellen van socialisatie van de belangrijkste bedrijven en de communicatiemiddelen, een democratische Europese planning van de grote beslissingen waarvoor we staan op het gebied van energie en industrie en ook van het gebruik van het land.

Tegenover het kapitalistisch Europa stellen wij een Europa van de arbeiders in het perspectief van een Europese socialistische federatie.

Dit Europa zal het resultaat zijn van het samengaan van antikapitalistische strijd in het Westen en antibureaucratische strijd in het Oosten.

Perestrojka en glasnost zijn geen wonderoplossingen voor het weer instellen van socialistische democratie en voor de bevrijding van de arbeiders in Oost-Europa van het bureaucratische, repressieve en verspillende korset. De COMECON is net zomin als de EEG een vertolker van internationalisme en solidariteit tussen de volkeren. Bureaucratische eenwording is net als de eenwording van de markt een bron van ongelijkheid en onderdrukking.

Zonder verder uitstel moeten we gaan werken aan een gezamenlijke strijd van de arbeidersbeweging in West-Europa en van de onafhankelijke organisaties in Oost-Europa.

Tegen het Europa van de bazen

De komende Europese verkiezingen zullen een geschikte gelegenheid vormen om dit alternatief voor Europa te verdedigen. De enige manier om werkelijk verzet aan te tekenen tegen de vrije markt politiek van de Europese Eenheidsakte is uitgaan van de aspiraties van de bevolking en van de meest nijpende problemen. Daarbij gaat het onder meer om strijd tegen de bezuinigingspolitiek, tegen de werkloosheid, tegen de herstructurering van de industrie, tegen iedere vorm van onderdrukking, tegen imperialisme en militarisme en tegen de vernietiging van het milieu.

Dit alles stelt de kwestie van democratie. Wie beslist er? Zij zeggen dat Europa van beslissend belang is, maar alles gebeurt in het geniep, in de wandelgangen. En de verkiezingen voor het Europees Parlement zijn helemaal geen democratisch proces dat het mogelijk maakt in te grijpen in de belangrijkste keuzes die al door de bourgeoisie gemaakt zijn voor een vrije markt in Europa.

Daarom verzetten wij ons tegen de EEG en de Europese Eenheidsakte. Voor revolutionairen is er op het ogenblik in Europa niets zo belangrijk als het op basis van eisen en sociale behoeften scheppen van een nieuw internationalisme, initiatieven te nemen die het mogelijk maken strijd te bundelen, elkaar te steunen en de kapitalistische projecten te verslaan.